HET TELLEN VAN DE OMER IS NIET ALLEEN MAAR STIJGEN OF AFDALEN

Het moet een combinatie zijn van beide. Zodat, hoe hoger we kunnen gaan tengevolge van de illuminatie die we hebben ontvangen op Pesach, des te krachtiger het Licht zal zijn dat we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven. En des te meer krachtig Licht we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven, des te meer reveleren we de aanwezigheid van G’ddelijkheid in deze wereld, des te meer verheffen en verhogen we ons en het hele universum steunt op G’D. En hoe meer we onszelf kunnen verheffen, des te intenser is het licht dat we neerwaarts halen.

Uiteindelijk culmineert het hele neerhalende proces in zo een krachtig Licht, dat het de gehele wereld zal belichten en al het fysieke transformeert zodat alles wat gescheiden is van G’ddelijkheid, spiritueel wordt.

Dit wordt aangegeven in de Talmoed: “Bar Kappara zet uiteen: De werken van de rechtvaardigen zijn groter dan G’D’s creatie van Hemel en Aarde!” (Ketoewot 5a). Wat betekent “door het werk van menselijke hand”? De mens heeft de capaciteit om door de façade van materie heen te kijken, om de existentie van de Oneindige Schepper achter de Schepping te bevatten, om zich met Hem te verbinden, aan Zijn Eigenschappen vorm te geven, en een rol te spelen in Zijn Drama, en om de hele wereld aan Hem op te dragen als een offer.

Op andere plaatsen wordt hiernaar verwezen in de omvorming van het woord “Or” gespeld met de letter ayin, wat huid betekent (relaterend aan fysiekheid) en aan “Or” gespeld met een alef, wat “licht” betekent, (relaterend aan spiritualiteit).

Toen G’D de wereld creëerde, bracht dit een neergaand proces met zich mee van spiritualiteit naar “energie”(Licht) naar “materie” (Huid). Wanneer we door de façade van materie kijken naar het innerlijke niveau van spiritualiteit dat het zijn existentie geeft, verheffen we “materie” (Huid) terug naar zijn “energieoorsprong” (Licht).

Dit idee [dat wij degenen moeten zijn die als instrument dienen in het bestralen van de gehele realiteit met het licht van G’ddelijkheid] is de personificatie van Lag BaOmer, de 33e dag van de OmerTelling, ter ere van Rabbi Shimon bar Jochai, door kaarsen en vuur in de openlucht aan te steken en het leren van de Zohar. In de Zohar reveleert Rabbi Shimon de diepste esoterische begrippen van de Thora, het mysterie van transformatie van fysiekheid (“Or” met een ayin) in spiritualiteit (“Or” met een alef).

Rabbi Tzwi Elimelech van Dinov ( Bnei Yissasschar, Chodesh Iyar, Maarar 3) verklaart de Mishna in Avot 2:9, waar Rabbi Jochanan ben Zakai zijn studenten vraagt: Wat is de juiste weg [met andere woorden, de meest belangrijke weg voor iemand te bewandelen en te leven in deze wereld]? Rabbi Eliezer antwoordt, “ayin tov” [een goed oog”]; Rabbi Jehoshoea antwoord, “chaver tov” [“een goede vriend”]; Rabbi Jossi antwoordt, “shacher tov” [“een goede buur”]; Rabbi Shimon antwoordt, “ha’roeh et ha’nilad” [de bekwaamheid om de consequentie te zien van iemands handelingen]; Rabbi Elazar ben Arach antwoordt, “lev tov” [“een goed hart”]; Rabbi Jochanan ben Zakai prees hen allen, maar zei dat Rabbi Elazar ben Arach’s antwoord al de anderen inhield.

Bnei Yissasschar verklaart waarom “lev tov” een goed hart zo belangrijk is. Hij vermeldt dat de numerieke waarde van “Lev”  (“hart”) 32 is, terwijl dat van “Tov” (“goed”) 17 is. Hij benadrukt de diepe leerstelling van de Zohar op het vierde vers in de Thora,  “G’D zag dat het Licht (Or) goed (Tov) was, en G’D maakte een scheiding tussen het Licht en de duisternis” (Genesis. 1:4), dat “Tov” een codewoord is voor “Or“, met andere woorden, de “Or HaGanoez“, het Oneindige Verhulde Licht verborgen in de Thora.

Hij merkt op dat de eerste keer dat het woord “Tov” wordt aangehaald in dit vierde vers, volgt na exact 32 woorden (het is het 33e woord van de Thora).

Hij continueert met te verklaren dat de 49 dagen van de Omer ordelijk zijn verdeeld in 32 opbouwende dagen naar Lag BaOmer, en 17 dagen van Lag BaOmer. De betekenis van “Lev Tov” in termen van de Omer, zegt hij, is de zuivering van het menselijk hart, met andere woorden, de purificatie van de menselijke persoonlijkheid, de karaktertrekken die ons gegeven zijn toen we geboren werden.

Dit is wat exact gebeurde toen we vertrokken uit Egypte op Pesach. We tellen 49 dagen om ons hart te zuiveren zodat we de Thora aan de Berg Sinaï konden ontvangen “als één man met één hart” (Rashi, Exodus. 19:2)

Het zelfde is elk jaar waar. We tellen 49 dagen (met andere woorden, we doen het eigen maken van purificatie en zuivering van ons hart), teneinde de Thora te kunnen ontvangen op Shavoe’ot. Dit is vooral vanaf Lag BaOmer. Lag BaOmer is de overgang naar de laatste 17 (=”Tov” “goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven.

De verdeling van 49 in 32 en 17 is absoluut niet willekeurig. Met uitzondering van de eerste week van Pesach zelf, staan de eerste 32 dagen van de Omer bekend als zeer moeilijk. Alleen met de gedenkdag van het overlijden van Rabbi Shimon, worden de dingen meer ontspannen en worden meer en meer vreugdevol als we ons verder bewegen door de 17 interveniërende “goede” dagen dichter naar ons doel: de revelatie van het Licht van de Ein Sof al neerdalend in Malchoet van Malchoet op Shavoeot.

Eigenlijk is hier sprake van een paradox.

Veronderstel dat je naar de top van een extreme hoogte klimt. Je doel is de top, maar wanneer je die nadert gebeurt er iets. Het zicht van de top wordt voor je ogen verborgen! Op een vreemde manier verlies je het eigenlijke zicht van het doel als je nadert. Bovendien wordt het terrein ruwer en het klimmen moeilijker. Daarbij wordt de lucht extreem ijl, zodat het moeilijker en moeilijker wordt om te ademen. Je bent gedwongen om vaker te stoppen. Zelfs voelt het aan alsof de zwaartekracht sterker wordt. Met als resultaat, dat je langzamer vooruit komt. Om deze obstakels te kunnen neutraliseren, moet je je zelf geestelijk opkrikken met de gedachte dat je dichterbij bent dan ooit. Kijk hoe ver je gekomen bent! Het is nu niet het moment om op te geven!

Weggaan van Egypte en zich omhoog bewegen naar de Berg Sinaï is als het beklimmen van deze berg. Op een zeker punt is de oorspronkelijke drijvende kracht van het licht dat scheen niet genoeg. Een of andere inspiratie is nodig, niet van het voorbijgaande, maar van het toekomstige. En toch als je vordert, de berg omhoog, wordt het gaandeweg ruwer. Als het niet vanwege het licht was aan de top van de berg neerwaarts schijnend in onze zielen, ons verheffend, ons naar Zich toetrekkend, zouden we geen kans maken het te halen.

Laten we wel wezen, we kunnen niet meer doen wat we kunnen doen. We zijn gelimiteerd. Zonder bovennatuurlijke assistentie van Boven, kunnen wij nooit en te nimmer ons doel bereiken. Natuurlijk is het belangrijk dat we alles doen wat we kunnen doen, want menselijke inspanning is essentieel, maar voorbij een bepaald punt zijn onze handelingen ineffectief.

Waarom moet dat zo zijn? Omdat als we echt serieus zijn aangaande onze purificatie en verheffing, is wellicht de meest belangrijke en essentiële bijdrage van onze kant bescheidenheid. Natuurlijk moeten we het werk doen, maar op een zeker punt moet het ons duidelijk worden dat ons vermogen om alles te doen een gift van G’D is

Als we ons deze belangrijke karakteristiek, deze belangrijke les eigen maken, dan worden ineens de obstakels niet zo groot. We beginnen te acclimatiseren in deze ijle hoogten en realiseren ons dat wij niet werkelijk geleefd hebben tot dit moment. De blijdschap is overweldigend. De vreugde is bedwelmend. We geraken dichterbij! Nu, na 49 dagen, wanneer G’D Zijn Oneindig Licht neerwaarts schijnt in ons, is het totaal verschillend. Niet omdat voor ons of Hem, maar omdat, in Zijn Perfecte Wijsheid en uit Zijn Oneindige liefde voor ons, Hij ons een ervaring van de perfecte vereniging en verbinding geeft van Hem en ons, het werken van Hem door ons, van ons weten dat het absoluut Hem is. We hadden 49 dagen nodig om te begrijpen, maar het was het waard.

Elk jaar is Lag BaOmer de overgang in de laatste 17 (=”Tov”, “Goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai slechts gedeeltelijk reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven. Deze illuminatie is zelfs krachtvoller als we het Eind der Historische Tijden naderen en beseffen. Teneinde de krachten van diversiteit te overwinnen die zal trachten te voorkomen dat wij aankomen aan de uiteindelijke Sinaï, die staat aan het einde van onze reis door de wildernis van de historie, schijnt het Verborgen Licht neerwaarts in onze zielen sterker en sterker. G’D verheft ons opwaarts naar Hem. We moeten het ons enkel realiseren, in het bijzonder op dat cruciale ogenblik wanneer sommige van onze grootse tzadikiem heen zijn gegaan. Als zij zich Boven verzamelen om zich te verbinden met alle groten van het verleden, om samen de laatste Verlossing te bewerkstelligen, moeten wij ook ontwaken uit de droom van Deze Wereldse bewustzijn en tot het einde volhouden om het doel waarvoor we in deze tijd zijn geboren te vervullen.

Dus nogmaals, de essentie van de Omerperiode is het werk dat we moeten doen om ons het Licht van de Ein Sof eigen te maken, dat we voor een ogenblik hebben ervaren op Pesach, om onszelf te zuiveren van Beneden gedurende de 49 interveniërende dagen tussen Pesach en Shavoeot.  Dan, op de 50e dag, een dag die boven het tellen uitgaat, boven onze capaciteit om zelf te bereiken, schijnt het Licht opnieuw neerwaarts in al zijn volledigheid. Voor dit moment echter willen wij de vaten voorbereiden om het correct te ontvangen.

Lag BaOmer Sameach

PARASHAT EMÓR

Zeg                Leviticus. 21:1 – 24:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar III, 97a-b

Jullie moeten tellen van de dag volgend op de feestelijk rustdag,  de dag dat  jullie de ‘Omer’, als een zijdelings bewegend offer gebracht hebben, zeven volle weken moeten het zijn. Tot na de zevende week moet jullie tellen, vijftig dagen….(Leviticus. 23:15-16)

Dit is de Mitzwa voor het tellen van de Omer, zoals de Wijzen hebben vastgesteld (SoekkaI 58b). De esoterische betekenis is deze: alhoewel de Israëlieten zichzelf hebben gepurificeerd om het Pesach offer te maken en te brengen, dus achterlatend de sfeer van spirituele onzuiverheid, waren zij desondanks toch niet op het juiste niveau van perfectie en zuiverheid.

Niettemin waren zij in een staat om het Pesachoffer te brengen omdat de illuminatie die voortvloeit vanuit de sefirot omvattend de bovenste drie sefirot van het hogere bewustzijn (Chochma, Bina,en Da’at) niet afhangt van de verdienste van de Israëlieten, maar voortvloeit als een gevolg van G’D’s goedhartigheid (Ramaz).

Dit is de reden waarom we niet het Hallelgebed complementeren na de eerste dag van Pesach, omdat zij nog niet het juiste niveau van perfectie hebben bereikt.

Deze [zeven purificatie weken] zijn vergelijkbaar met de zeven pure dagen van een vrouw na haar menstruatie. Wanneer eenmaal haar cyclus is beëindigd, begint zij te tellen [zeven dagen].

Zo ook met de Israëlieten toen zij Egypte verlieten, zij verlieten hun staat van spirituele onreinheid. Zij vierden Pesach, participerend in het voedsel van hun Vader (Zie Sifri Zoeta, Nasso 57), en vanaf dat tijdstip telde zij de dagen totdat de vrouw (het Joodse Volk) haar Echtgenoot [G’D] kan naderen. Deze zijn de vijftig dagen [tot aan de dag volgend op de voltooiing van de zeven weken van het tellen van de Omer] van purificatie die iemand in staat stelt om de Komende Wereld binnen te gaan [verwijzend naar het niveau van Bina] en de Thora te ontvangen, en de vrouw in staat te stelt om tot haar Echtgenoot te komen.

Aangezien deze de dagen zijn van de masculiene wereld [de wereld van de zeven Sefirot van Zeir Anpin] is deze telling alleen opgelegd aan mannen (zieAvraham, Orach Chaim siman 4989). En om deze reden moet men ook staande tellen, want aangelegenheden met betrekking tot de Lagere Wereld worden zittend gedaan. Dit is het diepe mystieke [verschil tussen] die delen van gebed die staande gezegd worden en die zittend gezegd worden.

Nu omvatten deze vijftig dagen negenenveertig dagen van Thora aspecten, maar de vijftigste dag is een diep mystiek geheim van de Thora zelf.. Als je nu vraagt of deze vijftig niet in feite negenenveertig zijn [ zeven weken van elk zeven dagen zijn gelijk aan 49, is het antwoord dat] één van hen [de Vijftigste Poort van Bina, zie Rosh HaShana 21b, Nedariem 38a] verborgen is en de hele wereld er op berust. Op de vijftigste dag [de dag dat de Thora werd gegeven], werd wat verbogen was gereveleerd, zoals de Koning die de vertrekken van de Koningin binnen treedt en daar blijft.

De essentie van de Thora, hier vergeleken met de Koning Zelf, was voor altijd gegeven aan de koningin, het Joodse Volk.

Dit is de betekenis van dit mystieke idee.

Shabbat Shalom