PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond   Genesis. 32:4 – 36:43

Kwaad zit gehurkt aan de deur

Iemands inclinatie jegens kwaad, zowel als die jegens goed, brengt iemand dichterbij G’D.

Zohar, p. 165b

En Jacob zond afgezanten voor zich uit naar zijn broer Esau, naar de rode velden van het Se’ier, het gebied van Edom.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers:

Want voor u geeft Hij Zijn engelen opdracht over u te waken op al uw wegen. (Psalm. 91:11)

Dit vers werd uitgelegd door de collega’s met de betekenis dat op het moment wanneer iemand in deze wereld komt de “Yetzer Hara” al op hem wacht.

De “Kwade Inclinatie” is de kenmerkende vertaling van de “Yetzer Hara. De stam van het woord “yetzer” is “teweegbrengen” en refereert aan hoe iemands dierlijke drang probeert te voldoen aan behoeften op welk moment dan ook. Vanaf de geboorte verlaat de Yetzer Hara iemand niet.

De Yetzer Hara staat voortdurend klaar om iemand te verstrikken in het verkeerd doen van dingen en gaat er vervolgens toe over om hem aan te klagen in de spirituele wereld. Dit is de betekenis van het vers, “Zonde [in het Hebreeuws, Chatat] zit gehurkt aan de deur op de loer, klaar om toe te slaan. (Genesis. 4:7) Wat is dat het gehurkt zitten, wacht om toe te slaan, zodra een persoon uit zijn moeder tevoorschijn komt in deze wereld? Het is de Yetzer Hara. Koning David refereert eveneens aan de Yetzer Hara als “Chatat” als hij zegt, “En mijn zonden [Chatati] zijn altijd vóór mij”(Psalm 51:5). De Yetzer Hara staat voortdurend klaar, elke dag, elk moment, om een persoon in de ogen van G’D in een slecht daglicht te plaatsen en vanaf het moment dat hij geboren is hij verlaat een persoon niet.

De Yetzer Tov [de Goede inclinatie] komt in een mannelijk persoon wanneer hij de leeftijd van dertien heeft bereikt [en bij meisjes in de leeftijd van 12], dit is de leeftijd waarop een persoon in staat is om zichzelf te purificeren en zich te verbinden met zijn spirituele oorsprong door het doen van mitzwot. Op die leeftijd wanneer een persoon verplicht is om mitzwot uit te voeren, komt de Yetzer Tov om hem te assisteren en de inclinaties verenigen zich met de persoon, de Yetzer Tov aan zijn rechter zijde en de Yetzer Hara aan zijn linker zijde. Deze twee inclinaties zijn in wezen engelen, pure spirituele krachten, en zijn belast met het beschermen van de persoon tegen alles wat hem schade zou kunnen berokkenen. Zij verlaten de persoon nooit. Als de persoon besluit om zichzelf te purificeren en terug te keren naar zijn spirituele oorsprong, onderwerpt de Yetzer Hara zich aan de Yetzer Tov en de inclinatie om goed te doen heerst over de inclinatie die slecht doet. Beide verenigen zich door wederzijdse goedkeuring, om de persoon te behoeden voor het doen van kwaad overal waar hij gaat. Om die reden zegt het vers, “Hij zal Zijn engelen aan jou ter beschikking stellen, om op je te passen overal waar je zult gaan”. De engelen refereren aan de twee inclinaties en wanneer een persoon beslist om zijn Yetzer Tov te versterken over zijn kwade inclinatie, dan zal de kwade inclinatie, zelfs tegen zijn wil zeggen, “Amen”.

SHABBAT SHALOM