PARASHAT KIE TEETSEE

Als je voortgaat (Deuteronomium 21:10 – 25:19)

De mens is het doel van de Schepping, hij is geschapen in beeld en gelijkenis van G’D, en juist zoals Adam oorspronkelijk twee gezichten had om de gelijkheid van man en vrouw aan te geven, zo was ook de respectievelijk aanwending van lichaam en ziel van de mens perfect, zodat beide waren geheiligd aan hun G’D.
De vrouw werd vervolgens gesepareerd van Adam met de intentie om zijn levensgezellin en partner te worden, om hen de gelegenheid te geven een ware eenheid te vormen, zodat zij “één lichaam” worden. (Genesis. 2,24)
Adam (Mens) verkrijgt door deze separatie zijn perfecte vorm en wordt compleet.

G’D verloste ons van slavernij, om ons in staat te stellen Zijn dienaren te worden, zoals Hij zegt in Leviticus 25,55: “Want de Kinderen van Israël zijn dienaren van Mij.” Dus, door Zijn dienaren te worden, voegen wij meer vermogen toe aan de spirituele essentie van onze zielen. In de uiteindelijke toekomst zullen wij het spirituele niveau, dat Adam bezat toen hij nog de geweven kleding van licht droeg, terugwinnen.
Als we dit punt in onze historie zullen bereiken, zal ons leven oneindig worden en lichaam en ziel zullen een blijvende existentie hebben in deze wereld.
Wij zullen direct van voeding worden voorzien door de shechina, is de unanieme mening van de Kabbalisten en vastgelegd door Nachmanides. Een compleet andere mening daarentegen heeft Maimonides, die de periode in kwestie niet ziet als een leven in deze wereld.
De zuivering en verfijning van ons lichaam en iemands verhouding met de materiele zaken in deze wereld kan alleen worden bereikt door het uitvoeren van de mitzwot. Gezien het feit dat praktisch alle zeventig geboden die worden genoemd in deze parasha betrekking hebben op ons lichaam ofwel onze verhouding tot materiele zaken, mogen we aannemen dat de gehele parasha primair gewijd is, om ons te leren heiligheid tot stand te brengen met ons lichaam en onze omgang met materiele zaken.
We moeten zeer goed bedenken dat het voornaamste punt in het bereiken van heiligheid van het lichaam draait, om het reproductieve orgaan en wie en voor welk doel, wij onze levenspartner kiezen. We moeten ernaar streven dat de zaaddruppel welke de eicel van onze vrouw zal bevruchten heilig is en niet ontaard is door verontreiniging van de serpent (spirituele verontreiniging).
Heilige intenties gedurende copulatie brengt een vereniging teweeg tussen de Sefirot van tiferet en malchoet, welke het tweevoudige gezicht van Adam representeerde vóórdat Eva van hem was gesepareerd.
Deze twee Sefirot symboliseren de esoterische dimensie van ziewoek, copulatie, de fysieke vereniging van man en vrouw.
De heilige gedachten die iemand moet hebben gedurende de geslachtsgemeenschap zijn alleen spiritueel verdienstelijk als iemand de geschikte vrouw heeft gekozen.
De reden dat Eva was gescheiden van Adam op het moment dat er geen andere mensen waren, was om aan te tonen dat de vereniging van Adam en Eva een echtelijke staat was, een vereniging tussen twee partners die geschikt waren voor elkaar.
Als iemand een vrouw kiest, moet hij voor ogen houden tzelem elokiem, het beeld van G’ddelijk aspect van iemands persoonlijkheid.
Als iemand is gemotiveerd door andere overwegingen in het kiezen van een vrouw, of als iemand geslachtsgemeenschap aangaat, zelfs met zijn eigen vrouw, met redenen anders dan het procreëren van G’D vrezende kinderen, is iemands existentie onvolledig. G’D heeft het “tegenovergestelde” gecreëerd, m.a.w om ons te voorzien in het maken van de juiste keuze, voorzag Hij ons van de verkeerde keuze.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHOFTIEM ROSH CHODESH ELLOEL

Rechters     Deuteronomium. 16:18 – 21:

Poorten van Ons Leven

Soms schijnt het dat de mitzwot in de Thora niet meer relevant zijn in deze tijd. Hoe worden wij verondersteld te relateren aan dit gegeven? Wanneer het Thoragedeelte spreekt over de Tempel, of over de verdeling van het Land Israël, of (zoals in het Thoragedeelte van deze week) het benoemen van rechters en rechtsdienaren in elke gemeente en stad, wat worden wij dan verondersteld te doen? De Lubavitcher Rebbe verklaart dat aangezien de Thora G’D’s Wil en Wijsheid is, het een eeuwig document is en daarom relateert aan elke tijd en plaats. We kunnen in elke mitzwa leerstof vinden die geschikt is voor ieder persoon.

De Talmoet zegt dat elk persoon een kleine wereld is. Als zodanig zijn er parallellen tussen ieder van ons en de wereld in het algemeen. Net zoals de wereld steden en gemeenten hebben die het middelpunt van leven en voortbrenging zijn, zo ook heeft elk individu centrale en voortbrengende aspecten in zijn leven. Deze zijn onze gedachten, spraak en handelingen.

We leven in opwindende tijden, waarin zelfs de media de wereld beschrijven als een “global village”, en waar de samenleving constant beproeft wordt  door het wegvallen van alledaagse grenzen. Desondanks, in het gunstigste geval, moet elke gemeente en stad een poort hebben. Een poort dient zowel als een ingang en als een uitgang en, zo nodig, kan die worden gesloten om ongewenst verkeer te stoppen. Evenzo, wanneer iemand positief wenst te denken, behulpzaam of goedhartig wil praten, of een mitzwa doen, dan moet hij zijn poorten wijd openen. Hij kan ook, wanneer de impuls tot denken, spreken of handelen op een negatieve wijze wordt benaderd, de poort sluiten.

Wat zijn onze poorten? Zij zijn onze ogen, die lezen wat de Thora zegt en ons daarom informeert op de juiste manier te handelen; onze oren waarmee we luisteren wat onze leraren zeggen; onze neuzen die een zuivere en heilige atmosfeer ruiken en daardoor aanvoelen, ingegeven met echt Judaïsme; en onze monden waarmee we alleen kosher voedsel eten en drinken en gepaste woorden spreken.

Het openingsvers van de Thoralezing van deze week spreekt over het benoemen van rechters en rechtsdienaren. Wie is de rechter die kan beslissen wanneer de poort geopend en gesloten wordt? Ons intellect. Wie zijn de rechtsdienaren die de orde bewaren? Dit is onze wilskracht om de uitspraak van de rechter te vervullen. Een eenvoudig voorbeeld van dit proces is voedsel. Het verlangen om iets te eten is alleen het eerste begin. Eerst moeten we beslissen of het voedsel kosher is. Zelf als dat zo is, moeten we andere factoren overwegen, “Is het voor mij toegestaan om nu zuivelproducten te eten, of heb ik zojuist vlees gegeten?” en “Is het werkelijk nodig dit te eten?”etc. Zelfs als is besloten dat het is toegestaan, moeten we nog steeds beslissen welke zegen we moeten reciteren. Wanneer en hoe we de poort moeten openen is een keuze die de Almachtige aan ons heeft gegeven om onze zielen en lichamen te leiden in de juiste richting.

Het bijkomende geschenk van de wekelijkse parasha is het eigen maken en toevoegen van ontvankelijkheid  om de wereld en onszelf te zien in de weg die de Thora beschrijft. Wanneer we dat doen, zien we dat er grote vreugde is zowel in deze wereld als in de hogere spirituele sferen. Er is een andere parallel tussen de wereld en de menselijke microkosmos: de kleine wereld die ieders eigen realiteit is, is verbonden met de ware realiteit die alleen gezien kan worden achter de façade van de fysieke wereld waarin we leven. Wanneer we op een gelaagde manier ons intellect en doorzettingsvermogen gebruiken om onze poorten te beheersen, openen we de poort naar een buitengewone mogelijkheid voor de Almachtige om de toekomstige rechters van het Sanhedrin, de Grote Vergadering, te benoemen, die de bouw van de Derde Heilige Tempel zullen begeleiden; het Sanhedrin is de rabbijnse autoriteit die de uiteindelijke echtheid van de Thora zal onderwijzen en ons het essentiële gepaste perspectief zal geven hoe te relateren aan de wereld, een bekwaamheid die wij missen tijdens de periode van verbanning. Dit kan alleen plaatsvinden door onze inspanning nu.

Hoe verhoudt zich dat tot de maand Elloel, die deze week begint? Elloel is de poort naar Tishré, de maand van de Hoge Feestdagen, wanneer we worden beoordeeld voor onze handelingen van het afgelopen jaar en wat we zullen ontvangen in het komende jaar. Hoe we nu met onze tijd omgaan heeft een invloed op hoe onze gebeden geaccepteerd zullen worden in de maand die zal komen. Net zoals we met ons intellect en doorzettingsvermogen nu grote impact creëren in de onmiddellijke toekomst, zo ook zal onze inspanning bewerkstelligen dat de ware en complete verlossing die door Mashiach zal plaatsvinden, dichtbij wordt gebracht.

Vanaf het begin van de maand Elloel is het al toepasselijk om elkaar een goed en zoet jaar te wensen.

SHABBAT SHALOM  (EN GELUKKIG NIEUW JAAR)   

LIED VOOR DE MAAND ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’

 

PARASHAT RE’ÉE

Zie      Deuteronomium. 11:26 – 16:17

Spiritualiteit en onzelfzuchtigheid

Likoetei Torah and Shaar Hamitzvot

Geschriften van de Ari

“Wanneer er bij jou een behoeftige is……onderdruk dan niet het medegevoel bij je zelf en houd je hand niet krampachtig dicht voor die behoeftige broeder, maar open wijd je hand voor hem……(Deuteronomium. 15:7-8)

Rabbi Chaim Vital, die de leringen van de Arizal optekende, zegt ons:

Wat betreft filantropie en vrijgevigheid, observeerde ik dat mijn leraar niet bijzonder buitensporig was ten aanzien van zijn kleren en dat hij slechts weinig at, betreffende de uitgaven van zijn vrouw gaf hij geld naar gelang haar wensen. Mijn leraar placht overvloedig te geven met grote vreugde en goedhartigheid, met open hand en soms keek hij niet eens of er genoeg overbleef voor hem zelf.

Mijn leraar zei, dat elke mitzwot is geassocieerd met één van de tweeëntwintig letters [van het Hebreeuwse alfabet], en wanneer iemand een miztwa uitvoert, straalt de letter, waarmee de mitzwa is geassocieerd, van zijn voorhoofd, vervangend de vorige letter op zijn voorhoofd van de voorafgaande mitzwa die hij uitvoerde. [De letter bleef op zijn voorhoofd] slechts zolang als hij de mitzwa uitvoert [waarmee het is geassocieerd]; naderhand wordt de mitzwa in [hem] geabsorbeerd. Als hij echter een miztwa van liefdadigheid doet,  verdwijnt de letter waarmee het is geassocieerd niet zo snel als de letters die geassocieerd zijn met de andere mitzwot, maar blijft op zijn voorhoofd stralen voor een week. Dit is de esoterische betekenis van het vers, “Zijn rechtvaardigheid duurt voor altijd” (Psalm. 111:3, 112:3,9).

Aangaande het kopen van spullen die worden gebruikt voor het uitvoeren van Thora mitzwot, zoals een loelav en een etrog, zag ik dat mijn leraar de handelaren de prijs gaf die zij het eerst noemden en niet met hen daarover onderhandelde. Soms plaatste hij zijn portefeuille voor hen met het verzoek om te nemen wat ze wilden. Hij vertelde mij dat iemand niet moet afdingen op de prijs als het om een mitzwa gaat. Rabbi Shimon bar Jochai zegt het zelfde in de Zohar.

We zullen nu de esoterische betekenis verklaren van het vers, “Iemand die vrijgevend is, eindigt met meer” (Spreuken. 11:24), hetgeen onze wijzen van toepassing achten op de mitzwa van liefdadigheid (Yalkoet Shimini ad loc). Inderdaad relateren we [dit vers] aan het zelfde onderwerp, want Yesod wordt de “de rechtvaardige” genoemd [in het Hebreeuws, "tzadik ", omdat het liefdadigheid ["tzedaka"] geeft aan noekwa, die a priori omschreven wordt als “rechtvaardigheid” [in het hebreeuws, "tzedek"], maar daardoor “liefdadigheid” ["tzedaka"] wordt.

Het woord voorliefdadigheid”, “tzedaka“, bestaat uit het woord voor “liefdadigheid” (“tzedek“, gespeld tzadi-dalet-koef) plus een toegevoegde . Omdat de aan het eind van een woord een teken van een vrouwelijke vorm is, mag ´tzedaka” als de vrouwelijke vorm van ´tzedek” worden beschouwd. Dus Yesod transformeert Noekwa in een vrouw.

Om die reden wordt Yesod waarschijnlijk “Jozef” genoemd.

Zoals we verschillende malen eerder hebben verklaard, wordt Jozef geassocieerd met Yesod in deugdzaamheid van zijn seksuele puurheid. Hier moet opgemerkt worden dat “Jozef”[in het Hebreeuws, "Josef" "hij zal toevoegen" betekent, zinspelend op de toenemende groei van Jozef, met andere worden, de heilige verbinding met Noekva, veroorzaakt in Zeir Anpin.

Zo zal het zijn met iemand die aan financiële liefdadigheid doet. [Hij zal door het geven geen financieel verlies lijden, in tegendeel, hij zal er rijker op worden, en meer bezitten dan voorheen.

De esoterische betekenis van tzedaka en gebed is, aangezien de joed-hé gesepareerd is van de vav-hé [vanwege negatief menselijk gedrag], dat we tzedaka moeten geven of moeten bidden om G’D’s Naam met Zijn Shechina te verenigen, met vrees en liefde, in naam van heel Israël.

Negatief gedrag is alleen mogelijk omdat het intellect is gescheiden van de emoties (en hun expressie). Intellectueel kan een persoon begrijpen dat het niet goed is om kwaad te doen. Maar zolang als dit begrip niet de gelegenheid wordt gegeven (gewoonlijk door bezinning en meditatie) om zijn gevoelens over dingen te beïnvloeden, blijft het abstract en steriel.

De yoed-hé van G’D’s Naam Havayah geeft aan de sefirot van Chochma enBina, respectivelijk, de twee hoofd componenten van het intellect. De vav-hé geeft de emoties aan (collectief beschouwd) en hun manier van expressie (idee, spraak en actie).

Door onze verbinding met G’D te vernieuwen in gebed en het uitvoeren van daden van barmhartigheid, laten we zien dat ons intellect inderdaad onze emoties en acties hebben beïnvloed, waarbij de breuk tussen de twee helften van de Naam van G’D worden geheeld.

Zoals we weten zijn de twee eerste letters van de naam Havayah een naam van G’D in hun eigen recht, de naam Y-ah. De laatste van de naam Havayah, die afdaalt om het intellect en emoties uit te drukken van de eerste drie letters in de lagere werelden, wordt omschreven als de Shechina, de “G’ddelijke Aanwezigheid”.

De zin van het geven van financiële liefdadigheid voor het gebed is, om de [eerste twee letters van de naam Havayah] joed-hé, welke zijn gesepareerd van de [laatste twee letters,] vav-hé, te verenigen.

Voor het doen van een goede daad of het geven van financiële liefdadigheid, moet daarom gezegd worden, “[Ik doe dit] om de Heilige, Geprezen zij Hij, en Zijn Shechina te verenigen, in liefde en vrees [voor G'D], in naam van heel Israël.” [Op deze wijze] verbindt hij de joed-hé met de vav-hé.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT ÉKEV

 

Als gevolg                Deuteronomium. 7:12 – 11:25

 

Rabbi Jitzchak Luria

 

Sefer HaLikoetiem en Likoetei Thora

 

Geschriften van de Ari

 

Volledig Gebod

In parashat Ékev draagt Mozes het Joodse Volk op, “Hun afgodsbeelden moet je in het vuur verbranden….Breng zoiets gruwelijks niet bij je in huis opdat je niet op de zelfde wijze een gruwel wordt. Beschouw het als iets afschuwelijks en als iets gruwelijks. Zorg ervoor dat jullie heel het gebod dat ik jullie heden opdraag nauwgezet nakomen opdat jullie zult leven, talrijk zult worden en het land zult kunnen binnentrekken en erven, dat de Eeuwige jullie voorouders onder ede heeft beloofd. Denk dan aan heel de weg die de Eeuwige, G’D, je deze afgelopen veertig jaar in de woestijn heeft laten gaan om, door je door ontberingen op de proef te stellen, te weten te komen of het wel je hartenwens is je aan Zijn geboden te houden of niet. Hij legde je ontberingen op door je te laten hongerlijden en gaf je het Manna te eten dat je niet kende en dat ook je voorouders niet gekend hebben, om je duidelijk te maken dat de mens niet alleen maar door brood in leven kan blijven, maar dat door elk woord dat voortkomt uit G’D’s mond de mens kan blijven leven……” (Deuteronomium. 7:25 – 8:3)

De Arizal merkt op dat de Schrift “Zorg ervoor dat jullie heel het gebod” zegt in het enkelvoud, in plaats van “al de geboden” zoals we zouden verwachten.

We kunnen [deze discrepantie] ook als volgt verklaren:

Alles in de wereld bezit een levenskracht en net zoals een mens is geschapen met een lichaam en ziel, zo ook alle andere dingen [bezitten een lichaam en een "ziel", met andere woorden, levenskracht].

[In deze sfeer], bezit de Thora ook een lichaam en een ziel. Het lichaam [met andere woorden, het wettelijke aspect van de Thora] handelt als haar kledingstuk en er wordt door onze Wijzen aan gerefereerd als “de lichamen [de wetten] van de Thora”.

Er is ook een innerlijke dimensie van de Thora, die haar ziel is.

Dit is de reden waarom de engelen zeiden, “Plaats Uw glorie over de hemelen,”(Psalm 8:2) want [zoals Mozes argumenteerde], waarvoor hebben zij het lichaam van de Thora nodig? Zij kennen geen jaloezie of haat en de wetten “je zult niet moorden” en dergelijke zijn niet van toepassing op hen. Dus eisten zij [van G'D] de innerlijke dimensie, welke nooit was gekleed in dit lichaam en deze wetten. Want aangezien het hoger is [dan het lichaam van de Thora], heeft het geen behoefte om er in te worden gekleed.

Dit verwijst naar de Midrash beschrijving toen Mozes opsteeg naar de hemel om de Thora te ontvangen van G’D en de engelen protesteerden, door te zeggen, “Wat is de mens dat U aan hem zou denken of de zoon van de mens {Mozes] dat U Zich om hen bekommert?”(Ibid., v5) Betekenend, de Thora is zo subliem en spiritueel, waarom zou U het aan een sterveling geven? Liever, “Houd Uw Glorie [de Thora] in de hemel.” G’D wendde Zich tot Mozes, en zei tot hem dat hij de engelen moest antwoorden en Mozes reageerde met de opmerking dat de Thora vol is met geboden en morele instructies die niet van toepassing zijn op engelen.

Hier zegt de Arizal dat de engelen, om zo te zeggen, zich dit compleet bewust waren en het enige dat zij vroegen was dat de innerlijke dimensie van Thora, de Kabbala, in de hemel zou blijven, aangezien het de werking van hemel beschrijft en niet op een fysieke wijze kan worden begrepen. Laat de wetten van toepassing zijn op de mens, zeiden zij, gegeven aan de mens, maar laat de ziel van de Thora bij ons blijven.

Het feit dat Mozes hun argumentatie overtrof indiceert dat de mensheid de innerlijke dimensie ook nodig heeft om zijn fysieke aard te kunnen overwinnen.

Net zoals de ziel van een mens het nodig heeft om te worden gekleed in een fysiek lichaam enkel om in deze wereld te kunnen neerdalen, zo is het eveneens met de Thora.

De innerlijke spirituele dimensie van de Thora draagt de kleding van de wetten om toepasselijk te kunnen zijn voor Deze Wereld.

Evenzo, de geboden bezitten een lichaam die hun fysieke verschijningsvorm is en een ziel, de intenties [kavanot] waarmee iemand mediteert om die gepast uit voeren. Als de geboden [mitzwot] zijn uitgevoerd zonder de vereiste intentie, is het als een lichaam zonder ziel.

Daarom zegt [de Schrift], “Heel het gebod [enkelvoud] dat Ik jullie heden opdraag moeten jullie nauwgezetna komen,” betekenend: “doe heel het gebod”, inclusief zijn innerlijke intentie en levenskracht. [Het vers continueert:] “opdat je zult leven.” Dit is [een voorbeeld van G'D's methode van compensatie] met andere woorden, wederkerige honorering: juist zoals jij een mitzwa uitvoert met zijn levenskracht en vitaliteit, zo zal je worden voorzien in Deze Wereld in de verdienste van zijn lichaam [met andere woorden, fysieke uitvoering en in de Komende wereld in de verdienste van zijn levenskracht [innerlijk intenties]. Je zult dus worden beloond met leven zowel in Deze Wereld als met leven in de Komende Wereld. Daarom is er geschreven, “opdat je zult leven” refererend aan compleet leven, in Deze Wereld en in de Komende Wereld.

De voeding die iemand tot zich neemt bezit ook een innerlijke levenskracht,

dat zijn de woorden die voortkomen vanuit G’D’s mond toen de wereld werd geschapen, toe Hij zei, “Laat de aarde zo en zo voortbrengen. “Adem” is een ware realiteit, net zoals wanneer iemand spreekt brengt hij lucht, adem voort van zijn mond en die adem is een deel van zijn levenskracht. Het bewijs is, dat  na de ziel het lichaam verlaten heeft [bij de dood], er geen adem, lucht noch spraak voortduurt. Dus de adem, lucht die voortkomt van zijn mond wanneer hij spreekt maakt deel uit van zijn ziel.

Als adem alleen maar fysiek zou zijn er geen reden waarom het niet zou voort bestaan in het lichaam na de dood.

Om die reden is ons opgelegd geen loze woorden te spreken, want door dit te doen verspilt iemand delen van zijn ziel. En zo heb ik gehoord van een wijze, Rabbi Shimon Turno, in gezegende nagedachtenis, in zijn leerrede op het vers, “Hij zal niet zijn woord profaneren [Hebreeuws, yacheil], hij zal niet handelen in overeenstemming met alles wat voortkomt uit zijn mond” (Numeri. 30:3): Iemand zal niet zijn spraak banaal maken,  [Hebreeuws, chulien] want overeenkomstig aan de dingen en zaken van zijn mond zo zal hij worden, voor zowel goed als slecht. Bovendien creëert hij beschermende of aanklagende engelen [door zijn spraak].

Het woord voor “profaan” in de zin van “schenden“, is gerelateerd aan het woord voor “banaal”. Beide delen het idee van “beroven van intrinsieke heiligheid”. Want het doel van de homilie, het woord voor “hij zal handelen” [Hebreeuws "ya'ase"] wordt gelezen als de passieve/lijdende vorm “hij zal worden” ["yei-ase"].

Als dit het geval is met de adem van iemands spraak, zo veel te meer is het waar van de adem die voortkomt van de mond van G’d. In dit verband is geschreven, “En heel het Volk zag de stem”(Exodus. 20:15), zij zagen wat normaal werd gehoord. (Mechilta, Bachodesh 9) Zij zagen G’D’s spraak zoals het kwam en hen op de mond kuste en zei, “Accepteer Mij op je zelf.” Dus zagen zij G’D’s spraak min of meer in de verschijning van een engel.

Zo was het met betrekking tot G’D’s spraak toen de wereld werd geschapen: elke uiting die een entiteit binnentreedt [het creëert] om te dienen als een innerlijke levenskracht en het doet groeien.

Dus binnenin het voedsel dat een persoon eet, is zowel een onderdeel dat het lichaam voedt en de innerlijke levenskracht die een deel wordt van iemands ziel.

Dit brengt ons tot de volgende vraag:

Hoe is het mogelijk dat fysiek brood iemands ziel kan voeden, die spiritueel is?

Als iemand zich onthoudt van het eten van brood of enig ander voedsel voor enige dagen, zal hij sterven of verhongeren en zijn ziel zal hem verlaten, maar eet hij brood zal hij leven. Hoe kan het brood de spirituele ziel [in het lichaam] vasthouden?

Vanwege deze vraag, poneren bepaalde filosofen de stelling dat de ziel niet verder leeft [na de dood] en dat wanneer het lichaam sterft de ziel dat ook doet. [Zij argumenteren:] omdat het wordt gevoed door iets fysieks, moet het ook fysiek zijn.

Dit is niet het geval, G’D verhoede, want wat zij niet weten is, wat we [boven], hebben gezegd namelijk, dat er een levenskracht is binnenin het voedsel, die zijn spirituele dimensie is en dit spirituele aspect [van het voedsel] stimuleert het spirituele aspect, de levenskracht van de mens.

Dit is de betekenis van het vers: “en Hij gaf je het manna te eten…” spiritueel voedsel, …”om je te leren” dat het enige dat werkelijk [de ziel van] iemand voedt, is het spirituele aspect [van het voedsel]. Zoals het vers continueert: maar    ..” dat de mens niet alleen maar door brood in leven kan blijven, maar dat door elk woord dat voortkomt uit G’D’s mond de mens kan blijven leven…” Betekenend: de woorden die voortkomen uit de mond van G’D toen de wereld werd gecreëerd om alles voort te brengen van de aarde, maakt van elke vorm van voedsel deel uit en is wat iemand voedt en stimuleert [met andere woorden, zijn ziel].

Manna wordt als spiritueel voedsel beschouwd, alhoewel het wordt verondersteld fysiek te zijn, omdat het elke dag neerdaalde vanuit de hemel. De zegen die het Joodse Volk zei voor het eten was, “die brood voortbrengt vanuit de hemel.”

Dit is de reden waarom we zegeningen moeten reciteren voor het eten van voedsel, want door het reciteren activeren we de [spirituele] levenskracht [inherent in het voedsel].

Zo ook ten opzichte van het doen van mitzwot: de zegen die we zeggen voor het doen van een mitzwa dient om de levenskracht er in te activeren.

Vandaar dat in elk gebod gedachte, spraak en actie is. De intentie is de gedachte, de zegen de spraak en de actie [is de actie]. Daarom refereert de Schrift aan “heel het gebod”, betekenend, het volledige gebod, inclusief zijn intentie, zoals boven verklaard.

Teneinde een persoon niet zal denken dat iemand die niet de innerlijke intentie associeert met het gebod geen aandeel zal hebben in de Komende Wereld, stelt de Schrift daarom, “Denk er aan….[ Hij gaf je het manna te eten].” Gedenk het eten van manna, want Zijn intentie was om je te leren de refutatie van deze veronderstelling: juist zoals het manna spiritueel [voedsel] was, maar desondanks het lichaam kon voeden, die fysiek is, zo zal je weten dat fysiek [voedsel] de ziel kan voeden, omdat dit principe in beide richtingen werk.

Daarom staat er geschreven, “om je te leren dat een mens niet leeft van brood alleen”, dat is, zijn fysieke kant, die “mens” [Hebreeuws "adam"] wordt   genoemd, want de mens is gemaakt van de fysieke materie, van aarde [Hebreeuws, "adama´], “maar in hoge mate door elk woord dat voortkwam van G’D’s mond”, met andere woorden, het manna, wat in het geheel is, want het komt voort uit Zijn mond. Daardoor “zal de mens leven”, betekenend, zijn fysieke kant, zoals boven is verklaard.

Het tegenovergestelde is ook waar: wanneer een persoon eet zonder  eerst een zegen te zeggen en dus zonder het activeren van de [spirituele] levenskracht.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ETCHANÁN

 Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar Wa’etchanán, 264a

Een van de opdrachten in de parasha van deze week, heeft betrekking op geschreven verzen van de Thora en het plaatsen van hen op de deurpost van het huis. (Deuteronomium. 6:9)
De diepere betekenis van deze opdracht, om mezoezot aan te brengen (meervoud van “mezoeza”), wordt bediscussieerd door De Trouwe Herder (Mozes) in de volgende passage van de Zohar. Bedenk eveneens dat de mezoeza niet alleen aan de binnenkomende deurpost van een huis wordt geplaatst, maar ook bij elke entree van een van de kamer waarin wij wonen.

Het is een positieve opdracht voor iemand om mezoenot aan te brengen aan de ingangen van zijn huis, zodat hij beschermd zal worden door de Heilige, geprezen zij Hij, wanneer hij zijn huis verlaat en binnengaat. Dit is de diepere betekenis van het vers: “De Eeuwige behoedt u voor alle kwaad, Hij behoedt uw ziel. De Eeuwige zal behoeden uw weggaan en uw thuiskomen, van nu tot in alle eeuwigheid.” (Psalm 121. 7:8)
Deze [bescherming] is vanwege de diepere betekenis van de mezoeza. Deze wordt altijd geplaatst aan de deuropening en direct geplaatst tegenover de opening van de hogere werelden.

De Shechina wordt “opening” genoemd omdat malchoet de opening is naar alle hogere sefirot. De Arizal legt uit, dat het woord “mezoezot” in feite uit twee woorden bestaat, “zaz” en “mavet ” wat vertaald wordt als “het verplaatsen van de dood”.
De Shechina waakt omdat zij in het midden is van de Boom van Leven en alleen het hogere verbindt wanneer het vrij is van externe krachten.
Het woord “mezoeza” heeft de numerieke waarde van 65, de zelfde numerieke waarde als de G’ddelijke naam Ado-nai, en in de letter voor letter vorm, waar de volledige spelling van elke letter wordt geteld, is het gelijk aan 671, welke de numerieke waarde is van het Aramese woord “tiara”, wat “ingang, poort,opening” betekent.

Mezoezamemzajinvavzajin = 40 + 7 + 6 + 7 + 5 = 65

Ado-nai = alef + dalet + noen + joed = 1 + 4 + 5 0 + 10 = 65

Ado-nai letter voor letter = aleflameddaletlamedtavnoen +joedvavdalet = 1 + 30 + 80 + 4 + 30 + 400 + 50 + 6 + 50 +10 + 6 + 4 = 671

671 = tavreeshajinalef welke het Aramese woord is voor “ingang, poort,opening”.

Eveneens is het interessant om te weten dat de milui, de numerieke waarde, van het Hebreeuwse woord voor “ingang, poort,opening” “shaa’ar” , gespeld shin-ajin-reesh, 1000 is. Elke sefira bestaat op zijn beurt uit 10 sefirot, zodat de gehele Boom van Leven een hogere waarde heeft van10x10x10= 1000! De poort is inderdaad de ingang naar de hogere Boom van Leven.

Dit niveau wordt “garde” genoemd, om voortdurend een persoon van bescherming te voorzien. Anders is een persoon niet altijd beschermd, uitgezonderd wanneer hij onder de hoede staat van de Heilige, geprezen zij Hij, die voortdurend beschermt aan de ingang van het huis, met de persoon binnen.

Een tweede aspect met betrekking tot de opdracht van het plaatsen van mezoezot is, dat een persoon nooit en te nimmer de Heilige, geprezen zij Hij, zal vergeten.

Het Hebreeuwse woord, “ra”, kwaad, wordt gespeld als reesh ajin. Het tegenovergestelde van kwaad wordt verkregen door de letters reeshajin te spellen als “ejr”, wat “bewust” betekent. Zodra een persoon zich bewust is van kwaad, verliest het zijn vermogen.
Interessant is dat ook b.v het Engels een gelijk concept laat zien, het woord “evil”, wanneer het andersom wordt gespeld wordt “live”. Kwaad is spirituele dood, en de mezoeza, wanneer we deze plaatsen op de plaats waar we leven, verplaatst de dood door ons bewust te laten worden van het G’ddelijke, in het bijzonder in onze huizen, waar wij de meeste tijd van ons leven doorbrengen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ETCHANÁN

En ik smeekte (Deuteronomium 3:23 – 7:11)

 

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar Wa’etchanán, 264a

Een van de opdrachten in de parasha van deze week, heeft betrekking op geschreven verzen van de Thora en het plaatsen van hen op de deurpost van het huis. (Deuteronomium. 6:9)
De diepere betekenis van deze opdracht, om mezoezot aan te brengen (meervoud van “mezoeza”), wordt bediscussieerd door De Trouwe Herder (Mozes) in de volgende passage van de Zohar. Bedenk eveneens dat de mezoeza niet alleen aan de binnenkomende deurpost van een huis wordt geplaatst, maar ook bij elke entree van een van de kamer waarin wij wonen.

Het is een positieve opdracht voor iemand om mezoenot aan te brengen aan de ingangen van zijn huis, zodat hij beschermd zal worden door de Heilige, geprezen zij Hij, wanneer hij zijn huis verlaat en binnengaat. Dit is de diepere betekenis van het vers: “De Eeuwige behoedt u voor alle kwaad, Hij behoedt uw ziel. De Eeuwige zal behoeden uw weggaan en uw thuiskomen, van nu tot in alle eeuwigheid.” (Psalm 121. 7:8)
Deze [bescherming] is vanwege de diepere betekenis van de mezoeza. Deze wordt altijd geplaatst aan de deuropening en direct geplaatst tegenover de opening van de hogere werelden.

De Shechina wordt “opening” genoemd omdat malchoet de opening is naar alle hogere sefirot. De Arizal legt uit, dat het woord “mezoezot” in feite uit twee woorden bestaat, “zaz” en “mavet ” wat vertaald wordt als “het verplaatsen van de dood”.
De Shechina waakt omdat zij in het midden is van de Boom van Leven en alleen het hogere verbindt wanneer het vrij is van externe krachten.
Het woord “mezoeza” heeft de numerieke waarde van 65, de zelfde numerieke waarde als de G’ddelijke naam Ado-nai, en in de letter voor letter vorm, waar de volledige spelling van elke letter wordt geteld, is het gelijk aan 671, welke de numerieke waarde is van het Aramese woord “tiara”, wat “ingang, poort,opening” betekent.

Mezoezamemzajinvavzajin = 40 + 7 + 6 + 7 + 5 = 65

Ado-nai = alef + dalet + noen + joed = 1 + 4 + 5 0 + 10 = 65

Ado-nai letter voor letter = aleflameddaletlamedtavnoen +joedvavdalet = 1 + 30 + 80 + 4 + 30 + 400 + 50 + 6 + 50 +10 + 6 + 4 = 671

671 = tavreeshajinalef welke het Aramese woord is voor “ingang, poort,opening”.

Eveneens is het interessant om te weten dat de milui, de numerieke waarde, van het Hebreeuwse woord voor “ingang, poort,opening” “shaa’ar” , gespeld shin-ajin-reesh, 1000 is. Elke sefira bestaat op zijn beurt uit 10 sefirot, zodat de gehele Boom van Leven een hogere waarde heeft van10x10x10= 1000! De poort is inderdaad de ingang naar de hogere Boom van Leven.

Dit niveau wordt “garde” genoemd, om voortdurend een persoon van bescherming te voorzien. Anders is een persoon niet altijd beschermd, uitgezonderd wanneer hij onder de hoede staat van de Heilige, geprezen zij Hij, die voortdurend beschermt aan de ingang van het huis, met de persoon binnen.

Een tweede aspect met betrekking tot de opdracht van het plaatsen van mezoezot is, dat een persoon nooit en te nimmer de Heilige, geprezen zij Hij, zal vergeten.

Het Hebreeuwse woord, “ra”, kwaad, wordt gespeld als reesh ajin. Het tegenovergestelde van kwaad wordt verkregen door de letters reeshajin te spellen als “ejr”, wat “bewust” betekent. Zodra een persoon zich bewust is van kwaad, verliest het zijn vermogen.
Interessant is dat ook b.v het Engels een gelijk concept laat zien, het woord “evil”, wanneer het andersom wordt gespeld wordt “live”. Kwaad is spirituele dood, en de mezoeza, wanneer we deze plaatsen op de plaats waar we leven, verplaatst de dood door ons bewust te laten worden van het G’ddelijke, in het bijzonder in onze huizen, waar wij de meeste tijd van ons leven doorbrengen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT DEVARIEM

 

SHABBAT CHAZON

 

VISIOENEN VAN VERLOSSING

 

Elke Shabbat is een elevatie en voltooiing van al onze verwerkelijkingen van die week. Dit is één van de primaire leerstellingen van de Safed Kabbalisten, zoals wordt geïllustreerd door de jaardag van de Arizal, wiens heengaan plaatsvond  op Av, de vijfde dag van de maand Av. Verder is het de bron van alle G’ddelijke zegeningen van de week die zal volgen. Aangezien Shabbat elk facet van ons dagelijks leven beïnvloedt, is het belangrijk om voor elke Shabbat terug te blikken naar de gebeurtenissen die plaatsvonden in de afgelopen week en onze verwachtingen van de komende week, met inbegrip van zowel grote als kleine evenementen, te beginnen.

Deze overdenkingen helpen onze krachten te convergeren om op de meest effectieve wijze profijt te hebben van Shabbat. De Shelah breidt dit Kabbalistisch concept inhoudelijk uit tot het wekelijkse Thoragedeelte, verklarend dat de Thora in zijn oneindigheid ook is verbonden met onze wekelijkse ervaringen.

Hoe meer we het wekelijkse Thoragedeelte bestuderen, des te meer zullen we ontdekken hoe de Thora ons zegent met inzichten en instructies en hoe om te gaan met obstakels op onze weg en hoe ze te overwinnen, om zo doende G’D volledig te kunnen dienen.

In het licht van het bovenstaande, is het gemakkelijker te begrijpen waarom Shabbatot  waar belangrijke gebeurtenissen aan verbonden zijn, gewoonlijk hun eigen unieke namen hebben. De Shabbat tussen Rosh Hashana en Jom Kippoer wordt “Shabbat Teshoewa” genoemd. De Shabbat voorafgaande aan elke Rosh Chodesh (eerste dag van de maand) wordt “Shabbat Mevorchiem”genoemd.

De Shabbat tussen Rosh Chodesh Av en de 9e Av, onze jaarlijkse rouwperiode voor de verwoesting van de twee Heilige Tempels, wordt “Shabbat Chazon” genoemd. Het woord “chazon, het Hebreeuwse woord voor “profetisch visioen”, is het eerste woord van de Haftora, gelezen op deze Shabbat. Deze Haftora bevat strenge vermaningen van de profeet Jesaja aan het Joodse Volk om berouw te hebben.

Rabbi Levi Jitzchak van Berdichev, een van de grootste Chassidische meesters en legendarisch als verdediger van het Joodse Volk aan het Hemelse Gerechtshof, openbaart een andere betekenis van Shabbat Chazon, hij leert dat elke Jood een subtiel visioen van de Derde tempel wordt gegeven op deze Shabbat. Dit visioen is bedoeld om in ons het verlangen op te wekken de Derde Tempel uiteindelijk te verkrijgen, vergelijkbaar met een kind dat een cadeau wordt getoond wat het zal krijgen als hij streeft naar verbetering van zijn gedrag. “Genoeg van deze verbanning” we zijn bedoeld te zeggen en te voelen, “Wij willen de Tempel”, zodat we uiteindelijk G’D kunnen dienen op de meest juiste manier, de manier die G’D oorspronkelijk van ons verlangde.

Elke neergang is omwille van de stijging die zal volgen. De tragische gebeurtenissen waar we jaarlijks om rouwen om deze tijd van het jaar hebben als doel, de grote elevatie die eruit voort zal komen, de herbouw van de laatste eeuwige Tempel. Niets kan onze wil in de weg staan. Al we waarlijk iets willen, zullen we het bereiken.

De Shelah schrijft dat dit de reden is dat de drie Thoragedeelten, Matot, Masé en Devariem altijd gelezen worden gedurende deze periode. Onze sterke leiders (Rashé HaMatot), en eindeloos lijkende verbanning (Masé, letterlijk “reizen, tochten”) zullen ons leiden naar “G’D” , “de G’D van onze vaderen, zal jullie duizend maal zoveel laten zijn en jullie zegenen, zoals Hij jullie heeft beloofd” (Deuteronomium. 1:11), een zegen zonder beperkingen. Het is niet verbazend dat dit vers altijd wordt gelezen op Shabbat Chazon.Moge de 9e Av veranderd worden in een feestdag!

Rabbi Jitzchak Ginsburgh verklaart waarom de jaardag van het heengaan van de Arizal, op de 5e Av , ook gedurende deze rouwperiode is, in feite, is het exact het middelpunt van de Negen Dagen van meest strenge rouw. De leringen van de Arizal bereiden de wereld voor op de verlossing. Op de jaardag van het heen gaan van een Tsadiek, worden al zijn levensvervullingen in de wereld nog eens gereveleerd op een hoger niveau, als zij zijn verenigd met alles wat tot dan toe was bereikt, ten gevolge van zijn goede werken. Deze revelatie is het meest krachtige instrument in onze handen om de rouw te overwinnen en ons met de verlossing te verbinden.

Het grootste gedeelte van de Geschriften van de Arizal werden aan ons over gedragen door zijn voornaamste student Rabbi Chaim Vital. Hij verklaart het vers,     “ De Eeuwige, onze G’D, sprak tot ons aan de Chorew, zeggende “Lang genoeg [rav lachem] zijn jullie bij deze berg gebleven”. (Deuteronomium. 1:6) “Rav Lachem” kan ook worden vertaald als “jullie zijn groot geworden”, betekenend, aangezien jullie waardig zijn om de Thora rechtstreeks van G’D te ontvangen, zijn jullie nu groot en krachtig geworden. Waarom hier zitten blijven? Keer om en volg je bestemming! Ga en gebruik de kracht die je is gegeven en verover de wereld. Maak de wereld tot een verblijfplaats waar G’D is geopenbaard.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MAS’ÉE

Reizen Numeri. 33: 1 – 36:1

 

Tweeënveertig mystische routes

 

Sefer Baal Shem Tov (Degel Machane Ephraim)

 

Dit zijn de routes van de Kinderen van Israël die onder leiding van Mozes en Aharon uit Egypte waren getrokken in hun stamverbanden” (Numeri. 33:1)

 

Er waren bij elkaar tweeënveertig routes. Mijn grootvader [de Baal Shem Tov] legt uit dat zij in het leven van een ieder mens voorkomen, van het moment van geboren worden tot de dag dat men sterft.

Dit kan als volgt worden opgevat: wanneer een persoon wordt geboren en de baarmoeder verlaat, wat correspondeert met de uittocht uit Egypte, trekt hij later van de ene plaats naar de andere, totdat hij het Bovenaardse Hemelse Land van het Leven bereikt [de Toekomstige Wereld, corresponderend met het Land Israël]. Dus staat er geschreven: “Bij het woord van G’D legerden ze en bij het woord van G’D trokken ze op” (Numeri. 9:23), wat correspondeert met beperkt bewustzijn en verruimd bewustzijn.

Ik hoorde ook van een bepaald persoon dat de tweeënveertig routes corresponderen met de tweeënveertig letter Naam Van G’D, welke wordt geteld van de eerste nacht van Pesach tot aan het feest van Shawoeot en wordt voltooid met de ontvangst van de Thora. Hoewel er in totaal negen en veertig dagen zijn, is elke week een complete eenheid, met de oorsprong van hen allen die tweeënveertig zijn.

[De eerste week van de uittocht uit Egypte wordt niet geteld voor rectificatie (tikoen) van de middot die verbind met G'D's Tweeënveertig Letter Naam, maar van de dag dat zij de rode zee doorkruisten begint de telling van tweeënveertig dagen.]

Deze routes werden in de Thora vastgelegd om ons te leren de juiste weg in ons leven te volgen en dat al onze reizen heilig en puur zijn. Zo hoorde ik van mijn grootvader uit naam van de Briet Menoecha, dat [de plaats] Kivroth HaTa’avah [letterlijk, "begrafenissen van begeerte"] (Numeri. 11:34) corresponderen met de sefira van cochma, want zij begroeven daar de mensen die lust begeerden. Met andere woorden, wanneer iemand het niveau van chochma bereikt, verliest hij al zijn [materiële] begeerten in zijn gehechtheid aan G’D.

Nu kunnen wij begrijpen dat alle reisroutes heilig waren, of aspecten van heiligheid bevatten op verheven niveaus. Tav’erah [andere plaats, letterlijk "Brandend"] was stellig een verheven aspect (Numeri. 11:3). Echter de Israëlieten vervormden de aard van deze plaatsen door hun daden, zoals wordt gezegd over Kivroth HaTa’avah: “En [Mozes] noemde de plaats Kivroth HaTa’avah, want zij begroeven daar de mensen die hunkerde naar gulzigheid (Numeri. 11:34). Dit is ook van toepassing op de andere legerplaatsen, zoals Tav’arah: “En [Mozes] noemde de plaats Tav’erah ["Brandend"] , want G’D’s vuur had hen verbrand.” Maar hadden zij deze plaatsen niet vervormd, zou elk van hen zijn eigen verborgen licht hebben gereveleerd.

Dit is de betekenis van “Dit zijn de routes van de Kinderen van Israël…….Mozes scheef op bevel van G’D de vertrekpunten van hun verschillende routes op en dit zijn dan hun routes in overeenstemming met het opbreken van hun kampementen”(Numeri. 331-2): Mozes noteerde de bovenaardse significantie van elke route, van de baarmoeder tot het Land van het Leven, zodat elk persoon de weg zou weten te volgen in overeenstemming met G’D’s woord. Echter….” dit zijn hun routes in overeenstemming met het opbreken van hun kampementen”. “(Numeri. 331-2): ; is hoe zij zelf dat opbreken van hun kampementen vervormen met hun daden, want het eind van het vers zegt niet: “op bevel van G’D”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MATOT

Stammen – Stammen     Numeri 30:2-32:42

De Mitswot in de Parshot Matot, Masee en Devariem, zijn verdeeld in drie groepen, sommige met de bedoeling om onze ziel te perfectioneren, sommige om ons lichaam te perfectioneren en anderen om onze eigenschappen er voor te bewaren dat zij “puur”blijven, m.a.w dat we ons niet schuldig maken aan roof en oneerlijkheid. Omtrent deze drie aspecten van perfectionering, zegt de Thora: “Je moet van de Eeuwige, je G’D, houden met heel je hart, m.a.w de zetel van je fysieke leven, heel je ziel, m.a.w de zetel van je spirituele leven, en met alles waartoe je bij machte bent, m.a.w met al je economische bezittingen.” (Deuteronomium. 6,5)

In Parashat Matot behandelt de Thora de mitswot die bedoeld zijn om onze ziel spiritueel te ontwikkelen en te perfectioneren. De regels handelen over het afleggen van een officiële eed of belofte, zij bevat tevens de waarschuwing om alle woordelijke uitspraken in ere te houden, “kekol hajotsé mipien ja’asè,” “precies dat wat over zijn lippen is gekomen heeft hij te volbrengen”. (Numeri. 30,3)
Dit is gericht op de ziel, omdat het spraakvermogen wordt verkregen van de eigenschap wijsheid welke op zichzelf een uitvloeisel is van de ziel.
Spraak is alleen maar een externe versie van iemands denken, iets wat de mens verheft boven alle andere levende creaturen. De mens wordt een “medaber” genoemd, een sprekende creatuur. Daarom mag hij niet zijn spraak “ontheiligen”. We zien dat ook bij Onkelos in het weergeven van Genisis 2,7: “waijehie ha’adam lenefésh chaija” zo “werd de mens een sprekende ziel”.
We zijn reeds ervan bewust dat de mens ontwikkeld is geworden vanuit het superieur beeld van een hogere wereld, dat elk van zijn ledematen een tak is van een “boom” in de Celestische Regionen en dat de mond waarmee hij is uitgerust, alleen dient om hem in staat te stellen, de grootheid van de Eeuwige te proclameren en Zijn glorie te verhalen.
Het is een gegeven om de Eeuwige te dienen. Dit bedoelde Koning David, wanneer hij zegt in Psalm 145,21: “Een lofzang op de Eeuwige brengt mijn mond tot uiting en al wat leeft prijst Zijn heilige naam, voor altijd.”

Het gedeelte van Masee bediscussieert de Thora, de onderwerpen die betrekking hebben op het perfectioneren van het lichaam. Het lichaam wordt gezien als een bekleding van de ziel, en is evenzo geschapen in het evenbeeld van G’D (Genesis.1,27). Daarom wordt, als iemand een ander creatuur, die geschapen is in G’D’s evenbeeld, vermoordt, zelf gedood als een passende manier van vergoeding. Door zijn daad heeft hij een ziel gesepareerd van zijn lichaam, [ bekleding ], vandaar dat zijn ziel wordt gesepareerd van zijn bekleding.
De moorddaad wordt gezien alsof de moordenaar ook een leven van een ziel in de Celestische Regioen heeft gescheiden van zijn “lichaam”.
Ofschoon, zo’n separatie vroeger of later, zonder meer zal plaatsvinden { door een natuurlijke dood van het slachtoffer } wordt de moordenaar gestraft voor het premature.
Wanneer de dood van het slachtoffer echter te wijten is aan een daad zonder intentie hem te doden, beschouwt de Thora hem niet schuldig aan het vergieten van bloed. De dood van het slachtoffer was een handeling van G’D, m.a.w de eigenschap van justitie koos iemand als zijn instrument, iemand die een ander, niet ontdekt, vergrijp heeft gepleegd. De doder heeft onbewust G’D’s bedoeling uitgevoerd, hij had geen enkele intentie of plan om het slachtoffer te doden met of zonder moordwapen. De doder zal moeten vluchten naar een asielstad, één van de steden van de Levieten. Deze steden werden beschouwd als steden van het recht. De Levieten zelf representeren de sifera van gevoera, in het patroon van chesset, gevoera teferet, een patroon dat correspondeert met de respectievelijke niveaus van koheen, levie, jisraël.
De doder, zonder voorbedachte rade, moet in de asielstad blijven tot de dood van de Hoge Priester (Numeri. 35,25). Dit is, omdat het lichaam van het slachtoffer was gedood, ook zijn ziel van hem was genomen en in exil moest blijven, tot aan het tijdstip van G’D’s goedvinden. Wanneer de Hoge Priester overlijdt, wanneer zijn ziel opstijgt naar de Celestische Regionen, is het de ziel van de doder eveneens toegestaan om op te gaan naar deze regionen. Een ziel welke in “exil” is, mag worden vrijgelaten van zo’n exil als gevolg van een overlijden van een groot persoon, m.a.w een prominente Tsadik, een Rechtvaardige.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT PINCHAS

Pinchas   Numeri 25:10 – 30:1

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, p. 216b

In parshat Pinchas weidt de Zohar uit over onderwerper, zoals “impregnatie” van de zielen (bekend als het concept “iboer neshamot“), reïncarnatie en de mysteries ten aanzien van offeren. In het voorbijgaan wordt een hedendaags algemeen onderwerp in New Age Theology aangehaald en wat velen interesseert, Astrologie.

Kom en zie. Elk geschapen wezen in deze wereld stond, voor het geven van de Thora aan Israël, onder de invloedsfeer van de sterren, met inbegrip van geboorte, leven, levensonderhoud.

Mazal” is het Hebreeuwse woord voor de sterren en constellaties en tevens, in modern Hebreeuws voor “geluk”. Het is verbonden met het woord “nazal” wat stromen, vloeien of druppelen betekent. Het concept is, dat de “G’ddelijke beïnvloeding en effect” neerwaarts sijpelt, door de wisselende sterrenformaties zodat in hun veranderingen deze beïnvloeding wordt weergegeven.

Doch nadat de Thora was gegeven aan Israël, werden zij aan macht van de sterren en constellaties onttrokken. We leren dit van Abraham omdat zijn toekomstige afstammelingen existeren met de verkregen letter “hé”van zijn naam Abraham. Deze “hé” representeert de 5 boeken van de Thora “Deze zijn de generaties van de hemelen en de aarde, toen zij geschapen werden [in het Hebreeuws, "behibaram"], op de dag dat de Eeuwige G’D aarde en hemelen maakte.” (Genesis. 2:4) Hij creëerde hen met (de letter) hé .

De letter  is de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet en heeft daarom de numerieke waarde van 5.
Abraham begreep vanuit de sterren dat hij geen kinderen zou krijgen, maar dit veranderde na G’D’s belofte, dat er een zoon aan hem en Sara zou worden geboren. Op dat tijdstip veranderde zijn naam van Abram naar Abraham, de letter werd aan zijn naam toegevoegd. Het getal 5 en de letter  zijn daarom verbonden met verandering van mazal en impregnatie. Het woord “geschapen”, in het Hebreeuws, “behibaram” in het vers, kan gelezen worden als “Hij maakte hen met (de letter)  “.
Dit laat duidelijk het verband zien tussen de schepping en de 5 boeken van de Thora en geeft aan dat de wereld existeert door de verdienste van de Thora. De letter  representeert ook de sefira van malchoet dat alle abondances van de hogere sefirot in zich draagt en hun invloeden tot realiteit brengt.

Hij zei tot Abraham: “Doordat deze letter hé aan je naam is toegevoegd, zijn de hemelen nu onder jouw beheer en alle sterren en hemellichamen in die hemelen geven hun licht weer, door de kracht van die letter hé .

Het strenge oordeel in de sefira van malchoet kan “verzacht” worden door goede daden, het leren van Thora en mitswot. Dit brengt een kosmische splitsing teweeg en is de manier, om de beïnvloeding van de sterren en constellaties te beheersen.

Vanwege dit alles, al diegenen die streven naar het leren van Thora, cijferen de dwangmatige beïnvloeding van sterren en constellaties van zich weg. Dit is alleen van toepassing als hij leert met de intentie om de mitswot van de Thora in acht te nemen, is dit streven niet in zijn leren aanwezig, wordt de beïnvloeding van de sterren en constellaties niet aan hem onttrokken.

De Zohar gebruikt het woord “aishetadal” in haar beschrijving om de Thora op de juiste manier te benaderen. De letterlijke vertaling van het woord is, “om zich in te spannen” Het is opgebouwd uit twee Hebreeuwse woorden: “aish” wat “vuur” en “dal” wat ” arm, gebrekkig” betekent. Het gebrekkig mentaal vermogen van iemand, die zich inspant om te begrijpen, moet passend worden gemaakt door een innerlijk “vuur” om het leren van Thora te motiveren, in een poging om Zijn mitswot uit te voeren in de concrete realiteit van het allerdaagse leven. Dit verschilt totaal met het seculaire leren, wat puur intellectueel gericht is. Omdat het alleen intellectueel gericht is, beïnvloedt het niet, de alledaagse realiteit van de student. Zijn alledaagse realiteit staat daarom bloot aan de beïnvloeding van sterren en constellaties.

Een ignorant persoon staat zelfs meer onder invloed. Hij wordt vergeleken met het dierlijke instinct [omdat hij geen bewustzijn heeft van een hogere realiteit] zoals we hebben geleerd: “Vervloekt, wie gemeenschap heeft met een of ander dier.” (Deuteronomium. 27:21)
Dit is omdat de dwangmatige invloed van de sterren en constellaties niet van hem zijn weg gecijferd.

SHABBAT SHALOM