HFD. 4: DE STRUCTUUR VAN DE MONDELINGE LEER (I)

DE ORIGINE VAN DE MONDELINGE TRADITIE

Aanbevolen wordt in het archief “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1, 2 en 3 van onze website te lezen.

HOOFDSTUK 4

DE STRUCTUUR VAN DE MONDELINGE LEER

 

DE CATEGORISCHE UITLEG OP DE SCHRIFTELIJKE THORA

Na het verzamelen van de opinies en verklaringen, begon Rabbaynoe HaKadosh met het samenstellen van de Mishna, waarin ook de uitleg van alle schriftelijke opdrachten in de Thora werden opgenomen: Lees verder

HFD. 3: DE OVERDRACHT EN BEHOUD VAN DE TRADITIE

RELATERENDE BRONNEN HOOFDSTUK 3: Overdracht en behoud van de Traditie.

Vanaf de dagen van Mozes tot aan Rabbaynoe HaKadosh was er geen geschreven uitgave om de mondelinge wet openbaar te bestuderen; veeleer, elke en iedere generatie, het hoofd van het Beth Din ( Gerechtshof ) of de Profeet die leefde in die generatie schreef persoonlijke aantekeningen om zichzelf te laten herinneren aan het gene hij hoorde van zijn leraren, maar gaf in het openbaar mondelinge verhandelingen. Gelijktijdig schreef iedereen voor zich zelf, naargelang zijn eigen capaciteit, wat hij hoorde over Thora uitleg en zijn wetten, en nieuwe zaken en onderwerpen geïnstitutionaliseerd in elke generatie, van wetten niet impliciet geleerd aan de Sinai, maar afgeleid door het daar gegeven en uiteengezette Systeem van Thora Uitleg en met akkoord van het Grote Beth Din.

Dat deed de procedure continueren tot aan de tijd van Rabbaynoe HaKadosh.

Hij verzamelde alle lectuur en wetten en uiteenzettingen en verklaringen van Mozes, welke waren onderwezen door het Grote Beth Din in elke generatie op de gehele Thora, en stelde van daaruit de boeken van de Misjna samen. Honderdduizenden mensen en geleerden participeerden in het archiveren en het controleren van de traditie om blijvende fouten te voorkomen. Na opnieuw het gehele werk te hebben herzien, presenteerde hij het met de andere geleerden in het openbaar aan geheel Israël en allen kopieerden het.

Hij verspreidde het overal zodat de Mondelinge Thora niet zou worden vergeten door Israël. Wat was de rede dat Rabbaynoe HaKadosj dit deed , waarom liet hij niet de dingen zoals zij waren? Omdat hij zag dat de leerlingen in aantal terug liepen, door intensivering van de vervolgingen door de Romeinen en hun globale machtsuitbreiding en dat Israël voortdurend werd verspreid naar de uiteinden van de aarde. Daarom bracht hij dit verzamelde werk bijeen om een bezit te zijn voor iedereen, zodat men op een snelle manier kon leren en dat het niet vergeten zou kunnen worden.

HOOFDSTUK 3

DE OVERDRACHT EN BEHOUD VAN DE TRADITIE

Toen Jehoshoea zijn dood voelde naderden, instrueerde hij persoonlijk De Oudsten in wat hij had ontvangen aan verklaringen en wat was ontleend aan de wetten gedurende de periode van zijn leven. De zaken waar reeds beslissingen over waren uitgesproken, stonden niet meer ter discussie. En die zaken welke een onderwerp tot meningsverschil waren, werden met meerderheid van stemmen definitief door De oudsten afgesloten. ( Deze Oudsten zijn genoemd in het boek van Jehoshoea, Hfd. 24, vers 31: “En Israël diende HaShem in alle dagen van Jehashoea en in alle dagen van De Oudsten die Jehoshoea overleefden, die vanuit eerste hand alles kenden wat HaShem had gedaan voor Israël.”)

Daarna instrueerden deze Oudsten de Profeten in alles wat zij hadden gehoord van Jehoshoea; en elke profeet instrueerde de volgende –er was nimmer een periode van afwezigheid van analyse en van de gegeven wetten of van een afleiding van nieuwe wetten van de vorige.

De Geleerden van elke generatie behandelden de laatste woorden van de vorige generatie als vanzelfsprekend: Zij bestudeerden het en trokken er conclusies uit die er betrekking op hadden; maar zij zouden nimmer van mening verschillen.

Deze procedure continueerde zich gedurende de era van De Mannen van de Grote Vergadering : Haggai, Zecharia, Malachi, Daniel, Hannania, Mishael, Azaria, Ezra HaSofer, Nehemia ben Hahalya, Mordechai en Zerubavel ben sh’altial. Aangevuld met degenen die samen waren met de profeten resulteerde dat in een aantal van honderd twintig leden ( Megilla 17B ) ” van specialisten en artiesten of timmerlieden en sleutelmakers” ( Koningen 2, 24:16 )van de Thora, en gelijkwaardigen. Zij analyseerden eveneens de verklaringen van hun voorgangers zoals de generaties geleerden voor hen deden.

De laatste van deze oorspronkelijke groep was de eerste van de geleerden die genoemd werd in de Mishna– Shimmon de Rechtvaardige,–die Kohen HaGadol was van zijn generatie.

RABBI JEHOEDA HANASI

samensteller van de Mishna

Tenslotte brak de tijd aan van Rabbaynoe HaKadosh ( moge hij ruste in vrede ),

die uniek was in zijn generatie en uniek in zijn tijd; een man die geacht werd om zijn nobelheid en zuiver karakter tot op zo een hoogte dat zijn tijdgenoten hem de titel ” Rabbynoe HaKadosh” verleenden. Zijn naam: Jehoeda. Hij bezat ongekend hoge wijsheid en statie: “Sinds de dagen van Mozes hebben wij niet zo’n Thorageleerdheid en grandeur gezien, vereenzelvigd in een persoon ( Gittin 59A ).

Hij was het toonbeeld van piëteit, nederigheid, afstandelijk van alle onnodige luxe: “Sinds de tijd dat de Rebbe overleed, was nederigheid en de vrees voor zonde verdwenen” ( Sota 49A ).Hij gebruikte kristalheldere taal en overtrof iedereen in het gebruik van de Heilige Taal, zelfs zo dat de geleerden bijzondere woorden leerden van zijn bedienden en dienstmeiden, waar zij zelf onzeker over waren! Dit feit werd onsterfelijk in de Talmoed ( Rosh HaShana 26B ).

Hij bezat rijkdom, kapitaal en wijdverspreide eigendommen: “De stalmeester van de Rebbe was rijker dan de Shaboer de Koning van Perzië” ( Bava Metsia 85A ). Hij gebruikte deze rijkdom voor mensen op zoek naar wijsheid en verspreidde Thorakennis over geheel Israël. Hij verzamelde de wetten, de woorden van de geleerden, en de meningsverschillen die daaruit ontstonden sinds de dagen van Moshe Rabbynoe tot aan zijn eigen tijd. En hij zelf was een van de overleveraars van de Traditie. Want hij ontving het van zijn vader, Shimmon III, en Shimmon III ontving het van zijn vader, Gamliel II; en hij ontving het van Shimmon II, zijn vader ;en hij ontving het van Gamliel de Ouste; en hij van Shimmon I; en hij van Hillel; en hij van Shimaja en Avtalion, zijn docenten; en zij van Jehoeda ben Tabbai en Shimmon beb Sheta; en zij van Jehoshoea ben Peraja en Neetai Ha Arbajli; en zij van Antignos van Soho; en zij van Shimmon de Rechtvaardige,en hij van Ezra–want hij ( Shimmon de rechtvaardige )was een van de laatsten van de De Mannen Van De Grote Vergadering; en Ezra van Baroech ben Narja zijn docent; en Baroech van de profeet Jeremia. Idem, ontving Jeramia de traditie van profeet naar profeet ( van Jeramia terug naar Mozes was een lijn van twintig profeten ), teruggaande naar de Richteren, die ontvingen het van Joshoea ben Noen; en hij ontving het van Mozes.

HFD. 2: Beloften van Voorspoed (2) & ANSHAJ KNESSET HA-G`DOLA

Aangaande dit alles, als een profeet je zou zeggen om te overtreden de woorden van de Thora Gehoorzaam hem, uitgezonderd heidenisme.

Dit is echter alleen waar op die conditie dat het niet een permanente, eeuwigdurende decreet is. Hij mag niet zeggen dat De Heilige Geprezen Zij Hij heeft opgedragen een mitswa nietig te verklaren voor altijd. Hij mag alleen opdragen een tijdelijke suspensie van een mitswa als de situatie dit nodig acht.

Zoals het Beth Din zou doe in noodwetgeving, en zoals de profeet Elia deed op de Berg Carmel ( Koningen, 18 ) door het offeren van een offer buiten Jeruzalem, terwijl de Beth HaMikdash ( Heilige Tempel ) binnen haar muren stond, terwijl het ondernemen van zo een actie zonder de uitdrukkelijk opdracht van een profeet, zal leiden tot iemands kaurat ( hemelse straf oplegging, letterlijk vertaald, afgesneden, afgesneden in deze wereld en afgesneden van de komende wereld [Sanhedrin 64b]). We worden hier op geattendeerd in het vers,

“Pas er voor op dat je je in vlammen opgaande offers niet brengt op iedere willekeurige plaats die je ziet” [Deuteronomium 12:13], en we zijn gewaarschuwd dat iemand die dit verbod overtreed onderhevig is aan kaurat in het vers dat spreekt over iemand die offert buiten Jeruzalem: “die man wordt dat als bloedschuld aangerekend, bloed heeft hij vergoten en die man zal worden afgesneden van zijn volk” [Leviticus, 17:4] m.a.w. buiten de gemeenschap geplaatst.

Inderdaad had men Elia zelf, vrede zij met hem, gevraagd op het moment van zijn offering van zijn offer op de berg Carmel, ” Mogen wij zoiets doen vanaf nu?” zou hij hebben geantwoord, dat iedereen die buiten Jeruzalem offert is onderhevig aan kaurat en dat zijn eigen handelen enkel en alleen een gevolg is van een tijdelijk noodsituatie om bloot te leggen de bedrieglijkheid van de profeten van Baal en een einde te maken aan hun cult.

Een andere profeet die een tijdelijke suspensie van een bijbels verbod verordende als noodmaatregel was Elisha, in zijn opdracht een oorlog aan te gaan met Moab werd verordend het omhakken van vruchtdragende bomen:

“En je zult elke goede boom omkappen” (Koningen 2 3:19) ondanks het feit dat HaShem in de Thora ons dit heeft verboden (“Als je gedurende lange tijd een stad moet belegeren om die, door er oorlog tegen te voeren in te nemen, moet je de vruchtbomen ervan niet vernietigen door de bijl er in te slaan….” Deuteronomium, 20:19] ).Had men Elisha gevraagd of dit gebod vanaf nu teniet is gedaan, en dat het vanaf nu toegestaan zou zijn om vruchtdragende bommen om te kappen telkens wanneer we een stad zouden belegeren, zal hij geantwoord hebben, dat het niet zal worden toegestaan en dat deze handeling enkel en alleen was vereist voor exceptionele noodsituatie. In het volgende hypothetische geval zal ik aangeven als illustratie dit basis concept welke inhoud al de geboden: Als iemand die een profeet is, wiens authenticiteit van profetie duidelijk voor ons is, in een wijze zoals we hebben beschreven, ons zou zeggen dat wij op de dag van Shabbat allen moeten aantreden—vrouwen en mannen—een vuur aansteken, daarin wapens vormen, en elke man zijn wapen moet omgorden, om op deze dag ten streide te trekken, naar een bepaalde plaats, op deze dag, welke is de dag van Shabbat en dat we hun bezittingen moeten plunderen en hun vrouwen gevangen moeten nemen—dan zou het zijn een verplichting voor ons—-wij, die zijn onder het gebod van de Thora van Mozes—treden onmiddellijk aan en zonder enig uitstel, juist zoals is verordend doen wij alles wat de profeet ons oplegt met bereidwillige enthousiasme en speciale liefde, zonder enige bezorgdheid of schroom. En we moeten vertrouwen dat alles wat we doen op die dag, ondanks het feit dat het de dag van Shabbat is—het aansteken van vuur, het doen van m`lacha ( De collectieve term voor die activiteiten die verboden zijn op Shabbat ), het doden en de oorlogsvoering—het een mitswa is en dat we zullen verwachten te worden beloont door De Heilige Geprezen Zij Hij, aangezien wij uitvoeren het gebod van de profeet, welke is een “gij zult” gebod, zoals is gezegd door Mozes “Een profeet, uit je eigen kring, uit je broeders, zoals ik, laat de Eeuwige, je G`D, bij je opstaan, naar hem moet je luisteren” (Deuteronomium, 18:15).

En de mondelinge Wet formuleert (Sanhedrin, 90A): Betreffende dit alles, als een profeet je zou zeggen te overtreden de woorden van de Thora—gehoorzaam hem, uitgezonderd heidenisme. (b.v., als hij ons zou zeggen, “vereer vandaag, alleen, dit beeld,” of “Brandt wierrook voor deze ster alleen voor dit uur,” zal hij toch moeten worden geëxecuteerd, en niemand mag naar hem luisteren.)

We gaan nu verder met onze illustratie: Als een persoon die rechtschapen is en met Hemelse vrees, die ouderdom naderbij ziet komen zou denken bij zichzelf, “Zie, ik ben op een gevorderde leeftijd gekomen, het einde van mijn dagen komen naderbij en in mijn bezit heb ik zo en zo veel jaren waarin ik nooit heb overtreden een enkel gebod—hoe kan ik dan aan treden op deze dag, welke is de dag van Shabbat, een gebod overtreden wiens straf is sikeela ( een executievorm hoofdzakelijk uitgevoerd van een hoogte met dood als gevolg ) en ten strijde trekken? Terwijl ik voor mij zelf niet in staat ben slecht of goed te doen; anderen kunnen zeker gevonden worden en mijn plaats innemen; er zijn vele anderen die zulke dingen kunnen doen!”— dan is deze persoon een oproerling en overtreed de woorden van HaShem en hij is onderhevig aan dood door Hemelse handen, omdat hij niet gehoorzaamd de verordening van de profeet. Hij Die ons de Shabbat heeft oplegt is de zelfde Die ons gebied te luisteren naar de woorden van de profeet en dat wat hij uitvaardigt.

Iedereen die zijn woorden overtreed is schuldig en aansprakelijk voor straf, zoals is verklaard. Dit is wat het Schrift zegt Deuteronomium 18:19: En diegene die niet luistert naar Mijn woorden die hij uit Mijn naam zal spreken, van hem zal Ik zelf rekenschap vragen Niettemin, op deze zelfde Shabbat, als iemand, tijdens het uitvoeren van deze M`lachot (mv. van m`lacha activiteiten die verboden zijn op Shabbat.) dit ondermijnt en niet van plan is om gevolg te geven aan het geen wat de profeet oplegt, maakt diegene zich schuldig aan een zonde met als gevolg sikeela. En als deze zelfde profeet die ons dit heeft opgelegd en wiens woord wij gehoorzamen ons zou zeggen door bepaling dat de T`hoeme Shabbat ( De Shabbat Limiet: De maximale afstand die iemand mag afleggen vanuit zijn woonomgeving ) is een amoh minder dan twee duizend amohs (1 amoh = + 1 meter), of dat het een amoh meer is dan twee duizend amohs, en schrijft deze kennis toe aan de hem verleende profetie, eerder dan een conclusie bereikt door Thora analyse en rangschikking van feiten tot in een grondstelling, dan is het duidelijk dat hij een valse profeet is en hij zal geëxecuteerd moeten worden doormiddel van henek (zie noten executie, Sanhedrin).

Door de bovenstaande illustratie hebt je een methode van inzicht over alles wat een profeet je zou kunnen opleggen, en in het Schrift zal je vinden elke beschrijving met betrekking tot de Profeet die in contradictie is met de mitswot

of een facet daarvan. Dit basisprincipe is een sleutel tot het begrip van dit gehele onderwerp; Alleen in dit opzicht is de profeet eminent onder de andere stervelingen, zo ver als de mitswot betreft. Maar wat betreft Thora analyses, construeren van grondstellingen en afleiding van mitswot, is hij gelijk aan alle anderen geleerden, zij, die niet het vermogen bezitten van profetie, zijn gelijk aan hem.

Wanneer een profeet een grondstelling construeert welke vertoond een bepaalde halachische (wettelijke) conclusie en hij die niet een profeet is komt evenzo tot een bepaalde conclusie, maar de profeet verklaard, “De Heilige Geprezen Zij Hij heeft mij gezegd dat mijn redenatie van logica is de enige correcte”— dan moet je niet naar hem luisteren. Zouden duizend profeten, allen op het profetische niveau van Elia en Elisha één redenatie van logica hebben, terwijl duizend geleerden zonder het vermogen van profetie, plus nog één geleerde, behorend tot tegenovergestelde redenatie van logica,— “Volg het standpunt van de meerderheid!” ( Exodus, 23:2 ); de halacha is aan deze duizend geleerden plus één, en niet aan de duizend eminente profeten. Dit is wat onze geleerden verklaren: “Bij G`D!! Indien Joshoea ben Noen mij dit uit zijn eigen mond had verteld, zou ik niet luisteren en geen aandacht aan hem schenken!” (goelin, 124A). Nogmaals, “Als Elia zou komen en zegt dat Galietza ( zie Deuteronomium, 25:6 ) gedaan moet worden met een schoen, dan luister naar hem. Maar als hij zou zeggen,….met een sandaal, luister dan niet naar hem!” (Jawamot 102A)—betekenis, er is geen toestemming om iets toe tevoegen c.q. te verwijderen van een mitswa door middel van profetie. Evenzo als de profeet wil beweren dat De Heilige Geprezen is Hij hem heeft gezegd dat de praktische toepassing van een bepaalde mitswa is zo en zo, en dat de grondstelling van de ene autoriteit, juister is dan die van een ander en correcter, die “profeet”moet worden executeert , want hij is een valse profeet; zoals wij hebben vastgesteld (pag. 11-12) als een centraal principe: Er is geen Thora gegeven na de eerste profeet, Mozes en er is geen toestemming om er iets aan te amenderen noch om er iets van te verwijderen, zoals het zegt:” Het is niet ( langer) in de hemel” (Deuteronomium, 30:12). En De Heilige Geprezen Zij Hij heeft ons niet toegestaan om de Thorawetten te leren van de profeten [ in hun capaciteit als profeten], maar alleen van de geleerden, mensen met logische opinies en redenaties. Hij verklaarde niet: Wanneer er een probleem ontstaat……zul je gaan naar de profeet die er zal zijn in die dagen. Hij verklaarde, “je zult gaan naar de Kohanim-Leviiem (Priesters-Levieten), of naar de rechter die in die dagen de autoriteit is, vraag dan en zij zullen je de gerechtelijke uitspraak mededelen” (Deuteronomium, 17:9). De geleerden hebben dit punt zeer uitvoerig en omvangrijk behandeld, en dit is de authentieke presentatie.

noten;Sanhedrin, Executie, Kohanim, Levie`im, Mishna.

——

ANSHAJ KNESSET HA-G`DOLA, of DE MANNEN VAN DE GROTE VERGADERING

De Titel is verleend aan een zekere generatie van het Sanhedrin gedurende de Perzische periode. Het Sanhedrin was alleen werkzaam in het Heilige Land en na de eerste Babylonische verbanning, Nahemia kwam naar Jeruzalem en begon met het samenstellen van de Grote Vergadering zowel uit profeten en niet profeten, constitueerde de zeventig leden vereist voor een Groot Sanhedrin, plus functionarissen en de belangrijkste discipelen, tot een totaal aantal van 120. Gedurende hun eigen tijd werden zij gerefereerd als “Officieren,” (Ezra 8:29, 9:1, 10:8e.v.; Nehemia 10:1; 12:31).

Daar de natie niet langer onafhankelijk was en het niet voorhanden zijn van een Joodse Koninklijke macht om toe te zien op de naleving van Thorawetten, legde dit Sanhedrin grote nadruk op dit principe, “Maak een omheining (m.a.w. maak voorzorgsmaatregelen) rond de Thora.” Het was onder die omstandigheden nodig te reguleren, vastleggen en formaliseren alle facetten het Thoraleven om te verzekeren de wezenlijke comp leet georganiseerde, zelfnaleving en zelf functionerende entiteit. Daarom het:

1) Afsluiting van het Schrift

2) Completering van alle sociale instituties

3) Formulering en Formaliseren van de gebeden en de taal ervan

4) Formaliseren de taal van de Mondelinge Wet in zijn exacte permanente oorsprong: De Mondeling Mishna welke uiteindelijk later schriftelijk geredigeerd werd voor de eerste keer door Rabbi Jehoeda HaNasi.

Wegens haar grote verdienste is dit Sanhendrin later genoemd De Grote vergadering.

EXECUTIE: Sanhedrin is verplicht en heeft de taak voor uitvoering van iemand die verdiend de dood en is in overtreding van een gebod als zij zich daarvan onthoud, doodstraf is geen wraak, maar is bedoelt als vergoeding, juist zoals vasten op Jom kippoer betekend vergoeding en niet een bestraffing. Het is een extreme maatregel die genomen moet worden, en het Beth Din ( Sanhedrin ) vast de hele dag waarop de executie zal plaatst vinden. Toegevoegd aan de al bestaande nauwgezette voorzorgsmaatregelen nodig om te verzekeren dat geen onschuldig persoon wordt gevonnist door schuldig aan dood ( twee onberispelijke ooggetuigen moeten hebben gezien de gepleegde handeling en deze ooggetuigen moeten elkaar gezien hebben—indirect bewijs is ontoelaatbaar— zij verplicht de crimineel te waarschuwen in bepaalde termen voor de consequenties van zijn misdrijf, zijn onder ander het eerste vereiste ) zijn, scrupuleuze maatregelen om hoorzittingen toe te staan voor herziening van de zaak, als zich maar de geringste mogelijkheid voordoet van nieuw bewijs, ook die van de beschuldigde zelf.

Bovendien, moet al het mogelijke worden gedaan om de maatregelen onder deze pijnlijke omstandigheden te verzachten, hetzij fysiek, mentaal of emotionel, in overeenstemming met de eis van de Thora om “Heb je naaste lief zoals je zelf”. Aldus, in alle vormen van de doodstraf moet de veroordeelde voor zijn strafoplegging gedrogeerd worden. Bij het uitvoeren van sikeela, moet de gekozen hoogte vanwaar de veroordeelde wordt afgegooid verzekerd zijn van een snelle dood, terwijl het er niet toe mag leiden dat het lichaam mismaakt wordt, zoals niet het schenden van”het aangezicht van G`D”;dit is maar een summiere opsomming van gerechtelijke maatregelen in geval van executie, er was geen executie mogelijk als men niet aan deze gerechtelijke voorwaarden en maatregelen voldeed. De Talmoed vermeld; Een Beth Din die een doodvonnis velt in zeventig jaar, een bloedrechtbank kan genoemd worden.

Aangezien hoofdelijk zaken alleen mogen berecht worden in de Tempel met een geïnstalleerd Sanhedrin ( M.T. San. 14:1 )is de berechting van zulke zaken veertig jaar voor de verwoesting van de Tempel beëindigd, doordat het Sanhedrin was verbannen.

Koheen Gadol en Kohaniem: Alle nakomelingen van Aaron de Leviet (broer van Mozes), werden apart geplaatst van de andere Levieten om gekend te worden als Kohaniem, zoals het vers zegt: “Ook moet je je broer Aaron en met hem zijn zonen naar je toe laten komen vanuit de Kinderen van Israël om hen tot priester voor Mij aan te stellen….(Exodus 28:1). De functie van de Kohaniem was, uit te voeren de procedure van de verschillende types van offers aan HaShem, volgens de complexe eisen en details van de Thora. Wegens hun heilige positie werden zij overeenkomstig gebonden aan speciale leefregels, welke zijn beschreven in Leviticus 21. Zij waren ontvangers van een zeer bepalende bijdrage, bevoorrecht boven anderen in heilige zaken en werden door de natie als zodanig gerespecteerd ,van hun werd verlangt een nobel gedrag.

Koheen Gadol: De Koheen Gadol was het gezalfde hoofd over de Kohaniem, volgends de functie van Aaron, de eerste Koheen Gadol die presideerde over zijn Koheense zonen (Exodus 28:1, 38 e.v.). Na Aaron`s dood, was zijn zoon El`azar Koheen Gadol, van af die tijd werd de positie gevestigd door aanstelling van nazaten van El`azar (Numeri 20:25-9).

Oorspronkelijk werd de Koheen Gadol alleen benoemd door Opperste Beth Din (Sanhedrin) van zeventig leden, geschikt door zijn buitengewone wijsheid, er waren speciale wetten welke hem verzekerde van eerbewijs (M.T. Klay Beth HaMikdash, III). Zijn inzegeningsceremonie werd formeel verricht, door middel van het aantrekken van acht ambtsgewaden van De Koheen Gadol (Exodus, 29:29-30).

Het Beth Din van de Kohaniem (Ketoebot 12A) en de Oudsten van de Kehoena (Joma 18) hielden een zeer nauwkeurig oog op alle details van de dienst in het Heiligdom en verlangde een eed van de Koheen Gadol in functie om uit te voeren de leerstelling van de Geleerden zonder enige deviatie en de dienst van het Heiligdom voortdurend met uiterste nauwgezetheid te doen, in vasthoudend aan de Wet (Theocratische Thora Staat).

S`GAHN: De S`gahn was de Koheen benoemt als de tweede na de Koheen Gadol, vergelijkbaar als een vizier bij een koning. Gedurende de offergaven stond hij altijd rechts van de Koheen Gadol, en alle anderen Kohaniem vielen onder zijn autoriteit. Onder hem was een neergaande serie van acht andere Koheense posities, elke positie had autoriteit over degene onder zich. (Mishne Thora, Klé Beth HaMikdash,111)

Levie`im: Levie`im zijn alle nakomelingen van Levie (een van de twaalf zonen van Jakob en dus een van de broers van Jozef), geboren voor de tijd van Mozes (een achter kleinzoon van Levie). Zij waren apart geplaatst (“geheiligd”) voor de dienst in het Heiligdom. Gedurende het eerste jaar van de Exodus, toen sommige van Israël zondigden aan de affaire met het Gouden Kalf, was de stam van Levie de enigste stam waarvan niet èèn van de 22.000 leden (Numeri 3:39) zondigde. Zie Exodus 32:26-35.

Als beloning voor hun toewijding tot Hem, droeg HaShem de verdienste ten aanzien van de dienst in het Heiligdom over van alle eerstgeborene van Israël naar alle leden van de stam Levie (Numeri 3:11 e.v., 8:17, 40 e.v.)

“In die Tijd zonderde de Eeuwige de stam Levie af om de ark voor het verbond met de Eeuwige te dragen, om staande voor de Eeuwige de dienst voor Hem te verrichten en uit Zijn naam de zegen uit te spreken—tot vandaag de dag.” (Deuteronomium, 10:8).

De Functie van de Levie`im zo lang als de blijvende Tempel nog niet was gevestigd was, het transporteren van de draagbare componenten van de Mishkan (Tabernakel) met de omvattende heilige objecten, naar zijn verschillende lokaties (Numeri 3). Een andere functie van hun was, op te treden in dienst van de Koheen Gadol, om te bewaking de Mishkan ( en later de Tempel ) voor het binnenkomen van niet Kohaniem Hun functie bestond ook uit het begeleiden en bewaken van de offergaven van het volk namens hun in de Mishkan en later in de Beth Ha Mikdash (Tempel).

Werkend volgens een rotatie schema, waren sommige Levie`im poortwachters, belast met het openen en bewaken van de poorten, sommigen waren zangers die begeleidende psalmen zongen bij de verplichte gemeenschappelijke offergaven en de shalmay atserret gedurende de wijn plengoffer;

De trainingperiode van een Levie begon wanneer hij vijfentwintig jaar was en het continueerde voor vijf jaren. Zo lang als de Beth HaMikdash niet permanent was gevestigd op een vaste plaats was de maximale leeftijd vijftig jaar (Numeri, 8:25).

Toen de Beth HaMikdash eenmaal was gevestigd, zou een Levie alleen kunnen worden ontheven van zijn dienst, als zijn stem geschaad zou zijn door ouderdom (Mishne Thora, Klé Beth HaMikdash, 3).

De Levie`im zijn vooral zeer gerespecteerd voor hun enorme bijdrage aan de educatie van de natie. “Zij leren Uw rechtsnormen aan Ja`akov en Uw Thora-voorschriften aan Israël” (Deuteronomium 33:10). (Leerplicht werd ingesteld + 500 v.d.g.j. vanaf de leeftijd van 3 jaar).

Omdat zij uitsluitend waren bestemt in de dienst van G`D en de studie van ZIJN Thora, hadden zij geen aandeel voor zichzelf van het land. Voor die reden (Gids 3:39) waren er specifieke wetten betreffende bijdragen voor de Levie`im, “En laat de Levie, die binnen je poorten verblijf houdt niet in de steek; want hij heeft bij jou deel of erfgoed” (Deuteronomium, 14:27).

Het is in deze capaciteit van educatieven in welke de Levie`im zijn voorbestemd in de tekst Deuteronomium, 10:8, zoals aan het begin van deze uitleg over de Levie`im.

Het woord Mishna is afgeleid van de term mishna l`meleh (ondersteunend, bijstaan tot de Koning), de Schriftelijke Thora zijnde de “Koning,”aangezien het de verwoording van HaShem is, terwijl de schriftelijke Mondelinge Thora (de Mishna) ondersteunend is aan het. Het is ook afgeleid van het woord wat betekend te leren, zoals ook het woord Tanna (m.v: Tanna`iem) welke verwijst naar een spreker in de Mishna. Het woord Mishna komt uit het Hebreeuws, terwijl het woord Tanna (im) komt uit het Aramees.

De originele mondelinge uitleg en gedetailleerde behandeling van de Thora was niet toevertrouwt tot schrift, maar werd levend gehouden door een breed maatschappelijk systeem van studie. Echter omdat later in de verstoorde en onzekere dagen van de Ptolemies, de zonen van Tovia.

Antiochus Epiphanes, de Hellenisten, Jochanon Hyrcanus, Yannai, Aristobulos en Hyrcanus en vlak voor en na de verwoesting van het tweede heiligdom, er ontstonden talrijke controversen in de interpretaties, mineur van detail, van de fundamentele mondelinge Mishna in zijn vorm vastgelegd in de Bijbelse dagen van de Anshay Knesset HaGedola; de omstandigheden weerhield het bijeen komen van al de geleerden voor een stemming, zodat deze uiteenlopenden meningen levend bleven tot na de Verwoesting. Dan, in Javne, was een bijeen komen mogelijk en werden deze opinions en toegevoegde detail verklaringen geleid binnen het formele orgaan van de mondelinge Mishna. Dit gebeurde opnieuw in de dagen van Rabbi Jehoeda HaNasi, die de Mishna redigeerde en vastlegde voor de eerste keer in schriftelijke vorm. Deze maatregel was noodzakelijk omdat het nu extreem moeilijk was geworden de informatie vast te houden zoals het was gedaan tot aan zijn tijd. Coëxisterend met de woordelijk gememoriseerde mondelinge Mishna geformuleerd door de Anshay Knesset HaGadola , was de minder exact gememoriseerde commentaar genoemd Gemora.

Sommige minder belangrijke details veroorzaakte hevige beroering hoe deze gemora geïnterpreteerd moest worden in op welke wijze Uiteindelijk werd deze Gemora evenzo schriftelijk vastgelegd in de dagen van Ravina en Rav Ashi. De participanten in de Gemora die de Mishna analyseerden zijn Amoraiem.

HFD. 2: Beloften van Voorspoed (1)

Beloften van Voorspoed

Maar, nogmaals, als hij belooft dat een goede tijding op een bepaalde tijdstip zal plaats vinden, zeggend, “Dit jaar zal zijn vredig en aangenaam,” doch een oorlog breekt uit; of hij verklaart, “Dit zal een jaar zijn van regen en zegening,” maar hongersnood en droogte vindt plaats, dan weten wij dat hij een valse profeet is en zijn leugenachtige claim van profetie is onthuld.

In deze toestand zegt het schrift: “Met brutaal opzet heeft die profeet het dan uitgesproken; heb dan geen angst voor zijn persoon” (Deuteronomium,18:22), m.a.w. laat je niet afschrikken of intimideren door hem om hem te onthouden van executie. Want wanneer De Heilige geprezen zij Hij een goede tijding beloofd door een profeet, is het onmogelijk om te zeggen dat Hij niet Zijn woord houdt en Zijn boodschap onjuist laat voorspellen.

Dit is wat onze geleerden hebben gezegd, vrede zij met hun (Brachot, 7a): “Elke goede tijding die de mond van Heilige geprezen zij Hij verlaat –inbegrepen een met stipulatie–Herroept HIJ niet.” — Maar wat betreft Jacob`s angst dat hij zou sterven — “Ja`akov werd zeer bang, hij kreeg het benauwd” (Genesis, 32:8 ), “…bang dat hij had gezondigd welke zou brengen zijn dood” (Brachot 4a), ondanks het feit dat De Heilige Geprezen Zij Hij hem alreeds goede tijding had belooft, “IK ben immers bij je en zal overal waarheen je gaat je behoeden” (Genesis, 28:15) — Wat schijnt in te houden dat ondanks De Heilige Geprezen Zij Hij goede tijding heeft belooft, toch, als iemands zonden zou toenemen, deze tijdingen onvervuld zouden blijven — Het zou inderdaad zo moeten worden opgevat dat zoiets alleen kan plaatsvinden in een situatie waarbij De Heilige Geprezen Zij Hij en de profeet betrokken zijn. — Echter, wanneer de Heilige Geprezen Zij Hij de profeet vertelt te beloven goede tijdingen anderen mensen, in een expliciete, ondubbelzinnige verklaring, zonder stipulaties, dan is het zonder enige discussie onmogelijk dat het goede niet komt. Anders, als het niet een feit zou zijn dat HaShem niet doet herroepen goede tijdingen gelegd in de monden van de profeten, dan zou er geen enkele mogelijkheid zijn om vast te stellen de authenticiteit van iemands profetisch advies; doch De Heilige Geprezen Zij Hij heeft ons gegeven een essentieel principe in Zijn Thora dat de profeet authentiek is door zijn beloften welke zijn vervuld (Deuteronomium 18:21).

Het ging om dit grote principe waarnaar Jeremia verwijst in zijn controverse met Hanania ben Azur ( Jeremia, 28). Jeremia profeteerde dood en verderf, verklarend dat Nebuchadnezzar zou groeien in kracht, zou overwinnen en vernietigen de Tempel; en Hanania ben Azur voorspelde goede voorspoed en het terugkomen naar Jeruzalem van de voorwerpen die nodig zijn voor de Tempeldienst (welke waren versleept naar Babylon).
Om die rede dus debatteerde Jeremia met hem aangaande het essentiële principe, verklarend dat als zijn eigen profetische voorspelling niet zou worden vervuld — Nebuchadnezzar niet zou groeien in kracht, en de voorwerpen zijn teruggekeerd naar het Huis van G`D, zoals zijn opponent claimt wat zou gebeuren — dat het niet zou inhouden een ontkenning van zijn ( Jeremia )eigen profetische waarschuwing — het is namelijk mogelijk dat De Heilige Geprezen Zij Hij medelijden zou hebben over het volk. Maar als zijn tegenstanders woorden niet zou vervuld worden, verklaard Jeremia, en de rituele gebruiksvoorwerpen niet waren terugkeren, zou het duidelijk zijn ‘profetisch’ advies ook vals was; de authenticiteit van zijn profetie zou niet zijn bevestigd tenzij zijn beloften van goede voorspoed waren gerealiseerd (Jeremia 28:7-9):

“Desondanks, hoor nu deze verklaring die ik
inspreek in je oren en in de oren van heel het volk:
De profeten die voor jou en mij tot nu toe hebben
geprofeteerd tegen vele landen en koninkrijken, of
oorlog, catastrofe en epidemie; maar de profeet die
voorspelt vrede — door het waar komen van het woord
van die profeet, zal de profeet HaShem’s ware
zending laten kennen,”

doelend op ‘deze verklaring’ dat wij niet kunnen bepalen enkel door de voorspellende profetieën van die profeten welke voorspellen goed en kwaad, hetzij dat zij oprecht zijn in hun preken of leugenaars.

De functie van de Profeet–
Zijn vermogens en beperkingen
van beïnvloeding ten aanzien
van de Thoravoorschriften

Wanneer een profeet’s profetie is vervuld in overeenstemming met de regels die wij hebben bevestigd, en die profeet wordt fameus, zoals Samuel en Elija en de anderen, dan heeft die profeet de mogelijkheid iets te doen met de Thora welke geen ander mag doen. Namelijk wanneer hij wil opleggen een opschorting van enig voorschrift het even wat of van enige van de ‘gij zult’ voorschriften, of hij wil vaardigt uit toestemming voor een handeling verboden door de ‘gij zult niet’ voorschriften, als een tijdelijke noodmaatregel, zolang het niet gaat om een voorschrift voor het doen van heidense aanbidding, is het een plicht voor ons om te luisteren naar zijn woord en te gehoorzamen aan zijn beschikking.
Iedereen die zijn verordeningen overtreedt, is onderworpen aan dood door hemelse handen. Dit is onvoorwaardelijk duidelijk voor onze geleerden van de Talmoed (Sanhedrin, 90A).

HFD. 2: Profeet versus Waarzegger

Profeet versus Waarzegger

Nu denk niet, dat, ” Door het vervullen van zijn voorspellingen en het onthullen van onbekende feiten dat het vast staat dat hij een authentieke profeet is, want dan zijn evenwel de waarzeggers, sterrenwichelaars, en de die gene met sterke intuïtie ook in staat te claimen het bezit van de door G`D gegeven leidraad, want we zien met onze eigen ogen, hoe zij de toekomst vertellen elke dag!”Nu is dit een extreem belangrijk punt van discussie en het betaamt ons om dit onderwerp zeer goed te verhelderen, zodat het verschil tussen een voorspelling van iemand die profeteert in naam van G`D, en de voorspelling van iemand met een sterke intuïtie, heel goed wordt begrepen.
De Waarzeggers, sterrenwichelaars, magiërs en al de leden van die groep, vertellen inderdaad toekomstigen evenementen, maar hoewel hun verklaringen gedeeltelijk zullen worden geverifieerd, zal de rest onvermijdelijk als vals bewezen worden. Dit is waar wij voortdurend getuigen van zijn, en zelfs de presenteerders van deze bekwaamheid geven het zelf toe, hun “mirakels” zij niet bestendig. Het enige belangrijke van de ene tegenover de andere ligt in het aantal leugens, een hogere totaliteit tegenover een lagere totaliteit leugens dan zijn medevrienden; maar, dat al de details van de voorspelling zijn vervuld— dat is onmogelijk.
Met andere woorden, jij hebt tien leugens en ik heb vijf, dus mijn voorspelling zijn beter. Zij hebben zelfs niet de pretentie om te zeggen dat alles waarheidsgetrouw uit zal komen, ze weten dat het niet gebeurt.
Een zou zeggen, “Dit jaar zal een jaar zijn van droogte, waar in absoluut geen regen valt,” terwijl echter het resultaat is, dat er geringe regen valt. Of hij zou zeggen, ” Het zal morgen regenen,”terwijl het pas een dag later regenend. En zelfs deze vrij nauwkeurige precisie is alleen mogelijk door een meesterexpert in de kunst. Dit idee komt tot uitdrukking door Jesaja in zijn beschimpende woorden aan Babylon, “Laat hun opstaan, en jullie verlossen–deze astrologen, deze ster aanstarenden die voorspellen gedeeltelijke gebeurtenissen van de maand aangaande jullie!” (Jesaja, 47:13). Onze Rabbijnen noteren dat Jesaja verklaard,”….die voorspellen maar gedeeltelijk de gebeurtenissen …” en dat hij niet verklaard, ” die voorspellen de totaliteit van die gebeurtenissen.

Hoe dan ook, de getuigenissen en voorspelingen van de profeten zijn compleet verschillend: Al hun beloftes zijn letterlijk waarheidsgetrouw; geen woord van hun verklaringen uitgesproken in naam van de Almachtige bleef ooit onvervuld, het zij een essentieel deel van de gehele profetie, of een gering. Daarom, wanneer enig detail van een voorspeling van iemand die claimt het vermogen van profetie onbevestigd blijft, is zijn fraudeurschap hierbij blootgelegd, “………. Want niets van het woord van HaShem zal te gronde gaan” (Koningen 2, 10:10)
Dit idee wordt verduidelijkt door Jeremia, die zegt dat de visioenen van dromers weergeven op een profetische wijze en zou gaan plaatsvinden, bewezen moet worden op zijn precieze zuiverheid. HIJ zal weerleggen de valse profeten en te niet doen hun claims tot profetie uit Naam van G`D (Jeremia, 23:28),

“De profeet bij wie een droom is–zal zijn droom vertellen aan anderen; en de gene met wie MIJN woord is–hij zal proclameren MIJN woorden van waarheid. Wat heeft het kaf te doen met het koren? “Zegt HaShem.

De geleerden leggen dit uit als; dat profetie helder is, met geen vermenging van valsheid, analoog aan het rijke koren wanneer het is gesepareerd van het kaf afval. De dromen, etc, van de waarzeggers, zijn meestal vals, zoals het onzuivere kaf welke alleen bevat een paar graankorrels tarwe. “Juist zoals het onmogelijk is koren zonder kaf, zo is het onmogelijk [ voor een gewoon persoon] om een droom te hebben ontbloot van onzinnige aangelegenheden ” (Brachot, 55A).

Profetische dreigement

Nochtans blijft er een zeer belangrijk concept die wij nader moeten toelichten; namelijk, wanneer een profeet over het volk moeilijkheden voorspeld en rampzalige gebeurtenissen, zoals dreigende hongersnood, oorlog, aardbevingen en andere natuurrampen, omdat zij zondig gehandeld zouden hebben, maar niets wordt verwezenlijkt van het bovengenoemde, alles blijft vredelievend en aangenaam, De Hemel zij geprezen, de profeet is niet daarop bewezen als vals.
Het zou incorrect zijn te suggereren dat hij een valse profeet is en onderworpen is aan executie; De Heilige Geprezen Zij Hij vergeeft kwaad.
Het is absoluut mogelijk dat het volk van haar verachtend gedrag berouwd, of dat De Heilige Geprezen Zij Hij, in ZIJN begaanheid, hun straf opschort, en zal eventueel ZIJN boosheid aan hen tonen een andere keer, zoals HIJ deed met Ahav in ZIJN zeggen door Elija; “IK zal niet brengen de tegenspoed gedurende zijn dagen; gedurende zijn zoon`s dagen zal IK tegenspoed brengen” (Koningen1, 21: 29). Of, HIJ zal over hen medelijden hebben om vroegere verdiensten. Het principe van “vervulling van de voorspelling kwam niet uit en werd niet verwezenlijkt” (Deuteronomium, 18:22) gronden waarop een zogenaamde profeet zou kunnen worden geëxecuteerd, zijn hier niet van toepassing.

HFD. 2: RECHTSGELDIGHEID VAN EEN CLAIM TOT PROFETIE

(b) Het tweede type van profeet die profeteert uit naam van HaShem is, iemand die de mensheid oproept om HaShem trouw te dienen en gebied om het uit voeren van Zijn mitswot en vermaand tot gehoorzamen van de Thora zonder enige toevoeging of afbeelding, zoals de profeet Malachie het uitdrukte , toen hij zei:“Herinner de Thora van Mozes MIJN dienaar” (Malachie). Hij beloofde schitterende beloningen aan iedereen die de Thora zou naleven, en waarschuwde al zijn overtreders voor de dreigende straf, zo deed Jesaja, Jeremia, Ezechiel, en alle anderen. Bovendien beval hij het volk bepaalde dingen te doen, en verbood hun bepaalde andere dingen met betrekking tot zaken welke de Thora over laat aan ons voor zorgvuldige beoordeling — zoals ons het zeggen een oorlog aan te gaan tegen een bepaalde stad of natie, zoals Samuel deed toen hij Saul beval een oorlog te beginnen tegen Amalek (Samuel 1, 15) of, zoals het voorkomen van bloedvergieten, zo deed Elisja toen hij Johoram weerhield om het leger van Aram af te slachten, welke Shomron binnenviel (Koningen 2,6:22), of zoals Jesaja deed toen hij een halt hield bij het brengen van water om cement te maken voor de scheuren in de omwalling (Jesaja, 22:9), of zoals Jeremia deed toen hij de Joden verhinderde om naar het land Israël te gaan (Jeremia, 29:4). Wanneer dus een profeet claimt het vermogen van profetie zonder het te baseren op enige vreemde concepten van vereringen en zonder iets toe te voegen of te schrappen van de Thora, maar spreekt over andere zaken, zoals boven aangehaald, dan moeten wij beginnen een onderzoek in te stellen om zijn persoonlijke getuigenis te verifiëren. Want het is gepast om elk gebod te volgen van iemand wiens getuigenis is gesubstantieerd tot in het kleinste detail. Ieder die overtreed een gebod van zulk een persoon onderhevig aan Hemelse strafoplegging, zoals de Heilige Geprezen Zij Hij zegt, met betrekking tot iemand die overtreed een gebod van een profeet, “van hem zal IK zelf rekenschap vragen.” (hij zal gestraft worden door MIJ, en niet door een wereldse rechtbank) (Deuteronomium 18:19). Maar, als de getuigenis van de persoon zijnde een profeet, niet substantieel is, moet hij geëxecuteerd worden door middel van wurging voor het gewaagt te hebben frauduleus te speken in G`Ds naam.

B. Het Substantiëren van een Authentieke Profeet ten aanzien van zijn Voorspellingen.

De authenticiteit claim tot profetie is gevestigd op de volgende procedure:

a) Als we zien dat hij spreekt op de wijze zoals hier boven beschreven, en

b) Als we zien dat hij gemeten en geschaard kan worden onder de geleerden, de getrouwe,de Porash (iemand die bereikt heeft een van de hoogste treden van perfectie ),de verstandige en diegene met een fijn karakter—in overeenstemming met de spreuk dat “Profetie rust alleen op diegene die wijs, sterk en rijk is,” (“Wijs”in de letterlijke zin [Shabbat 92a], “Sterk” in de morele zin [zoals in Avot 4:1], of iemand die sterk genoeg is om zijn verleidingen te overwinnen zodat hij niet afdrijft van zuivere Thora verplichtingen en praktijk, en ” Rijk “in de zin dat hij gelukkig en tevreden is met zijn lot en geen enkel verlangen meer heeft naar meer materiele bezit dan hij al heeft [ Mishne Thora: Jesode Ha Thora 7:1] ), (– het is onmogelijk om hier de vele kenmerkende eigenschappen van uit hun schriftelijke bronnen te behandelen, het benodigd een boek op zichzelf; mogelijk wil HaShem ons helpen met de taak wat het meest gepast is om te schrijven over dit onderwerp.

c) In zijn kwalificatie geacht te zijn een mogelijke profeet, zijn wij geacht te zeggen tot hem, “Voorspel de toekomst tijdingen voor ons en bericht ons een of andere leidraad welke De Heilige Geprezen Zij Hij jou heeft geleerd, “hij moet elk punt doen. Als elk punt van zijn voorspelling is vervuld, dan weten wij dat zijn volledige profetie (zijn leidraad) evenzo authentiek was. Maar als zijn voorspelling onvervuld blijft, of zelfs een van zijn woorden niet de werkelijkheid haalt, zelfs al is het maar een onbeduidend deel van de totale voorspelling, weten wij daardoor dat hij een valse profeet is. Dit is geschreven in de Thora, waar het behandeld de onderwerpen van deze test (Deut., 18:21):

En als je bij je zelf denkt: Hoe kunnen we het woord onderkennen dat de Eeuwige niet gesproken heeft? Dat is het geval als de profeet in naam van de Eeuwige gesproken zou hebben en er gebeurt niets van dien aard en Het komt niet uit, dan is dat het woord, dat de Eeuwige niet gesproken heeft. Met brutaal opzet heeft die profeet het dan uitgesproken; heb dan geen angst voor zijn persoon.

Zelf echter wanneer hij is verifieert door een of twee voorspellingen, wij, als nog, hebben geen reden om hem te vertrouwen en te zeggen zijn profetie is authentiek. Juister uitgedrukt, de zaak blijft hangende tot dat alles wat hij heeft verklaard in de naam van HaShem, herhaaldelijk is gesubstantieerd keer op keer. Dienovereenkomstig, is gezegd, alleen nadat het publiekelijk bekend en duidelijk werd, dat even wat Samuel zou zeggen het zou uitkomen, dat “…. Israël wist…….dat Samuel een profeet was” ( Samuel 1, 3:20 ). Dus, zou het volk het niet nalaten om de profeten te vragen over allerlei gebeurtenissen met betrekking tot hun. ( als het praktisch niet zo was, zou Saul nooit gegaan zijn naar Samuel, voordat hij koning werd voor inlichtingen over zijn verloren goederen ( Ibid, 9:1 ). Dit was ongetwijfeld algemeen gebruikelijk, want De Heilige Geprezen Zij Hij installeerde het instituut van de profeten voor ons, in plaats van een institutie van, sterrenwichelaars en waarzeggers, zodat wij zouden vragen aan hun zowel algemene als individuele kwesties, en zij laten ons kennen al– hun vertrouwenswaardige woorden van de Almachtige, in tegenstelling tot de woorden van de waarzeggers, waarvan sommige uitkwamen en andere niet–zoals Mozes zei (Deuteronomium 18:14-15).

Want al deze volkeren, die je nu verdrijft, schenken wel gehoor aan de voorspellers uit het wolkenbeloop en aan de wichelaars; maar jou staat de Eeuwige , je G`D zoiets niet toe. Een profeet , uit je eigen kring, uit je broeders, zoals ik, laat de Eeuwige, je G`D, bij je opstaan, naar hem moet je luisteren.

Het is daarom dat zij een profeet een “Ziener” noemden (want in die dagen hete een profeet ` een Ziener ` ” [Samuel 1, 9:9]) omdat hij voorzag de toekomst.

HFD. 2: PROFETIE

Bron quotatie gerelateerd aan hoofdstuk 2 Profetie.

De Eeuwige zei tegen Mosje: “Zie, IK kom in een dichte wolk bij je opdat het volk horen zal als IK met je spreek, waardoor ze ook op jou zullen vertrouwen, voor altijd!” (Exodus, 19:9).

De Eeuwige zei tegen Mosje: “Zo moet je het zeggen tegen de Kinderen van Jisrael: Jullie hebt het zelf waargenomen dat IK van de hemel uit met jullie gesproken heb (Exodus 20: 19). Want dit gebod, dat ik je heden voorschrijf is niet iets bovennatuurlijks voor je en het is niet iets dat ver verwijderd is. Het is niet in de hemel, zodat je zou moeten zeggen: Wie stijgt er voor ons naar de Hemel, haalt het voor ons en laat en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen. Ook is het niet aan de overkant van de zee, zodat je zou moeten zeggen: Wie steekt er voor ons over naar de overkant van de zee, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen. Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart te doen (Deuteronomium 30:11-14). Want al deze volkeren, die je nu verdrijft, schenken wel gehoor aan de voorspellers uit het wolkenbeloop en aan de wichelaars; maar jou staat de Eeuwige, je G`D, zoiets niet toe. Een profeet uit je eigen kring, uit je broeders, zoals ik, laat de Eeuwige, je G`D, bij je opstaan, naar hem moet je luisteren. Geheel in overeenstemming met wat je zelf van de Eeuwige, je G`D, bij de Chorew gevraagd hebt op de dag der samenkomst, toen je zei: Ik wil niet verder luisteren naar de stem van mijn G`D en dat grote vuur wil ik niet meer zien, opdat ik niet zal sterven. En toen zei de Eeuwige tegen mij: Ze hebben gelijk met wat ze daar zeggen. IK zal een profeet laten op staan uit de kring van hun broeders evenals jij bent en IK zal Mijn woorden in zijn mond leggen, dan zal hij tot hen spreken al wat IK hem gebied. En diegene die niet luistert naar Mijn woorden die hij uit Mijn naam zal spreken, van hem zal IK zelf rekenschap vragen. Maar de profeet, die de brutale opzet heeft iets uit Mijn naam te verkondigen wat IK hem niet heb opgedragen te zeggen of die uit naam van andere goden spreekt, die profeet moet sterven. En als je bij jezelf denk: Hoe kunnen we het woord onderkennen dat de Eeuwige gesproken heeft? Dat is het geval als de profeet in naam van de Eeuwige gesproken zou hebben en er gebeurt niets van dien aard en het komt niet uit, dan is dat het woord, dat de Eeuwige niet gesproken heeft. Met brutaal opzet heeft die profeet het dan uitgesproken; heb dan geen angst voor zijn persoon (Deut, 18: 14-22). Alles wat ik jullie voorschrijf, moet je nauwgezet in praktijk brengen, voeg er niets bij, en neem er niets af.
Wanner er een profeet of iemand die in zijn dromen visioenen heeft bij je optreedt en je een teken of een wonder aankondigt en dat teken of dat wonder, dat hij jou beloofd heeft komt uit en hij zegt: Laten we andere, jou onbekende goden volgen en die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of van hem die als dromer optreedt, want de Eeuwige, je G`D, stelt jullie op de proef om te weten te komen of jullie wel met heel jullie hart en ziel van de Eeuwige, jullie G`D houden. De Eeuwige, jullie G`D moeten jullie volgen, voor Hem moeten jullie ontzag hebben, Zijn geboden moeten jullie stipt nakomen, aan Zijn roepstem moeten jullie gehoor geven, Hem moeten jullie dienen en met Hem moeten jullie je verbonden voelen.
En die profeet of hij die als dromer optreedt moet ter dood gebracht worden, want hij heeft, met de bedoeling jullie af te brengen van de weg die de Eeuwige , jullie G`D, jullie had voorgeschreven te gaan, afval gepreekt van de Eeuwige, jullie G`D, die jullie uit het land Egypte heeft gevoerd en die jullie verlost heeft uit het slavenhuis; zo moet je het kwade bij je verwijderen.(Deut, 13:1-6)

Op de verklaring van twee getuigen of van drie getuigen kan iemand die ter dood veroordeeld zal worden, ter dood gebracht worden; hij kan niet ter dood gebracht worden door de verklaring van èèn getuigen.(Deut, 17:6)

Wanner het bij een rechtzaak te moeilijk voor je is om te beslissen, tussen het ene halsmisdrijf of het andere, tussen het ene proces of her andere, tussen de ene zaak over letsel of lichaamskwalen of een andere, of bij wat voor verschilpunten ook in je plaatselijke rechtbank, hef de zitting dan op en zoek het hoger ter plaatse, waarop de Eeuwige, je G`D, Zijn keuze zak bepalen. En als je komt bij de priesters, de Levieten en bij de rechter die in die dagen de autoriteit is, vraag dan en zij zullen je de gerechtelijke uitspraak mededelen. Handel dan ook naar de uitspraak die ze je vanaf de plaats die de Eeuwige zal uitkiezen, zullen mededelen en let er op het precies te doen zoals zij je zullen instrueren. Volgens de verklaring van de Thora die zij je instrueren en volgen het vonnis dat zij je zullen zeggen moet je handelen; wijk niet naar rechts noch naar links af van de uitspraak die zij je mededelen (Deut, 17:8-11).

Wanneer er verschillen zijn onder de autoriteiten, zal het oordeel zijn, volgen de meerderheid!( Exodus 23:2).

Wat verborgen is, gaat de Eeuwige, onze G`D aan, maar wat geopenbaard is betreft voor altijd ons en onze kinderen: alle voorschriften van deze Thora in praktijk te brengen! (Deuteronomium, 29:28).

HOOFDSTUK 2. PROFETIE IN RELATIE MET DE MONDELINGE THORA.

Profetie zou ineffectief zijn als een bestemming, om te komen tot de verklaringen van de Thora, of als een aanwending zoals het systeem van de dertien methoden van interpretatie, om te ontlenen de onderverdelingen van de Mitswot. Juister uitgedrukt, wat Jehoshoe`a en Pinchas (de twee leidende deskundige van hun generatie) deden betreffende analyse en redenering, is identiek aan wat Ravina en Raf Ashi (De Samenstellers van de Gemara wat is een analyse van de Misjna zie hoofdstuk acht) plachten te doen. Desalniettemin, werd in feite de unieke invloed, die de Profeet had over de Mitswot, de primaire en fundamentele principes waarop Judaisme zich berust en grondvest.

Om alvorens uitvoerig over te gaan tot de uitleg over de functie van de profeet, zou het vooreerst onmogelijk zijn zonder:

A. Het kwalificeren van de verschillende vormen van claims met betrekking tot het vermogen van profetie die gemaakt kunnen worden en

B. Het omlijnen van de methode waarop de persoons profetie wordt vastgesteld op authenticiteit (als eenmaal zijn claim geldig is), omdat deze informatie eveneens vormt een groot basis principe.

Hele massa`s van mensen zijn al eerder verdwaald met betrekking tot het tweede onderwerp, inclusief een kleiner aantal eminente autoriteiten: Zij veronderstelden dat iemands vermogen van profetie niet substantieel is, totdat hij die het claimt een miraculeus teken vertoond, zoals een van de tekenen welke Mozes onze leraar (z“l) heeft gedaan, de loop van de natuur wijzigen zoals Elia (z“l) deed in wederopstanding weduwe`s zoon (Koningen 1, 17:22), of zoals Elisha (o“h) deed in zijn fameuze miraculeuze wonderen (koningen 2:2-9). Dit is niet een correcte regel. Elia en Elisha en de andere profeten presenteerden niet de mirakels om te verifiëren hun claim op profetie; hun authentieke profetie had zich alreeds van te voren bevestigd. Hun verlangen om deze wonderen te uit te voeren in bepaalde situaties berusten alleen op het feit dat zij zichzelf geroepen voelden het te doen–en zij slaagden in hun doen alleen maar door de intens hechte relatie met De Heilige geprezen zij Hij, Die willigde hun verlangen in, in overeenstemming met Zijn belofte aan de rechtvaardige: “Je zult iets besluiten, en het zal verwezenlijkt worden voor jou” (Job, 22:28). Maar de procedure en discussie voor verificatie die een persoon kwalificeert te zijn, een authentieke profeet verloopt als volgt.

A. Het classificeren van diegene die aanspraak maken op profetie

Allereerst, echter, moet bevestigd worden dat de basis visie met betrekking tot profetie berust op de volgende feiten: diegene die aanspraak maken te bezitten het vermogen van profetie zijn verdeeld in twee groepen, bestaande uit:

(1) Diegene die profeteren uit naam van een vreemde godheid (De gebruikelijke vertaling ” afgoderij ” vanuit het Hebreeuwse avoda zohra is niet correct. Letterlijk betekend zohra zoiets als, vreemd, afwijkend, ongewoon en avoda werken, dienst aan. Dus, iemands handelingen of gedachten onderworpen aan geloof en machten of manifestaties, denkbeelden in plaats van G`D is Avoda Zohra).

(2) Diegene die profeteren uit naam van HaShem

Ad (1) Profetie aan een vreemde godheid is eveneens onderverdeeld in twee types:

(a) Dat van een profeet die optreed en verklaard ” Een bepaalde ster werpt zijn geest op mij en zegt tot mij het te vereren op een bepaalde wijze, zodat het mij kan redden.” of dat een profeet die een oproep doet aan anderen om te vereren iemands beeld of talisman en verklaard ” Een bepaalde existentie heeft zich aan mij geopenbaard in een zekere vorm, en zei tot mij zo en zo, met de opdracht jullie te bevelen te vereren het voor die en dat doel,”zoals de profeten van de Baal en profeten van de Ashera zouden doen. (koningen1,18:28.).

(b) Dat van een profeet die verklaard, “Het woord van Hashem kwam tot mij en Hij zei tot mij te vereren die en die een macht, voor die en dat doel,” en die dan relateert, bepaalde concepten van verering, uitgevoerd door de vereerders van die godheid. Zoals gevest is als een principe in de Thora ( Deuteronomium 18:20), het word eveneens gezien dat deze man profeteert uit naam van een vreemde godheid, ondanks zijn aanwending van de naam Hashem. Want de term vreemde godheidprofetie behelst beide, een die verklaard dat het object het zelf is die oplegt haar te vereren en de ander die verklaard dat het De Heilige geprezen zij Hij, het is, die oplegt om het object te vereren.

Dus, Wanneer op enigerlei wijze iets van deze twee begrippen wordt gehoord van een persoon die uitgeeft te hebben het vermogen van profetie en getuigen met legale confirmaties kan deze handeling bevestigen, zoals is voorgeschreven in de Thora (Deutonomium 17:6), is zijn vonnis executie door wurging. (“En die profeet of hij die als dromer optreedt moet ter dood gebracht worden” [Deuteronomium 13:6]). Het is niet onze aangelegenheid om onszelf bezig te houden hem te examineren en om vast te stellen enige associatie van zijn zijn tot profetie en we zullen niet verzoeken een teken van hem. En zelfs als hij de grootste wonderen en tekens verricht om te bevestigen het vermogen van profetie–Wonderen die nog nooit eerder gezien of gehoord zijn–zal hij desondanks toch moeten worden gewurgd en we mogen geen acht slaan op zijn wonderwerken; omdat de reden dat G`D deze wonderen laat uitkomen is, zoals het schrift vrij duidelijk verklaard: “Want de Eeuwige, jullie G`D, stel jullie op de proef……..” (Ibid., 4). Bovendien, het verstand welk verloochend zijn getuigenis, is veel betrouwbaarder dan de getuigenis van het oog welke ziet zijn wonderen: Het heeft zich alreeds overtuigend bewezen met betrekking tot het menselijk intellect, dat er geen toestemming is om te eren en te eerbiedigen dan alleen de Eeuwige, de Oorzakelijkheid van alle entiteiten, de Unieke en Absolute Enige Perfecte.

Ad (2) Diegenen die profeteren in naam van HaShem zijn eveneens onderverdeeld in twee types:

(a) Iemand die profeteert in naam van de Almachtige, de massa oproept HEM te vertrouwen en oplegt HEM te vereren, maar verklaard, “De Heilige Geprezen Zij Hij heeft toegevoegd een gebod aan de geboden maar die alreeds eerder was aangegeven in de Thora,” of, “….een Thoragebod te niet doet”.
Zo een persoon is een valse profeet. Dat houd eveneens in een profeet die of verhoogt of vermindert het aantal van een numerieke samengestelde mitswa (gebod) in een schriftelijk vers van de Thora, of iemand die toevoegt of vermindert de opinie en bedoeling van een modelinge wet. Een voorbeeld van verhoging of vermindering van het aantal van een numerieke samengestelde mitswa van een schriftelijke vers in de Thora zou door hem als volgt zijn, ” De Heilige Geprezen Zij Hij zei mij dat het Verbod om te Eten de vruchten van pas nieuw geplante bomen (Leviticus, 19:23) geldt vanaf nu voor Twee jaar, en daarna is men toegestaan te eten de vruchten van de bomen,” of, als hij zou zeggen, “De Heilige Geprezen Zij Hij zei mij dat het verboden is het te eten voor vier jaar,”in tegenstelling tot wat De Heilige Geprezen zij hij feitelijk had gezegd: ” Drie jaar zal het verboden zijn voor jullie, om te eten de vruchten van pas nieuw geplante bomen. ” ( ibid ). Alles gelijkend tot dit is opgenomen aan dit concept. Het veranderen of wijzigen in elk opzicht van de mondelinge staat evenzo gelijk aan een manifestatie van valse profetie, zelfs als de profeet ogenschijnlijk is gesteund door een letterlijke interpretatie van een vers, in tegenstelling tot zijn algemene mening. Als voorbeeld, de Thora verklaart (Deut, 25:11-12),

Wanneer mannen met elkaar vechten en de vrouw van de een komt er bij om haar man te helpen tegen de ander die hem slaat en ze steekt haar hand uit en pakt hem in zijn schaamdelen, dan moet je haar hand afkappen….

Als een profeet zou claimen dat dit vers refereert naar een letterlijke amputatie van een hand, eerder dan tot de figuurlijke uitspraak voor het opleggen van een boete voor de vrouw voor de vernedering van de man, zoals de Mondelinge Traditie uitlegt ( Sifra Ki Tatse ), en als hij ondersteun zo een bewering door het fenomeen van profetie, zegende, ” De Heilige Geprezen Zij Hij “heeft mij verteld dat dit gebod,…….haar hand afkappen, letterlijk moet worden begrepen” –eveneens moet hij worden geëxecuteerd door wurging, zo ook de andere valse profeten beschreven als hier boven; hij is een valse profeet en bovendien schrijft hij een uitspraak toe aan de Heilige Geprezen Zij Hij welke Hij nimmer heeft gemaakt. Er is geen enkele reden om aandacht te schenken aan een teken of wonder vertoond bij deze persoon, het zij, voor de Profeet [Mozes], wiens mirakelen de gehele wereld deed verbazen en ons overtuigd heeft van zijn authenticiteit en betrouwbaarheid “…..waardoor ze ook altijd in jou zullen geloven.” [Exodus, 19:9] hij zelf heeft ons verteld in naam van de Heilige Geprezen Zij Hij dat geen andere Wet ooit zal komen van de Schepper naast deze ene: ” Het is niet (langer) in de Hemel………Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart de doen (Deuteronomium 30:12-14). Het onderliggende idee “….met je mond…..” is expliciet de mondelinge Wet overgedragen door Mozes, en de ene liggend daaronder “……van je hart….”refereert naar de impliciete wetten afgeleid door Thora analyses, het intellect zijnde onder de vermogens de uiteindelijke verbondenheid met het hart. Wij zijn zelf eveneens vermaand om iets toe te voegen of te verwijderen van de wetten:” Alle woorden wat ik jullie voorschrijf moet je nauwgezet in praktijk brengen, voeg er niets bij, en neem er niets van af” [Deuteronomium, 13:1].

De Rabbijnen; vrede zij met hun, verklaren daarom: “Een profeet heeft niet het recht om te voorzien in nieuwe wetten” (Meggila 2b). Wanner we eenmaal hebben vastgesteld dat zijn claim valse beweringen bevat ten opzichte van de de Heilige Geprezen Zij Hij, dat hij aandraagt een verklaring ten opzichte van G`D welke Hij nimmer heeft gemaakt, dan is hij wettelijk onderhevig aan de doodstraf, in overeenstemming met het vers, ” Maar de profeet, die de brutale opzet heeft iets uit MIJ naam te verkondigen wat IK hem niet heb opdragen te zeggen of die uit naam van andere goden spreekt, die profeet moet sterven.” (Deuteronomium, 18:20).

(b) (VOLGENDE PUBLICATIE)

Introductie tot de Talmoed – VOORWOORD & HFD. 1: DE ORIGINE VAN DE MONDELINGE TRADITIE

Uitgelicht

MAIMONIDES` INTRODUCTIE OP DE MONDELINGE THORA

VOORWOORD

Nu dan Jisraël, luister naar de wetten en rechtsvoorschriften, die ik jullie leer te volbrengen zodat jullie zullen leven, binnentrekken en in bezit nemen het land dat de Eeuwige, jullie G`D, jullie geeft. Jullie mogen niets toevoegen aan hetgeen ik jullie gebied en er niets van afnemen bij het nakomen van de geboden van de Eeuwige, jullie G`D, die ik (Mozes) jullie vandaag voorleg (Deuteronomium 4:1-2). Kijk, ik heb jullie wetten en rechtsvoorschriften geleerd zoals de Eeuwige, Mijn G`D me die heeft op gedragen om ze precies zo te volbrengen in het land waar jullie binnentrekken om het in bezit te nemen. Letten jullie er dan op en volbrengen jullie ze, want daardoor zullen jullie als wijs en verstandig beschouwd worden in de ogen van de volkeren die als ze al deze wetten horen zullen zeggen: Werkelijk dit grote volk is een wijs en verstandig volk! Bestaat er een ander groot volk bij wie G`D zo nabij is als de Eeuwige, onze G`D, ieder keer als we hem aanroepen? En bestaat er dan een ander groot volk dat zulke rechtvaardige wetten en voorschriften heeft als deze leer die ik jullie heden voorleg? Maar, pas op en waak heel goed over je zelf dat je de dingen die je eigen ogen hebben aanschouwd niet zult vergeten en dat ze nooit uit je gedachten zullen gaan zolang je leeft en dat je er voor zorgt dat je kinderen en je kleinkinderen ze ook weten: Die dag toen je daar vóór de Eeuwige, je G`D, stond, bij de Cheréw (Sinai), terwijl de Eeuwige tot mij sprak: “Verzamel het volk” (600.000 mannen in de leeftijd tussen twintig en zestig jaar oud, met vrouwen en kinderen en de “grote mengeling van Egyptische intellectuelen” voor mij, dan zal ik hun doen laten horen Mijn woorden, die zij zelf moeten leren, om zolang ze op aarde leven ontzag voor Mij hebben en die ze ook aan hun kinderen moeten leren. “De Eeuwige sprak tot jullie van midden uit het vuur, een klank van woorden hoorden jullie, maar een gestalte hebben jullie niet waargenomen, alleen maar een stem. Hij deelde jullie Zijn verbondswetten mee, die Hij jullie om na te komen opdroeg: De Tien Uitspraken, die Hij op twee stenen platen schreef.” (Ibid 5-13). Vraag toch maar eens naar vroegere dagen van voor je tijd, vanaf de dag dat G`D een mens op aarde schiep en vraag het van het ene einde van de hemel naar het andere: is er soms ooit zo iets groots gebeurd of is er ooit zo iets dergelijks gehoord? Heeft er een volk de stem van een god gehoord, die midden uit het vuur sprak, zoals jullie die gehoord hebben en is het dan in leven gebleven? (Ibid 32-33). De Eeuwige, onze G`D heeft met ons een verbond bij de Choréw (Sinaï) gesloten. Niet met onze ouders heeft G`D dit verbond gesloten, maar met ons, zodat wij hier allen vandaag in leven zijn. In aangezicht tot aangezicht heeft de Eeuwige met ons op de berg, midden uit het vuur gesproken! (Ibid 5:2-4). Deze woorden heeft de Eeuwige op de berg midden uit het vuur, de wolk en de dichte nevel met luide stem tot heel jullie verzamelde gemeenschap gericht – een grote Stem – en jullie zeiden: De Eeuwige onze G`D, heeft ons zojuist Zijn glorie en grootheid laten aanschouwen en Zijn stem hebben we midden uit het vuur gehoord. Deze dag hebben we ervaren dat G`D met de mens kan spreken en dat deze toch blijft leven (Ibid 19-21).

Israël vertrouwde niet op Mosje Rabbijnoe (Mozes onze leraar) om de wonderen die hij verrichte; want een vertrouwen dat berust op wonderen, behelst twijfel; het is mogelijk dat het wonder was gedaan door middel van trucage. De wonderen die Mozes verrichte hadden niet als doel, het aan tonen van de authenticiteit van zijn profetieën, maar werden verricht uit praktische noodzakelijkheden…Waarom vertrouwde Israël dan op hem? Omdat wij stonden aan de berg Sinaï, waar onze eigen ogen zagen- en geen anderen- en onze eigen oren hoorden- en niet iemand anders- het vuur en de donder en de bliksem; Mozes naderde de Dichte Wolk en de Stem sprak tot hem, en we hoorden de woorden: “Mozes, Mozes! Zeg tot hen zo en zo !” En nogmaals de verklaring, “Van aangezicht tot aangezicht sprak met jullie” en, “En niet met jullie ouders heeft G`D dit verbond gesloten …” Aanschouw! Ik kom naar jou in een wolk zodat het gehele volk Mij zal horen spreken met jou, en daarom jou vertrouwd voor altijd!” (Mishne Thora: Hichot J`soda HaThora 8:1)

Bron quotatie gerelateerd aan hoofdstuk 1 De origine van de mondelinge traditie.

En HaShem sprak tot Mozes OP DE BERG SINAÏ, en zei (alle details en specificaties over de voorschriften van Sh`mieta. (Leviticus 25:1) “Dit zijn de geboden die de Eeuwige Mosje heeft geboden voor de Kinderen van Jisraël, OP DE BERG SINAÏ (Laatste zin Leviticus).

En het was in het veertigste jaar, in de elfde maand, op de eerste van de maand was het, dat Mosje tot de kinderen van Jisraël sprak, geheel in overeenstemming met alles wat de Eeuwige hem ten behoeve van hen geboden had….In het overjordaanse, in het land Moab, begon Mosje deze Thora – de hem gegeven Leer- uiteen te zetten. Hij zei:……….(Aan het begin van Deuteronomium).

Rechters en gerechtsbeambten moet je binnen al je poorten, die de Eeuwige, je G`D, je voor je Sh`vatiem (stammen) zal geven aanstellen, die volgens rechtvaardige rechtsprincipes het volk berechten. (Deuteronomium 16:18)

Wanneer het bij een rechtszaak te moeilijk voor je is om te beslissen, tussen het ene halsmisdrijf of het andere, tussen het ene proces of het andere, tussen de ene zaak over letsel of lichaamskwalen of een andere, of wat voor geschilpunten ook in je plaatselijke rechtbank, hef de zitting dan op en zoek het hoger ter plaatse, waarop de Eeuwige, je G`D, Zijn keuze zal bepalen. Je zult gaan naar de Kohaniem-Levieten en naar de Rechter, die in die dagen de de autoriteit is, vraag dan en zij zullen je de gerechtelijke uitspraak mededelen. Handel dan ook naar de uitspraak die ze je vanaf de plaats, die de Eeuwige zal uitkiezen, zullen mededelen en let er op het precies te doen zoals zij je zullen instrueren. Volgens de verklaring van de Thora die zij je instrueren en volgens het vonnis dat zij je zullen zeggen moet je handelen; wijk niet naar rechts noch naar links af van de uitspraak die zij je mededelen. En de man die in boos opzet zou handelen, door ongehoorzaam te zijn aan de Kohen, die in functie is om de Eeuwige, je G`D, daar te dienen of aan de rechter, die man moet sterven. Zo moet je het kwade uit Jisraël verwijderen. Heel het volk zal dit horen, ze zullen ontzag hebben en niet meer opzetterlijk het verkeerde doen. ( Deuteronomium 17:8-13 ) “En als er een meningsverschil is tussen de autoriteiten)volg de meerderheid!” (Exodus 23: 2).

Toen Mosje klaar was de woorden van deze Thora in een boek op te schrijven, gaf Mosje tot het einde toe, de Levieten, de dragers van de verbondsark van de Eeuwige de volgende opdracht: “Neem dit Thora-boek en leg het aan de kant van de ark met het verbond van de Eeuwige, jullie G`D, want daar kan het getuige tegen jullie zijn… (Deuteronomium 3124-26).

“En IK ( HaShem) zal je ( Mozes ) geven de stenen platen, met de thora en het gebod” ( Exodus 24:12 ).”De Thora……” refereert naar de geschreven Thora; “……en het Gebod….refereert naar haar verklaring….. Dit gebod- de Verklaring van de Thora- schreef Mosje niet op, maar onderwees het de Oudsten en Jehoshoe`a en de rest van Israël; zoals het zegt: ” Het gehele gesproken Woord wat ik jullie gebied; moeten jullie nauwgezet in praktijk brengen ” (Deuteronomium 13:1). Om deze rede is het genoemd de Thora Sheh B`ahl Peh ( De Mondelinge Wet).

HOOFDSTUK 1. DE ORIGINE VAN DE MONDELINGE TRADITIE

Het moet zo opgevat en begrepen worden dat elke mitswa die HaKadosj Baroechoe gaf aan Mosje rabbijnoe, begeleid was met zijn bijbehorende uitleg, G”D vertelde hem de mitswa, daarna de verklarende uitleg, zijn essentie en de hele wijsheid achter het Thoravers.

De instructie van de Thora door Mosje aan de natie was als volgt: Mosje placht zijn tent binnen te gaan gevolgd als eerste door Aharon. Mosje vertelde hem de mitswa eenmaal, en leerde hem zijn bijbehorende uitleg, zoals het hem was gegeven. Daarna trok Aharon zich terug, rechts, naast Mosje. Vervolgens kwamen El`azar en Itamar, Aharon`s zonen binnen en Mosje vertelden hun wat hij aan Aharon had gezegd en vervolgens trokken zij zich terug. Een links van Mosje rabbijnoe en de andere rechts naast Aharon.

Dan kwamen de zeventig oudsten en Mosje instrueerde hun zoals hij het had geleerd aan Aharon en zijn zonen.

Dan zetten hij uiteen aan volk en aan al diegene die verlangde naar Hashem, de gehele orde van de mitswa, zodat zij het zouden horen van zijn lippen.

We kunnen nu vaststellen dat Aharon elke mitswa vier keer zou horen van de lippen van Mosje; Zijn zonen drie keer; De oudsten twee keer; en de rest van het volk; één keer.

Mosje trok zich vervolgens terug en Aharon gaf een herhaling en uitleg van de mitswa – -welke hij vier keer gehoord had van Mosje– tot al de aanwezigen. Vervolgens trok Aharon zich van hen terug, zijn zonen hebben nu ook de mitswa vier keer gehoord, drie keer van Mosje en één keer van Aharon.

Nadat Aharon zich had teruggetrokken gaven El`azar en Itamar een herhaling en leerde de mitswa aan de aanwezige natie. We kunnen nu eveneens vaststellen dat de Zeventig Oudsten de mitswa vier keer hebben gehoord: twee keer van Mosje, één keer van Aharon, en één keer van El`azar en Itamar.

Naderhand gaven de Oudsten eveneens een herhaling en een uiteenzetting van de mitswa aan het volk, één keer. Zodat we kunnen constateren dat de gehele Congregatie de mitswa vier keer had gehoord: één keer van Mosje, één keer van Aharon, een derde keer van zijn Zonen, en vierde keer van de Oudsten.

Daar opvolgend instrueerden alle leden van de natie elkaar in wat zij gehoord hadden van de lippen van Mosje en schreven verslag over de mitswa voor hun zelf. De Hoofden trokken door geheel het volk Israël om te onderwijzen tot iedereen exact en vloeiend de mitswa kende Zij instrueerde hun eveneens in de uitleg die nodig was voor de vele verschillende aspecten van de door G`D gegeven mitswa. De Mitswa werd dus geëngageerd tot het schriftelijke, terwijl zijn mondelinge Traditie werd geëngageerd aan geheugen.

Dit is wat onze Rabbijnen, moge hun nagedachtenis een zegen zijn, verklaren in een Braita (Sifra Leviticus, 25:1):
Het vers luid, “De Eeuwige sprak tot Moshe op de berg Sinai……”en vervolgens verklaart het de details over de wetten die betrekking hebben op Sh`mieta. Nu, welk nieuw feit… ” op de berg Sinai ” leren wij? Is het niet alreeds een bekend feit dat de gehele Thora was verteld op de Sinai ( Leviticus 27:34)? En dat de Thora niet overbodig verklaard! Het verklaard aan je; Juist zoals we zien dat de algemene principes over Sh`mieta werden verteld samen met hun details en specificaties op de Sinai, zo is het eveneens met de algemene principes , details en specificaties van al de mitswot die verteld zijn op de Sinai.

Bijvoorbeeld, De Heilige geprezen is Hij zegt tot Mozes: “Zeven dagen moeten jullie in loofhutten (Soekot) wonen “(Leviticus, 23:42). Naderhand geeft hij gedetailleerd aan dat deze mitswa van Soekot verplicht is voor mannen, maar niet voor vrouwen (Soeka 2:8);dat evenmin de zieken, noch de reizende hoeven te voldoen aan deze verplichting (Soeka 4 Gemora Soeka, pg26a); en dat de soeka een losse dakbedekking moet hebben van natuurlijke loofproducten en niet van wol, of zijde, of Keliem (accessoires) –inclusief ook die gemaakt zijn van aardse producten– zoals kussens, dekbedden en kleding. En verder geeft hij aan dat eten, drinken en slapen in de soeka verplicht is voor al de zeven dagen en zijn binnenruimte niet minder mag zijn dan 7×7 tefahim (handbreedte), noch zijn hoogte minder dan 10 tefahim.
Toen Mozes De Profeet nader kwam op de berg Sinai, gaf HaShem hem deze opdracht met zijn uitleg en zo was het met al de 613 opdrachten van de Thora; zij en hun uitleggingen zijn beide gegeven; de opdrachten schriftelijk en de uitleg mondeling. In het veertigste jaar, in de elfde maand (deut. 1:3), op de eerste dag van de maand Sjewat, Verzamelde Mozes het volk en zei tot hun: ” De tijd van mijn sterven is aangebroken. Als er iemand onder jullie een halacha ( een bindend praktijk voorschrift, lett; de weg die men gaat ) heeft gehoord maar vergeten is, laat hij dan naar mij toe komen en ik zal het verklaren. En iedereen die bepaalde onzekerheden heeft omtrent het een of ander van de Thora, laat hem dan komen en ik zal de zaak voor hem verhelderen,” zoals gezegd wordt in de Thora: Mozes [voor de laatste keer] begon uiteen te zetten deze (geschreven) Thora, zegende………” (Deut. 1:5).
“Ieder die een voorschrift vergeet–laat hem komen en het zal onderwezen worden; en ieder die uitleg behoeft–laat hem komen en het zal worden gegeven “(cf. Sifray, loc.cit.).
Dus zij verwierven en werden opgehelderd over de Halachot (m.v.) van Mozes` lippen, en zij bestudeerden intensief de verklaringen vanaf de eerste Sjewat tot aan de zevende Adar. Vlak voor zijn dood , begon Mozes te schrijven de Thora op rollen-dertien Thorarollen op perkament -alomvattend vanaf de eerste letter beet van bereshieth tot aan de letter lamed van leéné kol Jisraél (Bava Basra, 16A). Hij gaf één rol aan elk van de twaalf stammen van Israël zodat zij zich met haar inhoudelijk konden bekwamen en wandelen in haar voorschriften. De dertiende rol gaf hij aan de Levieten, zegende tot hen ” Neem deze Thorarol en leg het aan de kant van de Ark met het Verbond van de Eeuwige, jullie G`D, want daar kan het getuigen tegen jullie zijn…”(Deut,31:26).
Naderhand, besteeg hij op het middaguur van de zevende Adar de berg Newo
(Megilla 13B), zoals is berekend door de Traditie. De ervaring welke toen hem overkwam schijnt op ons over te komen als zijn dood, sindsdien hebben wij hem niet langer om ons heen, wat is bewaard, is zijn aandenken; maar wat hem betreft , is het een continuering van het leven in het licht van de hoge positie naar welke hij opsteeg. In deze gemoedstoestand zeggen de geleerden, ” Mosje Rabbijnoe stierf niet , maar steeg op en studeert nu boven.” [ Sota, 13A ].
Echter, een complete behandeling van deze concepten zou teveel tijd in beslag nemen en daar is ook dit niet de juiste passage voor.

En toen, nadat hij Jehoshoe`a had vervuld met de G`D gegeven verklaringen, “stierf ” Mozes vrede zij met hem. Jehoshoe`a en zijn tijdgenoten analyseerde het overgeleverde zeer nauwkeurig. Maar er waren geen vragen in welke vorm dan ook over wat hij en de oudsten expliciet hadden gehoord van Mozes en er werd niet over gedebatteerd . Die vertakkingen of die verklaringen welke niet expliciet waren gehoord van de profeet`s lippen, werden opgelost door hun interpretatiesysteem De Dertien methoden van Thora Interpretatie gegeven op de Sinaï. Sommigen van deze voorschriften waren zo gedefinieerd dat zij geen controversen opriepen, zij werden unaniem aanvaard. Maar sommigen van hun waren onderwerpelijk aan een andere opinie: de ene autoriteit zou de feiten willen schikken in een bepaalde rangorde, komend tot een resultaat en daar overtuigd van zijn, de ander zou hen anders willen rangschikken, zoals gebeurt in vormen van grondprincipes. Wanneer zich zo een controverse zou voordoen onder de autoriteiten, dan zullen zij volgen de meerderheid van stemmen, zoals de Thora voorschrijft in dergelijke situaties: “je zult beslissen volgens de meerderheid” (Exodus, 23:2).