PARASHAT TEROEMÁ

Heffing                Exodus. 25:1 – 27:19

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

LICHT VAN DE LICHTGEVENDE LANTAARN

ZOHAR I, 66a

Kom en zie! Wanneer zielen opstijgen naar de plaats die is verbonden met het leven (de Tuin Eden of het Paradijs) vinden zij groot genoegen in de straling van de Lichtgevende Lantaarn [Aspeklaria Ha-meira], door welke licht stroomt van een hogere bron. Als de ziel zichzelf niet omhult in de straling met een of andere bedekking, kan het het licht niet naderen en aanschouwen. De esoterische achtergrond hiervan dit kan worden vergeleken met de omhulling waarmee de ziel zich omkleed in Deze Wereld, zodat dat zij deze kan verdragen. Op een vergelijkbare manier wordt de ziel een bedekking van hemelse straling gegeven zodat het die wereld kan verdragen en de lichtgevende lantaarn in het Land van Leven kan aanschouwen.

Nu kom en zie: Mozes kon, hoe dan ook, niet naderen en aanschouwen, totdat hij in een ander omhulling was gekleed, zoals het vers verklaart, “Mozes ging in de wolk en klom naar de top van de berg,” welke de Targoem (Aramese vertaling) weergeeft als “omhuld in de wolk”. Hij was er in omhuld alsof hij een kledingstuk droeg en daarom in staat om de dichte wolk te naderen in welke de G’ddelijke Aanwezigheid was geopenbaard.

Naar dit kledingstuk verwijzen onze collega’s als “chaloeka d’rabbanan” [de rabbijnse mantel] in welke zij zich omhullen in Deze Wereld. Gelukkig is het lot van de rechtvaardigen, voor wie de Heilige, Geprezen zij Hij, goedheid en vreugde (van de ziel) in die wereld heeft verborgen. Betreffende dit is geschreven, “Geen oog heeft het ooit gezien behalve U, O Eeuwige; maar U zal het [mogelijk] maken voor diegene die in U vertrouwen.” (Jesaja. 64:3)

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsvoorschriften

 Exodus. 21:1 – 24:18

 De Thora Wetgeving

 Na het hoogtepunt van G’ddelijke revelatie, weergegeven in de parasha van verleden week, werpt Mishpatiem ons pardoes in de complexe diepten van de gedragsvoorschriften van de Thora. De voorschriften gereveleerd bij Mara voorafgaand aan het “ Geven van de Thora”, samen met de voorschriften die worden beschreven in Mishpatiem en al de andere voorschriften die elders zijn beschreven in de Thora, zijn alle integraal onderdeel van de universele wetgeving die werd gereveleerd aan de Sinai (zie Rashi op Leviticus. 25:1). Aangezien G’D perfecte eenheid vertegenwoordigt, werd de gehele wetgeving uitgesproken in een enkele lichtflits door de eerste Diboer, “ woord” “ Ik ben de Eeuwige, je G’D” (Exodus. 20:2). Corresponderend met de Tien Sefirot, die ten grondslag liggen aan heel de Schepping, de Tien Woorden Aseret HaDibrot, de “ Tien Geboden” constitueren de onderliggende fundamentele grondslagen van de gehele Mozaïsche Wetgeving. In zekere zin, “is al het andere commentaar”, de zes honderd dertien afzonderlijke mitzwot die deel uitmaken van de wetgeving, zijn allen impliciete details in de essentiële eenheid van G’D. Ze zijn allemaal nodig om die eenheid aan de wereld te reveleren.

Velen in de wereld brengen de Tien Geboden over hun lippen, maar we hoeven niet ver te zoeken om te constateren dat praktisch alle op een of andere manier door mensen in deze wereld worden overtreden. Overal binnen samenlevingen zijn criminaliteit en geweld, seksuele immoraliteit, laster, afgunst en hebzucht en jalousie wijdverbreid. Nauwelijks kent men de ware inhoudelijke betekenis van Shabbat in de wereld, een dag in de week van het compleet laten rusten van technologie en zakelijke aangelegenheden, een dag om met G’D te zijn.

De vele voorschriften in Mishpatiem constitueren de essentie van de Mozaïsche Wetgeving, ons lerend hoe met G’D te zijn in al onze aangelegenheden en activiteiten in deze wereld.

Het is toepasselijk voor het Volk dat naar de Sinai kwam vanuit de slavernij in Egypte dat de wetgeving van Parashat Mishpatiem opent met de voorschriften van slavernij. De wet van Mitzraim, Egypte, de plaats van Metzar, restrictie, beperking, was dat geen slaaf ooit vrijuit kon gaan. Maar de eerste van de gedetailleerde voorschriften van de Thora Wetgeving zegt ons dat het tegenovergestelde het geval is. De Hebreeuwse slaaf moet zes jaar werken voor zijn meester, maar het zevende jaar gaat hij vrijuit. Als hij verkiest om na zes jaar bij zijn meester te blijven, mag hij dit doen, maar alleen tot het vijftigste jaar, het Jovel jaar, “jubilee”. Tijd gaat in cyclussen. Iemand kan diep vallen, maar uiteindelijk draait de cyclus rond, en komt vooruit. De cyclische aard van tijd, impliciet weergegeven in het vierde gebod (zes dagen van werk gevolgd door Shabbat), is gereveleerd in de voorschriften van slavernij in Mishpatiem in een bevrijdende eigenschap. De dag van Shabbat, het Sabbaticaljaar en het Jubilee (na 7×7=49jaar), hebben alle het vermogen om ons van de uiteenlopende vormen van slavernij waarin men zich stort te bevrijden.

Slavernij in de letterlijke zin, is nog steeds wijdverspreid in grote delen van de wereld. Daarnaast zijn er vele zogenaamd vrij “ zij zijn ook slaven” op een of andere wijze, hetzij door de omstandigheden om hen heen of door de diep in het innerlijk gewortelde blokkeringen, neigingen, behoeften en verlangens, aan wat door de media wordt gedicteerd, gewoonten, reclame uitverkoop, etc. etc.

 De Heilige Zohar, waarin commentaar op Mishpatiem exceptioneel lang is, reveleert in detail hoe de voorschriften van slavernij in onze parasha de wetten en principes bevatten, waardoor zielen worden gereïncarneerd in deze wereld. Zielen worden verplicht om verschillende incarnaties te “dienen” om schuld af te lossen opgelopen door misdragingen en falen in voorafgaande incarnaties. Alle andere gedetailleerde geboden in de Thora bevatten evenzo diepgaande kabbalistische verwijzingen. Want de gereveleerde wetgeving van de Thora, die betrekking heeft op zaken en andere aangelegenheden in ons leven, is een en de zelfde als de wetgeving waardoor G’D het hele universum op al zijn verschillende niveaus regeert. Alles is eenheid.

 Naast slavernij, bevat de wetgeving in Mishpatiem de basis wetten van huwelijk, moord, doodslag, ontvoering, moedwillige geweldpleging, moedwillige en niet moedwillige toegebrachte schade aan personen en bezit, diefstal, nalatigheid, leningen, rechtbank procedure, rituele en andere wetten. De wetgeving eindigt met de voorschriften van het Sabbaticaljaar, de Shabbat en jaarlijkse terugkerende feestdagen, die alle verlossing teweeg brengen in de cycli van tijd.

 Aan het einde van de parasha lezen we: “ En de Eeuwige zei tegen Mozes: Kom naar boven naar Mij, de berg op en blijf daar, en Ik geef je dan de Stenen Tafelen met de Thora voorschriften en Mitzwot die Ik heb opgeschreven om hen te onderwijzen.” (Exodus. 24:12)

 De Talmoed verklaart: “De Tafelen zijn de Tien Geboden. De Thora betekent de geschreven Thora, “Mikra”; De Mitzwot betekent de Mishna (Mondelinge Thora); die Ik heb geschreven, zijn de Profeten en de Heilige Geschriften (Nevi’iem en Ketoeviem). Om hen te onderwijzen, is de Gemara, (de deductieve principes van de Thora). Leerstellingen, die alle werden gegeven aan Mozes op de Berg Sinai.

 De geschreven Thora, zoals we lezen in de wekelijkse parasha, is integraal een eenheid met de Mondelinge Thora. Dus onze Parasha van Mishpatiem bevat de fundaties van de wetten uitgebreid uiteengezet in de vier van de zes orden van de Mishna, de Mondelinge Thora. Dus in Mishpatiem treffen wij sommige van de belangrijkste voorschriften aan van de orde van Zera’iem, zaden, met andere woorden, landbouwkundige wetten, van Nashiem, huwelijkswetten en van Nezkiem, schade en eigendomsrecht, leningen, legale procedures.

 Aan het einde van Mishpatiem lezen we: ”En Mozes trad de wolk binnen en besteeg de berg en veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes op de berg” (Exodus. 24:18). Onmiddellijk daarna, in de volgende wekelijkse parasha van Teroema, begint de Thora de vormgeving van het Heiligdom, het prototype van de Tempel, uit te leggen en hoe het werd geconstrueerd en geïnaugureerd in de wildernis. Dit neemt het laatste gedeelte van Exodus in beslag, waarna we Leviticus binnen gaan en de wereld van het brengen van offers en rituele reiniging. Het brengen van offers en het rituele reinigen zijn de onderwerpen van Kedoshiem (heilige onderdelen en voorwerpen) en Taharot (zuivering), de laatste twee orden van de Mishna.

Deze Shabbat, na het lezen van de Thoralezing in de synagoge, zegenen we de komende maand van Adar, een maand waarin de Mazal van Israël dominant wordt.

Mishenichat Adar, MarBin BeSimcha!! Wanneer Adar komt, maximaliseren we Simcha!!

 SHABBAT SHALOM      

PARASHAT JITRO

G’DDELIJKE NAMEN, G’DDELIJKE DIMENSIES

Rabbi Isaiah Horowitz

Shné Loechot HaBriet

Ik zal nu trachten enkele esoterische dimensies te verduidelijken van de Tien Geboden, waarvan vijf zich verhouden tot onze Maker en vijf tot het welzijn van onze medemens.

We zijn onszelf al zeer bewust dat de gehele Thora bestaat uit permutaties van de Naam van G’D, permutaties die zich eindeloos uitstrekken in alle richtingen van het Universum.

De onuitsprekelijke Vier Letter Naam, joed, hé, vav, hé, (Havaya) is de Naam die G’D’s essentie symboliseert. Al de andere Namen zijn op een of andere manier afgeleid van deze Vier Letter Naam; deze verschillende “pseudoniemens” van G’D’s Naam zijn  ondergeschikt aan deze Naam Havayah. Er is geen woord of letter in de Thora die niet in een bepaalde vorm, hetzij direct of indirect, verwijst naar een Naam van G’D en die op zijn beurt aansluit bij de onuitsprekelijke Vier Letter Naam. Dit betekent dat de “Thora van G’D volkomen is” en al zijn aspecten op een of andere manier terug leiden naar de  Vier Letter Naam.

Met dit in gedachten is het eenvoudig te begrijpen dat de Tien Geboden in zich de hele Thora in “miniatuurvorm” bevatten.

De Tien Geboden bestaan uit 620 letters, corresponderend met de Kroon van de Thora (in het Hebreeuws, Keter, die een numerieke waarde heeft van 620).

613 van deze letters representeren de 613 geboden en verboden van de Thora die aan het Joodse Volk zijn opgelegd, terwijl de andere 7 de 7 Noachidische Wetten representeren, opgelegd aan de hele Mensheid. Het is vrij duidelijk dat de Tien Geboden, meer dan enig ander deel van de Thora, de esoterische dimensie van de Onuitsprekelijke Naam bevat.

De vorm en de afmeting van de Tafelen waarop de Tien Geboden zijn ingegraveerd verwijzen naar de letters van de Onuitsprekelijke Naam. Het cijfer 10 corresponderen met de letter joed van die Naam. De vijf geboden ingegraveerd op elk van de Tafelen correspondeert met de letter van de Onuitsprekelijke Naam. De letter vav representerend de hoogte, de breedte de dikte van de Tafelen, die elk 6 handbreedten waren. [De respectievelijke numerieke waarden voor de letters joed, hé en vav zijn 10, 5, en 6.]

Wanneer we de dimensies van de Tafelen “kuberen” 6 bij 6 bij 6, verkrijgen we 216 kubiek handbreedten. Dit cijfer is gelijk aan de letter voor letter van de Onuitsprekelijke Naam, beter bekend als “AB”, de numerieke waarde van 72.   Dit cijfer, gezien in de drie dimensies van de Tafelen, bereik je 3×72=216. Dit cijfer correspondeert met het aantal [drie keer 72 in elke vers] in de drie successievelijke verzen in Exodus. 14:19-21, beschrijvend de tussenkomst van G’D’s engel tussen het kampement van de Israëlieten en dat van de Egyptenaren…

De eerste vijf van de Geboden spreekt over de Naam van G’D zoals die wordt gespeld, met andere woorden, joed, hé, vav, hé, terwijl de laatste vijf geboden spreken over die Naam zoals die wordt geschreven, met andere woorden, zoals de Naam Ado-nai, de oorsprong van Israël [aangezien deze vijf Geboden gedrag reguleren tussen Joden en Joden.] In essentie is alles in wezen één. Alles leidt terug naar de Onuitsprekelijke Naam.

Dit, in grote lijnen, heb ik overgenomen van de geschriften van Nachmanides waar hij stelt dat de dualistische natuur van de Tafelen, met andere woorden 2 Tafelen in plaats van één, Hemel en Aarde, bruidegom en bruid, symboliseren.

Alles is gebaseerd op de esoterische dimensie van de Onuitsprekelijke Naam hetzij gespeld als, joed, hé, vav, hé, of als Ado-nai.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALACH

En hij had laten gaan

Exodus.13:17 – 17:16

 72 ‘NAMEN’ VAN G’D

 Drie verzen van 72 letters elk, verwijzen opeenvolgend naar de G’ddelijke eigenschappen van Chesed, Gevoera en Tiferet.

 De drie achtereenvolgende verzen van Exodus 14:19-21 bevatten elk 72 letters, een ongetwijfeld raar fenomeen. De letters van deze drie verzen kunnen gerangschikt worden als 72 reeksen van 3 letters ( triplets). Maar Kabbala leert dat als we de orde van de letters in de middelste zetting omkeren, de 72 triplets 72  “Namen” van G’D worden. In het onderstaande schema worden deze namen weergegeven.

De 72 Name3n

In de vertelling van de Uittocht van Egypte, beschrijven deze drie opeenvolgende verzen G’D’s zichtbare macht vlak voordat Hij de Riet zee (Rode zee) spleet, waardoor het Joodse Volk op droge grond door de zee kon lopen.

En de engel van G’D, die het kamp van Israël voor was gegaan, trok nu weg van daar en ging achter hen aan en de wolkzuil vertrok van voorop van hen en stond nu achter hen. Dus de wolkzuil kwam tussen het kamp van Egypte en het kamp van Israël, maakte daar bewolking en duisternis [bij de Egyptenaren, maar gaf licht in de nacht [bij de Israëlieten], zodat de één niet bij de andere kon komen, heel de nacht. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en G’D dreef de zee terug met een sterke aanhoudende oostenwind de hele nacht, waardoor Hij in de zee een droge land strook liet ontstaan, dus het water was gescheiden.” (Exodus. 14:19-21 )

Een naam is een middel of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen.

In het Hebreeuws bevatten deze drie verzen elk 72 letters. In de Zohar  II:51b wordt aangegeven dat deze drie verzen opeenvolgend refereren aan de G’ddelijke eigenschappen van Chessed, Gevoera en Tiferet. De harmonieuze vermenging van deze drie emotieve grondeigenschappen vormen de basis van het referentie kader van hoe G’D relateert aan de wereld. Zij vormen samen een compositie van G’D’s Naam, aangezien een naam een middel is of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen, met andere woorden, het manifesteert zijn eigenschappen.

Het feit dat elk vers 72 letters bevat betekent dat zij op één lijn liggen, en 72 triplets van letters vormen. In deze configuratie stelt de Zohar, dat het eerste vers wordt geschreven in de juiste volgorde, aangezien het G’D’s liefdevolle barmhartigheid representeert, of een directe openbaring van G’D’s goedheid. Het tweede vers wordt geschreven in omgekeerde volgorde, van de laatste letter naar de eerste, aangezien het G’D’s strengheid representeert, wat een indirecte openbaring is van Zijn goedheid.

Hoewel Tiferet een mengeling is van Chessed en Gevoera, is het derde vers niet geschreven in half juist en half in omgekeerde orde, zoals men zou verwachten. Dit heeft twee redenen: (1) in Tiferet domineert Chessed over Gevoera, en (2) als een ideale mengeling van Chessed en Gevoera, is Tiferet een directe openbaring van G’D’s goedheid en glorie, in plaats van een indirecte.

 SHABBAT SHALOM    

PARASHAT BO

Kom                    Exodus 10:1 – 13:16

Rabbi Shimon bar Jochai “de Rashbi”, 2e eeuw na het begin van de jaartelling, was één van de belangrijkste studenten van Rabbi Akiva en auteur van de Zohar. Begraven in Meron, Israël, ten westen van Safed.

Zohar, pagina 33a

Ons begrip van oorzaak en gevolg, is beperkt door onze perceptie van tijd, m.a.w een rechte lijn met een beginpunt en een eindpunt.
Spirituele giganten zoals de Arizal, de Baal Shem Tov en Rabbi Shimon bar Jochai, konden de oorzaken van wereldse gebeurtenissen zien in de spirituele (tijdloze) sferen en hen verklaren door hen te relateren aan gebeurtenissen die in generaties eerder zouden hebben plaatsgevonden. Rabbi Shimon geeft enkele voorbeelden om dit concept beter uit te leggen.
Onthoud zeer goed, “de Andere Zijde” is niet gesepareerd van het Heilige, het is een negatieve kracht die zijn bestaan en leefvermogen verkrijgt van het Heilige en een zeer belangrijke rol speelt in het testen van een persoon en hem daardoor de vrijheid van keuze geeft.

Kom en zie. Als een klein ding wordt gegeven (smeergeld) aan de “Andere Zijde”, ter wille van eigen bescherming, zal het worden geaccepteerd.

Dit is het geheim achter “majiem achroniem”, de handeling van het wassen van de vingers aan het einde van een maaltijd. Deze activiteit volstaat om te laten zien, dat men bewust is van de krachten van de dierlijke ziel, die eet vanuit een lust. Het volledig accepteren van dit feit, houdt de “Andere Zijde” op afstand, aangezien men de realiteit van deze kracht erkent.
Deze erkenning stelt iemand in staat om het birkat hamazon, dankgebed na de maaltijd, te zeggen, zonder dat het negatieve kan binnendringen in iemands bewustzijn.

Een goed voorbeeld is het geitoffer op Rosh Chodesh, Nieuwe Maan en het geitoffer op Jom Kipoer, de Verzoendag. Zodat {de Andere Zijde} betrokken zal worden in het offeren en Israël in het samen zijn met zijn Koning, onaangeroerd laat.

Een geit, een kosher dier, eet in vergelijking met alle andere dieren, praktisch alles. Deze kritiekloze lust van eten, maakt het tot een symbool van de Andere Zijde, wiens uiteindelijke spirituele representatie, Satan wordt genoemd. Het Hebreeuwse woord “Satan” is verbonden met het woord “sitna”, wat beschuldigen en haten betekent.

Dit wijst op het feit dat de Satan een vijand is en voortdurend tracht een persoon terug te laten vallen op zijn dierlijke verlangens en driften en een verwijdering probeert te bewerkstellingen tussen de persoon en zijn heilige spirituele bron. Het algemene concept van “de Duivel” is altijd verbonden met het symbool van de geit, maar er is een zeer belangrijk verschil dat men heel goed moet beseffen:

Satan is geen gesepareerde eenheid naast G’D, alles is één, vanuit één bron; hij is eerder een loyale trouwe dienaar met een onaangename hinderlijke job.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERA

Ik ben verschenen    Exodus. 6:2 – 9:35

Alle wonderen uitgevoerd door G’D in Egypte, die alle bekende natuurwetten tartten, waren opgeroepen door de onuitspreekbare Vier Letternaam, het Tetragram, YOED KEY VAV KEY, die G’D symboliseert als ÈJÈ OWÈ JÈJÈ, Hij was, Hij is, Hij zal altijd zijn, de Ene, die de wereld heeft geschapen ex nihilo en die eeuwig is. De naam ELOKIEM daarentegen symboliseert natuur m.a.w. de natuurwetten. Het Hebreeuwse woord voor natuur is hatèwa en heeft dezelfde numerieke waarde als het woord ELOKIEM.

Volgens de Zohar representeert deze naam een kaw, een lijn, een uitgezette lijn, wetten volgens een bepaalde orde, m.a.w. justitie. De karakteristieken van alle levende creaturen werden bepaald door G’D, door oproeping van Zijn eigenschap ELOKIEM.
In de woorden van de Ari Zal ( Rabbi Jitschak Luria) : “Nadat G’D het ‘hareshimoe‘,” conceptuele ruimte of plaats” voor een universum had gecreëerd, creëerde Hij alles wat die “plaats” zou gaan vullen. Dit werd bereikt door middel van kaw, zoiets als een pijplijn. Het licht dat G’D creëerde drong de “plaats”binnen, die was voorbestemd voor het universum en verspreidde zich door kaw.
Het feit dat de onuitsprekelijke vier letternaam een “hogere” eigenschap is dan die van ELOKIEM, wordt gedocumenteerd in Exodus 18,11, toen Jitro, de schoonvader van Mozes, de superioriteit erkende van deze eigenschap van G’D, boven alle anderen: “kie gadol YOED KEY VAV KEY mikol ha ELOKIEM“, “Nu weet ik dat de Eeuwige groter is”.

Alle andere eigenschappen (namen) van G’D zijn ontleend aan de onuitsprekelijke vier letternaam.
Het was deze naam en wat het impliceert die G’D aanwendde toen Hij bovennatuurlijke wonderen liet voortkomen in Egypte. Telkens wanneer Mozes verscheen voor Farao, trad hij op als boodschapper van die bepaalde eigenschap.
Farao’s reactie in Exodus 5,2, was dat hij absoluut nooit had gehoord van een Godheid met z’n eigenschap “mie YOED KEY VAV KEY ashèr èshma bekolò“, “Wie is de Eeuwige, naar wiens stem ik zou moeten luisteren”?
Daarentegen had Farao geen problemen in het accepteren van G’D in Zijn eigenschap als ELOKIEM, zoals we weten van Genesis 41,38.

De Zohar becommentarieert al eerder Genesis 41,16 waar Joséf zegt: “ELOKIEM ja’anè et shalom par’o” “G’D zal wel antwoorden wat in het welzijn van Farao is”.
Rabbi Abba zegt: “Zie de slechtheid van Farao die beweerd nooit te hebben gehoord van G’D. Hij was uitermate slim en profiteerde van het feit dat Mozes zichzelf niet had aangediend als boodschapper van ELOKIEM, die hij niet had kunnen ontkennen, maar als een boodschapper van YOED KEY VAV KEY.
Hij vond het onbegrijpelijk dat Mozes niet kwam in dezelfde naam van G’D zoals de G’D van Joséf, welke voor hem herkenbaar was. Bovendien kon hij zich niet verenigen met zo’n inhoudelijke naam van G’D.
Wanneer de Thora schrijft: Exodus 9,12 “wajechazeek YOED KEY VAV KEY et – lev par’o” “Maar de Eeuwige sterkte Farao in zijn voornemens”…, dit betekent, dat door het gebruik van de naam, Farao’s hart werd gesterkt in zijn slechte voornemens.
Dit is de reden dat Mozes nimmer een andere naam van G’D aanhief in de confrontatie met Farao. Zover de Zohar.

Wanneer we de benadering volgen van de Zohar, komen we tot realisatie dat G’D nimmer interfereerde in de besluitvorming van Farao. De oorzaak van zijn halsstarrigheid was, G’D,’s zeggen “ani YOED KEY VAV KEY” ,” Ik ben de Eeuwige.” Wanneer G’D eerder in Genesis 7,3 tot Mozes zegt: , “Ik zal het gemoed van Farao verharden”, betekent dit impliciet: ” Mijn openbaring aan hem dat Ik YOED KEY VAV KEY de Eeuwige ben, zal zijn hart verharden”.

Toen de magiërs beseften dat de plaag van kiniem, zandvlooien, niet het resultaat was van de superieure magie van Mozes en Aaron (Exodus 8,15), beperkten zij hun erkenning van dat gegeven tot ELOKIEM, daarmee sloten zij YOED KEY VAV KEY uit.
Farao had de betekenis van ELOKIEM geleerd van Joséf; hij erkende deze godheid als superieur in vergelijking met andere godheden, maar zijn erkenning ging niet zo ver dat zo’n godheid zou kunnen heersen over zijn opvatting van de natuurwetten.
Farao begreep dat de existentie van het koninkrijk van ELOKIEM, welk waarschijnlijk groter was dan zijn eigen of van anderen, niet zou interfereren in de aangelegenheden van andere koninkrijken.
Er zijn vele koninkrijken in deze wereld die met elkaar co-existeren, ofschoon de ene machtiger is dan de ander.
Het is evenzeer mogelijk dat Farao G’D erkende als Heerser van het Universum, maar dit hield niet in dat G’D dit Universum had geschapen, maar eerder dat Hij Zelf deel uitmaakte van dit Universum. Andere filosofen stellen G’D voor als niet separeerbaar van deze wereld, zoals het licht van de zon.
Farao was zeer geërgerd en kwaad toen Mozes uitlegde dat er een andere, toegevoegde, hogere dimensie was van G’D. De reactie van Farao was dat hij de werklast van zijn Joodse slaven verhoogde, zoals we lezen in Exodus 5,9.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen                   Exodus. 1:1 – 6:1

SOMS WORDT G’DDELIJKE WIJSHEID ALLEEN GEREVELEERD AAN ZEER UNIEKE ZIELEN.

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR SHEMOT 5:Rabbi Chiya zat tegenover Rabbi Shimon. Hij zei tegen hem, waarom telt de Thora in het begin 12 zonen van Jacob, en naderhand waren zij zeventig, zoals is geschreven, “Al de zielen van het huis van Jacob die naar Egypte kwamen waren zeventig” (Genesis. 46:27) En wat is de reden dat zij met zeventig waren en niet meer? Hij zij tot hem: Het correspondeert met zeventig naties in de wereld. Zij waren één natie gelijk aan hen allen. En hij zei ook tegen hem: Laat ons het beschouwen als de sleutel die illumineert. De takken verreizen in hun vastgestelde orde, die voort komen uit de twaalf gravures en knoeten die hen omringen in hun reizen tegen de vier richtingen van de wereld.

Dit is wat er is geschreven: “Toen Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, stelde Hij voor de volkeren gebieden vast, naar het getal van Israëls kinderen” (Deuteronomium. 32:8) Dit is wat er is geschreven: “Als de vier winden van de hemelen heb Ik jullie wijd verspreid (Zacharia. 2:10), om te laten zien dat zij existeren voor het belang van de kinderen van Israël. Het zegt niet, In de vier, maar eerder, Als de vier”, omdat het onmogelijk voor de wereld is om te existeren zonder de winden, zo is het ook onmogelijk voor de wereld om te existeren zonder Israël.

BeRahamim LeHayyim:

“Tijd voor plezier met getallen.” We hebben de 12 zonen van Jacob/Israël, die parallel zijn aan de 12 permutaties van de G’ddelijke vierletter Naam, en de 12 diagonale lijnen in een kubus en de twaalf maanden. Dan hebben we de 70 Nefesh/zielen die afdaalden naar Egypte, om de 70 ministers van de naties tegen te gaan, en 70 is de gematria van Sod/ verborgene, en representeert de inhoudende sefirot van de lagere 7sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet). Deze 12 en 7×10 dragen de werelden, zowel de  fysieke als de spirituele. En op dit Aardse vlak hebben we de 4 Roechot/ windrichtingen, relaterend aan de 4 letters van de Naam en corresponderend met de 4 Sefirot van Chesed/zuid, Gevoera/ noord, Tiferet/oost, en Yesod/ west.

Al deze 4 relateren aan de grote letter Dalet in het woord Echad in het Shema Israël gebed. Inderdaad, alle bovenstaande getallen zijn in deze frase van 6 woorden. Want Israël is volgens in het bovenstaande van de Zohar, één natie gelijk aan allen.

Nu komt dit niet goed overeen met de post moderne sensitiviteit en sensibiliteit, want het riekt naar schijnbare arrogantie en “uitverkorenheid”. Hoe snel zijn we vergeten dat te zijn uitverkoren niet noodzakelijkerwijs betekent beter te zijn! Eerder is het misschien de rol van Israël het brengen vanuit de 12 diagonalen, de 70 naties en de richtingen, om G’D’s Licht en Eenheid aan allen te reflecteren. We zijn de kleinste onder de volkeren, maar nog steeds het middelpunt van zo veel aandacht en energie. Wat alleen maar onze officiële verantwoordelijkheid vergroot.

Wanneer we het woord Echad zeggen, zijn we aan het mediteren over de Alef om aan te geven Aloefo Shel Olam, de Leider van het Universum, G’D; op de letter Chet van Echad hebben we in gedachten de 7 firmamenten van De Hemel (daar is onze 7) plus de wereld beneden, 7+1= 8, de gematria van de letter Chet en de laatste letter Dalet van Echad, zoals boven is aangehaald, op de vier windrichtingen.

Misschien is deze bovenstaande meditatie, die wordt beschouwd als eenvoudige meditatie, door Joods recht vereist bij het reciteren van het woord Echad, de manier waarop een Jood zichzelf heeft te gedragen. We moeten de Alef, de Ene, de Leider, altijd voor ons houden, het middelpunt van al onze gedachten, woorden en daden. Dan moeten we Hemel en Aarde verenigen, gerepresenteerd door de letter Dalet, zoals boven. Dat betekent bewust proberen om enige hemelse samenhang neer te halen in deze wereld, met andere woorden, te verspreiden in de 4 aardse richtingen. Dit is de rol van Israël, zonder wie, G’D verhoede, de wereld niet kan existeren.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJECHÍ

En hij leefde (Genesis 47:28 – 50:26)

Zohar, blz. 212b

Rebbe Shimon Bar Jochai legt, in de onderstaande vertaling uit, hoe een persoon de G’ddelijke aanwezigheid ertoe brengt om in hem te verblijven en wat het ertoe brengt om te vertrekken.

Kom en zie. “En toen hij de wagens zag, die Joséf gezonden had om hem te vervoeren, leefde de geest [roe’ach] van hun vader Ja’akov weer op [vatechi].” (Genisis. 45,27)

Het schijnt alsof zijn geest in eerste instantie dood was en zodoende niet een andere geest kon ontvangen.

Het woord “vatechi” in ons citaat, betekent, terugkomen, herleven of voortbestaan. Rebbe Shimon stelt nu, hoe iets, dat opgehouden heeft te bestaan, weer tot leven kan komen. Roe’ach is één van de drie niveaus van de ziel, die uit een opgaande spirituele orde bestaat vanNefeshRoe’ach en NeshamaNefesh is de bruisende levenskracht die via het bloed door het lichaam stroomt, het lichaam stimuleert en in staat stelt om te functioneren. Roe’ach is de levenskracht die een voertuig is voor de Neshama, analoog aan de wijze waarop het lichaam een voertuig is voor het manifesteren van de Nefesh. De andere geest die door de Roe’ach kan worden afgestemd voor ontvangst, is deNeshama / ziel en de Shechina of G’ddelijke Geest.

Dit is omdat de hogere geest niet verblijft in een leeg verblijf.

De hogere geest hier refereert aan de Shechina die niet verblijft of rust op een persoon die geen Neshama heeft. Daarom, zodra Ja’akov het nieuws hoorde dat Joséf leefde, moet hij zijn Neshama terug hebben verdiend, implicerend dat onmiddellijk ook zijn Roe’ach weer opleefde.

Rabbi Jossi zegt dat de Shechina op geen enkele plaats verblijft die niet compleet is, of in een plaats met een smet, of in een plaats die droef is.

Rabbi Jossi gaat nu uitleggen waarom de Shechina tot dit punt niet verbleef op Ja’akov. Een persoon die niet deze drie spirituele niveaus heeft verworven, heeft nog niet het werk gecompleteerd wat een vereiste is voor verbetering van iemands Sefirot, en de emotionele en intellectuele niveaus die zij impliceren. Wat inhoudt dat zijn spirituele opmaak een smet heeft. Zijn wandaden weerhouden zijn spirituele completering, een reden dat hij niet waardig is een verblijf te zijn voor de Shechina. Droefheid is ook een reden omdat het een positief gebod is om G’D te dienen in vreugde. Een staat van droefheid weerhoudt een iemands vermogen om G’D op de juiste wijze te dienen.

Integendeel, de Shechina verblijft in een plaats die af is, een vreugdevolle plaats.

Een plaats die klaar is om een verblijfplaats te worden voor deShechina is een persoon die eerlijke vreugde heeft in het uitvoeren van de mitswot, geboden.
De herkomst van vreugde is de sefira van bina, welke zowel is verbonden met het hart als met het verstand. Vreugde kan daarom in een persoon doordringen en dienen als een verstandelijk geestelijk raamwerk die de persoon in zijn geheel beïnvloedt, net zoals het hart het hele lichaam beïnvloedt.
Een vreugdevol persoon is verenigd in lichaam en geest en kan daarom een drager, een voertuig zijn voor de manifestatie van een hogere eenheid, de Shechina. Dit is niet mogelijk in een droevig persoon.

Daarom verbleef de Shechina niet op Ja’akov gedurende de jaren dat hij droevig was. Dat waren de jaren dat Joséf was gescheiden van zijn vader.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde                                Genesis. 44:18 – 47:27

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I, P. 210b

Het volgend gedeelte van de Zohar verklaart het geheim van de “Merkawa”, letterlijk “voertuig of rijtuig”. Het voertuig, beschreven in Ezekiël’s profetisch visioen (Ezekiël hoofdstuk 1), is het voertuig voor G’ddelijk openbaring in de wereld van Yetzira, de volgende wereld voorbij de spirituele dimensie van onze fysieke wereld, de wereld van Asiya.
Meditatie over verscheidene aspecten van de Merkawa was voor een belangrijke stroming in Joods mysticisme een centraal punt. De Zohar verklaart hier dat Josef zijn Merkawa inspande om een hoger niveau van G’ddelijke openbaring te bereiken. De verklaring draait rond het begrijpen van het woord “Chaya” (letterlijk “ongetemd dier”, meervoud “Chayot”) wat in de Zohar “animerende kracht” betekent.
“Josef spande zijn wagen in en trok Israël, zijn vader, naar Goosen tegemoet.” (Genesis. 46:29)
Rabbi begon zijn uiteenzetting met het citeren van het vers. “En boven de hoofden van de Chaya was een gelijkenis van een uitgestrekte oppervlakte, zoals glinsterend ijs, angstwekkend, deze oppervlakte strekte zich hoog boven hun hoofden uit.” (Ezekiël. 1:22).
Dit vers is alreeds eerder uiteengezet [als verwijzing naar een animerende kracht, Chayot, in de wereld van Yetzira].
Maar kom en zie [hoe de term “Chaya” wordt gebruikt in verschillende contexten, in dit vers en in de volgende verzen, zodat er een Chaya boven Chaya is, een hiërarchie van niveaus.
[Het hoogste niveau is] is “Heilige Chaya”, boven de hoofden van de Chayot. En daar een hogere vorm van “Chaya” [met andere woorden, hoger dan de Chayot, maar lager dan de Heilige Chaya] welke boven elke andere Chaya staan en hen allen controleert, zodat wanneer deze Chaya verlichting geeft aan hen allen, zij vervolgens opwaarts reizen, en één aan de ander [ levenskracht] doorgeeft en zodoende de ander controleert.
Overeenkomstig, er zijn drie niveaus van Chaya: “Heilige Chaya “, welke is chochma; “Chaya” (Bina) welke boven Chayot is en de Chayot controleert, en “Chayot”, de levenskracht die Zeir Anpin animeert en op elkaar inwerken. (Mikdash Melech)
Als nu al deze aspecten van de Merkawa zijn geplaatst in hun gepaste orde, wat geeft het dan weer? “En boven de expansie die zich boven hun hoofden uitstrekte zag ik iets dat leek op een troon van saffier, en daarboven, op die troon, zag ik een gedaante als van een mens.” (Ezekiël. 1:26)
Ergens anders in de Zohar wordt verklaard dat de troon de wereld van Beriya is. (Pardes, Archai)

Wij stellen dus vast dat de troon van waardevolle stenen staat op vier poten. [Dit zijn de vier Sefirot, Keter, chochma, Bina, Da’at] (Mikdash Melech)
En dat op die troon de gelijkenis van een mens is. [De openbaring van G’ddelijkheid in de wereld Atziloet]
Wanneer al deze niveaus in de persoon zelf zijn gerectificeerd, zodat al de niveaus een Merkawa, [een voertuig] voor G’ddelijkheid zijn, staat er geschreven, “”Josef spande zijn wagen in en trok Israël, zijn vader, naar Goosen tegemoet.”
Met andere woorden, wanneer de verschillende niveau van de ziel van een persoon, Nefesh (corresponderend aan het woord Asiya), Roeach (corresponderend aan Yetzira), Neshama (corresponderend Beriya) zich hebben gerectificeerd en op de juiste wijze zijn geplaatst (ingespannen), is hij in staat om te klimmen naar het niveau van Chaya (Atziloet) en te communiceren met de G’ddelijke Aanwezigheid, zoals is geopenbaard in Zeir Anpin van Atziloet, refererend aan het vers als “zijn vader, Israël, en het visioen van de Merkawa als “de gelijkenis van een mens”.
Dit is wat Josef had bereikt toen “hij zijn voertuig inspande”.
SHABBAT SHALOM

PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

Aan het einde   Genesis. 41:1 – 44:17

DROMEN EN VERBANNINGEN

Net zoals dromen, zijn onze levens vaak een onsamenhangende en verwarrende mengeling van goed en kwaad. (zie Genesis. 41:25-26)

Likoetei Sichot, vol.1, p.85-87, vol.15, p.345-347

Vanwege de dromen van Jozef en de Farao werd het Joodse Volk tot de eerste verbanning in Egypte geleid: want vanwege zijn dromen werd Jozef verkocht als een slaaf in Egypte en vanwege Farao’s dromen werd Jozef gekroond tot onderkoning in Egypte, uiteindelijk resulteerde het in de eerste Egyptische ballingschap, de voorloper van al onze ballingschappen.

(Likoetei Thora [Ari-zal],Teitzei. Zie Bereishiet Raba 16:4)

De verbanning wordt vooraf gegaan door dromen omdat de realiteit van verbanning gelijk staat aan dat van een droom. Dromen bestaan uit onsamenhangende illusies waarin conflict en andere tegenstrijdige elementen naast elkaar kunnen bestaan. Evenzo is ons leven in verbanning een verwarrende mengeling van schijnbare tegenstrijdigheden in gedrag die worden veroorzaakt door de combinatie van een dierlijke egoïsme en spirituele voorrang. We bidden tot G’D met absolute devotie, en toch, in enkele minuten, bevinden we ons in een situatie waarbij we handelen in contradictie met G’D’s voorschriften. Onze handelingen komen niet overeen met onze woorden en onze woorden komen niet overeen met onze gedachten. Net zoals dromen, zijn onze levens vaak een onsamenhangende en verwarrende mengeling van goed en kwaad.

Leven in deze onwezenlijke situatie kan tot frustratie en wanhoop leiden. We kunnen denken dat we niet vooruit komen, dat we bedrieglijk zijn. We voelen, gezien al onze gebreken, dat onze verbinding met G’D niet reëel is en dat onze inspanningen om spiritualiteit naar waarde te schatten oppervlakkig en vergeefs zijn.

De Thora benadrukt daarom de relatie van dromen met ballingschap, om ons te leren dat ondanks onze inconsistente handelingen die op het moment hypocriet lijken, we niet ontmoedigd moeten worden, omdat het de aard van de “droom” is waarin we leven. We moeten proberen zo consequent mogelijk te leven met onze idealen en we moeten niet opgeven vanwege onze voorbijgaande misstappen. Want de effecten van misstappen zijn vergankelijk, zij zullen alleen intact blijven tot het moment dat we de schade repareren door berouw. Het effect van onze goede daden daarentegen, duurt eeuwig.

Farao’s droom verwoordt in het bijzonder de essentie van verbanning, de samenhang van tegenstrijdigheden: de simultane aanwezigheid van overvloed en schaarste. Overvloed en verzadiging, verwijzen naar het gevoel dicht bij God te zijn tijdens het gebed. Schaarste en hongersnood verwijzen naar bezorgdheid en ongerustheid over dagelijkse materiële aangelegenheden, dat een gebrek aan vertrouwen en nabijheid schendt  ten aanzien van G’D. Gedurende de verbanning kunnen deze tegenstrijdige gevoelens naast elkaar bestaan.

Dromen zijn irrationeel, een oppervlakkige reden daarvoor is dat gedurende de slaap het voorstellingsvermogen niet wordt gecontroleerd door rationeel denken. Gedurende  de verbanning, is ons “rationeel verstand”, ons beoordelingsvermogen en ons begrip van G’D zwak.

Een dieper liggende reden voor de irrationaliteit van dromen en voor verbanning, is dat beiden de oorsprong hebben in de overstijgende oneindigheid van G’ddelijkheid, die logica trotseert en tegenstrijdige gevoelens toestaat te bestaan. Wanneer deze Verhevenheid Zichzelf manifesteert in dromen en in verbanning, is zijn oneindigheid verborgen in een omhulling van verwarring.

Aangezien de ziel van Jozef geworteld was in G’D’s Oneindigheid, was hij in staat om de dromen te interpreteren door de oneindige verborgenheid te onthullen.

Dit is de diepere betekenis van Jozef’s interpretatie van Farao’s droom: Door te slagen in het passeren van de externe oppervlakkige contradictie van Farao’s droom, gaf Josef het Joodse Volk de kracht om te slagen in het passeren van de externe contradictie van verbanning, door de oorsprong te zien in G’ddelijke Oneindigheid. Dit werk zal worden voltooid in de messiaanse era, wanneer de Oneindigheid van G’ddelijkheid zal worden geopenbaard.

SHABBAT SHALOM