POERIEM 5775, PARASHAT KI TIESSÁ

 DE VEELBETEKENENDHEID VAN HET POERIEMFEEST

Het Poeriemfeest is speciaal zo bijzonder, omdat het zowel de ziel als het lichaam voorziet van vreugde en plezier, zoals wordt aangeven in de Zohar: op Poeriem mag men door lichamelijk plezier bereiken, wat men op Jom Kippoer bereikt door het lichaam te onthouden van voeding, m.a.w. kwellen. (Jom Kippoer, letterlijk vertaald, Dag zoals Poeriem) Het Volk Israël is toegerust, zowel met lichamelijke heiligheid als met spirituele heiligheid. En het is zeer gepast dat hun fysieke handelingen altijd worden geheiligd en gedaan voor het belang van G’D alleen. Maar zolang echter als Amalek bestaat corrumpeert hij de zuiverheid van Israëls handelingen. Wanneer de macht van Amalek is verzwakt en onderworpen, zijn de fysieke handelingen van Israël opnieuw gezuiverd. Dan is de vreugde van het Volk Israëls over het Poeriemfeest bijzonder groot, want het getuigt dat de straf die zij betaalden in de dagen van Haman voor de zonden die zij hadden begaan, volledig hadden goedgemaakt. Anders zou lichamelijke kwelling aan hen zijn voorgeschreven, in plaats van lichamelijk plezier.

VROLIJKE POERIEM

 PARASHAT KI TIESSÁ

Wanneer je opneemt Exodus. 30:11 – 34:35

Rabbi Jitzchak Luria

Likoetei Thora en Sha’ar HaPesoekiem

Eerbetoon aan het Mannelijke en het Vrouwelijke

Na de opdrachten over bouwen van het Tabernakel, vertelt G’D het Joodse Volk dat, hoe belangrijk het construeren van het Tabernakel ook is, het niet jullie inachtneming van de Shabbat schenden moet

De Eeuwige zei tegen Mozes. Spreek jij zelf tegen de Kinderen van Israël aldus: “Maar…Mijn Shabbatdagen moeten jullie stipt houden, want dit is een teken tussen Mij en jullie voor heel jullie nageslacht, opdat men zal weten dat Ik de Eeuwige ben die jullie bijzondere wijding heeft gegeven.” (Exodus. 31: 12-13)

Betreffende de betekenis van deze verzen, moeten we eerst verklaren hoe G’D Mozes aansprak, gewoonlijk formuleert Hij Zijn opdrachten niet zoals hier staat geschreven.

De gebruikelijke bewoording is “Spreek tot de Kinderen van Israël en zeg hen….”of “Zeg tot de Kinderen van Israël ….”. Hier, zegt het vers “Spreek jij…”, benadrukkend het woord jij.

Om dit te kunnen verklaren, zullen we eerst een andere tegenstelling uiteen zetten. De eerste registratie van de Tien Geboden [het gebod om de Shabbat te houden] is verwoord als volgt: “Denk aan….”, de woorden “Zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft” zijn hier niet in de tekst geregistreerd.

De Tien Geboden zijn tweemaal opgenomen in de Thora. De eerste keer in de historische context toen zij werden gegeven aan de Berg Sinai (Exodus. 20:2-4), en de tweede keer in de context van Mozes overzicht van Exodus vlak voor hij stierf aan het eind van de veertigjarige tocht door de woestijn (Deuteronomium. 5: 6-18). Deze twee versies van de Tien Geboden zijn grotendeels gelijk, maar er zijn enkele kleine verschillen.

De twee versies van het eerste vers van het gebod om de Shabbat te houden zijn in vergelijk als volgt:

eerste versie tweede versie
Denk aan Shabbat, door haar wijding te geven Houdt de Sabbatdag, door haar wijding te geven, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft

Op vergelijkbare wijze, [ het gebod] om ouders te eren bevat niet de woorden “opdat je dagen verlengd worden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Het volgende gebod, na het gebod om de Shabbat te houden, is het gebod om ouders te eren. De twee versies van dit gebod zijn in vergelijking met elkaar als volgt:

eerste versie tweede versie
Eer je vader en moeder, opdat je dagen verlengd worden op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft Eer je vader en je moeder, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft, opdat je dagen verlengd worden en opdat het je goed zal gaan op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft

Ter verklaring: Deze twee geboden, het houden van de Shabbat en het eren van de ouders, zijn equivalent. De laatstgenoemde is het eren van iemands lichamelijke ouders, terwijl de eerstgenoemde het eren is van iemands spirituele ouders, met andere woorden, Zeir Anpin en Noekva, waar aan gerefereerd wordt als “de Shabbatot” [mv.] in de uitspaak van de Geleerden dat “als het Joodse volk twee Shabbatot zou houden zoals het moet, [zouden zij onmiddellijk worden verlost].”(Shabbat 118b)

Aangezien elke Joodse ziel voortgebracht wordt door de eenwording van Zeir Anpin en Noekva, mogen deze partzoefiem worden beschouwd als onze spirituele “ouders´”.

De uitspraak van de geleerden dat wij zouden worden verlost als we twee shabbatot zouden houden wordt gewoonlijk opgevat als twee shabbatot achter elkaar. Ergens anders echter becommentarieert de Arizal dat de esoterische betekenis van deze uitspraak is dat we twee aspecten van de Shabbat moeten houden, het vrouwelijke en het mannelijke aspect, welke de Shabbatnacht en de Shabbatdag zijn. Dus de twee Shabbatot zijn duidelijk Zeir Anpin en Noekva, en door hen “te eren” is het in acht nemen van de Shabbat in overeenstemming met zijn mystieke dynamica, we vervullen het gebod om onze “ouders”te eren op een spirituele wijze en worden verlost.

Dit is de mystieke betekenis van het vers: “Ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader, en zich strikt aan Mijn shabbatot houden.” (Leviticus. 19:3) [Het feit dat hier naar de Shabbat wordt verwezen in meervoud duidt op deze twee shabbatot, welke corresponderen met de vader en de moeder.

Nu zijn er twee aspecten ten aanzien van het in acht nemen van de Shabbat. Het eerste is het nauwkeurig naleven van de voorschriften van de Shabbat in al hun details, om de opdrachten te vervullen die Hij ons (mag Hij worden geprezen) heeft opgelegd en voor geen enkele andere beweegreden. Het tweede is om te rusten van werk op Shabbat opdat we genieten van het feit dat we kunnen rusten van ons werk.

U kent de verklaring van de Wijzen van [de liturgische passage,] “Laat Mozes zich verheugen in de toewijzing welke hem was gegeven”, dat Mozes vraagt aan Pharao om het Joodse Volk toe te staan één dag van de week vrij te stellen van het maken van tichelstenen omdat zij dan kracht kunnen verzamelen om meer te kunnen produceren op de andere zes dagen. Pharao ging akkoord en gaf hen de Shabbat vrij. (Shamot Rabba 1:32; Midrash Tehilliem 119)

Dit is wat de Thora bedoeld en probeert aan te geven door te zeggen, “Jij zult spreken tot de Kinderen van Israël…”; [G’D zegt tegen Mozes] “Jij [Mozes] die Pharao vroeg om hen een dag rust te geven, met andere woorden, jij zelf moet nu aan hen zeggen dat van nu af aan zij de Shabbat moeten houden niet voor hun eigen voordeel, maar eerder omdat deze Mijn Shabbatot zijn. Ik ben de Gene die hen verplicht om deze opdracht na te komen; zij zullen de Shabbat in acht nemen alleen voor Mij belang, en niet voor hun eigen belang.” Om die reden begint het vers met het woord “Maar”. Het impliceert dat zij de Shabbat zullen naleven omdat zij “Mijn Shabbat”zijn, want het is een teken….. dat men zal weten dat Ik, de Eeuwige, hen bijzondere wijding geef” en niet voor hun eigen voordeel of plezier.

Er is natuurlijk niets verkeerd aan om zich te verheugen in het naleven van G’D’s geboden, maar deze motivatie moet altijd gehouden worden in het juiste perspectief. We moeten alle geboden van G’D onvoorwaardelijk in acht nemen, als een uiting van onze onvoorwaardelijke liefde voor Hem. Zoals Rabbi Shneur Zalman van Liadi het uitdrukt; “Als G’D ons had opgedragen om gewoonweg hout te hakken [ zonder enige reden], zouden we hout hakken met het groots mogelijke enthousiasme.” Wanneer we ons eenmaal onvoorwaardelijk hebben verbonden tot het in acht nemen van de geboden, is er eveneens ruimte voor het waarderen van hun kwantificeerbare voordelen.

Zoals ik heb gezegd, de meervouds- vorm “Mijn Shabbatot” verwijst naar Zeir Anpin en Noekva. De eerste versie van de Tien geboden bevat niet de woorden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”, om dat het verwijst naar de eerste reden [voor het houden van de Shabbat], de ene dat de reden van voordeel [voor het Joodse Volk] bevat. Het is dit [aspect] waarnaar onze menselijke logica zich richt en ons [onze logica]doet besluiten dat we de Shabbat moeten naleven “opdat je rund en je ezel rust krijgen…..(Exodus. 23:12)

In de tweede versie van de Tien Geboden, vermeld de Thora de tweede reden, welke alleen is om de opdracht van de Schepper te vervullen, dit is de betekenis van de zin, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Dit verklaart waarom wij [ in de tweede versie van de Tien geboden, de opdracht voor naleven van de Shabbat begint met “Houd ” de Shabbatdag door haar wijding te geven.” De tweede [versie van de Tien geboden] is van het vrouwelijke principe, wat aangeduid wordt door het woord “houd”, zoals bekend (Zohar III: 224a)

Het Hebreeuwse woord voor “denk aan” “zachor‘ is gerelateerd aan het woord voor “mannelijk” (“zachor”). “Denk aan”, is een actief aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar de actieve afkondiging van de heiligheid van de dag, gemaakt aan haar begin (in de Kiddoesh) en bij het einde (in de Havdala). “Houden” is het passieve aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar het passieve onderbreken van werk, welke het verhoogde G’ddelijke bewustzijn opent naar de realiteit van Shabbat.

Het Vrouwelijke principe, met andere woorden, in de tweede versie van de Tien geboden, zegt aan het Joodse Volk: “Houd de Shabbatdag, zoals Zeir Anpin, aangeduid door de woorden ‘Eeuwige, je G’D’ heeft je reeds eerder opdragen, in de eerste [versie van de Tien Geboden.”

De naam voor G’D in de zin “Eeuwige, je G’D” is de G’ddelijke naam Havayah, welke is geassocieerd met Zeir Anpin.

Er zijn ook twee redenen voor het naleven van het gebod van het eren van ouders. De eerste omdat het een opdracht is gedicteerd door menselijke logica, namelijk, dat een kind zijn vader en moeder moet eren omdat zij hem gecreëerd hebben, hem in de wereld hebben gebracht en onophoudelijk zichzelf ten behoeve van hem doen gelden. De tweede is een aanduiding naar Zijn opdracht om onze spirituele vader en moeder te eren, met andere woorden, de Heilige, geprezen zij Hij, en de Gemeenschap van Israël, dat is, “Zeir Anpin en Noekva.

De wijzen refereren op typische wijze aan G’D als “de Heilige, geprezen zij Hij”. In Kabbala is deze benaming gerelateerd aan Zeir Anpin, welke “heilig”is, met andere woorden, “afgelegen” van de wereld, met betrekking tot Noekva, welke neerdaalt in de lagere sferen, zoals we weten. De wijzen refereren dikwijls aan de G’ddelijk Aanwezigheid of Shechina, als “de Gemeenschap van Israël” (Knesset Jisraël), aangevend dat het de collectieve origine is van alle Joodese zielen, de baarmoeder vanwaar zij komen als zij neerdalen van Atziloet tot de lagere werelden.

In de eerste versie van de tien Geboden, vermeldt de Thora de eerste reden, door te zeggen, “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten [van Zeir Anpin], welke de “zes dagen van de Schepping” worden genoemd.

Deze zes “uitersten” van Zeir Anpin zijn de sefirot die metamorfoseren in dit parztoef; chesed, gevoera’tiferet, netzach, hod, en yesod. Zij worden “uitersten” genoemd, aangezien zij zijn geassocieerd met de zes richtingen van de drie dimensies van ruimte. Deze zes sefirot zijn ook geassocieerd met de zes dagen van de Schepping. De associatie met de dimensies van ruimte en de dagen van de Schepping (met ander woorden,tijd) verwijst naar dat aspect van Zeir Anpin dat het conceptuele raamwerk vormt voor deze fysieke wereld. Met andere woorden, door zich te houden aan het gebod om onze fysieke ouders te eren, verhogen wij de levenskracht welke deze wereld bereikt. Deze goddelijke liefdadigheid wordt weergegeven in deze wereld als een lang leven.

De tweede versie van de Tien Geboden refereert aan de gepaste spirituele reden voor het uitvoeren van dit gebod, welke overvloed van goddelijke liefdadigheid voortbrengt en daarom worden er twee typen van beloning vermeld. De eerste is “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten, zoals boven genoemd. Daarbij, [is er een beloning van] “opdat het je goed zal gaan”, wat verwijst naar de toevloed van hoger geestvermogen. Geestvermogen wordt aangeduid door het woord voor “goed” [in het Hebreeuws, “tov“] zoals we hebben uitgelegd in ons commentaar op de zin “die goede daden van barmhartigheid doet [chasadiem toviem]” in de eerste zegen van het Staande gebed. Dit geeft aan, dat door deze opdracht te doen om zijn spirituele motivatie, dat het bij iemand ook nog meer intellectuele volwassenheid voortbrengt. Dit is de reden waarom [in de context van deze reden] is geschreven “zoals de Eeuwige [Havaya], je G’D je gebiedt.”

Door dit gebod na te leven op een spiritueel niveau, erend Zeir Anpin en Noekva door verhoogd goddelijk bewustzijn in de wereld, worden we goedhartig beloond: we bereiken een hoger niveau van goddelijk bewustzijn en spirituele volwassenheid.

Een andere verwijzing naar bovengenoemde kan worden gevonden in het feit dat het woord “et” verwijst naar een bijkomende entiteit. De twee woorden “et” in het vers worden gewoonlijk niet vertaald in het Nederlands en dient simpel en alleen om een lijdend voorwerp aan te geven. Echter interpreteren de Wijzen vaak de aanwezigheid van “et” in het vers als een verwijzing en een indicatie naar iets buiten het expliciet lijdend voorwerp “. Hier verwijst het “et“, voorafgaand aan het woord “vader”, naar Zeir Anpin en de “et” voorafgaand aan het woord voor “moeder” naar Noekva.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden     Exodus. 27:20 – 30:10

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE GEHEIMEN NAMEN VAN DE OERIEM EN TOERIEM

ZOHAR II, p. 234b

Onder de kledingstukken van De Hoge Priester, was de borstplaat en de Oeriem en Toeriem misschien het meest raadselachtig. De borstplaat was een patroon van brokaat, gemaakt van gouddraad, blauwe en karmozijnrode wol en getwijnd linnen. Het was gezet met vier rijen edelstenen in een gouden kader, samen twaalf. De namen van de twaalf stammen waren op de stenen gegraveerd, één op elke steen, alsmede de namen van de Patriarchen, Abraham, Izaak, en Jacob. Volgens de Zohar waren de Oeriem en Toeriem, de Tweeënveertig en Tweeënzeventig Letterige Namen van G’D, aangebracht in de plooien van de borstplaat, dat veroorzaakte dat de letters, gegraveerd op de stenen, achtereenvolgens oplichtten om een antwoord te verduidelijken op een vraag die gesteld werd door de Hoge Priester.

In “het borstbeeld voor bijzondere beslissingen” moet je de Oeriem en Toeriem aanbrengen; die moet op Aharons hart liggen, als hij voor de Eeuwige komt. (Exodus. 28:30)

Rabbi Jehoeda zei: “De betekenis van het woord “oeriem” is uitgelegd als een afleiding van “meiriem” [wat “verlichtend/ verduidelijken betekent, aangezien het de gegraveerde letters op de stenen van de borstplaat verlicht]. Dit is het mystieke geheim van “het oog dat glinstert”.

De Aramese term voor “het oog dat glinstert” is “aspaklarya meira“. De term “aspaklarya” is vertaald als glas, weerkaatsing, spiegel, speculum, telescoop etc. De fundamentele betekenis is, dat het een medium is, waardoor G’ddelijke Inspiratie zich concentreert en manifesteert. (misschien is dit de origine van de “kristallen bol”, in niet joodse fabeltjes.) Het commentaar Mikdash Melech relateert dit aan de concentratie van sefirot, Zeir Anpin geheten, gevormd door de zes sefirot die geïllumineerd worden door de Tweeënveertig Letterige Naam.

Dit “het oog dat glinstert” werd gevormd door de letters van de heilige    Tweeënveertig Letterige Naam, wonend in de plooien van de borstplaat door welk de werelden waren gecreëerd.

De Toeriem is het esoterisch mysterie van de letters in “het oog dat niet glinstert” [“aspaklarya sh’eina meira“, m.a.w. de sefira van Malchoet] drinkt, bij wijze van spreken, de Tweeënzeventig Letterige Naam welke is ingegraveerd.

Malchoet  wordt “het oog wat niet glinstert” genoemd, aangezien het niet een eigen illuminatie heeft. In plaats daarvan ontvangt het zijn illuminatie van Zeir Anpin. De twee zijn vergelijkbaar met de zon, de bron van het licht, en de maan, welke geen licht van zichzelf heeft. Desondanks wordt Malchoet geïllumineerd door de verheven Tweeënzeventig Letterige  Naam,welke zijn bron heeft in chochma, volgens het principe van “de vader [chochma] vestigt de dochter [malchoet]”. (Zwi HaZohar)

Zij zijn het esoterisch geheim van de Heilige Naam. Samen worden zij “Oeriem en Toeriem” genoemd.

Kom en zie: “Toen deze letters van deze namen werden gehuisvest daar [ in de plooien van de borstplaat] illumineerde hun vermogen de andere letters die waren ingegraveerd [op de stenen van de borstplaat], m.a.w. de letters van de namen van de twaalf stammen ( zie Joma 73b), sommigen verlicht en anderen donker latend.  

En zodoende was de Hoge Priester is staat om antwoorden te vinden op zijn vragen en naargelang te handelen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TEROEMÁ

Heffing           Exodus. 25:1 – 27:19

Rabbi JItzchak Luria

Arken en Engelen

Geschriften van de Ari

Dit Thoragedeelte bespreekt het Tabernakel. De binnenste kamer van het Tabernakel huisvestte de Ark van het Verbond, die de Tafelen van het Verbond bevatte, waarop de Tien Geboden waren ingegraveerd.

Er waren eigenlijk drie arken, de een in de ander (Rashi, Exodus. 25:11). Deze reflecteren het feit dat er drie Namen Elo-hiem zijn in Zeir Anpin van Atziloet, corresponderend met [Zijn] Bina, Gevoera en Malchoet. De numerieke waarde hiervan is 258, ook de numerieke waarde van “Charan”.  Bezalel maakte drie arken corresponderend met deze drie Namen.

Elo-hiem: alef-lamed-hei-joed-mem= 1+30+5+10+40=86. 3×86=258

Charan: chet-reech-noen= 8+200+50=258

De Naam Elo-hiem betekent samentrekking, restrictie [Tzimtzoem], oordeel [Din] en strengheid [Gevoera]. Er kan ook aangenomen worden dat elke sefira deze eigenschappen blijkt weer te geven.

Zoals we eerder hebben verklaard, is Bina het vermogen van het intellect het inzicht van Chochma te analyseren en evalueren en het daarbij te ontdoen en te zuiveren van te eventuele inhoudelijke additieven van subjectiviteit. Het is dus werkzaam op het gebied van beoordeling en strengheid. Gevoera is de Sefira wiens taak is om de zonder enig onderscheid makende liefdadigheid van Chesed te limiteren, zodat goedheid alleen wordt verleend aan ontvangers die het verdienen.

Charan was de stad in Mesopotamië waar Abrahams familie zich vestigde na Oer Chaldea te hebben verlaten. Abraham zelf trok verder naar het Land Israël, zijn uitgebreide familie achterlatend. Charan representeert dus op thematische wijze het idee van de voorkeur geven aan de G’ddelijk oproep tot vervolmaking van de wereld en dit te prefereren boven het achter blijven in de wereldse goddeloze verlokkingen. De laatste zin van parashat Noach (Genisis. 11:31), die als geheel G’D’s ontevredenheid beschrijft met de keuze van de mensheid voor wetteloos en bandeloos leven boven G’ddelijke discipline, die onmiddellijk voorafgaat aan G’D’s oproep aan Abraham “ga voort”, aan het begin van parashat Lech Lecha is “en Therach (Abrahams vader)stierf in Charan” (Genesis. 11:32). Veelzeggend, het woord Charan betekent “woede” verwijzend naar G’D’s frustratie over het feit dat de mensheid  Hem afwees voorafgaand aan Abraham. (zie Rashi op deze verzen)

Dus deze drie Namen Elo-hiem vormen de volle manifestatie van G’D’s eigenschappen van striktheid. De drie arken die de Ark van het Verbond vormen waren bedoeld om deze drie Namen Elo-hiem een tegenwicht te geven.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT JITRO

Jitro (Exodus 18:1 – 20:23)

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P.67b

Bij het bespreken om het juiste moment te bepalen, dat iemand zijn handen verheft ter hoogte van iemands hoofd of daarboven, leert Rabbi Hezkiya, dat als een persoon dit niet doet in een staat van gebed, zijn tien vingers duiden naar een aanklacht tegen de krachten van de spirituele werelden. Echter, bij gepast gebruik heeft de positie van de handen in gebed, de potentie om de overvloedige G’ddelijke voeding te kanaliseren tot binnen deze Wereld.

Deze tien spirituele bevoegdheden worden verzocht om de zegeningen van Boven te mogen ontvangen en hen naar hier Beneden over te brengen om hij, die zegent, te zegenen.

Deze zegeningen, weergegeven door de tien vingers van de handen, zijn zoals de tien uitspraken bij welke de wereld werd gecreëerd.

Deze tien uitspraken worden eveneens weergegeven in de expansie van 10 letters G’D’s naam die samenkomen tot 45 en Zeir Anpin machtigen. Vanuit dit niveau wordt het vermogen overgedragen in de tien vingers van een persoon die zijn handen verheft in gebed.

Wanneer verheven in gebed, duiden de vingers deze keten van heilige kracht. Dan zijn alle sefirot van de kelipot, die zichzelf hebben gehecht aan de uiteinden van de vingers en dienstbaar gemaakt aan de Heilige Koning.

De plaats waar het lichaam de externe wereld van de kelipot ontmoet en het vaste bodem geeft, zijn de uiteinden van de vingers. De vingers en de tenen zijn de uiterste zetels van de ziel in het hart en hoofd van de mens. De vingernagels, de uiterste rand van onze eigen fysieke wereld, verzamelen het vuil van die wereld. De verbondenheid van dit vuil geeft het verlangen van het niet heilige weer voor het weghouden van het heilige in de spirituele dimensie.

Dit is de esoterische betekenis achter het buigen van de vingers richting de flakkerende vlam van de Havdela kaars bij de ceremonie, duidend het einde van Shabbat en het begin van de “seculaire” week. Op dat moment buigen we de vingernagels richting vlam en kijken naar de reflectie van de vlam op de vingernagels bij het zeggen van de zegen “Boré me’oré ha’ésh” [“Schepper van de lichtbronnen”]. Spiritueel representeert het licht van de kaars de Shechina, en de vingernagels de Kelipa. We kijken naar de vertegenwoordiging van deze krachten en zien de vlam van het heilige in hen gereflecteerd. We buigen deze krachten naar het Heilige, daarbij aangevend dat zij worden weggecijferd voor hun vermogen. We reciteren een zegen over het licht, welke reflecteert in hen en geven daarbij aan dat de mogendheid van het heilige in alles wordt weerspiegeld, zelfs in datgene wat ogenschijnlijk ver weg lijkt te zijn.

Het zelfde concept, dat de vingers de plaats zijn waar de onreine krachten zichzelf aan hechten, ligt achter het idee van het wassen van de handen wanneer men ochtends opstaat. De reinigende kracht van water wordt eerst uitgegoten vanuit de rechterhand over de linkerhand, representerend het vermogen van chesed over gevoera. Dit geeft de verwijdering aan van de overgebleven externe krachten die zichzelf manifesteerden tijdens onze slaap en droom toestand.

Het doordringt ook ons bewustzijn met het idee dat de handen een extensie zijn van onze Heilige Ziel en bereidt hen voor, om in zuiverheid te worden verheven in gebed en smeekbede. [Bewerkt vanuit de RaMaK en Mikdash Melech]

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALACH

HET HELENDE PAD

Parashat Beshalach wordt altijd gelezen voorafgaand aan of zoals dit jaar feitelijk op de feestdag van Toe Bishwat [15e van de maand Shewat]. Vele mensen relateren dit aan het “Festival van de Bomen”. Echter de Mishna (Rosh HaShana. 1:1) verwijst er naar als het   “Nieuw Jaar van de Bomen”. Op een bepaald niveau is dit een toespeling op de Etrogboom, en het is gepast op Toe Bishwat om gebed te doen voor de Etrog die men wil nemen acht maanden later wil plukken op het feest van Soekot, want het is nu, na Toe Bishwat, dat het fruit zich begint te ontwikkelen en te groeien aan de bomen. Op een ander niveau is de “De Boom” een verwijzing naar de Levensboom, die nieuwe frisse vitaliteit begint te zenden in de wereld wanneer het voorjaar zijn aanvang maakt in het Land van Israël en het water van de winterregen de bomen binnendringt vanuit de grond, en hen geheel begiftigt met levensenergie.

“En zij kwamen naar Mara en maar zij konden het water niet drinken omdat het bitter was; daarom noemde men het ook “Mara”, bitter.

En het Volk mopperde tegen Mozes terwijl ze zeiden: ” Wat moeten we drinken”? Toen riep hij de Eeuwige aan en de Eeuwige wees een boompje aan, deze wierp hij in het water en het water werd zoet” (Exodus. 15:23-25).

De “Boom” die de bitterheid van het leven verzoet is de Thora, die ons voorziet van met het water van Da’ at, begrijpen, inzicht van hoe kwaad zich voegt met het goede als deel van G’D’s eenheid.

De eerste voorschriften van de Thora werden gegeven bij Mara: “Daar plaatste Hij voor hen [Israël] wetten en voorschriften en daar stelde Hij ze op de proef. En Hij zei namelijk, Indien je oprecht luistert naar de stem van de Eeuwige, je G’D en doet wat recht is in Zijn ogen, het oor neigt naar Zijn geboden en Zijn verordeningen in stand houd, dan zal Ik geen van de kwalen over je laten komen waarmee Ik de Egyptenaren heb geteisterd, want Ik, de Eeuwige, ben je heelmeester.” (Exodus. 15:25-26)

De wetten die gegeven werden bij Mara waren die van Shabbat , de Rode Koe (purificatie vanwege vervuiling door contact met een dood lichaam, en voorschriften in het onderhouden van relaties met anderen (zie Rashie op Exodus. 15:25). Alle drie hadden gemeen het begrip van helen gemeen. Alleen door Shabbat is het mogelijk om de veranderlijke status van Adam te helen, “met het zweet op je gezicht zult je brood eten”. De mens is gedwongen te werken in deze wereld. De enige bevrijding van deze slavernij (Egypte) is zich een dag van de week te onthouden van werk, om zodoende het werk van alle dagen van de week te verheffen tot dienst aan G’D. Het as van de Rode Koe is de oorsprong van het helen, (Efer betekent as en heeft de zelfde letters als de stam Rapa, helen), want als we niet kunnen herstellen van de dood en het integreren in onze visie van leven, kunnen we niet herstellen en genezen van wat dan ook. De voorschriften die onze relatie met anderen, in onze familie, echtelijke staat, zaken en andere betrekkingen reguleren, zijn de fundaties van sociale heling, die hand in hand moeten gaan met individuele heling.

Mogen we gezegend worden met gezondheid en kracht en het genoegen van het fruit van de Boom van het Leven, deze Toe Bishwat.

SHABBAT SHALOM 

PARASHAT BO

Kom (Exodus 10:1 – 13:16)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar II 34a

Rebbe Shimon opent zijn verhandeling met te zeggen: “Nu is de tijd gekomen om de geheimen te openbaren, die hierboven en hieronder verbinden [de tien Sefirot, de kelipot].

Deze kelipot (letterlijk, schillen, aangevend kwaad en onzuiverheid) hebben hoofdzakelijk hun oorsprong in de heilige realen en komen neer door de werelden van Beriya, Yetzira, en Asiya tot zij het niveau van Farao hebben bereikt. De Hebreeuwse letterspelling van het woord “Pharaoh” kan na herschikking gelezen worden als “Po ra”, wat “Hier is slecht” betekent.

Waarom zegt het vers: ‘Kom naar Farao’ in plaats van “Ga naar Farao?” G’D nam [Mozes] naar kamers waarin zich andere kamers bevonden [door verschillende niveaus van “externe” krachten] tot zij een hemelse krokodil bereikten, vanwaar vele verschillende onzuivere niveaus neerkomen. Wat is dit? De geheimen van de Grote Krokodil.

De Hebreeuwse beschrijving van het woord onzuiver of onrein is “toema”, het drukt het concept uit van “afgesloten zijn”. Dit afgesloten zijn is ongetwijfeld het afgesloten zijn van relatie met de zuivere en heilige bron van het G’ddelijke. Dit niveau van onreinheid is de spirituele bron van de kelipot, wiens rol afsluiten is, zoals een omhulsel of zoals een schil een vrucht afscheidt van de buitenwereld. Mozes was huiverig om besmet te worden door dit niveau van onreinheid. Hij wilde niet direct naderen, dan door de zijrivier van de Nijl, welke een lager spiritueel niveau dan de Nijl zelf had en waar de Grote Krokodil op de loer lag [de Nijl was een Egyptische godheid, zoals Farao]. Hij was bang dicht bij te komen, omdat hij de oorsprong van de hogere bron van spirituele onreinheid kon zien.

Toen de Heilige, Geprezen zij Hij, zag dat Mozes bang was, en dat andere spirituele niveaus werden opgewekt, zei Hij: “Zie Ik kom op je af, Farao, koning van Egypte, jij, Grote Krokodil die daar huist in zijn rivieren, ja, die durft te zeggen: “Mijn rivier is mijn Nijl en ik heb het voor mijzelf gemaakt.” (Ezechiël. 29:3)
De Heilige Geprezene, was genoodzaakt om zelf tot oorlog over te gaan, en geen ander.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35

 Exodus: Weten Is Verlaten

 Ware Verlossing Is Een Uittocht Van Een Beperkt Bewustzijn.

Rabbi Shimon bar Jochai

 Deze vertaling is van “Raya MeHemna”, in één van de sub teksten van de Zohar p. 25a, waar Rebbe Shimon de innerlijke betekenis leert van de mitzwot zoals aan hem is geopenbaard. De oprechte meditatieve intentie van iemand bij het uitvoeren van een mitzwa, heeft een enorme esoterische waarde. Het doel van het leren van deze onthullingen is om de heilige Shechina te ondersteunen en te verfraaien in haar verbanning. Dit brengt de eindverlossing dichterbij en de uiteindelijke openbaring dat G’D één is. De analyse is van één van de 13 interpretatieregels van de Thora: “Uit de algemene hoofdregel ontstaat een afzonderlijke bijzondere regel”      

 “Ik zal jullie als volk voor Mij nemen en Ik zal G’D voor jullie zijn, en jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert.” (Exodus. 6:7)

 Deze opdracht, weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, is de eerste van alle opdrachten.

 De kennis van G’D in dit vers bestaat uit twee categorieën. De eerste betreft het algemene begrip dat er maar één G’ddelijke macht is die de wereld leidt. De tweede betreft de bewustwording, het besef en begrip, dat deze Supervisie en Invloed zich manifesteert tot in de kleinste afzonderlijke eenheden van deze wereld.

Het begin van elke mitzwa is kennen van G’D in Zijn algemeenheid. Wat is deze algemeenheid? Het is het weten dat er een heersende macht is boven, die de Meester van de wereld is. Hij creëerde alle werelden, Arziloet, Beriya, Yetzira en Asiya, de hemelen en de aarde en al hun krachten. Deze kennis van Hem omvat in het algemeen zes aspecten:

 

  • Het erkennen, aannemen van deze realiteit.
  • Een heersende macht die alle krachten van het universum leidt.
  • Boven al het logisch denken uitstijgt.
  • Meester van alle werelden, Die hen niet overlaat aan secondaire controlerende krachten maar werkt in alle werelden.
  • Schepper van alle werelden, ex nihilo: vanuit het niets tot iets.
  • Het aannemen dat deze krachten in de Schepping werken en niet op een of andere manier zichzelf ondersteunen of op zichzelf staan en existeren.

 Deze zes punten vormen de aanvang van een waar begrip van G’D in het algemeen.

Het doel van al deze kennis en begrip ligt in het bijzondere, Hem leren kennen in intieme afzonderlijke details.

 Dit is de inhoudelijke innerlijke essentie van het G’ddelijke Aanwezige in elke specifieke Sefirot door middel van Zijn delegeren van Zijn macht in de werelden en de verborgenheden van de Schepping.

Het algemene en het specifieke in het bijzonder zijn het begin [Atziloet] en het eind [Asiya], het geheim van het mannelijke en het vrouwelijke [positieve en negatieve] in de rol van een eenheid. Zo zien we dat een persoon in deze wereld begaan is met het algemene en het bijzondere [om te komen tot het besef van G’D]. In deze wereld bestaat een persoon uit het algemene en bijzondere [Algemeen existeert hij\ zij als een fysiek lichaam]. Hij heeft de mens gemaakt uit de grond der aarde en blies adem in onze neusvleugels als de ziel van leven.

Het Hebreeuwse woord voor “mens” is “adam”; het woord voor “aarde” is “adama”; het woord voor “adem” is “neshima”; het woord voor “ziel” is “neshama”. De handeling van ademen geeft leven aan het lichaam, dat de ziel in zich draagt, afkomstig uit de oorspronkelijke adem van G’D in de eerste mens. In het Hebreeuws hebben de woorden voor “mens” en “ziel” duidelijk betrekking op deze begrippen. Dit is een van de redenen waarom het Hebreeuws de Heilige Tong of Heilige Spraak wordt genoemd, omdat de letters en woorden G’ddelijke verborgen kennis weergeven.

Dit is de reden voor het begin van alles: het weten dat er een supervisor en rechter is in deze wereld en dat Hij de meester van alle werelden is.

Toen het Volk van Israël Egypte verliet kenden zij G’D niet.

De diepste ballingschap is het niet weten van de existentie van G’D, in het algemeen of in het bijzonder. Egypte was de essentie van alle ballingschappen en dit gebrek aan kennis van G’D was het donkerste aspect van de verbanning. Daarom herinneren we ons constant aan het verlaten van Egypte, omdat dat de essentie is van de worsteling in ons eigen leven, de duisternis te verlaten en G’D te kennen.

 Toen Mozes kwam om hen, het Joodse Volk, te verlossen, was dit het eerste gebod dat hij hen leerde zoals staat geschreven: “En jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert [in de tegenwoordige tijd!].” (Exodus. 6:7)

 Het woord voor Egypte in het Hebreeuws “Mitzrajiem” is verwant aan het woord “maytzariem”, dat betekent “beperking of begrenzing”. Het eerste gebod in het verlaten van beperkingen en begrenzingen is het erkennen en inzien van het G’ddelijke.

Zonder dit gebod, zou Israël niet hebben geloofd in al de wonderen en machtige daden die voor hen werden gedaan in Egypte. Vanwege het begrijpen in het algemeen, werden tekenen en wonderen gedaan voor hen in het bijzonder.

Vanuit bovenstaande uitleg kan een persoon concluderen dat hij moet begrijpen en vertrouwen op Hem die ingrijpt in de geschiedenis en de geschiedenis beheerst, om de wonderen in relatie tot verlossing van ballingschap, te verkrijgen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen (Exodus 1:1 – 6:1)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar. P.7b

Parashat Shemot spreekt over de ballingschap en verlossing van het Joodse Volk, vanaf hun eerste verbanning in Egypte. In dit gedeelte van de Zohar, vergelijkt Rebbe Shimon de Egyptische verbanning, waar de Joden werden gehuisvest en van voedsel werden voorzien, maar desalniettemin tot slaven werden gemaakt, met de latere ballingschappen en de uiteindelijke verlossing door het leiderschap van de Mashiach.

Kom en zie. Er staat geschreven: “Ja, zo zegt mijn Heer, de Eeuwige G’D, naar Egypte is Mijn volk destijds getrokken om er tijdelijk te wonen, maar Assyrian heeft het zonder reden onderdrukt.“ (Jesaja 52:4)

De Assyrians verspreidden de verbannen stammen naar de meest afgelegen hoeken van hun imperium en beroofden hen van hun eigen land. Egypte voorzag de Joden met goede voorzieningen [het Goshen en huizen en voedsel] en werd desalniettemin gestraft [met plagen en militaire destructie].

Hoe veel meer zal de bestraffing zijn van Syria en Edom [Europa] en de andere volkeren die hen lieten lijden en vermoordden en beroofden van hun bezittingen. [Deze bestraffing zal zijn] in de tijd wanneer de Heilige, Geprezen zij Hij, beslist om de glorie van Zijn Naam aan hen te openbaren. Zoals is geschreven [betreffende de oorlog van Gog en Magog]: “Ik zal Mijn Grootheid en Mijn Heiligheid tonen en maak Mijzelf bekend in de ogen van vele volkeren. Ze zullen beseffen dat ik de Eeuwige ben.” (Ezechiël 38: 23) Daar in Egypte [toen G’D Zijn glorie manifesteerde] was er maar één koning [Fara’o]. In de toekomstige verlossing zal Zijn glorie worden gemanifesteerd aan alle heersers van deze wereld.

Rebbe Shimon verhief zijn handen en huilde.

Het verheffen van de handen, welke tezamen tien vingers bevatten, representeren de 10 sefirot en zijn het fysieke manifesteren van de verbinding met de hogere sifirot, welke de inhoudelijke dragers zijn van de G’ddelijke manifestatie. Het vergieten van tranen door Rebbe Shimon waren een oprechte poging om het harde oordeel dat hij voorzag, te verzachten.

Hij zei: Wee degene die aanwezig is in de tijd [van het komen van Mashiach] en gelukkig is hij die deel heeft en aanwezig is in deze tijd.

Wee degene die aanwezig is in die periode, omdat op dat tijdstip, wanneer de Heilige, geprezen zij Hij, komt om het hert te bevrijden [de Shechina uit de verbanning] zal Hij op al diegene kijken die bij haar staan en op al diegene die haar eigen hebben gemaakt. Hij zal kijken naar de handelingen van elk en iedereen van hen, en zal Hij niet één iemand vinden die waardig en rechtvaardig is, zoals staat geschreven: “Ik keek rond….maar geen helper, stond verbaasd….maar niemand bood steun” (Jesaja. 63:5), hoeveel problemen op problemen zullen er dan komen voor Israël. Gelukkig is hij die gereed is op dat tijdstip, omdat hij, die in vertrouwen leeft op dat tijdstip, waardig bevonden zal worden om het licht van vreugde van de Koning te ontvangen [omdat dan G’D Zich zal verheugen op Zijn werken]. Het is naar deze tijd dat het vers verwijst “Ik zal hen zuiveren zoals zilver wordt gezuiverd, en hen testen zoals goud wordt getest”. ( Zacharia. 13:9)

Zilver wordt gezuiverd door vuur. De onzuiverheden worden er uit gebrand. Zo zal het zijn in de openbaringsperiode van Mashiach.

De rampen zullen zijn als vuur, om de opstandigen en slechten te zuiveren. De rest zal getest worden naar hun vertrouwen zoals goud getest wordt in de smederij door de goudsmid om te zien of het vrij is van onzuiverheden. Gelukkig zijn zij die het vertrouwen zullen hebben, het stelt hun in staat om deze tijden te kunnen doorstaan, omdat zij het verloop zullen zien van de op het eerste gezicht chaotische gebeurtenissen. Diegenen die geen vertrouwen hebben, zullen zijn overgeleverd aan angst en terreur, welke hun de kans geeft om te tonen tegenover deze testuitdaging opgewassen te zijn, of te falen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJECHI

En hij leefde      Genesis. 47:28 – 50:26

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE EENWORDING VAN BOVEN EN BENEDEN

ZOHAR I, P. 233a

Josef bracht zijn zonen Menashé en Efrajim voor zijn zieke vader Jacob zodat hij hen zou zegenen.

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen, ‘Met jullie zal Israël  zegenen, door uit te spreken: G’D moge je maken als Efrajim en Menashé. ‘” ( Genesis. 48:20)

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen…..“, wat is de bedoeling van “die dag”? Het zou volstaan om te zeggen “Zo hij zegende hen”. Bovendien, waar het woord “zeggen” [in Hebreeuws, “emor “] is geschreven [ in de Thora] wordt het gespeld zonder een vav, terwijl wanneer wij het zeggen [elke sabbatavond over onze kinderen] het uitgesproken wordt met een vav; waarom dit verschil?

Hoe dan ook, dit is de mystieke uitleg: “Zo hij zegende hen die dag”, wat is “die dag”? Het is het mysterie van het hoge spirituele niveau dat is toegekend over zegeningen Boven.

Dit verwijst naar bina van Atziloet, welke de uitstromende bron is van de zegeningen voor de werelden en sefirot daaronder.

“Die dag” is een dag [m.a.w een uitbraak van licht/openbaring] in de hemelse plaats, welke “die” wordt genoemd [Hebreeuws, “Hoe“].

Wanneer het woord “dag” in het Hebreeuws wordt gevolgd bij het woord “dit”, ““, verklaren onze Wijzen: Kun je er naar wijzen met je vinger en zeggen, “hier het is” (Shemot Rabba 23:15), en daarvoor correspondeert het naar malchoet welke een geopenbaard niveau is.

Maar hier wordt het woord “jom” [“dag”] gevolgd door het woord “hoe“, wat “die“dag” betekent, zonder enige separatie tussen twee woorden.

Het woord “hoe” houdt in, een niveau boven de draagwijdte van iemands perceptie. Het is “die dag” en niet “deze dag”.

Overeenkomstig geeft het de sefira van bina aan, welke ver verwijderd is van malchoet.

Omdat er geen separatie is tussen “jom” en “hoe“, is de indicatie dat de twee niveaus [bina en Malchoet] zich inéén samensmelten.

Zodat malchoed/jom” compleet samensmelt in bina/”hoe“.

Het was om deze reden dat toen Jacob wenste om de zonen van Joseph te zegenen, hij hen met de eenmaking van hierboven en hieronder [bina en malchoet] als één zegende, zodat de zegen zou worden vervuld.

Nadien omvatte hij hen allen [de sefirot] inéén [orde] en zei, “Met jullie zal Israël zegenen, door uit te spreken….” Wat is de betekenis van “met jullie”?

Het geeft met absolute zekerheid het mysterie van  eenheid aan:

Het vers in zijn geheel uitgelegd, dan zijn drie niveaus van eenwording die Jacob, Efrajim en Menashé vervulden.

De eerste eenworden is “die dag”, de eenheid van hierboven en hieronder [bina en malchut].

Wat volgde was een daling naar het middelste niveau.

Dit verwijst naar de zes sefirot van chesed naar yasod, omvattend Zeir Anpin.

 Daarom wordt het woord voor “zeggen” [“L’emor“] geschreven met een vav.

Omdat de letter vav de zesde letter is van het alfabet en de zes sefirot, bevattend  Zeir Anpin, aangeeft.

Bovendien is zijn vorm [de letter vav] smal, van boven naar beneden, illustrerend een hoger niveau (bina) naar een lager niveau (malchoet). Dit is de middelste eenwording.

Na dit is er een verdere neerwaartse daling naar “met jullie” [hebreeuws, “b’cha“].

De numerieke waarde van dit is 22, een vermelding naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, welke de individuele bouwstenen zijn van de Schepping in malchoet, waar vanuit de Tien uitdrukkingen voortkomen, met welke de wereld werd gecreëerd.

En dit is inderdaad de waarlijk gepaste wijze van éénwording van Hieronder naar Boven, en vervolgens van Boven naar Hierbeneden.

De zegen die hij hun geeft “met jullie zal Israël zegenen” is inderdaad gelijk aan zoals wij nu doen.

Het gebruik is om op vrijdagavond  onze zonen te zegenen met de woorden, “Moge je zijn zoals Efrajim en Menashé”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 206a

In ons commentaar op parashat wajeeshev hebben we uitgelegd dat de interpretatie van Zohar van recente Thora episoden laat zien, hoe G’D een nieuwe communicatieve “verbinding” hersteld met de fysieke wereld door de sefirot, na afstandelijk te zijn geweest, ten gevolge van het eten door Adam en Eva, van de boom der kennis. We hebben gezien hoe Abraham het aspect van de sefira van chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef jesod neerwaarts brachten. En we zagen ook, dat de verbinding van jasod en malchoed een “andere verhandeling” was. Nu komen we tot dit punt! Onthoud tevens dat de woorden “Kom en Zie” je inviteren om de “De boom van de Sefirot” te visualiseren en kijk hoe de tekst het uitlegt.

Kom en Zie. “Nu trad Juda op hem toe en sprak….” (Genesis. 44:18). Dit is het naderen van een wereld met een andere om zich met elkaar te verenigen, om een geheel te worden, omdat Juda een koning is en omdat Josef een koning is, zij trokken elkaar aan, de een tot de ander, en verenigden zich met de ander.

Juda was koning over de stammen. Hij was de voorvader van Koning David en de uiteindelijke Mashiach. Juda representeert de sefira van Malchoet. Josef was slechts tweede na de Koning van Egypte; hij was de pijplijn door welke alle overvloed werd verkregen en die onder zijn hand zou stromen naar Juda en het volk Israël. Josef vertegenwoordigt de sefira van Jasod. In hem, in zijn wereld, zijn alle sefirot verzameld, zijn rol is om hun abondantie door te geven aan malchoet . Hij is de bouwkundige die de ontmoeting vormt. In waarheid verlangt ieder er naar om met elkaar verenigd te worden. Juda/malchoet is de Nefesh, Josef/jasod is de Roeach en tezamen vormen zij een vehikel voor de Neshama.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op” (Psalm 48:5). Dit zijn Juda en Josef, want beiden zijn koningen. Zij kwamen samen om met elkaar te discussiëren. Dit omdat Juda verantwoordelijk was voor Benjamin en beloofd had aan zijn vader om verantwoordelijk voor hem te zijn, zowel in deze Wereld als in de Toekomstige Wereld. Dit was de reden om Josef te benaderen, om te argumenteren met betrekking tot Benjamin [die Josef wilde houden als slaaf, na ontdekking van Josef’s bokaal in Benjamin’s voedselzak]. Het argument was dat hij niet zou worden verstoten in deze Wereld en in de Toekomstige Wereld [de spirituele wereld]. Dit, zoals wordt geschreven: “Ik sta borg voor hem, uit mijn hand kunt u hem opeisen en mocht ik hem niet bij u terugbrengen en vóór u plaatsen, dan zal ik tegenover u voor altijd als zondaar staan.”(Genesis. 43:9) “Voor Altijd”betekent in deze Wereld en de Toekomstige Wereld. Het is daarom dat het vers ons zegt, “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op”. (Psalm 48:5) Ieder was boos op elkaar.

De woorden “zij kwamen tezamen” is de bijbelse vertaling van het Hebreeuwse woord “avroe”. Rabbi Jehoeda merkt op dat “avroe”. de zelfde stam deelt als “evra”, wat “boos worden” betekent. Dit is een hint dat hun samenkomst een achtergrond van wederzijdse kwaadheid inhield.

Zij waren beiden kwaad op elkaar wegens Benjamin. [Dat verklaart] wat [nadien] wordt geschreven [in Psalm. 48:6] “ Zij zagen het en stonden perplex, geheel in de war, ontzettende angst beving hen daar, getroffen door een krampachtige rilling als van een barende. Dit betekent dat iedereen in de greep van angst was, “zoals een barende vrouw”. Omdat zij bang waren dat Benjamin gedood zou worden of zelf te worden gedood. Vanwege de verkoop van Josef op advies van Juda, wat een groot verlies teweeg bracht bij hun vader en nu dat hij [Juda] die verantwoordelijk was voor Benjamin’s thuiskomst, niet een verlies voor hun vader zou worden [door in Egypte te blijven]. Dit alles was de reden waarom Juda, Josef nader trad.

Alhoewel elk zijn eigen weg bewandelde, wilde G’D dat zij samen kwamen. De uitkomst van hun samenkomen viel voor de angstige betrokkenen en omstanders compleet anders uit. Een verdere stap in de verlossing van de mensheid vond plaats, de vereniging van yasod met malchoet.

SHABBAT SHALOM