PARASHAT NASÓ

Neem op   Numeri.  4:21 – 7:89

Rabbi Shimon bar Jochai

De gedaante verwisseling van Jitro

Zohar, p. 122a

 Wanneer een man of een vrouw een of andere menselijke overtreding begaat……(Numeri. 5:6)

Om dit vers te kunnen verklaren, introduceert Rabbi Shimon een ander vers en zegt:

Kom en zie [wat is geschreven in relatie tot de oorlog tussen Barak en Yavin, de koning van Kanaän]:

Heber, de Keni, die één van de  nakomelingen was van Hobab, de schoonvader van Mozes, had zichzelf gesepareerd van de Kenieten. (Richteren 4:11)

Bedenk dat Heber de Keniet, een nakomeling was van Jitro, die ook bekend was onder de naam Hobab. Om die reden waarschuwde Koning Saul de Kenieten  om hun kampement te verplaatsen, weg van de Amalekieten, voor de aanvang van de strijd.

Het vers verklaart, “En Saul zei tegen de Kenieten, ‘Ga….”‘. (Samuel, 15:6) Waarom werden zij “Kenieten” genoemd? Dit hebben wij reeds eerder uitgelegd, omdat zij nakomelingen waren van een volk met de naam “Kenie“.

Zij zijn nadrukkelijk vermeld als een volk dat leefde in Israël in de tijd van Abraham:

Zoals het vers in Genesis. 15:19 bevestigt, de Kenieten en de Kenizieten…..

Nu zou je kunnen zeggen dat de naam “Keni” komt van het Hebreeuwse woord voor vogelnest [“ken“] omdat zij een tijdelijke behuizing maakten in de woestijn, zoals een vogel voor zichzelf een tijdelijk nest bouwt. Zij verlieten hun steden en gingen naar de woestijn om Thora te leren.

Maar dit was niet om een nieuw nest maken, want het vers stelt uitdrukkelijk dat zij zich separeerden van de Kenieten.

Zij separeerden zichzelf van het Kenietische volk, dat met hen was van het prilste begin en verenigden zich met de Heilige, geprezen zij Hij. [Dus], “separeerden zij zich van ‘Kayin‘ [Hebreeuws voor “kain”]”.

Hoe gelukkig is het leven van een persoon die waardig is om zich onder te dompelen in de Thora, zich eraan te hechten en om haar pad te bewandelen.

Leren is niet genoeg; men moet de opgelegde mitzwot ook uitvoeren en in de praktijk  brengen, in de vorm zoals ze zijn opgelegd. Dit is de betekenis van de term “Halacha” wat zowel “wet” als “weg te gaan”, of “wandelpad” betekent.

Wanneer iemand de mitzwot van de Thora uitvoert, haalt hij neerwaarts in zich, een hogere heilige geestelijke kracht, zoals wordt aangegeven in het vers “Totdat vanuit het hogere een geest over ons wordt uitgegoten” (Jesaja. 32:15).

In het begin heeft iemand alleen zijn levend gevende ziel (Nefesh) en als hij Thora leert en mitzwot uitvoert verkrijgt hij zijn geest (Roeach).

Echter, wanneer een persoon afwijkt van dit pad, haalt hij neerwaarts in zich, een geestelijke kracht van de andere kant van het heilige. Dan ontvangt hij een onzuivere geest uit de oorsprong van Noekva de Tehoma Rabba.

Dit is het niveau van bina van de wereld van Beriya van Kelipa. Dan is zijn verstand ontaard door egotistisch denken waardoor zijn realiteitsbesef wordt  vervormd.

Deze oorsprong  is de verblijfplaats van de negatieve krachten [depressies, rechtvaardiging van slechte daden en dergelijke]. dit beschadigt niet alleen de persoon, maar veroorzaakt ook schade aan de wereld. Zij worden “schadeveroorzakers” [“nizikin“] van de wereld genoemd. Zij zijn aanwezig door de eerste Kain [de moordzuchtige zoon Adam].

Jetro was van oorsprong een priester van afgoden. Hij vereerde exact deze kwade kant. Hij haalde van daaruit een negatieve geestelijke kracht in zich neer en om die reden werd hij een “Keniet” genoemd.

Alhoewel hij een Keniet werd genoemd nadat hij teshoewa had gedaan en terugkeerde tot G’D, was deze naam niet gegeven in een minachtende zin.

Hij hechte zich aan G’D en volbracht de goede kant die in Kain was.

Dus leren we van Jetro, zelfs als een persoon valt naar het laagste niveau, kan hij, door het leren van Thora en de praktische wegen van Mitzwot  te gaan, zijn negatieve natuur achter zich laten  en zich hechten aan het Heilige.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEMIDBAR – SHAWOEOT – WEKENFEEST

In de woestijn (Numeri. 1:1 – 4:20)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI
ZOHAR. P.117a

De Eeuwige sprak tot Mozes in de woestijn Sinai in de tent der samenkomsten, op de eerste van de tweede maand in het tweede jaar vanaf hun uittocht uit Egypte. (Numeri. 1:1)

De volgende verhandeling door Rabbi Abba verbindt dit vers met de schepping van de mens en het vestigen van de wereld.  

Rabbi Abba opent zijn verhandeling met het vers, “En G’D schiep de mens naar Zijn beeld [in Hebreeuws, “tzalmo“], naar G’D’s beeld [“tzelem“] schiep Hij hem; Hij schiep hem mannelijk en vrouwelijk. ” (Genesis. 1:27) We hebben dit reeds eerder, in een ander gedeelte, behandeld, maar we zullen het nu van een andere zijde belichten.

Kom en zie.

Op het tijdstip, toen G’D de mens creëerde, welke het absolute hoogtepunt was van de Schepping, bestemt om de fysieke en de spirituele werelden met elkaar te verbinden, maakte Hij de mens zodanig dat het evenbeeld van de spirituele en de fysieke werelden in zijn ziel weerspiegelden.
M.a.w De mens draagt alle werelden in zich, en zijn spiritueel licht schijnt van de hoogste naar de laagste werelden, aangezien hij zich van al de niveaus van de Schepping bewust was.
De dieren beneden en de engelen boven hadden vrees en ontzag voor hem, omdat zijn beeld gelijk was aan het beeld van G’d.

Er moet opgemerkt worden dat het woord “beeld” twee keer verschijnt in het aangehaalde vers, het is nodig de reden hiervan weten. Zonder enige twijfel is de reden, dat de mens zowel mannelijk als vrouwelijk was geschapen. Daarom is het gebruik van het eerste woord “beeld” masculien, “tzalmo“, en de tweede is verbonden met “oordeel”, het feminiene aspect van G’ddelijkheid.
Aldus, de mens was geschapen met de eigenschappen van  beide aspecten, het mannelijke en het vrouwelijke, zoals bij het einde van her vers duidelijk wordt overgedragen, “Mannelijk en Vrouwelijk schiep Hij hen”. (Genesis. 5:2) De mens was gecreëerd met beidde seksen, ondanks zijn feminien aspect aan een kant, was hij desondanks compleet in beide aspecten, mannelijk en vrouwelijk. Hij was bewust van de wijsheid van zowel de spirituele werelden als de fysieke “natuurlijke” wereld. Nadat hij had gezondigd, was zijn status verminderd, en kromp zijn contact met de hogere werelden. Dit bracht ook verdeeldheid voort [want het bewustzijn van de mens verenigde hen], en de hoogste spirituele wijsheid van Atziloet deserteerde van hem. Het bewustzijn van de mens richtte zich meer op zijn fysieke noden alleen. 

Nadat hij had gezondigd, bracht hij twee zonen voort, één neigend naar het spirituele [Abel] en één neigend naar het fysieke [Kajin]. Toch was de wereld niet op de gepaste wijze gevestigd, Abel werd vermoord en Kajin’s nakomelingen verdronken allen in de zondvloed, pas na de geboorte van zijn zoon Seth, werd de vestiging van de wereld stabieler.

Het Hebreeuwse stamwoord “Seth” betekent “vestigen”, “baseren”, of “zetten” Opmerkelijk is dat zowel het Engels als het Nederlands  “Seth” als stamwoord heeft.

Ondanks deze tijdpassage, was de lagere, fysieke wereld nog steeds niet op de juiste manier verbonden met zijn spirituele bron; het was nog incompleet. Het was nog steeds niet hersteld van de schade die was toegebracht door Adam door het eten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad [welke een bedrieglijk bewustzijn is, omdat alles in zijn ware essentie goed is.]

Met de komst van Abraham in de wereld, werd het  menselijk bewustzijn, van het heilige, steviger gegrond, maar nog steeds niet compleet, totdat hij het verbond van besnijding gecultiveerder binnentrad.
Op dat tijdstip was de wereld aan de Rechter kant verbonden met de sefira van chesed, zoals iemand een ander persoon ondersteunt, na een val. Toen kwam Izaak in deze wereld en verbond de wereld met de sefira van gevoera en de vestiging van de  wereld werd stabieler. Vervolgens, toen Jacob werd geboren was de wereld verbonden met het middelpunt.

Abraham en Izaak representeren de twee armen van de wereld, chesed en gevoera, en Jacob vertegenwoordigt het lichaam van de wereld, de verenigende sefira van Tiferet, voegen chesed en gevoera samen. Met al dit was de wereld nog steeds niet verbonden met zijn bron.
Uiteindelijk, werden de twaalf stammen uit Jacob geboren,  vervolgens vergezelden de 70 leden van zijn huishouding hem in ballingschap naar Egypte, waar dit aantal zich vermeerderde tot het de 600.000 zielen bereikte, die Egypte verlieten, om de Thora in ontvangst te nemen. En toch had de wereld nog steeds niet zijn juiste voltooiing, totdat de 600.000 stamzielen van Jacob, nu het Volk van Israël, de Thora ontving aan de Berg Sinaï  en het Tabernakel oprichtten.

Toen was de wereld uiteindelijk gevestigd, en alle andere werelden, de fysieke en de spirituele, opnieuw compleet en in harmonie en de bedwelmende  zoetheid van vereniging werd voor iedereen voelbaar.

SHABBAT SHALOM

SHAWOEOT – WEKENFEEST

Van de drie pelgrimfeesten (eigenlijk vier, als je SheMini Atseret meetelt), was Shawoeot altijd de meest problematische en op het eerste gezicht de minst aantrekkelijke. Het mist de zintuiglijke impact van Soekkot met zijn loelav, etrog en soekka, en het drama van Pesach met de seder en de Haggada. De Kabbalistische Tikkoen invloed heeft zijn pluspunten, maar ook zijn nadelen. Niet iedereen is geïnteresseerd om de hele nacht op te blijven. De vroege galoetziem probeerden het  inhoudelijk landbouw aspect te doen herleven, door bikkoeriem ceremonieën, maar dit vervaagde als agricultuur minder en minder belangrijk werd voor Israël.

De problemen van Shawoeot zijn niet nieuw, zij hebben een lange historie. In de Thora is Shawoet het enige feest zonder historische uitleg. Het verband dat de Farizeeërs maakten tussen Shawoeot en de gebeurtenis aan de Sinaï, gaf Shawoeot een nieuwe importantie gedurende de Tweede Tempel periode.

Echter de dringende vraag is niet waarom Shawoeot geen historie verbinding heeft, maar waarom de Thora niet een heilige dag bestemde voor de vereeuwigende gebeurtenis op de Sinaï.

Het is aannemelijk dat men kan beargumenteren of de Sinaï net zo belangrijk is als de Exodus of niet. De Exodus is het kiem gebeuren van onze geschiedenis, zonder het zou er niets zijn. Wij zijn onze existentie geheel verschuldigd aan de Exodus. Van de andere kant, kan men argumenteren dat de Sinaï zelfs veel belangrijker is. De Exodus leidde naar de Sinaï, het doel van de Exodus was de Sinaï, voorspeld in G’D’s eerste openbaring aan Mozes: “Als je het volk uit Egypte zult hebben gevoerd, zullen jullie G’D op deze berg dienen.” (Exodus. 3:12)

Bovendien, de tijdsbepaling van Shawoeot, zeven weken na Pesach,  schijnt op een natuurlijke wijze te passen in de chronologische gebeurtenis van het gebeuren. De manifestatie van G’D op de Sinaï begon, volgens de Thora, “Op de derde nieuwemaan dag na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte”(Exodus.19:1). Het is bijna alsof de Thora de vereeuwiging van die gebeurtenis uit de weg gaat,. Ware het niet dat de vastbeslotenheid van de Farizeeërs om Shawoeot met Zeman Matan Thorateinoe, het tijdstip van het geven van onze Thora, zou er niets op de Joodse Kalender zijn om ons te herinneren aan de Sinaï.

Het antwoord tot dit raadsel ligt in de natuur van het gebeuren op de Sinaï zelf. Vergelijk het voor een moment met de Exodus. De Exodus is een gebeurtenis binnen de historie. Het is iets dat men kan beschrijven en tastbaar is.  In zekere zin kan het zich zelfs herhalen. Denk aan de uitspraak van  Amos, “Heb Ik Israël niet uit het land Egypte gebracht en de Filistijnen van Kaftor en de Syriërs van Kir?”

Aan de andere kant is het gebeuren op de Sinaï een zo mysterieuze ervaring dat zelfs de Thora het niet op een adequate manier kan beschrijven. Het is eerder een subjectief, dan een objectief gebeuren. Het verblijft eerder in het mystieke , dan in het historische domein. Om het te vatten schijnt onmogelijk. Wat gebeurde daar in feite? Wat werd gehoord? De beschrijving van de tekst, in het boek Exodus, is onmogelijk te definiëren. Zij zijn impressies, bijna met opzet inconsequent, omdat zij het onbeschrijfelijke beschrijven, een collectieve mystieke ervaring. Zo laat de Thora het aan ons over om over deze vreemde ontmoeting na te denken, maar absoluut niet om het opnieuw te bepalen. Dit zou een daad  van minachting zijn.

Van de kant van de Farizeeërs gezien, lang levend ná het gebeuren,  een ontwikkelingsperiode van de Thora sinds de openbaring op de Sinaï, en het middelpunt van het  religieus Joods leven, scheen het onmogelijk dat dit belangrijk vereeuwigend  gebeuren niet elk jaar gevierd zou moeten worden. Zij trokken de logische conclusie dat Shavoeot, een feestdag zonder connectie aan een gebeuren, en Sinaï, ook een gebeuren zonder een connectie tot een feestdag, samen moesten passen.

Er zijn drie wijzen waarop wij G’D kunnen en mogen ervaren, historisch, natuurlijk, en in de persoonlijke, mystieke, ontmoeting. Pesach accentueert G’D in de geschiedenis, Soekkot benadrukt G’D in de natuur en Shawoeot, de mystieke ontmoeting. Het kan nauwelijks een toeval zijn dat deze drie vormen ook worden weergegeven in de drie openings paragrafen van de Amida, het achttiende, stille gebed. De eerste paragraaf, Awot (Voorvaderen), is toegewijd aan de ontmoeting met G’D in de historie.

De tweede, Gevoerot (machtige krachten), spreekt over G’D’s rol in de natuur, het ondersteunen van de wereld. De derde, Kedoesha (heiligheid) is een weergave van de persoonlijke, directe,  mystieke ontmoeting. Maar het eindresultaat van de mystieke ontmoeting is praktisch, het ontstaan van een verbond tussen G’D en Israël: “Als jullie goed naar Mijn stem luisteren en Mijn verbond in stand houden, dan zullen jullie van alle volkeren Mij het meest dierbaar bezit zijn, alhoewel Mij de gehele aarde toebehoort. Maar jullie, jullie zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een gewijd volk.” (Exodus. 19:5-6)

Deze verhouding is het hart  van het Judaïsme en het is dit wat constant moet worden herbevestigd om betekenisvol te zijn. De herinnering van de Sinaï op Shavoeot is daarom een cruciaal element van de Joodse Godsdienst.

CHAG SAMEACH

 

 

PARASHOT BEHAR -BECHOEKOTAI

Op de berg / In Mijn inzettingen (Leviticus 25:1 – 26:2 / 26:3 – 27:34)

In een dubbele Thoralezing, worden de twee met elkaar verbonden aan het begin van de 4e aliya ( van de zeven gedeelten van de wekelijkse lezing ) wanneer de verzen worden gelezen van het einde van de eerste parasha en het begin van de tweede, zonder enige interruptie. De Lubavitcher Rebbe legt uit, dat we de boodschap van elk afzonderlijk en hun gezamenlijke betekenis. ook zo moeten zien.
Ten eerste, Behar, letterlijk “Op de berg”, vertelt ons, boven de inspanningen van deze wereld uit te reiken. Ondanks het feit dat wij “minder talrijk zijn onder de volkeren”(Deuteronomium. 7:7), verheft de Thora ons, wij moeten daarom niet toelaten dat de wereld een affect heeft op ons.

Parashat Bechoekotai opent met het vers”Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden door die in praktijk te brengen” (Leviticus 26:3) wat een verwijzing is naar alle Thorageboden. Waarom dan, tot nu toe, gebruikt de Thora het specifieke woord “choekiem” voor geboden en niet de algemeen gebruikte term “mitzwa”?
“Choekiem” verwijst gewoonlijk naar de geboden die niet logisch of ogenschijnlijk te beredeneren vallen, zoals b.v kashroet (voedselwetten), of het niet dragen van kleding die is geweven uit een combinatie van wol en linnen.
Juist zoals we deze geboden in acht nemen alleen omdat G’D ze ons heeft opgelegd, zonder hun reden te begrijpen, zo ook moeten we alle geboden in acht nemen, zelfs degenen die ogenschijnlijk rationeel zijn, enkel en alleen omdat G’D ze gebiedt.

Ten tweede, moeten we ons zelf niet bedriegen door te geloven dat wij eerst elk detail in Judaïsme moeten begrijpen om volgens Thoranormen te kunnen leven. Integendeel, we moeten de geboden vervullen op een wijze van “eerst doen en dan begrijpen.” Door volharding, zullen wij uiteindelijke de level bereiken waar het aspect van Behar is gedaan op de manier van Bechoekotai, de uitdagingen van de wereld te boven komen omdat G’D het gebiedt; en Bechoekotai op de manier is uitgevoerd van Behar, alle geboden van G’D met vertrouwen en naar vermogen uitvoeren.

“Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden door die in praktijk te brengen, dan geef Ik op de juiste tijd de regen die jullie nodig hebben zodat het land zijn opbrengst geeft en de bomen van het veld hun vruchten dragen.” ( Leviticus. 26:3-4 )
Waarom benadrukt de Thora deze fysieke beloningen? Zou het niet beter zijn om zich te richten op de spirituele beloningen in het hiernamaals? Rebbe Michal van Zlotshuv is zelfs meer verbaasd over het feit dat G’D ons überhaupt iets belooft. Is het bovendien niet zo dat wij de Almachtige moeten dienen zonder enige verwachting van tegen-beloning ( zie Spreuken de Vaderen, 1:3 )? Als we G’D dienen zonder enige beloning, doet het er niet toe wat er wordt beloofd, het dienen moet oprecht zijn en alleen worden gedaan voor Zijn belang.
Beloften verwarren alleen maar de situatie. Misschien is het beter om helemaal geen belofte in het vooruitzicht te stellen, daarmee worden waarschuwingen overbodig om G’D alleen maar te dienen met de intentie van beloning.
Zegeningen komen vanzelf voor diegenen die ze verdienen.
Als iemand ook maar iets van eigenbelang in gedachten heeft, zal hij of zij geen enkele vorm van beloning ontvangen, omdat hij of zij alleen maar het eigenbelang dient. Dit is de betekenis van de woorden: “Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden.” Als je G’D dient op de juiste wijze, zal dat resulteren in een teken, een indicatie, dat de regen zal vallen op de juiste tijd en de aarde vruchten zal dragen. Je zult zien dat de zegeningen komen als resultaat van het doen van de geboden op de juiste manier, m.a. w alleen in het belang van de Hemel. Zoals een jonge vrouw in mijn studiegroep zei, “het is belangrijk te weten dat G’D luistert.”

Deze week was Lag B’Omer, de dag viert het einde van de plaag die de studenten van Rabbi Akiva overviel, wegens gebrek aan liefde en respect voor hun mede-Joden. Rebbe Shmuel Shmelke van Nicholsberg legt uit hoe men van een medepersoon kan houden die je kwaad heeft aangedaan. Wij allen zijn één integrale entiteit, omdat we allen een klein deel zijn van de organieke ziel van Adam, de eerste mens.
We kunnen vergeleken worden met delen van één lichaam. Één is een deel van de hand , en één van de neus,etc. Soms doet iemand iets zonder bedoeling, iets morsen op zijn voet of in een plas water lopen. Als we dan een stok nemen om wraakzuchtig het zondige lichaamsdeel te slaan, zouden we echt in pijn hebben. Zo is het ook met iemand die je kwaad heeft aangedaan. Het is alleen omdat er een gebrekkig begrip is, hoe wij allen met elkaar zijn verbonden.
Als we zouden reageren op de zelfde wijze, doen wij onszelf meer schade aan.
Eerder moeten wij ons zelf er aan herinneren dat we verdienen wat wij krijgen en de Almachtige heeft vele boodschappers.
En als dit niet toereikend is, moeten wij proberen te mediteren over het idee dat de ziel van de andere persoon, letterlijk een deel van G’D, zo diep is gezonken in het doen van onplezierige dingen, dat wij barmhartigheid zouden moeten tonen voor Zijn heilige vonk.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT EMOR

Zeg Leviticus. 21:1 – 24:23

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR p. 93a

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D temidden van het volk van Israël te proclameren. We vervullen dit gebod in het herhalen van de voorganger van het Staande gebed (shmoneé esré, het achttiende gebed) “Kedoesha” van de Morgen en Middag gebeden. De analyse van de Zohar is gerelateerd aan het hebben van de gepaste intentie in het denken tijdens het zeggen van de woorden van de Kedoesha.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Israël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (Leviticus. 22:32)

Dit gebod om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid van beneden naar boven te verheffen, op dezelfde wijze als [de engelen] boven.

Een van de basisleerstellingen van de Zohar is, dat het uitvoeren van mitzwot met de juiste meditatieve intenties in deze wereld een reactie en effect veroorzaakt in de spirituele realiteit. Dus, om heiligheid te kunnen waarnemen en te beseffen op een fysiek niveau, moet het worden neergehaald van boven. Het woord voor “heilig”of “gewijd” in het Hebreeuws is “kodesh”, wat impliceert dat de Schepper gesepareerd is van het wereldse en verheven is op een zuiver eerbiedige wijze. De Zohar zal ons nu leren hoe deze heiligheid neerwaarts kan worden gehaald. De eerste stap beneden is het verzamelen van een minjan, een gebedgroep van tenminste tien leden, zodat de gecreëerde handeling beneden een respons teweeg brengt naar boven. Er zijn tien sefirot, elk lid van de minjan correspondeert met één van de sefirot; samen vormen zij een eenheid beneden die waardig is om G’D te heiligen op een zelfde wijze, als de engelen boven.

De heiligheid van G’D wordt opwaarts opgeheven totdat het het niveau bereikt van de voorvaderen en de zonen. Dit is diepe betekenis van de woorden “Ik wil geheiligd worden temidden van de Kinderen van Israël”. Geheiligd worden boven en beneden, boven op drie niveaus en beneden op drie niveaus.

De vaders van de kinderen van Israël zijn Abraham, Izaak en Jacob. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun zonen zijn de sefirot beneden hen, netzach, hod en yasod. De groepering van deze sefirot in series van drie wordt duidelijk als men kijkt naar het diagram van de sefirot. De eerste drie intellectuele sefirot zijn chochma, bina en da’at. Onder hen zijn de “vaders” en onder hen de “zonen”. De laatste sefira is malchoet en die staat geheel alleen, om de overvloed van de gerangschikte negen sefirot erboven te ontvangen.

De Kedoesha is al veelvuldig uitgelegd, maar zal nu als volgt worden verklaard. Op de zelfde manier als er heiligheid boven is over alle drie sefirot van chochma, bina en da’at, welke de bron zijn van heiligheid, zo ook is er heiligheid in het midden [de triade van sefirot] en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in het mysterie van drie. De hoogste heiligheid is één geheim [en vandaar daalt het neerwaarts om heiligheid te verlenen aan het midden en laagste niveau. Dit zijn drie niveaus die één zijn [eenheid].

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit is weergegeven in het vers “U schiep alles met Uw wijsheid” (Psalm 104:4). Juist zoals ons eigen denkproces ver en onwetend is ten aanzien van anderen, tenzij het openlijk kenbaar wordt gemaakt, zo is ook de wijsheid van G’D ver en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts in de sefirot naar beneden worden gehaald en dit is het wezenlijk deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien. Dit neerwaarts halen van het derde niveau van de sefirot boom verklaart ook waarom we het woord “heilig”(“kadosh”) drie keer zeggend herhalen in het Kedoesha gebed: “Heilig, Heilig, Heilig, is de Eeuwige – Tsawaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

Het eerste “Heilig” verwijst naar het hoogste gedeelte [chochma] dat is het hoogste van alle niveaus [aangezien het de eerste van de sefirot is]. Ofschoon het een verborgen niveau is wordt het “kodesh genoemd, omdat het de bron is van waaruit heiligheid zich verspreid, het licht van kodesh schijnt langs een verborgen smal pad naar het middelste niveau. Wanneer het het middelste niveau verlicht, is het gegrift in de letter vav die het weerspiegelt in dat [woord] “kodesh”en wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, onder, noord, zuid, oost en west. De Ari beschrijft in Sha’ar HaKavanot, de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij legt uit dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij op Zijn beurt hen heiligt. Dit proces begint met de bewuste verheffing van de letter vav, representerend tiferet, de middelste sefira, die alle anderen verenigt op het emotionele niveau naar het woord “kodesh”. Door de letter vav, representerend de 6 ruimtelijke dimensies, waarmee de ver verwijderende heiligheid van G’D wordt beschreven, bewust te planten in het woord kadesh, brengen wij dat ver verwijderend niveau in ons fysieke bewustzijn. Deze handeling begint beneden met het uitspreken van onze verklaring het eerste woord “Kadosh”. Het wordt vervolgens naar het niveau van de emoties gebracht (chesed, gevoera en tiferet) met het volgende woord “kadosh”. Het wordt in de fysieke realiteit gebracht met de derde herhaling van het woord “kadosh”, zoals we zullen zien. Dit in drie stappen neerwaarts halen van het Heilige is de reden voor drievoudige herhaling van het woord “kadosh”.

Uit dit licht [op het niveau van chesed, gevoera en tiferet] expandeert en verspreid het zich beneden naar het einde van alle niveaus [naar netzach, hod en yesod, welke het overbrengt naar malchoet]. Waneer het licht het einde van alle niveaus nadert, verbind het zich met het licht van de letter hei. Dan wordt het “kedoesha” genoemd, zoals we hebben uigelegd.

In de naam Havayah, representeert de sluitletter hei de sefira van malchoet. Dit staat voor de fysieke aanwezigheid van het G’ddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh”, met de intentie zoals is verklaart, resulteert in heiligheid/kedoesha, het neerwaarts brengen in de fysieke wereld. Dit wordt exact weergegeven door de woorden aan het eind van het gebed “heel de aarde is vol van Majesteit”.

Word Kadosh Kadosh Kadosh
Meditation “integreren” van de letter vav om het heilige neerwaarts te halen in 6 ruimtelijke dimensies Neerwaarts halen het van licht van chochma naar chesed gevoera en tiferet(ChaGaT) Neerwaarts halen van het licht van chochma van het niveau van ChaGaT naar netzach, hod, yesod(NeHY)
Place Chochma partzuf Abba ChaGaT van Zeir Anpin NeHY van Zeir Anpin naar Malchut
SHABBAT SHALOM

Zeg Leviticus. 21:1 – 24:23

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR p. 93a

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D temidden van het volk van Israël te proclameren. We vervullen dit gebod in het herhalen van de voorganger van het Staande gebed (shmoneé esré, het achttiende gebed) “Kedoesha” van de Morgen en Middag gebeden. De analyse van de Zohar is gerelateerd aan het hebben van de gepaste intentie in het denken tijdens het zeggen van de woorden van de Kedoesha.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Israël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (Leviticus. 22:32)

Dit gebod om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid van beneden naar boven te verheffen, op dezelfde wijze als [de engelen] boven.

Een van de basisleerstellingen van de Zohar is, dat het uitvoeren van mitzwot met de juiste meditatieve intenties in deze wereld een reactie en effect veroorzaakt in de spirituele realiteit. Dus, om heiligheid te kunnen waarnemen en te beseffen op een fysiek niveau, moet het worden neergehaald van boven. Het woord voor “heilig”of “gewijd” in het Hebreeuws is “kodesh”, wat impliceert dat de Schepper gesepareerd is van het wereldse en verheven is op een zuiver eerbiedige wijze. De Zohar zal ons nu leren hoe deze heiligheid neerwaarts kan worden gehaald. De eerste stap beneden is het verzamelen van een minjan, een gebedgroep van tenminste tien leden, zodat de gecreëerde handeling beneden een respons teweeg brengt naar boven. Er zijn tien sefirot, elk lid van de minjan correspondeert met één van de sefirot; samen vormen zij een eenheid beneden die waardig is om G’D te heiligen op een zelfde wijze, als de engelen boven.

De heiligheid van G’D wordt opwaarts opgeheven totdat het het niveau bereikt van de voorvaderen en de zonen. Dit is diepe betekenis van de woorden “Ik wil geheiligd worden temidden van de Kinderen van Israël”. Geheiligd worden boven en beneden, boven op drie niveaus en beneden op drie niveaus.

De vaders van de kinderen van Israël zijn Abraham, Izaak en Jacob. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun zonen zijn de sefirot beneden hen, netzach, hod en yasod. De groepering van deze sefirot in series van drie wordt duidelijk als men kijkt naar het diagram van de sefirot. De eerste drie intellectuele sefirot zijn chochma, bina en da’at. Onder hen zijn de “vaders” en onder hen de “zonen”. De laatste sefira is malchoet en die staat geheel alleen, om de overvloed van de gerangschikte negen sefirot erboven te ontvangen.

De Kedoesha is al veelvuldig uitgelegd, maar zal nu als volgt worden verklaard. Op de zelfde manier als er heiligheid boven is over alle drie sefirot van chochma, bina en da’at, welke de bron zijn van heiligheid, zo ook is er heiligheid in het midden [de triade van sefirot] en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in het mysterie van drie. De hoogste heiligheid is één geheim [en vandaar daalt het neerwaarts om heiligheid te verlenen aan het midden en laagste niveau. Dit zijn drie niveaus die één zijn [eenheid].

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit is weergegeven in het vers “U schiep alles met Uw wijsheid” (Psalm 104:4). Juist zoals ons eigen denkproces ver en onwetend is ten aanzien van anderen, tenzij het openlijk kenbaar wordt gemaakt, zo is ook de wijsheid van G’D ver en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts in de sefirot naar beneden worden gehaald en dit is het wezenlijk deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien. Dit neerwaarts halen van het derde niveau van de sefirot boom verklaart ook waarom we het woord “heilig”(“kadosh”) drie keer zeggend herhalen in het Kedoesha gebed: “Heilig, Heilig, Heilig, is de Eeuwige – Tsawaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

Het eerste “Heilig” verwijst naar het hoogste gedeelte [chochma] dat is het hoogste van alle niveaus [aangezien het de eerste van de sefirot is]. Ofschoon het een verborgen niveau is wordt het “kodesh genoemd, omdat het de bron is van waaruit heiligheid zich verspreid, het licht van kodesh schijnt langs een verborgen smal pad naar het middelste niveau. Wanneer het het middelste niveau verlicht, is het gegrift in de letter vav die het weerspiegelt in dat [woord] “kodesh”en wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, onder, noord, zuid, oost en west. De Ari beschrijft in Sha’ar HaKavanot, de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij legt uit dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij op Zijn beurt hen heiligt. Dit proces begint met de bewuste verheffing van de letter vav, representerend tiferet, de middelste sefira, die alle anderen verenigt op het emotionele niveau naar het woord “kodesh”. Door de letter vav, representerend de 6 ruimtelijke dimensies, waarmee de ver verwijderende heiligheid van G’D wordt beschreven, bewust te planten in het woord kadesh, brengen wij dat ver verwijderend niveau in ons fysieke bewustzijn. Deze handeling begint beneden met het uitspreken van onze verklaring het eerste woord “Kadosh”. Het wordt vervolgens naar het niveau van de emoties gebracht (chesed, gevoera en tiferet) met het volgende woord “kadosh”. Het wordt in de fysieke realiteit gebracht met de derde herhaling van het woord “kadosh”, zoals we zullen zien. Dit in drie stappen neerwaarts halen van het Heilige is de reden voor drievoudige herhaling van het woord “kadosh”.

Uit dit licht [op het niveau van chesed, gevoera en tiferet] expandeert en verspreid het zich beneden naar het einde van alle niveaus [naar netzach, hod en yesod, welke het overbrengt naar malchoet]. Waneer het licht het einde van alle niveaus nadert, verbind het zich met het licht van de letter hei. Dan wordt het “kedoesha” genoemd, zoals we hebben uigelegd.

In de naam Havayah, representeert de sluitletter hei de sefira van malchoet. Dit staat voor de fysieke aanwezigheid van het G’ddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh”, met de intentie zoals is verklaart, resulteert in heiligheid/kedoesha, het neerwaarts brengen in de fysieke wereld. Dit wordt exact weergegeven door de woorden aan het eind van het gebed “heel de aarde is vol van Majesteit”.

Word Kadosh Kadosh Kadosh
Meditation “integreren” van de letter vav om het heilige neerwaarts te halen in 6 ruimtelijke dimensies Neerwaarts halen het van licht van chochma naar chesed gevoera en tiferet(ChaGaT) Neerwaarts halen van het licht van chochma van het niveau van ChaGaT naar netzach, hod, yesod(NeHY)
Place Chochma partzuf Abba ChaGaT van Zeir Anpin NeHY van Zeir Anpin naar Malchut
SHABBAT SHALOM

PARASHOT ACHAREE-KADOSHIEM

Na de dood – Heilig Leviticus. 16:1 – 18:30, 19:1 – 20:27

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 82b

Nachtleven vs. Zelfhulp

De Zohar onderwijst uitgebreid over de gedragsgewoonten die vereist zijn om de mitzwa “heilig” te zijn, te vervullen, zoals het in de Thoralezing van deze week aan de orde komt. In de onderstaande passage zien we welk onderscheid wordt gemaakt tussen bescheiden gedrag en arrogantie gedrag dat moeiteloos de westerse levenswijze doordringt.

“Het is de eer van G’D [Elo-hiem] om dingen te verbergen” (Spreuken. 25:2)

Degenen die zich niet verbinden met die eer [door het houden van de Thora en mitzwot die G’D ons gaf] houden die dingen [o.a. de Shechina] voor zichzelf verborgen.

De G’ddelijke Aanwezigheid kan niet verblijven daar waar een steunpunt is voor de krachten van ego en zelfverheerlijking gekarakteriseerd door arrogant gedrag. Deze krachten worden “chitzoniem”, uiterlijkheden genoemd, omdat zij ver afstaan van de innerlijke essentie van heiligheid in een persoon en in het universum. De Zohar verklaart dat G’D Zijn Essentie beperkt om een diverse wereld te creëren. Echter hoe meer het Oneindige Licht wordt samengetrokken des de meer kunnen de krachten van duisternis bloeien. Door zich alleen op zichzelf en hun opzichtige fysieke verschijning te richten, worden deze mensen een medium voor deze krachten van duisternis en verliezen het G’ddelijke uit het oog. Het geraakt voor hen verborgen, verdrongen door hun eigen egoistisch initiatief.

Over deze mensen is geschreven: “Dwazen richten schade aan” (Spreuken. 3:35) Dit zijn de onontwikkelde mensen die “geen manieren hebben” omdat zij geen moeite doen om zich te verbinden met de eer van de Thora.

Hoe kunnen zij in gebed zeggen, “Onze Vader Die in de Hemel is, hoor onze stem, red ons en heb medelijden met ons en verhoor ons gebed”? Ongetwijfeld zal de Heilige, gezegend zij Hij, tegen hen zeggen,” Als Ik jullie Vader ben, waar is dan de eer die je Mij moet geven? Waar is jullie streven de Thora en haar instructies te begrijpen om Mijn mitzwot te vervullen”? Want hoe kan iemand zijn meester dienen als hij niet zijn meesters opdrachten heeft geleerd?

De uitzondering is [een onwetend persoon] die gehoord heeft [ het juridische vereiste van elke Jood] van de wijze en de geboden houd. Deze persoon heeft voor zichzelf het juk van [de term] “We zullen doen en we zullen horen” geaccepteerd.

Aan de Berg Sinaï sprak het Joodse Volk deze fameuze frase vóór het ontvangen van de Thora, daarmee uitdrukkend de bereidwilligheid om haar geboden te vervullen zelfs vóór gehoord te hebben wat het inhoudelijk betekende. Een persoon ongestudeerd in Thora, maar zich inspannend om te weten te komen van degene die geleerd heeft wat de juiste houding is in allerlei omstandigheden, wordt als waardig beschouwd alhoewel hij voor zichzelf niet kan leren.

Er is desalniettemin een groot verschil tussen iemand die zijn instructies direct van zijn Meester kan ontvangen [door eigen studie van Thora] en iemand die instructies ontvangt van Zijn boodschappers [De Wijzen en de Rabbijnen]. Wat is het grote verschil tussen hen? Er staat geschreven dat Mozes de Thora op de Berg Sinaï ontving en naderhand overdroeg aan Jehoshoea. Ik [de ziel van Mozes, die deze sectie van de Zohar verhaalt] ontving de Thora [direct van G’D]. Daarna gaf ik het aan de Wijzen door.

Hier uit leren we dat iemand die zelf Thora leert, om haar te vervullen, wordt beschouwd als of hij zelf de Thora direct van G’D heeft ontvangen, met andere woorden, op de zelfde wijze als Mozes!

Als iemand [instructies] ontvangt van iemand anders [niet zelf leert] is het zoals bij de maan en de planeten die alleen hun licht ontvangen van de zon en bij het ontvangen van dat licht zelf verlicht worden [zonder enig licht van zichzelf te hebben toegevoegd]. Met als gevolg dat iemand die alleen maar licht ontvangt het risico loopt dat zijn lichtbron kan worden verwijderd [met ander woorden, de leraar op wie hij zich verlaat, overlijdt]. Dit gebeurt zoals we zien met de zon en de maan wanneer hun licht s ‘nachts verdwijnt.

Je zou kunnen zeggen dat dit licht van de maan van de zon komt, hoewel het innerlijk is vergaard, schijnt het nadien op de maan en de planeten [zoals de leringen van een wijze na zijn dood]. Maar wij zien dit anders. Het is als een eclips van de zon en de maan. Op het tijdstip dat hun lichtbron verdwijnt, blijven zij achter als een lichaam zonder ziel. De essentie van het licht is daar waar het ontstaat en houdt niet op te schijnen (G’D) en er is geen andere macht buiten Hem dat Zijn Licht kan stoppen.

SHABBAT SHALOM

Na de dood – Heilig Leviticus. 16:1 – 18:30, 19:1 – 20:27

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 82b

Nachtleven vs. Zelfhulp

De Zohar onderwijst uitgebreid over de gedragsgewoonten die vereist zijn om de mitzwa “heilig” te zijn, te vervullen, zoals het in de Thoralezing van deze week aan de orde komt. In de onderstaande passage zien we welk onderscheid wordt gemaakt tussen bescheiden gedrag en arrogantie gedrag dat moeiteloos de westerse levenswijze doordringt.

“Het is de eer van G’D [Elo-hiem] om dingen te verbergen” (Spreuken. 25:2)

Degenen die zich niet verbinden met die eer [door het houden van de Thora en mitzwot die G’D ons gaf] houden die dingen [o.a. de Shechina] voor zichzelf verborgen.

De G’ddelijke Aanwezigheid kan niet verblijven daar waar een steunpunt is voor de krachten van ego en zelfverheerlijking gekarakteriseerd door arrogant gedrag. Deze krachten worden “chitzoniem”, uiterlijkheden genoemd, omdat zij ver afstaan van de innerlijke essentie van heiligheid in een persoon en in het universum. De Zohar verklaart dat G’D Zijn Essentie beperkt om een diverse wereld te creëren. Echter hoe meer het Oneindige Licht wordt samengetrokken des de meer kunnen de krachten van duisternis bloeien. Door zich alleen op zichzelf en hun opzichtige fysieke verschijning te richten, worden deze mensen een medium voor deze krachten van duisternis en verliezen het G’ddelijke uit het oog. Het geraakt voor hen verborgen, verdrongen door hun eigen egoistisch initiatief.

Over deze mensen is geschreven: “Dwazen richten schade aan” (Spreuken. 3:35) Dit zijn de onontwikkelde mensen die “geen manieren hebben” omdat zij geen moeite doen om zich te verbinden met de eer van de Thora.

Hoe kunnen zij in gebed zeggen, “Onze Vader Die in de Hemel is, hoor onze stem, red ons en heb medelijden met ons en verhoor ons gebed”? Ongetwijfeld zal de Heilige, gezegend zij Hij, tegen hen zeggen,” Als Ik jullie Vader ben, waar is dan de eer die je Mij moet geven? Waar is jullie streven de Thora en haar instructies te begrijpen om Mijn mitzwot te vervullen”? Want hoe kan iemand zijn meester dienen als hij niet zijn meesters opdrachten heeft geleerd?

De uitzondering is [een onwetend persoon] die gehoord heeft [ het juridische vereiste van elke Jood] van de wijze en de geboden houd. Deze persoon heeft voor zichzelf het juk van [de term] “We zullen doen en we zullen horen” geaccepteerd.

Aan de Berg Sinaï sprak het Joodse Volk deze fameuze frase vóór het ontvangen van de Thora, daarmee uitdrukkend de bereidwilligheid om haar geboden te vervullen zelfs vóór gehoord te hebben wat het inhoudelijk betekende. Een persoon ongestudeerd in Thora, maar zich inspannend om te weten te komen van degene die geleerd heeft wat de juiste houding is in allerlei omstandigheden, wordt als waardig beschouwd alhoewel hij voor zichzelf niet kan leren.

Er is desalniettemin een groot verschil tussen iemand die zijn instructies direct van zijn Meester kan ontvangen [door eigen studie van Thora] en iemand die instructies ontvangt van Zijn boodschappers [De Wijzen en de Rabbijnen]. Wat is het grote verschil tussen hen? Er staat geschreven dat Mozes de Thora op de Berg Sinaï ontving en naderhand overdroeg aan Jehoshoea. Ik [de ziel van Mozes, die deze sectie van de Zohar verhaalt] ontving de Thora [direct van G’D]. Daarna gaf ik het aan de Wijzen door.

Hier uit leren we dat iemand die zelf Thora leert, om haar te vervullen, wordt beschouwd als of hij zelf de Thora direct van G’D heeft ontvangen, met andere woorden, op de zelfde wijze als Mozes!

Als iemand [instructies] ontvangt van iemand anders [niet zelf leert] is het zoals bij de maan en de planeten die alleen hun licht ontvangen van de zon en bij het ontvangen van dat licht zelf verlicht worden [zonder enig licht van zichzelf te hebben toegevoegd]. Met als gevolg dat iemand die alleen maar licht ontvangt het risico loopt dat zijn lichtbron kan worden verwijderd [met ander woorden, de leraar op wie hij zich verlaat, overlijdt]. Dit gebeurt zoals we zien met de zon en de maan wanneer hun licht s ‘nachts verdwijnt.

Je zou kunnen zeggen dat dit licht van de maan van de zon komt, hoewel het innerlijk is vergaard, schijnt het nadien op de maan en de planeten [zoals de leringen van een wijze na zijn dood]. Maar wij zien dit anders. Het is als een eclips van de zon en de maan. Op het tijdstip dat hun lichtbron verdwijnt, blijven zij achter als een lichaam zonder ziel. De essentie van het licht is daar waar het ontstaat en houdt niet op te schijnen (G’D) en er is geen andere macht buiten Hem dat Zijn Licht kan stoppen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMINI

Achtste (Leviticus 9:1 – 11:47)

Op de dag dat het terrestrische Tabernakel werd opgericht, werd een parallel Heiligdom gevestigd in de CelesAtische Regionen. Dit is de reden waarom het woord mishkan, Heiligdom wordt herhaald in Exodus 38,21: mishkan, mishkan ha-édoet. G’D toont net zoveel hartstocht voor hetgene in de verhullende regionen als voor het geopenbaarde in onze wereld.
Rabbi Shimon ben Gamliel verklaart in Midrash Nasso 16, dat toen G’D het universum creëerde, Hij ook een verblijf in de terrestrische wereld wenste, gelijk aan Zijn verblijf in de Celestische Regionen.
Wij hebben dit reeds eerder uitvoerig bediscussieerd. De reden dat G’D z’n verblijf niet had gevestigd, was om de schade die was toegebracht aan het universum, veroorzaakt door de zonden van Adam en successievelijke generaties. De totstandkoming van de verwantschap tussen G’D en het Joodse Volk bracht een welwillendheid teweeg die een simultane vestiging van Zijn verblijf mogelijk maakte, zowel in de terrestrische wereld als in zijn Hemelse tegenhanger.
Het Tabernakel is waarneembaar als een microkosmos en het bouwproces is compatibel aan het trapsgewijze creatieve scheppingsproces van het universum. Midrash Tanchoema op parashat pekoedé, analyseert dit uitvoerig.
We weten, dat toen G’D het universum creëerde, Hij alles vrouwelijk en mannelijk creëerde ( Baba Batra 74). De commentatoren leggen uit dat dit betekent dat G’D mashpia en moeshpa creëerde, actieve krachten met hun passieve tegenhangers. Dit kan worden beschreven in termen van waarneembare krachten die in zich onzichtbare krachten bevatten.
Of anders uitgedrukt: Er is een constante interactie tussen oorzaak en effect.
De mens is het uiteindelijk doel van het universum. Dit is iets waar al onze commentatoren zich tot het uiterste voor hebben inspannen om te bewijzen.
De mens bestaat uit lichaam en ziel, zowel een visueel als een niet visueel deel.
Dit is de diepere betekenis van Exodus 25,8 “we-asoe lie mikdash we-chantie betochaam,” “Ze zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik onder hen kan verblijven.” Het probleem hier is dat het spreekt over het Tabernakel.
Onze Rabbijnen in Shavoe’ot 16 vertellen ons dat de uitdrukking Tabernakel en Heiligdom onderling verwisselbaar mag worden gebruikt. Dit is niet het enige probleem in het vers. Waarom, als het Heiligdom één unit is, geeft de Thora weer dat Hij onder hen (meervoud) wil verblijven? In feite zou de Thora moeten schrijven betocho! We hebben hier een zinspelling naar het feit dat de oorzaak
het effect wil, m.a.w. het verhullende hunkert naar openbaring.
We hebben al eerder gesproken over het feit dat de mens een essentieel onderdeel is van het universum. Deze premisse van de Zohar wordt geciteerd in de verhandeling sh’ar kadosha van reshiet chochma aan het begin van hoofdstuk zeven. Daar wordt gestipuleerd dat de Mens een microkosmos is, en de verwijzing om de mens te vergelijken met het universum en het Heiligdom.
De auteur zegt hier uitdrukkelijk dat het menselijke hart correspondeert met het binnenste Heiligdom, kadoch kadoshiem, het Heilige der Heiligen.
Maimonides, in een brief aan zijn zoon Rabbi Abraham, citeert de boven genoemde tekst uit de Zohar en vergelijkt het Tabernakel en zijn interieur met een eminent lichaam. Als G’D zegt: “Ik zal onder hen verblijven,” bedoelt Hij, verblijven in hun essentie, een diepere essentie dan louter het interieur van het Tabernakel, het deel welke ook genoemd wordt mishkan ha-edoet, de Tent van het Getuigenis, m.a.w. de Thora.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT TSAV SHABBAT HAGADOL

Draag op    Leveticus.  6:1 – 8:36

Van begin tot eind spreekt het Thoragedeelte van deze week over de verschillende offers die gebracht werden in het Tabernakel en later in de Tempel. De offers dienden verschillende doelen. Er waren dagelijkse offers om ons elke dag met G’D te verbinden, speciale offers in verband met verschillende feestdagen, dankoffers en zondeoffers, vredeoffers en eerstgeboren dieroffers. De Wijzen verklaren dat met de verwoesting van de Tempel, haar heiligheid elk Joods individu omringt. Door onze gebeden, eetgewoonten zoals voorgeschreven en pogingen G’D’s aanwezigheid in deze wereld te reveleren, herscheppen wij de energie van de Tempel en brengen wij verbinding met G’D voort, met ons en met de wereld.

Rebbe Mendel van Kosov schreef dat in de tijd van de Tempel, wanneer een persoon in zonde zou vervallen, hij een offer zou brengen en er daardoor voor worden verzoend. Heden ten dage bereiken we het zelfde door vermeerdering van tzedaka. Maar hoe geven we op Shabbat wanneer we geen geld gebruiken? We inviteren één of meerdere behoeftigen of alleenstaande personen ( elke gast is goed). De gasten eten en de huisbewoners zijn verzoend. Trouwens, in verband met de gewoonte om elke dag tzedaka te geven, geven we op vrijdagmiddag voor een tweede keer, of de middag voor een feestdag om de heilige dag ook te beslaan.

En de Eeuwige sprak tot Mozes, “ Draag [in het Hebreeuws, ‘tzav’]) Aaron en zijn zonen het volgende op, ‘Dit is de Thora voor het in vlammen opgaand offer”. (Leviticus. 6:1-2)

Rashi verklaart dat het woord “tzav” alleen wordt gebruikt in het geval waarin op snelheid wordt aangedrongen of een bijzonder enthousiasme in het uitvoeren van een mitzwa, en dat dit onmiddellijk van toepassing is, nu en voor altijd. De Lubavitcher rebbe zegt dat “tzav” zinspeelt op hoe wij verondersteld worden elk van de mitzwot te doen, betekenend dat zij energiek gedaan moeten worden, doordrenkt met vreugde en hevig verlangend om de wens van onze Schepper te vervullen. Rashi’s keuze van het woord “onmiddellijk” laat ons zien dat wanneer een mitzwa tot ons komt, we het niet moeten uitstellen, maar onmiddellijk moeten uitvoeren. Zijn gebruik van het woord “voor altijd” houdt in dat deze handeling niet eenmalig is, maar continueert tot het einde der tijden in twee dimensies; ten eerste brengt het vruchten voort, fruit van vruchten en ten tweede, de handeling van de mitzwot zelf continueert voor altijd. Parashat Tzav gaat gewoonlijk Pesach vooraf en het is gepast dat we Pesach  en het jaar dat volgt, ingaan met een gewaarwording van wat het doen van een mitzwa is.

De Shabbat voor Pesach wordt Shabbat HaGadol (“de Grote Shabbat”) genoemd, omdat onmiddellijk voor onze verlossing uit Egypte, op de 10e van de maand Niesan, elke familie het gebod kreeg opgelegd om een lam uit te kiezen voor het brengen van hun Pesachoffer vier dagen later. De Midrash zegt dat Mozes verbaasd was: “Weet U niet dat het lam een god voor hen is?” En G’D antwoordde, “Het is beter om Mij onmiddellijk te geloven”! Israël zal Egypte niet verlaten voordat zij de god van de Egyptenaren in aanwezigheid van hen hebben geslacht, om aan te tonen dat hun goden niets zijn”. En zo gebeurde het dat in dat jaar de 10e van de maand Niesan viel op Shabbat. De eerstgeborenen van de Egyptenaren verzamelden zich en vroegen de Joden wat zij aan het doen waren en de Joden antwoordden dat het lam diende als Pesachoffer voor G’D omdat Hij de eerstgeborenen van de Egyptenaren zou treffen. Dit is de betekenis van het vers in het ochtendgebed van Shabbat “de Egyptenaren te treffen met hun eerstgeborenen”. Dit is een belangrijke gebeurtenis en de 10e van de maand Niesan zou waardig geweest zijn als feestdag, ware het niet dat Miriam stierf op de zelfde datum veertig jaar later, dus in de plaats daarvan vieren we het jaarlijks op de Shabbat vóór Pesach. Zorg ervoor dat je het vermeldt aan de Shabbat tafel.

Het feitelijk basis idee van Shabbat HaGadol is dat je slechts een paar dagen hebt tot Pesach en de Seder. Al dan niet verantwoordelijk voor het schoonmaken, Seder voorbereidingen, niemand kan garanderen dat jij en diegene die verantwoordelijk zijn het meeste uit de feestdag zal halen, behalve jij zelf. De heilige Ari van Safed verzekert dat door het nakomen van de Voorschriften van Pesach we zullen worden verlost van al onze spirituele en fysieke limitaties. Dit echter zal alleen gebeuren als er voorbereidingen zijn getroffen.

Één voorbereiding (een andere reden waarom het Shabbat HaGadol wordt genoemd) is de gewoonte dat iedereen gaat luisteren naar zijn Rabbi die spreekt en uitleg geeft over de voorschriften van Pesach, één van de meest belangrijke verhandelingen van het jaar. Elke gemeenschap heeft zijn specifieke nuances, dus is het belangrijk om een locale expert te horen.

Nog een andere voorbereiding is het wijdverspreide en aanbevolen gebruik om de Haggada te lezen rond Mincha, het middaggebed op Shabbat HaGadol; dit was toen de eigenlijke verlossing begon. Het helpt ons ook de tekst voor de Seder fris en eigen in onze gedachten te hebben.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

PARASHAT WAJIKRÁ

En Hij riep            Leviticus.  1:1 – 5:26

BETREFFENDE HET BRENGEN VAN OFFERS WORDT ALLEEN G’D’S NAAM, HET TETRAGRAMMATON, GEBRUIKT

 RABBI MOSHE BEN NACHMAN

 Kabbala leert dat er een verborgen geheim ligt opgesloten in de offergave. Onze Rabbijnen hebben gezegd, in Sifre, en aan het einde van Traktaat Menachot: “Shimon ben Azai zegt, ‘Kom en zie wat is geschreven in het gedeelte van het brengen van offers: Er staat niet dat het verwijzt naar ‘ E-L, noch naar Elokecha (hun G’D), noch naar ‘Elokiem’, noch naar ‘Sha-dai’, noch naar Tze- waot,’ maar alleen naar de Naam Havayah, om een tegenstander [met andere woorden, iemand die gelooft in pluraliteit] niet de gelegenheid te geven een reden te vinden om te attaqueren.”

 Misschien dat men zou kunnen zeggen dat G’D verlegen zit om voedsel, daarom zegt de Schrift, “Had Ik honger, Ik zou het niet zeggen,; want de Schepping in volledigheid is Mijn.” (Psalm. 50:12)

De Naam Havayah wordt gebruikt om radicalen niet de gelegenheid te geven om te rebelleren.

We vinden eveneens aan het begin van Thorat Kohaniem: “Rabbi Josie zegt: Overal waar het brengen van een offer wordt vermeld door de Schrift, wordt de naam Havayah gebruikt, om radicalen niet de gelegenheid te geven om te rebelleren” [door pluralistische aanduidingen te vinden tegen het principe van Eenheid]. Dit zijn de woorden van de Rabbijnen van gezegende nagedachtenis.

Het is dus een feit dat in een Thoragedeelte waar het brengen van offers wordt opgedragen, de G’ddelijke namen E-L of Elo-hiem niet worden gebruikt. Maar we vinden, ergens anders in de Schrift verzen als: “het brood van ‘Elo-heihem’ [hun G’D], offeren zij”; “ geven aan Elo-hiem het dankoffer” (Psalm. 50:14) enzovoort. Echter slachten ten behoeve van het brengen van een offer moet worden gedaan in de Naam van Havayah alleen, betekenend dat degene die het offer slacht geen intentie mag hebben tot iets anders in de wereld dan Havayah alleen. Dit is wat de Wijzen bedoelen wanneer zijn stellen: “De Schrift heeft verordend dat al deze Diensten moeten worden gewijd aan de Naam Havayah.

SHABBAT SHALOM