ROSH CHODESH ELLOEL

De maand Elloel is de maand van barmhartigheid, waarin de dertien eigenschappen van G’ddelijke barmhartigheid uitstralen. Dit is de maand van medelijden, waarin de poorten van G’ddelijkheid geopend zijn voor al diegene die verlangen om dichterbij heiligheid te komen en G’D te dienen door inkeer, gebed en Thorastudie.

Dit is de laatste maand van het jaar dat eindigt, die het heden passeert naar het verleden.

Het is de maand van spiritueel zelfonderzoek en inventarisatie, waarop iemand zich bezint hoe hij het afgelopen jaar heeft doorleefd en volledig teshoewa doet over wat onwenselijk was en zich voorneemt om uiterst nauwgezet en waakzaam te zijn met het in acht nemen van de mitswot, eerlijke en zorgvuldige studie van Thora en tefilla en zich eigen maakt aan positieve karaktereigenschappen.

Dit is de maand van voorbereiding op het nieuwe jaar.

Elloel is de zesde maand gerekend van af de maand Niesan, welke wordt aangegeven in de Thora als de eerste maand van het joods nationaal jaar. In het algemene kalenderjaar van de joodse traditie echter, is Tishri de eerste van alle maanden, vandaar dat Elloel de laatste maand is.

De naam Elloel werd aangenomen, zoals alle anderen, bij de repatrianten van de eerste Babylonische verbanning, zoals onze wijzen hebben verklaard: “de namen van de maanden kwamen van Babylon”. Omdat Elloel de laatste maand van het jaar is en direct voorafgaat aan Rosh HaShana (de dag van het gerecht voor alle wereldbewoners), is het daarom de maand van teshoewa en het reciteren van Selichot, de traditionele gebeden voor vergeving.

Vanaf de Sinaï waren er dagen van verzoening tussen G’D en Israël. Toen de Israëlieten de zonde van het gouden kalf pleegde, besteeg Mosje de berg en smeekte voor Goddelijke barmhartigheid en vergiffenis, G’D was verzoenend naar hem en zei:” Hou uit twee Tafelen van steen, zoals de eersten “.

Mosje besteeg de berg op Rosh Chodesh Elloel en verbleef daar veertig dagen tot de tiende Tishri. Op de tiende Tishri bracht hij het tweede paar stenen tafelen naar beneden, welke G D had gegeven aan Israël als een teken van hernieuwde Goddelijke begunstiging en genegenheid.

Deze veertig dagen werden van toen af vast gelegd voor alle generaties, als dagen van teshoewa en vergiffenis. Hoewel teshoewa altijd wordt geaccepteerd, zijn deze specifieke dagen uitermate geschikt voor teshoewa en vergiffenis, want zij kenmerken een blijvende terugkeer van Goddelijke meegaandheid.

De periode kenmerkt zich door het reciteren van talrijke Selichot ( gebeden om vergeving ). In sommige plaatsen is het gebruikelijk om Selichot te reciteren gedurende de laatste uren van de nacht van de gehele maand Elloel, met uitzondering van Rosh Chodesh en Shabbat en sommigen beginnen vanaf de vijftiende Elloel. De Ashkanasize rite echter is om Selichot te beginnen te reciteren met de eerste dag van de week in welke Rosh HaShana valt , mits dat er vier dagen resten voor Rosh HaShana . Daarom, als Rosh HaShana valt op de tweede dag of derde dag van de week, begint de recitatie van Selichot op de eerste dag van de voorgaande week.

Beginnend met de tweede dag Rosh Chodesh Elloel tot erev Rosh HaShana worden dagelijks vier sjofartonen ( ramshoorn ) geblazen na shacharit (ochtendgebed): Tekie a, Sjewariem, Teroe a, Tekie a. Deze tonen van de sjofar zijn niet voorgeschreven door de Thora , maar vinden hun oorsprong in de joodse minhagiem (gewoonterecht).

Toen Mosje op Rosh Chodesh Elloel de berg Sinaï besteeg om voor de tweede keer de stenen tafelen te ontvangen, was het kamp vol van sjofarklanken , om duidelijk te maken aan allen Israëlieten, dat Mosje zich omhoog had begeven; zodat zij zich niet opnieuw zouden bezondigen aan afgoderij. Daarom had Israël het gebruik aangenomen om de sjofar te blazen op Rosh Chodesh Elloel en om de herhaalde oproep aan Mosje om de berg te bestijgen; Israël’s teshoewa na de zonde van het gouden kalf ; de vergiffenis die hun was verleend, en het geven van de tweede stel stenen tafelen.

De intentie om deze gebeurtenissen te herinneren is, om ons te sturen naar bekentenis van teshoewa. De sjofar word alleen geblazen na het ochtendgebed, omdat Mosje’s bestijging van de berg plaats vond vroeg in de ochtend.

De aard van de sjofarklank is, het opwekken van schroom in het hart, zoals is geschreven: “Als de sjofar wordt geblazen in de stad, zullen de mensen dan niet huiveren??” (Amos 3).

Het geluid van de sjofar proclameert : ” worden jullie wakker die slapen en worden jullie die ingedommeld zijn gewekt, gaat nauwkeurig jullie daden na en keer terug naar de goede weg ” ( RamBam, Maimonides).

Op erev Rosh HaShana wordt geen sjofar geblazen , met de bedoeling een scheiding aan te brengen tussen het sjofar blazen in Elloel, welke zijn oorsprong heeft in het gewoonterecht en het sjofar blazen op Rosh HaShana welke is opgelegd en voorgeschreven door de Thora.

SELICHOT

De essentie van de Selichot gebeden is , het reciteren van de ” dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid ” welke zijn weergegeven in het vers:
EEUWIGE, EEUWIGE, een almachtige G’D, barmhartig, en genadig, lankmoedig, vol van liefde, en waarheid, die liefde blijft betonen aan duizenden geslachten, die misdaad, schuld, en zonden vergeeft, maar niet geheel en al ongestraft laat en die de misdaad der ouders bij die van de kinderen gedenkt tot in het derde en vierde geslacht. ( Shemot 34 6-7 )

Evenzo wordt Widdoej ( zondebelijdenis ) gezegd tijdens selichot, omdat het eveneens een essentieel onderdeel is van de gebeden van vergiffenis.

En de Rabbijnen citeren Rabbi Jochanan die zegt: ” als het vers niet geschreven zou zijn, was het onmogelijk om het te zeggen. We leren van G D s woorden aan Mosje dat G D zich zelf als het ware omhulde met een taliet zoals een shliach tsiboer ( voorganger ) en hem leert de orde van het gebed van de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid en G D zij tot hem: “Telkens als Israël zondigt, laten zij houden aan deze orde van gebed en IK zal hun vergeven”.

De dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid zijn als volgt:

1) Eeuwige: IK ben het die medelijdend is voordat de mens zondigt, hoewel IK weet dat hij uiteindelijk zal zondigen.

2) Eeuwige: En IK ben het die medelijdend is nadat de mens zondigt en spijt betuigt.

3) G’D: ook dit is een eigenschap van barmhartig zoals is gezegd : ” Mijn G D waarom heeft u mij verloochend? ” iemand kan niet zeggen tot de eigenschap van strenge gerechtigheid: “Waarom heeft u mij verloochend?”.

4) Die barmhartig is: HIJ is met barmhartigheid met de armen ; m.a.w. als je de armen en zwakken minacht, minacht je mij ook.

5) En Genadig: HIJ is genadig naar de rijken.

6) Lankmoedig: HIJ is geduldig en niet snel met het vorderen van vergelding, in de hoop dat de schuldige teshoewa doet.

7) Vol van liefde: Hij handelt met liefdevolle goedheid naar diegene die gebrek hebben aan verdienste.

8) En waarheid: Hij eert en beloont die zijn wil vervullen.

9) Die liefde blijft betonen tot in het duizendste geslacht: HIJ beschermd de liefdevolle goedheid welke een persoon doet voor HEM tot in het duizendste geslacht, zelf tot het tweeduizendste.

10) Die misdaad: verdraagzaamheid ten aanzien van overtredingen welke mensen begaan opzettelijk.

11) Schuld: HIJ draagt de ongerechtigheid die een persoon begaat in een opwelling van opstandigheid.

12) En zonden vergeeft: HIJ draagt zonden die niet moedwillig zijn begaan.

13) Maar niet geheel en al ongestraft laat: HIJ zal degenen zuiveren die teshoewa doen, maar niet degenen die verzuimen om teshoewa te doen.

De dertien Goddelijke eigenschappen worden alleen gezegd in een Minjan, een gemeenschap van tenminste tien mannen.

DEFINITIE VAN HET CONCEPT TESHOEWA

Teshoewa wordt doorgaans vertaald met berouw. Dat is geen teshoewa, omdat berouw in het Hebreeuws charata is. Niet alleen zijn deze twee termen niet synoniem, ze zijn elkaars tegengestelde. Charata houdt in: wroeging of een schuldgevoel over het verleden en de intentie om zich in de toekomst anders te gaan gedragen. De persoon wenst of beslist een herboren of een nieuw mens te zijn.

Teshoewa betekent terugkeren naar het oude, naar de natuurlijke origine van iemand. Grondprincipe van het concept teshoewa is: het feit dat elk mens in essentie goed is. Begeertes, verlangens en verleidingen kunnen hem tijdelijk afbuigen van zijn eigen wezen. Maar zijn essentie blijft waarheidsgetrouw. Het slechte wat hij doet is niet een deel van hem of doet niet af aan zijn zuivere natuur. Teshoewa is terugkeren naar jezelf, terwijl berouw inhoudt het verleden verdringen en opnieuw starten.

Teshoewa betekent teruggaan naar je G’ddelijke oorsprong, je innerlijke oorsprong die G’ddelijk is en te beseffen je ware ik. Bijvoorbeeld een tsaddik, een totaal rechtvaardig mens, die geen strijd meer in zichzelf hoeft te voeren, die een en al goed is, die alleen maar in dienst staat van G’D en medemens, zo’n mens heeft geen reden tot berouw. En een zondaar die niet in staat is om berouw te hebben, maar beiden kunnen teshoewa doen. De zondaar om terug te keren en de tsaddik om meer goed te doen. De rechtvaardige, ofschoon hij geen zonden doet, streeft constant naar zijn innerlijk, naar G’D. En de zondaar, hoe ver dan ook verwijderd van G’D, kan altijd terug keren, omdat teshoewa is niet iets nieuws creëren, alleen opnieuw ontdekken het goede dat altijd al aanwezig was in jezelf.

 

Shavoe’ot – WEKENFEEST

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

Likoetei Thora

Er is een passage in het Boek Spreuken waarin de Thora zelf de spreker is en zichzelf antropomorfiseert en beschrijft al te hebben geëxisteerd vóór de Creatie van het universum. Na uitspraken als “Toen G’D de hemelen vestigde, Ik was daar; toen Hij een cirkel trok over de oppervlakte van de diepten”, gaat de Thora verder met te zeggen, “Ik was met Hem als een zuigeling en Ik was elke dag Zijn vreugde, spelend voor Hem te allen tijden; spelend met de wereld, Zijn wereld en Mijn vreugde was met de zonen van de mens.” (Spreuken, 8:30-31) Deze uitspraken zijn niet alleen poëtisch, maar bevatten ook diepgaande esoterische verwijzingen naar de essentiële aard van de Thora die werd gegeven, hetgeen wij vieren op de feestdag van Shavoe’ot.  

De Thora’s beschrijving als zijnde een “zuigeling” (“amon” in het Hebreeuws) herinnert en verwijst naar Mozes vraag aan G’D nadat Mozes net heeft verteld  dat de Joden op miraculeuze wijze zullen worden voorzien van vlees in de woestijn en Mozes “zich, als het ware, beklaagt”, dat hij niet kan fungeren als een instrument van dat gebeuren: [Wie ben ik], zegt Mozes tot G’D, dat U zegt tot mij, Draag het [Joodse Volk]  aan je boezem zoals iemand die een zuigeling te eten geeft [in het Hebreeuws, “omen”] …. waar [haal] ik vlees vandaan?” (Numeri, 11:12-13)

[Zoals verklaard ergens anders in Likoetei Thora, komt Mozes’ ziel voort uit een uitermate subliem spiritueel niveau. Zijn ziel was zo verheven dat Mozes, die juist 40 dagen en nachten bovenop de Berg Sinaï had doorgebracht, in zo een krachtige staat van heiligheid verkeerde dat hij geheel werd onderhouden door spiritualiteit en geen behoefte had aan fysiek voedsel, hij voelde dat hij zich niet meer kon relateren aan zulke aardse dingen als vlees. Hij had het begrip verloren hoe hij het aan de gewone mensen verstrekt kon worden.

Op een vergelijkbare manier, had Mozes G’D duidelijk gemaakt dat hij ongeschikt was om G’D’s boodschap van verlossing over te brengen aan het Joodse Volk in Egypte omdat hij leed aan een spraakgebrek. De Chassidische leer verklaart dat Mozes’ bezorgdheid was dat zijn eigen verheven ziel niet in staat zou zijn om de kloof tussen de gewone Joden te overbruggen, zodat G’D’s boodschap niet succesvol zou worden overgebracht. G’D’s antwoord was dat Hij Mozes zou assisteren in het “overbrengen en het doen begrijpen van de boodschap”, Mozes moet zijn bijdrage leveren in het spreken tot het Joodse Volk en G’D zou ervoor zorgen dat de spirituele “kloof” werd overbrugd. Dus in plaats van met gewoon fysiek voedsel wordt Mozes geassocieerd met het Manna dat miraculeus neerdaalde van de hemel vanwege zijn verdienste (zie Taanit 9a; Zohar III 156a). Dit was spiritueel voedsel en iets waar Mozes zich aan kon relateren.]

Hier, de opmerking om een zuigeling te voeden duidt eerder op een diepere betekenis dan op eenvoudige literaire beeldspraak. Een pasgeboren baby is niet volledig ontwikkeld; een baby moet een heel groeiproces doormaken. In het begin is een kind bijna uitsluitend een creatuur van emotie, voelend plezier, angst, etc. maar niet in staat om te denken over of te begrijpen wat het ervaart. Zelfs zijn emoties hebben tijd nodig om zich te ontplooien en om al de nuances te ontwikkelen die zij in zich bergen. (Bijvoorbeeld, een kind ervaart niet “bitterzoet” of schrijnende gevoelens, alleen wilde vreugde en immens tekeergaan.)

Hoewel het waar is dat in moderne tijden vele zuigelingen geen borstvoeding meer wordt gegeven, symboliseert deze natuurlijke praktijk een zekere spirituele groei. In feite bevordert melk de ledematen van het kind, dus borstvoeding representeert en veroorzaakt de spirituele ontwikkeling en groei van de emotionele zieleigenschappen. Tijdens de periode van verzorging rijpen de emoties van de zuigeling en ontwikkelen zich. Nochtans is het niet veel later dat het intellect van het kind zich manifesteert, dat is waarom, ofschoon het bekwaam is in het voortbrengen van geluid ( en soms zelfs heel veel) is het niet in staat om intelligent te spreken. Dit latere stadium van ontwikkeling is mystiek geassocieerd met het spenen van het kind en het begin van vast voedsel, in het bijzonder brood, zoals de Talmoed leert, “Een kind weet niet “Vader” of “Moeder” te roepen tot het de smaak van graan heeft geproefd” (Berachot 40a, in ondersteuning van de uitleg dat de Boom van Kennis, die werd geïntroduceerd als intellectueel bewustzijn aan Adam en Chava, in feite graan was).

Kabbalistisch gezien, spelen de voorname Joodse Feestdagen, Pesach, Shavoe’ot en Soekot, een rol in de creatie van de Joodse zielen. Op de zevende dag van Pesach als het ware, waren nieuwe zielen “geboren”, in de zin dat zij voortkwamen uit de verheven spirituele sfeer van Atziloet, welke onafscheidbaar is  van G’D Zelf, in de relatief “lagere”sfeer van Beriya, worden zij beschouwd als separate entiteiten. Echter deze “nieuwgeboren” zielen zijn nog niet volledig ontwikkeld. Zoals ergens anders verklaard, een ziel bezit tien spirituele eigenschappen, zeven overeenkomend met de emotionele eigenschappen van een persoon en drie intellectuele eigenschappen.

De nieuwgeboren ziel, net zoals een zuigeling, heeft tijd nodig voordat zijn emotionele vermogens volgroeid zijn; dit heeft in het bijzonder betrekking op de zo geheten “dierlijke ziel”, die de oorsprong is van iemands natuurlijke inclinatie. Ook deze, en niet alleen iemands spirituele tendensen, behoeven te worden ontwikkeld in instrumenten voor dienst aan G’D. Elk van de zeven emotionele eigenschappen, wanneer volwassen, is een compositie van alle zeven ( makend 49 emotionele componenten van ziel in totaal), en om deze “nuances” naar buiten te kunnen brengen, moet de ziel een periode ondergaan van spirituele “verzorging”. Dit refereert aan de 44 dagen van de Omer periode tussen de zevende dag van Pesach en de Feestdag van Shavoe’ot.

De Omer periode, de tijd in welke de Jood de dagen telt van de Exodus van Egypte tot het geven van de Thora op de Berg Sinaï, begint in de tweede nacht van Pesach en omvat 49 dagen in totaal. Deze corresponderen met de 49 emotionele eigenschappen van de ziel. Echter de eerste vijf dagen van deze telling ( met andere woorden, de vijf dagen van de telling) van de tweede tot de zevende dag van Pesach, representeren de mystieke vijf eigenschappen van goedheid ( de vijf Cheseds, de eerste vijf emotionele eigenschappen binnen de samengestelde eigenschap van Chesed, of goedheid zelf), welke de groei van de rest van de eigenschappen voortbrengt. De eerste vijf worden geïdentificeerd met de sfeer van Atziloet, overhoudend 44 die zich ontwikkelen na “geboorte”.

De mitzwa van het tellen van de Omer, dient de mystieke functie van verzorging van de ziel, en het ontwikkelen van hun innerlijke emotionele eigenschappen naar volwassenheid. Echter verzorging is niet een doel op zich zelf;  het leidt naar spenen en de bekwaamheid om vast voedsel  op te nemen. Dit wordt gesymboliseerd door brood en juist als “de smaak van graan” een nieuw niveau van intellectueel vermogen introduceert voor een kleuter, is het het spirituele “brood” dat de zielen na verzorging ontvangen, dat hun intellectuele eigenschappen zich uiten. Dit “brood” is de Thora zelf, die “voeding”  voor de ziel genoemd wordt (zie Talmoed Chagiga14a; Beréshiet Rabba 43:7), en waarover is geschreven, “Kom, eet Mijn brood.” (Spreuken, 9:5)

De feestdag van Shavoe’ot, toen de Thora aan het Joodse Volk werd gegeven, correspondeert dus mystiek met het “spenen” van de nieuwgeboren zielen. Dit is de reden dat ons op Shavoe’ot  wordt opgedragen een offer te brengen dat hoofdzakelijk bestaat uit twee broden (Leviticus. 23:17): één representeert de Geschreven Thora en de andere representeert de Mondelinge Thora (het gehele corpus Joodse Kennis, inbegrepen de Mishna en Talmoed, die de latente betekenis van de Bijbelse verzen openbaart). Dit niveau is ons door G’D verleend in antwoord op de zelf nullificatie van het Joodse volk uit eerbied voor Hem gedurende de overdenking van het Shema gebed, om die reden zegt het vers dat de twee broden gebracht moeten worden “vanuit je woningen” (in het Hebreeuws, “mimoshvateichem “), wat ook letterlijk van je “zittend” betekent, aangezien het Shema wanneer het gepast wordt gereciteerd zittend moet gebeuren.

“Verzorging” kan worden begrepen in de zin dat het een voorbereidende fase is leidend naar het eten van brood. Mozes, in al zijn nederigheid, voelde zich ongeschikt tot deze laatstgenoemde taak van het introduceren van “vast voedsel” van Thora aan het Joodse Volk, dat is wat hij bedoelde met het protest, “[Wie ben ik] dat U tegen mij zegt, “Draag [het Joodse Volk] aan je boezem zoals iemand die een zuigeling te eten geeft…” waar [haal] ik vlees vandaan?”

Men moet zich volkomen bewust zijn dat G’D absoluut transcendent en onkenbaar is. Elke relatie die wij hebben met Hem is een gift van G’D, die Hij verleent aan ons door overbrenging van de Thora: door Zich Zelf  “samen te persen” als het ware in de Thora, we zijn in staat om G’D Zelf te vatten door ons begrip van de Thora. De Thora zelf een is vat, het kanaal, dat deze G’ddelijkheid in zich draagt en doorgeeft  aan ons. Dit is waarom, ofschoon Mozes in zijn nederigheid voelde dat hij onbekwaam was in het overbrengen van G’ddelijkheid, helemaal afdalend naar ons niveau (dat van “brood”), de Thora zichzelf beschrijft als ze deze functie uitvoert, en zegt, “Ik was met Hem als een zuigeling.”

Het vers gaat verder met te zeggen, Ik was Zijn vreugde elke dag.”Dit verwijst naar de vreugde en het genoegen die alleen komt na intellectueel begrip. Niet alleen is de Thora een “zuigeling” die het intellectuele niveau van de ziel naar buiten brengt, het gaat zelfs verder met openbaren van diepere aspecten van  vreugde.

CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

PESACH 5776

DOORBRAAK NAAR VERLOSSING

 IN DE UITEINDELIJKE VERLOSSING, ZULLEN DE WONDEREN VAN EGYPTE OVERKOMEN ALS KINDERSPEL.

 SEFER MA’AMARIM, ADAR-SIVAN, P.147

 Wanneer we kijken naar het vers, “Zoals in de dagen van jullie uittocht van Egypte, zal Ik jullie wonderen laten zien” (Micha. 7:15) rijzen twee vragen op.

De eerste: Waarom wordt in dit vers de meervoudsvorm gebruikt dan de meer logische enkelvoudsvorm?

Dit vers is een van de weinige, waarin de uittocht van Egypte wordt beschreven in het meervoud, in de hoedanigheid van “dagen” dan simpel “dag”, zoals geschreven in het vers, “Zodat jullie zullen herinneren de dag van jullie uittocht”.

De tweede: waarom wordt er gesproken van wonderen als in de dagen van de uittocht? Dit vers gedeelte betreft de vergelijking tussen de wonderen van de uittocht van Egypte met de wonderen die zullen plaats vinden in de Uiteindelijke Verlossing. De wonderen van de Uiteindelijke Verlossing worden vergeleken met de wonderen die het Joodse Volk zag toen zij uit Egypte kwamen. Na de verlossing uit Egypte zal er geen verbanning meer zijn, daarmee wordt aangegeven dat deze verlossing op een hoger niveau is en meer compleet. De wonderen van dit tijdperk ( deze era) zullen de wonderen van de Egyptische verlossing dusdanig overtreffen dat sommige Geleerden hebben gezegd dat de Egyptische verlossing in de Era van Mashiach niet langer zal worden vermeld.

 Een andere mening is dat we de herinnering aan de Egyptische verlossing zullen continueren, aangezien het deel uitmaakt van de Komende Verlossing omdat de Egyptische verlossing de eerste stap in het proces was in het brengen van Verlossing. We zullen de eerste verlossing vermelden omdat de wonderen van de Uiteindelijke Verlossing worden vergeleken met de wonderen die men zag toen men uit Egypte kwam.  Het Joodse Volk was getuige van grote wonderen toen zij Egypte verlieten en de wonderen van de Komende Verlossing zijn te vergelijken met de wonderen van de verlossing uit Egypte.

 Voor het begrijpen van wat er wordt bedoeld met “vergelijken” geldt de volgende spirituele bron als uitleg: Toen het Joodse Volk in Egypte was moesten zij worden verheven vanuit de 49e poort van onzuiverheid (vanuit 50). Als we de Omer tellen, verheffen en bestijgen we de 50 Poorten van Bina.

Dit wordt aangetoond door het feit dat de Egyptische verlossing 50 keer wordt aangehaald in de Thora. De Egyptische verlossing representeert de 50 Poorten van Bina als zij worden neergehaald door de sefira van Malchoet. De Komende Verlossing zal ook de 50 Poorten van Bina representeren, maar deze worden neergehaald door Keter die boven de Sefirot is en tot uiting komt in Antik, die hoger is dan Keter. Dit is niet het externe aspect van Antik, maar de pnimiyoet, het diepste deel van het niveau wat boven alle niveaus is. Dit zal resulteren in een grotere openbaring van G’D in de Verlossing.

 De openbaring van G’D gedurende de Egyptische uittocht was groot maar beperkt, aangezien het was gekleed in Malchoet. In de Era van Mashiach zal er geen verhulling van G’ddelijk Openbaring zijn.

 We keren terug naar de opmerking waarom we de uittocht van Egypte zullen aanhalen in de Era van Mashiach, als de wonderen en de openbaring van G’D zo veel groter zullen zijn. De Zesde Lubavitcher Rebbe, de Frierdiger, heeft gezegd dat de Egyptische uittocht zal worden vermeld omdat het een soort van kanaal creëerde voor al de toekomstige verlossingen, inclusief de Uiteindelijke Verlossing. De Egyptische uittocht was speciaal omdat het een noodzakelijke voorbereiding was voor het “Geven van de Thora”.  Vóór de tijd van het “Geven van de Thora”, kon niets in de wereld worden verheven tot de Hogere Werelden en niets wat deze niveaus inhield kon neerdalen in de wereld van Asiyah, de wereld van actie. De mogelijkheid om te zuiveren en om de wereld te verheffen was een zeer belangrijke stap in de richting van de Uiteindelijke Verlossing, wanneer de wereld zijn Schepper zal erkennen en een verblijfplaats wordt voor het Oneindige Licht: Geprezen Zij Hij.

 Het antwoord op de eerste vraag waarom in het vers “Zoals in de dagen van jullie uittocht van Egypte, zal Ik jullie wonderen laten zien”, dagen” in het meervoud is geschreven, is: dat alle dagen vanaf de Egyptische uittocht tot de Komende Verlossing, een deel van een proces van komen uit Egypte zijn.

Elke dag moet een persoon nadenken over het Idee dat hij uit Egypte komt

De Eerste Chabad Rebbe, Rabbi Schneur Zalman van Liadi (1745-1812), identificeert het Lezen van het Shema als de geschikte tijd om onze persoonlijke uittocht te ervaren. De reden dat we tzitzit  aanhalen in Ma’ariev, het Avondgebed, op een tijdstip dat niet gelieerd is met deze mitzwa, is dat de zelfde passage de uittocht van Egypte aanhaalt.

 Elke dag laten we meer en meer beperkingen achter ons, totdat we het punt bereiken waarop we alle beperkingen doorbreken in de Uiteindelijke Verlossing. Mashiach is de nakomeling van Koning David, die op zijn beurt een nakomeling is van Peretz, wat klinkt als het woord “poretz”, dat het doorbreken van beperkingen betekent.  Elke morgen, voor het davenen, gebed, is er een fysieke verbanning die ons het gevoel geeft van beperking binnen de grenzen van ons lichaam.

 Zoals het vers illustreert:  “We zijn nakomelingen van de mens die adem in zijn neusvleugels had. Voor wat wordt hij waardig geacht?” Het beschrijft de beperkte spiritualiteit bij het prille ontwaken uit de slaap wanneer de ziel alleen in de neusvleugels is. Gedurende het gebed verspreidt de ziel zich door het lichaam en beteugeld het grove fysieke en dwingt de dierlijke ziel ( het linker deel) “ amen” te zeggen tegen zijn wil in. (Ani modi lefanecha gebed) .Dit is de enige weg naar volledige dienst. Zoals Koning David zegt, “Mijn hart is leeg in mij” aantonend dat iemand het linkerdeel van zijn hart moet veroveren voordat hij kan zeggen: “Je zult houden….”  In het Shema om de liefde te verklaren voor G’D met beide zielen, de dierlijke en de G’ddelijke. Evenzo zullen kwaad en de staat van onzuiverheid worden overwonnen en worden getransformeerd naar goed in de Era van Mashiach.

 Waarom hebben we deze verovering nodig? Waarom transformeren we niet simpel de onzuiverheid in plaats van veroveren? Iemand is een ware dienaar van G’D zoals de Alte Rebbe, Rabbi Schneur Zalman schrijft in de Tanya, wanneer hij voortdurend strijd levert en zijn aard onderwerpt. Het is de strijd die G’ddelijk Licht brengt in de wereld.

 Deze “oorlog” is de strijd met de dierlijke ziel en de overwinning brengt schatten van G’ddelijke Openbaring. Dit is een andere reden waarom de Egyptische uittocht zal worden genoemd in de Era van Mashiach; het dagelijkse gevecht tegen de dierlijke ziel is onze persoonlijke uittocht van Egypte die ten slotte zal leiden naar de Uiteindelijke Verlossing.

 Goed Jom Tov en een Koshere Pesach  

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

Daartoe had hij het lot laten werpen, dat noemen we “poer”. En daarom heet het feest dat we vieren “Poeriem”. (Ester. 9:25-26)

“Poer” is het Perzische woord voor lot, loting. (Ibn Ezra op het bovengenoemde vers)  Het is noodzakelijk te begrijpen wat de betekenis is van het woord “lot”. Want het vers impliceert dat dit het mirakel van Poeriem is, aangezien de gehele miraculeuze gebeurtenis is vernoemd naar dit woord.

De Zohar stelt, “Jom Kippoer is vergelijkbaar met Poeriem”. (Tikoené Zohar. p. 57b) (Let ook op het woord poer in Kippoer) Omdat Jom Kippoer wordt beschreven als zijnde alleen vergelijkbaar met Poeriem, volgt daaruit dat Poeriem op een hoger niveau staat dan Jom Kippoer.

Poeriem en Jom Kippoer zijn beide geassocieerd met het loten. De Talmoed zegt, “Op Jom Kippoer waren er twee geitenbokken, identiek in verschijning, gestalte en monetaire waarde.” (Joma 62a)  Het lot bepaald welke geit zou worden geofferd en welke in de woestijn zou worden gezonden. Daarom was de verzoening van Jom Kippoer, in al zijn belangrijkheid, afhankelijk van een loting.

Van de gemeenschap van Israël neemt hij twee geitenbokken als zondeoffer.”En Aaron trekt loten op de twee geitenbokken, één lot ‘voor G’D’ en één lot ‘voor Azazel’” [een voorbepaalde berg met een steile  rotswant in de woestijn ]  (Leviticus. 16. 5-8)

Het woord “Azazel” is een samenstelling van twee Hebreeuwse woorden “az” en “el”. “Az” betekent “moeilijk”, “El” wordt vertaald als “sterk”. (Siftei Chochmien)

Leviticus continueert: En Aaron trekt loten op de twee bokken, één lot, “voor  G’D” en één lot, “voor Azazel”. Hierop brengt Aaron de bok, waarop het lot “voor  G’D” is gevallen naar voren en bestemt hem als zondeoffer. De bok waarop het lot “voor Azazel” is gevallen wordt levend vóór G’D geplaatst om zo de verzoeningsdaad te verrichten en om hem “voor Azazel” de woestijn in te zenden. (Leviticus. 16:8-10)

De Mishna verhaalt hoe de loting werd uigevoerd: “Twee identieke geitenbokken werden als zonde offers vóór de Hoge Priester binnen de Tempel gebracht. Één geitenbok werd gepositioneerd tegenover de priesters rechterkant; de ander geitenbok werd geplaatst tegenover zijn linkerkant. Een houten doos bevattend twee houten loten werd voor de Hoge Priester geplaatst. Op één van de loten was geschreven ‘aan G’D’. Op de tweede was geschreven ‘aan Azazel(Mishna Yoma 3:9)

“Na het schudden van de doos om de loten te vermengen, stak de Hoge Priester zijn handen uit en nam ze uit de doos, één in elke hand. Het lot dat was genomen door zijn rechterhand werd geplaatst op de geitenbok tegenover zijn rechterhand. En het lot dat hij vasthield in zijn linkerhand werd geplaatst op de geitenbok aan de linkerkant.” (Ibid. 4:1)

“Dan knoopte de Hoge Priester een rood koordje aan de kop van de geitenbok die was gekozen om te worden gezonden naar Azazel. Dan bond hij een gouden band om de nek van de geitenbok die was gekozen om te worden geofferd. (Ibid. 4:2)

Een loting is ook prominent aanwezig in het Poeriem verhaal, een loting bracht het mirakel van Poeriem teweeg. Koningin Ester verhaalt in de Megila:

“In de eerste maand, de maand Nissan, in het twaalfde jaar van Koning Achashwerosh, wierp men het lot, Poer genoemd, over elke dag en elke maand om zo voor Haman het gunstigste moment te vinden voor zijn vernietigingsplan. Het lot viel op de twaalfde maand, dat is Adar.” (Ester. 3:7)

[Eerst had Haman een loting uitgevoerd om zich ervan te vergewissen in welke maand hij succes zou hebben. Dan werd een tweede loting gedaan, om in die maand de gelukkige dag te bepalen. (Rashi op het bovengenoemde vers)

Haman wist dat Mozes, de verlosser van het Joodse Volk, gestorven was op de zevende dag van de Maand Adar. Dus toen de loting viel op de zevende van Adar, verheugde Haman zich. Wat Haman niet wist, was dat Mozes ook was geboren op de zevende van Adar (Yoma 13b). Het feit dat de loting viel op de datum van Mozes geboorte was op zichzelf al wonder.

Lotingen functioneren op een vlak dat uitstijgt boven rede en begrip. “Het lot wordt geworpen in het geheim; het oordeel is van G’D.” (Spreuken. 16:33) Met alle eerbied voor lotingen, verlaat men zich niet op rede en wil. Men verwacht eerder dat de uitkomst uitsluitend wordt bepaald door de loting. Het lot is boven intellect en wil; het bereikt de Meester van de Wil. De werking van een loting is niet zintuiglijk waarneembaar. Hoewel mensen geloven dat lotingen toeval zijn, is in werkelijkheid de uitkomst niet toevallig. Integendeel, de voorzienigheid van G’D begeleidt het. (Malbiem op het bovengenoemde vers)

Ofschoon Jom Kippoer en Poeriem beide afhangen van het resultaat van loting, is Poeriem niettemin verhevener dan Jom Kippoer. Omdat op Jom Kippoer verzoening afhankelijk is van berouw. Maar op Poeriem zijn geen bijkomende factoren noodzakelijk. De loting zelf brengt het mirakel teweeg.

Er bestaat echter een tweede correlatie die Jom Kippoer en Poeriem gelijkstellen.

Beide feestdagen zijn boven G’D’s Naam Havayah. Berouw op Jom Kippoer wekt  het diepste innerlijke aspect van G’D op. De Zohar beschrijft dit niveau als G’D’s Essentie, die voorafgaat aan, en hoger is dan, de revelatie aanwezig in Zijn vierletter Naam. (Zohar III, Hf. 7; Likoeté Thora,p. 28:2)

Zoals Koning David smeekt, “Ik zoek Uw Diepste Innerlijk.” (Psalm. 27:8)

Het Hebreeuws voor innerlijk is afgeleid van de zelfde twee letter stam als het woord voor “voorafgaand”. G’D’S Naam, Havayah is de gereveleerde oorsprong van de 613 Mitzwot. Zoals het vers te kennen geeft, “ Dit is voor eeuwig Mijn Naam, en dit is Mijn roepnaam en Mijn herinnering voor alle geslachten.” (Exodus. 3:15)  De numerieke waarde van “Mijn Naam” (in Hebreeuws, “Sh’mi”) is 350. Als de eerste twee letters van G’D’s Naam joed en worden toegevoegd, wordt de som 365.  Dit is gelijk aan het aantal Thoraverboden.

“Mijn Herinnering” (in Hebreeuws, “zichri” ) is gelijk aan 247. Toegevoegd aan de twee laatste letters van de Naam Havayah, vav en hé, wordt het getal 248 bereikt. Deze zijn de 248 positieve geboden van de Thora.

Wanneer een positief gebod niet in acht wordt genomen of een negatief verbod wordt overtreden, dan wordt de mitzwa oorsprong in de letters van G’D’s Naam bevlekt. Op Jom Kippoer wordt G’D’s barmhartigheid opgewekt door berouw, manifesterend in het innerlijke aspect van de Sefira van Keter, dat boven de Naam Havayah is.

G’D’s Naam begint met de letter joed, symboliserend de Sefira van Chochma. Vanuit het innerlijke aspect van Keter schijnt voort de Dertien eigenschappen van Barmhartigheid. Aangezien zij voortkomen van een plaats die hoger is dan de oorsprong van de Thora en mitzwot, hebben zij het vermogen om beschadigingen in de Naam te corrigeren. Vandaar dat Jom Kippoer voor of boven G’D’s Naam is.

Poeriem is ook hoger dan G’D’s Naam. Dat is de reden dat G’D’s Naam Havayah zelfs niet eens voorkomt in het gehele Boek Ester.

[De bovenste punt van de Hebreeuwse letter joed [de eerste letter van de Naam Havayah] correspondeert met de buitenste dimensie van de Sefira van Keter. Allegorisch als een menselijke schedel, dit aspect van Keter dient als G’D’s Wilsvermogen. Dan is G’D’s Wil de verborgen oorsprong van de mitzwot. Vergelijkbaar met de 613 paden ingebed in de schedel; de mitzwot zijn uitdrukkingen van G’D’s Wil. (Zohar,Idra Rabba, p. 129)  Koning David geeft aan, “Al G’D’s wegen” (Psalm. 25:10)  en “Uw wegen zal ik zien” (Ibid. 119:15). De numerieke waarde van het woord “Keter” is 620. Dit geeft aan dat de Wil de oorsprong is van de 613 Thorageboden plus de zeven Rabbijnse instructies.]

Op Poeriem bereikt iemand een niveau boven Intellect en Wil, tot aan de Meester van de Wil zelf.

VROLIJKE POERIEM

CHANOEKA

HET CIJFER “ACHT” ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.

WIE KENT ACHT?

Dat het openlijke wonder van Chanoeka, het licht van de Menora, aanhield voor acht dagen, was geen toeval, maar wezenlijk. De Thora informeert ons dat G’d de wereld creëerde in zes dagen en ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Het cijfer zes representeert zo gezegd de natuurlijke wereld die was gecreëerd in tijdslimiet van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen (oost – west, noord – zuid, boven – onder). Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhulde aanwezigheid van G’ddelijkheid in het hart en binnenste van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes en laat het doordringen met (transcendente heiligheid) en verheft het naar zijn perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en verder dan deze wereld. Zoals alle wonderen, vond Chanoeka plaats op het niveau van “acht”, hetgeen boven de natuurlijke structuur uitreikt. Echter zijnde het laatste wonder van dien aard tot de komst van Mashiach, moest Chanoeka op een unieke zeer speciale wijze “acht” benadrukken. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overgedragen leer). Zoals vastgelegd in de Talmoed, hadden de Syrische Grieken bij het binnendringen van de Tempel al de olie bezoedeld. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het representeert het Joodse potentieel om te ontwaken vanuit de diepste sluimer van verbanning, en tot leven te komen zelfs (en misschien in het bijzonder) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Koheen Gadol ( Hoge Priester), de heiligste Jood die het niveau van “acht” personifieert krachtens de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer (gebedenboek) informeert ons dat het Mattitjahoe de Chashmonai en zijn zonen waren die de Joden hergroepeerden om de Thora te verdedigen en tegen de Grieken te vechten. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet de achtste letter van het alef – bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha – shemanai familie belichaamt de kracht van Acht.

“Acht” maakt ons duidelijk om de beklemming tijd en ruimte te boven te gaan, om te zien door een wereld die G’ddelijk verbergt en onze zielen overspoelt en bedreigt met materie. “Acht” roept ons op om mirakels te zien in de natuurlijke orde, in verwarrende gebeurtenissen van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid dat ons leidt.

“Acht” kan ons doen ontwaken uit onze collectieve sluimering. Door ons te laten herinneren aan de tijd toen G’D inderdaad openlijk “interfereerde” om de natuurlijke loop van de geschiedenis te veranderen, het versterkt ons verlangen naar de revelatie van G’D’s verlossing die wij verwachten in onze tijd.

CHAG SAMEACH

SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

SHABBAT SHALOM – GOED JOM TOV!

DE KABBALA VAN SOEKOT

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

 De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

 De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

 Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

 In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

 De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

 Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

 In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

 Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

 CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

VERBORGEN WAARHEDEN OVER JOM KIPPOER

Gedurende een lange periode in de menselijke historie, was deze cyclus inderdaad absoluut deterministisch. Echter hogere krachten intervenieerden in de menselijke historie en gaven ons de Thora. Door de Thora reveleren we aan onszelf het gepaste pad van heraanpassing aan ons hogere zelf door het vrijmaken van krachtige vermogens van Denken die diep in ons wonen.

Op Rosh HaShana blazen we de Shofar om ons innerlijke zelf duidelijk te maken dat het moet ontwaken. De volgende tien dagen eindigend met Jom Kippoer vormen het proces van de psychische/ psychologische bewustwording.

Om de verborgen krachten van Jom Kippoer op de juiste wijze te kunnen begrijpen, moeten we als het ware vorsen in de derde dimensie. Zoals we allen weten existeren we in een tijd- ruimte continuüm. Deze twee dimensies definiëren voor ons de natuurlijke wereld. Maar er is ook een derde natuurlijke dimensie, in overeenstemming met het G’ddelijk ontwerp, echter overeenkomstig onze huidige menselijke limitaties wordt dit vaak verkeerd begrepen en gezien als zijnde bovennatuurlijk. Ik heb het over de derde dimensie van de menselijke geestelijke Ziel die transdimensionaal bewustzijn bevat. Ondanks al deze abstracte concepten spreek ik eigenlijk over iets heel eenvoudigs. Tijd, ruimte en ziel werken allen op elkaar in, deze drie samen zijn de drie dimensies van het universum. De ziel is de hoogste van deze dimensies en heeft het vermogen om de andere twee te vervangen.

Maar het vermogen van de ziel kan alleen zijn natuurlijke invloed over tijd/ruimte uitoefenen, wanneer het een geheel is en volledige controle heeft over zijn geestvermogens. Wij menselijke wezens verloren de beheersing over ons denken met wat we noemen “de val van de mens” in Eden. Dit leidde naar de splitsing die we vandaag het natuurlijke en het bovennatuurlijke noemen, het bewuste en het onbewuste van de ziel.

Vandaag in onze huidige gemoedstoestand volgt alles de natuurlijke orde, tenzij anders verordent door een bovennatuurlijke kracht. Dit is zowel een spirituele als psychologische waarheid. De Thora kwam in deze wereld afkomstig van z’n Hogere Kracht, een kracht verder dan tijd, ruimte en menselijk verstand. Goed kennend onze ondergeschiktheid aan de natuurlijke orde [hoe actueel], aan die krachten die kunnen doden en vernietigen, injecteert de Hogere Kracht in de natuurlijke orde een bovennatuurlijke procedure die, wanneer die op een gepaste wijze in acht wordt genomen, de sterveling de gelegenheid geeft om tijdelijk boven zijn sterfelijkheid uit te reiken.

Verzoening betekent een terugkeer naar evenwicht. Onevenwichtigheid wordt gecreëerd door het lichtzinnige oppervlakkige en dwaze gedrag van mensen. Wanneer we ongepast handelen doen we meer dan alleen onnatuurlijk handelen, we veroorzaken in feite dat de stroom van natuurlijke energie omkeert en op een onnatuurlijke wijze vloeit. Wanneer energie vloeit op een onnatuurlijke wijze, resulteert dit in het creëren van onnatuurlijke gevolgen. Dit is de oorzaak van calamiteiten en leed in het leven.

Gebruikmakend van Thora symboliek, de natuurlijke orde van het universum werd gecreëerd en continu gehandhaafd door de Heilige Naam Elokiem. In de Thora numerologie, gematria, is deze Naam gelijk aan de waarde van 86, die de zelfde waarde heeft als het woord, HaTeva, wat “natuur”betekent. Elokiem is het onpersoonlijke “uiterlijke” Gezicht of de expressie van G’ddelijk vermogen die de dominante kracht van leven is in ons natuurlijk fysiek en eindig universum.

De Thora bespreekt de Schepping door te zeggen dat Elokiem de Hemelen en de Aarde schiep. De specifieke keuze van heilige Namen die hier gebruikt worden in het Scheppingsverhaal leert ons dat alles, zowel onze fysieke en  parallel hiermee de niet fysieke dimensies in existentie zijn gebracht volgens het domein, kracht en vermogen van wat we natuur wet kunnen noemen, een wet die werkt onder zeer nauwkeurige en strikte condities. Pas later in het Scheppingsverhaal wordt de Heilige Naam van Joed Ké Vav Ké geïntroduceerd.

Deze naam is ook een symbool voor verschillende aspecten van G’ddelijke energie, een die inwerkt met tijd en ruimte gebaseerd op het derde hogere principe van de ziel. Uiteindelijk werkt het universum automatisch overeenkomstig zijn vooraf gevormde ontwerp. Dit wordt alleen veranderd, gewijzigd of beïnvloed als bewustzijn van allerlei intervenieert.

Het Verstand van de G’ddelijke Observator doordringt ruimte, tijd en alleen door een daad van Wil kan de wijze waarop ruimte en tijd werkt en functioneert wijzigen. Deze invloed is totaal buiten de normale operationele parameter van het ruimte en tijd mechanisme. Het is daarom boven wat we noemen de wetten van de natuur. Het is een willekeurig element, niet onderhevig aan natuurlijke wetten, zoals wij die kennen. Dit willekeurige element kan niet worden getoetst, proefondervindelijk worden onderzocht of zelfs worden begrepen met ons huidig gelimiteerd niveau van menselijke intelligentie. Het willekeurig element dat we Hoger of G’ddelijk bewustzijn kunnen noemen, is een Denkproces ver boven alles wat we heden te dage begrijpen binnen de context van onze gelimiteerde moderne wetenschap. Toch is het dit willekeurig element van Hogere Intelligentie dat intervenieert op een duidelijk regelmatige basis op talrijke wijzen, waar te nemen of niet, dat leidt tot situaties en omstandigheden buiten de normen van de natuur wet.

Vanuit menselijk perspectief lijken deze interventies vaak bovennatuurlijk, wat al dan niet zo is. Maar bijna altijd verwijzen we er naar als mirakels. Wat we nog steeds niet begrijpen is, dat zelfs deze mirakels een methodische basis hebben. Mirakels zijn niets anders dan een Hogere Bewustzijn interveniërend in ruimte en tijd.

Ons ontstaan kwam van een Unieke Eenheid en onze continuerende existentie is niets anders dan een constante expressie van deze Unieke Eenheid. De Unieke Eenheid verwoordt en handhaaft natuur wetten voor het dagelijks runnen van Zijn project, ons universum. Echter Het intervenieert welke taak Het kiest uit te voeren, wanneer Het kiest en hoe Het kiest. Het is niet onderhevig aan onze wetten, omdat Het Zelf deze wetten heeft gemaakt en er per definitie boven staat. Het kan deze wetten bewerken, overtreden, versterken of die wetten afschaffen.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid werkt in Elokiem. Elokiem is Zijn “Gezicht”, maar diep binnenin is een ander schema, een schema dat voor ons willekeurig is, geïnteresseerd in hogere waarden dan de parameters van natuurlijke ruimte en tijd. De hogere waarden belangrijk voor de De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid zijn kenbaar in ons universum als kleine aspecten van ons zelf. Deze kleine vonken verstandelijke intelligentie zijn individuele monaden, ondeelbare entiteiten van bewustwording. Elk van hen wordt een ziel genoemd. Gevormd naar het Beeld van hun oorsprong, elke monade van bewuste intelligentie draagt in zich een vorm, een gezicht of lichaam. Dit lichaam zelf existerend in ruimte tijd, is onderhevig aan zijn wetten. Echter de monade zelf is van een hogere sfeer, een andere dimensie. Daarom is het onderhevig aan de hogere wetten van de Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid in het Gezicht van Elokiem is wat we noemen Joed Ké Vav Ké. Het is het diepere Hogere Gezicht van het G’ddelijke, die de Vader van de menselijke ziel is, juist zoals de Wereld de moeder van de menselijke fysieke vorm is. Juist zoals er dualiteit uitgedrukt wordt in de Unieke Eenheid, zo ook leven wij mensen overeenkomstig in  dualistische realiteiten die we het fysieke en het spirituele noemen. Alleen is er niet echt iets spiritueels aan spiritualiteit, want in werkelijkheid is wat wij spiritualiteit noemen in feite gewoonweg een ander deel van ons bewustzijn, het diepste gedeelte van onze ziel. Het is zo diepgaand dat we vaak zijn realiteit niet kunnen doorgronden, laat staan zijn bestaan, om die reden is dit deel van onszelf gewoonlijk totaal onbekend. In de wetenschap of psychologie noemen we dit deel van ons zelf ons onderbewuste. Het is realiteit, het existeert en het beheerst alles wat we zijn en wat ons overkomt, alleen zijn we ons totaal niet bewust van de aanwezigheid en invloed.

Ons individuele onderbewustzijn is onze verbinding met Joed Ké Vav Ké en zorgt er voor om menselijk te zijn, ondanks het feit dat natuur wetten ons aanmoedigen om niet anders te handelen dan dieren. Anders dan de leden van het dierlijke koninkrijk horen de mensen, diegenen die steeds de verbinding handhaven, de innerlijke stem spreken in wat we geweten noemen. Deze stem herinnert ons aan wie we zijn en stelt ons in staat het Joed Ké Vav Ké aspect in ons tot uitdrukking te brengen, aldus het individu emanciperend van strenge onderhevigheid aan de natuur wet.

Wanneer het gezicht van Joed Ké Vav Ké wordt ontsluierd, kan het het Gezicht van Elokiem terzijde schuiven door volkomen zuivere Wil of Verlangen. Dus grote revelatie in Thora is, dat Joed Ké Vav Ké Elokiem is, de Eeuwige is onze G’D. Het lijkt een eenvoudige verklaring van tribale religie en religieuze competitie, maar dit is alleen maar een mythe. Wanneer de Thora spreekt over de eenwording van Joed Ké Vav Ké en Elokiem, heeft ze het niet over individuele goden of zoiets, het spreekt over de integratie van de ziel over materie, van het Uitzonderlijke en het onafhankelijk handelende Willekeurig Element. Dus de grote revelatie van de Thora is het verheven bewustzijngevoel over de heerschappij van limitaties (zoals kenbaar door ruimte/tijd natuur wet  parameters). “Joed Ké Vav Ké is Elokiem” wanneer Hoger Bewustzijn de natuur wet overschrijd en ruimte/tijd werkt in overeenstemming met zijn Willekeurig Element. Dit verklaart het ontstaan van iets wat verzoening wordt genoemd en een uitzonderlijke dag waarop dit zal plaatsvinden, Jom Kippoer.

De Thora is een revelatie en een gift van Joed Ké Vav Ké. Het is gegeven aan  Israël om de Hemel te dienen ten behoeve van de mensheid. Israël, zoals de Thora stelt, handelt als een priesterschap of intermediair tussen de Hemel boven en de wereld beneden. Door het in acht nemen van Thora en mitzwot, verheft Israël haar collectieve bewustzijn, om de taak te vervullen als een “licht voor de volkeren”. Israël werd gekozen om een zware last te dragen en te onthullen. De historie documenteert Israëls talrijke collectieve tekortkomingen in het uivoeren van haar taak, terwijl de historie niet altijd verslag doet van haar talrijke successen. Dienend als een intermediair is Israël verantwoordelijk voor het uitvoeren van specifieke rituele opdrachten [mitzwot], dat heeft zowel een oer effect op hen zelf als op het collectieve onbewuste van de wereld. De specifieke rituelen van Jom Kippoer illustreren dit.

Verzoening betekent één worden in de juiste verhouding met de Hemel. Het betekent zich opnieuw richten, opstellen in een kostbaar evenwicht van subtiele energieën die bestaan tussen de lifeforce, noodzakelijk voor alle dingen in deze wereld en zijn oorsprong, de bron erbuiten.

GMAR CHATIMA TOVA

MOGEN U EN JULLIE DIERBAREN EN HEEL HET HUIS ISRAËL WORDEN VERZEGELD IN HASHEMS BOEK VAN HET LEVEN VOOR EEN GOED, ZOET EN GEZEGEND JAAR

Juda Groenteman

 

ROSH HASHANA 5776

Menselijk bewustzijn is de vitale sleutel die alle andere energievelden in het universum kan beïnvloeden. De onaangesproken vermogens van het bewustzijn worden heden ten dage buitenzintuiglijke waarneming genoemd. Wij allen hebben deze bekwaamheid. Zij maken deel uit van het menselijke wezen. Zij opereren en functioneren autonoom, al dan niet bewust door ons waargenomen. Vandaar dat wij altijd door krachten van veraf beïnvloed kunnen worden, ver in tijd en ver in ruimte. Om ons te helpen dit te verwezenlijken, voeren we rituelen (mitzwot) uit. Deze hebben diepgaande archetypische betekenissen in het onderbewustzijn en hebben een verregaand effect op ons als we op hen inwerken (door onze uitvoering).

Thorageboden zijn expressies van wetenschappelijke universele principes. Wanneer we die gepast uitvoeren, creëren we invloeden en subtiele verschuivingen van kosmische energie die een groot effect op ons en op onze omgeving hebben. Wetend de betekenis van de periode van Rosh HaShana is één ding; wetend wat te doen op welk tijdstip is iets anders. Dit zou onmogelijk zijn geweest voor de mensheid om te ontdekken, als de Thora ons niet gegeven was.

Toen Adam op deze Aarde kwam en op die metaforische plaats van zijn oorsprong (Rosh HaShana) stond, was hij nog altijd verbonden met zijn bron, ontvangend de complete energie waarin deze bron voorziet. Nu, in de zelfde periode elk jaar, keren wij, de nakomelingen van Adam, terug naar de zelfde plaats waar Adam stond. Maar wat is precies onze persoonlijke verwantschap met die oorspronkelijke “plaats” van Adam? Zijn we volledig daar of slechts gedeeltelijk? Zijn we in direct totaal contact met de stroom van natuurlijke kosmische energie voort komend vanuit onze oorsprong of zijn we er enigszins synchroon mee.
Bedenk zeer goed, dat waar we staan niet een fysieke stelling is, maar meer in de betekenis van hoe ons denken en onze ziel zich verhoudt tot onze innerlijke menselijke potentie en oorsprong.

Onze verwantschap met het kosmische energieveld die vloeit van dat andere dimensionale niveau naar het onze, bepaalt voor ons bijna alles in het leven, inclusief de tijd van sterven. Sterker nog, de influx van die andere dimensie waarmee onze dimensie begon is het geheim van het leven. De oorspronkelijke influx die ejaculeerde in onze dimensie, toen en nu, is de energie die de Thora Nefesh noemt. Dit is pure ruwe “levenskracht” energie, de fundamentele kracht van de Schepping. Dit is de immanente aanwezigheid van G’D doordringend alles in het universum en in de Traditie van de Thora wordt het de Shechina genoemd.

Vandaar dat Rosh HaShana “dag van oordeel” is. Op deze dag, als we reizen door ruimte en tijd, keren we terug naar onze plaats van oorsprong. Het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh stroomt daar neer in zijn oorspronkelijke overvloed. Hoe we ons verhouden tot moment dat bepaalt welke hoeveelheid we kunnen handhaven [van het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh] voor dat jaar. Er is geen groter “oordeel”dan dit. Toch is het niet maar een metafoor om te zeggen dat de Hemel of G’D over ons oordeelt. Integendeel, het zijn wij die over ons zelf oordelen. Onze psychologische spirituele staat in relatie tot ons innerlijke Hogere Zelf (onze innerlijke Adam) bepaalt voor ons en schrijft voor hoe we beïnvloed zullen worden in het komende jaar.

Goed wetend de volle omvang van ons kwantum universum, vormde de Thora voor ons mitzwot die dienen als archetypen en die ons in staat stellen om onze ware menselijke essentie opnieuw te verbinden met onze “hogere”andere dimensionale oorsprong. Dit gebeurt op een zeer precieze en specifieke manier, zoals alle andere dingen in de wetten en wijzen van de natuur. Het blazen van de Shofar op Rosh HaShana is een uitstekend voorbeeld hiervan.

We blazen de Shofar om onze innerlijke beschouwing op te wekken en uiterlijk herstel van slechte karaktertrekken en ander immoreel of illegaal gedrag. Dit wordt niet gedaan op één of andere onnozele symbolische wijze. Er is in feite een wetenschappelijke dimensie aan de Shofar, zijn tonen en de verstandelijke beschouwingen projecterende hersengolven.

De Shofar is niet een muziekinstrument; het is een instrument van geluid. Geluid heeft, net zoals een elektromagnetisch veld, een diepgaand effect op zijn omgeving. Geluid kan doden, geluidsgolven kunnen helen. Geluidsgolven creëren en geluidsgolven vernietigen. Er wordt gezegd dat G’D sprekend het universum heeft gecreëerd en tot zijn heeft gebracht. Wat G’D sprak was een unieke combinatie van geluiden. Het is interessant dat moderne wetenschappers dat de kleinste deeltjes van subatomaire materie draden noemen. Deze trillingen vormen grotere deeltjes die uiteindelijk atomen vormen, moleculen en de rest van het universum van fysische materie.

Geluid is dus de fundament van ons universum. Alles komt er uit voort. Het is geen wonder dat de Shofar een geluid uitdrukt dat primordiaal is. De Shofar creëert een geluid dat spreekt tot de essentie van ons innerlijke zijn. Zijn geluid bevat een rijkdom aan informatie, onkenbaar en niet te ontcijferen voor rationeel bewustzijn.

De Thora schrijft voor dat de Shofar gemaakt moet worden van een hoorn van een kosher dier. De details van het maken van een shofar zijn nu niet relevant, belangrijker is waar de Shofar voor wordt gebruikt. We blazen de Shofar gedurende de Rosh HaShana gebeden. Het wordt verondersteld ons er op te wijzen te overwegen ons leven te beteren. Terwijl vele religieuze en morele leringen zijn onderwezen over Rosh HaShana en het blazen van de Shofar, zijn het alleen de Kabbalisten die leren ons hoe het blazen van de Shofar werkt om het menselijk bewustzijn te wijzigen en om het concept van de realiteit te doen veranderen.

In het kort, de taal van Kabbala stelt dat het sefirotische gezicht van Bina, genoemd Imma (Hemelse Moeder) de gene is die Boven de Shofar blaast. Zij wordt verondersteld de Shofar te blazen over het hoofd van “haar zoon”, het sefirotische gezicht van Tiferet geheten Zeir Anpin.
In de synagogen heden ten dage wordt de Shofar altijd vast gehouden met de opening gericht naar boven. Echter Kabbala leert dat de opening verondersteld wordt naar beneden te worden gericht, corresponderend met het Hemelse patroon.
De Shofar is het kanaal dat Bina (het verstand) verbindt met Tiferet (het hart). Niet alleen symboliseren we dit door de opening van de Shofar neerwaarts gericht vast te houden, richting naar het hart.

De specifieke concentratie die het verstand aanneemt tijdens het blazen van de Shofar wordt door de Kabbalisten kavanot genoemd.
Tot besluit, mijn doel met het schrijven van dit essay is om een klein beetje te laten zien wat we in Thora kringen noemen, “ta’amé mitwot” (de betekenis achter de mitzwot) . We moeten weten hoe de Thora ons leert de wetenschap van geluid (gebed) en het vermogen van het menselijke verstand (kavana) in te pluggen en zo een kosmisch veld in werking te stellen en hoe het doen van mitzwot uiteindelijk verschil te weeg kan brengen en in gang kan zetten in ons kort onbewust leven in deze wereld.

Wanneer de Shofar op Rosh Hashana wordt geblazen maak dan je verstand vrij van afleidingen en luister aandachtig naar je hart. Je zou mogelijk zeer goed de “stem” van Bina/Imma kunnen horen die in je spreekt. Wat “Zij”zal zeggen, zal jij alleen weten.

GOED JOM TOV EN EEN KESIVA VECHASIMA TOVA EN SHANA TOVA U’METUKA

JUDA GROENTEMAN

SHABBAT ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’

ROSH CHODESH TOV