JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG

VAN ALLE FEESTDAGEN, WORDT JOM KIPPOER BESCHOUWD ALS DE MEESTE HEILIGE EN SUBLIEME.

Op een eenvoudig niveau geeft Jom Kippoer de indruk een dag te zijn, opgedragen aan berouw, maar is dit werkelijk het geval? Bedenk, eerst komt Rosh Hashana, “de dag van oordeel” en dan Jom Kippoer, een dag van berouw. Is deze volgorde op enigerlei wijze zinvol:

Waarom zou een dag van berouw volgen op een dag die is opgedragen aan oordeel?

 WORSTELEN met MODDER

Hoe komt de heiligste dag verstrengeld met een dag die iemands slecht handelen weergevend? Kan het zijn dat er op deze heiligste der heilige dag niets beter te bepraten valt dan al het afval dat iemand in het voorgaand jaar heeft verzameld?

Begrijpelijkerwijs wordt het negatieve naar boven gebracht met als doel om ons er aan te herinneren onszelf te zuiveren. Aangezien we niet kunnen vergeten en laten gaan datgene dat we ons niet herinneren en erkennen en verschuldigd zijn. Toch is het even waar “dat iemand die worstelt met een bemodderd persoon zelf wordt bemodderd.”

Hoewel er plaats is voor indringend bewustzijn van je negatief gedrag, zou misschien Jom Kippoer hiervoor niet juiste het moment zijn. En inderdaad is dit niet zo. Jom Kipppoer gaat niet over het verhalen, herinneren van al onze negatieve bagage, want daarvoor is de hele maand Elloel.

Elloel is een tijd waarin we eerlijk en grondig soulsearching doen, een zelf onderzoek en streven het verkeerde recht te zetten. Het is een periode waarin wij oprecht ons gedrag analyseren, herstellen als er schade is aangericht en ferm besluiten om onze toekomst te verbeteren. Als de maand Elloel eindigt, zijn we gereed voor Rosh Hashana, “de dag van oordeel”.

Wat is dan Jom Kippoer?

GESCHEIDEN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Dit universum bestaat uit  tijd, ruimte en bewustzijn. Er zijn drie eigenschappen ten aanzien van de Schepping; Olam, ruimte, Shana, tijd en Nefesh, ziel. Wat en waar we ook zijn, we zijn altijd op een bepaalde locatie op een bepaalde tijd en in een bepaalde staat van denken, gemoedstoestand. Deze drie zijn zo intensief met elkaar verbonden dat de ene niet kan existeren zonder de anderen; tijd en ruimte worden alleen “absoluut” wanneer een bewustzijn, een waarnemer deze als zodanig observeert.

Tijd, ruimte en bewustzijn expanderen vanuit een centraalt punt, met andere woorden, de tijdstroom, de oorsprong van ruimte, en de extensie van bewustzijn ontwikkelen zich vanuit een punt van referentie. Tijd, Ruimte, Normatief Bewustzijn functioneren in een universum van polariteit, gesepareerdheid, diversiteit en fragmentatie. In lineaire tijd is een verleden dat invloed heeft op een heden en die op zijn beurt een effect heeft op de toekomst, het zelfde geldt voor ruimte. Ruimte heeft gedefinieerde dimensies, een breedte, hoogte en diepte. De waarnemer, het bewustzijn dat tijd en ruimte op deze gefragmenteerde wijze waarneemt is juist de schepper van al deze diversiteit omdat hij slechts zijn eigen innerlijke polariteit, dualiteit en innerlijke onenigheid projecteert op het leven dat hem omringt.

 DE EENWORDING VAN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Toch is er voor al de multipliciteit en diversiteit een centraal punt, dat één verenigd geheel is, vanwaar uit alle separatie en diversiteit voortkomt. Onmiskenbaar is het middelpunt van alle realiteit en existentie, de Schepper, maar als een manifestatie en vertegenwoordiging van deze eenheid, is er een expressie van eenheid in tijd, ruimte en bewustzijn, een punt vanwaar uit alle dualiteit voortvloeit. Er is een tijd, ruimte, ziel realiteit waarin de oneindige eenheid uitwaards begint te stromen tot in de eindige realiteit en waar de eindige separatie en oneindige eenheid verenigd en onafscheidelijk worden.

JOM KIPPOER REFLECTEERT EENHEID EN EENWORDING OP ALLE DRIE NIVEAUS, IN TIJD, RUIMTE EN BEWUSTZIJN.

 Met betrekking tot tijd wordt aan Jom Kippoer gerefereerd als achas ba’shana, de Eenheid van het Jaar. Jaar in het Hebreeuws, shana, is een woord dat is gerelateerd aan het woord shinoei, betekenend, verandering, aangezien de vloed van de jaarlijkse cyclus getuigt van diversiteit en de verandering van de seizoenen. En te midden van deze multipliciteit, staat Jom Kippoer als achas ba’shana, het focus punt van tijd uitdrukkend, de ultieme eenheid van tijd van waaruit alle veelvoudige tijd realiteiten voortkomen.

Evenzo wordt Jom Kippoer geassocieerd met de eenheid en eenwording van ruimte. Toen de Beth Ha’mikdash, de Tempel in Jeruzalem er nog stond, was het de Hoge Priester alleen toegestaan op Jom Kippoer, de heilige ruimte van Kadosh Kadoshiem, het Heilige der Heilige te betreden. Daar stond de Ark van het Verbond op de even hashesya, de fundatiesteen, de mystieke mysterieuze rots vanwaar uit de gehele fysieke ruimte zich uitstrekte, zoals de Talmoed verhaalt. De Ark van het Verbond was fysiek zoals al het andere, een manifestatie van deze materiële existentie met fysieke eigenschappen, en toch, geplaatst in het Heilige der Heilige, nam het geen enkele ruimte in. Als men zou kunnen meten vanaf de buitenwand van de Ark in elke richting, zou de totale som van de lege oppervlakten het zelfde zijn als de totale som van de gehele ruimte van het Heilige der Heilige.

Paradoxaal bevatte de Ark een welomlijnde afmeting, en toch nam het op geen enkele wijze ruimte in beslag, een totale smelting, eenwording en herintegratie van dimensie in het niet dimensionale, van ruimte in het niet ruimtelijke, hoewel de Ark zelf zijn afmetingen behield en tegelijkertijd niet ruimtelijk was.

ONS ESSENTIËLE ZELF ONTHULLEN

 En tenslotte en dit is zeer belangrijk, reveleert Jom Kippoer de éénheid van ons diepste zelf.Helaas, hopelijk zelden, gebeurt het, dat de wijze waarop we handelen en de weerspiegeling van ons uiterlijk gedrag niet overeenkomen met ons ware innerlijke. We wijken af van ons innerlijke pad en het proces verduistert ons innerlijk Licht, en toch, doet het er compleet niet toe hoe ver of vervreemd we zijn van ons innerlijk Licht, ons innerlijk Licht kan nooit en te nimmer worden vervaagd.

In essentie zijn wij puur en transcendent en elke negativiteit waar we ons mee engageren of inlaten is niet wie we zijn, eerder is het wat we hebben gedaan. De essentie van wie we zijn blijft onaangetast. De consequenties van ons negatief handelen kan maar oppervlakkig penetreren en kan zichzelf met ons verbinden maar meer als een aanhangsel. Het is waar dat zij ons terneer drukken, onze belasten, onze zicht vertroebelen, maar zij heeft geen effect op het diepste oneindige deel van onszelf, de ziel, die altijd één, puur en verbonden blijft.

Jom Kippoer geeft ons de kracht om ons diepste, oneindige, niet dualistische zelf te bereiken. Het is een dag waarop we boven ons ego uitstijgen en volledig in de diepste bronnen van onze vrije ziel doordringen.

Meta historisch was Jom Kippoer gekozen als een dag van teshoeva, omdat het de oorspronkelijke dag was van vergiffenis op het moment van de geboorte van het Joodse Volk.

Slecht zes weken na de monumentale G’ddelijke ontmoeting bij de Sinaï, toen de absolute Eenheid duidelijk zichtbaar was, dansten de Oude Hebreeën rond het Gouden Kalf en proclameerden, “dit is de god die ons uit Egypte leidde”. Het verlangen om een beeld te verafgoden en te aanbidden was zo sterk en de menselijke dubbelheid behoeft aan conceptualisering en context was zo overweldigend, dat zij niet in staat waren de Sinaï gepast te assimileren.

Acht dagen later, na veel gebed en smeken van Mozes, verwierf en bereikte Mozes vergeving, een middel om opnieuw toegang te verkrijgen tot de hoogste niveaus, zelfs nadat men diep is gevallen. Die dag was de tiende van de zevende maand van Tishré, die dag wordt door de Thora aangeduid als Jom Kippoer.

Op Jom Kippoer, zegt de Talmoed, “de essentie van de dag brengt verzoening”. De dag van Jom Kippoer roept en brengt voort sublieme middelen van superioriteit die alle uiterlijkheden, dus alle negativiteit overschaduwt. Of we volledig bewustzijn zijn of niet maakt weinig verschil, zolang als we minimaal de helende kracht van de dag accepteren en zeker niet interfereren.

EEN DAG VAN SUPERIORITEIT, EEN TIJD VAN IMMANENTIE

 Jom Kippoer is een dag waarop we afzien van normatieve lichamelijke behoeften. De restricties van de dag zijn niet primair bedoeld om lijden van het lichaam te veroorzaken. Als pijn veroorzaken de intentie was, zouden er veel effectievere manieren zijn om dat te bereiken. De focus hier is te bewerkstelligen dat de  normatieve fysieke sfeer wordt doorbroken. Het is een dag toegewijd aan het bereiken van transcendentie van het fysieke, als ook een transcendentie van alle negativiteiten en geringschatting.

Op Jom Kippoer vindt totale transcendentie plaats. Dit is een dag waar wij ons onthouden van shoven, “rust”, zoals de stam van het woord Shabbat, van eten, drinken, echtelijke relatie, zelfs van lopen en verplaatsen, gerepresenteerd door het verbod om leren schoeisel te dragen en andere lichamelijke behoeften. Er is een complete materiële transcendentie, een afzien van alle fysieke dingen. Velen hebben de gewoonte om zo veel mogelijk te staan gedurende de gebeden. Gedurende de gebeden wordt een wit lang hemd gedragen (kittel), en er wordt een witte gebedsmantel (Talliet) gedragen.

Het uiteindelijke terugkeren, teshoeva, is wanneer we een radicale ommekeer van ons verleden opwekken. Zelfs het negatieve verleden en ons verleden omvormen in een positieve context binnen het heden. In de Taal van de Talmoed, teshoeva van liefde verandert “koppige overtreding tot positieve goedheid”. Hoe kan dit gebeuren?

Voor de een is het juist ons voorafgaand negatief handelen dat ons heersend diep verlangen om terug te keren motiveert, en om een meer diepgaand niveau van teshoeva te bereiken. Ons negatief gedrag van het verleden kan als een springplank voorwaarts dienen naar positief gedrag in de toekomst. Dit nieuw strategisch punt is de essentie van goedheid en licht binnen de ogenschijnlijke negativiteit en duisternis. Retroactief sprekend, de G’ddelijke goedheid in het negatief handelen is, dat het kan en vaak binnen de persoon een diepere wil opwekt om terug te keren en bewerkstelligt het dat iemand zijn handelen veranderd.

Om die reden is het woord voor “wandaad” in het Hebreeuws chet, gespeld als, chet, tet, alef. Technisch kan het woord chet geschreven worden zonder de laatste letter alef, die niet uitgesproken wordt en dus klaarblijkelijk overbodig is. En toch heeft chet een alef, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de fonetische opening van alle klanken, een die de Eerste, de Ene en de Enige representeert. Mogen wij waarlijk bewust zijn van deze dag van achat ba’shana, eenheid van tijd en een verzachting van ons gehele zelf bereiken binnenin het opnieuw ontdekte zelf.

Mogen we verdienste overtreffen in de ontzagwekkende dag van Jom Kippoer en ons diepste zelf onthullen. Mag de uitwerking van onze persoonlijke innerlijke transformatie worden waargenomen en gevoeld door de hele wereld. Mogen we voor de “essentie van de dag” toestaan om ons ware teshoeva te brengen, en dat ons eigen teshoeva een teshoeva inspireert voor de hele wereld, zodat de wereld wordt geheeld en herstelt van zijn fragmentatie, versplintering en schijnbare zinloosheid.

Juda Groenteman      

 

DE KOSMISCHE ZIEL VAN ROSH HASHANA

ROSH HASHANA VERTEGENWOORDIGT VERNIEUWING VAN JE ZELF EN VAN DE WERELD

De Dimensie Van Bewustzijn

Het universum is niet gebouwd in tijd en ruimte alleen; het heeft andere parameters. Zoals ruimte zich uitstrekt in drie dimensies en de tijd uitstrekt van verleden naar toekomst, zo strekt dit andere continuüm zich uit van het binnenste naar het buitenste, van de etherische essentie van zijn tot concrete realiteit die we aanraken en voelen, van simpliciteit van oneindig licht naar de chaos van onze uiterste wereld. We kunnen het de kosmische ziel noemen of de dimensie van bewustzijn. Of we kunnen gewoon zeggen dat het hele universum kan worden begrepen als een soort persoon van wie elk van ons niet meer dan een oneindig klein, microreproductie is.

Op paradoxale wijze drukt deze kosmische ziel zichzelf in ruimte uit door het medium van tijd. Zodat wat existeert in de ziel, existeert in tijd en wat existeert in tijd, existeert in ruimte. In de ziel is een besef, een bewustzijn en de plaats vanwaar het bewustzijnsleven zich uitbreidt, in ruimte is er het Land van Israël, een ruimte van  waaruit de hele wereld wordt gevoed. In tijd is er Rosh Hashana, een tijd van waaruit alle tijd wordt vernieuwd.

Dus we noemen het Rosh Hashana, letterlijke betekenis, Hoofd van het Jaar. Niet alleen een begin, een startlijn, maar een hoofd. Net zoals het hoofd het bewustzijn bevat van alles wat er gebeurt in het lichaam, zo ook is Rosh Hashana het essentiële knooppunt waardoor alle vitaliteit van een heel jaar reist

Ruimte, tijd en bewustzijn, op één niveau, lijken van elkaar te verschillen, met bewustzijn, handelend als een waarnemer, getuige van ruimte binnen een context van tijd. Maar op een meer diepgaand niveau, existeert tijd niet zonder ruimte en geen van twee existeert zonder een waarnemer, aangezien de waarnemer effectueert en fundamenteel creëert dat wat is waargenomen.

Om alleen te praten over de vernieuwing van tijd op Rosh Hashana  zonder in te gaan op de vernieuwing van ruimte en de vernieuwing van bewustzijn kan niet accuraat zijn . Als Rosh Hashana de vernieuwing van tijd is en het zenuwcentrum waardoor alle richtingen van de tijd stromen, is het ook de vernieuwing van ruimte en bewustzijn. Op Rosh Hashana is er een totale kosmische vernieuwing; en door onszelf af te stemmen op deze ontzagwekkende dag, kunnen wij hernieuwde vitaliteit bereiken op alle niveaus van ons wezen, een radicale vernieuwing in tijd, ruimte en bewustzijn.

VERNIEUWING VAN DE MENSHEID

 Rosh Hashana is ook de dag van onze collectieve beoordeling, omdat het een dag is die de creatie van de mensheid viert, de Genesis van Adam. Adam representeert de kosmische mens, adam/kadmon de primordiale mens. In aanmerking nemend dat Adam de eerste mens was, kunnen alle mensen hun genen terugvoeren tot één voorvader. Zoals fysiekheid een reflectie is van de spirituele realiteit, is Adam ook onze spirituele voorvader. Adams ziel is de collectieve en universele ziel waar alle zielen uit voortkomen, een zielsoorsprong waar alle individuele zielen van zijn afgeleid.

Adam is dus de verpersoonlijking van heel het menselijk bewustzijn. De creatie van Adam was niet een eenmalig gebeuren, het gebeurt elke moment opnieuw, uitmondend in het centrale punt van deze vernieuwing op Rosh Hashana, wanneer een totale vernieuwing van kracht en energie van ons individueel bewustzijn plaats vind.

DE FUNCTIE VAN DE TEMPEL

 Toen de Tempel stond in Yeroeshalayiem/Jeruzalem, was dit het centrum van tijd en ruimte; hernieuwd bewustzijn werd daar geboren in het zicht van de wereld. Als focuspunt van de hele ruimte, het middelpunt van waaruit alle richtingen voortvloeien, was er een constante tastbare waarneming van nieuwheid en frisheid in het domein van de Tempel. De Toonbroden werden nooit oud, zij bleven vers gebakken, zij smaakten altijd vers, zelf als zij een week tevoren waren gebakken, zoals de Talmoed aanhaalt in Chagigah. 26b.

De Tempel was gebouwd op de plaats waar Jacob eens had geslapen en droomde van een ladder naar de Hemel, zoals de Thora verhaalt in het Boek Genesis 28:12-18.

Toen hij wakker werd uit deze droom, proclameerde hij, “Ongetwijfeld is Hashem in deze plaats; en ik wist [realiseerde] het me niet. ”Wat hem verontrustte was dat hij had geslapen op een heilige plaats. De Talmoed noemt slapen “een zestiende van dood zijn “ (Berachot 57b). Slaap is statisch, stilstaand, niettemin moet een heilige plaats levend zijn, wakker en rechtovereind staan en met enthousiasme in bewegingen zijn. Jacob was verontrust dat hij niet overeenstemde en harmonieerde met zijn bewustzijn.

Heden ten dagen proberen wij zijn vergissing recht te zetten door niet overdag te slapen gedurende Rosh Hashana, vooral niet voor het blazen van de Shofar, die kosmisch ontwaken representeert.

We proberen ook de misstap van Adam recht te zetten die, als de personificatie van de algemene ziel van de mensheid, dualiteit koos, ouderdom en uiteindelijke sterfelijkheid. In plaats daarvan proberen we ons bij de hernieuwde G’ddelijke energie stroom aan te sluiten en een hischadshoet/ vernieuwing in vitaliteit en energie in al onze aspecten van het leven te brengen.

WIJ WENSEN AL ONZE VRIENDEN  EN SUPPORTERS EEN KETIVA VECHATIMA TOVA, MAG DE ALMACHTIGE U EN DE UWEN INSCHRIJVEN VOOR EEN GOED EN ZOET JAAR.

PARASHAT HA’AZINOE

 Neig het oor   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

 Rabbi Schneur Zalman van Liadi

 “Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviem betekenen beide regendruppels.

De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem, “Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshe voortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen en eisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

 

 

SHAVOE’OT – WEKENFEEST 5774

ZEMAN MATAN THORATENOE

De dag waarop wij herdenken dat het Joodse volk de Thora kreeg.

 Zou iemand tegen je zeggen dat er wijsheid is onder de volkeren, geloof het…maar als hij tegen je zegt dat er Thora onder de volkeren is, geloof hem niet. (Eicha Rabba. 2:13) Deze stelling van onze Geleerden geeft het verschil aan tussen wijsheid en Thora.

Begrip van rationele inzichten stelt fundamentele kundigheid met axiomatische veronderstellingen en de grondregels van wetenschappelijke methoden voorop. In filosofische terminologie worden deze de principes van logica genoemd. De regels van logica en axiomatische veronderstellingen dwingen het intellect tot conclusies.

Deze regels en veronderstellingen leiden inderdaad tot conclusies, maar zijn op zichzelf niet gebaseerd op enig voorafgaand principe dat dwingt deze te adopteren. Het is afhankelijk van iemands “goede wil”, als hij het er mee eens is, als hij bereid is ze te accepteren, dan zal hij ook de rationele conclusies die erop volgen accepteren. Als iemand niet bereid is om ze te accepteren, heeft iemand de optie om de regels en veronderstellingen af te wijzen en daarom zal hij ook elke hieruit voortvloeiende conclusie afwijzen.

Dit is een manier om aan te tonen dat het intellect zelf afhankelijk is van iets dat het intellect te boven gaat. Het intellect zelf voelt aan dat zijn eigen oorsprong van origine niet het intellect is. Want de fundamentele punt ten grondslag liggend aan het hele intellect, met andere woorden, axiomatische veronderstellingen, is niet overtuigd van een zuiver rationele zienswijze. Axioma’s zijn geaccepteerd omdat zij een beroep doen op het menselijke. Daarom is hun acceptatie een handeling van vertrouwen, geloof en psychologische veronderstelling of vermoeden.

Hierin ligt het verschil tussen wijsheid en Thora. Acceptatie van wijsheid is afhankelijk van iemands goede wil. Als de rationele principes aantrekkelijk voor hem zijn, zal hij die gebruiken om gevarieerde conclusies te kunnen trekken, zelfs als deze principes hem zelf niet overtuigen. Dit is compleet niet het geval met Thora. Want Thora, zoals de term wordt geïnterpreteerd in de Zohar III:53b, betekent hora’ah [instructie]: Thora leert de mens wat verplicht is, wat gepermitteerd is, met ander woorden, de drie categorieën van issoer [wat niet is toegestaan], reshoet [de keuzemogelijkheid] en de mitzwa [de G’ddelijk verordende opdracht en heiliging]; en Thora eis dat iemand de sfeer van reshoet converteert in een mitzwa.

De Thora maakt deze instructies onafhankelijk, ondergeschikt aan menselijke instemming. De Thora leert en verlangt dat de mens hen, ongeacht zijn eigen mening en verlangens, ze moet volgen.

 Dit is vervolgens de betekenis van “wijsheid is onder de volkeren, geloof het…Thora onder de volkeren, geloof hen niet”. Het concept van Wijsheid, iets dat ondergeschikt is aan iemands goede wil en goedkeuring, existeert nog onder de volkeren. Als en wanneer zij de veronderstellingen en principes van een redenering kunnen goedkeuren, zijn zij bereid ook de conclusies te accepteren. Het concept van Thora echter, die geaccepteerd moet worden zonder enige voorafgaande instemming, met andere woorden, ongeacht of het aantrekkelijk of interessant is voor hem of goed doet of niet, bestaat niet onder de volkeren.

CHAG SAMEACH

 

 

 

 

 

DE KABBALISTISCHE PSYCHOLOGIE VAN PESACH

HOE DE MITZWOT DIENEN ALS ARCHETYPES VAN HET COLLECTIEVE BEWUSTZIJN

Elk jaar, met Pesach, opent zich een unieke vortex in het tijd/ruimte continuüm, die een bijzondere wijze van G’ddelijke lichtstraling mogelijk maakt om in deze wereld binnen te komen. Deze kosmische ingang is maar voor een zeer korte tijd geopend, slechts enkele uren tijdens de nacht van Pesach.

De Hagada brengt naar voren dat “iemand die zichzelf niet ziet alsof hij Egypte verlaat, niet zijn plicht heeft vervuld in het vertellen van het verhaal.”

 

De exodus is niet alleen een historische gebeurtenis. Het is een ononderbroken voortdurende gebeurtenis, die elk jaar, op de seideravond een dramatische impuls ontvangt. Het klassieke Sefer Yetzirah, de Gids met de meeste autoriteit om de structuur van het universum te begrijpen, verklaart dat er drie algemene sferen kunnen worden benoemd, Olam, Shana en Nefesh. Olam (wereld) verwijst naar de dimensie van ruimte. Shana (jaar) verwijst naar de dimensie van tijd. Deze twee vormen de heden bekende tijd/ruimte continuüm waarin we leven. Maar er is een derde element, de ene waarvan de meeste mensen geen idee hebben hoe het is verbonden de met twee anderen. Het derde element, Nefesh (ziel) is het gebied van de geest, met andere woorden, het denken.

 

Denken, met andere woorden, het denkvermogen, is de dimensie welke heerst over het tijd/ruimte continuüm, Olam, Shana. Dus is het door Nefesh, het vermogen van het menselijke brein dat wij in staat zijn om ons te verheffen en te bevrijden van de gelimiteerde materiële omheining. Egypte, in het Hebreeuws, Mitsrajiem, betekent begrenzing beperking.

 

Door het vermogen van zuiver denken, kunnen wij opnieuw ervaren wat het betekent om vrije zielen te zijn, zielen die niet zijn onderworpen aan de limitaties van een gedachte gevangen door de zintuiglijke waarneming.

 

De rituelen van de Pesach Seider stelt het ware denken in staat om te worden vrijgelaten, om de vervoering van spirituele vrijheid te ervaren. Om dit te kunnen laten plaatsvinden, moet de de Seider op gepaste wijze in acht worden genomen, met andere woorden, in al zijn Halachische details. Meer dan gewoonlijk moet men de archetypen van de Seider activeren door hen uit te voeren met Kavanot en meditatie. Deze mentale functie van het brein stelt de Seider en de Hagadah in staat om te worden getransformeerd tot een platvorm voor spiritueel psychische verheffing in onbekende gebieden van de ziel.

 

Wanneer een maal de Seider op de juiste wijze is vervolledigd, met de gepaste Kavanot, is iemands ziel gereed om hoger op te stijgen in deze Lil Shimoeriem [bewaakte en beschermde nacht].

 

De boodschap is duidelijk: wordt wakker slapende zielen, grijp je vrijheid die je zielsbewustzijn onthouden wordt, de ziel die in deze wereld in slavernij wordt gehouden en zo je ware spirituele natuur verbant. Sta op en proclameer vrijheid, vrijheid van onwetendheid, van spirituele infantiliteit, vrijheid van de verstikkende greep van beperkingen van onze zintuiglijke vermogens, vrijheid om te zijn wat we werkelijk zijn: veelzijdig van niveau en meta – dimensionale wezens van geest en lichaam.

Or met een alef en or met een ayin.  

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 

FASEN VAN BEVRIJDING

De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 

ONDERWERPING

De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

 

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 

VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

1)    Kadeish

Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

2)    Urchatz        

Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).

 

2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.

 

3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.

 

4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

3)    Karpas

         Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

4)    Yachatz

Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren. De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

5)    Magied

Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken

In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

6)    Rachtzah

Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

10)  Korech

Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

11)  Shoelchan Orech

Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

12)  Tzafoen

Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

13)  Beirach

Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

14)  Hallel

Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

15)  Nirtzah

Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 

CHAG SAMEACH PESACH     

 

 

 

 

    

 

  

 

   

 

 

 

 

 

 

 

                     

 

 

 

 

POERIEM 5774

HET ELIMINEREN VAN TWIJFEL, HAMAN, EEN NAZAAT VAN AMALEK

 

Waarom is ons niet bevel gegeven om Amalek te verdrijven, zoals de andere volkeren kregen die het Land bewoonden? Waarom moesten we hen verdelgen?

 

 Het is een positief voorschrift van de Thora om de herinnering van Amalek uit te wissen.

 

Denk er steeds aan wat Amalek je heeft aangedaan……….je moet de herinnering aan Amalek onder de hemel absoluut wegvagen. (Deuteronomium. 25:17-19)

 

De vraag is: “Waarom is ons geboden van alle volken Amalek te verdelgen?” In het Thoragedeelte Ki Tisa staat geschreven: “ En Ik verdreef de Kananiten, de Emoriten, de Hittiten, de Priziten en Chiviten en de Yevoessiten en ook de Girgashiten.” Waarom wordt ons alleen geboden hen te verdrijven en niet geboden hen te verdelgen?

 

Het is bekend dat de concepten van de zeven landen verwijst naar de zeven slechte eigenschappen, zoals wordt geschreven in het commentaar op de Thora van de Ba’al Shem Tov (Parashat Shemot 12). “Kananiten,” verwijst naar “liefde” en de passie van copuleren geassocieerd met de Sefira van Chesed. Hittiten is een linguïstische verwijzing naar angst, met andere woorden, “kwade vrees”, geassocieerd met de Sefira van Gevoera. Emoriten is het equivalent van hoogmoed, geassocieerd met de Sefira van Tiferet. Priziten is equivalent aan brutaliteit, geassocieerd met de Sefira Netzach, met andere woorden, “zonder vrees”. Chiviten is geassocieerd met de Sefira Hod, een verwijzing naar droefheid [de letters van Hod, omgekeerd, spellen, “Davve” wat “droevig” betekent.] De Girgashiten representeren luiheid.

 

 Het probleem met de menselijke deugdelijke eigenschappen is dat ze niet teniet gedaan kunnen worden, maar elke eigenschap moet worden gemoduleerd volgens de juiste maatstaf [maatstaf en eigenschap zijn de zelfde woorden in het Hebreeuws]. Elke eigenschap heeft een goede mate die we ijverig moeten nastreven. Net zoals er destructieve afgunst is, is er constructieve afgunst en naijver, met andere woorden: de motiverende na-ijver zoals onder studenten; juist zoals er goede liefde is, is er slechte liefde, goed ontzag en slecht ontzag, etc. Dienovereenkomstig, wordt ons niet geboden om deze volkeren te verdelgen, maar om hen te veroveren en hen binnen het sacrale te brengen.

 

 Dit is niet het geval met Amalek, wiens essentieel belang is het zaaien van twijfel in het bestaan van G’ddelijke supervisie, zoals wordt gesteld in het Thoragedeelte “Beshalach’, waar het Volk Israël  G’D op de proef stelt door te zeggen: “Is G’D in ons midden of niet?” (Exodus.17:7). Bijgevolg is dus de numerieke waarde van Amalek het zelfde als “safek” wat twijfel betekent.

 

Aangezien de oorsprong van alle twijfel het gebrek van vertrouwen in de G’ddelijk supervisie is, profeteerde Bil’am, “Het begin van de vijandige volken was Amalek, maar aan het eind gaat hij voor altijd te gronde” (Numeri. 24:29). Met andere woorden, de oorsprong van overtreding in denken, de bron van de idee dat er geen G’ddelijke supervisie is, is in de wereld.

 

De vroegste oorsprong van Amalek is de primordiale slang die alle zonden veroorzaakt, zoals is geschreven, “De slang heeft mij verleidt en ik at” (Genesis. 3:13). Het woord “verleiding” in het Hebreeuws gebruikt de zelfde letters als de uitdrukking, “Is er niets?” [in het Hebreeuws, “HaYesh Ayin?”]. Alleen de openbaring van het Licht van Wijsheid kan deze smet corrigeren. Door de Thora is het mogelijk om de supervisie van de Schepper over Zijn creaturen te openbaren en dan zal de twijfel verdwijnen en worden vervangen door de bewustwording van “Oog tot oog zullen zij zien hoe G’D zal terugkeren naar Zion.” Dus het heeft geen zin om de karakteristiek van Amalek te verdrijven; men kan het alleen ontwortelen door het Licht van de Thora te openbaren en dan pas verdwijnt twijfel.

 

Onze Wijzen zeggen, “Er is geen grotere vreugde als de eliminatie van de twijfel.” Gedurende Poeriem profiteren we van dat geluk door middel van de onthulling van het Licht van Wijsheid die wordt aangereikt door het drinken van wijn. Dit is de reden waarom we worden gevraagd om dronken te worden etc. totdat er verwarring is tussen “vervloekt zij Haman en gezegend zij Mordechai.” Na de openbaring van G’ddelijke Supervisie, verdwijnt het kwaad en alles wordt getransformeerd naar het goede; dan is er inderdaad geen verder onderscheid tussen “vervloekt zij Haman en gezegend zij Mordechai” en sommige nakomelingen van Haman, een nakomeling van Amalek, zullen overgaan naar het Jodendom en in het openbaar Thora leren.

 

Nu kunnen we begrijpen van waar deze Wijzen van gezegende nagedachtenis zeiden, “Er is geen volledige Troon of volledige Naam van de Schepper totdat de naam Amalek is uitgewist,” omdat de G’ddelijke Supervisie van de Schepper en de volledige Naam van de Schepper, die verwijst naar “tov oemetiev”, Hij is goed en doet goed”, zal worden geopenbaard door het Licht van Zion en deze openbaring hangt af van de uitwissing van Amalek, die de oorsprong is van de ontkenning van Zijn supervisie.

 

 In het vers aan het eind van bovengenoemde Parashat BeShalachki jad al kess joed Kéh,” ontbreekt de letter “Alef” van het woord Kess [  betekent: stoel of troon] en van de letters “Vav Kéh ontbreken 2 letters van de Naam van G’D. Dit verwijst naar het mysterie van “En dan vanuit Zion de openbaring van Licht,” zoals wordt gezegd, “En Licht zal uitgaan van ZionI” en ook, “En G’D zal zegenen vanuit Zion”. Zijn troon en Zijn Naam zullen beiden compleet worden op het moment dat Amalek zal worden vernietigd.

 

VREUGDEVOL POERIEM     

SJEMINIE ATSERET – SIMCHAT THORA, PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SJEMINIE ATSERET – SLOTFEEST, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

 

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomt  van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

 

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.

 

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

 

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

 

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. Nou, om dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest, antwoordde de eenvoudige man. Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.

 

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

 

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

 

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

 

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn en als Joden delen we de verbintenis  met de essentie van de Thora, een verbintenis die ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

 

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

 

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

 

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

 

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.

 

Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstel met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

 

 CHAG SEMÉACH, GOED JOM TOV

 

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA 
Op de feestdag van Sheminie Atseret – Simchat Thora (donderdag 26 en vrijdag 27 september), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (donderdag 26 september) in Israel, lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, als het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 28 september is.

 

PARASHAT WEZOT HABERACHA        En dit is de zegen

 

 

Deuteronomium. 33:1 – 34:12

 

Rabbi Shimon bar Jochai.

 

Het verwelkomen van gasten in de Soeka.

 

Zohar, Emor bladzijde 103b.

 

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

 

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

 

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

 

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

 

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, refererend aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezicht uitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

 

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

 

PARASHAT BEREESHIET         In het begin                Genesis. 1:1 – 6:8

 

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR, p. 23a

 

In de onderstaande vertaling bespreekt Rebbe Shimon de vraag waarom G’D de kwade inclinatie in een persoon heeft gecreëerd. Als iemand geen aanmoediging in zich heeft tot kwaad, zouden er geen kwaadaardige handelingen worden gepleegd die correctie verlangden door berouw en gecorrigeerd gedrag.

 

Rebbe Shimon zegt dat als dit zo was [dat G’D wist dat de mensheid zich zou kunnen laten leiden bij hun kwade inclinatie] waarom is dit alles?

 

Waarom creëerde Hij de wereld?

 

Rebbe Shimon zei tot zijn vrienden, dat als G’D niet de goede en de kwade inclinaties had gecreëerd in een persoon [die zijn zoals licht en duisternis in het universum] een persoon ook niet was gecreëerd met de mogelijkheid om beloning en straf te ontvangen. In plaats daarvan werd de mens gecreëerd met beide inclinaties, en omdat is er geschreven: “Zie, vandaag leg Ik je voor het leven en dood en goed en kwade”( Deuteronomium. 30:15). [Deze “optie” reflecteert iemands vermogen om vrije keuzen te maken.]

 

Zij zeiden tot hem dat zijn uitleg uitstekend is, maar was het niet beter dat de kwade inclinatie in zijn geheel niet was geschapen? Dan zou een persoon niet zondigen en de negatieve effecten in de spirituele werelden zouden niet meer plaatsvinden.

 

Vervolgens worden straf en beloning overbodig.

 

Hij antwoordde hen dat ten aanzien van regels van oordeel, het gepaster is dat de mens werd geschapen op deze manier [vrijheid van keuze en straf en beloning].  De Thora is gecreëerd voor de mensheid en bevat geschreven teksten van straf voor de slechten en beloning voor de rechtvaardigen. Er was geen behoefte voor beloning en straf dan alleen voor de gecreëerde mens. Chaotische anarchie is niet gecreëerd, eerder een geordende staat met controle over de inclinatie [om goed of kwaad te doen].

 

Aldus wordt de mens een partner van G’D die licht en duisternis creëerde. In het kiezen van goed, creëert de mens licht; in het kiezen van kwaad creëert hij duisternis.  Dit verklaart waarom het eerste licht was gecreëerd op de eerste dag van de Schepping, vóór de zon en de sterren. Dat licht heet “goed” en is hier equivalent aan het licht dat wordt opgewekt door een handeling van barmhartigheid.

 

Zij zeiden tot hem dat wat zij nu hoorden, zij nooit tevoren hadden gehoord. Het is zeker dat G’D geen dingen creëert waar geen behoefte aan is.

 

Niet alleen dat, maar de Thora van de geschapen wereld is de kleding van de Shechina.

 

Dit omdat de persoon die kiest voor licht ( door het leren van Thora en het doen van goede daden) de G’ddelijke Aanwezigheid kleedt en verfraait in de laagste wereld met prachtige kleding, en haar in een passende staat brengt om zich te verenigen met haar G’ddelijke bron. 

 

Als de mens niet was geschapen [na de Thora], zou de Shechina zonder kleding zijn, als een bedelaar [in lompen gehuld]. Daarom, als iemand, als het ware, kwaad doet, ontkleedt hij de Shechina,  wat een effect heeft op hem en op deze wereld.

 

Bovendien, allen die de opdrachten van de Thora uitvoeren, kleden de Shechina in haar gewaad.

 

Zoals we eerder hebben uitgelegd m.b.t de opdrachten over het dragen van de kledingstukken van Tzitziet en tefillien. Zoals staat geschreven: “Het is haar enige bedekking [een verwijzing naar de taliet]. Het is een kledingstuk voor zijn huid [een verwijzing naar Tefillien die gemaakt zijn van leer].

 

“In wat zal hij s ’nachts slapen?” duidt op de verbanning van de Shechina, zoals we hebben uitgelegd. [Zie Tikoenei Zohar, Tikoen 69]

 

En zo is het met alle schepselen en dingen in de wereld.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

SOEKOT – LOOFHUTTENFEEST

DAKBEDEKKING VOOR BEWUSTZIJN

Kabbala leert dat het dak van de soekka G’ddelijk bewustzijn kanaliseert.

 

 

Rabbi Jitzchak Luria, opgetekend door Rabbi Chaim Vital.

 

 

Van de mitzwot verbonden met de feestdagen van Soekkot, is wellicht de meest opmerkelijke de eigenlijke structuur van de soekka (hut) waarin we het hele feest verblijven en waar het feest zijn naam aan ontleent. Terwijl de expliciete reden voor het bouwen van de soekka is om de miraculeuze Uittocht van Egypte te herinneren en aan G’D’s bescherming toen we de Sinai woestijn doortrokken, verklaart de Ari dat, wanneer men op de juiste wijze de soekka construeert, het als een model dient van de spirituele werelden en als een kanaal voor verbredend bewustzijn, kanaliserend de G’ddelijke liefdadigheid en welwillendheid in de Lagere Sferen. 

 

Eén van de hoofdbestanddelen welke nodig is voor een geldige soekka is de “schach”, het dak van de soekka, gemaakt van organisch natuurlijke materialen rustend op de wanden. Chassidische literatuur leert dat zowel het woord “soekka”, als het woord “schach”, verwijst naar de frase “waarnemen” [‘soché’] met G’ddelijke inspiratie, zoals gebruikt om onze matriarch Sarah te beschrijven, ook wel bekend als “Isca” (van dezelfde wortel letters).

 

De Ari leert dat deze connectie tussen schach en G’ddelijke inspiratie, als een profetie of in elk geval een niveau van uitgebreid bewustzijn is. In feite dient schach van een soekka die kosher is, in het bijzonder als een medium door welke we Hemelse wijsheid en begrip absorberen. Kabbala geeft niet alleen modellen van spirituele realiteiten aan in de Hemelse Werelden, maar ook hoe wij een actieve rol spelen in hun manifestaties in Deze Wereld. In de soekka functioneren wij in de rol van de Partzoefiem van Zé’ir Anpin en Noekva, gelijkend op onvolwassen zonen en dochters (of kuikens in een nest) en de schach functioneert als een interface (intermediair) met de Partzoef van Imma, de voedende “moeder”; evenals “onze moeder” Sarah, hangend boven haar jongen in haar nest, wijsheid en begrip schenkend en de zorg om hen volwassen te maken en zelfs hen een glimp te geven van het Universum van haar verheven perspectief.

GOED JOM TOV           

 

JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG 5774

Wanneer de Hoge Priester met zijn lippen de letters van de Naam  begon te formuleren, “slikte” hij onmiddellijk de letters weer in.

 

Rebbeinoe Bachya ben Asher

 

Want op die zal hij (de Hoge Priester) verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren.”(Leviticus. 16:30)

 

Dit vers is een belofte voor Joden gedurende de generaties van de Dag van Verzoening welke een specifieke uitzonderlijke dag is voor vergiffenis en kwijtscheiding. Wanneer de Hoge Priester zijn confessie, belijdenis reciteerde op Jom Kippoer, reciteerde hij dit vers is zijn gebed.

 

De Naam van G’D waaraan in dit vers wordt gerefereerd is de Naam bestaande uit 42 letters. Sommige van onze Geleerden menen dat Aaron de Naam Havayah gedurende dit gebed gebruikte en niet de 42 letterige Naam op Jom Kippoer. Rabbi Saadyah Gaon behoort tot die groep van Geleerden. Wij menen dat de eerste opinie, dat de 42 letterige Naam van G’D  werd gebruikt door de Hoge Priester waarschijnlijk de correcte is.

 

Dit is de reden waarom in onze liturgie van Jom Kippoer de formulering staat: “Toen de mensen buiten de Tempel de Hoge Priester de Heilige Naam hoorden uitspreken…..wierpen zij zich ter aarde en proclameerden G’D’s Majesteit door het uiten van de woorden die we dagelijks gebruiken na de eerste frase van het Shema Jisrael gebed, met de andere woorden: “Geprezen de Naam van Zijn Koninklijke Majesteit, voor alle eeuwigheid”. Toen de auteur dit onderdeel van de liturgie schreef “in heiligheid en zuiverheid” meende hij dat het volk de Naam Havayah niet moest uitspreken zoals de Hoge Priester deed. Hij meende dat de gedachten van de mensen die van verering, respect en diepe eerbied waren vervuld heilig waren zonder dat ze de Naam Havayah  hadden horen uitspreken 

 

Dit is ook de mening van de Kabbalisten toen zij zeiden dat “de Namen van G’D  eigenlijk niet geuit zijn in heiligheid, maar in het denken erover, door de heilige gedachten. Vanwege het denkbeeld dat de lucht die tijdens het uitspreken van de woorden wordt uitgeademd, de heiligheid van die Naam zal verontreinigen. Als dat zou gebeuren zou de Heilige Naam van G’D worden ontheiligd. Dit is waarom De Hoge Priester wanneer hij de letters van de Naam Havayah  begint te formuleren met zijn lippen, hij ze onmiddellijk weer “inslikte”, om niet toe te staan dat het volledige woord “zou ontsnappen” in de lucht om hem heen.

Goed Jom Tov

 

ROSH HASHANA 5774 – PARASHAT HA’AZINOE

DE DIEPERE REDEN VOOR HET BLAZEN VAN DE SHOFAR

 

 Voordat we dieper ingaan op enkele mystieke esoterische aspecten van het blazen van de shofar op Rosh HaShana, moeten we begrijpen waarom we de shofar blazen. Als de Thora spreekt van Rosh HaShana, de eerste dag van de Zevende Maand, zegt het eenvoudig: “Dit zal voor jou een ‘dag van teroe’ah’ zijn. De geleerden van de Talmoed (Rosh HaShana. 33b) begrijpen en maken hieruit met zekerheid op dat het een dag van blazen van de Shofar moet zijn en een andere Talmoedische passage zegt, we blazen de Shofar simpelweg omdat “Rachmana amar teko,” ‘de Barmhartige het zegt’. Het vereist geen te begrijpen reden voor het doen van mitzwot, want zij vinden hun oorsprong in de absolute eenvoud van G’D’s Eenheid.

 

Niettemin zijn we denkende wezens en we zijn gecreëerd om te trachten de zin en de bedoeling te vinden. Om die reden mogen we ook ethische, filosofische en mystieke ‘redenen’ van de mitzwot onderzoeken.

 

 KLANKREDENERING

 

 Er zijn twee reeksen van Shofar klanken die geblazen worden op Rosh HaShana. De eerste reeks wordt tekiat m’joeshav genoemd, ‘zittende stoot’, en de tweede reeks wordt ‘tekiat m’oemad’, staande stoot genoemd. We komen hier op terug om het verschil te bespreken tussen deze twee typen. Laten we eerst aantekenen dat door het blazen van de eerste reeks, die bestaat uit dertig Shofar klanken, we de mitzwa van Shofar hebben vervuld. De vraag is, waarom we verder moeten gaan met het blazen van een tweede reeks, de ‘tekiat m’oemad’? De Talmoed zegt dat de reden voor de tweede reeks is “l’arvev et hasatan”, om de Satan in verwarring te brengen. (Rosh HaShana. 16b)

 

 De grote 11e eeuw commentator, Rabbi Shlomo Yizchaki, beter bekend als Rashi schrijft, dat als de Satan ziet dat we de mitzwot eren en lief hebben, en zelfs een extra reeks van Shofar klanken op ons nemen, hij, de Satan zo verstomd is dat hij mensen niet kan hinderen bij de uitvoering van de mitzwot en hij hen niet kan aanklagen voor hun misstappen.

 

Rashi’s kleinkinderen, de auteurs van Tosefot, schrijven dat de tweede reeks is geassocieerd met “de klank van de Grote Shofar”. De Grote Shofar, volgens de profetie, is een mystieke klank die het begin van de kosmische Verlossing zal aankondigen. Als deze tijd komt “zal de dood worden verzwolgen”, deverdeeldheid en hetkwaad en ook de Satan zelf, zal verdwijnen.  Om die reden, als de Satan onze tweede reeks van de Shofar tonen hoort, op Rosh HaShana, wordt hij geagiteerd en kan zich niet richten op zijn taak om te verhinderen.

 

De letterlijke betekenis van teroe’ah, ‘blazen van de Shofar’ is “het breken”, van het woord re’oe’a, ‘gebroken’, wat etymologisch het maken van gebroken tonen, klanken suggereert en klanken die obstakels breekt. Doch ten aanzien van de Grote Shofar van de Toekomstige Verlossing, zegt de Thora “Op die dag zal de Grote Shofar taka zijn,” verwijzend naar de ononderbroken, langdurende klank, genoemd tekiah. Dit is een klank van sterkte en vertrouwen in plaats van die van gebrokenheid. “Takiah komt van het woord teka, wat ook fysieke intimiteit of copulatie betekent (Yevamot 54a). Daarom is het een toon die “verzamelt” en verenigt.

 

De Shofar werd soms geblazen om mensen waakzaam te maken voor een komende veldslag. Deze klank bezielt vrees, het doorbreekt de alledaagse menselijk staat van denken. Dit kan een van de redenen zijn dat de Rambam zegt dat de Shofar het besef van teshoeva oproept. De klank doordringt het ego als het ware en brengt de innerlijke antagonist tot beven en instorting. 

 

ZITTEND EN STAAND

De tonen van de eerste reeks worden “zittende stoot” genoemd omdat het ons technisch is toegestaan om te zitten tijdens het luisteren van de toonklanken. Allegorisch echter kunnen de toonklanken betekenen dat de toonklanken zelf zitten. Wanneer een persoon zit, is de rechte lijn van de stand van zijn lichaam “gebroken” in hoeken. Een deel van de lijn strekt zich dan uit horizontaal, ‘brekende’ de ruimte rond de lijn en breidt zich uit in die ruimte. Dit is een illustratie van hoe de klanktonen van de eerste reeks zich uitbreiden in de innerlijke ruimte van het ego en de innerlijke Satan breekt.

 

De klanktonen van de tweede reeks zijn “staande stoot”, omdat we staan in het Amidah Gebed wanneer zij worden geblazen. Als iemand staat breidt hij niet langer uit in horizontale ruimte als in een zittende stand, maar maakt de lijn van het lichaam recht, brengend daarbij de ruimte rondom hem dichterbij en verheft zijn energie opwaarts. Dit brengt de Satan in de war, want nadat hij is “gebroken” en weggezonden, wordt hij plotseling ‘ingesloten’ en ‘verheven’.

 

 RECITATIES

 

Eerste Reeks

Voordat we de eerste Shofar reeks blazen, reciteren we specifiek gekozen Psalmverzen die ons voorbereiden om te mediteren op het geluid van de Shofar. In de eerste keuze, Psalm 47, komt de Naam Elokiem zeven keer voor. Elokiem representeert G’ddelijke constrictie: als de beperking of verhulling van het onbeperkte. Door zeven keer deze Naam te reciteren, beginnen we met het doorbreken van de zeven sluiers die Realiteit verhullen. Dan reciteren we het vers Tehilliem (Psalm), 118:4, “Van een ruimte van constrictie roep ik Ha Shem; HIJ antwoordt mij vanuit een ruimte van uitgebreidheid.”  Nogmaals, we richten ons op het te boven komen van de twee tegenstrijdige energieën, bewegend van een staat van innerlijke constrictie naar een staat van uitgebreidheid. Daarna reciteren we zes verzen. De eerste letters van deze verzen vormen een acrostichon, een naamdicht, “kra satan,”scheur de Satan aan flarden”. Ten slotte herhalen we een vers van Psalm 47: “Ala Elokiem b’teroeah,” ‘Elokiem is verheven met een teroeah’.

 

Wanneer de Shofar is geblazen, zal de Naam Elokiem zelf worden verheven naar een meer expansief niveau, waar alle spirituele opposities worden opgelost.

Het woord shofar zelf impliceert constrictie en het blazen van de shofar symboliseert het opblazen van alle constricties. Shofar wordt gespeld met een Shin, Vav, Pé en Résh. Numerieke waarde, Shin 300, Vav-Pé 86 en Résh 200. Al deze drie nummers zijn intrinsiek, op een ingewikkelde wijze verbonden met de Naam Elokiem.

Zes en tachtig is de numerieke waarde van de letters die de Naam Elokiem spellen.

Alef-1. Lamed-30. Hé-5. Joed-10. Mem-40 =86.

 

Driehonderd is de numerieke waarde van de deze zelfde letters, tellend de volle waarde van elke letter. De letter Alef wordt gespeld Alef-1. Lamed-30. Pé-80 = 111.

 

De letter Lamed wordt gespeld Lamed-30. Mem-40. Dalet-4 =74

 

De letter Hé wordt gespeld Hé-5. Joed-10 =15

 

De letter joed wordt gespeld Joed-10. Vav-6. Dalet-4=20.

 

De letter Mem wordt gespeld Mem-40. Men-40 =80.

 

111+74+15+20+80 =300.

 

Twee Honderd is de numerieke waarde van deze vijf letters wanneer ze cumulatief wordengeteld. Alef is=1. Alef Lamed=31. Alef Lamed Hé=36. Alef Lamed Hé Joed=46. Alef Lamed Hé Joed Men=86. 1+31+36+46+86=200. Wanneer we een Shofar in onze handen nemen en blazen met de intentie van hart door de Naam Elokiem, de juiste Kavanah, een meditatieve concentratie, verstandelijk en emotioneel, dan zijn alle restricties aan stukken.  Mediterend is iets van groot belang:  Havaja Elokim

 

TWEEDE REEKS

In de tweede reeks blazen van Shofar, reciteren we het vers beginnend met de woorden “Lohibit avon b’yakov,” ‘Zie geen enkele onvolledigheid in Jacob.’ Het woord Jacob is gerelateerd aan het woord voor “hiel”. Het vers suggereert dat we ons nu niet hoeven te concentreren op of te vechten met enige belemmering waar dan ook binnen onze “hiel”, onze lagere zelf, want de negativiteit van de Satan is geneutraliseerd. We proeven nu reeds het expansieve begrip van de Toekomstige Verlossing.

 

Gedurende dit deel van liturgische dienst reciteren we ook verzen met het dringende verzoek om de G’ddelijke Realiteit “over de hele wereld te regeren,” verzen die G’D’s herinnering bevestigen aan de liefde voor ons, en verzen die beschrijven hoe G’D Zich aan ons heeft geopenbaard vooraan de Berg Sinai. Sommige verzen spreken van de Grote Shofar die de Komende Verlossing van de Mensheid zal aankondigen. Het geluid van de Grote Shofar zal ons verzamelen als we de Verbanning verlaten, ons verenigend: “…..zij zullen komen van Ashoer en van Egypte.” Al deze verzen duiden op een thema van gescheiden delen samen brengen, in plaats van verspreiding en uit elkaar vallen.

Eenwording is het geheim van “verzachten” “zoeten”.

 

 UNIFICATIE

Het woord shofar wordt gespeld Shin-Vav-Pé-Résh. We kunnen dit woord opsplitsen en het analyseren om er spirituele betekenis van af te leiden.

 

Pé en Résh (of ‘par’) hebben samen een numerieke waarde van 280. Het getal 280 is ook de som van de “mantzpach”, de vijf letters van het Hebreeuwse alfabet die van vorm veranderen wanneer ze staan aan het eind van een woord, de zogenaamde sluitletters, (Mem/40, Noen/50, Tzadik/90, Pé/80 en Chaf/20. Omdat deze vorm alleen verandert aan het einde van woorden, worden de “mantzpach”, beschouwd als ‘limiterende’ letters; dus representeren zij de vijf gevoerot, of diniem, de vijf basis krachten van constrictie als beperking en verhulling in het universum.

 

Shin en Vav samen spellen het woord shav, ‘gelijk’. Dus de ‘shav par’, de shofar, unificeert en maakt de gevoerot en hun expansieve tegenovergestelden gelijk, op zodanige wijze dat de krachten van strengheid in deze wereld worden verzacht, gezoet. Wanneer deze verzoetende werking is voltooid, zal de G’ddelijke Wil van de Barmhartige regeren over de hele wereld.

 

Moge we deze verdienste ervaren zowel innerlijk en als een externe realiteit.

 

 SHANA TOVAH  VEKETIVAH VACHATIMAH TOVAH

 

                                             —————————————————————–

 

 PARASHAT HA’AZINOE

 

Midrash Tanchoema Naso; Bamidbar Rabba 13:6

 

Neig het oor (Deuteronomium 32:1 – 32:52)

 

Omdat alle aspecten van de Thora zijn gerelateerd aan de seizoenen waarin zij gelezen worden, ligt het voor de hand dat de lessen van Mozes uitzonderlijk relevant zijn gedurende de Tien Dagen van Inkeer, in welke we parasha Ha’azinoe lezen.

 

Hoe bereiken we niveaus?

 

Gedurende het gehele jaar is de dienst van een Jood aan G’D het meest betrokken met “aardse dingen”, Thora en de mitzwot. Met de komst van de Tien Dagen van Inkeer echter, voelt elke Jood zich onvoldaan met zijn aardse toestand en heeft hij het verlangen om teshoewa te doen, terug te keren en omhuld te worden door G’D.
“Een persoon fundeert heiligheid vanuit zijn verlangens”. Vandaar dat dit verlangen om absoluut één te zijn met G’D z’n persoon direct beïnvloed, waardoor hij een staat bereikt “dichtbij de hemel” (het G’ddelijke) en “weg van de wereld”.
Doch dit is echter alleen maar de eerste fase. Spoedig daarna is zijn dorst naar G’ddelijke openbaring gelest en dezelfde persoon realiseert zich vrij snel, dat G’D’s essentie veel gemakkelijker bereikbaar is, door de wereld te transformeren tot een verblijfplaats voor Hem. De persoon voelt zich dan “dichterbij de wereld en ver van de hemel”, hij beseft dat niets belangrijker is, dan dat aardse wezens dragers van G’D’s essentie worden. En dit wordt volbracht door het vervullen van G’D’s gepassioneerde verlangen om een verblijfplaats te hebben, voor Zijn Essentie, in de lagere
sferen, met andere woorden, deze wereld.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

DE MAAND ELLOEL

MET DE KONING IN HET VELD

Wanneer de Koning het veld betreedt, wordt ons bewustzijn verhoogd.

 

 In Koning Salomons tekst Hooglied, beschrijft hijwelbespraakt een veelheid van relaties die worden weergegeven in een diepe passage. Het vers “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij” (Hooglied. 6:3), is een directe verwijzing naar de maand Elloel, want in het originele Hebreeuws, “Ani Ledodi V,dodi Li “, dienen de begin letters van elk woord als een acroniem voor deze maand. Elloel gaat vooraf aan de maand Tishré, het begin van het Joodse Jaar, beginnend met de feestdag van Rosh HaShana en bereikt het hoogte punt in het feest van Hoshana Rabba. Het is gedurende de maand Elloel dat we ons proberen te focussen op het afgelopen jaar, overdenkend onze daden en we vragen verzoening voor fouten en onze handelingen en we overdenken verandering voor het nieuwe komende jaar. Daarom, zoals we zullen zien, is deze uitspraak niet alleen tussen twee geliefden maar, nog belangrijker, het vertegenwoordigt onze relatie met onze Schepper.

 

De eerste Lubavitcher Rebbe, de Alte Rebbe, zet dit vers uiteen in zijn werk, Likoeté Thora. Hij leert dat het uit twee delen bestaat, elk representeert een apart aspect van onze relatie met G’D. Het eerste deel, Ik ben van mijn Geliefde…..” zinspeelt op de dienst van joden tijdens Elul. Joden roepen in smeekbede uit naar G’D in wat Kabbala noemt “een opwekking van Beneden”; de tweede component van het vers, “….en mijn geliefde is van mij”, zinspeelt op G’D’s activiteit waarin een G’ddelijke revelatie neerdaalt van Boven. Het begint op Rosh HaShana en voert door de Tien Dagen Berouw, tot aan het zijn hoogtepunt bereikt op Jom Kippoer.

 

 De maand Elloel wordt als een uitermate gunstige tijd beschouwd voor verzoening en om te werken aan ons zelf. Dit is niet alleen omdat we aan een nieuw jaar beginnen, maar omdat gedurende deze maand G’D feitelijk ons in staat stelt te vragen voor Zijn vergevensgezindheid. Hij inspireert ons van Boven, want gedurende de maan Elloel stralen Zijn Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid voluit. Deze opwekking van Boven op zijn beurt brengt bewustwording en ontwaken van Beneden teweeg.

 

 De Alter Rebbe gebruikt een parabel om dit concept te illustreren: Een Koning keert terug naar zijn stad na een lange tijd van afwezigheid. De inwoners van de hoofdstad stromen hem tegemoet in het veld voor de stad om hem te begroeten. Als de Koning dit veld betreedt vind een nieuw fenomeen plaats. Het veld maakt iedereen gelijkwaardig, voor de eerste keer wordt iedereen in staat gesteld en toegestaan om Hem, de Koning te begroeten. Alle scheidingen, die Hem gewoonlijk  afhouden  van de populatie zijn te niet gedaan.  De Koning op zijn beurt ontvangt hoffelijk iedereen. Dit fenomeen vindt niet plaats buiten het veld. Want binnen de hoofdstad en zeker binnen het paleis, kan slechts een selecte groep hoogwaardigheidsbekleders Hem benaderen.

 

 De Alter Rebbe verklaart verder dat door heel de maand Elloel de joden uitgaan naar de spirituele velden, om het Licht van G’D’s gelaat te ontmoeten. De uitstraling van de Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid is opgenomen in het vers “De Eeuwige zal u Zijn stralend gelaat toewenden en u genadig zijn.” (Numeri.6:25). Deze opwekking van Boven spreidt G’D’s goedgunstig ontvangst ten toon, met een aangename gelaatsuitdrukking, van elke Jood afzonderlijk. Bovendien, is het de meest gunstige tijd voor iemand om G’D te naderen met zijn of haar persoonlijke verzoeken.

 

Elloel’s acroniem, “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij”  illustreert dit concept. De eerste letter ervan, alef, staat voor “Ik” (Hebreeuws, “ani”), het Joodse Volk. De tweede letter, lamed, representeert, “mijn Geliefde” (Hebreeuws, ledodi”), G’D. De structuur van dit vers omvat het uiten van iemands liefde voor de andere door de uitdrukking van het gelaat. Het idee is dat het hart van de gever diep in het hart dringt van de ontvanger en omgekeerd. Dit is een wederzijdse relatie van deze liefde. Ieder weerspiegelt het hart van de ander.

 

 Hoe kunnen we worden als het hart van G’D? Dit wordt bereikt door Joodse eenwording. En wie verenigt ons? Wanneer de Koning het veld betreedt, worden alle Joden gelijk aan elkaar. Daarom leren we doormiddel van dit voorbeeld dat wanneer de Koning (G’D’) het veld betreedt, we voor Hem gelijk worden en daardoor worden verenigd tot één geheel. Onze eenwording veroorzaakt dat Zijn liefde wordt verhoogd en we worden als Zijn hart. Dit voorbeeld illustreert dus de G’ddelijke dienst van de maand Elloel met onze opwekking van Zijn liefde van Beneden, terwijl Hij in ons Zijn liefde van Boven schenkt.

 

Het is niet toevallig dat de Alter Rebbe voor deze parabel een veld koos. De Rebbe onderscheid een veld van andere plaatsen, zoals een woestijn of een stad. In het boek Jeremia zegt Jeremia over woestijnen, “….Je volgde Mij door de woestijn, dat land waar niet gezaaid wordt,(Jeremia.2:1) en “In een woestijnland, in een land van dorren en de schaduw van dood in een land waar niemand doorheen trekt en waar niemand zich vestigt. (Jeremia. 2:6)

 

In tegenstelling tot de eigenschappen van een woestijn, kan een veld worden gecultiveerd; het is een plaats waar dingen kunnen groeien, ontwikkelen en gedijen. Dus een veld is meer spiritueel en fysiek verheven dan een woestijn. Echter waarom koos de Alter Rebbe het voorbeeld van een veld in plaats van een stad? Steden symboliseren wetten en regelementen reeds binnen het domein van het Heilige, want een stad is omgeven door een omwalling, die de huizen scheidt van de buitenwereld.   

 

Omgekeerd, bevinden woestijnen zich buiten de stadsgrenzen. Zij representeren doeleinden die ver verwijderd zijn van een kader van G’ddelijkheid. Velden daartegen symboliseren een intermediaire staat. Hoewel zij ook buiten de steden liggen, wordt voedsel daar gecultiveerd en gezuiverd voor menselijke consumptie. Dientengevolge worden ook zij verheven in het rijk van G’ddelijkheid: de stad.

 

Velden symboliseren de mensheid: raison d’etre: menselijke dienst aan het G’ddelijke om wereldse doeleinden te zuiveren, te louteren en hun opstijging in de sfeer van het heilige te beïnvloeden. Om deze reden werden alle Tempeloffers “voedsel” genoemd, zoals het vers in Numeri. 28:2 informeert, “Mijn offer, het brood van Mijn offers, Mijn spijs voor Mijn vuur.” Offeren, zuiveren en het verheffen van het bezielde en onbezielde.   

 

EEN KABBALISTISCHE MEDITATIE DOOR DE ARI VOOR DE MAAND ELLOEL

Op Rosh Chodesh Elloel, in het jaar 5331 [1571 A.D.], vertelde mijn leraar [de Arizal], in gezegende nagedachtenis, me, dat ik [Rabbi Chaim Vital] moet vasten op de twee opeen volgende dagen na Rosh Chodesh Elloel zelf en dat, daardoor, ik een zeker verhoogd niveau van bewustzijn zou bereiken. De intentie die iemand moet hebben aangaande dit vasten is dat gedurende de  maand van Elloel, de dertien bronnen van de Dertien Rectificaties van de Baard [Tikoené Dikna] geopend zijn en zij worden geopenbaard en stralen naar Beneden uit in de Makief van de hersenen [mochien] van de partzoefiem van Abba en Imma.  Zoals we uitvoerig en helder hebben uiteengezet in het begin van de “Idra [Zoeta]” in de Zohar, parashat HaAzinoe: dat van buiten de hersenen van Abba en Imma, hun licht uitbreekt en schijnt [buiten], in de verborgenheid van het “omringende licht” [Or Makief]; het is daar dat de Dertien Rectificaties van de [G’ddelijk Hemels] Baard van Atik Yomin worden geopenbaard.

 

 Allereerst moet iemand in algemene zin, in gedachte hebben dat de hele maand van Elloel de verborgenheid van de Naam Sag is [het Tetragrammaton, letter voor letter schrijven, gelijk aan de numerieke waarde van 63] en de Naam Kasa [Eh-yeh, letter voor letter gespeld met joeds, gelijk aan de numerieke waarde van 161; koef = 100, samech =60, alef =1].

 

 De Naam Sag (63) wordt als volgt letter voor letter gespeld: joed (10) vav (6) dalet (4), (5) joed (10), vav (6) alef (1) vav (6), (5) joed (10).

 

 De Naam Eh-yeh bekend onder de numerieke waarde 161, of “Kasa”, wordt letter voor letter gespeld als volgt: alef (1) Lamed (30) pé (80), hé (5) joed (10), joed (10) vav (6) dalet (4), hé (5) joed (10).

 

Rabbi Nachman van Breslev leert aangaande deze meditatie, dat gepast berouw de bruisende vitaliteit van beide verborgen Namen vereist: “heen en weer” (Ezekiel 1:14) “Heen”, betreft een voorwaartse beweging en is geassocieerd met “Kasa” (koef=100, samech=60, alef=1; dit is gerelateerd aan het vers “Wanneer ik opstijg naar [hebreeuws, “asak’, met de zelfde letters als “Kasa”] hemelen, bent U daar (Psalm 139:8). “Weer” wordt geassocieerd met Sag, gerelateerd aan het Hebreeuwse woord voor “teruggaan” of “verwijderen”, zoals in het vers “Zet niet terug zetten of verwijder [Hebreeuws, “tasag”] de baken die uw vaderen gemaakt hebben” (Spreuken 22:8); besef dat zelfs na een spirituele val, iemand bereid moet zijn terug te komen op het juiste spoor komen van de heilige dienst aan G’D. (Likoeté Moharan 6:7)

 

Op deze twee bovengenoemde Namen wordt gezinspeeld in de naam van de maand “Elloel” [gespeld alef, lamed, vav, lamed]: de [eerste] twee letters, alef, lamed zijn gerelateerd aan de drie joeds en één alef van de Naam Sag, zoals bekend is.  Het is van deze letters dat de Naam E-L emaneert, zoals wordt genoemd in de Zohar, parashat Pinchas.  

 

De [laatste] twee letters, vav, lamed, zijn gerelateerd aan de E-L die emaneert van de drie joeds en één alef van de Naam kasa. De drie joeds [van deze Naam] relateert aan de [laatste] lamed [van het woord “Elloel”], en de alef [van Kasa] is vervangen door de letter vav, omdat deze alef is verborgen in deze letter vav [van de meditatie] als zodanig: vav, alef, vav.

 

 Joed = 10, dus drie joeds evenaren 30, de numerieke waarde van de letter lamed.

 

Het is om die reden dat deze maand “Elloel” wordt genoemd, omdat de hele maand iemand moet mediteren op deze twee G’ddelijke Namen. Gezien dat deze twee Namen (Sag, 63 en Kasa,161) als uitkomst geven de numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” [“derech” = 224], wat de diepe esoterische betekenis is van het vers “…..Wie voorziet een weg door de zee en een pad door machtige wateren” (Jesaja 43:16), want het Hebreeuwse woord voor “door de zee” [b’yam = 52] is gerelateerd aan de Naam Ban [Havayah letter voor letter gespeld is gelijk aan 52]. En [ de mystieke betekenisvolle van het vers in Jesaja is dat] de twee bovengenoemde Namen [Sag en Kasa], die gelijk zijn aan het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” in de Naam Ban straalt, welke gelijk is aan het Hebreeuwse woord voor “weg door de zee”.

 

 Hier zijn we getuige van het fenomeen van hemelse bewustzijn, gerepresenteerd door de Namen Sag en  Kasa, beide gewoonlijk geassocieerd met de Sefira van Bina en de Partzoef van Imma, reikend naar de lagere sferen, met andere woorden, Malchoet, gerepresenteerd door de Naam Ban.

En het is deze weg die zich open stelt voor de hele maand Elloel.