PESACH 5776

DOORBRAAK NAAR VERLOSSING

 IN DE UITEINDELIJKE VERLOSSING, ZULLEN DE WONDEREN VAN EGYPTE OVERKOMEN ALS KINDERSPEL.

 SEFER MA’AMARIM, ADAR-SIVAN, P.147

 Wanneer we kijken naar het vers, “Zoals in de dagen van jullie uittocht van Egypte, zal Ik jullie wonderen laten zien” (Micha. 7:15) rijzen twee vragen op.

De eerste: Waarom wordt in dit vers de meervoudsvorm gebruikt dan de meer logische enkelvoudsvorm?

Dit vers is een van de weinige, waarin de uittocht van Egypte wordt beschreven in het meervoud, in de hoedanigheid van “dagen” dan simpel “dag”, zoals geschreven in het vers, “Zodat jullie zullen herinneren de dag van jullie uittocht”.

De tweede: waarom wordt er gesproken van wonderen als in de dagen van de uittocht? Dit vers gedeelte betreft de vergelijking tussen de wonderen van de uittocht van Egypte met de wonderen die zullen plaats vinden in de Uiteindelijke Verlossing. De wonderen van de Uiteindelijke Verlossing worden vergeleken met de wonderen die het Joodse Volk zag toen zij uit Egypte kwamen. Na de verlossing uit Egypte zal er geen verbanning meer zijn, daarmee wordt aangegeven dat deze verlossing op een hoger niveau is en meer compleet. De wonderen van dit tijdperk ( deze era) zullen de wonderen van de Egyptische verlossing dusdanig overtreffen dat sommige Geleerden hebben gezegd dat de Egyptische verlossing in de Era van Mashiach niet langer zal worden vermeld.

 Een andere mening is dat we de herinnering aan de Egyptische verlossing zullen continueren, aangezien het deel uitmaakt van de Komende Verlossing omdat de Egyptische verlossing de eerste stap in het proces was in het brengen van Verlossing. We zullen de eerste verlossing vermelden omdat de wonderen van de Uiteindelijke Verlossing worden vergeleken met de wonderen die men zag toen men uit Egypte kwam.  Het Joodse Volk was getuige van grote wonderen toen zij Egypte verlieten en de wonderen van de Komende Verlossing zijn te vergelijken met de wonderen van de verlossing uit Egypte.

 Voor het begrijpen van wat er wordt bedoeld met “vergelijken” geldt de volgende spirituele bron als uitleg: Toen het Joodse Volk in Egypte was moesten zij worden verheven vanuit de 49e poort van onzuiverheid (vanuit 50). Als we de Omer tellen, verheffen en bestijgen we de 50 Poorten van Bina.

Dit wordt aangetoond door het feit dat de Egyptische verlossing 50 keer wordt aangehaald in de Thora. De Egyptische verlossing representeert de 50 Poorten van Bina als zij worden neergehaald door de sefira van Malchoet. De Komende Verlossing zal ook de 50 Poorten van Bina representeren, maar deze worden neergehaald door Keter die boven de Sefirot is en tot uiting komt in Antik, die hoger is dan Keter. Dit is niet het externe aspect van Antik, maar de pnimiyoet, het diepste deel van het niveau wat boven alle niveaus is. Dit zal resulteren in een grotere openbaring van G’D in de Verlossing.

 De openbaring van G’D gedurende de Egyptische uittocht was groot maar beperkt, aangezien het was gekleed in Malchoet. In de Era van Mashiach zal er geen verhulling van G’ddelijk Openbaring zijn.

 We keren terug naar de opmerking waarom we de uittocht van Egypte zullen aanhalen in de Era van Mashiach, als de wonderen en de openbaring van G’D zo veel groter zullen zijn. De Zesde Lubavitcher Rebbe, de Frierdiger, heeft gezegd dat de Egyptische uittocht zal worden vermeld omdat het een soort van kanaal creëerde voor al de toekomstige verlossingen, inclusief de Uiteindelijke Verlossing. De Egyptische uittocht was speciaal omdat het een noodzakelijke voorbereiding was voor het “Geven van de Thora”.  Vóór de tijd van het “Geven van de Thora”, kon niets in de wereld worden verheven tot de Hogere Werelden en niets wat deze niveaus inhield kon neerdalen in de wereld van Asiyah, de wereld van actie. De mogelijkheid om te zuiveren en om de wereld te verheffen was een zeer belangrijke stap in de richting van de Uiteindelijke Verlossing, wanneer de wereld zijn Schepper zal erkennen en een verblijfplaats wordt voor het Oneindige Licht: Geprezen Zij Hij.

 Het antwoord op de eerste vraag waarom in het vers “Zoals in de dagen van jullie uittocht van Egypte, zal Ik jullie wonderen laten zien”, dagen” in het meervoud is geschreven, is: dat alle dagen vanaf de Egyptische uittocht tot de Komende Verlossing, een deel van een proces van komen uit Egypte zijn.

Elke dag moet een persoon nadenken over het Idee dat hij uit Egypte komt

De Eerste Chabad Rebbe, Rabbi Schneur Zalman van Liadi (1745-1812), identificeert het Lezen van het Shema als de geschikte tijd om onze persoonlijke uittocht te ervaren. De reden dat we tzitzit  aanhalen in Ma’ariev, het Avondgebed, op een tijdstip dat niet gelieerd is met deze mitzwa, is dat de zelfde passage de uittocht van Egypte aanhaalt.

 Elke dag laten we meer en meer beperkingen achter ons, totdat we het punt bereiken waarop we alle beperkingen doorbreken in de Uiteindelijke Verlossing. Mashiach is de nakomeling van Koning David, die op zijn beurt een nakomeling is van Peretz, wat klinkt als het woord “poretz”, dat het doorbreken van beperkingen betekent.  Elke morgen, voor het davenen, gebed, is er een fysieke verbanning die ons het gevoel geeft van beperking binnen de grenzen van ons lichaam.

 Zoals het vers illustreert:  “We zijn nakomelingen van de mens die adem in zijn neusvleugels had. Voor wat wordt hij waardig geacht?” Het beschrijft de beperkte spiritualiteit bij het prille ontwaken uit de slaap wanneer de ziel alleen in de neusvleugels is. Gedurende het gebed verspreidt de ziel zich door het lichaam en beteugeld het grove fysieke en dwingt de dierlijke ziel ( het linker deel) “ amen” te zeggen tegen zijn wil in. (Ani modi lefanecha gebed) .Dit is de enige weg naar volledige dienst. Zoals Koning David zegt, “Mijn hart is leeg in mij” aantonend dat iemand het linkerdeel van zijn hart moet veroveren voordat hij kan zeggen: “Je zult houden….”  In het Shema om de liefde te verklaren voor G’D met beide zielen, de dierlijke en de G’ddelijke. Evenzo zullen kwaad en de staat van onzuiverheid worden overwonnen en worden getransformeerd naar goed in de Era van Mashiach.

 Waarom hebben we deze verovering nodig? Waarom transformeren we niet simpel de onzuiverheid in plaats van veroveren? Iemand is een ware dienaar van G’D zoals de Alte Rebbe, Rabbi Schneur Zalman schrijft in de Tanya, wanneer hij voortdurend strijd levert en zijn aard onderwerpt. Het is de strijd die G’ddelijk Licht brengt in de wereld.

 Deze “oorlog” is de strijd met de dierlijke ziel en de overwinning brengt schatten van G’ddelijke Openbaring. Dit is een andere reden waarom de Egyptische uittocht zal worden genoemd in de Era van Mashiach; het dagelijkse gevecht tegen de dierlijke ziel is onze persoonlijke uittocht van Egypte die ten slotte zal leiden naar de Uiteindelijke Verlossing.

 Goed Jom Tov en een Koshere Pesach  

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

Daartoe had hij het lot laten werpen, dat noemen we “poer”. En daarom heet het feest dat we vieren “Poeriem”. (Ester. 9:25-26)

“Poer” is het Perzische woord voor lot, loting. (Ibn Ezra op het bovengenoemde vers)  Het is noodzakelijk te begrijpen wat de betekenis is van het woord “lot”. Want het vers impliceert dat dit het mirakel van Poeriem is, aangezien de gehele miraculeuze gebeurtenis is vernoemd naar dit woord.

De Zohar stelt, “Jom Kippoer is vergelijkbaar met Poeriem”. (Tikoené Zohar. p. 57b) (Let ook op het woord poer in Kippoer) Omdat Jom Kippoer wordt beschreven als zijnde alleen vergelijkbaar met Poeriem, volgt daaruit dat Poeriem op een hoger niveau staat dan Jom Kippoer.

Poeriem en Jom Kippoer zijn beide geassocieerd met het loten. De Talmoed zegt, “Op Jom Kippoer waren er twee geitenbokken, identiek in verschijning, gestalte en monetaire waarde.” (Joma 62a)  Het lot bepaald welke geit zou worden geofferd en welke in de woestijn zou worden gezonden. Daarom was de verzoening van Jom Kippoer, in al zijn belangrijkheid, afhankelijk van een loting.

Van de gemeenschap van Israël neemt hij twee geitenbokken als zondeoffer.”En Aaron trekt loten op de twee geitenbokken, één lot ‘voor G’D’ en één lot ‘voor Azazel’” [een voorbepaalde berg met een steile  rotswant in de woestijn ]  (Leviticus. 16. 5-8)

Het woord “Azazel” is een samenstelling van twee Hebreeuwse woorden “az” en “el”. “Az” betekent “moeilijk”, “El” wordt vertaald als “sterk”. (Siftei Chochmien)

Leviticus continueert: En Aaron trekt loten op de twee bokken, één lot, “voor  G’D” en één lot, “voor Azazel”. Hierop brengt Aaron de bok, waarop het lot “voor  G’D” is gevallen naar voren en bestemt hem als zondeoffer. De bok waarop het lot “voor Azazel” is gevallen wordt levend vóór G’D geplaatst om zo de verzoeningsdaad te verrichten en om hem “voor Azazel” de woestijn in te zenden. (Leviticus. 16:8-10)

De Mishna verhaalt hoe de loting werd uigevoerd: “Twee identieke geitenbokken werden als zonde offers vóór de Hoge Priester binnen de Tempel gebracht. Één geitenbok werd gepositioneerd tegenover de priesters rechterkant; de ander geitenbok werd geplaatst tegenover zijn linkerkant. Een houten doos bevattend twee houten loten werd voor de Hoge Priester geplaatst. Op één van de loten was geschreven ‘aan G’D’. Op de tweede was geschreven ‘aan Azazel(Mishna Yoma 3:9)

“Na het schudden van de doos om de loten te vermengen, stak de Hoge Priester zijn handen uit en nam ze uit de doos, één in elke hand. Het lot dat was genomen door zijn rechterhand werd geplaatst op de geitenbok tegenover zijn rechterhand. En het lot dat hij vasthield in zijn linkerhand werd geplaatst op de geitenbok aan de linkerkant.” (Ibid. 4:1)

“Dan knoopte de Hoge Priester een rood koordje aan de kop van de geitenbok die was gekozen om te worden gezonden naar Azazel. Dan bond hij een gouden band om de nek van de geitenbok die was gekozen om te worden geofferd. (Ibid. 4:2)

Een loting is ook prominent aanwezig in het Poeriem verhaal, een loting bracht het mirakel van Poeriem teweeg. Koningin Ester verhaalt in de Megila:

“In de eerste maand, de maand Nissan, in het twaalfde jaar van Koning Achashwerosh, wierp men het lot, Poer genoemd, over elke dag en elke maand om zo voor Haman het gunstigste moment te vinden voor zijn vernietigingsplan. Het lot viel op de twaalfde maand, dat is Adar.” (Ester. 3:7)

[Eerst had Haman een loting uitgevoerd om zich ervan te vergewissen in welke maand hij succes zou hebben. Dan werd een tweede loting gedaan, om in die maand de gelukkige dag te bepalen. (Rashi op het bovengenoemde vers)

Haman wist dat Mozes, de verlosser van het Joodse Volk, gestorven was op de zevende dag van de Maand Adar. Dus toen de loting viel op de zevende van Adar, verheugde Haman zich. Wat Haman niet wist, was dat Mozes ook was geboren op de zevende van Adar (Yoma 13b). Het feit dat de loting viel op de datum van Mozes geboorte was op zichzelf al wonder.

Lotingen functioneren op een vlak dat uitstijgt boven rede en begrip. “Het lot wordt geworpen in het geheim; het oordeel is van G’D.” (Spreuken. 16:33) Met alle eerbied voor lotingen, verlaat men zich niet op rede en wil. Men verwacht eerder dat de uitkomst uitsluitend wordt bepaald door de loting. Het lot is boven intellect en wil; het bereikt de Meester van de Wil. De werking van een loting is niet zintuiglijk waarneembaar. Hoewel mensen geloven dat lotingen toeval zijn, is in werkelijkheid de uitkomst niet toevallig. Integendeel, de voorzienigheid van G’D begeleidt het. (Malbiem op het bovengenoemde vers)

Ofschoon Jom Kippoer en Poeriem beide afhangen van het resultaat van loting, is Poeriem niettemin verhevener dan Jom Kippoer. Omdat op Jom Kippoer verzoening afhankelijk is van berouw. Maar op Poeriem zijn geen bijkomende factoren noodzakelijk. De loting zelf brengt het mirakel teweeg.

Er bestaat echter een tweede correlatie die Jom Kippoer en Poeriem gelijkstellen.

Beide feestdagen zijn boven G’D’s Naam Havayah. Berouw op Jom Kippoer wekt  het diepste innerlijke aspect van G’D op. De Zohar beschrijft dit niveau als G’D’s Essentie, die voorafgaat aan, en hoger is dan, de revelatie aanwezig in Zijn vierletter Naam. (Zohar III, Hf. 7; Likoeté Thora,p. 28:2)

Zoals Koning David smeekt, “Ik zoek Uw Diepste Innerlijk.” (Psalm. 27:8)

Het Hebreeuws voor innerlijk is afgeleid van de zelfde twee letter stam als het woord voor “voorafgaand”. G’D’S Naam, Havayah is de gereveleerde oorsprong van de 613 Mitzwot. Zoals het vers te kennen geeft, “ Dit is voor eeuwig Mijn Naam, en dit is Mijn roepnaam en Mijn herinnering voor alle geslachten.” (Exodus. 3:15)  De numerieke waarde van “Mijn Naam” (in Hebreeuws, “Sh’mi”) is 350. Als de eerste twee letters van G’D’s Naam joed en worden toegevoegd, wordt de som 365.  Dit is gelijk aan het aantal Thoraverboden.

“Mijn Herinnering” (in Hebreeuws, “zichri” ) is gelijk aan 247. Toegevoegd aan de twee laatste letters van de Naam Havayah, vav en hé, wordt het getal 248 bereikt. Deze zijn de 248 positieve geboden van de Thora.

Wanneer een positief gebod niet in acht wordt genomen of een negatief verbod wordt overtreden, dan wordt de mitzwa oorsprong in de letters van G’D’s Naam bevlekt. Op Jom Kippoer wordt G’D’s barmhartigheid opgewekt door berouw, manifesterend in het innerlijke aspect van de Sefira van Keter, dat boven de Naam Havayah is.

G’D’s Naam begint met de letter joed, symboliserend de Sefira van Chochma. Vanuit het innerlijke aspect van Keter schijnt voort de Dertien eigenschappen van Barmhartigheid. Aangezien zij voortkomen van een plaats die hoger is dan de oorsprong van de Thora en mitzwot, hebben zij het vermogen om beschadigingen in de Naam te corrigeren. Vandaar dat Jom Kippoer voor of boven G’D’s Naam is.

Poeriem is ook hoger dan G’D’s Naam. Dat is de reden dat G’D’s Naam Havayah zelfs niet eens voorkomt in het gehele Boek Ester.

[De bovenste punt van de Hebreeuwse letter joed [de eerste letter van de Naam Havayah] correspondeert met de buitenste dimensie van de Sefira van Keter. Allegorisch als een menselijke schedel, dit aspect van Keter dient als G’D’s Wilsvermogen. Dan is G’D’s Wil de verborgen oorsprong van de mitzwot. Vergelijkbaar met de 613 paden ingebed in de schedel; de mitzwot zijn uitdrukkingen van G’D’s Wil. (Zohar,Idra Rabba, p. 129)  Koning David geeft aan, “Al G’D’s wegen” (Psalm. 25:10)  en “Uw wegen zal ik zien” (Ibid. 119:15). De numerieke waarde van het woord “Keter” is 620. Dit geeft aan dat de Wil de oorsprong is van de 613 Thorageboden plus de zeven Rabbijnse instructies.]

Op Poeriem bereikt iemand een niveau boven Intellect en Wil, tot aan de Meester van de Wil zelf.

VROLIJKE POERIEM

CHANOEKA

HET CIJFER “ACHT” ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.

WIE KENT ACHT?

Dat het openlijke wonder van Chanoeka, het licht van de Menora, aanhield voor acht dagen, was geen toeval, maar wezenlijk. De Thora informeert ons dat G’d de wereld creëerde in zes dagen en ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Het cijfer zes representeert zo gezegd de natuurlijke wereld die was gecreëerd in tijdslimiet van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen (oost – west, noord – zuid, boven – onder). Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhulde aanwezigheid van G’ddelijkheid in het hart en binnenste van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes en laat het doordringen met (transcendente heiligheid) en verheft het naar zijn perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en verder dan deze wereld. Zoals alle wonderen, vond Chanoeka plaats op het niveau van “acht”, hetgeen boven de natuurlijke structuur uitreikt. Echter zijnde het laatste wonder van dien aard tot de komst van Mashiach, moest Chanoeka op een unieke zeer speciale wijze “acht” benadrukken. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overgedragen leer). Zoals vastgelegd in de Talmoed, hadden de Syrische Grieken bij het binnendringen van de Tempel al de olie bezoedeld. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het representeert het Joodse potentieel om te ontwaken vanuit de diepste sluimer van verbanning, en tot leven te komen zelfs (en misschien in het bijzonder) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Koheen Gadol ( Hoge Priester), de heiligste Jood die het niveau van “acht” personifieert krachtens de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer (gebedenboek) informeert ons dat het Mattitjahoe de Chashmonai en zijn zonen waren die de Joden hergroepeerden om de Thora te verdedigen en tegen de Grieken te vechten. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet de achtste letter van het alef – bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha – shemanai familie belichaamt de kracht van Acht.

“Acht” maakt ons duidelijk om de beklemming tijd en ruimte te boven te gaan, om te zien door een wereld die G’ddelijk verbergt en onze zielen overspoelt en bedreigt met materie. “Acht” roept ons op om mirakels te zien in de natuurlijke orde, in verwarrende gebeurtenissen van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid dat ons leidt.

“Acht” kan ons doen ontwaken uit onze collectieve sluimering. Door ons te laten herinneren aan de tijd toen G’D inderdaad openlijk “interfereerde” om de natuurlijke loop van de geschiedenis te veranderen, het versterkt ons verlangen naar de revelatie van G’D’s verlossing die wij verwachten in onze tijd.

CHAG SAMEACH

SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

SHABBAT SHALOM – GOED JOM TOV!

DE KABBALA VAN SOEKOT

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

 De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

 De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

 Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

 In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

 De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

 Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

 In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

 Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

 CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

VERBORGEN WAARHEDEN OVER JOM KIPPOER

Gedurende een lange periode in de menselijke historie, was deze cyclus inderdaad absoluut deterministisch. Echter hogere krachten intervenieerden in de menselijke historie en gaven ons de Thora. Door de Thora reveleren we aan onszelf het gepaste pad van heraanpassing aan ons hogere zelf door het vrijmaken van krachtige vermogens van Denken die diep in ons wonen.

Op Rosh HaShana blazen we de Shofar om ons innerlijke zelf duidelijk te maken dat het moet ontwaken. De volgende tien dagen eindigend met Jom Kippoer vormen het proces van de psychische/ psychologische bewustwording.

Om de verborgen krachten van Jom Kippoer op de juiste wijze te kunnen begrijpen, moeten we als het ware vorsen in de derde dimensie. Zoals we allen weten existeren we in een tijd- ruimte continuüm. Deze twee dimensies definiëren voor ons de natuurlijke wereld. Maar er is ook een derde natuurlijke dimensie, in overeenstemming met het G’ddelijk ontwerp, echter overeenkomstig onze huidige menselijke limitaties wordt dit vaak verkeerd begrepen en gezien als zijnde bovennatuurlijk. Ik heb het over de derde dimensie van de menselijke geestelijke Ziel die transdimensionaal bewustzijn bevat. Ondanks al deze abstracte concepten spreek ik eigenlijk over iets heel eenvoudigs. Tijd, ruimte en ziel werken allen op elkaar in, deze drie samen zijn de drie dimensies van het universum. De ziel is de hoogste van deze dimensies en heeft het vermogen om de andere twee te vervangen.

Maar het vermogen van de ziel kan alleen zijn natuurlijke invloed over tijd/ruimte uitoefenen, wanneer het een geheel is en volledige controle heeft over zijn geestvermogens. Wij menselijke wezens verloren de beheersing over ons denken met wat we noemen “de val van de mens” in Eden. Dit leidde naar de splitsing die we vandaag het natuurlijke en het bovennatuurlijke noemen, het bewuste en het onbewuste van de ziel.

Vandaag in onze huidige gemoedstoestand volgt alles de natuurlijke orde, tenzij anders verordent door een bovennatuurlijke kracht. Dit is zowel een spirituele als psychologische waarheid. De Thora kwam in deze wereld afkomstig van z’n Hogere Kracht, een kracht verder dan tijd, ruimte en menselijk verstand. Goed kennend onze ondergeschiktheid aan de natuurlijke orde [hoe actueel], aan die krachten die kunnen doden en vernietigen, injecteert de Hogere Kracht in de natuurlijke orde een bovennatuurlijke procedure die, wanneer die op een gepaste wijze in acht wordt genomen, de sterveling de gelegenheid geeft om tijdelijk boven zijn sterfelijkheid uit te reiken.

Verzoening betekent een terugkeer naar evenwicht. Onevenwichtigheid wordt gecreëerd door het lichtzinnige oppervlakkige en dwaze gedrag van mensen. Wanneer we ongepast handelen doen we meer dan alleen onnatuurlijk handelen, we veroorzaken in feite dat de stroom van natuurlijke energie omkeert en op een onnatuurlijke wijze vloeit. Wanneer energie vloeit op een onnatuurlijke wijze, resulteert dit in het creëren van onnatuurlijke gevolgen. Dit is de oorzaak van calamiteiten en leed in het leven.

Gebruikmakend van Thora symboliek, de natuurlijke orde van het universum werd gecreëerd en continu gehandhaafd door de Heilige Naam Elokiem. In de Thora numerologie, gematria, is deze Naam gelijk aan de waarde van 86, die de zelfde waarde heeft als het woord, HaTeva, wat “natuur”betekent. Elokiem is het onpersoonlijke “uiterlijke” Gezicht of de expressie van G’ddelijk vermogen die de dominante kracht van leven is in ons natuurlijk fysiek en eindig universum.

De Thora bespreekt de Schepping door te zeggen dat Elokiem de Hemelen en de Aarde schiep. De specifieke keuze van heilige Namen die hier gebruikt worden in het Scheppingsverhaal leert ons dat alles, zowel onze fysieke en  parallel hiermee de niet fysieke dimensies in existentie zijn gebracht volgens het domein, kracht en vermogen van wat we natuur wet kunnen noemen, een wet die werkt onder zeer nauwkeurige en strikte condities. Pas later in het Scheppingsverhaal wordt de Heilige Naam van Joed Ké Vav Ké geïntroduceerd.

Deze naam is ook een symbool voor verschillende aspecten van G’ddelijke energie, een die inwerkt met tijd en ruimte gebaseerd op het derde hogere principe van de ziel. Uiteindelijk werkt het universum automatisch overeenkomstig zijn vooraf gevormde ontwerp. Dit wordt alleen veranderd, gewijzigd of beïnvloed als bewustzijn van allerlei intervenieert.

Het Verstand van de G’ddelijke Observator doordringt ruimte, tijd en alleen door een daad van Wil kan de wijze waarop ruimte en tijd werkt en functioneert wijzigen. Deze invloed is totaal buiten de normale operationele parameter van het ruimte en tijd mechanisme. Het is daarom boven wat we noemen de wetten van de natuur. Het is een willekeurig element, niet onderhevig aan natuurlijke wetten, zoals wij die kennen. Dit willekeurige element kan niet worden getoetst, proefondervindelijk worden onderzocht of zelfs worden begrepen met ons huidig gelimiteerd niveau van menselijke intelligentie. Het willekeurig element dat we Hoger of G’ddelijk bewustzijn kunnen noemen, is een Denkproces ver boven alles wat we heden te dage begrijpen binnen de context van onze gelimiteerde moderne wetenschap. Toch is het dit willekeurig element van Hogere Intelligentie dat intervenieert op een duidelijk regelmatige basis op talrijke wijzen, waar te nemen of niet, dat leidt tot situaties en omstandigheden buiten de normen van de natuur wet.

Vanuit menselijk perspectief lijken deze interventies vaak bovennatuurlijk, wat al dan niet zo is. Maar bijna altijd verwijzen we er naar als mirakels. Wat we nog steeds niet begrijpen is, dat zelfs deze mirakels een methodische basis hebben. Mirakels zijn niets anders dan een Hogere Bewustzijn interveniërend in ruimte en tijd.

Ons ontstaan kwam van een Unieke Eenheid en onze continuerende existentie is niets anders dan een constante expressie van deze Unieke Eenheid. De Unieke Eenheid verwoordt en handhaaft natuur wetten voor het dagelijks runnen van Zijn project, ons universum. Echter Het intervenieert welke taak Het kiest uit te voeren, wanneer Het kiest en hoe Het kiest. Het is niet onderhevig aan onze wetten, omdat Het Zelf deze wetten heeft gemaakt en er per definitie boven staat. Het kan deze wetten bewerken, overtreden, versterken of die wetten afschaffen.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid werkt in Elokiem. Elokiem is Zijn “Gezicht”, maar diep binnenin is een ander schema, een schema dat voor ons willekeurig is, geïnteresseerd in hogere waarden dan de parameters van natuurlijke ruimte en tijd. De hogere waarden belangrijk voor de De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid zijn kenbaar in ons universum als kleine aspecten van ons zelf. Deze kleine vonken verstandelijke intelligentie zijn individuele monaden, ondeelbare entiteiten van bewustwording. Elk van hen wordt een ziel genoemd. Gevormd naar het Beeld van hun oorsprong, elke monade van bewuste intelligentie draagt in zich een vorm, een gezicht of lichaam. Dit lichaam zelf existerend in ruimte tijd, is onderhevig aan zijn wetten. Echter de monade zelf is van een hogere sfeer, een andere dimensie. Daarom is het onderhevig aan de hogere wetten van de Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid in het Gezicht van Elokiem is wat we noemen Joed Ké Vav Ké. Het is het diepere Hogere Gezicht van het G’ddelijke, die de Vader van de menselijke ziel is, juist zoals de Wereld de moeder van de menselijke fysieke vorm is. Juist zoals er dualiteit uitgedrukt wordt in de Unieke Eenheid, zo ook leven wij mensen overeenkomstig in  dualistische realiteiten die we het fysieke en het spirituele noemen. Alleen is er niet echt iets spiritueels aan spiritualiteit, want in werkelijkheid is wat wij spiritualiteit noemen in feite gewoonweg een ander deel van ons bewustzijn, het diepste gedeelte van onze ziel. Het is zo diepgaand dat we vaak zijn realiteit niet kunnen doorgronden, laat staan zijn bestaan, om die reden is dit deel van onszelf gewoonlijk totaal onbekend. In de wetenschap of psychologie noemen we dit deel van ons zelf ons onderbewuste. Het is realiteit, het existeert en het beheerst alles wat we zijn en wat ons overkomt, alleen zijn we ons totaal niet bewust van de aanwezigheid en invloed.

Ons individuele onderbewustzijn is onze verbinding met Joed Ké Vav Ké en zorgt er voor om menselijk te zijn, ondanks het feit dat natuur wetten ons aanmoedigen om niet anders te handelen dan dieren. Anders dan de leden van het dierlijke koninkrijk horen de mensen, diegenen die steeds de verbinding handhaven, de innerlijke stem spreken in wat we geweten noemen. Deze stem herinnert ons aan wie we zijn en stelt ons in staat het Joed Ké Vav Ké aspect in ons tot uitdrukking te brengen, aldus het individu emanciperend van strenge onderhevigheid aan de natuur wet.

Wanneer het gezicht van Joed Ké Vav Ké wordt ontsluierd, kan het het Gezicht van Elokiem terzijde schuiven door volkomen zuivere Wil of Verlangen. Dus grote revelatie in Thora is, dat Joed Ké Vav Ké Elokiem is, de Eeuwige is onze G’D. Het lijkt een eenvoudige verklaring van tribale religie en religieuze competitie, maar dit is alleen maar een mythe. Wanneer de Thora spreekt over de eenwording van Joed Ké Vav Ké en Elokiem, heeft ze het niet over individuele goden of zoiets, het spreekt over de integratie van de ziel over materie, van het Uitzonderlijke en het onafhankelijk handelende Willekeurig Element. Dus de grote revelatie van de Thora is het verheven bewustzijngevoel over de heerschappij van limitaties (zoals kenbaar door ruimte/tijd natuur wet  parameters). “Joed Ké Vav Ké is Elokiem” wanneer Hoger Bewustzijn de natuur wet overschrijd en ruimte/tijd werkt in overeenstemming met zijn Willekeurig Element. Dit verklaart het ontstaan van iets wat verzoening wordt genoemd en een uitzonderlijke dag waarop dit zal plaatsvinden, Jom Kippoer.

De Thora is een revelatie en een gift van Joed Ké Vav Ké. Het is gegeven aan  Israël om de Hemel te dienen ten behoeve van de mensheid. Israël, zoals de Thora stelt, handelt als een priesterschap of intermediair tussen de Hemel boven en de wereld beneden. Door het in acht nemen van Thora en mitzwot, verheft Israël haar collectieve bewustzijn, om de taak te vervullen als een “licht voor de volkeren”. Israël werd gekozen om een zware last te dragen en te onthullen. De historie documenteert Israëls talrijke collectieve tekortkomingen in het uivoeren van haar taak, terwijl de historie niet altijd verslag doet van haar talrijke successen. Dienend als een intermediair is Israël verantwoordelijk voor het uitvoeren van specifieke rituele opdrachten [mitzwot], dat heeft zowel een oer effect op hen zelf als op het collectieve onbewuste van de wereld. De specifieke rituelen van Jom Kippoer illustreren dit.

Verzoening betekent één worden in de juiste verhouding met de Hemel. Het betekent zich opnieuw richten, opstellen in een kostbaar evenwicht van subtiele energieën die bestaan tussen de lifeforce, noodzakelijk voor alle dingen in deze wereld en zijn oorsprong, de bron erbuiten.

GMAR CHATIMA TOVA

MOGEN U EN JULLIE DIERBAREN EN HEEL HET HUIS ISRAËL WORDEN VERZEGELD IN HASHEMS BOEK VAN HET LEVEN VOOR EEN GOED, ZOET EN GEZEGEND JAAR

Juda Groenteman

 

ROSH HASHANA 5776

Menselijk bewustzijn is de vitale sleutel die alle andere energievelden in het universum kan beïnvloeden. De onaangesproken vermogens van het bewustzijn worden heden ten dage buitenzintuiglijke waarneming genoemd. Wij allen hebben deze bekwaamheid. Zij maken deel uit van het menselijke wezen. Zij opereren en functioneren autonoom, al dan niet bewust door ons waargenomen. Vandaar dat wij altijd door krachten van veraf beïnvloed kunnen worden, ver in tijd en ver in ruimte. Om ons te helpen dit te verwezenlijken, voeren we rituelen (mitzwot) uit. Deze hebben diepgaande archetypische betekenissen in het onderbewustzijn en hebben een verregaand effect op ons als we op hen inwerken (door onze uitvoering).

Thorageboden zijn expressies van wetenschappelijke universele principes. Wanneer we die gepast uitvoeren, creëren we invloeden en subtiele verschuivingen van kosmische energie die een groot effect op ons en op onze omgeving hebben. Wetend de betekenis van de periode van Rosh HaShana is één ding; wetend wat te doen op welk tijdstip is iets anders. Dit zou onmogelijk zijn geweest voor de mensheid om te ontdekken, als de Thora ons niet gegeven was.

Toen Adam op deze Aarde kwam en op die metaforische plaats van zijn oorsprong (Rosh HaShana) stond, was hij nog altijd verbonden met zijn bron, ontvangend de complete energie waarin deze bron voorziet. Nu, in de zelfde periode elk jaar, keren wij, de nakomelingen van Adam, terug naar de zelfde plaats waar Adam stond. Maar wat is precies onze persoonlijke verwantschap met die oorspronkelijke “plaats” van Adam? Zijn we volledig daar of slechts gedeeltelijk? Zijn we in direct totaal contact met de stroom van natuurlijke kosmische energie voort komend vanuit onze oorsprong of zijn we er enigszins synchroon mee.
Bedenk zeer goed, dat waar we staan niet een fysieke stelling is, maar meer in de betekenis van hoe ons denken en onze ziel zich verhoudt tot onze innerlijke menselijke potentie en oorsprong.

Onze verwantschap met het kosmische energieveld die vloeit van dat andere dimensionale niveau naar het onze, bepaalt voor ons bijna alles in het leven, inclusief de tijd van sterven. Sterker nog, de influx van die andere dimensie waarmee onze dimensie begon is het geheim van het leven. De oorspronkelijke influx die ejaculeerde in onze dimensie, toen en nu, is de energie die de Thora Nefesh noemt. Dit is pure ruwe “levenskracht” energie, de fundamentele kracht van de Schepping. Dit is de immanente aanwezigheid van G’D doordringend alles in het universum en in de Traditie van de Thora wordt het de Shechina genoemd.

Vandaar dat Rosh HaShana “dag van oordeel” is. Op deze dag, als we reizen door ruimte en tijd, keren we terug naar onze plaats van oorsprong. Het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh stroomt daar neer in zijn oorspronkelijke overvloed. Hoe we ons verhouden tot moment dat bepaalt welke hoeveelheid we kunnen handhaven [van het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh] voor dat jaar. Er is geen groter “oordeel”dan dit. Toch is het niet maar een metafoor om te zeggen dat de Hemel of G’D over ons oordeelt. Integendeel, het zijn wij die over ons zelf oordelen. Onze psychologische spirituele staat in relatie tot ons innerlijke Hogere Zelf (onze innerlijke Adam) bepaalt voor ons en schrijft voor hoe we beïnvloed zullen worden in het komende jaar.

Goed wetend de volle omvang van ons kwantum universum, vormde de Thora voor ons mitzwot die dienen als archetypen en die ons in staat stellen om onze ware menselijke essentie opnieuw te verbinden met onze “hogere”andere dimensionale oorsprong. Dit gebeurt op een zeer precieze en specifieke manier, zoals alle andere dingen in de wetten en wijzen van de natuur. Het blazen van de Shofar op Rosh HaShana is een uitstekend voorbeeld hiervan.

We blazen de Shofar om onze innerlijke beschouwing op te wekken en uiterlijk herstel van slechte karaktertrekken en ander immoreel of illegaal gedrag. Dit wordt niet gedaan op één of andere onnozele symbolische wijze. Er is in feite een wetenschappelijke dimensie aan de Shofar, zijn tonen en de verstandelijke beschouwingen projecterende hersengolven.

De Shofar is niet een muziekinstrument; het is een instrument van geluid. Geluid heeft, net zoals een elektromagnetisch veld, een diepgaand effect op zijn omgeving. Geluid kan doden, geluidsgolven kunnen helen. Geluidsgolven creëren en geluidsgolven vernietigen. Er wordt gezegd dat G’D sprekend het universum heeft gecreëerd en tot zijn heeft gebracht. Wat G’D sprak was een unieke combinatie van geluiden. Het is interessant dat moderne wetenschappers dat de kleinste deeltjes van subatomaire materie draden noemen. Deze trillingen vormen grotere deeltjes die uiteindelijk atomen vormen, moleculen en de rest van het universum van fysische materie.

Geluid is dus de fundament van ons universum. Alles komt er uit voort. Het is geen wonder dat de Shofar een geluid uitdrukt dat primordiaal is. De Shofar creëert een geluid dat spreekt tot de essentie van ons innerlijke zijn. Zijn geluid bevat een rijkdom aan informatie, onkenbaar en niet te ontcijferen voor rationeel bewustzijn.

De Thora schrijft voor dat de Shofar gemaakt moet worden van een hoorn van een kosher dier. De details van het maken van een shofar zijn nu niet relevant, belangrijker is waar de Shofar voor wordt gebruikt. We blazen de Shofar gedurende de Rosh HaShana gebeden. Het wordt verondersteld ons er op te wijzen te overwegen ons leven te beteren. Terwijl vele religieuze en morele leringen zijn onderwezen over Rosh HaShana en het blazen van de Shofar, zijn het alleen de Kabbalisten die leren ons hoe het blazen van de Shofar werkt om het menselijk bewustzijn te wijzigen en om het concept van de realiteit te doen veranderen.

In het kort, de taal van Kabbala stelt dat het sefirotische gezicht van Bina, genoemd Imma (Hemelse Moeder) de gene is die Boven de Shofar blaast. Zij wordt verondersteld de Shofar te blazen over het hoofd van “haar zoon”, het sefirotische gezicht van Tiferet geheten Zeir Anpin.
In de synagogen heden ten dage wordt de Shofar altijd vast gehouden met de opening gericht naar boven. Echter Kabbala leert dat de opening verondersteld wordt naar beneden te worden gericht, corresponderend met het Hemelse patroon.
De Shofar is het kanaal dat Bina (het verstand) verbindt met Tiferet (het hart). Niet alleen symboliseren we dit door de opening van de Shofar neerwaarts gericht vast te houden, richting naar het hart.

De specifieke concentratie die het verstand aanneemt tijdens het blazen van de Shofar wordt door de Kabbalisten kavanot genoemd.
Tot besluit, mijn doel met het schrijven van dit essay is om een klein beetje te laten zien wat we in Thora kringen noemen, “ta’amé mitwot” (de betekenis achter de mitzwot) . We moeten weten hoe de Thora ons leert de wetenschap van geluid (gebed) en het vermogen van het menselijke verstand (kavana) in te pluggen en zo een kosmisch veld in werking te stellen en hoe het doen van mitzwot uiteindelijk verschil te weeg kan brengen en in gang kan zetten in ons kort onbewust leven in deze wereld.

Wanneer de Shofar op Rosh Hashana wordt geblazen maak dan je verstand vrij van afleidingen en luister aandachtig naar je hart. Je zou mogelijk zeer goed de “stem” van Bina/Imma kunnen horen die in je spreekt. Wat “Zij”zal zeggen, zal jij alleen weten.

GOED JOM TOV EN EEN KESIVA VECHASIMA TOVA EN SHANA TOVA U’METUKA

JUDA GROENTEMAN

SHABBAT ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’

ROSH CHODESH TOV

 

 

 

 

 

 

 

DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

 Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 FASEN VAN BEVRIJDING

 De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 ONDERWERPING

 De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

 De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

 1)    Kadeish

 Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

 2)    Urchatz       

 Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

 

 

  1. 1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).
  2. 2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.
  3. 3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.
  4. 4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

 Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

 3)    Karpas

 Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

 4)    Yachatz

 Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren.

 De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

 5)    Magied

 Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken.

 In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

 6)    Rachtzah

 Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

 7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

 9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

 Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

 10)  Korech

 Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

 Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

 11)  Shoelchan Orech

 Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

 12)  Tzafoen

 Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

 13)  Beirach

 Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

 14)  Hallel

 Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

 15)  Nirtzah

 Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

 Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

 De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 CHAG SAMEACH PESACH     

 

 

    

  

   

 

 

 

                     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

POERIEM 5775, PARASHAT KI TIESSÁ

 DE VEELBETEKENENDHEID VAN HET POERIEMFEEST

Het Poeriemfeest is speciaal zo bijzonder, omdat het zowel de ziel als het lichaam voorziet van vreugde en plezier, zoals wordt aangeven in de Zohar: op Poeriem mag men door lichamelijk plezier bereiken, wat men op Jom Kippoer bereikt door het lichaam te onthouden van voeding, m.a.w. kwellen. (Jom Kippoer, letterlijk vertaald, Dag zoals Poeriem) Het Volk Israël is toegerust, zowel met lichamelijke heiligheid als met spirituele heiligheid. En het is zeer gepast dat hun fysieke handelingen altijd worden geheiligd en gedaan voor het belang van G’D alleen. Maar zolang echter als Amalek bestaat corrumpeert hij de zuiverheid van Israëls handelingen. Wanneer de macht van Amalek is verzwakt en onderworpen, zijn de fysieke handelingen van Israël opnieuw gezuiverd. Dan is de vreugde van het Volk Israëls over het Poeriemfeest bijzonder groot, want het getuigt dat de straf die zij betaalden in de dagen van Haman voor de zonden die zij hadden begaan, volledig hadden goedgemaakt. Anders zou lichamelijke kwelling aan hen zijn voorgeschreven, in plaats van lichamelijk plezier.

VROLIJKE POERIEM

 PARASHAT KI TIESSÁ

Wanneer je opneemt Exodus. 30:11 – 34:35

Rabbi Jitzchak Luria

Likoetei Thora en Sha’ar HaPesoekiem

Eerbetoon aan het Mannelijke en het Vrouwelijke

Na de opdrachten over bouwen van het Tabernakel, vertelt G’D het Joodse Volk dat, hoe belangrijk het construeren van het Tabernakel ook is, het niet jullie inachtneming van de Shabbat schenden moet

De Eeuwige zei tegen Mozes. Spreek jij zelf tegen de Kinderen van Israël aldus: “Maar…Mijn Shabbatdagen moeten jullie stipt houden, want dit is een teken tussen Mij en jullie voor heel jullie nageslacht, opdat men zal weten dat Ik de Eeuwige ben die jullie bijzondere wijding heeft gegeven.” (Exodus. 31: 12-13)

Betreffende de betekenis van deze verzen, moeten we eerst verklaren hoe G’D Mozes aansprak, gewoonlijk formuleert Hij Zijn opdrachten niet zoals hier staat geschreven.

De gebruikelijke bewoording is “Spreek tot de Kinderen van Israël en zeg hen….”of “Zeg tot de Kinderen van Israël ….”. Hier, zegt het vers “Spreek jij…”, benadrukkend het woord jij.

Om dit te kunnen verklaren, zullen we eerst een andere tegenstelling uiteen zetten. De eerste registratie van de Tien Geboden [het gebod om de Shabbat te houden] is verwoord als volgt: “Denk aan….”, de woorden “Zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft” zijn hier niet in de tekst geregistreerd.

De Tien Geboden zijn tweemaal opgenomen in de Thora. De eerste keer in de historische context toen zij werden gegeven aan de Berg Sinai (Exodus. 20:2-4), en de tweede keer in de context van Mozes overzicht van Exodus vlak voor hij stierf aan het eind van de veertigjarige tocht door de woestijn (Deuteronomium. 5: 6-18). Deze twee versies van de Tien Geboden zijn grotendeels gelijk, maar er zijn enkele kleine verschillen.

De twee versies van het eerste vers van het gebod om de Shabbat te houden zijn in vergelijk als volgt:

eerste versie tweede versie
Denk aan Shabbat, door haar wijding te geven Houdt de Sabbatdag, door haar wijding te geven, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft

Op vergelijkbare wijze, [ het gebod] om ouders te eren bevat niet de woorden “opdat je dagen verlengd worden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Het volgende gebod, na het gebod om de Shabbat te houden, is het gebod om ouders te eren. De twee versies van dit gebod zijn in vergelijking met elkaar als volgt:

eerste versie tweede versie
Eer je vader en moeder, opdat je dagen verlengd worden op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft Eer je vader en je moeder, zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft, opdat je dagen verlengd worden en opdat het je goed zal gaan op de aardbodem die de Eeuwige, je G’D, je geeft

Ter verklaring: Deze twee geboden, het houden van de Shabbat en het eren van de ouders, zijn equivalent. De laatstgenoemde is het eren van iemands lichamelijke ouders, terwijl de eerstgenoemde het eren is van iemands spirituele ouders, met andere woorden, Zeir Anpin en Noekva, waar aan gerefereerd wordt als “de Shabbatot” [mv.] in de uitspaak van de Geleerden dat “als het Joodse volk twee Shabbatot zou houden zoals het moet, [zouden zij onmiddellijk worden verlost].”(Shabbat 118b)

Aangezien elke Joodse ziel voortgebracht wordt door de eenwording van Zeir Anpin en Noekva, mogen deze partzoefiem worden beschouwd als onze spirituele “ouders´”.

De uitspraak van de geleerden dat wij zouden worden verlost als we twee shabbatot zouden houden wordt gewoonlijk opgevat als twee shabbatot achter elkaar. Ergens anders echter becommentarieert de Arizal dat de esoterische betekenis van deze uitspraak is dat we twee aspecten van de Shabbat moeten houden, het vrouwelijke en het mannelijke aspect, welke de Shabbatnacht en de Shabbatdag zijn. Dus de twee Shabbatot zijn duidelijk Zeir Anpin en Noekva, en door hen “te eren” is het in acht nemen van de Shabbat in overeenstemming met zijn mystieke dynamica, we vervullen het gebod om onze “ouders”te eren op een spirituele wijze en worden verlost.

Dit is de mystieke betekenis van het vers: “Ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader, en zich strikt aan Mijn shabbatot houden.” (Leviticus. 19:3) [Het feit dat hier naar de Shabbat wordt verwezen in meervoud duidt op deze twee shabbatot, welke corresponderen met de vader en de moeder.

Nu zijn er twee aspecten ten aanzien van het in acht nemen van de Shabbat. Het eerste is het nauwkeurig naleven van de voorschriften van de Shabbat in al hun details, om de opdrachten te vervullen die Hij ons (mag Hij worden geprezen) heeft opgelegd en voor geen enkele andere beweegreden. Het tweede is om te rusten van werk op Shabbat opdat we genieten van het feit dat we kunnen rusten van ons werk.

U kent de verklaring van de Wijzen van [de liturgische passage,] “Laat Mozes zich verheugen in de toewijzing welke hem was gegeven”, dat Mozes vraagt aan Pharao om het Joodse Volk toe te staan één dag van de week vrij te stellen van het maken van tichelstenen omdat zij dan kracht kunnen verzamelen om meer te kunnen produceren op de andere zes dagen. Pharao ging akkoord en gaf hen de Shabbat vrij. (Shamot Rabba 1:32; Midrash Tehilliem 119)

Dit is wat de Thora bedoeld en probeert aan te geven door te zeggen, “Jij zult spreken tot de Kinderen van Israël…”; [G’D zegt tegen Mozes] “Jij [Mozes] die Pharao vroeg om hen een dag rust te geven, met andere woorden, jij zelf moet nu aan hen zeggen dat van nu af aan zij de Shabbat moeten houden niet voor hun eigen voordeel, maar eerder omdat deze Mijn Shabbatot zijn. Ik ben de Gene die hen verplicht om deze opdracht na te komen; zij zullen de Shabbat in acht nemen alleen voor Mij belang, en niet voor hun eigen belang.” Om die reden begint het vers met het woord “Maar”. Het impliceert dat zij de Shabbat zullen naleven omdat zij “Mijn Shabbat”zijn, want het is een teken….. dat men zal weten dat Ik, de Eeuwige, hen bijzondere wijding geef” en niet voor hun eigen voordeel of plezier.

Er is natuurlijk niets verkeerd aan om zich te verheugen in het naleven van G’D’s geboden, maar deze motivatie moet altijd gehouden worden in het juiste perspectief. We moeten alle geboden van G’D onvoorwaardelijk in acht nemen, als een uiting van onze onvoorwaardelijke liefde voor Hem. Zoals Rabbi Shneur Zalman van Liadi het uitdrukt; “Als G’D ons had opgedragen om gewoonweg hout te hakken [ zonder enige reden], zouden we hout hakken met het groots mogelijke enthousiasme.” Wanneer we ons eenmaal onvoorwaardelijk hebben verbonden tot het in acht nemen van de geboden, is er eveneens ruimte voor het waarderen van hun kwantificeerbare voordelen.

Zoals ik heb gezegd, de meervouds- vorm “Mijn Shabbatot” verwijst naar Zeir Anpin en Noekva. De eerste versie van de Tien geboden bevat niet de woorden, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”, om dat het verwijst naar de eerste reden [voor het houden van de Shabbat], de ene dat de reden van voordeel [voor het Joodse Volk] bevat. Het is dit [aspect] waarnaar onze menselijke logica zich richt en ons [onze logica]doet besluiten dat we de Shabbat moeten naleven “opdat je rund en je ezel rust krijgen…..(Exodus. 23:12)

In de tweede versie van de Tien Geboden, vermeld de Thora de tweede reden, welke alleen is om de opdracht van de Schepper te vervullen, dit is de betekenis van de zin, “zoals de Eeuwige, je G’D, je dat geboden heeft”.

Dit verklaart waarom wij [ in de tweede versie van de Tien geboden, de opdracht voor naleven van de Shabbat begint met “Houd ” de Shabbatdag door haar wijding te geven.” De tweede [versie van de Tien geboden] is van het vrouwelijke principe, wat aangeduid wordt door het woord “houd”, zoals bekend (Zohar III: 224a)

Het Hebreeuwse woord voor “denk aan” “zachor‘ is gerelateerd aan het woord voor “mannelijk” (“zachor”). “Denk aan”, is een actief aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar de actieve afkondiging van de heiligheid van de dag, gemaakt aan haar begin (in de Kiddoesh) en bij het einde (in de Havdala). “Houden” is het passieve aspect van het in acht nemen van de Shabbat en verwijst naar het passieve onderbreken van werk, welke het verhoogde G’ddelijke bewustzijn opent naar de realiteit van Shabbat.

Het Vrouwelijke principe, met andere woorden, in de tweede versie van de Tien geboden, zegt aan het Joodse Volk: “Houd de Shabbatdag, zoals Zeir Anpin, aangeduid door de woorden ‘Eeuwige, je G’D’ heeft je reeds eerder opdragen, in de eerste [versie van de Tien Geboden.”

De naam voor G’D in de zin “Eeuwige, je G’D” is de G’ddelijke naam Havayah, welke is geassocieerd met Zeir Anpin.

Er zijn ook twee redenen voor het naleven van het gebod van het eren van ouders. De eerste omdat het een opdracht is gedicteerd door menselijke logica, namelijk, dat een kind zijn vader en moeder moet eren omdat zij hem gecreëerd hebben, hem in de wereld hebben gebracht en onophoudelijk zichzelf ten behoeve van hem doen gelden. De tweede is een aanduiding naar Zijn opdracht om onze spirituele vader en moeder te eren, met andere woorden, de Heilige, geprezen zij Hij, en de Gemeenschap van Israël, dat is, “Zeir Anpin en Noekva.

De wijzen refereren op typische wijze aan G’D als “de Heilige, geprezen zij Hij”. In Kabbala is deze benaming gerelateerd aan Zeir Anpin, welke “heilig”is, met andere woorden, “afgelegen” van de wereld, met betrekking tot Noekva, welke neerdaalt in de lagere sferen, zoals we weten. De wijzen refereren dikwijls aan de G’ddelijk Aanwezigheid of Shechina, als “de Gemeenschap van Israël” (Knesset Jisraël), aangevend dat het de collectieve origine is van alle Joodese zielen, de baarmoeder vanwaar zij komen als zij neerdalen van Atziloet tot de lagere werelden.

In de eerste versie van de tien Geboden, vermeldt de Thora de eerste reden, door te zeggen, “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten [van Zeir Anpin], welke de “zes dagen van de Schepping” worden genoemd.

Deze zes “uitersten” van Zeir Anpin zijn de sefirot die metamorfoseren in dit parztoef; chesed, gevoera’tiferet, netzach, hod, en yesod. Zij worden “uitersten” genoemd, aangezien zij zijn geassocieerd met de zes richtingen van de drie dimensies van ruimte. Deze zes sefirot zijn ook geassocieerd met de zes dagen van de Schepping. De associatie met de dimensies van ruimte en de dagen van de Schepping (met ander woorden,tijd) verwijst naar dat aspect van Zeir Anpin dat het conceptuele raamwerk vormt voor deze fysieke wereld. Met andere woorden, door zich te houden aan het gebod om onze fysieke ouders te eren, verhogen wij de levenskracht welke deze wereld bereikt. Deze goddelijke liefdadigheid wordt weergegeven in deze wereld als een lang leven.

De tweede versie van de Tien Geboden refereert aan de gepaste spirituele reden voor het uitvoeren van dit gebod, welke overvloed van goddelijke liefdadigheid voortbrengt en daarom worden er twee typen van beloning vermeld. De eerste is “opdat je dagen verlengd worden”, verwijzend naar de stijging van de zes uitersten, zoals boven genoemd. Daarbij, [is er een beloning van] “opdat het je goed zal gaan”, wat verwijst naar de toevloed van hoger geestvermogen. Geestvermogen wordt aangeduid door het woord voor “goed” [in het Hebreeuws, “tov“] zoals we hebben uitgelegd in ons commentaar op de zin “die goede daden van barmhartigheid doet [chasadiem toviem]” in de eerste zegen van het Staande gebed. Dit geeft aan, dat door deze opdracht te doen om zijn spirituele motivatie, dat het bij iemand ook nog meer intellectuele volwassenheid voortbrengt. Dit is de reden waarom [in de context van deze reden] is geschreven “zoals de Eeuwige [Havaya], je G’D je gebiedt.”

Door dit gebod na te leven op een spiritueel niveau, erend Zeir Anpin en Noekva door verhoogd goddelijk bewustzijn in de wereld, worden we goedhartig beloond: we bereiken een hoger niveau van goddelijk bewustzijn en spirituele volwassenheid.

Een andere verwijzing naar bovengenoemde kan worden gevonden in het feit dat het woord “et” verwijst naar een bijkomende entiteit. De twee woorden “et” in het vers worden gewoonlijk niet vertaald in het Nederlands en dient simpel en alleen om een lijdend voorwerp aan te geven. Echter interpreteren de Wijzen vaak de aanwezigheid van “et” in het vers als een verwijzing en een indicatie naar iets buiten het expliciet lijdend voorwerp “. Hier verwijst het “et“, voorafgaand aan het woord “vader”, naar Zeir Anpin en de “et” voorafgaand aan het woord voor “moeder” naar Noekva.

SHABBAT SHALOM