Deel 5. De Tempel

Toen de Joden terugkeerden naar de kotel, waren zij als dromers, zij prevelden en drukten zich tegen de stenen zonder zich te realiseren waar ze tegen aan keken: De Rotskoepel waar achter de fundatiesteen was, lag zover noordoostelijk gestationeerd boven de kotel, dat het een buitengewoon grote dosis van oriëntatievermogen kost, om iemand te doen geloven dat dit gedeelte van ommuring, bekend als de “De Westelijke Ommuring” eigenlijk een van de originele ommuringen van het Tempelcomplex is.

De Joden die de Muur reeds in de tijd van de Ottomanen en gedurende de mandaatperiode de plaats tot synagoge hadden gemaakt, deden dit nu opnieuw (1967) door het installeren van banken en stoelen, een Machitsa [een scheiding tussen een mannen en vrouwen gedeelte] en heilige arken. Niet lang na de oorlog van 1967, verzamelden zich ongeveer 200.000 mensen aan de Muur om het feest van Shavoeot te vieren en Jeshajahoe Leibowitz reageerde ontsteld op deze ontheiliging van de naam en adviseerde herbenoeming van de lokatie in “Discotel” of misschien de “G`Delijke Aanwezigheids Disco” “Dat zal tot tevredenheid zijn in alle kringen en fracties,” schreef Leibowitz, “De seculiere gemeenschap omdat het een discotheek is, en de religieuze gemeenschap omdat de G`delijke Aanwezigheid wordt genoemd.” Inderdaad, de seculiere Israëliers dragen hun deel bij tot het verheffen van de status van: “de rots van onze existentie.” De plaza voor de Muur werd een lokatie van militaire ceremonies en voor het beëdigden van infanterierekruten. Het Ministerie van Defensie publiceerde een luxueus album met goud relief op de omslag, ansichtkaarten en souvenirs regenden neer op het publiek. Varkens etende liedjesschrijvers componeerden lofliederen over de Muur (“Sommige mensen hebben een hart van steen, sommige stenen hebben het hart van mensen”). Seculieren en religieuze families kozen beiden de plaats voor het houden van de Bar-Mitzwa`s, of als een achtergrondlokatie voor een fotosessie met hun ooms en tantes uit Chicago. De Arabieren legden dit niet zomaar naast zich neer. De enorme importantie die de Joden en hun Staat aan de dag legden voor de Muur, verhoogde haar waarde naar gigantische proporties en opnieuw manifesteerde het principe dat waarde wordt verhoogd door de intensiteit van het gevecht om eigendomsrecht. De Arabieren herinnerden en attendeerden iedereen dat de steunmuur die de Joden de Westelijke Muur noemden moet worden gekend bij zijn rechtmatige naam “al Buraq” naar de gevleugelde hengst die de profeet verbond aan zijn stenen (de Muur) toen hij opsteeg ten hemel vanaf de Fundatiesteen.

Zodat, tot ieders tevredenheid de Muur een weerhouding werd voor het smeden van coëxistentie tussen Joden en Arabieren en vooral tussen Joden onderling.

De Muur is essentieel omdat het een veiligheidsklep is die een situatie in stand houdt welke zowel Ultra-Orthodoxen en Seculieren willen zien; een veiligheidsklep gezien vanuit de Hebreeuwse optiek, de Ark des Verbonds en de Cheroebiem. In zijn boek “De Muur en de Berg” (1989), schrijft A.B. Jehoshua dat de Muur een vrij depressieve plaats is, maar het weerhoudt ons van de “overpeinzende nachtmerrie” Om de Tempel te vernieuwen. Ariel Hirshfeld, minder terughoudend dan Jehoshua, is zeer aangegrepen door het ritueel van de Muur en schrijft er een lofzang over “Er is geen enkele andere plaats die zoveel weergeeft van de inhoudelijke betekenis van het Joodse Volk, haar historie en haar cultuur als de Muur” is zijn aankondiging aan het begin van zijn nieuwe boek “Plaatselijke aantekeningen” (2000) “Het geometrisch punt op welke plaats deze steen rust en van waaruit hij cirkelt en zijn marge van uitstraling, is het convergentiepunt met de Hemel: dit is de plaats waar G`D Abraham instrueerde om zijn zoon te offeren “Dit is de navel van de wereld,” vervolgt Hirshfeld, toekennend aan de Muur wat de bronnen zeggen over de Fundatiesteen. “Dit is DE plaats,” verkondigt hij. Waarom is Hirshfeld zo bekoord en gefascineerd van de Muur? Omdat deze Muur “vrij is van kunstmatige ceremoniële religieuze nonsens.” Kortom, een plaats die weergeeft de esthetische essentie van Joodse ellende, van beminde misère en verachtelijkheid. Hirshfeld is in goed gezelschap, vrijwel alle joden denken zoals hij.

De strijd van randgroepen zoals “De Tempelberg Getrouwen” voor het recht om op de Tempelberg zelf te kunnen bidden en het pathetisch pogen van Zionistische Rabbijnen, zoals Shlomo Goren om de plaatsen af te bakeren waarop Joden mogen lopen, is alleen maar een continuatie om een andere betekenis aan de Muur te geven. Wat maakt het in feite uit hoe dichtbij een Jood staat ten aanzien van de Fundatiesteen als hij het heeft opgegeven. Rabbi Jisrael Ariel (hoofd van het Tempel Instituut) en Prof. Hillel Weiss (hoofd van een vergelijkbare groep), Jehuda Etzion en een handvol collega’s hebben hun droom van volharding vaarwel gezegd t.a.v. de berg . Het opschorten om hun droom te realiseren is misschien wel voor een millennium.

Als de Joden een Tempel gewild zouden hebben, echt gewild zouden hebben, zonder verachtelijkheid, zonder “verlangen en hunkering” dan hadden zij hem gebouwd, al was het maar een tijdelijke plaats, een “Heiligdom” op een andere berg in Jeruzalem, of op de berg Maron of tussen Netanya en Atlit. Er was reeds een Jood die dit een eeuw eerder suggereerde. Zijn idee was om een heiligdom te vestigen op de berg Carmel. Totaal seculair van uitstraling, hij dacht dat het terugkeren naar een joodse soevereiniteit een Tempel vereistse voor degenen onder hen die religieus waren.

Zijn naam was Herzl. Theodor Herzl.

Deel 4. EN TOEN ARRIVEERDEN DE ARABIEREN (3)

Als de rots niet was Geïslamiseerd, zouden de Christenen zich haar existentie niet hebben herinnerd. Echter, sinds het een Islamitisch heiligdom was geworden, verlangden zij ernaar om het te bevrijden.
Bij de dageraad van het tweede millennium, werd de situatie uiterst ondraaglijk, zodat zij een pan-Europees veroveringsleger verzamelden om een heilige oorlog te beginnen voor Jeruzalem en de Fundatiesteen. De kruistocht eindigde in een angstaanjagende overwinning van Christelijke zijde. De Moslims en de Joden werden onpartijdig afgeslacht, zij sloegen elke moskee die zij op hun weg tegenkwamen aan stukken en verbrandden synagogen met inhoudelijke congregaties.
” Sommigen werden onthoofd ” schreef een kroniekschrijver van de Kruisvaarders die deel nam aan de slachtpartijen,” terwijl anderen werden geraakt door pijlen en vervolgens gedwongen werden om van de walmuren te springen. Sommige werden levend verbrand. Kinderen werden bij de benen weggesleept van hun moeders of vanuit de wiegjes om hun hoofdjes te verpletteren tegen muren en poorten zodat die besmeurd waren met hersentjes. Om door de straten van de stad te lopen, moest men over hopen van ledematen en hoofden heen stappen. Bij de Tempel en op de binnenplaats van Salomon reden we tot onze knieën en zelfs tot aan de paardenteugels in het bloed.” Ter afsluiting van hun festiviteiten posteerden de kruisvaarders een enorm crucifix boven op de rotskoepel en veranderen het gebouw in “De Kerk van Onze Heer” en stelden de Tempeliers (de ridders van de Tempel) als bewakers er over aan. Waarom maakten de Kruisvaarders de Rotskoepel niet met de grond gelijk, zoals zij deden met alle andere Moslim bouwwerken in de stad? Wat was het, wat hun bewoog t.a.v. van gebouw om het te laten staan? Misschien de vorm.
Als je goed nadenkt over de octagonale structuur bevat deze een ruimtelijke vorm van twee gekruiste rechthoeken en zijn vier openingen benadrukken deze crucifix”achtige vorm. De structuur van de Rotskoepel scheen zo perfect te zijn voor een kerk dat het lijkt alsof G`D de Moslim architecten stuurde tot een ontwerp voor diegenen die het van hen zou bevrijden!!!!! De fundatiesteen werd bedekt met marmer om als altaar te dienen en als een podium voor een koor. De arabesques aan de muren over gepleisterd en vervangen door een galerij van heiligen. Bij het beëindigen van de 20 jarige radicale renovatie, werd de kerk ingewijd in een verkwistende ceremonie in gezelschap van de Pauselijke afgezant, de Patriarch van Jeruzalem, Bisschoppen en Europese Nobelen.

De nieuwe onteigenaars, zoals hun voorgangers, benodigden een cover story.
En zij gingen zelfs een trapje hoger dan hun voorgangers: in plaats van één story, brouwden zij een hele serie. De engel Gabriël, die reeds schitterde in de Moslim productie, mocht nu ook in de Christelijke uitvoering een rol vervullen.
In deze story zegt Gabriël de priester Zacharias te hebben geïnformeerd, dat hij de vader zou worden van Johannes de Doper. Hier was het, zei men, waar Jezus werd besneden op de achtste dag van zijn leven.
Hier verbaasde hij zijn omgeving op de leeftijd van 12 jaar met zijn wijsheid.
Het was hier dat hij geldwisselaars verjoeg en tegen de Joden zei, “verwoest deze Tempel, en in drie dagen zal ik laten hem herrijzen” (Joh 2:19).
Net als Moslims, hadden de Christenen ook een stevige onderbouwing . Zij verwezen ook naar plekken in de rots die waren ontstaan door de voetafdrukken van de zoon van G`D en dicht bij de Tempelberg “vonden” zij de wastobbe waarin Jezus werd gewassen door Maria . De oostelijke poort (de poort van genade) door welke Jezus, zoals is gezegd, Jeruzalem binnen ging, werd nu bestemd als de poort door welke hij zal terugkomen. De principe van de toename in waarde in directe verhouding tot de intensiteit van de ruzie bereikte een hoogte die het mogelijk maakte om compleet krankzinnige story’s over de plaats te verzinnen. Het werd uiteindelijk een magneet voor leugens, gedeeltelijke fantasie, de verzinselsteen.
Negentig jaar na de verovering van de Kruisvaarders, namen de Moslims, onder leiding van Salah a”Din de stad opnieuw in. De crucifix werd van de rotskoepel verwijderd, om te worden vervangen door het juiste symbool, de halvemaanvormige sikkel. Zeventig jaar later waren de Arabieren verdreven door de Aziatische Moslims (Mamluks), die een ornamentele architectonische stijl introduceerden aan de stad. Uiteindelijk werden ook zij verdreven door de Ottomaanse Turken.

Deel 3. EN TOEN ARRIVEERDEN DE ARABIEREN (2)

Een latere Kalief Abd al-Malik, bouwde over de rots een achthoekige structuur met koepelbedekking, die het hele landschap domineerde als een abrikoos op een taart. Het was een briljante architectonische vondst. Meet men de structuur vanuit elke hoek, zijn hoogte, de cirkelomtrek van de koepel, de breedte van elk van zijn achtzijden en men komt altijd uit op 20 meter.
De Fundatiesteen (die 20 meter lang is) was dus straalbrekend multidimensionaal. Het symmetrische gebouw, opvallend door zijn isolatie, zichtbaar vanuit elke hoek, leek alsof het daar altijd al was geweest, vanzelfsprekend. Het leek een deel van de stad. Nee: het leek alsof de stad er een deel van was.
Maar dat was nog niet genoeg. De bedekking van de rots met een koepel vereiste een cover story. Een cover story die de onderneming zou rationaliseren en het verwijderen van Joden en Christenen van de Tempelberg zou rechtvaardigen.
Een geloofwaardig story, historisch, realistisch, een waarbij geen achterdocht enfictie zou worden gewekt. Er werd even over nagedacht en men kwam met het volgende: Op een nacht kwam de engel Gabriël naar het huis van De Profeet Mohammed in Mekka en met hem het paard al-Buraq. Het strijdros, zoals sommige anderen van zijn soort in zuid-Arabië, was bevleugeld, pauwachtig gestileerd, en met het gezicht van een beeldschone vrouw. Haar manen waren gemaakt van goud en zilver en vervlochten met parels. Toen Mohammed het paard besteeg, steeg het op en vloog. En omdat paarden alleen maar kunnen vliegen en niet navigeren, wees de engel de weg. Het paard streek neer op de Tempelberg. Mohammed bond het vast aan de muur en volgde de engel naar de rots. Zoals hij daar stond, vertrok hij naar omhoog, steeg op met de engel door de zeven hemelen. Er werd aan beide kanten een vuurgordijn opgetrokken en hij zag G`D en Zijn gevolg. Mozes was er en Jezus en alle grote namen. Bewogen door de belangrijkheid van het gebeuren, proclameerde Mohammed dat hij de mensheid de ultieme religie zou brengen: 50 gebeden per dag. Mozes een oude rot in het vestigen van religies, adviseerde dat hij er 5 moest doen. Het was een productieve werkvergadering. Toen Mohammed terugkeerde naar zijn landslieden, Islamiseerde hij hen tot de laatste persoon. Om de story aan te vullen met het laatste scheutje geloofwaardigheid, werd een kleine inkeping in de rots aangeduid als zijnde : Hier was het waar de profeet heeft gestaan.
Hier is de voetafdruk van Mohammed. Kijk er naar en raak het aan. Een moskee werd gebouwd aan de zuidzijde van de Tempelberg, waarin de aanbidders gezichtswaarts gericht waren op richting Mekka en met hun achterste naar de Fundatiesteen .De naam van de moskee was gebaseerd op een vers uit de Koran: “Geprezen zij G`D, die zijn dienaar s`nachts overbracht van de heilige Moskee naar het verst verwijderde heiligdom”. De Koran vermeldt niet dat het “verst verwijderde heiligdom” (in het Arabisch al-aqsa) in Jeruzalem was; Jeruzalem wordt niet genoemd in de Koran en als je er de story van Mohammed`s nachtelijke trip naar de hemel in wil opzoeken, waarbij de rots als springplank diende, het is jammer, maar het zal te vergeefs zijn. Het vers in kwestie verwijst duidelijk in de richting van Mekka en Medina. Maar Medina was niet heilig voor Joden en Christenen.

Nu moeten wij een bedroevenswaardig punt belichten over een van de menselijk basis eigenschappen. Veel mensen denken , jammer genoeg misplaatst, dat mensen geneigd zijn om ruzie te maken over iets dat in directe verhouding staat tot zijn waarde. Het tegenovergestelde is waar: wat de waarde van een object bepaald is het feit waar mensen ruzie over maken. Ga naar een zandbak waar kleuters niets doen, gooi een lege plastic fles of een versleten door een hond kapot gevreten slipper in de zandbak en onmiddellijk zal er een gulzig gevecht los barsten met vuistslagen en haaruittrekkingen over wie de rechtmatige eigenaar wel niet is. Toen de Arabieren arriveerden bij de Fundatiesteen, was die al een religieus object. Het bijbelse verhaal van deze steen en de plaats waar onze voorouder Abraham zijn zoon Izaak bond was de eerste, maar niet de laatste in een serie van creatieve gedenktekens die metaforisch waren ingegrift op de rots. Sommige bronnen claimen dat het hier was waar Jakob droomde van de ladder met engelen die neer en opgingen naar de hemel. “Beit El” de plaats gesitueerd door de Bijbel als de lokatie van Jakob`s droom, was daarvoor geïnterpreteerd als “G`D`s huis”, de Tempelberg.
Anderen gaan verder terug en stellen dat de rots de eerste plaats was die droog viel na de grote vloed en waar vervolgens Noach zijn offer bracht aan G`D. En sommigen gaan geheel terug naar Adam zelf, zoals het embryo begint in de navelstreng, zo is het met de wereld ook; eerst kwam de rots, de navel van de wereld.
De Arabieren waren niet geïntimideerd door deze essentieverhalen.
Integendeel, zij adopteerde ze en begaven zich verder met het identificeren van de spleten en kloven in de rots. Die daar was van Abraham en die van Koning David met daar naast Koning Salomon enz. enz. Oh, ja en linksboven in de hoek die van de Profeet Elija. De Fundatiesteen werd vanuit hun visie zo iets als een boulevard van filmsterren in Hollywood, een plaats waar beroemdheden hun handafdruk achterlaten. De Arabieren ontkenden niet dat de rots de positie was van de Akeda (de Binding van Izaak op het Altaar ), alleen paste zij een kleine correctie toe;

HET WAS ISMAEL DIE GEBONDEN WERD OP HET ALTAAR ALS OFFER, NIET IZAAK.

WORDT VERVOLGD.

Deel 2. DE VUILNISBELT VAN DE STAD

Ondanks de religieuze nastreving van sommigen of andere analogieën tussen de kruisiging van Jezus en de verwoesting van de Tweede Tempel een generatie later, is het een historisch feit dat de Romeinen in beide gevallen een opstand onderdrukten van Joden die rebelleerden tegen hun autoriteit – en tegen de autoriteit van de Rabbijnen. Jezus was een politieke lastpost en evenzo de Sicarrii, de strijders die de Rabbijnse waarschuwingen negeerden en een ondergrondse verzetsbeweging hadden gevormd. De Joden, die sinds lang vertrouwd waren met het gemis van soevereiniteit en als voordeel had een gemeenschap te zijn die op zich zelf was aangewezen als een tak van andere dispergerende gemeenschappen, werd aangespoord door de Zeloten onder hen, om een rebellie te starten wiens uitkomst verregaande consequenties zou hebben. Toen de Romeinen de revoltes hadden gebroken, veranderden zij Jeruzalem tot een voorbeeld van een heidense stad, die in alles voorzag om een Romein een geurig heidens leven te bieden: theaters, openbare badhuizen en aangename plaatjes en hoekjes voor schunnige sculpturen. Maar de meest interessante en werkelijk doorslaggevende gebeurtenis vond eerder plaats, tijdens het hoogtepunt van revolte.

Terwijl de Romeinen nog steeds bezig waren met hun praktijken om Joden af te slachten (met de Tempel nog steeds intact), leidde Rabbi Jochanan Ben Zakkai geheime besprekingen met hen. Hij wenste toestemming voor de vestiging van een religieus centrum in Javne, als een alternatief voor Jeruzalem.
De Romeinen accepteerden zijn voorstel zeer hartelijk, en zonden hem op weg met hun zegen, en continueerden hun bezigheid, het afslachten van de rebellen. De reden dat Rabbi Jochanan het Sanhedrin verplaatst naar en installeerde in Javne nog voor de verwoesting van de Tempel was om de Halachisch gefundeerde religie te verzekeren en te continueren. Dat een groep Joden die het Christendom voortbracht omstreeks de zelfde tijd zich manifesteerde, was een tweede gelijkvormig en complementair fenomeen. Beide stammen uit het verlaten van het idee dat de religie gebaseerd is op nationale soevereiniteit; beide kwamen tot de visie dat de stad van de Tempel het concrete Jeruzalem, waarvoor gevochten moet worden en normaal leven moest worden gehandhaafd, was verdrongen door een soort “Hemels Jeruzalem” waar geen belasting werd geïnd en geen rioolwater problemen bestonden. Het was het Jeruzalem van engelen, van goud en kristal, daken van smaragd–alles, behalve Jeruzalemmers. Het aardse Jeruzalem was in die tijd niet iets om over te onderhandelen. De Romeinen staken alles aan wat maar brandbaar was, en toen zij de stad hadden herbouwd, doopte zij het “Aelia Capitolina.” En Judea werd Philistinoi de naam van een niet Semitisch volk dat al honderden jaren was uitgestorven. De Tempelberg werd volkomen verwaarloosd, en in ruïnes van de Tempel huisden wolven vergezeld door uilen (zoals de profeten hebben vooruit gezegd). Toen Rome in de vierde eeuw het Christendom als staatsgodsdienst aannam, werd de bestemming van de Tempelberg voor de komende 300 jaar een stadsvuilnisbelt.

De Byzantijnen, die Jeruzalem heiligden, verontreinigden de Tempelberg niet meer, niet omdat er geen plaats meer zou om het stadsafval te dumpen, maar opzettelijk, na zorgvuldige overweging, zoals wetenschappers die via een theorie een experiment proberen aan te tonen. En het experiment was, passend, simpel en overtuigend: De G`D van de Joden was van plaats gewisseld, had de Tempelberg verlaten en was nu aan de zijde van de Christenen, dus het kon Hem geen moer schelen als de Tempelberg stonk als een paar te lang gedragen sokken. Hij was moe van de Fundatiesteen en had zijn Goddelijkheid verplaatst naar een andere steen 500 meter verderop, westelijk van de heuvel: de roze getinte marmeren bedekking van Zijn zoon`s graftombe.
Het was naar deze plaats waar de pelgrims stroomden. Hier wierp men zich ter aarde, hier weende men en brandden wierrook (zoals in de Tempel) en bouwde een kerk, rijk aan mozaïek en licht van Kandelaren, een bouwwerk vol van verlangen.

EN TOEN ARRIVEERDEN DE ARABIEREN.

Hoog zittend op zijn kameel, lichtelijk schommelend in het bepakte zadel, overkeek de kalief Omar Ibn Khatib de stad naar welke hij zijn leger had geleid, parkeert de kameel met een autoritaire “ho ho ho,” en stapt af om een aantal feiten op een rij te zetten. Het was in het jaar 638, zes jaar na de dood van de Profeet Mohammed, vier jaar na de ingangzetting van de Arabische veroveringsorkaan. De kalief had geen enkele aanwijzing over de juiste locatie van de heilige Joodse rots, maar wist dat er zo iets was als een rots in Jeruzalem, en de rest hoorde hij van een jood die bekeerd was tot de Islam .De voormalige jood leidde de Kalief naar de Tempelberg, en stapte uiterst behoedzaam met hem door de berg afval die de plaats bedekte en stopte in midden van de dump en wees nadrukkelijk neerwaarts. Het vuilnis werd geruimd, de vererende rots werd onthuld en de nieuwe bezitters glimlachten met diepe tevredenheid. Hun tijd was gekomen; als dit de navel was van het Joodse Universum, en als Jeruzalem evenzo de navel was van het Christendom, dan is de inhoudelijke overheersing van de plaats gelijk aan de overheersing van de Wereld.

Deel 1. DE MUUR

Op 6 juni, 1967, op de tweede dag van de zesdaagse oorlog, stonden Defensie Minister Moshe Dayan en het hoofd van het Centrale commando, Major Generaal Uzi Narkiss op de berg Scopus en keken uit over de Oude Stad. Dayan was overdondert door haar schoonheid . Narkiss stelde voor om het in te nemen door het leger. Dayan grijnsde, “Waarvoor hebben wij al dat Vaticaan nodig” vroeg hij. De volgende morgen veroverden Israëlische paratroepen de Oude Stad en plaatsten de Israelische vlag op de koepel van de fundatiesteen. Toen Dayan daar arriveerde en het blauw en wit zag wapperen in de wind, verordende hij dat de vlag onmiddellijk verwijdert moest worden en zei tegen de soldaten dat de plaats moesten. Sprekend op radio Israël die middag, zei Dayan, “We zijn niet gekomen om de heilige plaatsen te veroveren van anderen of hun religieus recht te beperken, maar om zeker te stellen de integriteit van de stad en er in leven met anderen in broederschap.” Het Opperrabbinaat voegde er aan toe, een waarschuwing gericht tot alle Israëlisch, niet het Tempelberg complex te betreden. Drie dagen later, onmiddellijk na het beëindigen van de oorlog, vaardigt het rabbinaat een religieus beslissing uit, als bekrachtiging voor de eerder genomen waarschuwing. Voor Joden, verklaart de religieuze beslissing, is het absoluut verboden om het Tempel complex te betreden tot aan de herbouw van de tempel omdat; wij allen zijn bezoedelt door “besmetting van de dood,” welke alleen kan verwijderd worden door purificatie met de as van de rode heifer (stier). En aangezien, volgens de rabbinale conceptie, een rode heifer niet meer voor handen is in onze dagen, blijft haar uitvaardiging van 1967 continue van kracht, tot aan de komst van Masjieach.

Maimonides bepaalde dat het een religieuze verplichting is om de tempelberg te bezoeken en dat deed hij dan ook zelf in het jaar 1165. Hij verlangde alleen dat we ons ter plaatse respectvol gedragen : dat wij de schoenen uit doen en niet zullen spuwen (“Mishne Thora,” Tempelwetten, hfd 7,wet 2) uitgezonderd was de plaats met de fundatiesteen (wet 22), evenwel had dit niets te doen met bezoedeling -zelfs in het verleden toen de Tempel stond en zelfs in de toekomst als er een andere Tempel daar wordt gebouwd, is de locatie van het Heilige der Heilige ten strengste verboden voor iedereen, uitgezonderd de Hoge Priester. Twee weken na de verovering van de Tempelberg, verwijderde Moshe Dayan zijn schoenen, betrad de Al Aqsa Moskee, zat op een tapijt met de mufti en de qadi , en probeerde hun angst tot bedaren te brengen: hun religieuze soevereiniteit zou in tact blijven zo beloofde hij . Het Israëlische leger zou niet aanwezig zijn, alleen buiten de omwalling. Het wordt aan Joden toegestaan de plaats te bezoeken, maar niet om bidden. De locatie was een autonoom gebied van de Wa af, het religieuze Moslim beheer.

In de Knesset passeerde de beschermwet voor de Heilige plaatsen, welke bekrachtigde de overeenkomst die Dayan had bereikt met de Waqf autoriteiten. De minister van religieuze aangelegenheden, Zorach Warhaftig, besteeg het podium in de Knesset en leverde een plechtige speech af, waarin hij de Misjna (de mondelinge Thora) citeerde.
“Tien maten van Heiligheid dalen neer op het Land Israel, acht werden geschonken aan Jerusalem met de Westelijke Muur als Centrum, vanwaar de G`Ddelijke aanwezigheid, volgen onze geleerden, nooit is weggegaan.” Warhaftig wist dat hij het origineel herschreef. De Misjna vermeld de “De Tempelberg” en niet de “de Westelijke Muur”. De Westelijke Muur wordt geheel niet aangehaald in de Misjna. En waarom ook het is tenslotte maar een muur. Het is niet op de Tempelberg, maar dichtbij de Tempelberg, zoals de rest van de Oude Stad van Jeruzalem, Maar Warhaftig, net zoals de Opperrabbijnen, oordeelden snel. Hij wist dat het nodig was om onmiddellijk voor een vervangende oplossing te zorgen, opdat de Joden anders zouden trachten de tempel te herbouwen of zo iets degelijks, nu dat het in joodse handen is. De vervanging was alreeds op zijn plaats, klaar en gewillig, al wat nog nodig was , was een goede schrob en glansbeurt. Het benutten van het woord KOTEL was een zeer tactische zet; een kotel is een muur van een huis, niet een versterking of steunmuur. En het was niet zo maar een muur, het was de Westelijke Muur, wat betekend dat het dicht bij het Heilige der Heilige is gelegen, welke was aan het westelijke eind van de Tempel, het was aan de andere kant van muur, in feite grenzend aan haar middelpunt, lag de Fundatiesteen.