SHAVOE’OT – WEKENFEEST 5774

ZEMAN MATAN THORATENOE

De dag waarop wij herdenken dat het Joodse volk de Thora kreeg.

 Zou iemand tegen je zeggen dat er wijsheid is onder de volkeren, geloof het…maar als hij tegen je zegt dat er Thora onder de volkeren is, geloof hem niet. (Eicha Rabba. 2:13) Deze stelling van onze Geleerden geeft het verschil aan tussen wijsheid en Thora.

Begrip van rationele inzichten stelt fundamentele kundigheid met axiomatische veronderstellingen en de grondregels van wetenschappelijke methoden voorop. In filosofische terminologie worden deze de principes van logica genoemd. De regels van logica en axiomatische veronderstellingen dwingen het intellect tot conclusies.

Deze regels en veronderstellingen leiden inderdaad tot conclusies, maar zijn op zichzelf niet gebaseerd op enig voorafgaand principe dat dwingt deze te adopteren. Het is afhankelijk van iemands “goede wil”, als hij het er mee eens is, als hij bereid is ze te accepteren, dan zal hij ook de rationele conclusies die erop volgen accepteren. Als iemand niet bereid is om ze te accepteren, heeft iemand de optie om de regels en veronderstellingen af te wijzen en daarom zal hij ook elke hieruit voortvloeiende conclusie afwijzen.

Dit is een manier om aan te tonen dat het intellect zelf afhankelijk is van iets dat het intellect te boven gaat. Het intellect zelf voelt aan dat zijn eigen oorsprong van origine niet het intellect is. Want de fundamentele punt ten grondslag liggend aan het hele intellect, met andere woorden, axiomatische veronderstellingen, is niet overtuigd van een zuiver rationele zienswijze. Axioma’s zijn geaccepteerd omdat zij een beroep doen op het menselijke. Daarom is hun acceptatie een handeling van vertrouwen, geloof en psychologische veronderstelling of vermoeden.

Hierin ligt het verschil tussen wijsheid en Thora. Acceptatie van wijsheid is afhankelijk van iemands goede wil. Als de rationele principes aantrekkelijk voor hem zijn, zal hij die gebruiken om gevarieerde conclusies te kunnen trekken, zelfs als deze principes hem zelf niet overtuigen. Dit is compleet niet het geval met Thora. Want Thora, zoals de term wordt geïnterpreteerd in de Zohar III:53b, betekent hora’ah [instructie]: Thora leert de mens wat verplicht is, wat gepermitteerd is, met ander woorden, de drie categorieën van issoer [wat niet is toegestaan], reshoet [de keuzemogelijkheid] en de mitzwa [de G’ddelijk verordende opdracht en heiliging]; en Thora eis dat iemand de sfeer van reshoet converteert in een mitzwa.

De Thora maakt deze instructies onafhankelijk, ondergeschikt aan menselijke instemming. De Thora leert en verlangt dat de mens hen, ongeacht zijn eigen mening en verlangens, ze moet volgen.

 Dit is vervolgens de betekenis van “wijsheid is onder de volkeren, geloof het…Thora onder de volkeren, geloof hen niet”. Het concept van Wijsheid, iets dat ondergeschikt is aan iemands goede wil en goedkeuring, existeert nog onder de volkeren. Als en wanneer zij de veronderstellingen en principes van een redenering kunnen goedkeuren, zijn zij bereid ook de conclusies te accepteren. Het concept van Thora echter, die geaccepteerd moet worden zonder enige voorafgaande instemming, met andere woorden, ongeacht of het aantrekkelijk of interessant is voor hem of goed doet of niet, bestaat niet onder de volkeren.

CHAG SAMEACH

 

 

 

 

 

DE KABBALISTISCHE PSYCHOLOGIE VAN PESACH

HOE DE MITZWOT DIENEN ALS ARCHETYPES VAN HET COLLECTIEVE BEWUSTZIJN

Elk jaar, met Pesach, opent zich een unieke vortex in het tijd/ruimte continuüm, die een bijzondere wijze van G’ddelijke lichtstraling mogelijk maakt om in deze wereld binnen te komen. Deze kosmische ingang is maar voor een zeer korte tijd geopend, slechts enkele uren tijdens de nacht van Pesach.

De Hagada brengt naar voren dat “iemand die zichzelf niet ziet alsof hij Egypte verlaat, niet zijn plicht heeft vervuld in het vertellen van het verhaal.”

 

De exodus is niet alleen een historische gebeurtenis. Het is een ononderbroken voortdurende gebeurtenis, die elk jaar, op de seideravond een dramatische impuls ontvangt. Het klassieke Sefer Yetzirah, de Gids met de meeste autoriteit om de structuur van het universum te begrijpen, verklaart dat er drie algemene sferen kunnen worden benoemd, Olam, Shana en Nefesh. Olam (wereld) verwijst naar de dimensie van ruimte. Shana (jaar) verwijst naar de dimensie van tijd. Deze twee vormen de heden bekende tijd/ruimte continuüm waarin we leven. Maar er is een derde element, de ene waarvan de meeste mensen geen idee hebben hoe het is verbonden de met twee anderen. Het derde element, Nefesh (ziel) is het gebied van de geest, met andere woorden, het denken.

 

Denken, met andere woorden, het denkvermogen, is de dimensie welke heerst over het tijd/ruimte continuüm, Olam, Shana. Dus is het door Nefesh, het vermogen van het menselijke brein dat wij in staat zijn om ons te verheffen en te bevrijden van de gelimiteerde materiële omheining. Egypte, in het Hebreeuws, Mitsrajiem, betekent begrenzing beperking.

 

Door het vermogen van zuiver denken, kunnen wij opnieuw ervaren wat het betekent om vrije zielen te zijn, zielen die niet zijn onderworpen aan de limitaties van een gedachte gevangen door de zintuiglijke waarneming.

 

De rituelen van de Pesach Seider stelt het ware denken in staat om te worden vrijgelaten, om de vervoering van spirituele vrijheid te ervaren. Om dit te kunnen laten plaatsvinden, moet de de Seider op gepaste wijze in acht worden genomen, met andere woorden, in al zijn Halachische details. Meer dan gewoonlijk moet men de archetypen van de Seider activeren door hen uit te voeren met Kavanot en meditatie. Deze mentale functie van het brein stelt de Seider en de Hagadah in staat om te worden getransformeerd tot een platvorm voor spiritueel psychische verheffing in onbekende gebieden van de ziel.

 

Wanneer een maal de Seider op de juiste wijze is vervolledigd, met de gepaste Kavanot, is iemands ziel gereed om hoger op te stijgen in deze Lil Shimoeriem [bewaakte en beschermde nacht].

 

De boodschap is duidelijk: wordt wakker slapende zielen, grijp je vrijheid die je zielsbewustzijn onthouden wordt, de ziel die in deze wereld in slavernij wordt gehouden en zo je ware spirituele natuur verbant. Sta op en proclameer vrijheid, vrijheid van onwetendheid, van spirituele infantiliteit, vrijheid van de verstikkende greep van beperkingen van onze zintuiglijke vermogens, vrijheid om te zijn wat we werkelijk zijn: veelzijdig van niveau en meta – dimensionale wezens van geest en lichaam.

Or met een alef en or met een ayin.  

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 

FASEN VAN BEVRIJDING

De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 

ONDERWERPING

De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

 

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 

VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

1)    Kadeish

Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

2)    Urchatz        

Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).

 

2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.

 

3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.

 

4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

3)    Karpas

         Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

4)    Yachatz

Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren. De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

5)    Magied

Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken

In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

6)    Rachtzah

Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

10)  Korech

Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

11)  Shoelchan Orech

Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

12)  Tzafoen

Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

13)  Beirach

Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

14)  Hallel

Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

15)  Nirtzah

Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 

CHAG SAMEACH PESACH     

 

 

 

 

    

 

  

 

   

 

 

 

 

 

 

 

                     

 

 

 

 

POERIEM 5774

HET ELIMINEREN VAN TWIJFEL, HAMAN, EEN NAZAAT VAN AMALEK

 

Waarom is ons niet bevel gegeven om Amalek te verdrijven, zoals de andere volkeren kregen die het Land bewoonden? Waarom moesten we hen verdelgen?

 

 Het is een positief voorschrift van de Thora om de herinnering van Amalek uit te wissen.

 

Denk er steeds aan wat Amalek je heeft aangedaan……….je moet de herinnering aan Amalek onder de hemel absoluut wegvagen. (Deuteronomium. 25:17-19)

 

De vraag is: “Waarom is ons geboden van alle volken Amalek te verdelgen?” In het Thoragedeelte Ki Tisa staat geschreven: “ En Ik verdreef de Kananiten, de Emoriten, de Hittiten, de Priziten en Chiviten en de Yevoessiten en ook de Girgashiten.” Waarom wordt ons alleen geboden hen te verdrijven en niet geboden hen te verdelgen?

 

Het is bekend dat de concepten van de zeven landen verwijst naar de zeven slechte eigenschappen, zoals wordt geschreven in het commentaar op de Thora van de Ba’al Shem Tov (Parashat Shemot 12). “Kananiten,” verwijst naar “liefde” en de passie van copuleren geassocieerd met de Sefira van Chesed. Hittiten is een linguïstische verwijzing naar angst, met andere woorden, “kwade vrees”, geassocieerd met de Sefira van Gevoera. Emoriten is het equivalent van hoogmoed, geassocieerd met de Sefira van Tiferet. Priziten is equivalent aan brutaliteit, geassocieerd met de Sefira Netzach, met andere woorden, “zonder vrees”. Chiviten is geassocieerd met de Sefira Hod, een verwijzing naar droefheid [de letters van Hod, omgekeerd, spellen, “Davve” wat “droevig” betekent.] De Girgashiten representeren luiheid.

 

 Het probleem met de menselijke deugdelijke eigenschappen is dat ze niet teniet gedaan kunnen worden, maar elke eigenschap moet worden gemoduleerd volgens de juiste maatstaf [maatstaf en eigenschap zijn de zelfde woorden in het Hebreeuws]. Elke eigenschap heeft een goede mate die we ijverig moeten nastreven. Net zoals er destructieve afgunst is, is er constructieve afgunst en naijver, met andere woorden: de motiverende na-ijver zoals onder studenten; juist zoals er goede liefde is, is er slechte liefde, goed ontzag en slecht ontzag, etc. Dienovereenkomstig, wordt ons niet geboden om deze volkeren te verdelgen, maar om hen te veroveren en hen binnen het sacrale te brengen.

 

 Dit is niet het geval met Amalek, wiens essentieel belang is het zaaien van twijfel in het bestaan van G’ddelijke supervisie, zoals wordt gesteld in het Thoragedeelte “Beshalach’, waar het Volk Israël  G’D op de proef stelt door te zeggen: “Is G’D in ons midden of niet?” (Exodus.17:7). Bijgevolg is dus de numerieke waarde van Amalek het zelfde als “safek” wat twijfel betekent.

 

Aangezien de oorsprong van alle twijfel het gebrek van vertrouwen in de G’ddelijk supervisie is, profeteerde Bil’am, “Het begin van de vijandige volken was Amalek, maar aan het eind gaat hij voor altijd te gronde” (Numeri. 24:29). Met andere woorden, de oorsprong van overtreding in denken, de bron van de idee dat er geen G’ddelijke supervisie is, is in de wereld.

 

De vroegste oorsprong van Amalek is de primordiale slang die alle zonden veroorzaakt, zoals is geschreven, “De slang heeft mij verleidt en ik at” (Genesis. 3:13). Het woord “verleiding” in het Hebreeuws gebruikt de zelfde letters als de uitdrukking, “Is er niets?” [in het Hebreeuws, “HaYesh Ayin?”]. Alleen de openbaring van het Licht van Wijsheid kan deze smet corrigeren. Door de Thora is het mogelijk om de supervisie van de Schepper over Zijn creaturen te openbaren en dan zal de twijfel verdwijnen en worden vervangen door de bewustwording van “Oog tot oog zullen zij zien hoe G’D zal terugkeren naar Zion.” Dus het heeft geen zin om de karakteristiek van Amalek te verdrijven; men kan het alleen ontwortelen door het Licht van de Thora te openbaren en dan pas verdwijnt twijfel.

 

Onze Wijzen zeggen, “Er is geen grotere vreugde als de eliminatie van de twijfel.” Gedurende Poeriem profiteren we van dat geluk door middel van de onthulling van het Licht van Wijsheid die wordt aangereikt door het drinken van wijn. Dit is de reden waarom we worden gevraagd om dronken te worden etc. totdat er verwarring is tussen “vervloekt zij Haman en gezegend zij Mordechai.” Na de openbaring van G’ddelijke Supervisie, verdwijnt het kwaad en alles wordt getransformeerd naar het goede; dan is er inderdaad geen verder onderscheid tussen “vervloekt zij Haman en gezegend zij Mordechai” en sommige nakomelingen van Haman, een nakomeling van Amalek, zullen overgaan naar het Jodendom en in het openbaar Thora leren.

 

Nu kunnen we begrijpen van waar deze Wijzen van gezegende nagedachtenis zeiden, “Er is geen volledige Troon of volledige Naam van de Schepper totdat de naam Amalek is uitgewist,” omdat de G’ddelijke Supervisie van de Schepper en de volledige Naam van de Schepper, die verwijst naar “tov oemetiev”, Hij is goed en doet goed”, zal worden geopenbaard door het Licht van Zion en deze openbaring hangt af van de uitwissing van Amalek, die de oorsprong is van de ontkenning van Zijn supervisie.

 

 In het vers aan het eind van bovengenoemde Parashat BeShalachki jad al kess joed Kéh,” ontbreekt de letter “Alef” van het woord Kess [  betekent: stoel of troon] en van de letters “Vav Kéh ontbreken 2 letters van de Naam van G’D. Dit verwijst naar het mysterie van “En dan vanuit Zion de openbaring van Licht,” zoals wordt gezegd, “En Licht zal uitgaan van ZionI” en ook, “En G’D zal zegenen vanuit Zion”. Zijn troon en Zijn Naam zullen beiden compleet worden op het moment dat Amalek zal worden vernietigd.

 

VREUGDEVOL POERIEM     

SJEMINIE ATSERET – SIMCHAT THORA, PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SJEMINIE ATSERET – SLOTFEEST, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

 

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomt  van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

 

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.

 

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

 

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

 

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. Nou, om dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest, antwoordde de eenvoudige man. Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.

 

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

 

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

 

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

 

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn en als Joden delen we de verbintenis  met de essentie van de Thora, een verbintenis die ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

 

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

 

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

 

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

 

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.

 

Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstel met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

 

 CHAG SEMÉACH, GOED JOM TOV

 

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA 
Op de feestdag van Sheminie Atseret – Simchat Thora (donderdag 26 en vrijdag 27 september), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (donderdag 26 september) in Israel, lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, als het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 28 september is.

 

PARASHAT WEZOT HABERACHA        En dit is de zegen

 

 

Deuteronomium. 33:1 – 34:12

 

Rabbi Shimon bar Jochai.

 

Het verwelkomen van gasten in de Soeka.

 

Zohar, Emor bladzijde 103b.

 

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

 

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

 

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

 

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

 

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, refererend aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezicht uitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

 

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

 

PARASHAT BEREESHIET         In het begin                Genesis. 1:1 – 6:8

 

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR, p. 23a

 

In de onderstaande vertaling bespreekt Rebbe Shimon de vraag waarom G’D de kwade inclinatie in een persoon heeft gecreëerd. Als iemand geen aanmoediging in zich heeft tot kwaad, zouden er geen kwaadaardige handelingen worden gepleegd die correctie verlangden door berouw en gecorrigeerd gedrag.

 

Rebbe Shimon zegt dat als dit zo was [dat G’D wist dat de mensheid zich zou kunnen laten leiden bij hun kwade inclinatie] waarom is dit alles?

 

Waarom creëerde Hij de wereld?

 

Rebbe Shimon zei tot zijn vrienden, dat als G’D niet de goede en de kwade inclinaties had gecreëerd in een persoon [die zijn zoals licht en duisternis in het universum] een persoon ook niet was gecreëerd met de mogelijkheid om beloning en straf te ontvangen. In plaats daarvan werd de mens gecreëerd met beide inclinaties, en omdat is er geschreven: “Zie, vandaag leg Ik je voor het leven en dood en goed en kwade”( Deuteronomium. 30:15). [Deze “optie” reflecteert iemands vermogen om vrije keuzen te maken.]

 

Zij zeiden tot hem dat zijn uitleg uitstekend is, maar was het niet beter dat de kwade inclinatie in zijn geheel niet was geschapen? Dan zou een persoon niet zondigen en de negatieve effecten in de spirituele werelden zouden niet meer plaatsvinden.

 

Vervolgens worden straf en beloning overbodig.

 

Hij antwoordde hen dat ten aanzien van regels van oordeel, het gepaster is dat de mens werd geschapen op deze manier [vrijheid van keuze en straf en beloning].  De Thora is gecreëerd voor de mensheid en bevat geschreven teksten van straf voor de slechten en beloning voor de rechtvaardigen. Er was geen behoefte voor beloning en straf dan alleen voor de gecreëerde mens. Chaotische anarchie is niet gecreëerd, eerder een geordende staat met controle over de inclinatie [om goed of kwaad te doen].

 

Aldus wordt de mens een partner van G’D die licht en duisternis creëerde. In het kiezen van goed, creëert de mens licht; in het kiezen van kwaad creëert hij duisternis.  Dit verklaart waarom het eerste licht was gecreëerd op de eerste dag van de Schepping, vóór de zon en de sterren. Dat licht heet “goed” en is hier equivalent aan het licht dat wordt opgewekt door een handeling van barmhartigheid.

 

Zij zeiden tot hem dat wat zij nu hoorden, zij nooit tevoren hadden gehoord. Het is zeker dat G’D geen dingen creëert waar geen behoefte aan is.

 

Niet alleen dat, maar de Thora van de geschapen wereld is de kleding van de Shechina.

 

Dit omdat de persoon die kiest voor licht ( door het leren van Thora en het doen van goede daden) de G’ddelijke Aanwezigheid kleedt en verfraait in de laagste wereld met prachtige kleding, en haar in een passende staat brengt om zich te verenigen met haar G’ddelijke bron. 

 

Als de mens niet was geschapen [na de Thora], zou de Shechina zonder kleding zijn, als een bedelaar [in lompen gehuld]. Daarom, als iemand, als het ware, kwaad doet, ontkleedt hij de Shechina,  wat een effect heeft op hem en op deze wereld.

 

Bovendien, allen die de opdrachten van de Thora uitvoeren, kleden de Shechina in haar gewaad.

 

Zoals we eerder hebben uitgelegd m.b.t de opdrachten over het dragen van de kledingstukken van Tzitziet en tefillien. Zoals staat geschreven: “Het is haar enige bedekking [een verwijzing naar de taliet]. Het is een kledingstuk voor zijn huid [een verwijzing naar Tefillien die gemaakt zijn van leer].

 

“In wat zal hij s ’nachts slapen?” duidt op de verbanning van de Shechina, zoals we hebben uitgelegd. [Zie Tikoenei Zohar, Tikoen 69]

 

En zo is het met alle schepselen en dingen in de wereld.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

SOEKOT – LOOFHUTTENFEEST

DAKBEDEKKING VOOR BEWUSTZIJN

Kabbala leert dat het dak van de soekka G’ddelijk bewustzijn kanaliseert.

 

 

Rabbi Jitzchak Luria, opgetekend door Rabbi Chaim Vital.

 

 

Van de mitzwot verbonden met de feestdagen van Soekkot, is wellicht de meest opmerkelijke de eigenlijke structuur van de soekka (hut) waarin we het hele feest verblijven en waar het feest zijn naam aan ontleent. Terwijl de expliciete reden voor het bouwen van de soekka is om de miraculeuze Uittocht van Egypte te herinneren en aan G’D’s bescherming toen we de Sinai woestijn doortrokken, verklaart de Ari dat, wanneer men op de juiste wijze de soekka construeert, het als een model dient van de spirituele werelden en als een kanaal voor verbredend bewustzijn, kanaliserend de G’ddelijke liefdadigheid en welwillendheid in de Lagere Sferen. 

 

Eén van de hoofdbestanddelen welke nodig is voor een geldige soekka is de “schach”, het dak van de soekka, gemaakt van organisch natuurlijke materialen rustend op de wanden. Chassidische literatuur leert dat zowel het woord “soekka”, als het woord “schach”, verwijst naar de frase “waarnemen” [‘soché’] met G’ddelijke inspiratie, zoals gebruikt om onze matriarch Sarah te beschrijven, ook wel bekend als “Isca” (van dezelfde wortel letters).

 

De Ari leert dat deze connectie tussen schach en G’ddelijke inspiratie, als een profetie of in elk geval een niveau van uitgebreid bewustzijn is. In feite dient schach van een soekka die kosher is, in het bijzonder als een medium door welke we Hemelse wijsheid en begrip absorberen. Kabbala geeft niet alleen modellen van spirituele realiteiten aan in de Hemelse Werelden, maar ook hoe wij een actieve rol spelen in hun manifestaties in Deze Wereld. In de soekka functioneren wij in de rol van de Partzoefiem van Zé’ir Anpin en Noekva, gelijkend op onvolwassen zonen en dochters (of kuikens in een nest) en de schach functioneert als een interface (intermediair) met de Partzoef van Imma, de voedende “moeder”; evenals “onze moeder” Sarah, hangend boven haar jongen in haar nest, wijsheid en begrip schenkend en de zorg om hen volwassen te maken en zelfs hen een glimp te geven van het Universum van haar verheven perspectief.

GOED JOM TOV           

 

JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG 5774

Wanneer de Hoge Priester met zijn lippen de letters van de Naam  begon te formuleren, “slikte” hij onmiddellijk de letters weer in.

 

Rebbeinoe Bachya ben Asher

 

Want op die zal hij (de Hoge Priester) verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren.”(Leviticus. 16:30)

 

Dit vers is een belofte voor Joden gedurende de generaties van de Dag van Verzoening welke een specifieke uitzonderlijke dag is voor vergiffenis en kwijtscheiding. Wanneer de Hoge Priester zijn confessie, belijdenis reciteerde op Jom Kippoer, reciteerde hij dit vers is zijn gebed.

 

De Naam van G’D waaraan in dit vers wordt gerefereerd is de Naam bestaande uit 42 letters. Sommige van onze Geleerden menen dat Aaron de Naam Havayah gedurende dit gebed gebruikte en niet de 42 letterige Naam op Jom Kippoer. Rabbi Saadyah Gaon behoort tot die groep van Geleerden. Wij menen dat de eerste opinie, dat de 42 letterige Naam van G’D  werd gebruikt door de Hoge Priester waarschijnlijk de correcte is.

 

Dit is de reden waarom in onze liturgie van Jom Kippoer de formulering staat: “Toen de mensen buiten de Tempel de Hoge Priester de Heilige Naam hoorden uitspreken…..wierpen zij zich ter aarde en proclameerden G’D’s Majesteit door het uiten van de woorden die we dagelijks gebruiken na de eerste frase van het Shema Jisrael gebed, met de andere woorden: “Geprezen de Naam van Zijn Koninklijke Majesteit, voor alle eeuwigheid”. Toen de auteur dit onderdeel van de liturgie schreef “in heiligheid en zuiverheid” meende hij dat het volk de Naam Havayah niet moest uitspreken zoals de Hoge Priester deed. Hij meende dat de gedachten van de mensen die van verering, respect en diepe eerbied waren vervuld heilig waren zonder dat ze de Naam Havayah  hadden horen uitspreken 

 

Dit is ook de mening van de Kabbalisten toen zij zeiden dat “de Namen van G’D  eigenlijk niet geuit zijn in heiligheid, maar in het denken erover, door de heilige gedachten. Vanwege het denkbeeld dat de lucht die tijdens het uitspreken van de woorden wordt uitgeademd, de heiligheid van die Naam zal verontreinigen. Als dat zou gebeuren zou de Heilige Naam van G’D worden ontheiligd. Dit is waarom De Hoge Priester wanneer hij de letters van de Naam Havayah  begint te formuleren met zijn lippen, hij ze onmiddellijk weer “inslikte”, om niet toe te staan dat het volledige woord “zou ontsnappen” in de lucht om hem heen.

Goed Jom Tov

 

ROSH HASHANA 5774 – PARASHAT HA’AZINOE

DE DIEPERE REDEN VOOR HET BLAZEN VAN DE SHOFAR

 

 Voordat we dieper ingaan op enkele mystieke esoterische aspecten van het blazen van de shofar op Rosh HaShana, moeten we begrijpen waarom we de shofar blazen. Als de Thora spreekt van Rosh HaShana, de eerste dag van de Zevende Maand, zegt het eenvoudig: “Dit zal voor jou een ‘dag van teroe’ah’ zijn. De geleerden van de Talmoed (Rosh HaShana. 33b) begrijpen en maken hieruit met zekerheid op dat het een dag van blazen van de Shofar moet zijn en een andere Talmoedische passage zegt, we blazen de Shofar simpelweg omdat “Rachmana amar teko,” ‘de Barmhartige het zegt’. Het vereist geen te begrijpen reden voor het doen van mitzwot, want zij vinden hun oorsprong in de absolute eenvoud van G’D’s Eenheid.

 

Niettemin zijn we denkende wezens en we zijn gecreëerd om te trachten de zin en de bedoeling te vinden. Om die reden mogen we ook ethische, filosofische en mystieke ‘redenen’ van de mitzwot onderzoeken.

 

 KLANKREDENERING

 

 Er zijn twee reeksen van Shofar klanken die geblazen worden op Rosh HaShana. De eerste reeks wordt tekiat m’joeshav genoemd, ‘zittende stoot’, en de tweede reeks wordt ‘tekiat m’oemad’, staande stoot genoemd. We komen hier op terug om het verschil te bespreken tussen deze twee typen. Laten we eerst aantekenen dat door het blazen van de eerste reeks, die bestaat uit dertig Shofar klanken, we de mitzwa van Shofar hebben vervuld. De vraag is, waarom we verder moeten gaan met het blazen van een tweede reeks, de ‘tekiat m’oemad’? De Talmoed zegt dat de reden voor de tweede reeks is “l’arvev et hasatan”, om de Satan in verwarring te brengen. (Rosh HaShana. 16b)

 

 De grote 11e eeuw commentator, Rabbi Shlomo Yizchaki, beter bekend als Rashi schrijft, dat als de Satan ziet dat we de mitzwot eren en lief hebben, en zelfs een extra reeks van Shofar klanken op ons nemen, hij, de Satan zo verstomd is dat hij mensen niet kan hinderen bij de uitvoering van de mitzwot en hij hen niet kan aanklagen voor hun misstappen.

 

Rashi’s kleinkinderen, de auteurs van Tosefot, schrijven dat de tweede reeks is geassocieerd met “de klank van de Grote Shofar”. De Grote Shofar, volgens de profetie, is een mystieke klank die het begin van de kosmische Verlossing zal aankondigen. Als deze tijd komt “zal de dood worden verzwolgen”, deverdeeldheid en hetkwaad en ook de Satan zelf, zal verdwijnen.  Om die reden, als de Satan onze tweede reeks van de Shofar tonen hoort, op Rosh HaShana, wordt hij geagiteerd en kan zich niet richten op zijn taak om te verhinderen.

 

De letterlijke betekenis van teroe’ah, ‘blazen van de Shofar’ is “het breken”, van het woord re’oe’a, ‘gebroken’, wat etymologisch het maken van gebroken tonen, klanken suggereert en klanken die obstakels breekt. Doch ten aanzien van de Grote Shofar van de Toekomstige Verlossing, zegt de Thora “Op die dag zal de Grote Shofar taka zijn,” verwijzend naar de ononderbroken, langdurende klank, genoemd tekiah. Dit is een klank van sterkte en vertrouwen in plaats van die van gebrokenheid. “Takiah komt van het woord teka, wat ook fysieke intimiteit of copulatie betekent (Yevamot 54a). Daarom is het een toon die “verzamelt” en verenigt.

 

De Shofar werd soms geblazen om mensen waakzaam te maken voor een komende veldslag. Deze klank bezielt vrees, het doorbreekt de alledaagse menselijk staat van denken. Dit kan een van de redenen zijn dat de Rambam zegt dat de Shofar het besef van teshoeva oproept. De klank doordringt het ego als het ware en brengt de innerlijke antagonist tot beven en instorting. 

 

ZITTEND EN STAAND

De tonen van de eerste reeks worden “zittende stoot” genoemd omdat het ons technisch is toegestaan om te zitten tijdens het luisteren van de toonklanken. Allegorisch echter kunnen de toonklanken betekenen dat de toonklanken zelf zitten. Wanneer een persoon zit, is de rechte lijn van de stand van zijn lichaam “gebroken” in hoeken. Een deel van de lijn strekt zich dan uit horizontaal, ‘brekende’ de ruimte rond de lijn en breidt zich uit in die ruimte. Dit is een illustratie van hoe de klanktonen van de eerste reeks zich uitbreiden in de innerlijke ruimte van het ego en de innerlijke Satan breekt.

 

De klanktonen van de tweede reeks zijn “staande stoot”, omdat we staan in het Amidah Gebed wanneer zij worden geblazen. Als iemand staat breidt hij niet langer uit in horizontale ruimte als in een zittende stand, maar maakt de lijn van het lichaam recht, brengend daarbij de ruimte rondom hem dichterbij en verheft zijn energie opwaarts. Dit brengt de Satan in de war, want nadat hij is “gebroken” en weggezonden, wordt hij plotseling ‘ingesloten’ en ‘verheven’.

 

 RECITATIES

 

Eerste Reeks

Voordat we de eerste Shofar reeks blazen, reciteren we specifiek gekozen Psalmverzen die ons voorbereiden om te mediteren op het geluid van de Shofar. In de eerste keuze, Psalm 47, komt de Naam Elokiem zeven keer voor. Elokiem representeert G’ddelijke constrictie: als de beperking of verhulling van het onbeperkte. Door zeven keer deze Naam te reciteren, beginnen we met het doorbreken van de zeven sluiers die Realiteit verhullen. Dan reciteren we het vers Tehilliem (Psalm), 118:4, “Van een ruimte van constrictie roep ik Ha Shem; HIJ antwoordt mij vanuit een ruimte van uitgebreidheid.”  Nogmaals, we richten ons op het te boven komen van de twee tegenstrijdige energieën, bewegend van een staat van innerlijke constrictie naar een staat van uitgebreidheid. Daarna reciteren we zes verzen. De eerste letters van deze verzen vormen een acrostichon, een naamdicht, “kra satan,”scheur de Satan aan flarden”. Ten slotte herhalen we een vers van Psalm 47: “Ala Elokiem b’teroeah,” ‘Elokiem is verheven met een teroeah’.

 

Wanneer de Shofar is geblazen, zal de Naam Elokiem zelf worden verheven naar een meer expansief niveau, waar alle spirituele opposities worden opgelost.

Het woord shofar zelf impliceert constrictie en het blazen van de shofar symboliseert het opblazen van alle constricties. Shofar wordt gespeld met een Shin, Vav, Pé en Résh. Numerieke waarde, Shin 300, Vav-Pé 86 en Résh 200. Al deze drie nummers zijn intrinsiek, op een ingewikkelde wijze verbonden met de Naam Elokiem.

Zes en tachtig is de numerieke waarde van de letters die de Naam Elokiem spellen.

Alef-1. Lamed-30. Hé-5. Joed-10. Mem-40 =86.

 

Driehonderd is de numerieke waarde van de deze zelfde letters, tellend de volle waarde van elke letter. De letter Alef wordt gespeld Alef-1. Lamed-30. Pé-80 = 111.

 

De letter Lamed wordt gespeld Lamed-30. Mem-40. Dalet-4 =74

 

De letter Hé wordt gespeld Hé-5. Joed-10 =15

 

De letter joed wordt gespeld Joed-10. Vav-6. Dalet-4=20.

 

De letter Mem wordt gespeld Mem-40. Men-40 =80.

 

111+74+15+20+80 =300.

 

Twee Honderd is de numerieke waarde van deze vijf letters wanneer ze cumulatief wordengeteld. Alef is=1. Alef Lamed=31. Alef Lamed Hé=36. Alef Lamed Hé Joed=46. Alef Lamed Hé Joed Men=86. 1+31+36+46+86=200. Wanneer we een Shofar in onze handen nemen en blazen met de intentie van hart door de Naam Elokiem, de juiste Kavanah, een meditatieve concentratie, verstandelijk en emotioneel, dan zijn alle restricties aan stukken.  Mediterend is iets van groot belang:  Havaja Elokim

 

TWEEDE REEKS

In de tweede reeks blazen van Shofar, reciteren we het vers beginnend met de woorden “Lohibit avon b’yakov,” ‘Zie geen enkele onvolledigheid in Jacob.’ Het woord Jacob is gerelateerd aan het woord voor “hiel”. Het vers suggereert dat we ons nu niet hoeven te concentreren op of te vechten met enige belemmering waar dan ook binnen onze “hiel”, onze lagere zelf, want de negativiteit van de Satan is geneutraliseerd. We proeven nu reeds het expansieve begrip van de Toekomstige Verlossing.

 

Gedurende dit deel van liturgische dienst reciteren we ook verzen met het dringende verzoek om de G’ddelijke Realiteit “over de hele wereld te regeren,” verzen die G’D’s herinnering bevestigen aan de liefde voor ons, en verzen die beschrijven hoe G’D Zich aan ons heeft geopenbaard vooraan de Berg Sinai. Sommige verzen spreken van de Grote Shofar die de Komende Verlossing van de Mensheid zal aankondigen. Het geluid van de Grote Shofar zal ons verzamelen als we de Verbanning verlaten, ons verenigend: “…..zij zullen komen van Ashoer en van Egypte.” Al deze verzen duiden op een thema van gescheiden delen samen brengen, in plaats van verspreiding en uit elkaar vallen.

Eenwording is het geheim van “verzachten” “zoeten”.

 

 UNIFICATIE

Het woord shofar wordt gespeld Shin-Vav-Pé-Résh. We kunnen dit woord opsplitsen en het analyseren om er spirituele betekenis van af te leiden.

 

Pé en Résh (of ‘par’) hebben samen een numerieke waarde van 280. Het getal 280 is ook de som van de “mantzpach”, de vijf letters van het Hebreeuwse alfabet die van vorm veranderen wanneer ze staan aan het eind van een woord, de zogenaamde sluitletters, (Mem/40, Noen/50, Tzadik/90, Pé/80 en Chaf/20. Omdat deze vorm alleen verandert aan het einde van woorden, worden de “mantzpach”, beschouwd als ‘limiterende’ letters; dus representeren zij de vijf gevoerot, of diniem, de vijf basis krachten van constrictie als beperking en verhulling in het universum.

 

Shin en Vav samen spellen het woord shav, ‘gelijk’. Dus de ‘shav par’, de shofar, unificeert en maakt de gevoerot en hun expansieve tegenovergestelden gelijk, op zodanige wijze dat de krachten van strengheid in deze wereld worden verzacht, gezoet. Wanneer deze verzoetende werking is voltooid, zal de G’ddelijke Wil van de Barmhartige regeren over de hele wereld.

 

Moge we deze verdienste ervaren zowel innerlijk en als een externe realiteit.

 

 SHANA TOVAH  VEKETIVAH VACHATIMAH TOVAH

 

                                             —————————————————————–

 

 PARASHAT HA’AZINOE

 

Midrash Tanchoema Naso; Bamidbar Rabba 13:6

 

Neig het oor (Deuteronomium 32:1 – 32:52)

 

Omdat alle aspecten van de Thora zijn gerelateerd aan de seizoenen waarin zij gelezen worden, ligt het voor de hand dat de lessen van Mozes uitzonderlijk relevant zijn gedurende de Tien Dagen van Inkeer, in welke we parasha Ha’azinoe lezen.

 

Hoe bereiken we niveaus?

 

Gedurende het gehele jaar is de dienst van een Jood aan G’D het meest betrokken met “aardse dingen”, Thora en de mitzwot. Met de komst van de Tien Dagen van Inkeer echter, voelt elke Jood zich onvoldaan met zijn aardse toestand en heeft hij het verlangen om teshoewa te doen, terug te keren en omhuld te worden door G’D.
“Een persoon fundeert heiligheid vanuit zijn verlangens”. Vandaar dat dit verlangen om absoluut één te zijn met G’D z’n persoon direct beïnvloed, waardoor hij een staat bereikt “dichtbij de hemel” (het G’ddelijke) en “weg van de wereld”.
Doch dit is echter alleen maar de eerste fase. Spoedig daarna is zijn dorst naar G’ddelijke openbaring gelest en dezelfde persoon realiseert zich vrij snel, dat G’D’s essentie veel gemakkelijker bereikbaar is, door de wereld te transformeren tot een verblijfplaats voor Hem. De persoon voelt zich dan “dichterbij de wereld en ver van de hemel”, hij beseft dat niets belangrijker is, dan dat aardse wezens dragers van G’D’s essentie worden. En dit wordt volbracht door het vervullen van G’D’s gepassioneerde verlangen om een verblijfplaats te hebben, voor Zijn Essentie, in de lagere
sferen, met andere woorden, deze wereld.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

DE MAAND ELLOEL

MET DE KONING IN HET VELD

Wanneer de Koning het veld betreedt, wordt ons bewustzijn verhoogd.

 

 In Koning Salomons tekst Hooglied, beschrijft hijwelbespraakt een veelheid van relaties die worden weergegeven in een diepe passage. Het vers “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij” (Hooglied. 6:3), is een directe verwijzing naar de maand Elloel, want in het originele Hebreeuws, “Ani Ledodi V,dodi Li “, dienen de begin letters van elk woord als een acroniem voor deze maand. Elloel gaat vooraf aan de maand Tishré, het begin van het Joodse Jaar, beginnend met de feestdag van Rosh HaShana en bereikt het hoogte punt in het feest van Hoshana Rabba. Het is gedurende de maand Elloel dat we ons proberen te focussen op het afgelopen jaar, overdenkend onze daden en we vragen verzoening voor fouten en onze handelingen en we overdenken verandering voor het nieuwe komende jaar. Daarom, zoals we zullen zien, is deze uitspraak niet alleen tussen twee geliefden maar, nog belangrijker, het vertegenwoordigt onze relatie met onze Schepper.

 

De eerste Lubavitcher Rebbe, de Alte Rebbe, zet dit vers uiteen in zijn werk, Likoeté Thora. Hij leert dat het uit twee delen bestaat, elk representeert een apart aspect van onze relatie met G’D. Het eerste deel, Ik ben van mijn Geliefde…..” zinspeelt op de dienst van joden tijdens Elul. Joden roepen in smeekbede uit naar G’D in wat Kabbala noemt “een opwekking van Beneden”; de tweede component van het vers, “….en mijn geliefde is van mij”, zinspeelt op G’D’s activiteit waarin een G’ddelijke revelatie neerdaalt van Boven. Het begint op Rosh HaShana en voert door de Tien Dagen Berouw, tot aan het zijn hoogtepunt bereikt op Jom Kippoer.

 

 De maand Elloel wordt als een uitermate gunstige tijd beschouwd voor verzoening en om te werken aan ons zelf. Dit is niet alleen omdat we aan een nieuw jaar beginnen, maar omdat gedurende deze maand G’D feitelijk ons in staat stelt te vragen voor Zijn vergevensgezindheid. Hij inspireert ons van Boven, want gedurende de maan Elloel stralen Zijn Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid voluit. Deze opwekking van Boven op zijn beurt brengt bewustwording en ontwaken van Beneden teweeg.

 

 De Alter Rebbe gebruikt een parabel om dit concept te illustreren: Een Koning keert terug naar zijn stad na een lange tijd van afwezigheid. De inwoners van de hoofdstad stromen hem tegemoet in het veld voor de stad om hem te begroeten. Als de Koning dit veld betreedt vind een nieuw fenomeen plaats. Het veld maakt iedereen gelijkwaardig, voor de eerste keer wordt iedereen in staat gesteld en toegestaan om Hem, de Koning te begroeten. Alle scheidingen, die Hem gewoonlijk  afhouden  van de populatie zijn te niet gedaan.  De Koning op zijn beurt ontvangt hoffelijk iedereen. Dit fenomeen vindt niet plaats buiten het veld. Want binnen de hoofdstad en zeker binnen het paleis, kan slechts een selecte groep hoogwaardigheidsbekleders Hem benaderen.

 

 De Alter Rebbe verklaart verder dat door heel de maand Elloel de joden uitgaan naar de spirituele velden, om het Licht van G’D’s gelaat te ontmoeten. De uitstraling van de Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid is opgenomen in het vers “De Eeuwige zal u Zijn stralend gelaat toewenden en u genadig zijn.” (Numeri.6:25). Deze opwekking van Boven spreidt G’D’s goedgunstig ontvangst ten toon, met een aangename gelaatsuitdrukking, van elke Jood afzonderlijk. Bovendien, is het de meest gunstige tijd voor iemand om G’D te naderen met zijn of haar persoonlijke verzoeken.

 

Elloel’s acroniem, “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij”  illustreert dit concept. De eerste letter ervan, alef, staat voor “Ik” (Hebreeuws, “ani”), het Joodse Volk. De tweede letter, lamed, representeert, “mijn Geliefde” (Hebreeuws, ledodi”), G’D. De structuur van dit vers omvat het uiten van iemands liefde voor de andere door de uitdrukking van het gelaat. Het idee is dat het hart van de gever diep in het hart dringt van de ontvanger en omgekeerd. Dit is een wederzijdse relatie van deze liefde. Ieder weerspiegelt het hart van de ander.

 

 Hoe kunnen we worden als het hart van G’D? Dit wordt bereikt door Joodse eenwording. En wie verenigt ons? Wanneer de Koning het veld betreedt, worden alle Joden gelijk aan elkaar. Daarom leren we doormiddel van dit voorbeeld dat wanneer de Koning (G’D’) het veld betreedt, we voor Hem gelijk worden en daardoor worden verenigd tot één geheel. Onze eenwording veroorzaakt dat Zijn liefde wordt verhoogd en we worden als Zijn hart. Dit voorbeeld illustreert dus de G’ddelijke dienst van de maand Elloel met onze opwekking van Zijn liefde van Beneden, terwijl Hij in ons Zijn liefde van Boven schenkt.

 

Het is niet toevallig dat de Alter Rebbe voor deze parabel een veld koos. De Rebbe onderscheid een veld van andere plaatsen, zoals een woestijn of een stad. In het boek Jeremia zegt Jeremia over woestijnen, “….Je volgde Mij door de woestijn, dat land waar niet gezaaid wordt,(Jeremia.2:1) en “In een woestijnland, in een land van dorren en de schaduw van dood in een land waar niemand doorheen trekt en waar niemand zich vestigt. (Jeremia. 2:6)

 

In tegenstelling tot de eigenschappen van een woestijn, kan een veld worden gecultiveerd; het is een plaats waar dingen kunnen groeien, ontwikkelen en gedijen. Dus een veld is meer spiritueel en fysiek verheven dan een woestijn. Echter waarom koos de Alter Rebbe het voorbeeld van een veld in plaats van een stad? Steden symboliseren wetten en regelementen reeds binnen het domein van het Heilige, want een stad is omgeven door een omwalling, die de huizen scheidt van de buitenwereld.   

 

Omgekeerd, bevinden woestijnen zich buiten de stadsgrenzen. Zij representeren doeleinden die ver verwijderd zijn van een kader van G’ddelijkheid. Velden daartegen symboliseren een intermediaire staat. Hoewel zij ook buiten de steden liggen, wordt voedsel daar gecultiveerd en gezuiverd voor menselijke consumptie. Dientengevolge worden ook zij verheven in het rijk van G’ddelijkheid: de stad.

 

Velden symboliseren de mensheid: raison d’etre: menselijke dienst aan het G’ddelijke om wereldse doeleinden te zuiveren, te louteren en hun opstijging in de sfeer van het heilige te beïnvloeden. Om deze reden werden alle Tempeloffers “voedsel” genoemd, zoals het vers in Numeri. 28:2 informeert, “Mijn offer, het brood van Mijn offers, Mijn spijs voor Mijn vuur.” Offeren, zuiveren en het verheffen van het bezielde en onbezielde.   

 

EEN KABBALISTISCHE MEDITATIE DOOR DE ARI VOOR DE MAAND ELLOEL

Op Rosh Chodesh Elloel, in het jaar 5331 [1571 A.D.], vertelde mijn leraar [de Arizal], in gezegende nagedachtenis, me, dat ik [Rabbi Chaim Vital] moet vasten op de twee opeen volgende dagen na Rosh Chodesh Elloel zelf en dat, daardoor, ik een zeker verhoogd niveau van bewustzijn zou bereiken. De intentie die iemand moet hebben aangaande dit vasten is dat gedurende de  maand van Elloel, de dertien bronnen van de Dertien Rectificaties van de Baard [Tikoené Dikna] geopend zijn en zij worden geopenbaard en stralen naar Beneden uit in de Makief van de hersenen [mochien] van de partzoefiem van Abba en Imma.  Zoals we uitvoerig en helder hebben uiteengezet in het begin van de “Idra [Zoeta]” in de Zohar, parashat HaAzinoe: dat van buiten de hersenen van Abba en Imma, hun licht uitbreekt en schijnt [buiten], in de verborgenheid van het “omringende licht” [Or Makief]; het is daar dat de Dertien Rectificaties van de [G’ddelijk Hemels] Baard van Atik Yomin worden geopenbaard.

 

 Allereerst moet iemand in algemene zin, in gedachte hebben dat de hele maand van Elloel de verborgenheid van de Naam Sag is [het Tetragrammaton, letter voor letter schrijven, gelijk aan de numerieke waarde van 63] en de Naam Kasa [Eh-yeh, letter voor letter gespeld met joeds, gelijk aan de numerieke waarde van 161; koef = 100, samech =60, alef =1].

 

 De Naam Sag (63) wordt als volgt letter voor letter gespeld: joed (10) vav (6) dalet (4), (5) joed (10), vav (6) alef (1) vav (6), (5) joed (10).

 

 De Naam Eh-yeh bekend onder de numerieke waarde 161, of “Kasa”, wordt letter voor letter gespeld als volgt: alef (1) Lamed (30) pé (80), hé (5) joed (10), joed (10) vav (6) dalet (4), hé (5) joed (10).

 

Rabbi Nachman van Breslev leert aangaande deze meditatie, dat gepast berouw de bruisende vitaliteit van beide verborgen Namen vereist: “heen en weer” (Ezekiel 1:14) “Heen”, betreft een voorwaartse beweging en is geassocieerd met “Kasa” (koef=100, samech=60, alef=1; dit is gerelateerd aan het vers “Wanneer ik opstijg naar [hebreeuws, “asak’, met de zelfde letters als “Kasa”] hemelen, bent U daar (Psalm 139:8). “Weer” wordt geassocieerd met Sag, gerelateerd aan het Hebreeuwse woord voor “teruggaan” of “verwijderen”, zoals in het vers “Zet niet terug zetten of verwijder [Hebreeuws, “tasag”] de baken die uw vaderen gemaakt hebben” (Spreuken 22:8); besef dat zelfs na een spirituele val, iemand bereid moet zijn terug te komen op het juiste spoor komen van de heilige dienst aan G’D. (Likoeté Moharan 6:7)

 

Op deze twee bovengenoemde Namen wordt gezinspeeld in de naam van de maand “Elloel” [gespeld alef, lamed, vav, lamed]: de [eerste] twee letters, alef, lamed zijn gerelateerd aan de drie joeds en één alef van de Naam Sag, zoals bekend is.  Het is van deze letters dat de Naam E-L emaneert, zoals wordt genoemd in de Zohar, parashat Pinchas.  

 

De [laatste] twee letters, vav, lamed, zijn gerelateerd aan de E-L die emaneert van de drie joeds en één alef van de Naam kasa. De drie joeds [van deze Naam] relateert aan de [laatste] lamed [van het woord “Elloel”], en de alef [van Kasa] is vervangen door de letter vav, omdat deze alef is verborgen in deze letter vav [van de meditatie] als zodanig: vav, alef, vav.

 

 Joed = 10, dus drie joeds evenaren 30, de numerieke waarde van de letter lamed.

 

Het is om die reden dat deze maand “Elloel” wordt genoemd, omdat de hele maand iemand moet mediteren op deze twee G’ddelijke Namen. Gezien dat deze twee Namen (Sag, 63 en Kasa,161) als uitkomst geven de numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” [“derech” = 224], wat de diepe esoterische betekenis is van het vers “…..Wie voorziet een weg door de zee en een pad door machtige wateren” (Jesaja 43:16), want het Hebreeuwse woord voor “door de zee” [b’yam = 52] is gerelateerd aan de Naam Ban [Havayah letter voor letter gespeld is gelijk aan 52]. En [ de mystieke betekenisvolle van het vers in Jesaja is dat] de twee bovengenoemde Namen [Sag en Kasa], die gelijk zijn aan het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” in de Naam Ban straalt, welke gelijk is aan het Hebreeuwse woord voor “weg door de zee”.

 

 Hier zijn we getuige van het fenomeen van hemelse bewustzijn, gerepresenteerd door de Namen Sag en  Kasa, beide gewoonlijk geassocieerd met de Sefira van Bina en de Partzoef van Imma, reikend naar de lagere sferen, met andere woorden, Malchoet, gerepresenteerd door de Naam Ban.

En het is deze weg die zich open stelt voor de hele maand Elloel.    

 

 

 

TISHA B’AV EN DE SCHOONHEID VAN HET UNIVERSUM

 G’D plaatste het voorstellingsvermogen in de mens om spirituele groei te bevorderen.

 

 

 

 Rabbi Abraham Isaac Kook

 

 

Elke dag vragen we in onze gebeden dat de Beit HaMikdash zal worden herbouwd. Waarom is dit spirituele middelpunt zo belangrijk voor ons?

 

 De Wijzen vestigen de aandacht op de woorden Da’at (kennis) en Mikdash (Tempel). Beiden worden genoemd, voor en achter de twee Namen van G’D.  (Samuel I. 2:3 en Exodus. 15:17) Wat is de samenhang tussen de plaats en betekenis van deze twee woorden?

 

 “Rabbi Elazar zegt: Wanneer iemand Da’at (kennis) heeft, is het alsof de Heilige Tempel is gebouwd in zijn dagen.” (Berachot 33a)

 

 Wat bedoelde Rabbi Elazar met ‘een persoon met Da’at ‘? En wat heeft geleerdheid te maken met het herbouwen van de Beit HaMikdash?

 

 WARE DA’AT

 

 Eerst moet we het concept van Da’at begrijpen. Da’at betekent veel meer dan alleen maar een goed verstand hebben.

 

 Het probleem van degenen met een gebrek aan Da’at is, dat zij alle aangelegenheden proberen te evalueren met behulp van het vermogen van logische redenering.  Zij slagen er niet in te zien dat het intellect een beperkt onderdeel is van de menselijke ziel, omdat ze het bewustzijn niet gebruiken voor het ontwikkelen van het voorstellingsvermogen en het bestaan van de menselijke ziel. Naast iemands intellectuele vermogen, zijn er in de mens  karaktereigenschappen, emoties, zintuigelijke gaven en de functie van voorstellingsvermogen en verbeeldingskracht.

 

 Ware Da’at is weten op welke wijze alle facetten van de ziel te gebruiken.Spirituele groei en perfectionering kunnen alleen worden bereikt met de volledigheid van de hele Thora en alle paden van oprechtheid.

 

 DE SCHOONHEID VAN HET UNIVERSUM

 

 De Geleerden gebruiken een intrigerende zegswijze om de Tempel te beschrijven: “de schoonheid van het universum”. (Zevachiem 54b) Waarom kozen zij schoonheid als een karakteristiek uitgangspunt voor de Tempel?

 

 Deze stelling is significant, want het indiceert de voornaamste functie van de Beit HaMikdash: namelijk om ons zintuigelijk gevoel van schoonheid in te laten met G’ddelijke esthetiek en om onze voorstellingsvermogens te verheffen.

 

Het voorstellingsvermogen is een zeer krachtige hulpbron die een weloverwogen impact heeft op al onze handelingen. De esthetische karaktereigenschappen van de Tempel dienen om de spirituele vooruitgang van de voorstelling te bevorderen, vanwege de zintuiglijke functie van de ziel.

 

Toen de Beit HaMikdash in Jeruzalem stond, had het een diepzinnige invloed op het voorstellingsvermogen; het projecteerde krachtvolle beelden van sublieme heiligheid en bezielde pracht. Deze heilige invloed had op zijn beurt een krachtige impact op de karaktereigenschappen en gedrag van degenen die destijds het passeren van de poorten verdiende.

 

 We kunnen twee aspecten onderscheiden met betrekking tot de invloed van de Tempel:

 

De eerste betreft termen van de eigen intrinsieke heiligheid van de Tempel en de impact van deze heiligheid op degenen die de G’ddelijke dienst in achtnemen.

 

Het tweede aspect is in termen van de ontvankelijkheid van de menselijke ziel. G’D creëerde de imaginaire vermogens zodat de ziel ontvankelijk kan zijn voor heiligheid en de pracht van de Tempel. Deze twee aspecten corresponderen met de twee Namen van G’D, geplaatst voor en achter de woorden Da’at  en Mikdash.

 

 HET VERHEFFEN VAN HET VOORSTELLINGSVERMOGEN

 

Nu kunnen we Rabbi Elazar’s stelling begrijpen. Personen die zijn gezegend met Da’at, iemand die wijs genoeg is om alle vermogens van de ziel te evalueren, inclusief zijn voorstellingsvermogen, is zoals de Beit HaMikdash herbouwd isin zijn dagen. In hun wijsheid, waren zij in staat om voor zichzelf en degenen om hen heen een kleine miniatuur van de heilige invloed van Tempel te recreëren. Zij herkenden dat hun voorstellingsvermogen was gecreëerd voor een heilig doel. Ofschoon hetvoorstellingsvermogen mag voorkomen als weinig waardevol vanuit het stand punt van de logica plaatste G’D het in de menselijke ziel voor de mogelijkheid om haar spirituele groei te bevorderen. Degenen, gekroond met Da’at zijn in staat om al hun geestvermogens te verheffen naar zuivere heiligheid.  

 

 

 

             

 

Shavoe’ot

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

 

 

Likoetei Thora

 

Er is een passage in het Boek Spreuken waarin de Thora zelf de spreker is en zichzelf antropomorfiseert en beschrijft al te hebben geëxisteerd vóór de Creatie van het universum. Na uitspraken als “Toen G’D de hemelen vestigde, Ik was daar; toen Hij een cirkel trok over de oppervlakte van de diepten”, gaat de Thora verder met te zeggen, “Ik was met Hem als een zuigeling en Ik was elke dag Zijn vreugde, spelend voor Hem te allen tijden; spelend met de wereld, Zijn wereld en Mijn vreugde was met de zonen van de mens.” (Spreuken, 8:30-31) Deze uitspraken zijn niet alleen poëtisch, maar bevatten ook diepgaande esoterische verwijzingen naar de essentiële aard van de Thora die werd gegeven, hetgeen wij vieren op de feestdag van Shavoe’ot.  

 

 

De Thora’s beschrijving als zijnde een “zuigeling” (“amon” in het Hebreeuws) herinnert en verwijst naar Mozes vraag aan G’D nadat Mozes net heeft verteld  dat de Joden op miraculeuze wijze zullen worden voorzien van vlees in de woestijn en Mozes “zich, als het ware, beklaagt”, dat hij niet kan fungeren als een instrument van dat gebeuren: [Wie ben ik], zegt Mozes tot G’D, dat U zegt tot mij, Draag het [Joodse Volk]  aan je boezem zoals iemand die een zuigeling te eten geeft [in het Hebreeuws, “omen”] …. waar [haal] ik vlees vandaan?” (Numeri, 11:12-13)

 

 

[Zoals verklaard ergens anders in Likoetei Thora, komt Mozes’ ziel voort uit een uitermate subliem spiritueel niveau. Zijn ziel was zo verheven dat Mozes, die juist 40 dagen en nachten bovenop de Berg Sinaï had doorgebracht, in zo een krachtige staat van heiligheid verkeerde dat hij geheel werd onderhouden door spiritualiteit en geen behoefte had aan fysiek voedsel, hij voelde dat hij zich niet meer kon relateren aan zulke aardse dingen als vlees. Hij had het begrip verloren hoe hij het aan de gewone mensen verstrekt kon worden.

 

Op een vergelijkbare manier, had Mozes G’D duidelijk gemaakt dat hij ongeschikt was om G’D’s boodschap van verlossing over te brengen aan het Joodse Volk in Egypte omdat hij leed aan een spraakgebrek. De Chassidische leer verklaart dat Mozes’ bezorgdheid was dat zijn eigen verheven ziel niet in staat zou zijn om de kloof tussen de gewone Joden te overbruggen, zodat G’D’s boodschap niet succesvol zou worden overgebracht. G’D’s antwoord was dat Hij Mozes zou assisteren in het “overbrengen en het doen begrijpen van de boodschap”, Mozes moet zijn bijdrage leveren in het spreken tot het Joodse Volk en G’D zou ervoor zorgen dat de spirituele “kloof” werd overbrugd. Dus in plaats van met gewoon fysiek voedsel wordt Mozes geassocieerd met het Manna dat miraculeus neerdaalde van de hemel vanwege zijn verdienste (zie Taanit 9a; Zohar III 156a). Dit was spiritueel voedsel en iets waar Mozes zich aan kon relateren.]

 

 

Hier, de opmerking om een zuigeling te voeden duidt eerder op een diepere betekenis dan op eenvoudige literaire beeldspraak. Een pasgeboren baby is niet volledig ontwikkeld; een baby moet een heel groeiproces doormaken. In het begin is een kind bijna uitsluitend een creatuur van emotie, voelend plezier, angst, etc. maar niet in staat om te denken over of te begrijpen wat het ervaart. Zelfs zijn emoties hebben tijd nodig om zich te ontplooien en om al de nuances te ontwikkelen die zij in zich bergen. (Bijvoorbeeld, een kind ervaart niet “bitterzoet” of schrijnende gevoelens, alleen wilde vreugde en immens tekeergaan.)

 

 

Hoewel het waar is dat in moderne tijden vele zuigelingen geen borstvoeding meer wordt gegeven, symboliseert deze natuurlijke praktijk een zekere spirituele groei. In feite bevordert melk de ledematen van het kind, dus borstvoeding representeert en veroorzaakt de spirituele ontwikkeling en groei van de emotionele ziels eigenschappen. Tijdens de periode van verzorging rijpen de emoties van de zuigeling en ontwikkelen zich. Nochtans is het niet veel later dat het intellect van het kind zich manifesteert, dat is waarom, ofschoon het bekwaam is in het voortbrengen van geluid ( en soms zelfs heel veel) is het niet in staat om intelligent te spreken. Dit latere stadium van ontwikkeling is mystiek geassocieerd met het spenen van het kind en het begin van vast voedsel, in het bijzonder brood, zoals de Talmoed leert, “Een kind weet niet “Vader” of “Moeder” te roepen tot het de smaak van graan heeft geproefd” (Berachot 40a, in ondersteuning van de uitleg dat de Boom van Kennis, die werd geïntroduceerd als intellectueel bewustzijn aan Adam en Chava, in feite graan was).

 

 

Kabbalistisch gezien, spelen de voorname Joodse Feestdagen, Pesach, Shavoe’ot en Soekot, een rol in de creatie van de Joodse zielen. Op de zevende dag van Pesach als het ware, waren nieuwe zielen “geboren”, in de zin dat zij voortkwamen uit de verheven spirituele sfeer van Atziloet, welke onafscheidbaar is  van G’D Zelf, in de relatief “lagere”sfeer van Beriya, worden zij beschouwd als separate entiteiten. Echter deze “nieuwgeboren” zielen zijn nog niet volledig ontwikkeld. Zoals ergens anders verklaard, een ziel bezit tien spirituele eigenschappen, zeven overeenkomend met de emotionele eigenschappen van een persoon en drie intellectuele eigenschappen.

 

De nieuwgeboren ziel, net zoals een zuigeling, heeft tijd nodig voordat zijn emotionele vermogens volgroeid zijn; dit heeft in het bijzonder betrekking op de zo geheten “dierlijke ziel”, die de oorsprong is van iemands natuurlijke inclinatie. Ook deze, en niet alleen iemands spirituele tendensen, behoeven te worden ontwikkeld in instrumenten voor dienst aan G’D. Elk van de zeven emotionele eigenschappen, wanneer volwassen, is een compositie van alle zeven ( makend 49 emotionele componenten van ziel in totaal), en om deze “nuances” naar buiten te kunnen brengen, moet de ziel een periode ondergaan van spirituele “verzorging”. Dit refereert aan de 44 dagen van de Omer periode tussen de zevende dag van Pesach en de Feestdag van Shavoe’ot.

 

 

De Omer periode, de tijd in welke de Jood de dagen telt van de Exodus van Egypte tot het geven van de Thora op de Berg Sinaï, begint in de tweede nacht van Pesach en omvat 49 dagen in totaal. Deze corresponderen met de 49 emotionele eigenschappen van de ziel. Echter de eerste vijf dagen van deze telling ( met andere woorden, de vijf dagen van de telling) van de tweede tot de zevende dag van Pesach, representeren de mystieke vijf eigenschappen van goedheid ( de vijf Cheseds, de eerste vijf emotionele eigenschappen binnen de samengestelde eigenschap van Chesed, of goedheid zelf), welke de groei van de rest van de eigenschappen voortbrengt. De eerste vijf worden geïdentificeerd met de sfeer van Atziloet, overhoudend 44 die zich ontwikkelen na “geboorte”.

 

 

De mitzwa van het tellen van de Omer, dient de mystieke functie van verzorging van de ziel, en het ontwikkelen van hun innerlijke emotionele eigenschappen naar volwassenheid. Echter verzorging is niet een doel op zich zelf;  het leidt naar spenen en de bekwaamheid om vast voedsel  op te nemen. Dit wordt gesymboliseerd door brood en juist als “de smaak van graan” een nieuw niveau van intellectueel vermogen introduceert voor een kleuter, is het het spirituele “brood” dat de zielen na verzorging ontvangen, dat hun intellectuele eigenschappen zich uiten. Dit “brood” is de Thora zelf, die “voeding”  voor de ziel genoemd wordt (zie Talmoed Chagiga14a; Beréshiet Rabba 43:7), en waarover is geschreven, “Kom, eet Mijn brood.” (Spreuken, 9:5)

 

 

De feestdag van Shavoe’ot, toen de Thora aan het Joodse Volk werd gegeven, correspondeert dus mystiek met het “spenen” van de nieuwgeboren zielen. Dit is de reden dat ons op Shavoe’ot  wordt opgedragen een offer te brengen dat hoofdzakelijk bestaat uit twee broden (Leviticus. 23:17): één representeert de Geschreven Thora en de andere representeert de Mondelinge Thora (het gehele corpus Joodse Kennis, inbegrepen de Mishna en Talmoed, die de latente betekenis van de Bijbelse verzen reveleert). Dit niveau is ons door G’D verleend in antwoord op de zelf nullificatie van het Joodse volk uit eerbied voor Hem gedurende de overdenking van het Shema gebed, om die reden zegt het vers dat de twee broden gebracht moeten worden “vanuit je woningen” (in het Hebreeuws, “mimoshvateichem “), wat ook letterlijk van je “zittend” betekent, aangezien het Shemawanneer het gepast wordt gereciteerd zittend moet gebeuren.

 

 

“Verzorging” kan worden begrepen in de zin dat het een voorbereidende fase is leidend naar het eten van brood. Mozes, in al zijn nederigheid, voelde zich ongeschikt tot deze laatstgenoemde taak van het introduceren van “vast voedsel” van Thora aan het Joodse Volk, dat is wat hij bedoelde met het protest, “[Wie ben ik] dat U tegen mij zegt, “Draag [het Joodse Volk] aan je boezem zoals iemand die een zuigeling te eten geeft…” waar [haal] ik vlees vandaan?”

 

 

Men moet zich volkomen bewust zijn dat G’D absoluut transcendent en onkenbaar is. Elke relatie die wij hebben met Hem is een gift van G’D, die Hij verleent aan ons door overbrenging van de Thora: door Zich Zelf  “samen te persen” als het ware in de Thora, we zijn in staat om G’D Zelf te vatten door ons begrip van de Thora. De Thora zelf een is vat, het kanaal, dat deze G’ddelijkheid in zich draagt en doorgeeft  aan ons. Dit is waarom, ofschoon Mozes in zijn nederigheid voelde dat hij onbekwaam was in het overbrengen van G’ddelijkheid, helemaal afdalend naar ons niveau (dat van “brood”), de Thora zichzelf beschrijft als ze deze functie uitvoert, en zegt, “Ik was met Hem als een zuigeling.”

 

 

Het vers gaat verder met te zeggen, Ik was Zijn vreugde elke dag.”Dit verwijst naar de vreugde en het genoegen die alleen komt na intellectueel begrip. Niet alleen is de Thora een “zuigeling” die het intellectuele niveau van de ziel naar buiten brengt, het gaat zelfs verder met openbaren van diepere aspecten van  vreugde.

 

 CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV