PARASHAT DEVARIEM

 

SHABBAT CHAZON

 

VISIOENEN VAN VERLOSSING

 

Elke Shabbat is een elevatie en voltooiing van al onze verwerkelijkingen van die week. Dit is één van de primaire leerstellingen van de Safed Kabbalisten, zoals wordt geïllustreerd door de jaardag van de Arizal, wiens heengaan plaatsvond  op Av, de vijfde dag van de maand Av. Verder is het de bron van alle G’ddelijke zegeningen van de week die zal volgen. Aangezien Shabbat elk facet van ons dagelijks leven beïnvloedt, is het belangrijk om voor elke Shabbat terug te blikken naar de gebeurtenissen die plaatsvonden in de afgelopen week en onze verwachtingen van de komende week, met inbegrip van zowel grote als kleine evenementen, te beginnen.

Deze overdenkingen helpen onze krachten te convergeren om op de meest effectieve wijze profijt te hebben van Shabbat. De Shelah breidt dit Kabbalistisch concept inhoudelijk uit tot het wekelijkse Thoragedeelte, verklarend dat de Thora in zijn oneindigheid ook is verbonden met onze wekelijkse ervaringen.

Hoe meer we het wekelijkse Thoragedeelte bestuderen, des te meer zullen we ontdekken hoe de Thora ons zegent met inzichten en instructies en hoe om te gaan met obstakels op onze weg en hoe ze te overwinnen, om zo doende G’D volledig te kunnen dienen.

In het licht van het bovenstaande, is het gemakkelijker te begrijpen waarom Shabbatot  waar belangrijke gebeurtenissen aan verbonden zijn, gewoonlijk hun eigen unieke namen hebben. De Shabbat tussen Rosh Hashana en Jom Kippoer wordt “Shabbat Teshoewa” genoemd. De Shabbat voorafgaande aan elke Rosh Chodesh (eerste dag van de maand) wordt “Shabbat Mevorchiem”genoemd.

De Shabbat tussen Rosh Chodesh Av en de 9e Av, onze jaarlijkse rouwperiode voor de verwoesting van de twee Heilige Tempels, wordt “Shabbat Chazon” genoemd. Het woord “chazon, het Hebreeuwse woord voor “profetisch visioen”, is het eerste woord van de Haftora, gelezen op deze Shabbat. Deze Haftora bevat strenge vermaningen van de profeet Jesaja aan het Joodse Volk om berouw te hebben.

Rabbi Levi Jitzchak van Berdichev, een van de grootste Chassidische meesters en legendarisch als verdediger van het Joodse Volk aan het Hemelse Gerechtshof, openbaart een andere betekenis van Shabbat Chazon, hij leert dat elke Jood een subtiel visioen van de Derde tempel wordt gegeven op deze Shabbat. Dit visioen is bedoeld om in ons het verlangen op te wekken de Derde Tempel uiteindelijk te verkrijgen, vergelijkbaar met een kind dat een cadeau wordt getoond wat het zal krijgen als hij streeft naar verbetering van zijn gedrag. “Genoeg van deze verbanning” we zijn bedoeld te zeggen en te voelen, “Wij willen de Tempel”, zodat we uiteindelijk G’D kunnen dienen op de meest juiste manier, de manier die G’D oorspronkelijk van ons verlangde.

Elke neergang is omwille van de stijging die zal volgen. De tragische gebeurtenissen waar we jaarlijks om rouwen om deze tijd van het jaar hebben als doel, de grote elevatie die eruit voort zal komen, de herbouw van de laatste eeuwige Tempel. Niets kan onze wil in de weg staan. Al we waarlijk iets willen, zullen we het bereiken.

De Shelah schrijft dat dit de reden is dat de drie Thoragedeelten, Matot, Masé en Devariem altijd gelezen worden gedurende deze periode. Onze sterke leiders (Rashé HaMatot), en eindeloos lijkende verbanning (Masé, letterlijk “reizen, tochten”) zullen ons leiden naar “G’D” , “de G’D van onze vaderen, zal jullie duizend maal zoveel laten zijn en jullie zegenen, zoals Hij jullie heeft beloofd” (Deuteronomium. 1:11), een zegen zonder beperkingen. Het is niet verbazend dat dit vers altijd wordt gelezen op Shabbat Chazon.Moge de 9e Av veranderd worden in een feestdag!

Rabbi Jitzchak Ginsburgh verklaart waarom de jaardag van het heengaan van de Arizal, op de 5e Av , ook gedurende deze rouwperiode is, in feite, is het exact het middelpunt van de Negen Dagen van meest strenge rouw. De leringen van de Arizal bereiden de wereld voor op de verlossing. Op de jaardag van het heen gaan van een Tsadiek, worden al zijn levensvervullingen in de wereld nog eens gereveleerd op een hoger niveau, als zij zijn verenigd met alles wat tot dan toe was bereikt, ten gevolge van zijn goede werken. Deze revelatie is het meest krachtige instrument in onze handen om de rouw te overwinnen en ons met de verlossing te verbinden.

Het grootste gedeelte van de Geschriften van de Arizal werden aan ons over gedragen door zijn voornaamste student Rabbi Chaim Vital. Hij verklaart het vers,     “ De Eeuwige, onze G’D, sprak tot ons aan de Chorew, zeggende “Lang genoeg [rav lachem] zijn jullie bij deze berg gebleven”. (Deuteronomium. 1:6) “Rav Lachem” kan ook worden vertaald als “jullie zijn groot geworden”, betekenend, aangezien jullie waardig zijn om de Thora rechtstreeks van G’D te ontvangen, zijn jullie nu groot en krachtig geworden. Waarom hier zitten blijven? Keer om en volg je bestemming! Ga en gebruik de kracht die je is gegeven en verover de wereld. Maak de wereld tot een verblijfplaats waar G’D is geopenbaard.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MAS’ÉE

Reizen Numeri. 33: 1 – 36:1

 

Tweeënveertig mystische routes

 

Sefer Baal Shem Tov (Degel Machane Ephraim)

 

Dit zijn de routes van de Kinderen van Israël die onder leiding van Mozes en Aharon uit Egypte waren getrokken in hun stamverbanden” (Numeri. 33:1)

 

Er waren bij elkaar tweeënveertig routes. Mijn grootvader [de Baal Shem Tov] legt uit dat zij in het leven van een ieder mens voorkomen, van het moment van geboren worden tot de dag dat men sterft.

Dit kan als volgt worden opgevat: wanneer een persoon wordt geboren en de baarmoeder verlaat, wat correspondeert met de uittocht uit Egypte, trekt hij later van de ene plaats naar de andere, totdat hij het Bovenaardse Hemelse Land van het Leven bereikt [de Toekomstige Wereld, corresponderend met het Land Israël]. Dus staat er geschreven: “Bij het woord van G’D legerden ze en bij het woord van G’D trokken ze op” (Numeri. 9:23), wat correspondeert met beperkt bewustzijn en verruimd bewustzijn.

Ik hoorde ook van een bepaald persoon dat de tweeënveertig routes corresponderen met de tweeënveertig letter Naam Van G’D, welke wordt geteld van de eerste nacht van Pesach tot aan het feest van Shawoeot en wordt voltooid met de ontvangst van de Thora. Hoewel er in totaal negen en veertig dagen zijn, is elke week een complete eenheid, met de oorsprong van hen allen die tweeënveertig zijn.

[De eerste week van de uittocht uit Egypte wordt niet geteld voor rectificatie (tikoen) van de middot die verbind met G'D's Tweeënveertig Letter Naam, maar van de dag dat zij de rode zee doorkruisten begint de telling van tweeënveertig dagen.]

Deze routes werden in de Thora vastgelegd om ons te leren de juiste weg in ons leven te volgen en dat al onze reizen heilig en puur zijn. Zo hoorde ik van mijn grootvader uit naam van de Briet Menoecha, dat [de plaats] Kivroth HaTa’avah [letterlijk, "begrafenissen van begeerte"] (Numeri. 11:34) corresponderen met de sefira van cochma, want zij begroeven daar de mensen die lust begeerden. Met andere woorden, wanneer iemand het niveau van chochma bereikt, verliest hij al zijn [materiële] begeerten in zijn gehechtheid aan G’D.

Nu kunnen wij begrijpen dat alle reisroutes heilig waren, of aspecten van heiligheid bevatten op verheven niveaus. Tav’erah [andere plaats, letterlijk "Brandend"] was stellig een verheven aspect (Numeri. 11:3). Echter de Israëlieten vervormden de aard van deze plaatsen door hun daden, zoals wordt gezegd over Kivroth HaTa’avah: “En [Mozes] noemde de plaats Kivroth HaTa’avah, want zij begroeven daar de mensen die hunkerde naar gulzigheid (Numeri. 11:34). Dit is ook van toepassing op de andere legerplaatsen, zoals Tav’arah: “En [Mozes] noemde de plaats Tav’erah ["Brandend"] , want G’D’s vuur had hen verbrand.” Maar hadden zij deze plaatsen niet vervormd, zou elk van hen zijn eigen verborgen licht hebben gereveleerd.

Dit is de betekenis van “Dit zijn de routes van de Kinderen van Israël…….Mozes scheef op bevel van G’D de vertrekpunten van hun verschillende routes op en dit zijn dan hun routes in overeenstemming met het opbreken van hun kampementen”(Numeri. 331-2): Mozes noteerde de bovenaardse significantie van elke route, van de baarmoeder tot het Land van het Leven, zodat elk persoon de weg zou weten te volgen in overeenstemming met G’D’s woord. Echter….” dit zijn hun routes in overeenstemming met het opbreken van hun kampementen”. “(Numeri. 331-2): ; is hoe zij zelf dat opbreken van hun kampementen vervormen met hun daden, want het eind van het vers zegt niet: “op bevel van G’D”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MATOT

Stammen – Stammen     Numeri 30:2-32:42

De Mitswot in de Parshot Matot, Masee en Devariem, zijn verdeeld in drie groepen, sommige met de bedoeling om onze ziel te perfectioneren, sommige om ons lichaam te perfectioneren en anderen om onze eigenschappen er voor te bewaren dat zij “puur”blijven, m.a.w dat we ons niet schuldig maken aan roof en oneerlijkheid. Omtrent deze drie aspecten van perfectionering, zegt de Thora: “Je moet van de Eeuwige, je G’D, houden met heel je hart, m.a.w de zetel van je fysieke leven, heel je ziel, m.a.w de zetel van je spirituele leven, en met alles waartoe je bij machte bent, m.a.w met al je economische bezittingen.” (Deuteronomium. 6,5)

In Parashat Matot behandelt de Thora de mitswot die bedoeld zijn om onze ziel spiritueel te ontwikkelen en te perfectioneren. De regels handelen over het afleggen van een officiële eed of belofte, zij bevat tevens de waarschuwing om alle woordelijke uitspraken in ere te houden, “kekol hajotsé mipien ja’asè,” “precies dat wat over zijn lippen is gekomen heeft hij te volbrengen”. (Numeri. 30,3)
Dit is gericht op de ziel, omdat het spraakvermogen wordt verkregen van de eigenschap wijsheid welke op zichzelf een uitvloeisel is van de ziel.
Spraak is alleen maar een externe versie van iemands denken, iets wat de mens verheft boven alle andere levende creaturen. De mens wordt een “medaber” genoemd, een sprekende creatuur. Daarom mag hij niet zijn spraak “ontheiligen”. We zien dat ook bij Onkelos in het weergeven van Genisis 2,7: “waijehie ha’adam lenefésh chaija” zo “werd de mens een sprekende ziel”.
We zijn reeds ervan bewust dat de mens ontwikkeld is geworden vanuit het superieur beeld van een hogere wereld, dat elk van zijn ledematen een tak is van een “boom” in de Celestische Regionen en dat de mond waarmee hij is uitgerust, alleen dient om hem in staat te stellen, de grootheid van de Eeuwige te proclameren en Zijn glorie te verhalen.
Het is een gegeven om de Eeuwige te dienen. Dit bedoelde Koning David, wanneer hij zegt in Psalm 145,21: “Een lofzang op de Eeuwige brengt mijn mond tot uiting en al wat leeft prijst Zijn heilige naam, voor altijd.”

Het gedeelte van Masee bediscussieert de Thora, de onderwerpen die betrekking hebben op het perfectioneren van het lichaam. Het lichaam wordt gezien als een bekleding van de ziel, en is evenzo geschapen in het evenbeeld van G’D (Genesis.1,27). Daarom wordt, als iemand een ander creatuur, die geschapen is in G’D’s evenbeeld, vermoordt, zelf gedood als een passende manier van vergoeding. Door zijn daad heeft hij een ziel gesepareerd van zijn lichaam, [ bekleding ], vandaar dat zijn ziel wordt gesepareerd van zijn bekleding.
De moorddaad wordt gezien alsof de moordenaar ook een leven van een ziel in de Celestische Regioen heeft gescheiden van zijn “lichaam”.
Ofschoon, zo’n separatie vroeger of later, zonder meer zal plaatsvinden { door een natuurlijke dood van het slachtoffer } wordt de moordenaar gestraft voor het premature.
Wanneer de dood van het slachtoffer echter te wijten is aan een daad zonder intentie hem te doden, beschouwt de Thora hem niet schuldig aan het vergieten van bloed. De dood van het slachtoffer was een handeling van G’D, m.a.w de eigenschap van justitie koos iemand als zijn instrument, iemand die een ander, niet ontdekt, vergrijp heeft gepleegd. De doder heeft onbewust G’D’s bedoeling uitgevoerd, hij had geen enkele intentie of plan om het slachtoffer te doden met of zonder moordwapen. De doder zal moeten vluchten naar een asielstad, één van de steden van de Levieten. Deze steden werden beschouwd als steden van het recht. De Levieten zelf representeren de sifera van gevoera, in het patroon van chesset, gevoera teferet, een patroon dat correspondeert met de respectievelijke niveaus van koheen, levie, jisraël.
De doder, zonder voorbedachte rade, moet in de asielstad blijven tot de dood van de Hoge Priester (Numeri. 35,25). Dit is, omdat het lichaam van het slachtoffer was gedood, ook zijn ziel van hem was genomen en in exil moest blijven, tot aan het tijdstip van G’D’s goedvinden. Wanneer de Hoge Priester overlijdt, wanneer zijn ziel opstijgt naar de Celestische Regionen, is het de ziel van de doder eveneens toegestaan om op te gaan naar deze regionen. Een ziel welke in “exil” is, mag worden vrijgelaten van zo’n exil als gevolg van een overlijden van een groot persoon, m.a.w een prominente Tsadik, een Rechtvaardige.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT PINCHAS

Pinchas   Numeri 25:10 – 30:1

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, p. 216b

In parshat Pinchas weidt de Zohar uit over onderwerper, zoals “impregnatie” van de zielen (bekend als het concept “iboer neshamot“), reïncarnatie en de mysteries ten aanzien van offeren. In het voorbijgaan wordt een hedendaags algemeen onderwerp in New Age Theology aangehaald en wat velen interesseert, Astrologie.

Kom en zie. Elk geschapen wezen in deze wereld stond, voor het geven van de Thora aan Israël, onder de invloedsfeer van de sterren, met inbegrip van geboorte, leven, levensonderhoud.

Mazal” is het Hebreeuwse woord voor de sterren en constellaties en tevens, in modern Hebreeuws voor “geluk”. Het is verbonden met het woord “nazal” wat stromen, vloeien of druppelen betekent. Het concept is, dat de “G’ddelijke beïnvloeding en effect” neerwaarts sijpelt, door de wisselende sterrenformaties zodat in hun veranderingen deze beïnvloeding wordt weergegeven.

Doch nadat de Thora was gegeven aan Israël, werden zij aan macht van de sterren en constellaties onttrokken. We leren dit van Abraham omdat zijn toekomstige afstammelingen existeren met de verkregen letter “hé”van zijn naam Abraham. Deze “hé” representeert de 5 boeken van de Thora “Deze zijn de generaties van de hemelen en de aarde, toen zij geschapen werden [in het Hebreeuws, "behibaram"], op de dag dat de Eeuwige G’D aarde en hemelen maakte.” (Genesis. 2:4) Hij creëerde hen met (de letter) hé .

De letter  is de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet en heeft daarom de numerieke waarde van 5.
Abraham begreep vanuit de sterren dat hij geen kinderen zou krijgen, maar dit veranderde na G’D’s belofte, dat er een zoon aan hem en Sara zou worden geboren. Op dat tijdstip veranderde zijn naam van Abram naar Abraham, de letter werd aan zijn naam toegevoegd. Het getal 5 en de letter  zijn daarom verbonden met verandering van mazal en impregnatie. Het woord “geschapen”, in het Hebreeuws, “behibaram” in het vers, kan gelezen worden als “Hij maakte hen met (de letter)  “.
Dit laat duidelijk het verband zien tussen de schepping en de 5 boeken van de Thora en geeft aan dat de wereld existeert door de verdienste van de Thora. De letter  representeert ook de sefira van malchoet dat alle abondances van de hogere sefirot in zich draagt en hun invloeden tot realiteit brengt.

Hij zei tot Abraham: “Doordat deze letter hé aan je naam is toegevoegd, zijn de hemelen nu onder jouw beheer en alle sterren en hemellichamen in die hemelen geven hun licht weer, door de kracht van die letter hé .

Het strenge oordeel in de sefira van malchoet kan “verzacht” worden door goede daden, het leren van Thora en mitswot. Dit brengt een kosmische splitsing teweeg en is de manier, om de beïnvloeding van de sterren en constellaties te beheersen.

Vanwege dit alles, al diegenen die streven naar het leren van Thora, cijferen de dwangmatige beïnvloeding van sterren en constellaties van zich weg. Dit is alleen van toepassing als hij leert met de intentie om de mitswot van de Thora in acht te nemen, is dit streven niet in zijn leren aanwezig, wordt de beïnvloeding van de sterren en constellaties niet aan hem onttrokken.

De Zohar gebruikt het woord “aishetadal” in haar beschrijving om de Thora op de juiste manier te benaderen. De letterlijke vertaling van het woord is, “om zich in te spannen” Het is opgebouwd uit twee Hebreeuwse woorden: “aish” wat “vuur” en “dal” wat ” arm, gebrekkig” betekent. Het gebrekkig mentaal vermogen van iemand, die zich inspant om te begrijpen, moet passend worden gemaakt door een innerlijk “vuur” om het leren van Thora te motiveren, in een poging om Zijn mitswot uit te voeren in de concrete realiteit van het allerdaagse leven. Dit verschilt totaal met het seculaire leren, wat puur intellectueel gericht is. Omdat het alleen intellectueel gericht is, beïnvloedt het niet, de alledaagse realiteit van de student. Zijn alledaagse realiteit staat daarom bloot aan de beïnvloeding van sterren en constellaties.

Een ignorant persoon staat zelfs meer onder invloed. Hij wordt vergeleken met het dierlijke instinct [omdat hij geen bewustzijn heeft van een hogere realiteit] zoals we hebben geleerd: “Vervloekt, wie gemeenschap heeft met een of ander dier.” (Deuteronomium. 27:21)
Dit is omdat de dwangmatige invloed van de sterren en constellaties niet van hem zijn weg gecijferd.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BALÁK

Balak Numeri. 22:2 – 25:9

Rabbi Shimon bar Jochai

Fontein van Rebbe Pinchas

Zohar, p. 201a

In de vallei onder aan de stad Safed, waar Rebbe Pinchas ben Jair, de auteur van deze verhandeling is begraven, ligt een bron genaamd de “Fontein van Rebbe Pinchas”. Deze bron voedt een prachtige waterplas welke omringd is door fruitbomen.
Rabbi Pinchas opent zijn verhandeling met het vers “Een fontein van tuinen, een bron van vers water en bergstromen van de Libanon”. (Hooglied. 4:15) Waarom zegt het vers “Een fontein van tuinen”? Zijn er geen andere fonteinen die vloeien vanuit tuinen? Ongetwijfeld zijn er vele andere, aangename en kostbare fonteinen in de wereld. Maar het genot van die fonteinen is niet identiek. Er zijn fonteinen die vloeien in de woestijn, in een droge omgeving, zij geven ongetwijfeld genoegen aan degenen die er verblijven en ervan drinken. Maar hoe goed en kostbaar is een fontein van tuinen! Zo’n een fontein komt ten goede aan planten en vruchten. Iemand die verblijft in de nabijheid van deze fontein voelt zich tevreden. Hij geniet van het water, de planten en het fruit. Dit type fontein kroont alle anderen. De hoeveelheid rozen, de hoeveelheid welriekende planten die haar omringen, hoe prachtig is die fontein in vergelijking met anderen. Het is een fontein van levend water.
In het vers In het Hebreeuws wordt bronwater “levend water”genoemd, want het is de oorspong van leven.
En [het diepste innerlijke van deze zin is] zoals we hebben uitgelegd, dat dit allemaal verwijst naar de Shechina [malchoet]. Zij wordt “Een fontein in de tuinen” genoemd [omdat Zij de rijkdom ontvangt welke vanuit de tuinen vloeit]. ] En wat zijn deze tuinen? Er zijn vijf tuinen in welke de Heilige, Geprezen zij Hij, genoegen schept [de sefirot van chesed, gevoera, tiferet, netzach en hod die zich verzamelen in yasod om malchoet te voeden]. Hierboven staat, één heimelijk, verborgen fontein [bina] die hen doordrenkt met water. Vervolgens ontspruiten [alle tuinen] en geven vruchten [elke sefira naar gelang zijn karakteristiek: barmhartigheid ontspruit van chesed, striktheid gevoera, harmonie van Tiferet, uitgelatenheid van netzach, en dankbaarheid van hod]. Er is één tuin [malchoet] beneden hen [yesod is niet inbegrepen, omdat het wordt beschouwd als een trechter naar malchoet]. Deze tuin wordt aan alle zijden van de wereld beschermd .
De krachten van buiten het heilige willen zich met het heilige fruit verbinden, maar het bewustzijn van bina verhindert deze krachten door het voeden van nederigheid in plaats van hoogmoed, kalmte in plaats boosheid, oprechtheid in plaats van bedrog, etc. omdat er in Atziloet complete perfectie is.
Beneden deze tuin [machoet van Atziloet] zijn andere tuinen [van de werelden van Beriya, Yetzirah, Asiya], zij allen geven fruit naar gelang hun karakteristiek [welke de zielen voeden, elk naar gelang hun niveau van heiligheid en constitutie]. Deze tuin [machoet van Atziloet] werkt omgekeerd [in plaats van de rijkdom te ontvangen van boven, wordt het een bron van overvloed die vloeit naar de lagere werelden]. Vervolgens, naar gelang de behoefde beneden, wordt Zij een fontein van levend water [en brengt overvloed naar Israël wanneer Israëls daden waardig zijn bevonden om Haar overvloed te ontvangen]. En wanneer nodig, is Zij als een bron [ met een beperkte uitstroming, welke een Tzadiek nodig heeft om de overvloed te verkrijgen door deugdzaamheid van zijn eigen goede daden.] Wat is het verschil tussen een fontein en een bron? Er is geen overeenkomst tussen water van overvloed dat vloeit uit zichzelf als een fontein en een bron die wordt gevorderd [door de Tzadiek] om water te geven [aan Israël].
“En bergstromen van de Libanon”, wat betekent dat “stroom”? Deze zijn de oorsprong van de vijf sefirot [zoals boven genoemd] die vloeien vanuit de Libanon.
In het Hebreeuws kan “Libanon” worden gelezen als “Lev Noen”, “Hart van Vijftig”, aangezien het het hart is van de Vijftig Poorten van Begrip dat bina omvat. Deze 5 tuinen zijn elk geconstitueerd vanuit de 10 sefirot, dus bina, de oorspong of het hart van hen, wordt het “Hart van Vijftig”genoemd.
Boven [toen zij hun overvloed ontvingen] stroomden zij [in malchoet van Atziloet dat de bron werd voor de lagere werelden] en toen zij vanuit die bron ontsproten, vloeiden zij druppel voor druppel [om de lagere werelden in staat te stellen om te groeien zodat zij niet overstroomd werden door hun overvloed]. Dit zijn de zoete wateren die de ziel overspoelen.
Aldus heeft de Heilige, Geprezen zij Hij, een mirakel doen ontstaan op die plaats [waar Rebbe Pinchas zijn verhandeling gaf] met deze bron en het vers [uit het Hooglied] gaar over deze bron.
Dus Rebbe Pinchas gaf een weergave van een schriftelijk vers en plaatste het in de realiteit. Hij maakte duidelijk zichtbaar hoe het verwijst naar de spirituele evolutie van de sefirot en de stroom van G’ddelijke overvloed die alle zielen voedt.
SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHOEKAT

SHABBAT ROSH CHODESH TAMMOEZ

De 5 vermogens van de Rode Koe

Kabbala leert ons over het aanwenden van de krachten van strengheid

De Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria

Het Thoragedeelte opent met het gebod van de rode koe. De as van de rode koe werd gebruikt om een persoon te zuiveren van rituele onreinheid door nauw contact met een dood persoon. “Dood”, is spiritueel, een daling van de ene staat van G’ddelijk bewustzijn naar een lagere staat (of het ontbreken er van). Dus het gebod van de rode koe bevat in zich de mystieke verklaring van kwaad en de purificatie van vervuiling/dood, met andere woorden, verlies van G’ddelijk bewustzijn.

G’D sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggend, “Dit is de wet van de Thora die G’D uitvaardigt. Hij zei: draag de Kinderen van Israël op, dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is. Jullie moeten die aan de priester El’ázar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester Elázar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed ervan en sprenkelt met dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten. Men verbrandt de koe voor zijn ogen, men moet de huid, het vlees en het bloed ervan tezamen met de ingewanden verbranden. “ (Numeri. 19:1-5)

Weet dat de vorm van de vijf sluitletters de vijf rangen van Gevoera te kennen geven. Hun gecombineerde numerieke waarde is 280 en wanneer we 5 van de vijf letters zelf toevoegen, hebben we [285, de numerieke waarde van] “koe”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet nemen verschillende vormen aan het eind van een woord. Aangezien deze sluitvormen een pauze te kennen geven in de vloeiing van het lezen, geven zij de vijf staten van strengheid [Gevoera] of terughoudendheid aan. De letters met hun numerieke waarden zijn:

Mem (40), noen (50), tzadik (90), (80), chaf (20). 40+50+90+80+20=280.

“Koe” in het Hebreeuws, “parah”==, pé- reesh- hé = 80+200+5=285.

De extra , wiens numerieke waarde van 5 noodzakelijk is om de numerieke waarde van “koe”te evenaren en te kennen geeft dat de vijf staten van Gevoera afdalen van Bina, waar naar verwezen wordt door de [eerste] letter [van de naam Havayah], of neerdaalt naar Malchoet, waar naar verwezen wordt door de[tweede] letter [van de naam Havayah]. Daarom wordt de koe de “parah” genoemd, met andere woorden, de koe [“par”] van de hé.

******************************************

Deze Parasha wordt rond de 3e van de maand Tammoez gelezen, de jaardag van het heengaan van de Lubavitcher Rebbe. Gedurende zijn laatste jaren stelde hij ons vaak op de proef met de vraag,: Wat hebben we tot nu toe gedaan om de Verlossing te bespoedigen? Hij zou zijn volgelingen hebben aangespoord met de woorden:

Iemand moet bij zichzelf overwegen wanneer het voor het laatst was, dat hij oprecht nadacht over Mashiach op een wijze, die persoonlijk zinvol was, dat alles van Boven waarlijk verwijst naar hem en niet naar iemand anders, dat door Mashiach, de Heilige geprezen zij Hij hem uit deze verbanning neemt en hij zelf, met Mashiach, zal gaan naar het Land van Israël. Elk persoon moet zichzelf afzonderen op een plaats waar hij alleen zal zijn en waar hij waarlijk rekenschap aflegt aan zichzelf.

Hierdoor zullen onze gedachten terugkeren naar G’D.  Hierdoor kunnen wij de Uiteindelijke Verlossing naderbij brengen, omdat deze oprechte gedachten ons, en de hele wereld, verdienste in de ogen van de Hemel zal brengen en daardoor de Verlossing zal versnellen. Als we het op ons nemen om als “lichtbron” te dienen, leiden en licht werpen op al diegenen om ons heen, door onze uitstraling met de “kaars van de mitzwot en het licht van de Thora” (Spreuken. 6:23), zullen we de duisternis van verbanning verjagen en het licht van de Verlossing brengen. Dit moet worden ondernomen met oprechte inspanning en zelfopoffering.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KÓRACH

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR. P 187a

Korach’s benadering in het scheppen van onenigheid, puur in het belang van zijn eigen politieke agenda, staat streng in tegenstelling tot hoe wij moeten handelen.

Rebbe Elazar stond in de aanwezigheid van zijn vader Rebbe Shimon en vroeg hem uitleg over het vers: “Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet van elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.” (Geschriften. 9:9)

Dit vers schijnt een persoon te adviseren om van de fysieke genoegens van zijn leven te genieten zo goed als hij kan!

Hij antwoordt: Kom en zie. Dit vers bevat een mysterie. Een persoon moet altijd “leven” insluiten  [de intellectuele sefirot van chochma enbina] met die positie [malchoet, verwijst eveneens naar de "vrouw"]. Men kan zich niet verplaatsen zonder de andere.

Identiek aan de beslissingen en gedachten van een persoon als hij leven geeft aan zijn ledematen, zo nodig in de spirituele sfeer Zeir Anpin, Malchoet, om de Hogere Wil te actualiseren.

Men zou de eigenschap van de nacht mede insluiten met de eigenschap van de dag en de eigenschap van de nacht binnen dat van de dag.

“Dag” is het licht van Zeir Anpin, m.a.w de emoties, zoals barmhartigheid (chesed).Er zal constant gehamerd moeten worden op het besef, waar een gebrek aan liefde is en een gemis aan bewustzijn, m.a.w “duisternis”.

Dit wordt bedoeld met de woorden”Geniet van het leven [haal neer de overvloed van Zeir Anpin] met de vrouw die je bemint [Malchoet].” [hierdoor breng je éénheid in de wereld.] En wat is de reden om dit te doen? Het is omdat zij [Malchoet] je plaats, je positie is in het leven en leven kan alleen in die positie verblijven.”En in je werk, het werk dat je verricht onder de zon, is zoals het werk dat genoemd wordt in het vers: “Ken Hem in alles wat je doet, dan zal Hij voor jou een weg banen.” (Spreuken. 3:6)

De Ramak verklaart dat dit vers een instructie is om alles te heiligen wat we doen in het leven, met de intentie om spirituele éénheid tot stand te brengen.
Dus als iemand een huis bouwt zal hij zeggen, dit huis is zoals de Shechina en ik bouw dit huis met de intentie om de Shechina te verfraaien met mitzwot m.a.w het ontvangen van gasten en het hebben van kinderen. Dit is alsof de hogere spirituele mens één is geworden met de Shechina.  Idem, wanneer iemand sieraden of mooie kleding koopt voor zijn vrouw, zal zijn intentie het decoreren van de Shechina moeten zijn. Wanneer iemand op deze wijze handelt, heeft dit een meditatieve bedoeling, en G’D maakt deel uit van zijn leven, hij zal de Goddelijke voorzienigheid zien in alles wat hem omgeeft.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij        Numeri. 13:1 – 15:41

BEGRIPVOL GELOVEN

Likkoetei Sichot, Vol. XXIII, P, 92-95

Het Thoragedeelte Shelách Lechá verhaalt uitvoerig over hoe Mozes twaalf uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners uitzendt om het Land Israël te verkennen.Dit werd gedaan om uit te vinden wat de beste en eenvoudigste manier was om het Land te veroveren en ook om meer informatie te verkrijgen over het Land zelf. Zij zouden de kwaliteit van het Land aan hun broeders tonen door terug te keren met enkele vruchten van het Land.

Terwijl geloof van extreme importantie is en de basis voor het in acht nemen van de Thora, is geloof op zichzelf niet voldoende. Na het tonen van puur en simpel geloof, verlangde G’D dat Joden ook hun intellectuele vermogens gebruikten.

Hetzelfde geldt voor het binnen trekken van Eretz Yisraël. Hoewel G’D het Volk al had gezegd dat het Land goed was, verlangde Hij dat zij niet alleen geloofden dat het goed was, maar dat zij dit zelf zouden zien [begrijpen]. “Horen en [geloven] kan niet vergeleken worden met zien [en begrijpen]. “ ( Mechilta op Jitro, Shemot, 19:9)

Dus was het van vitaal belang dat het Joodse Volk het sterke verlangen zou hebben  om het Land binnen te trekken, als resultaat van de positieve impressies die hen zouden bereiken, dat het voor dit doel zelfs de moeite waard was om de levens van de verkenners in gevaar te brengen.

Zo ook betreffende de eerste fase van hun opdracht om te zoeken naar de eenvoudigste weg om het Land te veroveren, zodat het Volk zou begrijpen met hun eigen intellectuele vermogens dat dit met zekerheid mogelijk is.

Bij hun terugkeer begingen deze uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners de grove overtreding aan het Joodse Volk te vertellen dat het Land onmogelijk te veroveren viel. Aangezien zij ooggetuigen waren geweest van “Een machtig Volk” nakomelingen van de reuzen, meenden de verkenners naar hun eigen inzicht dat hun conclusies logisch en correct waren, en brachten zij aan het Joodse Volk over, dat het Land onmogelijk te veroveren viel.

Wat dit betreft begrepen zij Mozes compleet verkeerd. Hij heeft hen nimmer gevraagd of het Land kon worden veroverd, integendeel hij heeft hen gezonden om zich ervan te vergewissen hoe het op meest gemakkelijke manier kon worden veroverd. Hij had hen uitgezonden om de beste manier te vinden hoe het Land te veroveren, het was vanzelfsprekend bedoel om een natuurlijke wijze te vinden. [Als het op een miraculeuze wijze bereikt had kunnen worden, dan zouden de verkenners overbodig zijn geweest.] Dus de getuigenissen van de verkenners, dat het Land onoverwinnelijk zou zijn staan in schril contrast met het doel van hun opdracht.

De verkenners begingen deze ernstige vergissing omdat zij zich zeer bewust waren van hun eigen persoonlijk egoïsme en hun eigen logische conclusies en niet voldoende gebonden en ondergeschikt waren aan Mozes, wiens hele zijn berustte op G’ddelijke waarheid. Waren zij meer verbonden geweest met Mozes en minder bezorgd om zich zelf, dan zouden zij niet zo bevreesd zijn geweest voor de “nakomelingen van de reuzen”.

Mozes wist dat het Land te veroveren viel, hun vertrouwen in hem zou ook terecht inzicht in hen bewerkstelligd hebben, dat “het Land dat de Eeuwige, onze G’D ons geeft goed is.”(Deuteronomium. 1:15)

Een Jood zou er goed aandoen te onthouden dat zelfs als hij betrokken zou zijn in kwesties die zijn eigen inzichten vereisen, hij doet zoals Mozes afgezant, met andere woorden, hij moet trachten het onderwerp in de ware zin te begrijpen en niet vanuit eigen persoonlijk verlangen, maar omdat G’D wenst dat hij het zo doet.

Hij zal dan verzekerd zijn in inzicht van ware aangelegenheden, in plaats van zijn eigen subjectieve foute interpretaties van de waarheid, iets wat gemakkelijk gebeurt als men verblind is door eigenliefde.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Wanneer je ontsteekt   Numeri. 8:1 – 12:16

Rabbi Shimon bar Jochai

ZOHAR. P. 152a

Rabbi Shimon zegt: “Wee degene die zegt dat de Thora alleen in deze wereld is gekomen om instructies te geven en illustrerende verhalen en eenvoudige sprookjes te vertellen. Als dit waar zou zijn, zouden wij  in onze tijd in staat zijn om  “Thora” te maken met betere verhalen en lofspraak en met versieringen en verfraaiingen dan “de” Thora. Als de Thora alleen maar in deze wereld is gekomen om ons instructies te geven  en om de achtergronden van die wereld te vertellen, dan hebben zelfs de regeerders van de verschillende regeringen van deze wereld, belangrijkere en aangenamere verhalen, van waaruit men wijsheid en moreelgedrag kan leren.”

Als dat waar zou zijn, zouden zij ons voorbeeld zijn en zouden wij een Thora maken naar aanleiding van hun voorbeeld. Natuurlijk is dit niet het geval. Elk woord in de Thora reflecteert aan hogere wijsheden en hogere mysteries.

Kom en zie. De spirituele wereld en de fysieke wereld zijn met elkaar in evenwicht [omdat alles in de spirituele wereld zijn weerspiegeling heeft in deze wereld]. Dus Israël is Onder en de hemelse krachten zijn Boven. Er is geschreven ten aanzien van engelen: “Die Zijn engelen van het geestelijke maakt en Zijn dienstbaren van laaiend vuur.” (Psalm. 104:4) Wanneer nu deze spirituele krachten hun opwachting maken in Deze Wereld, zijn zij verplicht zich te kleden in het fysieke. Als zij niet in de gepaste vorm in Deze Wereld verschijnen, overleven zij dit niet, en Deze Wereld zou niet in staat zijn om hun heiligheid te ontvangen, en geen enkele verhouding is met hen mogelijk.

Nu kunnen we begrijpen waarom de vertelling van de Thora alleen maar de uiterlijke kleding van de Thora is. Wie denkt dat deze uiterlijke kleding de feitelijk Thora is, en dat er onder deze kleding niet een spirituele ondergrond is, heeft geen deel in de Komende Wereld. Zo was het dat Koning David smeekte, “Open mijn ogen, zodat ik de wonderbaarlijke dingen in Uw Thora mag zien.” (Psalm. 18:119)

Kom en zie. Bepaalde kleding staat  iedereen, en wanneer domme mensen iemand zien in mooie kleren, kijken zijn niet verder. Het lichaam is belangrijker dan de kleren en nog belangrijker dan het lichaam, is de ziel. Op de zelfde wijze is het gesteld met het “lichaam” van de Thora, deze zijn de opdrachten, die haar “lichaam” worden genoemd. Dit lichaam van de Thora is gekleed in verhalen van deze wereld. De dwazen van deze wereld kijken alleen naar deze uiterlijke kleding van deze verhalen. Op het onderliggende gaan zij niet dieper in. Degene die beter weten, kijken en onderzoeken het lichaam onder haar omhulsel.
De verstandige, dienaren van de Hoogste Koning, degenen die aan de Berg Sinaï stonden, zien door de ziel van de Thora haar ware essentie, en zullen in de toekomst deze essentie van de Thora grondig onderzoeken.

AHARON’S LIEFDE

De Parasha van deze week opent met de opdracht aan Aharon om de lampen te ontsteken van de Menora, de zevenarmige kandelaar die stond in het Heiligdom. Het symbool van de Menora, de handeling van het aansteken en de wijze waarop Aharon de dienst verrichtte, is het thema van de Parasha.

Aharon, wiens verplichtingen als Hoge Priester in deze week Parasha is beschreven, was bekend om zijn liefde voor ieder schepsel. Hillel zei over hem, in Pirké Awot ( 1. 1, 12 )” Weest van de leerlingen van Aharon, die van vrede hield en er moeite voor deed de vrede te bewaren, van de medeschepselen hield en ze dichter bij de Thora bracht.” Wat was het hoofdkenmerk van zijn manier van leven dat stond als een subliem voorbeeld voor de verspreiding van het spirituele licht van de Thora?

Het was dat hij niet wachtte op diegenen die in duisternis stonden tot zij in de cirkel van licht kwamen, maar dat hij uitging naar hen.

Hij ging, in de woorden van Hillel, naar zijn “mede schepselen”, wat woordelijk inhield dat de enige verdienste die zij hadden was, dat zij ook G’Ds schepselen waren ( Tanja, deel 1, Hfst.32 ). Hij “bracht” hen dichter tot de Thora, eerder dan de Thora naar hen te brengen.

Hij simplificeerde of compromitteerde de verordeningen van de Thora niet naar hun niveau, m.a.w. hij verlaagde de Thora niet, hij verhief hen.

HET AANSTEKEN VAN DE LAMPEN

Dit facet in Aharon’s leven is in deze Parasha aangegeven , welke opent met de opdracht ” Als je de lampen aansteekt ( letterlijk staat er, ‘verheft’ ), dan moeten die zeven lampen naar de voorkant van de kandelaar hun licht laten schijnen” ( Numeri 8,2 ).

De Menora in het Heiligdom is een symbool van de Joodse ziel, “De lamp van de Eeuwige is de ziel van de mens.” ( Spreuken 20,27 ) De zeven armen van de Menora, zijn de zeven types van de Joodse ziel.

De taak van Aharon was om elke ziel te verheffen m.a.w. het G’ddelijke in de Jood van zijn verhulling te ontdoen ( onderbewustzijn ) en het naar het bewustzijn te brengen.

De Rabbijnen zochten naar een verklaring voor het feit dat het woord ‘opheffen’ ( beha’alótcha ) ( van de Hebreeuwse stam ALÉ, wat o.a. wordt gebruikt bij emigratie naar Israel, zich spiritueel verheffen door naar het Heilige land te gaan ) is gebruikt, in plaats van het meer voor de hand liggende ‘verlichten’ of ‘aansteken. Zij concludeerden daarom dat het vers betekent dat Aharon hen zou ontsteken “totdat de vlam zichzelf verheft ( in de spirituele zin ) .” ( Sifra, Vajikra 24,2; Shabbat 21a; Rashi Bamidbar 8,2. )

Aharon’s spirituele volbrenging was niet alleen om de zielen van het Joodse volk te ontsteken, maar ook om hen te verheffen naar een niveau waarop zij zelf licht konden geven. Hij creëerde niet simpelweg discipelen, mensen die afhankelijk waren van zijn inspiratie. Hij bracht in hen te weeg een liefde voor G’d die zij konden dragen zonder zijn hulp.

DRIE REGELS

Er zijn drie regels met betrekking op de Menora in het Heiligdom en in de Tempel. ( Joma, 24b; Rambam, Hilchot Biat HaMikdash, hfst.. 9 ).

Als eerste, zelfs een persoon die geen priester is zou de lampen kunnen ontsteken.

Maar, als tweede, alleen een priester kon de lampen prepareren, plaatsing van lonten en olie.

En ten derde, de Menora kon alleen aangestoken worden in het Tempelheiligdom.

Deze regels zijn synoniem aan de condities in welke spirituele bewustwording kan plaatsvinden, het ontsteken van het licht in de ziel.

Het is niet een voorrecht van de priester alleen, of van een selecte groep, om het licht van de Thora te verspreiden. De taak behoort toe aan elke Jood, zowel als een privilege en als een verplichting.

Hillel’s woorden, “Weest van de leerlingen van Aharon” was gericht tot elk individu.

Maar alleen de priester kan de preparaties verrichten. Mogelijk kunnen wij in de verleiding komen om te denken in de uitvoering van ons streven om Joden nader tot Thora leven te brengen, het einddoel rechtvaardigt de intenties; dat concessies gemaakt kunnen door eigen initiatief, met als belang het winnen van betrokkenheid. Maar tegen dit alles is de waarschuwing dat niet iedereen in staat is om te beslissen over de geldigheid van interpretaties, lijnen of invloeden. Dit behoord aan de priester toe.

Wat is een priester? In de tijd van de Tempel, toen de Joden de eerste bezitters waren van hun land, bezaten de priesters geen territoriaal aandeel. Zij hadden geen aandeel in het land, hun aandeel was “G’D is hun aandeel,” hun enige bezit. Dit was hun heiliging. In de woorden van de Rambam,( Hilchot Smemitta Vejovel 13,13 ) “Niet alleen de stam van Levi, maar ieder mens waar dan ook wiens geest gewillig is…om zichzelf te separeren om G’D bij te staan en Hem te dienen,” hij en alleen hij is de mentor wiens voetstappen wij moeten volgen.

En het Heiligdom is de plaats waar de lampen moeten worden aanstoken. Daar zijn nuances en niveaus van heiligheid. Het Heiligdom is niet de enige heilige plaats. Maar deze specifieke taak, het ontsteken van de vlam, kon niet gedaan worden op een plaats van een lagere graad van heiligheid. We moeten onze geest en die van anderen van een zo hoog mogelijke graad van heiligheid bewust laten worden.

DE ZEVEN ARMEN

De Menora in het Heiligdom had zeven armen, zij representeerden de zeven types van de Joodse ziel. Sommigen dienen G’D door de dominante eigenschap van liefde en vriendelijkheid ( chesed ), sommigen met vrees en striktheid ( gevura ) en sommigen met de samenvoeging van de twee ( tiferet ). In totaal zijn er zeven algemene wegen om G’D te dienen, elke Jood heeft zijn eigen persoonlijke richting. Maar eigen aan allemaal is het feit dat zij ontsteken door de vlam van Thora; zij branden met liefde en zij verspreiden uit het licht van de waarheid binnenin het Heiligdom en van daaruit over de hele wereld. Een van de bijzonderheden van de Tempel was, dat zijn ramen ” wijd en versmallend “waren, (Koningen 1 6,4)

waarop de Rabbijnen becommentarieerden, ( Menachot, 86b; Wejikra Rabba 31,7) “zij waren breed aan de buitenkant en van binnen smal, want Ik G’D benodig geen licht.” In tegenstelling tot andere gebouwen wiens ramen zijn ontworpen om licht toe te laten, was de Tempel geconstrueerd om licht uit te spreiden over de hele wereld.

De bron van zijn licht waren de lampen van de Menora, de zielen van de Israëlieten. En ofschoon elk van hen uniek was, met hun eigen specifieke eigenschappen van werking, deelde zij het feit dat zij de bron waren van al het licht.

Dit is het gemeenschappelijke doel en inspanning van elke Jood, om licht te brengen in deze wereld. Hun benadering mag verschillend zijn , sommige door liefde en sommige door striktheid, maar diegene die kozen voor de weg van liefde, was het uiteindelijke en de betekenis het zelfde : het doel is licht en de weg is licht. Dit was Aharon’s weg, “liefelijke vrede en streven naar vrede, houdend van zijn mede schepselen en hen nader tot Thora brengen.”

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NASÓ

Neem op              Numeri 4:21 – 7:89


SHELOSHA MACHANOT – DRIE KAMPEMENTEN


BEMIDBÁR, NASÓ, BEHA’ALÓTCHA

De respectievelijke cijfers, drie en vier, spelen een belangrijke rol in onze Parasha en vinden hun tegenhanger in de indeling van Jeruzalem en de Heilige Tempel.

  1. machanè shechina, het kampement dat alleen toegankelijk was voor Priesters.
  2. lewie machanè, het gebied waarin de levieten verbleven en waar zij het meeste van hun taken uitvoerden.
  3. machanè jisraël, het gebied waarin de vier legers, gevormd uit drie stammen, waren gelegerd, elk groep respectievelijk met hun eigen vlag.

Later in Jeruzalem hebben we a) de Heilige Tempel, b) Tempelberg, c)de rest van de stad Jeruzalem (binnen de ommuring) en eveneens de vier walmuren van de stad, m.a.w. de omwalling in de vier verschillende richtingen die de stad omheinden.
Wanneer we dit betrachten vanuit een metafysisch oogpunt zien we dat demachanè shechina, drie aparte gedeelten, gebieden van Heiligheid bevat:

  1. het kadeshé kedoshiem, het binnenste Heiligdom, het Heilige der Heiligen, waarin alleen de Hoge Priester handelingen kon uitvoeren en dan alleen op Grote Verzoendag.
  2. De Heichal, “Paleis”, omvattend het Gouden Altaar, de Tafel en de Kandelaber. Waarop de Priesters dagelijks en wekelijks reguliere taken uitvoerden.
  3. Het gedeelte dat het koperen altaar omvat, beter bekent als mizbach haolè, het altaar waarop de dagelijkse gemeenschapsoffers en andere offers werden gebracht.

De drie kampementen die wij hebben beschreven verdeelden eveneens de drie vormen van competentie van de Priesters, Levieten en de vertegenwoordigers van de twaalf respectievelijke stammen, de moeamadoet. In de machanè shechina, deden de Priesters de dienst. In de lewie machanè, zongen de Levieten en speelden muziek tijdens de offerdienst. De Israëlieten voorzagen, de afgevaardigden uit verschillende delen van Erets Jisroël van een symbolische aanwezigheid als “eigenaars” van de dagelijkse gemeenschapsoffers. ( Taanit 27)
Het cijfer vier vertegenwoordigt de vier vlaggen, de vier legergroepen van het Joodse Volk.

Later in Jeruzalem werd hun plaats ingenomen door de vier walmuren die de stad omringden, met het gezicht naar de vier richtingen. Dit cijfer correspondeert met vier letters van de onuitsprekelijke naam van G’D, het Tetragrammaton “J-H-W-H” welke eigenlijk maar drie elementen bevat, want de letter  komt tweemaal voor in de naam. Deze drie letters representeren drie chochmot, wijsheden, zoals is verklaard in Sefer Yetzira. Zij zijn de essentie van de voornaamste kawiem, “lijnen” in het universum, m.a.w. de lijn van chesed, naaste liefde, de lijn van gevoera, gerechtigheid en de lijn van rachamiem, barmhartigheid. Door gebruik te maken van de laatste letter  in de naam van G’D, eindigen we met vier letters, vier letters welke vervolgens duiden op vier van de tien “sefirot” wezenlijke G’ddelijke eigenschappen, namelijk die van chochma, wijsheid, biena, inzicht,Tiferet, schoonheid en malchoet, koningschap.
Deze “sefirot”zijn vier van de tien uitvloeiingen, de fundamentele krachten of G’ddelijke energiekanalen die in gronde abstracte concepten geleidelijk konden converteren of toepasselijk maken aan de materiële wereld waarvan wij deel uitmaken. Deze vier uitvloeiingen verwijzen ook naar de vier “poten” die de merkawa eljona dragen, de “wagen”in de hoogste regionen die de Shechina draagt.

SHABBAT SHALOM