Aanbevolen Kabbalistische werken

Aanbevolen Kabbalistische werken door Rabbi Moshe Yaakov Wisnefsky voor Beth Hamidrash

De volgende is een bibliografie van basis-werken in het Engels (jammer genoeg niet in het Nederlands) over Joods mysticisme, inclusief Kabbala, Chassidisme en Joodse meditatie. Deze bibliografie bevat alleen werken die wij betrouwbaar en bevoegd vinden (ofschoon zelfs veel van deze boeken enige tekortkomingen zijn te constateren). Er zijn nog meer acceptabele werken dan die hier worden genoemd; maar deze zijn naar onze mening de meest bruikbare.

Vele boeken op de markt interpreteren Judaïsme verkeerd, soms onschuldig, soms met opzet en in het bijzonder boeken met betrekking tot Joodse mystiek. Om die reden moet men zeer precies en selectief zijn in het kiezen van leesmateriaal over dit onderwerp.

Bijvoorbeeld, geen enkel boek van Gershom Scholem of Martin Buber is op onze lijst vermeld. Ondanks het succes wat deze auteurs hebben gehad in het populariseren van Joodse Mystiek, zijn hun werken vol van onnauwkeurigheden en bezaaid met misvormingen, welke onvermijdelijk zijn als de auteur alleen maar academisch betrokken is met het onderwerp en los staat van het praktiseren ervan.

Bibliografie

DE BAHIR (tweetalig). Rabbi Nehuniah ben HaKanah (1e eeuw CE).
Vertaald door R. Aryeh Kaplan.
New York: Weiser, 1979, 244 blz.
ISBN: 1568213832

  • Een mystieke bespreking van het Hebreeuwse alfabet, het eerste vers van de Bijbel, de sefirot, en de ziel.
  • Bestellen bij Amazon UK: Hardcover of Paperback

SEFER YETZIRAH IN THEORIE EN TOEPASSING (tweetalig). Rabbi Akiva (2e eeuw CE).
Vertaalt door R.Aryeh Kaplan. New York: Samuel Weiser, 1990.
ISBN: 0877286906

  • Een complete vertaling van dit vruchtafwerpende werk in Kabbala in al zijn drie bestaande versies. De tekst beschrijft en verklaart de Schepping en dient tevens als een meditatieve gids, welke gebaseerd is op standaard commentaren en niet gepubliceerde manuscripten. Met historische introductie en toevoegingen.
  • Bestellen bij Amazon UK: Hardcover of Paperback

DE GRONDSLAG VAN JOODSE MYSTICISME: HET BOEK VAN DE SCHEPPING EN ZIJN COMMEMTAREN (Sefer yetzira, tweetalig). Vertaald door Leonard R. Glotzer. Northvale, NJ: Jason Aronson, 1992, 258 p.
ISBN: 0876684371

ZOHAR. Rabbi Shimon bar Jochai en leerlingen ( 2e eeuw CE ).
Vertaald door Rabbi Moshe Miller. Morristown, NJ: Fiftieth Gate Publications, volume 1, 2000, 3666 p.

ISBN: 0970089406

  • Bestellen bij Amazon UK: Zohar (Hardcover)

DE PALMBOOM VAN DEVORAH (Tomer Devorah; tweetalig). Rabbi Moshe Cordovero (1522 – 1570).
Vertaald door Rabbi Moshe Miller. Southfield, Michigan: Targum Press, 1993, 209 p.
ISBN: 1568710275

  • Een ethische verhandeling verbonden aan een Kabbalistisch begrijpen van de geboden en verboden om op G’D te lijken. Met inbegrip van verhelderende uitleg en noten.
  • Bestellen: Amazon.co.uk (Hardcover) of Feldheim

SHNÉ LOECHOT HABRIET (De Twee Stenen Tafels van het verbond). Rabbi Jishajahoe Horowitz (1565 – 1630).
Vertaald door Elijahoe Munk, Brooklyn, NY: Lambda, 1992, 3 delen, 1262 p. met toevoegingen.
ISBN 9657108071

DERECH HASHEM: DE WEG VAN G’D (tweetalig). Rabbi Moshe Chayiem Luzzatto (1707-1746).
Vertaald door Rabbi Aryeh Kaplan. New York: Feldheim, 1983, 107 P.

ISBN: 087306769X

VERHANDELINGEN OVER VERLOSSING. Rabbi Moshe Chayiem Luzzato.
Vertaald door Avraham Sutton. Jeruzalem, 73p.
www.geulah.org.

PENINEI AVIR YA’AKOV: Thora Overdenkingen en Parelen van Wijsheid. Rabbeinoe Yaakov Abuchatzeira.
Vertaald door M.Steinberger en E.Linas. Jeruzalem: Jeshiva Ner Yitzhak 490p.

  • Een plaatselijke geordende anthologie verzameld uit 12 boeken van de meest beroemde Marokkaanse kabbalist van allen, Rabbi Yaakov Abuchatzeira (1807-1880), grootvader van Baba Sali – Rabbi Yisrael Abuchatzeira. Helaas is de hoge maat van kabbala inhoud van het origineel aanzienlijk gereduceerd.
  • Online: Peninei Avir Ya’akov – Torah thoughts and pearls of wisdom

In the Shadow of the Ladder. Rabbi Yehudah Lev Ashlag.IN DE SCHADUW VAN DE LADDER: INTRODUCTIES OP KABBALA.
Rabbi Jehoeda Lev Ashlag.
Vertaling en bijgevoegde verklarende hoofdstukken door Mark en Yedidah Cohen. Safed, Israël: Nehora Press, 2002, 272p. nehorapress.com.

ISBN: 9657222087

  • Een indrukwekkend heldere vertaling van de introductie van de auteurs commentaar op de Zohar, de Soelam (“Ladder”),en zijn uitleg van de leringen van de heilige Ari, Talmoed Esser Sefirot. Aangevuld met veel historische achtergronden en belangrijke definities, evenzo met oprechte persoonlijke getuigenissen wat betreft de inhoudelijke baat van de leringen.
  • Bestellen: In the Shadow of the Ladder: Introductions to Kabbalah, Bol.com of Nehorapress

DE BRON VAN LEVEND WATER: PASSAGES UIT DE GESCHRIFTEN VAN DE LERAREN. Avraham Sutton. Jeruzalem, 108p. www.geulah.org.

———

DE ORDE VAN DE SEFIROT 6

Aanbevolen wordt om eerst de introductie “De Goddelijke Manifestatie” en De orde van de Sefirot 1+2+3+4+5 te lezen op onze website onder de studie Kabbala en Chassidisme in het Archief.

SHEVIRAT HAKELIM

SHEVIRAT HAKELIM, en toegevoegde concepten die in de komende hoofstukken zullen worden verklaard, zijn centrale doctrines in Kabbala in het algemeen en in het bijzonder in de leerstellingen van R. Isaac Luria. Hun bron is de Zohardische boeken Sifra dezeniyuta, Idra Rabba en Idra Zutta.

Shevirat Hakelim ( het Breken van de Vaten ) is het sleutelconcept in de uitleg van het basisprobleem van verscheidenheid en de origine van het kwaad. Het is gebaseerd op de Midrash weergave van opbouw en destructie van de oer werelden en de mystieke weergave van de acht koningen die ” regeerden in het land van Edom voordat er een koning heerste over de kinderen van Israël”( Genesis 36:31, zie ook Kronieken 1 1:43 ).

De oorspronkelijke uitstraling van de Sefirot was dat van het stelsel van Iggulim.

Als eerste verscheen een hoog geconcentreerde kern van primitief licht, samengesteld uit tien gradaties, vanwaar de tien Sefirot in gradatieorde verder voortgaan. Het meest sublieme aspect van de oorspronkelijke kern werd Keter.

Het bevatte in zich de successievelijk straling van Chochma en Malchut.

Vanuit het meest sublieme aspect van Keter verschijnt de Sefira, van Chochma, met ook in zich de lichten van de successievelijk Sefirot, Binah tot Malchut. Vanuit Chochma straalt de Sefira Binah, met ook in zich dragend de lichten van de successievelijk Sefirot; en vanuit Binah verschijnt in harmonie de Midot, en vanuit al het bovengenoemde verschijnt Malchut. Wanneer wij spreken van successievelijk verschijningen, moet niet vergeten worden dat de eerste verschijning is die van een Keli ( vat) waarvan een Or ( licht) kan uitstralen en waar het in wordt vastgehouden.

Welnu elke Keli is evenredig met zijn respectievelijke Sefira. Als de Sefirot op successievelijk lagere niveaus zijn, zijn hun Kelim ook successievelijk kleiner. Dus het Vat van Chochma is kleiner dan het Vat van Keter; het Vat van Binah is kleiner dan het Vat van Chochma, enz. enz.

Wanneer het licht van de En Sof straalt naar het Vat van Keter ( inclusief de lichten die bestemd zijn voor de successievelijk Sefirot ) was de kern van Keter in staat om het vast te houden en het te dragen. Eveneens, wanneer het licht van Keter stroomt naar Chochma, inclusief de lichten bestemd voor de lagere Sefirot, was het Vat van Chochma praktisch in staat alles te absorberen; relatief mindere mate van overschrijding van licht kon dit Vat omsluiten door middel van een Or Makif ( insluitend ). Het zelfde gebeurde met de vloeiing van Chochma naar Binah, ofschoon deze straling al veel minder intens was.

De Kelim van Chochma en Binah konden deze lichten bevatten door hun hechte verwantschap met Keter, beiden waren “groot” en “sterk” genoeg.

Maar toen het G’ddelijke licht vervolgens van Binah naar Da’at vloeide, kon het Vat van Da’at het licht niet bevatten en werd verbrijzeld in stukken door de intensiteit van de straling. Dit was niet alleen met het licht bestemd voor Da’at, maar ook met de lichten die bestemd waren voor de lagere Sefirot die zich in dat Vat bevonden, het was meer dan het verdragen kon. De onregelmatige proporties van extreem intens Orot en de buitengewone subtiele Kelim versnellen deze veelbewogen gebeurtenis.

Het totale licht werd vervolgens geprojecteerd naar het Vat van de volgende Sefira, Chesed, en ook dit brak om de zelfde redenen. Dit proces continueerde en herhaalde zichzelf met de volgende Sefirot, dus alle Vaten braken.

De grote verklaarder van de Kabbala, R.Moses Cordovero, illustreert dit proces met een analoog tot voedsel: Mensen mogen het beste voedsel uitkiezen in welke, chemisch gesproken, geen verkwistende of nutteloze stoffen zijn, m.a.w. het is totaal en absoluut puur. Maar dan nog, wanneer hij dat voedsel consumeert en het is verteerd en opneemt in zijn lichaam, zelfs dan zal het meest pure voedsel enig afval voortbrengen dat verwijdert wordt door het lichaam als zijnde niet opneembaar. Precies zo, metaforisch gesproken, als de gebroken Vaten, ofschoon in essentie pure mengsels van licht, zoals zij zijn geprojecteerd langs de verschillende niveaus en elkaar opnemend, hebben zij niet opneembare delen welke, metaforisch gesproken, worden genoemd hun verlies en afval . Dit verlies en afval is de essentie van kwaad en onreinheid. Omdat de brokstukken zijn achtergebleven van de Orot en slechts een vonk van heiligheid bevatten, voldoende om hun existentie in stand te houden, leiden zij zelfs een meer ” onafhankelijk” bestaan. Zij werden duidelijk onderscheidbare entiteiten en zijn als zodanig de kernelementen van al wat is geschapen.

Dus de brokstukken zijn verantwoordelijk voor de verscheidenheid in G’D`s schepping en voor de existentie van het kwaad. En dit is dan ook de ware intentie en doel van Shivirat Hakelim: het overbrengen aan de onderdanen, zodat de Koning kan regeren op een betekenisvolle wijze, en hen voorzien van een keuze tussen goed en kwaad zodat de Koning Zijn eigenschappen van Chesed en Din mag manifesteren enz, enz.

DE ORDE VAN DE SEFIROT 5

Aanbevolen wordt om eerst de introductie "De Goddelijke Manifestatie” en De orde van de Sefirot 1+2+3+4 te lezen op onze website onder de studie Kabbala en Chassidisme in het Archief.

MALCHUT en IGGULIM EN YOSHER; “HET LICHAAM VAN DE SEFIROT”

MALCHUT

Malchut is uniek onder de Sefirot. Koningschap of Soevereiniteit is eerder een staat van zijn dan een wijze van activiteit : wanneer er ondergeschikte onderdanen zijn aan de koning dan pas kan je spreken van Koningschap en Soevereiniteit, zo niet, dan zijn er geen onderdanen. Dus Malchut, de laatste en ” laagste niveau ” van de Sefirot , oefent geen enkele invloed uit van zich zelf, het is een passieve sfeer welke ” niets van zich zelf heeft , tenzij andere Sefirot er in uitvloeien. Van de andere kant speelt Malchut een belangrijke rol. Het is als het ware het instrument waarmee het originele creatieve plan wordt verwezenlijkt. Het is door Malchut dat de latente en potentiële schepping naar buiten komt en zich manifesteert tot substantiële realiteit. Dus Malchut wordt aangezien als de “Architect waarmee de gehele schepping is gerealiseerd” en ” Onder het lagere zijn gebeurt niets, tenzij het gaat door Malchut.

Zoals Binah de boven alles zijnde Moeder ( Imma Iaah )is, zo is Malchut de Neder Moeder ( Imma Taraah ). De potentie van de wereld ( het zaad van Chochmah )krijgt uiterlijk en individualiteit in de baarmoeder van Binah maar blijft verborgen als een foetus. Daarom wordt Binah de verborgen wereld genoemd ( Alma -Itkassya ). Via de weg van betekenis van de opvolgende Sefirot ( de Midot ), wordt Binah, “de verborgen wereld”, ingeplant in de baarmoeder van Malchut en vandaar uitgaande gemanifesteerd tot het zijn. Vandaar dat Malchut ” de wereld van het Manifest”( Alma de -Itgalya ) genoemd wordt. Malchut is de mond van G’D, de wereld van de Eeuwige en de Adem van Zijn Mond waardoor de wereld tot werkelijkheid kwam, een manifestatie van het zijn. Zoals Chochmah een potentieel is wat is, zo wordt Malchut genoemd dat wat is.

In Malchut is het potentiele uiteindelijk geactualiseerd. Door Malchut manifesteert zich alles tot zijn. In feite verwoordt de eigenschap Malchut zijn karakteristiek zelf. Want het is door Malchut dat de gezindheid van Weldadigheid tot weldadigheid kan worden geactualiseerd : een wereld en creaturen komen tot zijn.

De Wereld en zijn creaturen bepalen de aanstaande ontvangers van G`D’s weldadigheid.

Zij maken het mogelijk om te spreken over een G`ddelijk koningschap als ” Er kan geen Koning zijn zonder een volk”.

Wanneer eindige wezens tot zijn komen door de Sefirot van Malchut, de G`ddelijke eigenschap van Koningschap, Soevereiniteit , worden zij betekenisvol en echt. Dus Malchut is de origine van de openbaring van het licht van de En Sof welke zich uitstrekt tot, en licht werpt op de wereld en zijn creaturen in een ” openbarende ” wijze. Deze bron bereikt elk individueel wezen dat er ontvankelijk voor is, het bijzondere licht en vitaliteit houden het bezielde leven in stand . Dat is de reden dat Malchut identiek is aan de Shechinah , de G`ddelijke inwonende aanwezigheid of ’t zijn in.

IGGULIM EN YOSHER; “HET LICHAAM VAN DE SEFIROT”

Er zijn twee basisstelsels in de uitvloeiingen van de Sefirot of G`ddelijke lichten na de verhulling van tzimtzum. Zoals is behandeld in het hoofdstuk van Tzimtzum, werd het G`ddlijke Licht gemanifesteerd in de sfeer van de oer ruimte ( chalal ) door wijze van de kaf, de “lijn” of straal van licht die afkomt van de Or En Sof , binnendringend tot in het aller binnenste van de chalal. Deze kav strekte zich niet uit van een cirkel naar een centraal punt in een directe en complete manifestatie, maar geleidelijk. Dat houdt in, meteen na het binnendringen van de chalal wentelt het evenwijdig met de omtrek van de chalal, rond het binnenste van chalal, dus een concentrische sfeer binnen de chalal installerend. Deze concentrische sfeer van gedimd Or En Sof heet Keter.

Daarna werd de kaf iets verder uitgebreid, opnieuw alleen gedeeltelijk, om het zelfde proces te herhalen: een nieuwe omwenteling rond de chalal vormt een ander concentrische sfeer onmiddellijk onder dat van Keter.

Deze nieuwe sfeer is Chochma. En op deze wijze werd de kaf steeds verder uitgebreid, geleidelijk neerkomend tot tot in het centrum van de chalal, uitbreidend en wentelend ,cirkels binnen cirkels, tot aan de tien concentrische sferen waren gevormd, namelijk die van Malchut, in het absolute centrum van de chalal. Dus elk van deze sferen zijn een gevolg van de voorgaande, met een successievelijk dimmen van het licht zodat elk te onderscheiden is van elkaar. Dit is het stelsel van iggulim ( cirkels, of concentrische sferen ). In dit beginstelsel van Iggulim zijn de Sefirot als rokken van ’n ui, de een na de andere, of zoals een brein omsloten door velen membranen ,de een over de ander. Het veelbetekenend punt van dit stelsel is dat alle essentiële Sefirot alleen onderling gerelateerd zijn in termen van een successievelijk proces : de een vloeit over in de ander maar elk blijft een afzonderlijke werkelijkheid, een autonome sfeer.

Volgend als tweede uit het stelsel van de uitvloeiende Sefirot isYoshe, “zoals de verschijning van een rechtopstaand mens”, dat wil zeggen, “Analoog tot de mens die bestaat uit een aantal organen die op bepaalde niveaus op zich zelf functioneren maar die elkaar aanvullen en perfectioneren en toch samen een lichaam vormen.

Deze analoog dient om de volledige onderlinge verbinding tussen de Sefirot van Yoshe aan te geven ( juist zoals de organen onderling gerelateerd zijn met elkaar om een enkel lichaam te vormen ) te onderstrepen en de unieke karakteristiek van elk vast te houden. Dus in het stelsel van Yoshe zijn de Sefirot niet simpelweg vermogens of bestanddelen die onafhankelijk zijn van elkaar, maar zij vormen een essentieel verenigd lichaam. De analoog vervolgt verder door specifieke Sefirot aan specifieke organen of ledematen te relateren in het Lichaam of Vorm ( Partzuf ) van de Mens: Chomah, Binah en Da’at, in de uitgebreide zin, zijn de drie verstandelijke vermogens in het hoofd van de mens. Om precies te zijn, Chachah correspondeert aan het verstand in het algemeen, m.a.w. de bron van denken en intellect. Binah correspondeert aan het hart, de zetel van het begrip. Chesed is de rechter arm, Gevurah de linker. Tiferet is het lichaam, mengend, interveniërend en bemiddelend tussen de aspecten van Chesed en Gevurah.

Netzach is het rechterbeen of dij terwijl Hod het linkerbeen of dij is, tezamen ondersteunen zij het lichaam en leiden het naar zijn bestemming.

Yesod is het orgaan van voortplanting door welke de uitstromingen van de hogere Sefirot uitkomen tot in Malchut om een manifeste creatie over te brengen. Als Malchut het gemanifesteerde aspect is, correspondeert het, zo als het al zegt, naar de mond, het orgaan van spreken, betekenend dat de innerlijke gedachten en emotionele geaardheid van de spreker expressie en gestalten hebben gekregen. Keter is de alomvattende kroon, dus gerelateerd, nochtans onafhankelijk, aan het lichaam; specifieker, in de context van de mens-metafoor wordt vaak verwezen naar de schedel als zijnde de omvatting ( dus te boven gaan ) van het brein.

Zo als al eerder vermeld belicht het stelsel van Yosher niet alleen de functies van de Sefirot maar ook hun onderlinge verwantschap als een eenheid of lichaam. Ondanks de locaties van de “fysieke bijbehorende delen” in het lichaam van de mens, worden de Sefirot vaak geïllustreerd op een manier die drie lijnen weergeeft, rechts, links, centrum. Dit wordt gedaan door Chochma aan de rechter kant te plaatsen, in lijn met, maar boven Chesed en Nedzach, en Binah te plaatsen aan de linker kant, in lijn met, maar boven Gevurah en Hod. Dus hebben we drie nieuwe triaden: 1. Chochma-Chesed-Netzach, op de rechter zijde, de “zijde van Chesed“, omdat er een natuurlijke verwantschap is tussen deze drie ( Chesed is een vertakking van Chochma en Netzach een vertakking van Chesed ); 2. Binah-Gevurah-Hod aan de linker zijde, de ” zijde van Gevurah,” omdat er een natuurlijke verwantschap is tussen de drie ( Gevurah is een vertakking van Binah, en Hod een vertakking van Gevurah ); 3. Keter- Tiferet-Yasod-Malchut in het midden, het symboliek van het centrale, zij zijn de bemiddelende of alles omvattende harmoniserende bestanddelen.

Evenzo in dit stelsel van Yosher spreken we van de eigenschap van Da’at Elyon de bovenaardse Da’at . Deze eigenschap, een vertakking of afleiding van Keter, het verenigde principe van Chochma en Binah, zal dus geplaatst worden in de middenlijn als een apex van de triade Chochma-Binah-Da’at.

De volledige betekenis van deze twee stelsels Iggulim en Yosher zal later naar boven komen in de contex van Shevirat Hakelim, Parzufim en Tohu en Tikun.

DE ORDE VAN DE SEFIROT 4

Aanbevolen wordt om eerst de introductie “De Goddelijke Manifestatie” en De orde van de Sefirot 1+2+3 te lezen op onze website onder de studie Kabbala en Chassidisme en e.v. het Archief.

NETZACH – HOD – YESOD

Ook deze drie Sefirot vormen een triade, en wel bekend onder het acrostichon NeHY. De karakteristieke basisbetekenis van hun relatie is, dat Netzach, Hod en Yasod een vergaarplaats zijn voor Chesed, Gevura en Tiferet. Met andere woorden, deze drie “lagere” Midot dienen als instrumenten, vaten, of kanalen door welke de bovengenoemde “hogere”

Midot hun feitelijke toepassing en doel kunnen bereiken. Dit betekent niet dat NeHY identiek is aan ChaGaT, Netzach is slechts een vertakkend kanaal van Chesed, Hod van Gevura en Yesod van Tiferet.

Chesed, Gevura, Tiferet zijn de absolute essentie van de eigenschappen die zij vertegenwoordigen en worden direct beïnvloed en gestuurd door Chochma, Binah, Da’at . Zodra de eigenschappen van ChaGaT zijn gerealiseerd door ChaBaD, vormen zij een ordening om zichzelf te actualiseren. Deze ordeningen worden niet langer gestuurd, beïnvloed of gecontroleerd door ChaBaD maar zijn de supra-rationeel rangschikkingen welke zoeken naar hun logische conclusies om de eigenschappen van ChaGaT te dragen. Deze ordeningen zijn Netzach, Hod en Yasod welke, als het ware, handelen op eenvoudig vertrouwen of ” mechanisme”, eerder dan op de stimulus van redelijkheid (Segel), zoals ChaGaT doet.

Aldus, ondanks hun vereenzelviging als vertakkingen of afleidingen met hun voorgangers, is Netzach zelf niet proportioneel identiek aan Chesed, noch Gevura aan Hod en noch Yasod aan Tiveret. Want vanaf hun ontwikkeling door de verstandelijke eigenschap van Tiferet welke beide Chesed en Gevura in zich draagt, bezit Netzach niet de eenvoudige intensiteit van Chesed, noch Hod dat van Gevura. Evenzo met Yesod, ofschoon het bemiddeld tussen Netzach en Hod als Tiferet bemiddeld tussen Chesed en Gevurah voor de bovengenoemde redenen, verschilt het van Tiferet niet alleen in intensiteit, maar meer in significatie, omdat het neigt richting Hod ( de kant van Gevurah ) terwijl Tiferet, zoals we hebben gezien, neigt richting Chesed.

Van de andere kant gezien, is het voor Netzach, door Tiferet, eveneens mogelijk om de positieve toepassingen en aspecten van Gevurah te ontvangen terwijl Hod de mogelijkheid heeft om de vloeiing van Chesed te ontvangen dus matigt zijn aspect de strengheid van Gavurah.

Een ander substantieel verschil is het volgende. In tegenstelling tot de andere Midot gaan Netzach en Hod gewoonlijk samen als een paar, daarin tegen refereert de Zohar tot hen als “de twee helften van een lichaam, zoals tweelingen”. En gelijktijdig zijn de woorden ook inter gerelateerd.

In deze context en in het licht van het voorgenoemde, worden Netzach en Hod genoemd de “dragers van de hogere Sefirot” analoog aan de lendenen, dijen of benen van het lichaam van de mens welke het lichaam ondersteunen en rechthouden ( inclusief het hoofd ). Vandaar worden zij gezien als zijnde buiten het lichaam zelf, m.a.w. buiten het lichaam van ChaBaD en ChaGaT, ofschoon zij het lichaam ondersteunen, leiden zij het naar zijn bestemming in het algemeen en kanaliseren Chesed en Gevurah in het bijzonder. Dus zijn zij, zo als eerder is aangehaald, op het niveau van activiteit, direct betrokken met de ultieme uitvloeiing van Chesed en Gevurah. In het metafoor van de mensanaloog zijn Netzach en Hod de “nieren die adviseren”. Dat wil zeggen, dat de hogere Midot met de maximale intensiteit geactiveerd moeten worden zodat zij juist en nuttig zijn. Bijvoorbeeld, wanneer een vader probeert aan zijn zoon een intellectuele onderwerp duidelijk te maken, kan hij dit niet simpel weg doen zoals ze zijn in zijn gedachte. De vader heeft de feiten reeds overdacht; zij zijn hem geheel duidelijk; hij begrijpt ze volkomen. Maar wanneer hij nu zijn zoon confronteert met deze materie (in zijn feitelijke totaliteit, in hem zelf ) zonder lagere redenatie, aangepast aan het niveau van het kind, zal de laatstgenoemde niet in staat zijn om de materie te absorberen, laat staan te begrijpen. Als de informatie effectief is overgebracht, dient de vader ook in overweging te nemen het beperkte geestvermogen van het kind en hem daarvan uit te onderwijzen.

Twee dingen moeten in acht genomen worden : aan de ene kant het kind zoveel mogelijk te leren ( het begrip Chesed )en van de andere kant het terughouden van hetgeen wat het niet kan opnemen (het begrip Gevurah).

Deze in achtnemingen, de zorgvuldige afwegingen van de vader en de ordening van de feiten in een redenering zodat het kind in staat is om het effectief te bevatten, zijn de functies van Netzach en Hod.

Dus Netzach representeert de eigenschap van Uithoudingsvermogen, in de zin van weerstand tegen, heersen en veroveren, al dat, dat onthouden of belemmerd zou worden ( m.a.w. de aspecten van Gavurah ) met de stroom van de Goddelijke Barmhartigheid ( Chesed ). Hod streeft naar beheersing, de toegang van absorptie, om de Goddelijke Majesteitelijke Pracht voor verspreiding in de overvloedige Barmhartigheid ( Chesed ) te beschermen.

Om verder te gaan met de bovengenoemde metafoor: Als het verstand van de vader niet ingesteld is om zijn zoon te onderwijzen, kan de zoon niet een werkzame ontvanger zijn voor de kennis van zijn vader. Als het volledig overbrengen en effectief duidelijk maken van de informatie tot stand is gebracht, verlangt dat niet alleen een verhelderende uitleg en presentatie van de feiten, geproportioneerd aan de capaciteiten van de student, maar ook, en niet minder belangrijk, een innerlijke band tussen de leraar en de student-ontvanger. Het is niet toereikend voor de vader om zichzelf tijdelijk op het niveau van zijn zoon te plaatsen, maar moet hij als het ware ( de afweging van Netzach en Hod ),een middel van communicatie creëren, hij moet zichzelf met zijn zoon verenigen, een band tussen hen creëren. In feite hangt de gehele verhelderende verklarende uitleg af van deze band.

Het verstand van de vader moet zich geheel instellen op het onderwijzen van zijn zoon, hij moet hem willen onderwijzen. En hoe groter de wil en verlangen van de vader is om te onderwijzen, voortkomend uit de liefde van de vader voor zijn zoon, des te intenser is de verenigde band tussen de twee, en des te groter en intenser is de werkzaamheid van de inspanning van de vader. Als de zoon de verkondigde feiten zou horen op het niveau van de vader, zou hij zeker enige elementen van de informatie kunnen vatten, vooral wanneer zijn vader het duidelijk in detail uitdrukt. Maar deze andere manier om kennis te vergaren is op geen enkele wijze te vergelijken met de meer diepgaande kennis die hij zou vergaren door de directe onderwijzing van zijn vaders bereidwilligheid en liefde. Die band, die Uitvloeier en ontvanger verenigd, is de eigenschap van Yasod.

Zoals Tiferet bemiddelt tussen Chesed en Gevurah zo bemiddelt, stelt samen, en mengt Yesod, Netzach en Hod.

Het harmonische principe van deze derde actieve Siferot stelt bovendien in hen ( Netzach en Hod )samen de voorgaande essentiële Sefirot, Yesod is het mengkanaal van alle voorgaande Siferot, alle Siferot gieten hun licht uit in Yasod en Yasod dient als het alles omvattend principe, verenigd hemel en aarde en maakt het mogelijk de uitstromingen van de Siferot effectief tot in de creaturen te laten komen. Daarom is Yasod het Fundament van de schepping.

DE ORDE VAN DE SEFIROT 3

Aanbevolen wordt om eerst de introductie “De Goddelijke Manifestatie” en De orde van de Sefirot 1+2 te lezen op onze website onder de studie Kabbala en Chassidisme in het Archief.

CHESED-GEVURAH-TIFERET

Chesed betekent liefdadigheid in de zin van absoluut, onvoorwaardelijk, ongegrond en ongelimiteerde vrijgevigheid, welwillendheid. Het is de totale kristallisatie van de ordening in het verlenen van goedheid en liefdadigheid in het gehele belang van liefdadigheid, ongeacht van de verdienste van de ontvanger.

Het is de eigenschap of de aard die ten grondslag ligt in de schepping, om de Goddelijke gunst aan de ontvangers over te brengen, daarom is geschreven “De wereld is gebouwd door Chesed” (psalm 89:3).Dat is als het ware inherent aan de aard van de weldoener om actief wel te doen, iets dat potentieel aanwezig is, tot werking brengen, G`D bracht het zijn –ex nihilo– de wereld en alle creaturen. De schepping is om die rede dus, een handeling van Chesed en het is dus vanuit deze eigenschap dat de Goddelijke levenskracht, de gehele schepping animeert en laat voortkomen. De implicatie van Chesed ( schepping en zijn ononderbroken voedselbodem ) is een manifestatie van de oneindige liefdadigheid ( Chesed ) die de essentie van G`D is. Echter, de straling van de Goddelijke Chesed is zo grenzeloos als zijn Bron, terwijl de creaturen welke zij laat voortkomen gelimiteerd en eindig zijn.

De eindige creaturen hebben niet de mogelijkheid om het te absorberen zij kunnen de overvloedige en krachtige straling van Goddelijke Chesed niet verdragen. Blootstelling, zou als gevolg hebben, dat men er in genullificeerd wordt, ophoudt te bestaan. Chesed benodigd te worden gecontroleerd, beteugelt en zijn kracht volledig afgeschermd, verhuld, gelimiteerd. Dit wordt teweeg gebracht door Gevurah.

Gevurah betekent Macht of Kracht in de zin van strengheid. Het is de eigenschap van Din ( Wet en Oordeel ). Din eist dat Chesed rechtvaardig wordt gedistribueerd, m.a.w. in proportie aan de aanstaande verdienste van de ontvanger en niet in een ongebonden, ongegronde vorm. Het is dus het principe dat zoekt naar controle, limitatie en beperking.

Gevurah impliceert Tzimtzum, samentrekking, terugtrekking, verhulling en limitatie van de Goddelijke uitvloeiing. In zichzelf, vormen Chesed en Gevurah een antinomie, zoals volkomen tegenovergestelde principes, want Gevurah zoekt naar preventie, geheel of gedeeltelijk, van de uitstroming Chesed.

Op die manier is van de strengheid van Gevurah eveneens afgeleid het streng Goddelijke oordeel.

Maar dat wil niet zeggen dat Gevurah een strikt negatief concept is, in tegendeel, zijnde een deel van de Goddelijke eigenschappen, moet het gezien worden als een positieve bijdrage. In feite, de Goddelijke gunst gestuurd door Gevurah laat een exclusief duidelijk voordeel toe. In het bijzonder tot de context van de handeling van de schepping, Gevurah –waarlijk, zoals uitgedrukt door Tzimtzum–is, een effect, een expressie van de Goddelijke liefde en begunstiging. Want, zoals we hebben gezien, maakt Tzimtzum het mogelijk voor G`D`s creaturen om te existeren en in leven te blijven. Echter, dit is niet het geval als Gevurah uitsluitend dominant was. Juist zoals Chesed op zichzelf het onmogelijk zou maken voor de schepping om te overleven, zou Gevurah op zichzelf verhinderen de existentie van de schepping. Maar tezamen zijn Chesed en Gevurah Goddelijke Eigenschappen in absolute eenheid met de Goddelijke essentie, geen van beide zijn gesepareerde principes, evenmin werken ze elkaar tegen. Zij zijn instaat succesvol te functioneren door een bemiddelende eigenschap, De Goddelijke Eigenschap van Tiferet. Tiferet harmoniseert en mengt de vrije uitvloeiing van Chesed met de strenge Tzimtzum van Gevurah. Het mengt hen op zo een manier dat Chesed nog steeds uitstroomt, een limitatie door Gevurah om als het ware Chesed verdraaglijk te maken, m.a.w., zodat de creaturen gecontinueerd mogen worden om te existeren onderwijl zelfs voordeel halen van Chesed. Tiferet, daarom, is niet een gelijk mengsel maar neigt richting Chesed. De kwaliteitsbeschrijving voor deze Sefirah wordt genoemd Tiferet, schoonheid:het mengt de verschillende kleuren van Chesed en Gevurah, en de kleuren harmonie van deze eigenschap maken het mooi ( Tiferet ).De verhouding tussen deze drie Sefirot is duidelijk zichtbaar. Daarom vormen zij samen een triade refererend aan het acrostichon ChaGa T.

Dus, deze drie zijn de basis of essentiële Midot waarvan in relatie de anderen zijn afgeleid zoals we zullen zien in de volgende gedeeltes .Want al de Midot zijn, hetzij een aspect van Chesed ( van uitvloeiing aftakking ) of van Gevurah (van Terugtrekking en beperking ) of een aspect van Tiferet ( van een harmonieuze mengeling van de eerstgenoemde twee aspecten ). Bovendien, wordt vrij veel van Tiferet alleen gesproken als zijnde het principe van de Midotomdat het zichzelf vermengt binnen het basiskarakter van de Midot.

Er zijn een aantal termen die vaak voorkomen als synoniems voor deze drie Midot .Chesed heet Gedulah ( Groots: Grootsheid ) omdat het uitdrukt Grootsheid ( welwillendheid, Gunst ) van G`D; Gevurah is synoniem met Din ( wet en oordeel ), en Tiferet met Rachamin ( medelijden, begaan zijn met, barmhartigheid ). Rachamim, de Goddelijke barmhartigheid is het harmoniserende principe dat de excessieve Chesed beteugeld en de strenge Gevurah matigt, en dus het Goddelijk plan van de schepping mogelijk maakt en de ” Plaatsing van de Gunst naar zijn Begunstigde ” verwezenlijkt.

In deze context heet Tiferet ook Emet ( Waarheid ). Evenzo, zijn er frequente referenties naar verschillende andere factoren, welke corresponderen naar deze Midot , als ook naar de andere Sefirot. Dus de zeven Midot hebben corresponderende entiteiten met de zeven overheersende personages van het schrift die gerefereerd zijn aan de ” Vaders van het Universum “: Abraham, Izaak, Jakob, Jozef, Mozes, Aaron en David. Elk van deze, naar hun individuele positie, aard en wijze van dienst, correspondeert met één van de Midot. De meest voorkomende verwijzing en de enige die ons aangaan zijn de drie Patriarchen zoals zij corresponderen tot de eerste drie Midot. Dus Abraham representeert Chesed omdat zijn inclinatie en handelingen goedheid, vriendelijkheid en liefdadigheid uitdrukken tot in de hoogste graad. Izaak symboliseert Gevurah omdat deze eigenschap het meest dominant was in hem. Jakob representeert Tiferet omdat hij de Chesed van zijn grootvader en de Gevurah van zijn vader combineerde.

DE ORDE VAN DE SEFIROT 2

Aanbevolen wordt om eerst de introductie “De Goddelijke Manifestatie” en “De orde van de Sefirot 1″ te lezen op deze website onder de studie Kabbala en Chassidisme in het Archief.

Binah is de reële expansie en verheldering van Chochmah . Chochmah is bezield in Binah en ” kan uitsluitend gekend worden door Binah “. De standaard verklaring van de functie van Binah is ” Om te begrijpen of af te leiden een kwestie vanuit een andere kwestie “.

Onder de letters van het Tetragrammaton is Binah vertegenwoordigd door de Hè. In tegenstelling tot de simpele non dimensionale punt joed, is de Hè een meer concretere letter: het heeft dimensies van lengte en breedte en geeft aan de dimensies van verklaring, begrip, manifestatie. Daarvoor refereert de Zohar tot de Sefirot van Chochma en Binah als ” De punt ( Chochmah ) in het paleis (Binah) “symboliserend de betekenis van deze categorieën en hun relatie.

Chochma en Binah zijn echter op zich zelf abstract. Het concept is daar en het is helder in de geest. Maar het is alleen in de geest, intern, terwijl het extern onhoorbaar en onzichtbaar is. Op zich zelf, in de geest, leidt het niet tot enige conclusie, het is niet volledig te realiseren. Het concept, wijsheid begrip, is een potentiele kracht die noodzakelijk is, maar is tot nu toe nog niet geactualiseerd.

Bovendien strikt gesproken zijn Chochma en Binah twee separate geestvermogens: de intuïtieve flits van intellectuele waarneming ( Cochmah ) mag daar zijn en ook het vermogen van inductie-deductie–( Binah), het verstandelijke vermogen van de flits. Maar hoe gaan zij te samen ? Hoe komt de “punt” tot, extern en bezield, in het ” Paleis “?

Deze twee staten- het verbond van Chochmah met Binah, en de praktische implementatie van het bezield concept ,worden bewerkstelligd en verwezenlijkt door het verstandelijk vermogen Da`at.

Echter, juist als we spreken van twee staten, bewerkstelling of “werkingen” op twee verschillende niveaus, zo moeten we ook spreken over twee categorieën van Da`at. Da`at op twee vlakken: Da`at Elyon ( opper of Superieur Da`at ) en Da`at Tachton ( lager of inferieur Da`at ). De Etymologische betekenis van Da`at is verbinding of vereniging. Dus Da`at is het verenigde principe dat de verstandelijke vermogens van Chochmah en Binah samen brengt en verbindt.

Dit verbindende principe heet Da`at Elyon, want het reikt uit boven Chochmah en Binah; het is een directe afleiding of aspect van Keter, de Bovennatuurlijke Wil die verlangt en zoekt–en vandaar in staat is te bewerkstelligen–de verbintenis van Chochmah en Binah

Maar wat deze verbintenis tot stand brengt, is, dat het op zichzelf slechts een middel is, een doel naar een verder eind, om tot uitvoer te brengen of aan te brengen, toe te passen, de vervulling van het concept van Chochmah, dat is bezield in Binah. Het beheersen van wijsheid en zelfs begrip, betekent nog niet dat het in werkelijkheid wordt uitgevoerd en toegepast in de praktijk.

Het is niet alleen nodig dat het principe van wijsheid wordt begrepen maar ook wordt gevoeld en bezinning brengt. Het moet geleid en gestuurd worden naar de emotieve eigenschappen zodat zij zullen handelen in termen van gepaste karakter-neigingen: om te zoeken of na te streven dat wat wijsheid ingeeft, en mijden dat wat wijsheid aangeeft als wat vermeden moet worden.

Deze diepzinnige innerlijke concentratie op, en toewijden tot, de Chochmah bezield in Binah, dit persoonlijke zintuiglijke gevoel ( Hargashah), is het verstandelijke vermogen van Da`At Tachton. Het is voortdurende gepreoccupeerdheid in het concept van het begrijpen totdat een intense verbintenis verwezenlijkt is tussen het intellect en de emoties ( Segel en Midot ) en het idee gebracht is tot de logische conclusie in praktische toepassing.

DE ORDE VAN DE SEFIROT

Alvorens verder te gaan met het volgende onderwerp “De Sefirot” van onze studie Kabbala en Chassidime, adviseren wij de inleidende uitleg “De G’ddelijke manifestatie” te lezen. Dit is de voorgaande publicatie in deze reeks en is te vinden in het ARCHIEF op de website van Beth HaMidrash.

DE ORDE VAN DE SEFIROT

De Sefirot, de fundamentele krachten of goddelijke energiekanalen, zijn tien sferen of klassen in de volgende orde: Keter, kroon; Chochmah, wijsheid; Binah, begrip, inzicht; Chesed, liefdadigheid, goedheid; Gevoerah, kracht, macht; Tiferet, schoonheid; Netzach, duurzaamheid; Hod, pracht, glorie; Jesod, fundatie; Malchut, soevereiniteit, koningschap. In sommige schema’s is Keter uit de orde weggelaten, de redenen zullen verder in deze studie worden besproken en verklaard; deze schema’s nemen Chochmah als de eerste van de tien en plaatsen Da’at ( kennen, weten, begrijpen ) als een Sefira na Binah.

De totale orde van de Sefirot is gewoonlijk verdeeld in twee groepen, refererend naar en als “de drie moeders en de zeven veelvoudigen.”. Dit houdt in dat de eerste drie Sefirot, de Immot ( de Moeders ) principaal zijn en waardoor de andere zeven Sefirot verschijnen.

Beginnend met de triade van de eerste drie Sefirot, Chochmah, die ook Sechel ( Intellect ) genoemd wordt, heten de andere zeven Sefirot,. Midot (Kenmerken van: Emotionele eigenschappen ).

Een ander onderscheid in het noemen van de eerste drie is de “Drie Rishonot” ( de drie eersten , of in begrip van tijd, de drie hogere ) en de andere zeven de “Zeven Lagere”.

De “Zeven Lagere” zijn onderverdeeld in twee triades van Chesed- Gevoerah-Tiferet en Netzach- Hod- Jesod ( deze zes samen worden genoemd de “zes Ketzavot” de “zes uitersten” ) en als laatste, de eenling van Malchut. Er zijn nog een aantal andere groepen en verwijzingen, gebundeld in de mystieke geschriften, sommigen zullen wij ontmoeten in de volgende verklarende hoofdstukken, de boven genoemde zijn in principe het meest gewoonlijk.

KETER

Keter is het hoogste sfeerniveau van de Sefirot. De term zelf dankt haar betekenis aan: als een kroon op het hoofd en als hoogste begrenzing, zodat Keter de absolute top is van alle Sefirot en hun allen omsluit. De analogie gaat als volgt verder: zoals de kroon niet een deel van het hoofd en van het lichaam is, maar zich er van onderscheidt, onderscheidt Keter zich in essentie van de andere Sefirot. Het is het eerste uitvloeisel en als zodanig de “Laagste level als het ware van de uitvloeier “. Daarom wordt Keter Temira de chol Temirin ( het meest verhulde van alle verhulden, en gerelateerd aan ayin nullificatie

Deze termen geven de rang aan van de totale spirituele verhulling van Keter, geldend aan zijn opperste verhevenheid. Keter is zo subliem en verhuld dat niets er van kan worden gezegd of verondersteld.

Daarom wendt de Zohar zich tot Ben Sira`s uitspraak”zoek niet de dingen die jou te buiten gaan en onderzoek niet de dingen die verborgen zijn voor jou”.

De andere Sefirot zijn soms vertegenwoordigt door verschillende letters van het alfabet, geen letter kan echter een beschrijving vertegenwoordigen van Keter.

Daarom is Keter soms uitgesloten van het schema van de Sefirot. Het is te subliem om er deel van uit te maken. Het is een categorie en klasse in zichzelf.

In feite wordt het genoemd de “Intermediaire” tussen de En Sof en Sefirot, de kloof als het ware overbruggend: het is de “de laagste level” van het licht van de EN Sof ,waarvan uit voortkomt de successievelijk Goddelijke uitvloeisels ( zijnde de absolute oorsprong of ziel van de Sefirot ).

Keter vertegenwoordigt het “werktuig” van de Goddelijke manifestatie en wordt als zodanig genoemd Radson Ha`Eljon (opperste of onpeilbare wil ) van G`D, niet een bijzondere Wil gericht op een specifiek doel, maar de originele Goddelijke Wil ( Radson ) de grondslag van de creatieve Wil, het is de Wil van allen Willen, de essensiele Wil welke vooraf gaat aan alle krachten of eigenschappen (m.a.w.) de Sefirot.

CHOCHMAH-BINAH-DA`AT

Deze drie Sefirot vormen een triade, afgekort ChaBaD, analoog aan hun zijn de drie verstandelijke vermogens in het menselijk Intellect met de zelfde namen, m.a.w., wijsheid; inzicht, begrip; kennen, weten. Chochmah is de basis voor de hier na komende eigenschappen.

Dat is de rede dat het Reishit ( begin) genoemd wordt. Chochmah representeert de eerste creatieve activiteit van G`D; het is het initiaal Goddelijke instrument van de eigenlijke schepping.

De En Sof, door bemiddeling van Keter, is “gekleed” in Chochmah, van daar uit begint de schepping.

Daarom is geschreven “U heeft hen allen gemaakt be-Chochmah ;” en “De Oneindige heeft de wereld gefundeerd be-Chochmah”( Ps.104:24;Spr.3:19 ). Be-Chochmah kan op twee onderling verbonden wijzen worden vertaald, beiden zijn van belang in onze context. De eerste strekking is met of door Chochmah; m.a.w. Chochma is het instrument en Hylo van de schepping.

Alles komt voort uit Chochmah; Chochmah is inherent aan alles ( hoewel in immer toenemende verhulling) en brengt alles tot leven, zo als staat geschreven “Chochmah geeft leven aan diegenen die het hebben (prediker 7:12).

De tweede strekking is in Chochma. Dit betekend dat in Chochma is gefundeerd de schepping , en de mogelijkheid van alles wat verder van het Zijn bestaat in potentie. Dus het woord Chochma vertolkt de betekenis ” het potentiële ” of van “Wat Is “. Chochma is het zaad van de schepping, het begin en de eerste openbaring van de schepping. Echter, Chochma is zo geconcentreerd en compact dat het niet bevattend is in zich zelf. In zich zelf is Chochmah een staat van onbegrijpelijkheid ( mocha setima-het verhulde brein ).

Onder de letters van het Tetragrammaton die symbolisch is voor alle Sifirot, wordt Chochmah vertegenwoordigt door de eerste letter, de joed–een klein, simpel, niet te beschrijven puntje; refererend aan “De Tuin Eden” waarover is gezegd “geen oog heeft het gezien “.

Er kan dus weinig gezegd worden over Chochmah , om die reden is Chochma ook gerelateerd aan ayin ( niets ).

De Potentie van Chochma komt vanuit een totale verhulling en krijgt vorm in Binah, de volgende Sefirah. Dit zal begrijpelijker worden door de analogie door te trekken naar de eigenschappen van het menselijk intellect.

Chochmah correspondeert naar een intuïtieve flits van intellectuele illuminatie : het wezenlijke originele idee. Het is het embryonaal idee, de “innerlijke gedachte”, het detail welke nog niet gedifferentieerd en naar buiten is getreden; het is nog niet in een proces, maar intens geconcentreerd in de intuïtieve flits.

Wanneer wordt nagedacht over een idee, krijgen de details en implicatie gestalte en worden geopenbaard; het idee zal worden begrepen. De zelfstandigheid verborgen in de originele flits is dan extern en wordt kenbaar in de geest.

Het verborgen intellect is bevattelijk als een intellectueel waarneembaar object.

Dit is functie en staat van Binah.

(DEZE STUDIE WORDT WEKELIJKS GECONTINUEERD)

DE G`DDELIJKE MANIFESTATIE

Om alvorens verder te gaan (2 september 2001) met het volgend onderwerp “De Sefierot” van onze studie ” Een introductie van Kabbalistische concepten en doctrines”, beginnen wij met een inleidende uitleg.

DE G`DDELIJKE MANIFESTATIE

De Heilige, Gezegend Hij, heeft een onnoemelijk aantal namen. AI deze namen duiden slechts verschillende aspekten aan van de G`ddelijke manifestatie in de wereld, in het bijzonder zoals deze aan mensen kenbaar worden gemaakt. Boven en buiten deze verscheidenheid van aanduidingen is het G`ddelijke wezen zelf, dat geen naam heeft en geen naam kan hebben. Wij noemen dit wezen, of G`d-in-Zichzelf, bij een naam die op zichzelf een paradox is: ‘de Oneindige, (in het hebreeuws; een sof) Gezegend Hij’.

Deze aanduiding is bedoeld om te gebruiken voor het G`ddelijke wezen in zichzelf, dat bij geen enkele andere naam genoemd kan worden omdat de enige naam die voor het ware wezen van God gebruikt kan worden werkelijk alles, zowel het verwijderde en het nabije, moet omvatten. Wij weten dat op het gebied van het abstrakte denken zoals in de wiskunde en de filosofie, oneindigheid datgene is wat niet te meten is en buiten bereik ligt, terwijl de term tegelijkertijd beperkt wordt door zijn eigenlijke definitie, dat het een kwaliteit van iets eindigs is. Er zijn bijvoorbeeld veel dingen in de wereld, zoals getallen, die oneindigheid als een van hun eigenschappen hebben en toch hetzij in hun funktic of doel of in hun eigenlijke aard beperkt zijn. Maar als wij spreken van de Oneindige, Gezegend Hij, bedoelen we de uiterste volmaaktheid en abstraktie, datgene wat alles omvat en boven alle mogelijke grenzen uitstijgt.

Het enige dat we dan over de Eeuwige mogen zeggen, zou het ontkennen van alle eigenschappen betreffen. Want de Eeuwige is boven alles dat in wat voor termen dan ook gevat kan worden – positieve of negatieve. Het is niet alleen onmogelijk om van de Eeuwige te zeggen dat Hij op een of andere manier begrensd is of dat Hij slecht is; men kan zelfs niet het tegenovergestelde zeggen, dat Hij uitgestrekt is of dat Hij goed is. Net zoals Hij geen materie is, is Hij geen geest, noch kan er van Hem gezegd worden dat Hij in enige dimensie bestaat die ons iets zegt. Het dilemma dat door deze betekenis van oneindigheid ontstaat is meer dan een gevolg van het onvermogen van de menselijke geest. Het vertegenwoordigt een eenvoudigweg onoverbrugbare kloof, een kloof die niet door iets wat te omschrijven is overgestoken kan worden.

Het lijkt daardoor of er zich een afgrond uitstrekt tussen G`d en de wereld – niet alleen de stoffelijke wereld van tijd, ruimte en zwaartekracht, maar ook de geestelijke werelden, waarbij het er niet toe doet hoe verheven die zijn, omdat zij beperkt zijn binnen de grenzen van hun eigen definitie. De Schepping wordt zelf een goddelijke paradox.

Om deze afgrond te overbruggen, blijft de Eeuwige doorgaan met het scheppen van de wereld. Zijn scheppen is niet het vormen van iets uit niets, maar het is de daad van de openbaring. De Schepping is een uitstraling van het G`ddelijke licht; zijn geheim is niet het tot stand brengen van iets nieuws maar de omvorming van de G`ddelijke werkelijkheid in iets dat afgebakend en beperkt is – in een wereld. Deze omvorming brengt een proces of een mysterie van samentrekking met zich mee. G`d verbergt Zich en zet daarbij zijn wezenlijke oneindigheid opzij en onthoudt zijn eindeloze licht voor zover dat nodig is opdat de wereld kan bestaan. Binnen het werkelijke G`ddelijke licht kan niets zijn eigen bestaan handhaven; de wereld wordt alleen mogelijk door de bijzondere daad van het goddelijke terugtrekken of samentrekken. Een dergelijk G`ddelijk niet-zijn of een dergelijk verborgen-zijn is dus de elementaire voorwaarde voor het bestaan van datgene wat eindig is.

Toch wordt de wereld, zelfs al verschijnt zij als een eenheid in zichzelf, gevormd en gesteund door de G`ddelijke macht die in dit oerwezen wordt gemanifesteerd. De manifestatie neemt de vorm aan van tien Sefierol, de fundamentele krachten of de goddelijke energiekanalen. En deze Sefierot, die de middelen tot G`ddelijke openbaring zijn, verhouden zich tot het oorspronkelijke G“ddelijke licht zoals het lichaam zich tot de ziel verhoudt; zij zijn een soort instrument of het voertuig om zich uit te drukken, als een wijze van scheppen in een andere dimensie van bestaan. De tien Sefierot kunnen ook als een rangschikking of konfiguratie gezien worden, die lijkt op een rechtopstaande menselijke gestalte waarvan iedere ledemaat met een van de Sefierot overeenkomt. De wereld staat daarom niet in rechtstreekse verbinding met de verborgen G`dheid, die in deze vergelijking lijkt op de ziel in relatie tot het mensbeeld van de Sefierot. De wereld staat eerder in relatie met de G`ddelijke manifestatie in de tien Sefierot, wanneer en hoe deze manifestatie ook optreedt. Net als de ware ziel van een mens, zijn niet-waarneembare zelf, nooit aan anderen wordt geopenbaard maar zichzelf manifesteert door zijn geest, emoties en lichaam, zo wordt het Zelf van G`d niet in Zijn oorspronkelijke essentie geopenbaard, behalve door de tien Sefierot.

De tien Sefierot vormen tesamen een fundamentele en allesomvattende Werkelijkheid. Bovendien is het patroon van deze Werkelijkheid organisch., ieder van de Sefierot heeft een unieke funktie, vult ieder van de anderen aan en is essentieel voor de verwerkelijking of vervulling van de anderen en van het geheel.

Vanwege hun diepzinnige veelzijdigheid, lijken de tien Sefierot in een mysterie gehuld te zijn. En inderdaad hebben ze ieder zo veel ogenschijnlijk niet verbonden betekenisniveaus dat alleen een opsomming van hun namen hun wezen niet voldoende uitdrukt, waarbij nog komt dat de niveaus onverbonden schijnen. Wanneer men zegt dat de eerste Sefiera, Keter (kroon) de oorspronkelijke G`ddelijke wil is en ook de bron van alle verrukking en vreugde, raakt dit slechts de buitenkant. Hetzelfde geldt voor Chogma (wijsheid), dat intuttieve, onmiddellijke kennis is, terwijl Biena (inzicht) meer naar logische analyse neigt. Da’at (kennen, weten) verschilt van beiden; het is niet alleen de opeenstapeling of de optelling van datgene wat bekend is, maar een soort elfde Sefiera, die wel en toch niet bij de tien hoort. Chesed (genade) is de vierde Sefiera en is de onbedwingbare zich uitbreidende impuls of Gedoela (grootheid) van liefde en groei. Gewoera (macht, kracht) is zelfbeheersing en koncentratie, zowel beheersing als angst en vrees, terwijl Tiferet (schoonheid) de kombinatie is van harmonie, waarheid en hartstocht. Netsach (eeuwigheid) is de overwinning of het vermogen om dingen te boven te komen. Hod (majesteit) kan ook als vasthoudendheid of doorzettingsvermogen gezien worden. En jesod (basis) is o.a. het voertuig, de drager van de ene staat naar de andere staat. Malchoet (koninkrijk) de tiende en laatste Sefiera is behalve hoogste gezag of heerschappij, het woord en de uiteindelijke vruchtbodem.

Keter

Biena Chogma

(Da’at)

Gewoera Chesed

Tiferet

Hod Netsach

jesod

Malchoet

AI deze Sefierot zijn oneindig in hun mogelijkheden hoewel zij eindig zijn in hun wezen. Ze verschijnen nooit afzonderlijk, in een zuivere toestand, maar altijd in een of andere kombinatie, in een verscheidenheid van vormen. En iedere enkelvoudige kombinatie of detail van zo’n kombinatie brengt een andere openbaring tot uitdrukking.

De uiteindelijke som van al deze Sefierot in hun onderlinge relatie vormt de permanente verbinding tussen G`d en Zijn wereld. Deze verbinding werkt in feite naar twee richtingen, want de wereld kan antwoorden en ook op zichzelf handelen. Aan de ene kant zijn de tien Sefierot verantwoordelijk voor de universele wet en orde, wat we de werking van de natuur in de werelden zouden kunnen noemen. Als zodanig vermengen zij zich en dalen af, trekken samen en veranderen van vorm terwijl zij van de ene wereld naar de andere gaan, totdat zij onze stoffelijke wereld bereiken, die het eindstation is van de manifestatie van de G`ddelijke macht.

Aan de andere kant zijn de gebeurtenissen in onze wereld voortdurend van invioed op de tien Sefierot en werken in op de aard en kwaliteit van de relaties tussen het neerstromende licht, de neerstromende macht en de ontvangers hiervan.

Een oude allegorie illustreert deze invloed door de wereld voor te stellen als een klein eilandje in het midden van de zee, bewoond door vogels. Om hen van voedsel te voorzien, heeft de koning een ingewikkeld netwerk van kanalen laten aanleggen, waardoor het noodzakelijke voedsel en water stroomt. Zolang de vogels zich gedragen zoals de natuur ze heeft toegerust, zingend en door de lucht vliegend, gaat de stroom van overvloed ononderbroken door. Maar als de vogels in het vuil gaan spelen en in de kanalen gaan pikken, verstoppen de kanalen of raken ontregeld en kunnen niet meer goed funktioneren; de stroom van boven wordt afgebroken. Zo hangt het eiland, dat onze wereld is, ook af van het juist funktioneren van de Sefierot. En wanneer zij verstoord raken, wordt het systeem ontregeld en de faktoren die dit veroorzaken lijden zelf onder de gevolgen.

In deze betekenis is de gehele orde van de Sefierot met zijn wetten van aktie en reaktie in veel opzichten mechanisch. Niettemin kan de mens, die het enige schepsel is dat in het systeem tot vrij handelen in staat is, in het patroon en de werking ervan veranderingen van verschillende omvang veroorzaken. Want alles wat de mens doet, heeft betekenis. Een slechte daad zal in het algemeen een scheuring of negatieve reaktie in het uitgestrekte systeem van de Sefierot veroorzaken, en een goede daad korrigeert of verheft de dingen naar een hoger niveau. ledere reaktie strekt zich uit tot alle werelden en komt in de een of andere vorm terug in de onze, terug op onszelf.

In deze uitgestrekte verheven orde vormen de mitswot - het bestuderen en in praktijk brengen van de Tora, gebed, liefde en inkeer slechts details of richtlijnen. De mitswot leren ons hoe bepaalde daden,

gedachten en manieren van doen op de Sefierot van invloed zijn en een gewenste kombintie van zegen en volheid tevoorschijn brengen, die de wereld beter maken. In feite moet men voor het doen van iedere mitswa bepaalde woorden hardop zeggen – woorden die bedoeld zijn om een grote overvloed van de hogere werelden in ons te doen vloeien teneinde onze zielen te verlichten. Dit betekent dat iedere mitswa een specifiek wezen heeft waardoor hij het systeem van de werelden beinvloedt en een soort verbinding schept tussen de werelden en de mens. Dus zelfs hoewel onze wereld vanuit vele gezichtspunten bekeken klein is, kan hij gezien worden als het kruispunt van alle andere werelden, hoofdzakelijk vanwege deze macht van de menselijke wezens, schepselen die in het bezit zijn van een vrije wil, om de vastgestelde orde van de dingen te veranderen. Het is alsof onze wereld een soort kontrolekamer is van waaruit de tien Sefierot in hun verschillende mogelijke kombinaties in werking gezet kunnen worden.

Een overtreding – een breuk van de orde in het systeem – heeft twee gevolgen. In de eerste plaats veroorzaakt hij een soort kortsluiting en doet de afdaling van de goddelijke volheid afbuigen of vervormt hem. In de tweede plaats stimuleert de schok als gevolg van de kortsluiting de wereld van de Keliepot, de buitenste schillen, en leidt er toe dat zij een negatieve lading krijgen binnen het speciale systeem dat toebehoort aan het leven van de overtreder.

Dit is wat er bedoeld wordt met de beloning en straf die naar men zegt op iedere daad van een menselijk wezen volgt. Niet alleen een daad beroert op deze wijze het systeem van de Sefierot, maar ook een gedachte, een bedoeling, of ieder ander facet van de verschillende roerselen van de menselijke ziel. Wanneer iemand bijvoorbeeld bidt – of hij nu op de voorgeschreven wijze bidt, gericht op de hogere werelden of dat hij in een persoonlijk gebed verzonken is dat hij hardop zegt of alleen maar overpeinst in zijn hart – is hij in staat de orde van de gebeurtenissen te befnvioeden. In feite reiken iemands spontane innerlijke bewegingen, die niets te maken hebben met zijn openlijke daden noch met zijn bewuste gedachten, dikwijls tot hogere niveaus en werken daarop in. Wanneer iemand bijvoorbeeld bij ziekte om genezing bidt, vraagt hij om genade, om een verandering in een uitgestrekt netwerk van systemen: van het vastgelegde systeem dat goed en kwaad als een geheel verdeelt tot die sekundaire en wisselende systemen waarvan het fysieke gebied afstamt met zijn eigen deel aan pijn en ellende. Hij vraagt in andere woorden een her-rangschikking binnen een enorm komplex van in elkaar sluitende ordeningen zowel in de hogere werelden als in de wereld van de natuur.

Dit patroon van G`ddelijke manifestatie en de menselijke relatie ermee kan mechanisch lijken in zijn determinisme, maar in de bijbelse bronnen wordt het met veel meer persoonlijke en symbolische beeldvorming beschreven. Dat wil zeggen dat in de verschillende godsdienstige en filosofische werken van de joodse traditie, een verscheidenheid aan allegorische tekenen en metaforen gebruikt worden om hetzelfde aan te duiden. We Iezen bijvoorbeeld over het oog van G`d dat het aangezicht van de aarde afzoekt; de oren van G`d die alle geluiden horen; over de Heilige, Gezegend Hij, die verheugd of boos is, glimlacht of weent. Dit alles houdt natuurlijk verband met het patroon van Zijn manifestatie door de tien Sefierot in hun verschillende gedaantes zoals de Sefierot, als delen, analoog zijn aan de organen en ledematen van het menselijk lichaam (de mens die naar het evenbeeld van God is gemaakt, zowel naar lichaam als ziel). Zo hebben wij een voorbeeld van de wezenlijke relaties in het universum, en misschien wel tussen de wezens zelf. En we kunnen van de rechterhand van God spreken als de kracht of macht die geeft, die de overvloed uitstort, die helpt en bemint; en we kunnen van de linkerhand spreken als de kracht die steunt en beschermt, klein maakt en straf toedient, en die de harmonie of de levende verbinding tussen alles en iedereen in het systeem van de Sefierot herkent.

Dus ook wanneer de profeten hun verheven visioen van G`d, Zijn openbaring van Zichzelf, in de Sefierot beschrijven, moeten zij het visioen in een menselijke kontekst presenteren om de emotionele betekenis van het visioen voor de mensen waar te maken. Hun beschrijvingen kunnen beschouwd worden als allegorische omlijstingen, waarbij de mens als een metafoor voor de Allerhoogste wordt gebruikt: zowel in de menselijke details als in het denkbeeld dat de mens een volledige eenheid is, een mikrokosmos. De menselijke hand wordt dan analoog aan Chesed (genade), wat in een andere gedaante als water of licht of ieder andere variatie van een symbolische metamorfose voorgesteld kan worden. Daarom kan iemand, wanneer hij bidt of een mits-wa doet en met een hoger systeem in verbinding staat, dat systeem beelden opleggen, metamorfoses van dezelfde hogere kracht, waarbij hij zover gaat dat hij G`d als een menselijke figuur op een troon ziet zitten waarvan iedere trek een openbaring binnen de Sefierot uitdrukt, in verschillende werelden, de een boven de ander.

Zelfs ondanks het feit dat de orde van krachten bijna oneindig is in zijn onmetelijkheid en komplexiteit en mechanisch en automatisch lijkt – en zelfs ondanks het feit dat wat mechanisch lijkt niet alleen de materie en de wetten van de natuur omvat, maar ook de werking van de wetten buiten de natuur, van goed en kwaad, bedoeling en gebed, gedachte en gevoel – wordt deze orde niettemin gevoed met de stroom van de G`ddelijke volheid. En in deze orde is de mens, hoewel hij slechts een heel klein deeltje van het geheel is, ook een doeltreffende en betekenisvolle speler.

Het feit dat de mens slechts een heel klein detail is, een vlekje en minder dan dat vergeleken met de Oneindige, wordt in evenwicht gebracht door het feit dat hij in zijn nietigheid juist degene is die aan ieder deel zijn betekenis verleent. Omdat er, een orde van oorzaken en invloeden en een eerste oorzaak van alle werelden is, kan ieder mens in zijn daden, gedachten en aspiraties elk van deze punten van het bestaan bereiken. Niet alleen is de mens vrij om het systeem te beinvloeden, maar ieder van zijn daden is – in alle werelden, in termen van ruimte en tijd en van de Allerhoogste of de Uiteindelijke Werkelijk-heid – van een onschatbare betekenis. In tegenstelling tot alle automatische krachten van patronen die in de kosmos funktioneren, beweegt alleen de mens zich onafhankelijk binnen het systeem. Alleen hij is belangrijk voor de manifestaties omdat hij hen kan veranderen, hen van het ene naar het andere niveau kan doen bewegen. Bovendien krijgt de mens – omdat hij in twee verschillende werelden verblijft en aan een diepe innerlijke strijd onderhevig is – de kans ver boven het niveau van ons bestaan en de plaats waarin hij zichzelf geestelijk bevindt uit te stijgen en de hogere werelden eindeloos te beinvloe-den. Juist omdat het G`ddelijke als een oneindige, en niet als een eindige kracht wordt begrepen, is alles in de kosmos, klein of groot, slechts een klein deel van het patroon, zodat er geen verschil is in gewicht of zwaarte tussen het ene deel of een ander. De beweging van iemands vinger is net zo belangrijk of onbelangrijk als de ergste ramp, want ten opzichte van de Oneindige zijn ze beide van dezelfde dimensie. Net zoals de Oneindige gedefinieerd kan worden als onbeperkt, in de zin van buiten alles, zo kan Hij ook gedefinieerd worden als dichtbij en alles aanrakend. Dit is het punt van het persoonlijke menselijke kontakt, want ondanks de uitgestrektheid en de orde van al die systemen, kunnen de onafhankelijke daden van de mens – zijn mt’tswot en zijn overtredingen – niet in verband met mechanische daden of aan de andere kant, magische daden verklaard worden. Wanneer men alleen een relatie heeft met de Sefierot, heeft men niet een relatie met iets werkelijks. Want daden of gedachten kunnen niet uit zichzelf werkzaam zijn, los van de Oneindige, Hij die het leven van de werelden is. Alle systemen van de tien Sefierot hebben in zichzelf niets werkelijks, ondanks het feit dat zij de wetten van de natuur, en ook de wetten die daarbuiten vallen, uitvoeren. In relatie tot het Oneindige Licht Zelf zijn zij minder dan niets, gekleed of bedekt door de schijn van iets werkelijks. Zij zijn slechts namen, aanduidingen, vertrekpunten om een relatie aan te gaan maar zij hebben niets wezenlijks in zich. Dit houdt in dat gebed, inkeer, de roep van de mens naar God, zelfs hoewel zij afhankelijk zijn van een begrensd, deterministisch systeem en er dwars doorheen gaan, dit systeem niet beinvloeden en er zich zelfs niet op richten. Wanneer een mens bepaalde hoogten bereikt, leert hij meer over G`d, de orde en de rangschikking van de dingen, de relaties tussen de ene daad en de andere en de macht en betekenis van de wet. Niettemin is de relatie tot het goddelijke uiteindelijk individueel. De relatie van de enkeling is een geheel eigen aangelegenheid door het unieke van zijn zelf en persoonlijkheid en in de afwezigheid van het besef van de oneindige afstand tussen hemzelf en G`d, juist omdat G`d in Zijn oneindige verwijderdheid, buiten enig mogelijk kontakt, Zelf degene is die de wegen en de middelen tot kontakt schept. Daarlangs kan iedere gedachte, iedere huivering van voorgevoel en menselijk verlangen, zijn weg zoeken totdat zij de Eeuwige Zelf, de Oneindige, Gezegend Hij, bereikt.

TZIMTZUM 2

Aldus, “toen het ontstond in de Goddelijke Wil” om de wereld en zijn creaturen voort te brengen, was de eerste handeling in het creatieve proces, het scheppen van ruimte in welke de Goddelijke uitstraling en de uiteindelijke ontwikkeling en de eindige wereld een plaats zou kunnen hebben om te existeren. Deze ‘oer ruimte’ werd voortgebracht door samentrekking of terugtrekking” en concentratie van goddelijkheid in zichzelf: het alomtegenwoordige, oneindige Licht van de En Sof werd ‘teruggetrokken’ tot in zichzelf: dat houdt in, het werd afgeschermd, gedimd, verborgen en verhuld en waar het was gedimd — waar deze verborgenheid en verhulling van het Licht gebeurde—een ‘lege’ plaats, een leegte (makom panoej: chalal) ontwikkelde oer ruimte.

Dit is de handeling van de eerste tzimtzum, de radicale handeling van dilug en kefitzah, als het ware: een handeling van Goddelijke Zelf Beperking, anders gezegd, het tegenovergestelde van openbaring.

Echter letterlijk betekend dit niet dat de chalal leeg en zonder Goddelijke straling is, dat de goddelijke aanwezigheid in letterlijke zich totaal heeft teruggetrokken. Zo een interpretatie zou suggereren een onrechtmatige toekenning van ruimtelijkheid—- stoffelijkheid tot het oneindige——en overtreed het principe van alomtegenwoordige bevestiging in de meest letterlijke zin door Schrift en Traditie. (Er is geen plaats op aarde zonder de Goddelijke aanwezigheid (Shechina). Machilta de Rashbie en Midrash HaGadol-Shamot.)

De chalal is metaforisch gesproken als een leegte, in relatie tot wat is ‘daarboven’ of ‘buiten’ is de chalal: buiten de chalal is er een totale manifestatie van het Or En Sof terwijl binnen de chalal het Licht is verhuld. De En Sof zelf, het lichtgevende (Ma-or) van waar het Licht uit voortkomt , is totaal onaangetast, niet beïnvloed, ongewijzigd door tzimtzum. Tzimtzum gerelateerd alleen naar het Licht van de En Sof . Bovendien, zelfs in Het Licht per se hoe dan ook is geen echte verandering: het is niet verminderd noch verwijderd maar slechts verhuld. Maar zelfs deze verhulling en verborgenheid is strikt genomen uiterst relatief: relatief aan de leegte en haar aansluitende inhoudelijken, zonder—strikt genomen—het Licht zelf in enig opzicht te affecteren. Bovendien, in relatie tot de leegte is er een absolute en totale terugtrekking: enig residu of spoor (reshimoe) van het Licht blijft in de chalal. Ondanks al deze quotaties en metaforische interpretaties van terugtrekken van het Licht, is deze eerste handeling van tzimzum een radicale sprong (dilug) dat creëert de mogelijkheid voor het plaatsvinden van een gradueelproces en evolutie van uitvloeiing en om te culmineren in het creëren van eindigheid en materiele eenheden.

De principieel doelstelling van tzimtzum is om een chalal te creëren waarin de Goddelijke creaturen in staat zullen zijn om te kunnen existeren en in leven blijven, in tegenstelling tot het opgaan in de Goddelijke Almacht. De oneindige staling van het Goddelijk Licht gedimd en verhuld als het ware zal nu niet langer opnemen en nullificeren de inhoudelijken van de chalal op een manier zoals bijvoorbeeld, dat een vonk totaal geconsumeerd en nullificeerd wordt in de vlam zelf, of hoe bijvoorbeeld het licht van een kandelaar zou worden geabsorbeerd en nullificeerd in het intense licht van de zon.

In de tweede fase van het scheppende proces wordt een open straal of straling van het Goddelijke Licht voortgebracht in de oer ruimte. Deze dunne straal of ‘Lijn’ (kav) bestraald de chalal en is de bron van de opeenvolgende uitvloeiing of uit stromingen: beide zijn de scheppende en leven gevende kracht van de schepping (chalal en Lijn); het is de immanentie van G`D in de schepping terwijl het verhullende Licht de alles omvattende transcendentie is van G`D innemend de gehele schepping. Echter ondergaat de kaf zelf ook een reeks van talrijke successievelijk samentrekkingen en verhullingen. Elk van deze samentrekkingen en verhullingen maken het mogelijk om een successievelijk lagere fase of schepping te doen laten plaats vinden om uiteindelijk culminerend in de laagste fase, vertegenwoordigend door deze eindige, materiele en pluralistische wereld. Het is via deze kav dat het proces van successievelijk uitvloeiing en causale ontwikkeling plaats vindt. Anders dan de eerste tzimtzum —- welke wijze is door dilug (‘sprong’) kan van deze ontwikkeling en evolutie gesproken worden als zijnde gradueel en causaal.

TZIMTZUM

Een van de theologische basisproblemen handelt over het in overeenstemming brengen van het schijnbare mysterie van G`D met het universum: in hoeverre kan er een overgang zijn van het oneindige naar het eindig, van pure Intelligentie naar materie, van absolute Eenheid of één zijn naar veelvoudigheid? Bovendien, hoe kunnen wij de G`Ddelijke schepping of het universum en zijn uiteenlopende delen in overeenstemming brengen met oneindige en onschendbare absolute perfectie van G`D, van wie het Schrift bevestigd “Ik de Eeuwige, Ik Ben niet veranderd” (Maleachi. 3:6)? In essentie zijn de concepten en doctrines die bediscussieerd in deze en in de volgende hoofdstukken, allen gerelateerd aan deze kwestie.

Schepping is vaak verklaard in termen als een theorie van het voort komen uit: in de strekking van een progressieve keten van successievelijk uitvloeisels van ‘hoger’ naar ‘lager’, het eindige zich ontwikkeld uit het oneindige en materie geleidelijk ontstaan uit geest. Deze geplaatste suggesties zijn echter insufficiënt. Om enkel te spreken van een causaal evolutionair proces of van een successievelijk uitvloeisel dekt wel eens waar de vraag, maar doet het niet beantwoorden, Want ongeacht hoelang deze keten van causale evoluties ook mag zijn, er zal altijd iets van verwantschap blijven, zowel kwalitatief als kwantitatief, tussen het effect en zijn oorzaak. Juist zoals een materiele keten, zijn de schakels aan elkaar gekoppeld en staan met elkaar in verbinding —handhavend een basisverhouding tussen de eerste en de laatste schakel— zo ook zou het zijn in een geleidelijk proces van causale evolutie. Aangezien G`d, de Oneindige, het begin is van de keten van uitvloeisels, is het aspect van oneindigheid nooit echt afgedaan: Waren de werelden, vanuit het licht van oneindigheid neergekomen volgens een geleidelijke afdaling van niveau naar niveau in de zin van oorzaak en effect. In dat geval zou deze wereld niet gecreëerd zijn in zijn huidige vorm –een eindige gelimiteerde orde– evenmin zelfs betreffende (spirituele) Olam Haba (Komende Wereld), de bovennatuurlijke Tuin van Eden, of de zielen zelfs.

De schepping van de werelden is niet ontwikkeld vanuit een wijze van oorzaak naar effect……want zelfs talloze op talloze raadsels en evoluties van stage naar stage in een oorzakelijk proces zal niet helpen om fysieke materie tot zijn en ontwikkeling te brengen –en ook niet ten aanzien van de firmamenten– uit een evolutie van energie. Integendeel, het is de macht van de gezegende EN SOF (ONEINDIGE), DE ALMACHTIGE OM TE CREËREN……EX NIHILO, en dat is niet via de orde van ontwikkeling, maar bij wijze van sprong (vanuit het niets). Vandaar dat iets niet goddelijks en eindig moet komen door: –de noodzakelijkheid van het zijn in het proces van gevolg– een radicale stap, sprong (Kafitza), die geleidelijkheid breekt en een radicale scherp onderscheid maakt en vestigt tussen oorzaak en effect: een radicale schepping daad. Alleen nadat dit heeft plaatsgevonden kunnen we spreken van een evolutionair proces, culminerend in eindigheid en materiele bestaan. Dit zijn de basisprincipe van de doctrines tzimtzum en de Sefirot geïntroduceerd door de Kabbala (en uitvoerig behandeld in het Chassidisme) om het probleem van de schepping optelossen.

Het woord tzimtzum heeft twee betekenissen:
(1) samentrekking; verdichten; en
(2) verhullend; verborgenheid.
Beide meningen gaan door voor en hebben betrekking op onze context, de tweede misschien meer dan de eerste. Want de doctrine van tzimtzum refereert aan de breking van staling en verhulling van vloeiende straling vanuit de Goddelijkheid in een aantal progressieve stages van gradatieontwikkelingen, tot aan het punt dat het eindige en de substanties van het fysieke mogelijk wordt.

Deze complexe theorie is voor het eerst in detail behandeld door R.Izaak Luria. Al zijn basiswerken beginnen met een uiteenzetting van het systeem van Tzimtzum. R.Schneur Zalman behandeld het gedeeltelijk in de Tanja, meer uitvoeriger in Sha`ar Hajichoeden vooral in Thora Or en Likoetei Thora. Voorafgaand aan de schepping is er alleen G`D. G`D zoals Hij is in Zichzelf is genoemd En Sof : de Oneindige; Hij dat Is Zonder einde. Van G`D als En Sof kan niets verondersteld worden, dan alleen dat Hij is En Sof: Hoog boven alle hoogten en verborgen voorbij alle verhulling, geen gedachte kunt op enigerwijze U bevatten of beheersen…….U naam is niet gekend want U vervuld alle namen en U bent de perfectie van hen allen. Op een mystieke manier, al is het moeilijk uitteleggen, is er zelfs een manifestatie of Zelfopenbaring van G`D qua En Sof voor de handeling van de schepping. Deze manifestatie wordt genoemd Or En Sof ( het licht van de En Sof ) en we spreken over dit Licht het zelfde als alomtegenwoordig en oneindig. Het verschil tussen En Sof en Or En Sof is zeer belangrijk en moet goed onthouden worden. Want wanneer er gesproken wordt over Tzimtzum en de Sefirot moeten wij dit relateren aan de Or En Sof, het Licht en straling, dan aan lichtgever en de uitstraler ( Ma-Or, de En Sof).