SHABBAT ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’

ROSH CHODESH TOV

 

 

 

 

 

 

 

DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

 Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 FASEN VAN BEVRIJDING

 De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 ONDERWERPING

 De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

 De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

 1)    Kadeish

 Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

 2)    Urchatz       

 Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

 

 

  1. 1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).
  2. 2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.
  3. 3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.
  4. 4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

 Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

 3)    Karpas

 Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

 4)    Yachatz

 Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren.

 De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

 5)    Magied

 Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken.

 In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

 6)    Rachtzah

 Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

 7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

 9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

 Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

 10)  Korech

 Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

 Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

 11)  Shoelchan Orech

 Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

 12)  Tzafoen

 Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

 13)  Beirach

 Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

 14)  Hallel

 Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

 15)  Nirtzah

 Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

 Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

 De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 CHAG SAMEACH PESACH     

 

 

    

  

   

 

 

 

                     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

POERIEM 5775, PARASHAT KI TIESSÁ

 DE VEELBETEKENENDHEID VAN HET POERIEMFEEST

Het Poeriemfeest is speciaal zo bijzonder, omdat het zowel de ziel als het lichaam voorziet van vreugde en plezier, zoals wordt aangeven in de Zohar: op Poeriem mag men door lichamelijk plezier bereiken, wat men op Jom Kippoer bereikt door het lichaam te onthouden van voeding, m.a.w. kwellen. (Jom Kippoer, letterlijk vertaald, Dag zoals Poeriem) Het Volk Israël is toegerust, zowel met lichamelijke heiligheid als met spirituele heiligheid. En het is zeer gepast dat hun fysieke handelingen altijd worden geheiligd en gedaan voor het belang van G’D alleen. Maar zolang echter als Amalek bestaat corrumpeert hij de zuiverheid van Israëls handelingen. Wanneer de macht van Amalek is verzwakt en onderworpen, zijn de fysieke handelingen van Israël opnieuw gezuiverd. Dan is de vreugde van het Volk Israëls over het Poeriemfeest bijzonder groot, want het getuigt dat de straf die zij betaalden in de dagen van Haman voor de zonden die zij hadden begaan, volledig hadden goedgemaakt. Anders zou lichamelijke kwelling aan hen zijn voorgeschreven, in plaats van lichamelijk plezier.

VROLIJKE POERIEM

 PARASHAT KI TIESSÁ

Wanneer je opneemt Exodus. 30:11 – 34:35

Rabbi Jitzchak Luria

Likoetei Thora en Sha’ar HaPesoekiem

Eerbetoon aan het Mannelijke en het Vrouwelijke

Na de opdrachten over bouwen van het Tabernakel, vertelt G’D het Joodse Volk dat, hoe belangrijk het construeren van het Tabernakel ook is, het niet jullie inachtneming van de Shabbat schenden moet

De Eeuwige zei tegen Mozes. Spreek jij zelf tegen de Kinderen van Israël aldus: “Maar…Mijn Shabbatdagen moeten jullie stipt houden, want dit is een teken tussen Mij en jullie voor heel jullie nageslacht, opdat men zal weten dat Ik de Eeuwige ben die jullie bijzondere wijding heeft gegeven.” (Exodus. 31: 12-13)

Betreffende de betekenis van deze verzen, moeten we eerst verklaren hoe G’D Mozes aansprak, gewoonlijk formuleert Hij Zijn opdrachten niet zoals hier staat geschreven.

De gebruikelijke bewoording is “Spreek tot de Kinderen van Israël en zeg hen….”of “Zeg tot de Kinderen van Israël ….”. Hier, zegt het vers “Spreek jij…”, benadrukkend het woord jij.

Om dit te kunnen verklaren, zullen we eerst een andere tegenstelling uiteen zetten. De eerste registratie van de Tien Geboden [het gebod om de Shabbat te houden] is verwoord als volgt: “Denk aan….”, de woorden “Zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft” zijn hier niet in de tekst geregistreerd.

De Tien Geboden zijn tweemaal opgenomen in de Thora. De eerste keer in de historische context toen zij werden gegeven aan de Berg Sinai (Exodus. 20:2-4), en de tweede keer in de context van Mozes overzicht van Exodus vlak voor hij stierf aan het eind van de veertigjarige tocht door de woestijn (Deuteronomium. 5: 6-18). Deze twee versies van de Tien Geboden zijn grotendeels gelijk, maar er zijn enkele kleine verschillen.

De twee versies van het eerste vers van het gebod om de Shabbat te houden zijn in vergelijk als volgt:

eerste versie tweede versie
Denk aan Shabbat, door haar wijding te geven Houdt de Sabbatdag, door haar wijding te geven, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft

Op vergelijkbare wijze, [ het gebod] om ouders te eren bevat niet de woorden “opdat je dagen verlengd worden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Het volgende gebod, na het gebod om de Shabbat te houden, is het gebod om ouders te eren. De twee versies van dit gebod zijn in vergelijking met elkaar als volgt:

eerste versie tweede versie
Eer je vader en moeder, opdat je dagen verlengd worden op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft Eer je vader en je moeder, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft, opdat je dagen verlengd worden en opdat het je goed zal gaan op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft

Ter verklaring: Deze twee geboden, het houden van de Shabbat en het eren van de ouders, zijn equivalent. De laatstgenoemde is het eren van iemands lichamelijke ouders, terwijl de eerstgenoemde het eren is van iemands spirituele ouders, met andere woorden, Zeir Anpin en Noekva, waar aan gerefereerd wordt als “de Shabbatot” [mv.] in de uitspaak van de Geleerden dat “als het Joodse volk twee Shabbatot zou houden zoals het moet, [zouden zij onmiddellijk worden verlost].”(Shabbat 118b)

Aangezien elke Joodse ziel voortgebracht wordt door de eenwording van Zeir Anpin en Noekva, mogen deze partzoefiem worden beschouwd als onze spirituele “ouders´”.

De uitspraak van de geleerden dat wij zouden worden verlost als we twee shabbatot zouden houden wordt gewoonlijk opgevat als twee shabbatot achter elkaar. Ergens anders echter becommentarieert de Arizal dat de esoterische betekenis van deze uitspraak is dat we twee aspecten van de Shabbat moeten houden, het vrouwelijke en het mannelijke aspect, welke de Shabbatnacht en de Shabbatdag zijn. Dus de twee Shabbatot zijn duidelijk Zeir Anpin en Noekva, en door hen “te eren” is het in acht nemen van de Shabbat in overeenstemming met zijn mystieke dynamica, we vervullen het gebod om onze “ouders”te eren op een spirituele wijze en worden verlost.

Dit is de mystieke betekenis van het vers: “Ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader, en zich strikt aan Mijn shabbatot houden.” (Leviticus. 19:3) [Het feit dat hier naar de Shabbat wordt verwezen in meervoud duidt op deze twee shabbatot, welke corresponderen met de vader en de moeder.

Nu zijn er twee aspecten ten aanzien van het in acht nemen van de Shabbat. Het eerste is het nauwkeurig naleven van de voorschriften van de Shabbat in al hun details, om de opdrachten te vervullen die Hij ons (mag Hij worden geprezen) heeft opgelegd en voor geen enkele andere beweegreden. Het tweede is om te rusten van werk op Shabbat opdat we genieten van het feit dat we kunnen rusten van ons werk.

U kent de verklaring van de Wijzen van [de liturgische passage,] “Laat Mozes zich verheugen in de toewijzing welke hem was gegeven”, dat Mozes vraagt aan Pharao om het Joodse Volk toe te staan één dag van de week vrij te stellen van het maken van tichelstenen omdat zij dan kracht kunnen verzamelen om meer te kunnen produceren op de andere zes dagen. Pharao ging akkoord en gaf hen de Shabbat vrij. (Shamot Rabba 1:32; Midrash Tehilliem 119)

Dit is wat de Thora bedoeld en probeert aan te geven door te zeggen, “Jij zult spreken tot de Kinderen van Israël…”; [G’D zegt tegen Mozes] “Jij [Mozes] die Pharao vroeg om hen een dag rust te geven, met andere woorden, jij zelf moet nu aan hen zeggen dat van nu af aan zij de Shabbat moeten houden niet voor hun eigen voordeel, maar eerder omdat deze Mijn Shabbatot zijn. Ik ben de Gene die hen verplicht om deze opdracht na te komen; zij zullen de Shabbat in acht nemen alleen voor Mij belang, en niet voor hun eigen belang.” Om die reden begint het vers met het woord “Maar”. Het impliceert dat zij de Shabbat zullen naleven omdat zij “Mijn Shabbat”zijn, want het is een teken….. dat men zal weten dat Ik, de Eeuwige, hen bijzondere wijding geef” en niet voor hun eigen voordeel of plezier.

Er is natuurlijk niets verkeerd aan om zich te verheugen in het naleven van G’D’s geboden, maar deze motivatie moet altijd gehouden worden in het juiste perspectief. We moeten alle geboden van G’D onvoorwaardelijk in acht nemen, als een uiting van onze onvoorwaardelijke liefde voor Hem. Zoals Rabbi Shneur Zalman van Liadi het uitdrukt; “Als G’D ons had opgedragen om gewoonweg hout te hakken [ zonder enige reden], zouden we hout hakken met het groots mogelijke enthousiasme.” Wanneer we ons eenmaal onvoorwaardelijk hebben verbonden tot het in acht nemen van de geboden, is er eveneens ruimte voor het waarderen van hun kwantificeerbare voordelen.

Zoals ik heb gezegd, de meervouds- vorm “Mijn Shabbatot” verwijst naar Zeir Anpin en Noekva. De eerste versie van de Tien geboden bevat niet de woorden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”, om dat het verwijst naar de eerste reden [voor het houden van de Shabbat], de ene dat de reden van voordeel [voor het Joodse Volk] bevat. Het is dit [aspect] waarnaar onze menselijke logica zich richt en ons [onze logica]doet besluiten dat we de Shabbat moeten naleven “opdat je rund en je ezel rust krijgen…..(Exodus. 23:12)

In de tweede versie van de Tien Geboden, vermeld de Thora de tweede reden, welke alleen is om de opdracht van de Schepper te vervullen, dit is de betekenis van de zin, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Dit verklaart waarom wij [ in de tweede versie van de Tien geboden, de opdracht voor naleven van de Shabbat begint met “Houd ” de Shabbatdag door haar wijding te geven.” De tweede [versie van de Tien geboden] is van het vrouwelijke principe, wat aangeduid wordt door het woord “houd”, zoals bekend (Zohar III: 224a)

Het Hebreeuwse woord voor “denk aan” “zachor‘ is gerelateerd aan het woord voor “mannelijk” (“zachor”). “Denk aan”, is een actief aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar de actieve afkondiging van de heiligheid van de dag, gemaakt aan haar begin (in de Kiddoesh) en bij het einde (in de Havdala). “Houden” is het passieve aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar het passieve onderbreken van werk, welke het verhoogde G’ddelijke bewustzijn opent naar de realiteit van Shabbat.

Het Vrouwelijke principe, met andere woorden, in de tweede versie van de Tien geboden, zegt aan het Joodse Volk: “Houd de Shabbatdag, zoals Zeir Anpin, aangeduid door de woorden ‘Eeuwige, je G’D’ heeft je reeds eerder opdragen, in de eerste [versie van de Tien Geboden.”

De naam voor G’D in de zin “Eeuwige, je G’D” is de G’ddelijke naam Havayah, welke is geassocieerd met Zeir Anpin.

Er zijn ook twee redenen voor het naleven van het gebod van het eren van ouders. De eerste omdat het een opdracht is gedicteerd door menselijke logica, namelijk, dat een kind zijn vader en moeder moet eren omdat zij hem gecreëerd hebben, hem in de wereld hebben gebracht en onophoudelijk zichzelf ten behoeve van hem doen gelden. De tweede is een aanduiding naar Zijn opdracht om onze spirituele vader en moeder te eren, met andere woorden, de Heilige, geprezen zij Hij, en de Gemeenschap van Israël, dat is, “Zeir Anpin en Noekva.

De wijzen refereren op typische wijze aan G’D als “de Heilige, geprezen zij Hij”. In Kabbala is deze benaming gerelateerd aan Zeir Anpin, welke “heilig”is, met andere woorden, “afgelegen” van de wereld, met betrekking tot Noekva, welke neerdaalt in de lagere sferen, zoals we weten. De wijzen refereren dikwijls aan de G’ddelijk Aanwezigheid of Shechina, als “de Gemeenschap van Israël” (Knesset Jisraël), aangevend dat het de collectieve origine is van alle Joodese zielen, de baarmoeder vanwaar zij komen als zij neerdalen van Atziloet tot de lagere werelden.

In de eerste versie van de tien Geboden, vermeldt de Thora de eerste reden, door te zeggen, “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten [van Zeir Anpin], welke de “zes dagen van de Schepping” worden genoemd.

Deze zes “uitersten” van Zeir Anpin zijn de sefirot die metamorfoseren in dit parztoef; chesed, gevoera’tiferet, netzach, hod, en yesod. Zij worden “uitersten” genoemd, aangezien zij zijn geassocieerd met de zes richtingen van de drie dimensies van ruimte. Deze zes sefirot zijn ook geassocieerd met de zes dagen van de Schepping. De associatie met de dimensies van ruimte en de dagen van de Schepping (met ander woorden,tijd) verwijst naar dat aspect van Zeir Anpin dat het conceptuele raamwerk vormt voor deze fysieke wereld. Met andere woorden, door zich te houden aan het gebod om onze fysieke ouders te eren, verhogen wij de levenskracht welke deze wereld bereikt. Deze goddelijke liefdadigheid wordt weergegeven in deze wereld als een lang leven.

De tweede versie van de Tien Geboden refereert aan de gepaste spirituele reden voor het uitvoeren van dit gebod, welke overvloed van goddelijke liefdadigheid voortbrengt en daarom worden er twee typen van beloning vermeld. De eerste is “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten, zoals boven genoemd. Daarbij, [is er een beloning van] “opdat het je goed zal gaan”, wat verwijst naar de toevloed van hoger geestvermogen. Geestvermogen wordt aangeduid door het woord voor “goed” [in het Hebreeuws, “tov“] zoals we hebben uitgelegd in ons commentaar op de zin “die goede daden van barmhartigheid doet [chasadiem toviem]” in de eerste zegen van het Staande gebed. Dit geeft aan, dat door deze opdracht te doen om zijn spirituele motivatie, dat het bij iemand ook nog meer intellectuele volwassenheid voortbrengt. Dit is de reden waarom [in de context van deze reden] is geschreven “zoals de Eeuwige [Havaya], je G’D je gebiedt.”

Door dit gebod na te leven op een spiritueel niveau, erend Zeir Anpin en Noekva door verhoogd goddelijk bewustzijn in de wereld, worden we goedhartig beloond: we bereiken een hoger niveau van goddelijk bewustzijn en spirituele volwassenheid.

Een andere verwijzing naar bovengenoemde kan worden gevonden in het feit dat het woord “et” verwijst naar een bijkomende entiteit. De twee woorden “et” in het vers worden gewoonlijk niet vertaald in het Nederlands en dient simpel en alleen om een lijdend voorwerp aan te geven. Echter interpreteren de Wijzen vaak de aanwezigheid van “et” in het vers als een verwijzing en een indicatie naar iets buiten het expliciet lijdend voorwerp “. Hier verwijst het “et“, voorafgaand aan het woord “vader”, naar Zeir Anpin en de “et” voorafgaand aan het woord voor “moeder” naar Noekva.

SHABBAT SHALOM

CHANOEKA – PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

 

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet enmem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner[Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en NoekvaHavayah [verenigd] metEh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah metElo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

 

 

Havayah = 26
Eh-yeh = 21
Havayah = 26
Elo-him = 86
Havayah = 26
Ado-nai = 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG ORIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

Aan het einde                        Genesis. 41:1 – 44:17

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

JOSEF, DE GEZEGENDE RIVIER

ZOHAR I, p. 193bå

In de volgende sectie bespreekt  de Zohar  Farao’s droom, in welke hij zeven vette koeien uit de rivier ziet komen,  die vervolgens werden verslonden door zeven magere koeien. Toen zag hij zeven korenaren  uit één halm, voldragen en mooi, welke werden verzwolgen door zeven magere verlepte korenaren.

Kijk, er komen uit de rivier zeven koeien naar boven, prachtig om te zien en vol in hun vlees, die in het oevergewas gingen weiden.” (Genesis. 41: 2)

Het enige beeld in Farao’s droom dat niet geïnterpreteerd werd door Josef was de rivier.

Met rivier wordt de Nijl bedoeld, welke de bron van levensonderhoud was voor Egypte.

Rabbi Elazar zei: “Uit de rivier….

In de vragende zin, “Wat is de betekenis van de rivier in Farao’s droom?”

Het is de rivier die op alle niveaus is gezegend, omdat deze rivier neerwaarts gaat om te irrigeren en om allen te voeden. Josef is de rivier waarmee heel Egypte werd gezegend.

Met andere woorden, de rivier die alle lagere niveaus draagt is de eigenschap van Josef, de sefira van yasod van de wereld van Atziloet, welke wateren  van Atziloet neerhalen tot in Beriya.

Meer technischer gezien, in da’at van Berya, van welke de zevenmidot van chesed naar malchoet zich verspreiden.

Kom en zie: zeven niveaus [de zeven midot zoals boven vermeld] zijn geïrrigeerd en gezegend door hem. Zij zijn degene over wie men zegt, “[Zij waren] prachtig om te zien en vol in hun vlees”.

Die in het oevergewas gingen weiden.

Het Hebreeuws voor oevergewas [riet] “ba’achoe“, heeft dezelfde stam als het woord “broederschap”, “b’schava“.

[Parallel duid op ] hun wederzijdse verbinding en overeenstemming, er is geen separatie tussen hen.

En daarom hebben zij deze loffelijke eigenschappen [van éénheid].

Al deze zeven niveaus die wij genoemd hebben, zijn een mystieke waarheden , zoals is geschreven, “

“Zij kreeg zeven kamermeisjes tot beschikking uit het huis van de koning” (Ester. 2:9).

Dat waren de zeven dienstmeisjes die aan Koningin Ester werden gegeven door Koning Achasjwerosh.

Om die reden verwijzen zij naar de “zeven koeien van prachtig om te zien” [refererend aan de zeven sefirot van de zijde van heiligheid].

In tegenstelling tot degene waarover het vers verklaart: “….de zeven eunuchs die de Koning in nabijheid diende” ( Ester. 1:10).

Deze verwijzen naar de zeven magere koeien. Zij duiden op de sefirotvan de niet heilige domeinen.

Op een dieper niveau, zijn de sefirot van heiligheid feitelijk de sefirotvan de wereld van Tikoen, terwijl de sefurot van de niet heilige kant desefirot zijn van de wereld van Tohoe. Het Joodse Volk zou moeten afdalen naar Egypte om de heilige vonken te verheffen die in de fysieke wereld waren gevallen toen de wereld van Tofoe werd versplinterd. Dit is wat aan Josef werd duidelijk gemaakt in de dromen van Farao. (Ramaz)

Rabbi Jizchak was het oneens met de voorafgaande analyse. Volgens hem zag Farao niet de sefirot van de wereld van Beriya. Hij zei: “de zeven koeien” verwijzen naar die niveaus boven desefirot van de wereld van Asiya. En “de zeven magere koeien” zijn de zeven ander niveaus daar onder.

Dit verwijst naar de zeven niveaus van Kelipa.          (Mikdash Melech)

De eerste zeven zijn van de kant van heiligheid, en de zeven andere van het aspect van spirituele onzuiverheid.

Rabbi Jehoeda [ het eens zijn met Rabbi Jitzchak] zei: de eersten waren goed, aangezien zij van de rechterzijde zijn [van de kant van heiligheid], welke aangaande is geschreven, “[G’D zag] dat het goed was” (Genesis.1:4). En de slechten zijn beneden      [inKelipa].

De zeven schoven zijn van de zijde van zuiverheid; de anderen zijn van de zijde van onzuiverheid. Deze niveaus existeren als één boven de ander, als twee tegenovergestelde. Farao zag ze allemaal in zijn droom.

Zei Rabbi Yaisa: werd dit alles getoond aan de slechte Farao?

Rabbi Jehoeda antwoordde: Hij zag alleen hun gelijkenis, want er zijn niveaus op niveaus, sommige tegenover elkaar, en sommige boven elkaar. Hij zag alleen die niveaus onder elkaar.

Hieruit leren we, dat dingen die zichtbaar worden in iemands dromen naar gelang hij is als persoon. Wanner hij slaapt, stijgt zijn ziel op om kennis te verkrijgen, ieder gelang zijn eigen niveau.

Zo zag Farao alleen wat voor hem passend was om te zien, en niets meer.

Dit in tegenstelling tot Josef, die dit onderwerp op een veel dieper niveau  begreep. Daarom is er geen meningsverschil tussen de twee opinies, Rabbi Elazar’s uitleg is van toepassing op wat Josef begreep van Farao’s dromen, terwijl Rabbi Jitzchak en Rabbi Jehoeda uitleggen wat Farao zelf zag.

SHABBAT SHALOM, CHANOEKA SAMEACH

 

SJEMINIE ATSERET – SIMCHAT THORA, PARASHOT HABERACHA / BERESHIET

SJEMINIE ATSERET – SLOTFEEST, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomt  van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. Nou, om dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest, antwoordde de eenvoudige man. Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn en als Joden delen we de verbintenis  met de essentie van de Thora, een verbintenis die ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstel met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

CHAG SEMÉACH, GOED JOM TOV

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA 
Op de feestdag van Sheminie Atseret – Simchat Thora (donderdag 16 en vrijdag 7 oktober), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (donderdag 16 oktober) in Israël, lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, als het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 28 september is.

PARASHAT WEZOT HABERACHA        En dit is de zegen

Deuteronomium. 33:1 – 34:12

Rabbi Shimon bar Jochai.

Het verwelkomen van gasten in de Soeka.

Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, refererend aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezicht uitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

PARASHAT BEREESHIET

In het begin

Genesis. 1:1 – 6:8

Rabbi Jitzchak Luria

Zichtbaar vanuit het niet Zichtbare

Etz Chaim, geschriften van de Ari, Sha’ar Rishon, Droesh Igoeliem V’Yosher, Anat Beth.

Weet dat vóór enig uitvloeisel was voortgekomen of enig geschapene werd gecreëerd, was er een enkel [compleet en perfect], hemels [verheven, transcendentaal] Licht dat de hele existentie vulde. Er was geen lege “plaats”, of lege ruimte. De hele realiteit was gevuld met OR EIN SOF [Licht Zonder Einde, of eenvoudig, Oneindig Licht]. Er was geen categorie van “begin” en geen categorie van “eind”. Alles was één, verenigd, simpel, ongedifferentieerd, alomtegenwoordig en homogeen Oneindig Licht, “Or Ein Sof” genoemd.

Wanneer het oprees in Zijn Wil om werelden en uitvloeisels te laten voortkomen, om tot licht te brengen, met andere woorden, de perfectie van Zijn handelingen, Zijn Namen en Zijn eigenschappen kenbaar te maken, wat het eigenlijke doel van her Scheppen van alle universums is, trok en beperkte Hij Zijn Oneindige Essentie weg van het middelpunt van Zijn, dat is van het absolute middelpunt van Zijn Licht [om een “plaats” te creëren waarbinnen een systeem van differentiële dimensies of werelden kunnen voortkomen en tot stand kunnen worden gebracht]. Aangezien oneindigheid uiteraard geen middelpunt heeft, wordt dit alleen gezegd vanuit het gezichtspunt van de “ruimte” die op het punt staat te worden gecreëerd. Hij beperkte dus dat Licht, distantieerde het naar het uiterste, rond dit middelpunt, achterlatend een vrije ruimte hol en leeg…

En Ziedaar, na deze beperking, die resulteerde in de schepping van een “vrijgekomen ruimte” een holle leegte in het midden van het Oneindige licht van Ein Sof, was er een “plaats” voor alles wat voort kan worden gebracht, [Atziloet] creëerde [Beriya], vormde [Yetzira], en completeerde [Asiya]. Hij trok voort een enkele rechte Straal van Zijn Oneindig Omgevend Licht [en verlengde het neerwaarts] in de vrijgekomen ruimte. Deze Straal daalde in fases neer in de vrijgekomen ruimte. Het hoogste uiteinde van deze Straal raakte en kwam voort van het Oneindige licht van de Ein Sof [ dat de Ruimte omgaf] en strekte zich neerwaarts [in de vrijgekomen ruimte richting middelpunt] maar niet helemaal tot de bodem [zodat het niet het ineen storten van de vrijgekomen ruimte veroorzaakt, met als gevolg dat het zich opnieuw verenigt met G’D’s Oneindig licht]. Het was door deze Straal [dienend als een kanaal] dat het Licht van de Ein Sof neerwaarts werd getrokken en beneden werd uitgespreid. In deze vrijgekomen ruimte, emaneerde, creëerde en vormde en completeerde Hij vervolgens alle werelden. Door deze Straal, welke diende als een beperkt kanaal, spreidde het uitvloeiende Hemelse Licht van de Ein Sof voort en vloeide neerwaarts in de universums die waren gevestigd binnen die Lege Ruimte.

SHABBAT SHALOM

 

SOEKOT- LOOFHUTTENFEEST, SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

Rabbijn Juda Groenteman geeft in november een aantal lezingen in Antwerpen, informatie via:

http://www.elcker-ik.be/InformCMS/preview/index.php?pag_id=550288&cty_id=1730

ZEVEN HEMELSE GASTEN

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

RABBI JITZCHAK LURIA

Van de vele mitzwot verbonden aan de feestdag van Soekot, is misschien het meest opvallende de eigenlijke structuur van de soeka (hut) in welke wij alle feestdagen verblijven en waarnaar het feest is genoemd. Hoewel de expliciete reden voor het bouwen van de soeka is, om te herinneren aan de miraculeuze uittocht uit Egypte en G’D’s bescherming tijdens de reizen door de Sinaï woestijn, verklaart de Ari dat, op de juiste manier geconstrueerd, de soeka dient als een model van de spirituele werelden en een kanaal voor verruimend bewustzijn, een kanaliserende G’ddelijke vrijgevigheid in de Lagere Sferen.

Een belangrijk element voor een geldige soeka is de “schach“, de dakbedekking, gemaakt van organische natuurlijke materialen welke rusten op de wanden. Chassidische literatuur leert dat zowel de woorden “soeka” en “schach” verwijzen naar de uitdrukking “beseffen [Hebreeuws, “sochei” met G’ddelijke inspiratie”, welke gebruikt wordt in de beschrijving van onze matriarche Sara, ook bekend als “Isca” (van de zelfde stamletters).

De Ari leert dat deze connectie tussen schach en G’ddelijke inspiratie, profetie of enig andere verruimend bewustzijn allesbehalve bijkomstig is.
In feite, de schach van een koshere soeka in het bijzonder dient als een medium door welke wij hemelse wijsheid en begrip absorberen.
Kabbala reikt niet alleen voorbeelden aan van spirituele realiteiten in de celestiale werelden, maar dat ook wij een actieve rol kunnen spelen in hun manifestatie in Deze Wereld. In de soeka functioneren wij in de rol van de partzoefiem van Zeir Anpin en Noekva, gelijk een onvolwassen zoon en dochter (of kuikens in een nest), en de schach functioneert als een interface met de partzoef van Imma, de verzorgende “moeder”, niet verschillend van “onze moeder” Sara, zwevend over haar jongen in haar nest, toekennend wijsheid en begrip, en hen de mogelijkheid geeft om tot volwassenheid te komen, en hen een glimp te laten opvangen van het universum van uit haar verheven perspectief.

GOED JOM TOV!

 

JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG

VAN ALLE FEESTDAGEN, WORDT JOM KIPPOER BESCHOUWD ALS DE MEESTE HEILIGE EN SUBLIEME.

Op een eenvoudig niveau geeft Jom Kippoer de indruk een dag te zijn, opgedragen aan berouw, maar is dit werkelijk het geval? Bedenk, eerst komt Rosh Hashana, “de dag van oordeel” en dan Jom Kippoer, een dag van berouw. Is deze volgorde op enigerlei wijze zinvol:

Waarom zou een dag van berouw volgen op een dag die is opgedragen aan oordeel?

 WORSTELEN met MODDER

Hoe komt de heiligste dag verstrengeld met een dag die iemands slecht handelen weergevend? Kan het zijn dat er op deze heiligste der heilige dag niets beter te bepraten valt dan al het afval dat iemand in het voorgaand jaar heeft verzameld?

Begrijpelijkerwijs wordt het negatieve naar boven gebracht met als doel om ons er aan te herinneren onszelf te zuiveren. Aangezien we niet kunnen vergeten en laten gaan datgene dat we ons niet herinneren en erkennen en verschuldigd zijn. Toch is het even waar “dat iemand die worstelt met een bemodderd persoon zelf wordt bemodderd.”

Hoewel er plaats is voor indringend bewustzijn van je negatief gedrag, zou misschien Jom Kippoer hiervoor niet juiste het moment zijn. En inderdaad is dit niet zo. Jom Kipppoer gaat niet over het verhalen, herinneren van al onze negatieve bagage, want daarvoor is de hele maand Elloel.

Elloel is een tijd waarin we eerlijk en grondig soulsearching doen, een zelf onderzoek en streven het verkeerde recht te zetten. Het is een periode waarin wij oprecht ons gedrag analyseren, herstellen als er schade is aangericht en ferm besluiten om onze toekomst te verbeteren. Als de maand Elloel eindigt, zijn we gereed voor Rosh Hashana, “de dag van oordeel”.

Wat is dan Jom Kippoer?

GESCHEIDEN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Dit universum bestaat uit  tijd, ruimte en bewustzijn. Er zijn drie eigenschappen ten aanzien van de Schepping; Olam, ruimte, Shana, tijd en Nefesh, ziel. Wat en waar we ook zijn, we zijn altijd op een bepaalde locatie op een bepaalde tijd en in een bepaalde staat van denken, gemoedstoestand. Deze drie zijn zo intensief met elkaar verbonden dat de ene niet kan existeren zonder de anderen; tijd en ruimte worden alleen “absoluut” wanneer een bewustzijn, een waarnemer deze als zodanig observeert.

Tijd, ruimte en bewustzijn expanderen vanuit een centraalt punt, met andere woorden, de tijdstroom, de oorsprong van ruimte, en de extensie van bewustzijn ontwikkelen zich vanuit een punt van referentie. Tijd, Ruimte, Normatief Bewustzijn functioneren in een universum van polariteit, gesepareerdheid, diversiteit en fragmentatie. In lineaire tijd is een verleden dat invloed heeft op een heden en die op zijn beurt een effect heeft op de toekomst, het zelfde geldt voor ruimte. Ruimte heeft gedefinieerde dimensies, een breedte, hoogte en diepte. De waarnemer, het bewustzijn dat tijd en ruimte op deze gefragmenteerde wijze waarneemt is juist de schepper van al deze diversiteit omdat hij slechts zijn eigen innerlijke polariteit, dualiteit en innerlijke onenigheid projecteert op het leven dat hem omringt.

 DE EENWORDING VAN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Toch is er voor al de multipliciteit en diversiteit een centraal punt, dat één verenigd geheel is, vanwaar uit alle separatie en diversiteit voortkomt. Onmiskenbaar is het middelpunt van alle realiteit en existentie, de Schepper, maar als een manifestatie en vertegenwoordiging van deze eenheid, is er een expressie van eenheid in tijd, ruimte en bewustzijn, een punt vanwaar uit alle dualiteit voortvloeit. Er is een tijd, ruimte, ziel realiteit waarin de oneindige eenheid uitwaards begint te stromen tot in de eindige realiteit en waar de eindige separatie en oneindige eenheid verenigd en onafscheidelijk worden.

JOM KIPPOER REFLECTEERT EENHEID EN EENWORDING OP ALLE DRIE NIVEAUS, IN TIJD, RUIMTE EN BEWUSTZIJN.

 Met betrekking tot tijd wordt aan Jom Kippoer gerefereerd als achas ba’shana, de Eenheid van het Jaar. Jaar in het Hebreeuws, shana, is een woord dat is gerelateerd aan het woord shinoei, betekenend, verandering, aangezien de vloed van de jaarlijkse cyclus getuigt van diversiteit en de verandering van de seizoenen. En te midden van deze multipliciteit, staat Jom Kippoer als achas ba’shana, het focus punt van tijd uitdrukkend, de ultieme eenheid van tijd van waaruit alle veelvoudige tijd realiteiten voortkomen.

Evenzo wordt Jom Kippoer geassocieerd met de eenheid en eenwording van ruimte. Toen de Beth Ha’mikdash, de Tempel in Jeruzalem er nog stond, was het de Hoge Priester alleen toegestaan op Jom Kippoer, de heilige ruimte van Kadosh Kadoshiem, het Heilige der Heilige te betreden. Daar stond de Ark van het Verbond op de even hashesya, de fundatiesteen, de mystieke mysterieuze rots vanwaar uit de gehele fysieke ruimte zich uitstrekte, zoals de Talmoed verhaalt. De Ark van het Verbond was fysiek zoals al het andere, een manifestatie van deze materiële existentie met fysieke eigenschappen, en toch, geplaatst in het Heilige der Heilige, nam het geen enkele ruimte in. Als men zou kunnen meten vanaf de buitenwand van de Ark in elke richting, zou de totale som van de lege oppervlakten het zelfde zijn als de totale som van de gehele ruimte van het Heilige der Heilige.

Paradoxaal bevatte de Ark een welomlijnde afmeting, en toch nam het op geen enkele wijze ruimte in beslag, een totale smelting, eenwording en herintegratie van dimensie in het niet dimensionale, van ruimte in het niet ruimtelijke, hoewel de Ark zelf zijn afmetingen behield en tegelijkertijd niet ruimtelijk was.

ONS ESSENTIËLE ZELF ONTHULLEN

 En tenslotte en dit is zeer belangrijk, reveleert Jom Kippoer de éénheid van ons diepste zelf.Helaas, hopelijk zelden, gebeurt het, dat de wijze waarop we handelen en de weerspiegeling van ons uiterlijk gedrag niet overeenkomen met ons ware innerlijke. We wijken af van ons innerlijke pad en het proces verduistert ons innerlijk Licht, en toch, doet het er compleet niet toe hoe ver of vervreemd we zijn van ons innerlijk Licht, ons innerlijk Licht kan nooit en te nimmer worden vervaagd.

In essentie zijn wij puur en transcendent en elke negativiteit waar we ons mee engageren of inlaten is niet wie we zijn, eerder is het wat we hebben gedaan. De essentie van wie we zijn blijft onaangetast. De consequenties van ons negatief handelen kan maar oppervlakkig penetreren en kan zichzelf met ons verbinden maar meer als een aanhangsel. Het is waar dat zij ons terneer drukken, onze belasten, onze zicht vertroebelen, maar zij heeft geen effect op het diepste oneindige deel van onszelf, de ziel, die altijd één, puur en verbonden blijft.

Jom Kippoer geeft ons de kracht om ons diepste, oneindige, niet dualistische zelf te bereiken. Het is een dag waarop we boven ons ego uitstijgen en volledig in de diepste bronnen van onze vrije ziel doordringen.

Meta historisch was Jom Kippoer gekozen als een dag van teshoeva, omdat het de oorspronkelijke dag was van vergiffenis op het moment van de geboorte van het Joodse Volk.

Slecht zes weken na de monumentale G’ddelijke ontmoeting bij de Sinaï, toen de absolute Eenheid duidelijk zichtbaar was, dansten de Oude Hebreeën rond het Gouden Kalf en proclameerden, “dit is de god die ons uit Egypte leidde”. Het verlangen om een beeld te verafgoden en te aanbidden was zo sterk en de menselijke dubbelheid behoeft aan conceptualisering en context was zo overweldigend, dat zij niet in staat waren de Sinaï gepast te assimileren.

Acht dagen later, na veel gebed en smeken van Mozes, verwierf en bereikte Mozes vergeving, een middel om opnieuw toegang te verkrijgen tot de hoogste niveaus, zelfs nadat men diep is gevallen. Die dag was de tiende van de zevende maand van Tishré, die dag wordt door de Thora aangeduid als Jom Kippoer.

Op Jom Kippoer, zegt de Talmoed, “de essentie van de dag brengt verzoening”. De dag van Jom Kippoer roept en brengt voort sublieme middelen van superioriteit die alle uiterlijkheden, dus alle negativiteit overschaduwt. Of we volledig bewustzijn zijn of niet maakt weinig verschil, zolang als we minimaal de helende kracht van de dag accepteren en zeker niet interfereren.

EEN DAG VAN SUPERIORITEIT, EEN TIJD VAN IMMANENTIE

 Jom Kippoer is een dag waarop we afzien van normatieve lichamelijke behoeften. De restricties van de dag zijn niet primair bedoeld om lijden van het lichaam te veroorzaken. Als pijn veroorzaken de intentie was, zouden er veel effectievere manieren zijn om dat te bereiken. De focus hier is te bewerkstelligen dat de  normatieve fysieke sfeer wordt doorbroken. Het is een dag toegewijd aan het bereiken van transcendentie van het fysieke, als ook een transcendentie van alle negativiteiten en geringschatting.

Op Jom Kippoer vindt totale transcendentie plaats. Dit is een dag waar wij ons onthouden van shoven, “rust”, zoals de stam van het woord Shabbat, van eten, drinken, echtelijke relatie, zelfs van lopen en verplaatsen, gerepresenteerd door het verbod om leren schoeisel te dragen en andere lichamelijke behoeften. Er is een complete materiële transcendentie, een afzien van alle fysieke dingen. Velen hebben de gewoonte om zo veel mogelijk te staan gedurende de gebeden. Gedurende de gebeden wordt een wit lang hemd gedragen (kittel), en er wordt een witte gebedsmantel (Talliet) gedragen.

Het uiteindelijke terugkeren, teshoeva, is wanneer we een radicale ommekeer van ons verleden opwekken. Zelfs het negatieve verleden en ons verleden omvormen in een positieve context binnen het heden. In de Taal van de Talmoed, teshoeva van liefde verandert “koppige overtreding tot positieve goedheid”. Hoe kan dit gebeuren?

Voor de een is het juist ons voorafgaand negatief handelen dat ons heersend diep verlangen om terug te keren motiveert, en om een meer diepgaand niveau van teshoeva te bereiken. Ons negatief gedrag van het verleden kan als een springplank voorwaarts dienen naar positief gedrag in de toekomst. Dit nieuw strategisch punt is de essentie van goedheid en licht binnen de ogenschijnlijke negativiteit en duisternis. Retroactief sprekend, de G’ddelijke goedheid in het negatief handelen is, dat het kan en vaak binnen de persoon een diepere wil opwekt om terug te keren en bewerkstelligt het dat iemand zijn handelen veranderd.

Om die reden is het woord voor “wandaad” in het Hebreeuws chet, gespeld als, chet, tet, alef. Technisch kan het woord chet geschreven worden zonder de laatste letter alef, die niet uitgesproken wordt en dus klaarblijkelijk overbodig is. En toch heeft chet een alef, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de fonetische opening van alle klanken, een die de Eerste, de Ene en de Enige representeert. Mogen wij waarlijk bewust zijn van deze dag van achat ba’shana, eenheid van tijd en een verzachting van ons gehele zelf bereiken binnenin het opnieuw ontdekte zelf.

Mogen we verdienste overtreffen in de ontzagwekkende dag van Jom Kippoer en ons diepste zelf onthullen. Mag de uitwerking van onze persoonlijke innerlijke transformatie worden waargenomen en gevoeld door de hele wereld. Mogen we voor de “essentie van de dag” toestaan om ons ware teshoeva te brengen, en dat ons eigen teshoeva een teshoeva inspireert voor de hele wereld, zodat de wereld wordt geheeld en herstelt van zijn fragmentatie, versplintering en schijnbare zinloosheid.

Juda Groenteman      

 

DE KOSMISCHE ZIEL VAN ROSH HASHANA

ROSH HASHANA VERTEGENWOORDIGT VERNIEUWING VAN JE ZELF EN VAN DE WERELD

De Dimensie Van Bewustzijn

Het universum is niet gebouwd in tijd en ruimte alleen; het heeft andere parameters. Zoals ruimte zich uitstrekt in drie dimensies en de tijd uitstrekt van verleden naar toekomst, zo strekt dit andere continuüm zich uit van het binnenste naar het buitenste, van de etherische essentie van zijn tot concrete realiteit die we aanraken en voelen, van simpliciteit van oneindig licht naar de chaos van onze uiterste wereld. We kunnen het de kosmische ziel noemen of de dimensie van bewustzijn. Of we kunnen gewoon zeggen dat het hele universum kan worden begrepen als een soort persoon van wie elk van ons niet meer dan een oneindig klein, microreproductie is.

Op paradoxale wijze drukt deze kosmische ziel zichzelf in ruimte uit door het medium van tijd. Zodat wat existeert in de ziel, existeert in tijd en wat existeert in tijd, existeert in ruimte. In de ziel is een besef, een bewustzijn en de plaats vanwaar het bewustzijnsleven zich uitbreidt, in ruimte is er het Land van Israël, een ruimte van  waaruit de hele wereld wordt gevoed. In tijd is er Rosh Hashana, een tijd van waaruit alle tijd wordt vernieuwd.

Dus we noemen het Rosh Hashana, letterlijke betekenis, Hoofd van het Jaar. Niet alleen een begin, een startlijn, maar een hoofd. Net zoals het hoofd het bewustzijn bevat van alles wat er gebeurt in het lichaam, zo ook is Rosh Hashana het essentiële knooppunt waardoor alle vitaliteit van een heel jaar reist

Ruimte, tijd en bewustzijn, op één niveau, lijken van elkaar te verschillen, met bewustzijn, handelend als een waarnemer, getuige van ruimte binnen een context van tijd. Maar op een meer diepgaand niveau, existeert tijd niet zonder ruimte en geen van twee existeert zonder een waarnemer, aangezien de waarnemer effectueert en fundamenteel creëert dat wat is waargenomen.

Om alleen te praten over de vernieuwing van tijd op Rosh Hashana  zonder in te gaan op de vernieuwing van ruimte en de vernieuwing van bewustzijn kan niet accuraat zijn . Als Rosh Hashana de vernieuwing van tijd is en het zenuwcentrum waardoor alle richtingen van de tijd stromen, is het ook de vernieuwing van ruimte en bewustzijn. Op Rosh Hashana is er een totale kosmische vernieuwing; en door onszelf af te stemmen op deze ontzagwekkende dag, kunnen wij hernieuwde vitaliteit bereiken op alle niveaus van ons wezen, een radicale vernieuwing in tijd, ruimte en bewustzijn.

VERNIEUWING VAN DE MENSHEID

 Rosh Hashana is ook de dag van onze collectieve beoordeling, omdat het een dag is die de creatie van de mensheid viert, de Genesis van Adam. Adam representeert de kosmische mens, adam/kadmon de primordiale mens. In aanmerking nemend dat Adam de eerste mens was, kunnen alle mensen hun genen terugvoeren tot één voorvader. Zoals fysiekheid een reflectie is van de spirituele realiteit, is Adam ook onze spirituele voorvader. Adams ziel is de collectieve en universele ziel waar alle zielen uit voortkomen, een zielsoorsprong waar alle individuele zielen van zijn afgeleid.

Adam is dus de verpersoonlijking van heel het menselijk bewustzijn. De creatie van Adam was niet een eenmalig gebeuren, het gebeurt elke moment opnieuw, uitmondend in het centrale punt van deze vernieuwing op Rosh Hashana, wanneer een totale vernieuwing van kracht en energie van ons individueel bewustzijn plaats vind.

DE FUNCTIE VAN DE TEMPEL

 Toen de Tempel stond in Yeroeshalayiem/Jeruzalem, was dit het centrum van tijd en ruimte; hernieuwd bewustzijn werd daar geboren in het zicht van de wereld. Als focuspunt van de hele ruimte, het middelpunt van waaruit alle richtingen voortvloeien, was er een constante tastbare waarneming van nieuwheid en frisheid in het domein van de Tempel. De Toonbroden werden nooit oud, zij bleven vers gebakken, zij smaakten altijd vers, zelf als zij een week tevoren waren gebakken, zoals de Talmoed aanhaalt in Chagigah. 26b.

De Tempel was gebouwd op de plaats waar Jacob eens had geslapen en droomde van een ladder naar de Hemel, zoals de Thora verhaalt in het Boek Genesis 28:12-18.

Toen hij wakker werd uit deze droom, proclameerde hij, “Ongetwijfeld is Hashem in deze plaats; en ik wist [realiseerde] het me niet. ”Wat hem verontrustte was dat hij had geslapen op een heilige plaats. De Talmoed noemt slapen “een zestiende van dood zijn “ (Berachot 57b). Slaap is statisch, stilstaand, niettemin moet een heilige plaats levend zijn, wakker en rechtovereind staan en met enthousiasme in bewegingen zijn. Jacob was verontrust dat hij niet overeenstemde en harmonieerde met zijn bewustzijn.

Heden ten dagen proberen wij zijn vergissing recht te zetten door niet overdag te slapen gedurende Rosh Hashana, vooral niet voor het blazen van de Shofar, die kosmisch ontwaken representeert.

We proberen ook de misstap van Adam recht te zetten die, als de personificatie van de algemene ziel van de mensheid, dualiteit koos, ouderdom en uiteindelijke sterfelijkheid. In plaats daarvan proberen we ons bij de hernieuwde G’ddelijke energie stroom aan te sluiten en een hischadshoet/ vernieuwing in vitaliteit en energie in al onze aspecten van het leven te brengen.

WIJ WENSEN AL ONZE VRIENDEN  EN SUPPORTERS EEN KETIVA VECHATIMA TOVA, MAG DE ALMACHTIGE U EN DE UWEN INSCHRIJVEN VOOR EEN GOED EN ZOET JAAR.

PARASHAT HA’AZINOE

 Neig het oor   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

 Rabbi Schneur Zalman van Liadi

 “Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviem betekenen beide regendruppels.

De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem, “Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshe voortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen en eisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

 

 

SHAVOE’OT – WEKENFEEST 5774

ZEMAN MATAN THORATENOE

De dag waarop wij herdenken dat het Joodse volk de Thora kreeg.

 Zou iemand tegen je zeggen dat er wijsheid is onder de volkeren, geloof het…maar als hij tegen je zegt dat er Thora onder de volkeren is, geloof hem niet. (Eicha Rabba. 2:13) Deze stelling van onze Geleerden geeft het verschil aan tussen wijsheid en Thora.

Begrip van rationele inzichten stelt fundamentele kundigheid met axiomatische veronderstellingen en de grondregels van wetenschappelijke methoden voorop. In filosofische terminologie worden deze de principes van logica genoemd. De regels van logica en axiomatische veronderstellingen dwingen het intellect tot conclusies.

Deze regels en veronderstellingen leiden inderdaad tot conclusies, maar zijn op zichzelf niet gebaseerd op enig voorafgaand principe dat dwingt deze te adopteren. Het is afhankelijk van iemands “goede wil”, als hij het er mee eens is, als hij bereid is ze te accepteren, dan zal hij ook de rationele conclusies die erop volgen accepteren. Als iemand niet bereid is om ze te accepteren, heeft iemand de optie om de regels en veronderstellingen af te wijzen en daarom zal hij ook elke hieruit voortvloeiende conclusie afwijzen.

Dit is een manier om aan te tonen dat het intellect zelf afhankelijk is van iets dat het intellect te boven gaat. Het intellect zelf voelt aan dat zijn eigen oorsprong van origine niet het intellect is. Want de fundamentele punt ten grondslag liggend aan het hele intellect, met andere woorden, axiomatische veronderstellingen, is niet overtuigd van een zuiver rationele zienswijze. Axioma’s zijn geaccepteerd omdat zij een beroep doen op het menselijke. Daarom is hun acceptatie een handeling van vertrouwen, geloof en psychologische veronderstelling of vermoeden.

Hierin ligt het verschil tussen wijsheid en Thora. Acceptatie van wijsheid is afhankelijk van iemands goede wil. Als de rationele principes aantrekkelijk voor hem zijn, zal hij die gebruiken om gevarieerde conclusies te kunnen trekken, zelfs als deze principes hem zelf niet overtuigen. Dit is compleet niet het geval met Thora. Want Thora, zoals de term wordt geïnterpreteerd in de Zohar III:53b, betekent hora’ah [instructie]: Thora leert de mens wat verplicht is, wat gepermitteerd is, met ander woorden, de drie categorieën van issoer [wat niet is toegestaan], reshoet [de keuzemogelijkheid] en de mitzwa [de G’ddelijk verordende opdracht en heiliging]; en Thora eis dat iemand de sfeer van reshoet converteert in een mitzwa.

De Thora maakt deze instructies onafhankelijk, ondergeschikt aan menselijke instemming. De Thora leert en verlangt dat de mens hen, ongeacht zijn eigen mening en verlangens, ze moet volgen.

 Dit is vervolgens de betekenis van “wijsheid is onder de volkeren, geloof het…Thora onder de volkeren, geloof hen niet”. Het concept van Wijsheid, iets dat ondergeschikt is aan iemands goede wil en goedkeuring, existeert nog onder de volkeren. Als en wanneer zij de veronderstellingen en principes van een redenering kunnen goedkeuren, zijn zij bereid ook de conclusies te accepteren. Het concept van Thora echter, die geaccepteerd moet worden zonder enige voorafgaande instemming, met andere woorden, ongeacht of het aantrekkelijk of interessant is voor hem of goed doet of niet, bestaat niet onder de volkeren.

CHAG SAMEACH

 

 

 

 

 

DE KABBALISTISCHE PSYCHOLOGIE VAN PESACH

HOE DE MITZWOT DIENEN ALS ARCHETYPES VAN HET COLLECTIEVE BEWUSTZIJN

Elk jaar, met Pesach, opent zich een unieke vortex in het tijd/ruimte continuüm, die een bijzondere wijze van G’ddelijke lichtstraling mogelijk maakt om in deze wereld binnen te komen. Deze kosmische ingang is maar voor een zeer korte tijd geopend, slechts enkele uren tijdens de nacht van Pesach.

De Hagada brengt naar voren dat “iemand die zichzelf niet ziet alsof hij Egypte verlaat, niet zijn plicht heeft vervuld in het vertellen van het verhaal.”

 

De exodus is niet alleen een historische gebeurtenis. Het is een ononderbroken voortdurende gebeurtenis, die elk jaar, op de seideravond een dramatische impuls ontvangt. Het klassieke Sefer Yetzirah, de Gids met de meeste autoriteit om de structuur van het universum te begrijpen, verklaart dat er drie algemene sferen kunnen worden benoemd, Olam, Shana en Nefesh. Olam (wereld) verwijst naar de dimensie van ruimte. Shana (jaar) verwijst naar de dimensie van tijd. Deze twee vormen de heden bekende tijd/ruimte continuüm waarin we leven. Maar er is een derde element, de ene waarvan de meeste mensen geen idee hebben hoe het is verbonden de met twee anderen. Het derde element, Nefesh (ziel) is het gebied van de geest, met andere woorden, het denken.

 

Denken, met andere woorden, het denkvermogen, is de dimensie welke heerst over het tijd/ruimte continuüm, Olam, Shana. Dus is het door Nefesh, het vermogen van het menselijke brein dat wij in staat zijn om ons te verheffen en te bevrijden van de gelimiteerde materiële omheining. Egypte, in het Hebreeuws, Mitsrajiem, betekent begrenzing beperking.

 

Door het vermogen van zuiver denken, kunnen wij opnieuw ervaren wat het betekent om vrije zielen te zijn, zielen die niet zijn onderworpen aan de limitaties van een gedachte gevangen door de zintuiglijke waarneming.

 

De rituelen van de Pesach Seider stelt het ware denken in staat om te worden vrijgelaten, om de vervoering van spirituele vrijheid te ervaren. Om dit te kunnen laten plaatsvinden, moet de de Seider op gepaste wijze in acht worden genomen, met andere woorden, in al zijn Halachische details. Meer dan gewoonlijk moet men de archetypen van de Seider activeren door hen uit te voeren met Kavanot en meditatie. Deze mentale functie van het brein stelt de Seider en de Hagadah in staat om te worden getransformeerd tot een platvorm voor spiritueel psychische verheffing in onbekende gebieden van de ziel.

 

Wanneer een maal de Seider op de juiste wijze is vervolledigd, met de gepaste Kavanot, is iemands ziel gereed om hoger op te stijgen in deze Lil Shimoeriem [bewaakte en beschermde nacht].

 

De boodschap is duidelijk: wordt wakker slapende zielen, grijp je vrijheid die je zielsbewustzijn onthouden wordt, de ziel die in deze wereld in slavernij wordt gehouden en zo je ware spirituele natuur verbant. Sta op en proclameer vrijheid, vrijheid van onwetendheid, van spirituele infantiliteit, vrijheid van de verstikkende greep van beperkingen van onze zintuiglijke vermogens, vrijheid om te zijn wat we werkelijk zijn: veelzijdig van niveau en meta – dimensionale wezens van geest en lichaam.

Or met een alef en or met een ayin.  

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 

FASEN VAN BEVRIJDING

De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 

ONDERWERPING

De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

 

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 

VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

1)    Kadeish

Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

2)    Urchatz        

Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).

 

2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.

 

3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.

 

4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

3)    Karpas

         Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

4)    Yachatz

Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren. De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

5)    Magied

Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken

In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

6)    Rachtzah

Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

10)  Korech

Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

11)  Shoelchan Orech

Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

12)  Tzafoen

Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

13)  Beirach

Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

14)  Hallel

Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

15)  Nirtzah

Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 

CHAG SAMEACH PESACH