PARASHAT MISHPATIEM

Rabbi Shimon bar Yochai

Zohar, pagina 118a

Dit gedeelte van de Zohar belicht een aspect van de parasha welke handelt over wetten die de interactie bepalen tussen mensen en de manier waarop rechters en rechtbanken de orde van de spirituele werelden weergeven.
De “Trouwe Herder” is de ziel van Mozes die zal komen om Rabbi Shimon te onderwijzen over de esoterische aspecten van de geboden.

[Rabbi Shimon zegt] “Halt Trouwe Herder, ontluik je zelf en verklaar de [geheimen achter de civiele] wetten.” De Trouwe Herder opent zijn verhandeling door het vers “Heer, open mijn lippen en mijn mond zal lof over U verkondigen” te citeren. (Ps. 51:17)

Door te openen met dit vers vroeg hij assistentie van G’D om hem te helpen in het verklaren van de vier categorieën van civiel recht met betrekking tot hun esoterische betekenissen.

Alvorens echter, verklaarde hij de wijze waarop de letters van de heilige namen het niveau van recht weergeven in de fysieke wereld. Bemerk daarbij dat het bovengenoemde vers ook het beginvers is van Shemoné Esré, het achttiende gebed, wat aangeeft dat men er zeer bewust van moet zijn dat zelfs de “eenvoudigste” der bewegingen, het openen van iemands mond, afhankelijk is van de barmhartigheid van G’D.

Het woord Ado-nai {“Heer” in het aangehaalde vers} wordt met de zelfde letters gespeld {alef, dalet; noen en yoed.} als het woord “dina”, gerangschikt in de tegengestelde orde. {“dina”betekent in het Aramees “recht”}. Om die reden leerden de Meesters van de Mishna, “De wet van het land is de wet”.(Gittin 10b)

De simpele betekenis van de Mishna is, dat een Jood de wetten van het land moet eerbiedigen. De Zohar brengt nu meer duidelijkheid over de diepere betekenis van het vers. De spirituele bron van al het fenomene gebeuren in deze wereld is geopenbaard in de letters van het Hebreeuwse alfabet. De orde van deze letters geven eveneens hun bovennatuurlijke bron weer.
Rabbi Moshe Cordevero verklaart het verschil tussen het G’ddelijk Recht en de wetten van het land als volgt:

1) Yoedchochma

grote barmhartigheid

Abba

Heibina/in

recht

Imma

Vavchesed

minder barmhartigheid

Zeir Anpin

Heimalchoet

recht

Malchoet

2) Alef Dalet Noen Yoed
3) Dalet Yoed Noen Alef
4) Hei Hei Vav Yoed

De eerste rij toont de heilige naam van G’D in de spelling YoedHeiWavHei (bekend als Havaya). Elke letter verwijst naar de spirituele eigenschappen van een sefira in het bijzonder en ook naar een partzuf (uiterlijk facet), zoals blijkt.
De reeks begint met de eigenschap van barmhartigheid. Pas naderhand geven de letters het recht aan. Maar zelfs nadat het recht is voorafgegaan door de eerste barmhartigheid, wordt zij verder getemperd door de letter vav, welke ook barmhartigheid representeert.

De tweede rij is de naam Ado-nai, elke letter is verwijsbaar naar een corresponderende letter van de eerste rij.

De derde rij toont de letters van het woord dina.

De vierde rij toont de letters van de naam Havaya, zoals zij corresponderen met de letters van de naam Ado-nai, en in de reeks van de letters van het woord Dina.

Het resultaat in rij vier is dat de naam Havaya, in plaats van te beginnen met chesed, en din met chesed te variëren, eerst wordt gespeld met de twee letters van din (recht). Dit resulteert in het wrede recht van deze wereld, waar “De wet van het land is de wet”, welke niet gereduceerd is door barmhartigheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT JITRO

Jitro  Exodus. 18:1 – 20:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Het zien van de Geluiden

Zohar II, p. 93b

Heel het volk zag de geluiden…..zij zagen en beefden. (Exodus. 20:15)

De Tien geboden van de Thora dragen in zich alle geboden van de Thora en al de aangelegenheden van Boven en Beneden, inclusief de Tien uitspraken door welke de wereld is geschapen. (Awod 5:1)

In wezen zijn alle geboden afgeleid van deze tien. Dit wordt ook aangegeven door de numerieke waarde van het woord “Thora”, 611, plus de eerste twee van de Tien Geboden die we hoorden van G’D Zelf, een totaalsom van 613, het aantal geboden in de Thora. (Makkot 24a) Bovendien, de totale som van letters waaruit de Tien Geboden zijn opgebouwd is 620, de som van de 613 Bijbelse geboden plus de zeven rabbijnse geboden. ( Megale Amoekot, Ranav Ofaniem 197)

De Midrash (Bereshiet Rabba 1:1) verklaart dat net zoals een architect een blueprint gebruikt om een paleis te bouwen, zo ook gebruikte G’D de Thora om de werelden te creëren. “G’D keek in de Thora en vandaar uit creëerde Hij de werelden.”(Zohar II,161a) Overeenkomstig, ligt de hele Schepping daarin opgesloten.

Deze [Tien Geboden] waren gegraveerd in stenen platen en al de mysteries die zij in zich bevatten werden gereveleerd aan allen [de Israëlieten die aan de voet van de Berg Sinaï stonden]. Zij zagen dit alles met hun eigen ogen en hun essenties waren in staat om te turen en te staren in de wijsheid die hen illumineerde.

Deze wijsheid beïnvloedden evenzeer hun emoties.

Op dat moment, werd geen van de mysteries van de Thora en aangelegenheden van Boven en Beneden hen onthouden, want zij zagen de straling van hun Meesters glorie van oog tot oog. Dit was sinds de schepping van de wereld nimmer tevoren gebeurd. Want de Heilige, gezegend zij Hij, was geopenbaard in Zijn volle glorie op de Berg Sinaï. En als je zou argumenteren dat we hebben geleerd [in Mechilta Beshalach, op het vers “Dit is onze G’D en we zullen Hem loven”] dat wat een dienstmeisje zag bij het Splijten van de Zee zelfs de Profeet Ezechiël niet zag en daarom zou kunnen denken dat dit gelijk stond met [het niveau van revelatie] dat de Israëlieten ervoeren toen zij aan de voet van de Berg Sinaï stonden, dan is dat niet zo, want de dag dat zij stonden aan de Berg Sinaï verliet hun spirituele onzuiverheid hen en [zelfs] hun fysieke lichamen werden gezuiverd als elementen van engelen. Voorts schitterden hun zielen als de helderheid van de hemelen aangezien zij het licht ontvingen.

De Talmoed, Shabbat 146a, geeft aan dat toen Chava van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad at, de slang [symbool van oorspronkelijk kwaad] haar infecteerde met spirituele onreinheid. Toen de Israëlieten de Thora ontvingen aan de Berg Sinaï, werd deze spirituele onreinheid van hen verwijderd.

Dit was de toestand van de Israëlieten die keken en staarden nabij de glorie van hun Meester, hetgeen niet gebeurde aan de [Rode] Zee, aangezien hun spirituele onreinheid hen niet verliet op dat tijdstip.

Ofschoon de Talmoed (Sotah 30a) verklaart dat dit plaatsvond terwijl zij het Lied van de Zee zongen, leggen de commentaren uit dat dit alleen het begin was van het proces, welke werd gecomplementeerd aan de Berg Sinaï (zie Nitzoetzei Zohar).

Terwijl aan de Berg Sinaï alle spirituele onreinheid uit hen verdween zodat zelfs de baby’s in de baarmoeder van hun moeders de glorie van hun Meester zagen, [niettemin besefte niet iedereen op het zelfde niveau de waarneming.] elk persoon ontving wat voor hem passend was.

Die dag was een meer verheugende dag voor de Heilige, geprezen zij Hij, dan de dag dat Hij de wereld had geschapen, want de dag dat Hij de wereld schiep had geen bestendigheid totdat de Israëlieten de Thora aanvaardden, zoals het vers bevestigt, “Als het niet voor Mijn verbond was [Thora], zou Ik niet de begrenzingen van Hemel en Aarde hebben vastgesteld.” (Jeremia 33:25) Maar toen de Israëlieten de Thora aan de Berg Sinaï accepteerden, toen werd pas de schepping evenwichtig en de Hemelen en de Werelden zeker en G’D’s glorie zowel Boven [bij de engelen en bewoners van de hogere werelden] als Beneden [in Deze Wereld] bekend.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALACH

En hij had laten gaan

Exodus.13:17 – 17:16

 72 ‘NAMEN’ VAN G’D

 Drie verzen van 72 letters elk, verwijzen opeenvolgend naar de G’ddelijke eigenschappen van Chesed, Gevoera en Tiferet.

 De drie achtereenvolgende verzen van Exodus 14:19-21 bevatten elk 72 letters, een ongetwijfeld raar fenomeen. De letters van deze drie verzen kunnen gerangschikt worden als 72 reeksen van 3 letters ( triplets). Maar Kabbala leert dat als we de orde van de letters in de middelste zetting omkeren, de 72 triplets 72  “Namen” van G’D worden. In het onderstaande schema worden deze namen weergegeven.

De 72 Name3n

In de vertelling van de Uittocht van Egypte, beschrijven deze drie opeenvolgende verzen G’D’s zichtbare macht vlak voordat Hij de Riet zee (Rode zee) spleet, waardoor het Joodse Volk op droge grond door de zee kon lopen.

En de engel van G’D, die het kamp van Israël voor was gegaan, trok nu weg van daar en ging achter hen aan en de wolkzuil vertrok van voorop van hen en stond nu achter hen. Dus de wolkzuil kwam tussen het kamp van Egypte en het kamp van Israël, maakte daar bewolking en duisternis [bij de Egyptenaren, maar gaf licht in de nacht [bij de Israëlieten], zodat de één niet bij de andere kon komen, heel de nacht. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en G’D dreef de zee terug met een sterke aanhoudende oostenwind de hele nacht, waardoor Hij in de zee een droge land strook liet ontstaan, dus het water was gescheiden.” (Exodus. 14:19-21 )

Een naam is een middel of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen.

In het Hebreeuws bevatten deze drie verzen elk 72 letters. In de Zohar  II:51b wordt aangegeven dat deze drie verzen opeenvolgend refereren aan de G’ddelijke eigenschappen van Chessed, Gevoera en Tiferet. De harmonieuze vermenging van deze drie emotieve grondeigenschappen vormen de basis van het referentie kader van hoe G’D relateert aan de wereld. Zij vormen samen een compositie van G’D’s Naam, aangezien een naam een middel is of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen, met andere woorden, het manifesteert zijn eigenschappen.

Het feit dat elk vers 72 letters bevat betekent dat zij op één lijn liggen, en 72 triplets van letters vormen. In deze configuratie stelt de Zohar, dat het eerste vers wordt geschreven in de juiste volgorde, aangezien het G’D’s liefdevolle barmhartigheid representeert, of een directe openbaring van G’D’s goedheid. Het tweede vers wordt geschreven in omgekeerde volgorde, van de laatste letter naar de eerste, aangezien het G’D’s strengheid representeert, wat een indirecte openbaring is van Zijn goedheid.

Hoewel Tiferet een mengeling is van Chessed en Gevoera, is het derde vers niet geschreven in half juist en half in omgekeerde orde, zoals men zou verwachten. Dit heeft twee redenen: (1) in Tiferet domineert Chessed over Gevoera, en (2) als een ideale mengeling van Chessed en Gevoera, is Tiferet een directe openbaring van G’D’s goedheid en glorie, in plaats van een indirecte.

 SHABBAT SHALOM   

PARASHAT BO

Kabbala en de Kalender

Rabbi Jitzchak Luria

In deze Thoralezing van de week sprak G’D tot Mozes:

 “Deze maanvernieuwing geeft voor jullie de aanvang van de maanden van het jaar aan. De eerste van de maanden van het jaar zal zij voor jullie zijn” (Exodus. 12:2)

 Aangezien deze mededeling twee weken voor de Uittocht gebeurde (Ibid. 12:6), stelt dit vers dat de maand van de Uittocht, Nissan, moet worden geteld als de eerste van de twaalf maanden. Dus dit vers vestigt de basis van de Joodse Kalender:

“[G’D] liet [Mozes] de nieuwe maan zien en zei, Wanneer je de maanvernieuwing ziet, zoals nu, beschouw die dag als de eerste van de maand.∫” (Rashi op Exodus. 12:2)

Voorts, moet Nissan altijd vallen in het voorjaar. (Rashi op Deuteronomium. 16:1)

Aangezien de Joodse kalender is gebaseerd op maanmaanden,(daarom heeft elke maand een aantal van 30 dagen) is het noodzakelijk een schrikkelmaand in te voeren wanneer het maandjaar geen gelijke tred houdt met het zonnejaar[1].

Weet dat alle maanden manifestaties zijn van Malchoet, met andere woorden, Noekva van Zeir Anpin. Er zijn twee aspecten ten aanzien van deze relatie: de eerste is de wijze waarop Malchoet innerlijk relateert aan de maanden en de tweede is de wijze uit hoofde van de relatie met de mannelijke Partzoef, Zeir Anpin.

De Joodse Kalender is, zoals we al zeiden, een maankalender en de maan is één van de fysieke manifestaties van het vrouwelijke principe, Noekva van Zeir Anpin. De maan reflecteert het licht van de zon, net zoals Noekva haar inspiraties ontvangt van Zeir Anpin. Doorgaans wordt Zeir Anpin geassocieerd met de drie dimensies van ruimte [de zes Sefirot waaruit het is opgebouwd, correspondeert met het begrip van de zes richtingen] en Noekva wordt geassocieerd met het begrip tijd.

De verhouding tussen Malchoet en de maanden vangt aan met de maand van Nissan. Weet nu, dat alle maanden “Rosh Chodesh” worden genoemd “hoofd maanden”, omdat ze allen op een bepaalde wijze een begin zijn.

SHABBAT SHALOM        

[1] In het Jodendom hanteert men de maankalender. Een ‘synodische’ maand duurt ca. 29,5 dagen waarbij de ene maand 29 en de andere maand weer 30 dagen duurt. Omdat er 12 joodse maanden zijn komt men hierdoor uit op 354 dagen oftewel men loopt 11 dagen achter op de zonnekalender met 365 dagen.

Dit lost men op door een schrikkelmaand in te voegen. De naam van de schrikkelmaand is tweede adar of kortweg adar 2.  Deze indeling begint zodoende in het voorjaar:

  1. nisan      valt in maart/april
  2. ijar-           valt in april/ mei
  3. siwan      valt in mei/ juni
  4. tammoez  valt in juni /juli
  5. Av             valt in juli/ aug.
  6. eloel         valt in aug/ sept.
  7. tisjri         valt in sept/okt.
  8. chesjwan  valt in okt/nov.
  9. kislev     valt in nov./dec
  10. tewet       valt in dec/jan
  11. sjevat       valt in jan/feb
  12. adar          valt in feb/mrt
  13. 13   adar 2       valt in mrt/ april in schrikkeljaren

PARASHAT WA’ERA

Ik ben verschenen Exodus. 6:2 – 9:35

Alle wonderen door G’D uitgevoerd in Egypte, welke alle bekende natuurwetten tartten, waren opgeroepen door de onuitspreekbare Vier Letternaam, het Tetragram, YOED KEY VAV KEY, die G’D symboliseert als ÈJÈ OWÈ JÈJÈ, Hij was, Hij is, Hij zal altijd zijn, de Ene, die de wereld heeft geschapen ex nihilo en die eeuwig is. De naam ELOKIEM daarentegen symboliseert natuur m.a.w. de natuurwetten. Het Hebreeuwse woord voor natuur is hatèwa en heeft dezelfde numerieke waarde als het woord ELOKIEM.

Volgens de Zohar representeert deze naam een kaw, een lijn, een uitgezette lijn, wetten volgens een bepaalde orde, m.a.w. justitie. De karakteristieken van alle levende creaturen werden bepaald door G’D, door oproeping van Zijn eigenschap ELOKIEM.
In de woorden van de Ari Zal ( Rabbi Jitschak Luria) : “Nadat G’D het ‘hareshimoe‘,” conceptuele ruimte of plaats” voor een universum had gecreëerd, creëerde Hij alles wat die “plaats” zou gaan vullen. Dit werd bereikt door middel van kaw, zoiets als een pijplijn. Het licht dat G’D creëerde drong de “plaats”binnen, die was voorbestemd voor het universum en verspreidde zich door kaw.
Het feit dat de onuitsprekelijke vier letternaam een “hogere” eigenschap is dan die van ELOKIEM, wordt gedocumenteerd in Exodus 18,11, toen Jitro, de schoonvader van Mozes, de superioriteit erkende van deze eigenschap van G’D, boven alle anderen: “kie gadol YOED KEY VAV KEY mikol ha ELOKIEM“, “Nu weet ik dat de Eeuwige groter is”.

Alle andere eigenschappen (namen) van G’D zijn ontleend aan de onuitsprekelijke vier letternaam.
Het was deze naam en wat het impliceert die G’D aanwendde toen Hij bovennatuurlijke wonderen liet voortkomen in Egypte. Telkens wanneer Mozes verscheen voor Farao, trad hij op als boodschapper van die bepaalde eigenschap.
Farao’s reactie in Exodus 5,2, was dat hij absoluut nooit had gehoord van een Godheid met z’n eigenschap “mie YOED KEY VAV KEY ashèr èshma bekolò“, “Wie is de Eeuwige, naar wiens stem ik zou moeten luisteren”?
Daarentegen had Farao geen problemen in het accepteren van G’D in Zijn eigenschap als ELOKIEM, zoals we weten van Genesis 41,38.

De Zohar becommentarieert al eerder Genesis 41,16 waar Joséf zegt: “ELOKIEM ja’anè et shalom par’o” “G’D zal wel antwoorden wat in het welzijn van Farao is”.
Rabbi Abba zegt: “Zie de slechtheid van Farao die beweerd nooit te hebben gehoord van G’D. Hij was uitermate slim en profiteerde van het feit dat Mozes zichzelf niet had aangediend als boodschapper van ELOKIEM, die hij niet had kunnen ontkennen, maar als een boodschapper van YOED KEY VAV KEY.
Hij vond het onbegrijpelijk dat Mozes niet kwam in dezelfde naam van G’D zoals de G’D van Joséf, welke voor hem herkenbaar was. Bovendien kon hij zich niet verenigen met zo’n inhoudelijke naam van G’D.
Wanneer de Thora schrijft: Exodus 9,12 “wajechazeek YOED KEY VAV KEY et – lev par’o” “Maar de Eeuwige sterkte Farao in zijn voornemens”…, dit betekent, dat door het gebruik van de naam, Farao’s hart werd gesterkt in zijn slechte voornemens.
Dit is de reden dat Mozes nimmer een andere naam van G’D aanhief in de confrontatie met Farao. Zover de Zohar.

Wanneer we de benadering volgen van de Zohar, komen we tot realisatie dat G’D nimmer interfereerde in de besluitvorming van Farao. De oorzaak van zijn halsstarrigheid was, G’D,’s zeggen “ani YOED KEY VAV KEY” ,” Ik ben de Eeuwige.” Wanneer G’D eerder in Genesis 7,3 tot Mozes zegt: , “Ik zal het gemoed van Farao verharden”, betekent dit impliciet: ” Mijn openbaring aan hem dat Ik YOED KEY VAV KEY de Eeuwige ben, zal zijn hart verharden”.

Toen de magiërs beseften dat de plaag van kiniem, zandvlooien, niet het resultaat was van de superieure magie van Mozes en Aaron (Exodus 8,15), beperkten zij hun erkenning van dat gegeven tot ELOKIEM, daarmee sloten zij YOED KEY VAV KEY uit.
Farao had de betekenis van ELOKIEM geleerd van Joséf; hij erkende deze godheid als superieur in vergelijking met andere godheden, maar zijn erkenning ging niet zo ver dat zo’n godheid zou kunnen heersen over zijn opvatting van de natuurwetten.
Farao begreep dat de existentie van het koninkrijk van ELOKIEM, welk waarschijnlijk groter was dan zijn eigen of van anderen, niet zou interfereren in de aangelegenheden van andere koninkrijken.
Er zijn vele koninkrijken in deze wereld die met elkaar co-existeren, ofschoon de ene machtiger is dan de ander.
Het is evenzeer mogelijk dat Farao G’D erkende als Heerser van het Universum, maar dit hield niet in dat G’D dit Universum had geschapen, maar eerder dat Hij Zelf deel uitmaakte van dit Universum. Andere filosofen stellen G’D voor als niet separeerbaar van deze wereld, zoals het licht van de zon.
Farao was zeer geërgerd en kwaad toen Mozes uitlegde dat er een andere, toegevoegde, hogere dimensie was van G’D. De reactie van Farao was dat hij de werklast van zijn Joodse slaven verhoogde, zoals we lezen in Exodus 5,9.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen                  Exodus.1:1 – 6:1

De Geboorte Van De Ziel

Rabbi Jitzchak Luria

Sefer Halikoetiem

Egypte staat symbool voor de baarmoeder die de collectieve Joodse Ziel voortbrengt op het pad naar volwassen groei.

Deze parasha  begint met de woorden:

En dit zijn de namen van de zonen van Israël komend naar Egypte, met Jacob, iedere man kwam en zijn huisgezin. (Exodus. 1:1)

 Aangezien er zeventig facetten zijn ten aanzien van de Thora, een van deze woordelijke aanwijzingen heet in het Hebreeuws “remez”, zullen we dit vers op die wijze uiteenzetten. De afdaling van de Israëlieten naar Egypte verwijst naar de embryonale staat van de ziel in bepaalde omstandigheden in de moederschoot.    

Net zoals een lichaam vele botten en spieren en zenuwen heeft zo zijn overeenkomstig het aantal,de vermogens van de ziel verdeeld.

Het Hebreeuwse woord voor “Egypte”, “Mitzrayim”, betekent letterlijk “moeilijke omstandigheden” of “ begrenzing”, of “omheining”. Het is daarom een allegorie voor de beperking van de ziel als het zijn natuurlijke hemelse milieu verlaat en neerdaalt in de beperkingen van het fysieke, waar het een gedwongen realiteit ervaart binnen de parameter van tijd en ruimte.

 Met deze informatie kunnen wij de zin “En dit zijn de namen van de zonen van Israël” interpreteren als verwijzing naar de vermogens van de ziel, want juist zoals het lichaam botten en spieren en zenuwen heeft, heeft de ziel deze wezenlijke vermogens in de vorm van “komend naar Egypte”.

 Als we “Israël ” nemen om te refereren aan de ziel zelf, zijn de “zonen van Israël” de verlengingen van de ziel, haar intellectuele en emotionele vermogens. De ziel, of althans dat deel ervan dat wordt gekleed in het lichaam, wordt ontvangen als zijnde perfect aangepast aan het lichaam.

“……met Jacob verwijst naar het feit dat zij het kind binnengaan [intellectuele en emotionele vermogens], wanneer het kind zich nog in de baarmoeder bevindt, “met Jacob”, die de Yetzer Tov, de goede inclinatie.

Ergens anders wordt verklaard (Sanhedrin 91b) dat het kind wordt geboren alleen met de Kwade Inclinatie en de Goede Inclinatie wordt toegevoegd bij de aanvang van de besnijding (of bij geboorte, in het geval van een meisje) en komt volledig tot ontplooiing komt bij bar (of bat) mizwah.

Het vers gaat verder “…..”komend”, in plaats van “die kwam”, [in de verleden tijd], omdat G’D “de ziel vormt in de mens” (Zachariah 12:2), zoals is uitgelegd in de Zohar (II:94b), dat betekent dat indien iemand meer en meer spiritueel volwassen wordt, des te meer zijn ziel zichtbaar wordt in hem.

De zielsvermogens doen hun intrede beetje bij beetje. Dit is de betekenis van het vers, “Hij vormt de menselijke ziel in hem”, implicerend dat hoe meer het embryo ontwikkelt en groeit, des te meer de ziel binnen kan komen. Ons vers zegt daarom “komend naar Egypte” [in de tegenwoordige tijd, daarmee geeft het aan het proces van voortdurend binnen gaan, want de zielsvermogens doen hun intrede beetje bij beetje. Daarna bij de geboorte, wanneer [het embryo] een persoon is geworden, met andere woorden, een volledig ontwikkeld lichaam, kan de Thora refereren aan “iedere man en zijn huis”, verwijzend naar het lichaam dat een “huis” is geworden voor de ziel.

Het volgende woord, “kwam” geeft aan dat bij geboorte alle zielsvermogens geheel in het lichaam zijn binnengetreden.

SHABBAT SHALOM  

PARASHAT WAJECHÍ

En hij leefde     Genesis 47:28 – 50:26

Jacob representeert het gehele Joodse Volk, dat op zichzelf vele inhoudelijke aspecten heeft.

Rabbi Jitzchak Luria

Sefer HaLikoetiem

En Jacob leefde zeventien jaar in het Land Egypte.” (Genesis. 47:28)

Zoals we weten was Jacob ook bekend onder de naam, “Israël”.  Deze naam, werd de uiteindelijke naam voor het gezamenlijk bestaan van het Joodse Volk. De uitspraak: “de Kinderen van Israël” was aanvankelijk van toepassing op de directe zonen van Jacob, maar geleidelijk aan werd hiermee aangeduid “de Israëlieten”, als de hele natie en later werd de term “Israël”, zonder de “Kinderen van” gebruikelijk.

Aan Jacob wordt gerefereerd als “de gekozene van de Voorvaders”, want zijn wijze van het dienen van G’D was in bepaalde opzichten superieur aan die van Abraham en Isaac. Zo heilig als Abraham en Isaac waren in hun relatie tot G’D en ook in het dienen van G’D, bevatte elk van hen een element van onevenwichtigheid die uiteindelijk naar voren kwam als een imperfectie. Ongebreidelde liefde kan overgaan in liefde van verkeerde dingen; ongebreidelde vrees kan overgaan in vrees van de verkeerde dingen. Dit wordt aangegeven door het feit dat ofschoon Abraham Isaac voortbracht, hij ook Ishmael voortbracht en dat hoewel Isaac Jacob voortbracht, hij ook Esau voortbracht. Alleen Jacobs zonen waren allen rechtvaardig; want barmhartigheid tempert liefde en vrees en is relatief immuun voor ongepaste toewijding.

In de volgende passage analyseert de Arizal de namen van Jacob/Israël en laat hij zien hoe deze namen het geperfectioneerde G’ddelijk bewustzijn reflecteren. “Ja’akov” wordt gewoonlijk geschreven met joed, ayin, koef, bet. In zeldzame gevallen wordt een vav toegevoegd tussen de laatste twee letters om de klinker “o” aan te geven.

Te weten dat er drie aspecten zijn in relatie tot de naam van Jacob. De eerste wordt aangeduid door de naam “Ja’akov” in het Hebreeuws geschreven, zoals gebruikelijk is, zonder een vav. De tweede wordt aangeduid door de naam “ja’akov geschreven met een vav, zoals in het vers, “ En Ik zal Mijn verbond met Ja’akov herinneren” (Leviticus. 26:42). De derde wordt aangeduid door Jacobs andere naam “Israël” in het Hebreeuws, “Yisrael”.

Deze drie namen verwijzen naar de drie aspecten van de ziel, Nefesh, Roeach, en Neshama.  De Neshama wordt aangegeven door de naam Yisrael .

De Nefesh is de essentiële, leven gevende ziel, de levenskracht van het lichaam. De Roeach is het emotionele aspect van de ziel en de Neshama is het intellectuele aspect van ziel.

De Nefesh wordt aangegeven door de naam “Ja’akov”, geschreven zonder de vav. De Roeach wordt aangegeven door de naam “Ja’akov”, geschreven met de vav. De Neshama wordt aangegeven door de naam “Yisrael”.    

Zoals we al weten, worden deze drie beschouwd als één geheel.

We ervaren de werking van deze drie entiteiten normaal niet in ons bewustzijn omdat deze verdeling de wijze is waarop de ziel zichzelf in ons ontwikkelt en manifesteert.

De voorvaders worden evenzo beschouwd als één, zoals aangeven door de verklaring van onze geleerden in Bereshiet Rabba 63:3, dat Jacob Abraham werd genoemd, etc. 

De Midrash laat zien hoe de Thora verwijst naar de patriarchen en hun namen.

De drie G’ddelijke Namen, Eh-yeh, Havayah en Ado-nai, verwijzen respectievelijk naar de drie Sefirot van Keter, Tiferet en Malchoet.

Wanneer een specifieke Naam aan G’D wordt gerefereerd, betekent dit dat Hij handelt door de overeenkomstige Sefira, waarnaar die Naam verwijst, met andere woorden: de G’ddelijke Eigenschap manifesteert zich in die specifieke Sefira.

Tiferet  wordt geassocieerd met Jacob.

Tiferet is de centrale spil van de Sefirothische Boom en dienende Sefira van de zes midot -die bestaan in de gedaante van Zeir Anpin- en worden gepersonifieerd door Jacob. Het is het hart als de centrale as en spil, die reikt van het ene uiterste van de Sefirothische Boom naar de andere.

De linker en de rechter aslijn van de Sefirotische Boom strekt zich niet helemaal uit van boven naar beneden, alleen de middenas strekt zich van de top Keter, naar de bodem, Malchoet.

Abraham wordt geassocieerd met de rechter aslijn, die is gericht op Chesed en Isaac wordt geassocieerd met de linker aslijn, die is gericht op Gevoera. Dus alleen Jacob personifieert de G’ddelijke Kracht om naar alle niveaus uit te reiken, van het hoogste naar het laagste.

De esoterische betekenis van het vers is dan als volgt:  “En Jacob leefde zeventien jaar in het Land Egypte.” : Alle levenskracht en levensonderhoud van de wereld is afhankelijk van Jacob.

Het woord “Jacob leefde” wordt hier geïnterpreteerd als “en Jacob geeft levenskracht” in de betekenis van het oorzakelijke. 

En hij alleen is voorbestemd om in de wereld te blijven. Daarom is hij “Ja’akov” genoemd, gerelateerd aan het woord “hij zal volgen”, Hebreeuws, “ya’akeiv’.

Het G’ddelijke bewustzijn verpersoonlijkt door Jacob, brengt het G’ddelijk bewustzijn verpersoonlijkt door Abraham en Isaac in evenwicht. Op deze wijze is voorkomen dat de levenskracht wordt overgedragen aan de krachten van kwaad en zo kan Jacobs bewustzijn veilig afdalen naar de laagste niveaus van realiteit en hen succesvol transformeren, samen met de rest van de wereld als zijnde G’D’s huis.  

Vanwege het feit dat de oorsprong van G’ddelijk Bewustzijn zo hoog is, is het mogelijk door dit model om zo laag neer te kunnen dalen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Het paradigma van Hemel en Aarde manifesteert zich op alle niveaus van de Schepping: ziel en lichaam, “lichtstralen”en”vaten”, openbaring en verhulling, studie en daden, mannelijk en vrouwelijk, zelfbewustzijn versus onzelfzuchtigheid, etc.

Het lichaam is inherent superieur aan de ziel. Omdat de ziel dit gewaar is, gaat het akkoord met de verlaging in het lichaam. Maar in de huidige situatie van de wereld, is de ziel superieur en dient als bron van leven en hulp voor het lichaam. Het lichaam heeft de ziel nodig om zijn kracht te reveleren en te cultiveren. In de Messiaanse Tijd zal de superioriteit van het lichaam duidelijk worden.

De vrouw is inherent superieur aan de man. Zij heeft het vermogen om leven te scheppen. De man is niet in staat om leven te creëren. Doch, in deze wereld, heeft de vrouw de man nodig en moet hem ontvangen, om haar scheppingsvermogen te kunnen manifesteren. In de Messiaanse Tijd zal de vrouwelijke superioriteit duidelijk worden.

Daad, de praktische uitvoering van de G’ddelijke Wil, is superieur aan studie en G’ddelijk bewustzijn, liefde en vrees. Doch in deze wereld is “studie” superieur, aangezien het leidt [en cultiveert] naar daden. In de toekomst zal de superioriteit van de daad duidelijk worden.

En Jehoeda trad op hem (Josef) toe en sprak: In mij [gewoonlijk vertaald als ‘alstublieft’], mijn heer…” (Genesis. 44:18)

Josef en Jehoeda zijn representatief voor Hemel en Aarde.
“Josef “, betekent in het hebreeuws “toenemen, stijgen, groeien”.
Hij is als een oprijzende cederboom die grote hoogten bereikt. Hij isZeir Anpin van Atzlioet, de “emoties”van de sefirot, welke groei ervaart.
Jehoeda daarentegen representeert Malchoet van Atziloet, de onzelfzuchtige, vandaar zijn naam “Jehoeda”, van de hebreeuwse stam “hoda’a” wat erkenning en nederigheid betekent.
De Zohar schrijft, “En Jehoeda trad op hem (Josef) toe“, dit is het samenkomen van de ene wereld met de andere. Namelijk, de lagere wereld Machoet nadert de hogere wereld Zeir Anpin, om ondersteund en gecultiveerd te worden.
Dit was de vervulling van Josef’s droom waarin alle stammen, “vergaarde schoven”, zich rondom hem schaarden en bogen naar Josef’s schoof.

SHABBAT SHALOM

SHABBAT CHANOEKA PARASHAT MIKEETS.

CHANOEKA

WIE KENT HET CIJFER ACHT

 HET CIJFER ‘ACHT’ ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.

Het openlijke wonder van Chanoeka, het branden van het licht van de Menorah gedurende acht dagen, was niet toevallig, maar van intrinsieke betekenis.  De Thora informeert ons dat G’D de wereld had geschapen in zes dagen en dat Hij ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Van het cijfer zes kan worden gezegd dat het de natuurlijke wereld representeert, die was geschapen in een tijd van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen, oost-west, noord-zuid, boven-beneden. Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhullende aanwezigheid van het G’ddelijke in het hart en middelpunt van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes, geheel doordringend, het doordringt met transcendente heiligheid en verheft naar perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en in deze wereld. Zoals alle wonderen gebeurde Chanoeka vanuit het niveau van “acht”, dat wat boven de natuurlijke orde is. Echter het laatste wonder zijnde van zijn soort tot aan de komst van Mashiach, moest Chanoeka “acht” belichamen op een unieke bijzondere manier. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overbrengend leer). Zoals is opgetekend in de Talmoed, betraden de Syrische Grieken de Tempel en bezoedelden al de rituele olie. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het vertegenwoordigt het vermogen van de jood om te ontwaken uit de diepste slaap van verbanning, en om tot leven te komen zelfs [en misschien speciaal) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Kohen Gadol (Hoge Priester), de heiligste Jood, die het niveau van “acht” belichaamd krachtens en op grond van de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer informeert ons dat het Mattityahoe de Chashmonai was en zijn zonen, die de Joden opriepen om de Thora te verdedigen en te vechten tegen de Grieken. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet, de achtste letter van het alef-bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha-shemonai familie belichaamt het vermogen van Acht. Acht gebaart ons om de limitaties van tijd en ruimte te boven te gaan.

Acht” gebaart ons om de limitaties van tijd en ruimte te boven te gaan, om door de wereld te zien die G’ddelijkheid verhult en onze zielen dreigt te overspoelen met materie. “Acht” roept ons op om wonderen te zien in de natuurlijke orde, in vertwijfelde momenten van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid die ons leidt.

“Acht” kan ons oproepen van onze collectieve slaap. Door ons te herinneren aan de tijd wanneer G’D inderdaad openlijk “interfereerde” in de “natuurlijke” orde van de geschiedenis, het versnelt onze verwachting van de openbaring van G’D’s verlossing die we verwachten in onze tijd.

CHAK SAMEACH CHANOEKA

PARASHAT MIKEETS        Aan het einde   Genesis.41:1 – 44:17

G’D zal een antwoord geven, G’D weet de interpretatie van dromen en informeert bepaalde uitzonderlijke mensen over die interpretatie.

Jozef antwoordde Farao, zeggende: ”Niet ik, [maar] G’D zal een antwoord geven [dat] vrede aan Farao  [zal brengen].” (Genesis. 41:16)

Zohar I, p. 195

Kom en zie: Een persoon zal nooit zijn mond openen om kwaad te spreken, want hij weet niet wie zijn woord ontvangt en wanneer iemand het niet weet, kan hij struikelen. Wanneer de rechtvaardigen hun mond openen, doen zij dit vreedzaam. Toen Josef zich richtte tot Farao, zei hij eerst, “Elokiem zal Farao een antwoord geven in vrede.” Rabbi Jehoeda zegt: We hebben geleerd dat de Heilige, geprezen zij Hij, zorgt voor de vrede van het koninkrijk, zoals staat geschreven: “en Hij gaf hen een taak, aan de kinderen van Yisrael en aan farao, de Koning van Egypte.”   

Rahmiel Hayyim, Pardes HaBahir.

Ons wordt gezegd dat als de Wijzen bidden op een vloeiende wijze, dan wisten zij dat hun gebed werd ontvangen. Wanneer we zijn verbonden, vloeit de stroom van woorden moeiteloos zoals water gaat door een pijp. Wanneer we worden afgeleid, zijn we  in een staat van disconnectie en kan er geïnterrumpeerd worden met tussenpozen.

Misschien is het G’D wel die de woorden in onze mond legt, wellicht op een wijze zoals in het Boek Deuteronomium, waarin de Shechina sprak door Mozes en het aan iemands eigen individueel niveau is om het te kunnen overbrengen.

Eén van de dingen die moet nagegaan worden voor een mogelijke tzaddiek is wat uit haar of zijn mond komt. Alles moet goed zijn, zonder enige ruwheid of bitterheid en er moet een schitterende glans zijn op zijn of haar gezicht wanneer zij spreken. Zij Zien en Horen waarlijk geen kwaad en Spreken geen kwaad. De rechtvaardige familie in de traditie van Josef HaTzaddiek heeft G’Ds Spraak als een tweede natuur, nooit moraliserend, nooit exclusief, nooit verdeeldheid zaaiend, altijd hartelijk.

Mag het zijn dat we onze door G’D gegeven eigenschap van spraak alleen gebruiken voor het goede en alleen voor G’D’s glorie.

SHABBAT SHALOM – SAMEACH CHANOEKA    

PARASHAT WAJEESHEV

 Egypte en Farao representeren de krachten die het intellect verhinderen om de emoties te beïnvloeden.

 Thora Ohr 58b, 71d, 102c.

 “De voornaamste van de schenkers en de voornaamste van de bakkers…..de voornaamste van de slagers…” (Genesis. 40:2:3)

 Egypte en de Farao representeren allegorisch de krachten die het intellectuele inzicht verhinderen om de emoties van het hart te beïnvloeden. Wanneer we intellectueel G’ddelijkheid waarnemen, zijn het deze krachten die de perceptie naar het hart afhouden om een emotionele respons van liefde en ontzag voor G’D te creëren.

De Farao creëert deze disconnectie door middel van zijn leiders die aan het hoofd stonden van de slagers, van de schenkers en van de bakkers. Deze drie oversten representeren de mateloze sensuele en wereldse genoegens, die iemand afleiden van G’ddelijkheid.

Door zijn interactie met deze drie leiders overwon Josef hun spirituele tegenhangers en verhief de vonken van heiligheid die in hen verbleven. Door bijvoorbeeld te verblijven in het huis van het hoofd van de slagers, overwon Josef de passie voor fysieke genoegens en transformeerde hij het in een gepassioneerde liefde voor G’D.

Doordat Josef de obstakels voor een beïnvloeding wist te overwinnen stelde hij het joodse Volk in staat tot een spirituele groei zowel voor degene die tot slaaf werden gemaakt in Egypte als voor degenen die zouden lijden in toekomstige verbanningen.

 SHABBAT SHALOM