ROSH CHODESH ELLOEL

De maand Elloel is de maand van barmhartigheid, waarin de dertien eigenschappen van G’ddelijke barmhartigheid uitstralen. Dit is de maand van medelijden, waarin de poorten van G’ddelijkheid geopend zijn voor al diegene die verlangen om dichterbij heiligheid te komen en G’D te dienen door inkeer, gebed en Thorastudie.

Dit is de laatste maand van het jaar dat eindigt, die het heden passeert naar het verleden.

Het is de maand van spiritueel zelfonderzoek en inventarisatie, waarop iemand zich bezint hoe hij het afgelopen jaar heeft doorleefd en volledig teshoewa doet over wat onwenselijk was en zich voorneemt om uiterst nauwgezet en waakzaam te zijn met het in acht nemen van de mitswot, eerlijke en zorgvuldige studie van Thora en tefilla en zich eigen maakt aan positieve karaktereigenschappen.

Dit is de maand van voorbereiding op het nieuwe jaar.

Elloel is de zesde maand gerekend van af de maand Niesan, welke wordt aangegeven in de Thora als de eerste maand van het joods nationaal jaar. In het algemene kalenderjaar van de joodse traditie echter, is Tishri de eerste van alle maanden, vandaar dat Elloel de laatste maand is.

De naam Elloel werd aangenomen, zoals alle anderen, bij de repatrianten van de eerste Babylonische verbanning, zoals onze wijzen hebben verklaard: “de namen van de maanden kwamen van Babylon”. Omdat Elloel de laatste maand van het jaar is en direct voorafgaat aan Rosh HaShana (de dag van het gerecht voor alle wereldbewoners), is het daarom de maand van teshoewa en het reciteren van Selichot, de traditionele gebeden voor vergeving.

Vanaf de Sinaï waren er dagen van verzoening tussen G’D en Israël. Toen de Israëlieten de zonde van het gouden kalf pleegde, besteeg Mosje de berg en smeekte voor Goddelijke barmhartigheid en vergiffenis, G’D was verzoenend naar hem en zei:” Hou uit twee Tafelen van steen, zoals de eersten “.

Mosje besteeg de berg op Rosh Chodesh Elloel en verbleef daar veertig dagen tot de tiende Tishri. Op de tiende Tishri bracht hij het tweede paar stenen tafelen naar beneden, welke G D had gegeven aan Israël als een teken van hernieuwde Goddelijke begunstiging en genegenheid.

Deze veertig dagen werden van toen af vast gelegd voor alle generaties, als dagen van teshoewa en vergiffenis. Hoewel teshoewa altijd wordt geaccepteerd, zijn deze specifieke dagen uitermate geschikt voor teshoewa en vergiffenis, want zij kenmerken een blijvende terugkeer van Goddelijke meegaandheid.

De periode kenmerkt zich door het reciteren van talrijke Selichot ( gebeden om vergeving ). In sommige plaatsen is het gebruikelijk om Selichot te reciteren gedurende de laatste uren van de nacht van de gehele maand Elloel, met uitzondering van Rosh Chodesh en Shabbat en sommigen beginnen vanaf de vijftiende Elloel. De Ashkanasize rite echter is om Selichot te beginnen te reciteren met de eerste dag van de week in welke Rosh HaShana valt , mits dat er vier dagen resten voor Rosh HaShana . Daarom, als Rosh HaShana valt op de tweede dag of derde dag van de week, begint de recitatie van Selichot op de eerste dag van de voorgaande week.

Beginnend met de tweede dag Rosh Chodesh Elloel tot erev Rosh HaShana worden dagelijks vier sjofartonen ( ramshoorn ) geblazen na shacharit (ochtendgebed): Tekie a, Sjewariem, Teroe a, Tekie a. Deze tonen van de sjofar zijn niet voorgeschreven door de Thora , maar vinden hun oorsprong in de joodse minhagiem (gewoonterecht).

Toen Mosje op Rosh Chodesh Elloel de berg Sinaï besteeg om voor de tweede keer de stenen tafelen te ontvangen, was het kamp vol van sjofarklanken , om duidelijk te maken aan allen Israëlieten, dat Mosje zich omhoog had begeven; zodat zij zich niet opnieuw zouden bezondigen aan afgoderij. Daarom had Israël het gebruik aangenomen om de sjofar te blazen op Rosh Chodesh Elloel en om de herhaalde oproep aan Mosje om de berg te bestijgen; Israël’s teshoewa na de zonde van het gouden kalf ; de vergiffenis die hun was verleend, en het geven van de tweede stel stenen tafelen.

De intentie om deze gebeurtenissen te herinneren is, om ons te sturen naar bekentenis van teshoewa. De sjofar word alleen geblazen na het ochtendgebed, omdat Mosje’s bestijging van de berg plaats vond vroeg in de ochtend.

De aard van de sjofarklank is, het opwekken van schroom in het hart, zoals is geschreven: “Als de sjofar wordt geblazen in de stad, zullen de mensen dan niet huiveren??” (Amos 3).

Het geluid van de sjofar proclameert : ” worden jullie wakker die slapen en worden jullie die ingedommeld zijn gewekt, gaat nauwkeurig jullie daden na en keer terug naar de goede weg ” ( RamBam, Maimonides).

Op erev Rosh HaShana wordt geen sjofar geblazen , met de bedoeling een scheiding aan te brengen tussen het sjofar blazen in Elloel, welke zijn oorsprong heeft in het gewoonterecht en het sjofar blazen op Rosh HaShana welke is opgelegd en voorgeschreven door de Thora.

SELICHOT

De essentie van de Selichot gebeden is , het reciteren van de ” dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid ” welke zijn weergegeven in het vers:
EEUWIGE, EEUWIGE, een almachtige G’D, barmhartig, en genadig, lankmoedig, vol van liefde, en waarheid, die liefde blijft betonen aan duizenden geslachten, die misdaad, schuld, en zonden vergeeft, maar niet geheel en al ongestraft laat en die de misdaad der ouders bij die van de kinderen gedenkt tot in het derde en vierde geslacht. ( Shemot 34 6-7 )

Evenzo wordt Widdoej ( zondebelijdenis ) gezegd tijdens selichot, omdat het eveneens een essentieel onderdeel is van de gebeden van vergiffenis.

En de Rabbijnen citeren Rabbi Jochanan die zegt: ” als het vers niet geschreven zou zijn, was het onmogelijk om het te zeggen. We leren van G D s woorden aan Mosje dat G D zich zelf als het ware omhulde met een taliet zoals een shliach tsiboer ( voorganger ) en hem leert de orde van het gebed van de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid en G D zij tot hem: “Telkens als Israël zondigt, laten zij houden aan deze orde van gebed en IK zal hun vergeven”.

De dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid zijn als volgt:

1) Eeuwige: IK ben het die medelijdend is voordat de mens zondigt, hoewel IK weet dat hij uiteindelijk zal zondigen.

2) Eeuwige: En IK ben het die medelijdend is nadat de mens zondigt en spijt betuigt.

3) G’D: ook dit is een eigenschap van barmhartig zoals is gezegd : ” Mijn G D waarom heeft u mij verloochend? ” iemand kan niet zeggen tot de eigenschap van strenge gerechtigheid: “Waarom heeft u mij verloochend?”.

4) Die barmhartig is: HIJ is met barmhartigheid met de armen ; m.a.w. als je de armen en zwakken minacht, minacht je mij ook.

5) En Genadig: HIJ is genadig naar de rijken.

6) Lankmoedig: HIJ is geduldig en niet snel met het vorderen van vergelding, in de hoop dat de schuldige teshoewa doet.

7) Vol van liefde: Hij handelt met liefdevolle goedheid naar diegene die gebrek hebben aan verdienste.

8) En waarheid: Hij eert en beloont die zijn wil vervullen.

9) Die liefde blijft betonen tot in het duizendste geslacht: HIJ beschermd de liefdevolle goedheid welke een persoon doet voor HEM tot in het duizendste geslacht, zelf tot het tweeduizendste.

10) Die misdaad: verdraagzaamheid ten aanzien van overtredingen welke mensen begaan opzettelijk.

11) Schuld: HIJ draagt de ongerechtigheid die een persoon begaat in een opwelling van opstandigheid.

12) En zonden vergeeft: HIJ draagt zonden die niet moedwillig zijn begaan.

13) Maar niet geheel en al ongestraft laat: HIJ zal degenen zuiveren die teshoewa doen, maar niet degenen die verzuimen om teshoewa te doen.

De dertien Goddelijke eigenschappen worden alleen gezegd in een Minjan, een gemeenschap van tenminste tien mannen.

DEFINITIE VAN HET CONCEPT TESHOEWA

Teshoewa wordt doorgaans vertaald met berouw. Dat is geen teshoewa, omdat berouw in het Hebreeuws charata is. Niet alleen zijn deze twee termen niet synoniem, ze zijn elkaars tegengestelde. Charata houdt in: wroeging of een schuldgevoel over het verleden en de intentie om zich in de toekomst anders te gaan gedragen. De persoon wenst of beslist een herboren of een nieuw mens te zijn.

Teshoewa betekent terugkeren naar het oude, naar de natuurlijke origine van iemand. Grondprincipe van het concept teshoewa is: het feit dat elk mens in essentie goed is. Begeertes, verlangens en verleidingen kunnen hem tijdelijk afbuigen van zijn eigen wezen. Maar zijn essentie blijft waarheidsgetrouw. Het slechte wat hij doet is niet een deel van hem of doet niet af aan zijn zuivere natuur. Teshoewa is terugkeren naar jezelf, terwijl berouw inhoudt het verleden verdringen en opnieuw starten.

Teshoewa betekent teruggaan naar je G’ddelijke oorsprong, je innerlijke oorsprong die G’ddelijk is en te beseffen je ware ik. Bijvoorbeeld een tsaddik, een totaal rechtvaardig mens, die geen strijd meer in zichzelf hoeft te voeren, die een en al goed is, die alleen maar in dienst staat van G’D en medemens, zo’n mens heeft geen reden tot berouw. En een zondaar die niet in staat is om berouw te hebben, maar beiden kunnen teshoewa doen. De zondaar om terug te keren en de tsaddik om meer goed te doen. De rechtvaardige, ofschoon hij geen zonden doet, streeft constant naar zijn innerlijk, naar G’D. En de zondaar, hoe ver dan ook verwijderd van G’D, kan altijd terug keren, omdat teshoewa is niet iets nieuws creëren, alleen opnieuw ontdekken het goede dat altijd al aanwezig was in jezelf.

 

LAG BA’OMER

LAG BA’OMER

HET TELLEN VAN DE OMER IS NIET ALLEEN MAAR STIJGEN OF AFDALEN

Uiteindelijk culmineert het hele neerhalende proces in zo een krachtig Licht, dat het de gehele wereld zal belichten en al het fysieke transformeert zodat alles wat gescheiden is van G’ddelijkheid, spiritueel wordt.

Dit wordt aangegeven in de Talmoed: “Bar Kappara zet uiteen: De werken van de rechtvaardigen zijn groter dan G’D’s creatie van Hemel en Aarde!” (Ketoewot 5a). Wat betekent “door het werk van menselijke hand”? De mens heeft de capaciteit om door de façade van materie heen te kijken, om de existentie van de Oneindige Schepper achter de Schepping te bevatten, om zich met Hem te verbinden, aan Zijn Eigenschappen vorm te geven, en een rol te spelen in Zijn Drama, en om de hele wereld aan Hem op te dragen als een offer.

Op andere plaatsen wordt hiernaar verwezen in de omvorming van het woord “Or” gespeld met de letter ayin, wat huid betekent (relaterend aan fysiekheid) en aan “Or” gespeld met een alef, wat “licht” betekent, (relaterend aan spiritualiteit).

Toen G’D de wereld creëerde, bracht dit een neergaand proces met zich mee van spiritualiteit naar “energie”(Licht) naar “materie” (Huid). Wanneer we door de façade van materie kijken naar het innerlijke niveau van spiritualiteit dat het zijn existentie geeft, verheffen we “materie” (Huid) terug naar zijn “energieoorsprong” (Licht).

Dit idee [dat wij degenen moeten zijn die als instrument dienen in het bestralen van de gehele realiteit met het licht van G’ddelijkheid] is de personificatie van Lag BaOmer, de 33e dag van de OmerTelling, ter ere van Rabbi Shimon bar Jochai, door kaarsen en vuur in de openlucht aan te steken en het leren van de Zohar. In de Zohar reveleert Rabbi Shimon de diepste esoterische begrippen van de Thora, het mysterie van transformatie van fysiekheid (“Or” met een ayin) in spiritualiteit (“Or” met een alef).

Rabbi Tzwi Elimelech van Dinov ( Bnei Yissasschar, Chodesh Iyar, Maarar 3) verklaart de Mishna in Avot 2:9, waar Rabbi Jochanan ben Zakai zijn studenten vraagt: Wat is de juiste weg [met andere woorden, de meest belangrijke weg voor iemand te bewandelen en te leven in deze wereld]? Rabbi Eliezer antwoordt, “ayin tov” [een goed oog”]; Rabbi Jehoshoea antwoord, “chaver tov” [“een goede vriend”]; Rabbi Jossi antwoordt, “shacher tov” [“een goede buur”]; Rabbi Shimon antwoordt, “ha’roeh et ha’nilad” [de bekwaamheid om de consequentie te zien van iemands handelingen]; Rabbi Elazar ben Arach antwoordt, “lev tov” [“een goed hart”]; Rabbi Jochanan ben Zakai prees hen allen, maar zei dat Rabbi Elazar ben Arach’s antwoord al de anderen inhield.

Bnei Yissasschar verklaart waarom “lev tov” een goed hart zo belangrijk is. Hij vermeldt dat de numerieke waarde van “Lev”  (“hart”) 32 is, terwijl dat van “Tov” (“goed”) 17 is. Hij benadrukt de diepe leerstelling van de Zohar op het vierde vers in de Thora,  “G’D zag dat het Licht (Orgoed (Tov) was, en G’D maakte een scheiding tussen het Licht en de duisternis” (Genesis. 1:4), dat “Tov” een codewoord is voor “Or”, met andere woorden, de “Or HaGanoez”, het Oneindige Verhulde Licht verborgen in de Thora.

Hij merkt op dat de eerste keer dat het woord “Tov” wordt aangehaald in dit vierde vers, volgt na exact 32 woorden (het is het 33e woord van de Thora).

Hij continueert met te verklaren dat de 49 dagen van de Omer ordelijk zijn verdeeld in 32 opbouwende dagen naar Lag BaOmer, en 17 dagen van Lag BaOmer. De betekenis van “Lev Tov” in termen van de Omer, zegt hij, is de zuivering van het menselijk hart, met andere woorden, de purificatie van de menselijke persoonlijkheid, de karaktertrekken die ons gegeven zijn toen we geboren werden.

Dit is wat exact gebeurde toen we vertrokken uit Egypte op Pesach. We tellen 49 dagen om ons hart te zuiveren zodat we de Thora aan de Berg Sinaï konden ontvangen “als één man met één hart” (Rashi, Exodus. 19:2)

Het zelfde is elk jaar waar. We tellen 49 dagen (met andere woorden, we doen het eigen maken van purificatie en zuivering van ons hart), teneinde de Thora te kunnen ontvangen op Shavoe’ot. Dit is vooral vanaf Lag BaOmer. Lag BaOmer is de overgang naar de laatste 17 (=”Tov” “goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven.

De verdeling van 49 in 32 en 17 is absoluut niet willekeurig. Met uitzondering van de eerste week van Pesach zelf, staan de eerste 32 dagen van de Omer bekend als zeer moeilijk. Alleen met de gedenkdag van het overlijden van Rabbi Shimon, worden de dingen meer ontspannen en worden meer en meer vreugdevol als we ons verder bewegen door de 17 interveniërende “goede” dagen dichter naar ons doel: de revelatie van het Licht van de Ein Sof al neerdalend in Malchoet van Malchoet op Shavoeot.

Eigenlijk is hier sprake van een paradox.

Veronderstel dat je naar de top van een extreme hoogte klimt. Je doel is de top, maar wanneer je die nadert gebeurt er iets. Het zicht van de top wordt voor je ogen verborgen! Op een vreemde manier verlies je het eigenlijke zicht van het doel als je nadert. Bovendien wordt het terrein ruwer en het klimmen moeilijker. Daarbij wordt de lucht extreem ijl, zodat het moeilijker en moeilijker wordt om te ademen. Je bent gedwongen om vaker te stoppen. Zelfs voelt het aan alsof de zwaartekracht sterker wordt. Met als resultaat, dat je langzamer vooruit komt. Om deze obstakels te kunnen neutraliseren, moet je je zelf geestelijk opkrikken met de gedachte dat je dichterbij bent dan ooit. Kijk hoe ver je gekomen bent! Het is nu niet het moment om op te geven!

Weggaan van Egypte en zich omhoog bewegen naar de Berg Sinaï is als het beklimmen van deze berg. Op een zeker punt is de oorspronkelijke drijvende kracht van het licht dat scheen niet genoeg. Een of andere inspiratie is nodig, niet van het voorbijgaande, maar van het toekomstige. En toch als je vordert, de berg omhoog, wordt het gaandeweg ruwer. Als het niet vanwege het licht was aan de top van de berg neerwaarts schijnend in onze zielen, ons verheffend, ons naar Zich toetrekkend, zouden we geen kans maken het te halen.

Laten we wel wezen, we kunnen niet meer doen wat we kunnen doen. We zijn gelimiteerd. Zonder bovennatuurlijke assistentie van Boven, kunnen wij nooit en te nimmer ons doel bereiken. Natuurlijk is het belangrijk dat we alles doen wat we kunnen doen, want menselijke inspanning is essentieel, maar voorbij een bepaald punt zijn onze handelingen ineffectief.

Waarom moet dat zo zijn? Omdat als we echt serieus zijn aangaande onze purificatie en verheffing, is wellicht de meest belangrijke en essentiële bijdrage van onze kant bescheidenheid. Natuurlijk moeten we het werk doen, maar op een zeker punt moet het ons duidelijk worden dat ons vermogen om alles te doen een gift van G’D is

Als we ons deze belangrijke karakteristiek, deze belangrijke les eigen maken, dan worden ineens de obstakels niet zo groot. We beginnen te acclimatiseren in deze ijle hoogten en realiseren ons dat wij niet werkelijk geleefd hebben tot dit moment. De blijdschap is overweldigend. De vreugde is bedwelmend. We geraken dichterbij! Nu, na 49 dagen, wanneer G’D Zijn Oneindig Licht neerwaarts schijnt in ons, is het totaal verschillend. Niet omdat voor ons of Hem, maar omdat, in Zijn Perfecte Wijsheid en uit Zijn Oneindige liefde voor ons, Hij ons een ervaring van de perfecte vereniging en verbinding geeft van Hem en ons, het werken van Hem door ons, van ons weten dat het absoluut Hem is. We hadden 49 dagen nodig om te begrijpen, maar het was het waard.

Elk jaar is Lag BaOmer de overgang in de laatste 17 (=”Tov”, “Goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai slechts gedeeltelijk reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven. Deze illuminatie is zelfs krachtvoller als we het Eind der Historische Tijden naderen en beseffen. Teneinde de krachten van diversiteit te overwinnen die zal trachten te voorkomen dat wij aankomen aan de uiteindelijke Sinaï, die staat aan het einde van onze reis door de wildernis van de historie, schijnt het Verborgen Licht neerwaarts in onze zielen sterker en sterker. G’D verheft ons opwaarts naar Hem. We moeten het ons enkel realiseren, in het bijzonder op dat cruciale ogenblik wanneer sommige van onze grootse tzadikiem heen zijn gegaan. Als zij zich Boven verzamelen om zich te verbinden met alle groten van het verleden, om samen de laatste Verlossing te bewerkstelligen, moeten wij ook ontwaken uit de droom van Deze Wereldse bewustzijn en tot het einde volhouden om het doel waarvoor we in deze tijd zijn geboren te vervullen.

Dus nogmaals, de essentie van de Omerperiode is het werk dat we moeten doen om ons het Licht van de Ein Sof eigen te maken, dat we voor een ogenblik hebben ervaren op Pesach, om onszelf te zuiveren van Beneden gedurende de 49 interveniërende dagen tussen Pesach en Shavoeot.  Dan, op de 50e dag, een dag die boven het tellen uitgaat, boven onze capaciteit om zelf te bereiken, schijnt het Licht opnieuw neerwaarts in al zijn volledigheid. Voor dit moment echter willen wij de vaten voorbereiden om het correct te ontvangen.

SHABBAT VISIOEN

Gebaseerd op Tiferet Shlomo van Rabbi Shlomo van Radomsk

 

Rabbi Shlomo van Radomsk schrijft dat “Shabbat Chazon“, de Shabbat vóór Tisha B’Av, de meest belangrijke Shabbat van het jaar is. Hij baseert zijn gedachte op het vers:

“Dan zal het Land genieten [of tevreden zijn vanwege] zijn Shabbatot.” (Leviticus. 26:34) Het vers duidt op de grootsheid van Shabbat in het algemeen en Shabbat Chazon in het bijzonder. Op Shabbat is er een uitzonderlijke eenheid tussen G’D en de Joden. Dit wekelijkse eiland van eenheid is zeer kostbaar en een bron van grote vreugde voor G’D gedurende deze lange sombere periode van verbanning van het Joodse volk.

Toen de Tempel stond, was deze eenheid duidelijk kenbaar en existeerde zelfs gedurende de week. En hoewel de kracht van unificatie groter was op Shabbat, omdat het reeds op een zeer hoog niveau was gedurende de week, was het niet een waarneembaar grotere bron van vreugde.

Nu dat de Tempel niet langer staat en we in verbanning zijn en meer verwijderd zijn van G’D, is er een begrijpelijk gebrek aan eenheid. Wanneer Shabbat komt en de Joden in staat zijn om hun relatie met G’D te vernieuwen, heeft Hij zelfs meer vreugde dan Hij had tijdens de periode dat de Tempel stond. Van duisternis naar Licht, G’D verheugt Zich uitzonderlijk in deze eenheid met Zijn Volk. Dit idee kan bijvoorbeeld vergeleken worden met een lichtflits overdag. Zelfs de sterkste lichtstraal is niets vergeleken met het licht van de zon. Alleen wanneer het zonlicht afneemt en duisternis intreedt, is de lichtstraal zichtbaar.

Nu kunnen we het vers “Dan zal het Land genieten [of tevreden zijn vanwege] zijn Shabbatot.” begrijpen. Tijdens de periode van verbanning na de destructie van de Tempel, is het Shabbat wat G’D tevreden maakt. Zijn verlangen en bron van vreugde is eenheid met het Joodse Volk en dit wordt voornamelijk gerealiseerd op Shabbat.

Hiermee hebben we een indrukwekkend inzicht in de woorden van Lecha Dodi het gedicht dat gezongen wordt op Shabbatavond: “…Rav Lach Shevet B’emek HaBacha…” “Veel te lang hebben jullie je opgehouden in de Vallei van Wenen.” Het kan ook anders gelezen worden, “Groot is de Shabbat te midden van het wenen.” Groot is de Shabbat gedurende de tijd van bittere verbanning.

Waarom? Omdat het een moment van eenheid is tussen G’D en het Joodse Volk.

Bovendien kan “de Vallei van Wenen.” begrepen worden als een verwijzing naar de drie weken tussen de 17e Tammoes en de 9e Av. Groot zijn deze Shabbatot tijdens deze drie weken verheven boven alle andere van het jaar en de Shabbat dichtst bij de 9e Av het meest van al. Naar gelang de omvang van G’D’s pijn is de grootheid van Zijn vreugde.

Het bovengenoemde kan ons ook inzicht verschaffen in het begrijpen van een Midrash van Midrash Pliah (een verzameling van extreem moeilijk te begrijpen Midrashiem) die stelt, “Nog nooit is er een feestdag geweest in Israël zoals de dag dat de Tempel is verwoest.”

Daarbij wordt deze Shabbat “Shabbat Chazon” genoemd, naar het eerste woord van het Boek van Jesaja, die de Haftora voor deze Shabbat is. “Chazon” betekent “visioen” of “ziende”. Deze Shabbat, in achtgenomen met vreugde en concentratie, maximaliseert de mogelijkheid voor eenheid met G’D. Men kan baat vinden bij deze staat van eenheid en de gelegenheid geboden worden om niet alleen een unieke en doordringend visioen van zijn persoonlijke spirituele status te zien, maar evenzo van de totaliteit van het hele Joodse Volk.

Daaraan moet het volgende worden toegevoegd, de verwoesting van de Tempel was niet alleen een nationale en fysieke destructie maar ook een persoonlijke en emotionele verwoesting. De Talmoed (Yoma 9b) verklaart dat de Eerste Tempel was verwoest omdat de Joden zich hadden gedegenereerd tot wijdverspreide overtredingen van het verbod tegen afgoderij, seksuele perversie en buitensporig bloedvergieten. Tijdens de Tweede Tempelperiode waren zij, ondanks het feit dat de natie compleet Teshoewa had gedaan over die drie primaire overtredingen, toch voordurend in onenigheid met elkaar in een eindeloze cyclus van ongefundeerde en onzinnige haat.

De Talmoed concludeert daarom dat de overtreding van zinloze haat gelijk staat aan deze drie primaire overtredingen. Daarom moet onze rouw op Tisha B’Av, rouw inhouden over het grote spirituele en persoonlijke verlies van ons hogere zelf, een verlies dat wij nog steeds proberen te herstellen tot vandaag toe.

Mag deze Shabbat Chazon ons het visioen verlenen dat ons op de weg terug leidt naar G’D. Mogen we in staat zijn om Zijn Thora te leren tot en het doen van Zijn mitzwot met liefde voor Hem en voor onze mede Joden, een liefde die geen grenzen kent, noch enige andere rechtvaardiging behoeft dan dat we één Volk zijn. Moge we spoedig de 9e Av ervaren als een ware feestdag voor ons en voor de hele wereldse mensheid, een omhoog gaan van de Vallei van Wenen tot de Berg van G’D in vreugde en vrede.

 

SHABBAT SHALOM

LAG BA’OMER

DOE MEE AAN DE FEESTVIERING VAN HET LICHT VAN RABBI SHIMON BAR JOCHAI

 In Joods Recht is, Lag Ba’Omer, de 18e dag van de Joodse maand Iyar en 33 (de numerieke waarde van de letters lamed = 30, en gimel = 3) dagen na Pesach, een beëindiging van de semi- rouw restricties tussen Pesach en Shavoe’ot. Bruiloften, het knippen van haar, en het luisteren naar live muziek zijn niet toegestaan. Lag Ba’Omer  is een heugelijke gelegenheid, waarop velen de gewoonte hebben om ‘s nachts  grote vreugde vuren aan te steken en overdag pleziertochtjes te doen in landelijke omgeving.

Lag Ba’Omer in Meron  

 Meron is een slaperig bergdorp een paar kilometer westelijk van Tsfat, dat een maal per jaar een opmerkelijke transformatie ondergaat. Elk jaar op Lag Ba’Omer komen meer dan 250.000 Joden van allerlei pluimage samen vanuit alle delen van het Land.

De grote verkeersweg is afgesloten voor verkeer en het hele gebied is bedekt met tenten, caravans en busjes. Enorme vreugdevuren worden aangestoken ter ere van het uitstralende spirituele licht van Rebbe Shimon.

Lag Ba’Omer is de “celebratie dag” van Rabbi Shimon bar Jochai, de legendarische auteur van de Zohar, wiens graftombe is gelegen op de Berg Meron. Ofschoon Lag Ba’Omer de jaardag van zijn overlijden is, wordt het, in overeenstemming met zijn geuite wens, beschouwd als een gelegenheid van grote vreugde.

De feestviering neemt vele vormen aan (de reacties “meest verheven tot Joodse Woodstock” zijn beide veel gehoord.  ‘s nachts leunen vele Sefardim in enorme tenten over vele gangen menu’s en levende muziek en gedurende de dag worden dozijnen schapen kosher geslacht, gebarbecued en geconsumeerd.

Gedurende de nacht en de dag is het voor honderden, of zelfs duizenden drie jarige jongetjes, Ashkenaziem en Sefardim op de zelfde manier, de eerst keer dat hun haar wordt geknipte en peyot zichtbaar wordt. Overal kamperen, picknicken en feesten mensen.

‘s Avonds worden enorme vreugde vuren aangestoken op het dak van het koepelvormige tombe gebouw, ter ere van het uitstralende spirituele licht dat Rebbe Shimon in de wereld bracht. Gedurende de hele 24 uur, dansen Chassidiem groepen in vurig wervelingen, ongewoon vurig zelfs voor hen, dichtbij de vreugdevuren of het binnenhof beneden, telkens weer het aanstekelijke traditionele gezang zingend ter ere van Rabbi Shimon.

Binnen het kasteelachtige bouwwerk, overkoepelend de tombe van Rabbi Shimon, in de kleine ruimte gereserveerd voor mannen (de grote ruimte wordt gewoonlijk gebruikt door vrouwen) weerkaatsen deze gezangen. Enkelingen en kleine groepjes bestuderen de Zohar en reciteren Psalmen, terwijl de compacte menigte ononderbroken in de ruimten stromen, worstelend om de tombe te bereiken. Een sterke traditie bestaat dat ieder die oprecht bidt “naar Rabbi Shimon”, speciaal op Lag Ba’Omer, zal worden verhoord.

Het steile kronkelende pad dat leidt naar de tombe is vol omzoomd door kraampjes. Vele zijn bemand door representanten van jeshivot en andere vooraanstaande figuren en mensen doneren vreugdevol “ter ere van” Rabbi Shimon. Verder weg, verkopers venten verkopers alle soorten koopwaar en domineren de hoofd doorgang.

Overal kamperen, picknicken en feesten mensen en vaak schijnt gemakkelijk het oorspronkelijke religieuze doel van de festiviteiten uit het oog te zijn verloren, of zelfs ermee in tegenspraak. Toch zijn er optekeningen van verschillende Thora autoriteiten die van plan waren de aanwezigen wegens de “ongebondenheid” toegang tot de viering  te ontzeggen, totdat Rabbi Shimon in hun dromen verscheen, zeggende niet het lef te hebben afbreuk te doen aan  zijn dag van vreugde.

Lag Ba’Omer in Meron is een basis component van de Israël ervaring. Terwijl sommige deelnemers meer “harmoniëren” dan anderen, zover Rabbi Shimon betreft, zijn alle Joden welkom,  zo lang als er inspanning wordt geleverd om blij zijn.

 Zie jullie daar!!

 

 

 

 

DE LAATSTE DAGEN VAN PESACH

FEESTMAAL VAN MASJIE’ACH

Een van de meest belangrijke elementen van Pesach, de viering van de vrijheid van het Joodse Volk, is, dat het dient als een voorbereiding voor de uiteindelijke en eeuwige verlossing door onze rechtschapen Masjie’ach [Mashiach, Messias]. (Haggada shel Pesach, Likkutei Taamin)

Zoals het vers bevestigt: “Ik zal wonderen openbaren [in de periode van de uiteindelijke verlossing] zoals in de periode van jullie uittocht van Egypte.” (Micha 7:15) In feite maakt de uittocht van Egypte alle aansluitende verlossingen, inclusief de uiteindelijke, mogelijk. (zie Sefer HaMaamariem 5708, p.164.)

Ter verduidelijking: de eerste dagen van Pesach hebben het meest betrekking op de uittocht van Egypte zelf, terwijl de laatste dagen meer verbonden zijn met de toekomstige verlossing. (Sefer HaSichot 5700, p.72) Dit is eveneens te zien in de Haftarot [Profetenlezingen na de Thoralezing] gedurende de twee laatste dagen. (Sjoelchan Aroech Admoer HaZakein, Orach Chayiem 480:5,6) De Haftara van de zevende dag Pesach is het lied van David, (Megilla 31a; Toer en Sjoelchan Aroech) aangezien die dag (en ook de achtste dag van Pesach) een connectie is naar Masjie’ach, een nakomeling van David. En in het bijzonder ten aanzien van de Haftara op de laatste dag, welke direct spreekt over de komende Verlossing. Gedurende deze twee laatste dagen van Pesach, benadrukt Acharon Shel Pesach de laatste dag, het meest de uiteindelijke verlossing. De Haftara spreekt openlijk en uitgebreid over de komende verlossing en over de persoonlijkheid van Masjie’ach zelf, de houding van de wereld en de verzameling van Joden. (Jesaja 11: 1-3, 6-9, 11-12)

De relatie tussen Acharon Shel Pesach en de komende Verlossing werd zelfs door de Baal Shem Tov naar een hoger niveau gebracht door het instellen van een speciaal derde en laatste Acharon Shel Pesach maal, genaamd “het feestmaal van Masjie’ach” omdat “deze dag is geïllumineerd door een lichtstraal van Masjie’ach.

Wat is er bijzonder aan om zoiets als de zeer verheven toekomstige Verlossing te viering met nog een extra fysieke maaltijd? Het vieren van de komende Verlossing op zo’n manier verlicht de persoon niet alleen door geest en woord (bereikt door het zeggen van de Haftara), maar evenzo zijn fysieke lichaam.

Dus dit concept is geassimileerd in het eigenlijke lichaam van de persoon zelf. Bovendien, gedenken en vieren door een maaltijd verwijst naar de heiligheid die de gehele wereld zal doordringen wanneer Masjie’ach komt. Want in die tijd “Zal zich de Glorie van de Eeuwige openbaren en al wat vlees is zal gewaar worden…….” (Jesaja 40,5)

Dit doordringen van het materiele door het spirituele wordt het best bereikt door heiliging van voedsel. Want een Jood eet zelfs een gewone maaltijd met de intentie om heiligheid in deze wereld te brengen en des te meer met betrekking tot een maaltijd op een heilige dag! Dus zeker de speciale, eenmaal per jaar, Acharon Shel Pesach “De feestmaal van Masjie’ach” die ons in staat stelt ons te realiseren hoe al het fysieke zal worden doordrenkt met heiligheid in de tijd van de Verlossing.

Het effect van dit speciale gebeuren is natuurlijk niet beperkt tot de dag van Acharon Shel Pesach zelf, integendeel, het idee is dat het de Jood door het hele jaar moet effectueren, zodat alles wat hij doet in relatie tot de mondaine wereld doordrongen zal worden met heiligheid en spiritualiteit, net zoals de spiritualiteit die de wereld zal doordringen bij de komst van Masjie’ach.

De lering van Acharon Shel Pesach echter, is niet gelimiteerd aan iemands verhouding tot de fysieke wereld; het relateert tevens ook naar het spirituele innerlijk van elke Jood. Want het niveau van Masjie’ach is naar de essentie van elke Jood ziel. Acharon Shel Pesach stelt elke Jood in staat om deze essentie het hele jaar door te openbaren, daarbij dient hij G’D met elk element van zijn wezen.

Chag Sameach

DRIE DIMENSIES VAN G’DDELIJKHEID

Het concept, dat de fusie van het fysieke en het spirituele mogelijk werd en toegekend werd aan het Joodse Volk, wordt aangegeven in de eerste drie woorden van de Tien Geboden: Anochi Havayah E-lohecha, “Ik ben de Eeuwige, je G’D.”

 

Deze drie Namen representeren drie niveaus in de revelatie van G’ddelijkheid. De Naam E-lohiem refereert aan het G’ddelijk vermogen, werkend in het gecreëerde bestaan. Want elk gecreëerd wezen draagt verschillende aspecten van G’ddelijk vermogen in zich, die worden weergegeven in overeenstemming met de individuele aard van dat wezen. Om deze reden wordt een meervoud vorm gebruikt voor de Naam E-lohiem. Want de Naam E-lohiem verwijst naar het feit dat elke gecreëerde entiteit met een voor hem passend aspect van G’ddelijkheid is ingegeven. Dit wordt evenzo equivalent weergegeven in de numerieke waarde van de woorden E-lohiem en hateva, “natuur”. Want dit aspect van G’ddelijkheid is ingesloten in het gecreëerde dat wordt geregeerd door de natuurlijke wetten.

 

Dit wordt ook aangegeven door het gebruik van de taalkundige bezittelijke voornaamwoord vorm in het bovengenoemde vers: E-lohecha,je G’D”.

Inderdaad is de Naam E-lohiem de enige Naam die wordt gebruikt in de bezittelijke vorm. Aangezien deze dimensie van G’ddelijkheid een proces van zelflimitatie ondergaat om passend te zijn aan de gevarieerde niveaus van het gecreëerde, kan het worden begrepen door het menselijk intellect. Dit is de intentie van de bezittelijke vorm, “je G’D”, met andere woorden, de G’ddelijkheid die je kunt vatten.

 

De Naam Havayah daarentegen, refereert aan de dimensie van G’ddelijkheid die de natuurlijke structuren te boven gaat. Dit wordt weergegeven in de interpretatie van de Naam Havayah, “verleden, heden, en toekomst als een.” Binnen de grenzen van de natuur worden verleden, heden, en toekomst gereflecteerd in verschillende tijdsvormen. De Naam Havayah echter gaat deze begrenzingen te boven, de drie smelten samen.

 

Dit is het verschil tussen de godsdienst van de Joden en de godsdienst van de vromen onder de niet Joden. De niet Joodse Volkeren zijn alleen bewust van E-lohiem, de G’ddelijkheid gekleed binnen de natuurlijke orde. Daarom zei Josef tegen Pharao: “E-lohiem zal een antwoord bepalen ten aanzien van Pharao’s voorspoed.” Dit is een dimensie van G’ddelijkheid waar Pharao zich aan kan relateren. Ten aanzien van de Naam Havayah echter verklaart Pharao: “Wie is Havayah dat ik naar Hem zou moeten luisteren?….Ik ken geen Havayah.” Hij had geen bevattingsvermogen van deze niveaus van G’ddelijkheid die de natuur te boven gaat.

 

Anochi refereert aan G’D’s essentie, zoals is gezegd: “Ik ben (Anochi) die IK ben; Ik kan niet worden aangeduid hetzij met een letter of een punt [in een letter].” Niet alleen is dit niveau boven de naam E-lohiem, die is geassocieerd met de wetten van de natuur, het is boven de Naam Havayah, die de natuur te boven gaat.

 

      

G’D is niet gelimiteerd door enige restrictie, hetzij door die van de natuur, noch door die boven de natuur. En om deze reden, kan dit niveau met het natuurlijke en bovennatuurlijk fuseren.

 

Door te zeggen “ Ik (Anochi) ben de Eeuwige (Havayah), je G’D (E-lohecha), zei G’D tegen de Joden dat door het Geven van de Thora, het grenzeloze vermogen van Anochi  fusie teweeg brengt tussen Havayah en E-lohiem (met andere woorden, tussen de niveaus van G’ddelijkheid die de natuur, intellectueel begrip en inderdaad, de gehele Schepping te boven gaan, met die niveaus die kunnen worden gevat door het menselijke verstand).

 

Dit is de reden voor koppeling van die mitzwot die kunnen worden begrepen door menselijke logica, “Moord niet” en “Steel niet” met de oneindige diepgaande mitzwot “Ik ben G’D” en “Laten er geen andere goden voor je zijn naast Mij,” die de diepste dimensie van G’D’s Eenheid communiceren. 

     

DE DIEPERE BEREDENERING VAN HET BLAZEN VAN DE SHOFAR

Voordat we ingaan op enkele esoterische aspecten van het Shofarblazen op Rosh Hashana, moeten we in de eerste plaats weten waarom we überhaupt de

Shofar laten klinken.

Wanneer de Thora spreekt over Rosh Hashana, de eerste dag van de Zevende Maand, zegt het in eenvoudig termen, “Dit zal voor jullie een dag zijn van teroe’ah.” De Geleerden van de Talmoed (Rosh Hashana, 33b) namen stellig aan dat dit betekent dat het een dag van klanken van de Shofar moet zijn. Daarom, zoals een andere Talmoed passage zegt, we laten de shofar klinken eenvoudig omdat “Rachmana amar tekol, de Almachtige zegt de Shofar te laten klinken.” Uiteindelijk hebben we geen begrijpelijke redenen nodig bij het doen van mitzwot want zij hebben hun oorsprong in de absolute simpliciteit van Hashem’s Eenheid; en redenen suggereren iets buiten onszelf.

Niettemin zijn we denkende wezens en zijn we gecreëerd om te zoeken naar een inhoudelijke zingeving. Daarom mogen we ook ethische, filosofische en mystieke achtergronden van de mitzwot onderzoeken. De grote liefhebber van de beredenering, de Rambam, Maimonides,  schrijft dat we de shofar blazen om Teshoewa op te roepen in onszelf. De Wijzen en Kabbalageleerden bieden meer redenen voor elke detail van de mitzwa van het laten klinken van de shofar, We zullen nu een verzameling van ideeën onderzoeken die ons in staat stellen het laten klinken van de shofar te begrijpen en voelen vanuit nieuwe diepten.

 KLANK BEREDENERING

 Er zijn twee series van shofar klanken die worden geblazen op Rosh Hashana. De eerste serie wordt tekia m’yoeshav genoemd, zittend blazen en de tweede serie, tekia me’oemad, staande blazen. We komen terug op de verschillen tussen deze twee typen, maar laat ons eerst opmerken dat bij het blazen van de eerste serie, die bestaat uit dertig shofarblazingen, we de mitzwa van de shofar vervullen, De vraag is: Waarom zouden we moeten overgaan tot een tweede serie, de tekia me’oemad,? De Talmoed zegt de reden voor deze tweede serie is “l’arvev es ha Satan”, “om de Satan te verwarren, in verlegenheid te brengen”.( Rosh Hashana, 16b) De grote 11e eeuw commentator, Rabbi Shlomo Yitzchaki, ook bekend als Rasbi schrijft, dat wanneer de Satan ziet dat wij de mitzwot eren en zo innig  liefhebben, om een tweede extra serie op ons te nemen, hij verstomd is en de mensen niet kan vervolgen voor hun vergissingen.

Rashi’s kleinkinderen, de auteurs van Tosefot, schrijven dat de tweede serie is geassocieerd met “de klank van de Grote Shofar”. De Grote Shofar, volgens profetie, is een mystieke klank die het begin van de Kosmische Verlossing zal kenmerken. Wanneer deze tijd aanbreekt, “ Zal dood worden verzwolgen”, separatie en kwaad zal zichzelf oplossen. Om die reden, wanneer de Satan onze twee ronde van het blazen van de shofar hoort op Rosh Hashana, wordt hij van streek gebracht en kan hij zich niet focussen op veroordeling.

De Ran, Rabbi Nissim ben Reuven van de 14e eeuw,schrijft dat de Satan is niet anders dan de tegenstander die verblijft in ons eigen lagere zelf, de inclinatie tegenover goedheid en waarheid. Volgens de Ran’s inzicht, blazen wij de extra klanken om deze innerlijke tegenstander te kalmeren.

De letterlijke betekenis van teroe’ah, het klinken van de shofar, is het breken, van het woord re’oe’a. De klank van de shofar wordt ook beschreven als mishpashet, het spreidt uit, barrières afbrekend op zijn weg, Amos 3:6, zegt, “Kan de shofar geblazen worden in de stad en kan de natie niet  beven?” De shofar werd soms geblazen om het publiek waakzaam te laten zijn voor een komende strijd. Dit geluid bezielde angst, het breken van de menselijke sleur van alle dag. Dit was een van de redenen dat de Rambam zei dat de shofar Teshoewa opwekt. Het geluid dringt tot in het ego              door als het ware, waardoor de innerlijke tegenstander beeft en instort.

 

ZITTEND EN STAAND

De klanken van de eerste serie worden zittend genoemd omdat, technisch gezien, is het ons toegestaan om te zitten terwijl we ernaar luisteren. Allegorisch echter kan “zittende klanken” betekenen dat het geluid zelf zit. Wanneer iemand zit, is de rechte lijn van zijn staand lichaam gebroken in hoeken. Delen van de lijn spreiden zich dan horizontaal uit, breken de ruimte rond de lijn en expanderen in de ruimte. Dit is een illustratie van hoe de klanken van de eerste serie zich uitbreiden in de innerlijke ruimte van het ego en de innerlijke kwade inclinatie.

De klanken van de tweede serie zijn staande klanken, omdat we in het Amidah gebed staan wanneer ze worden geblazen. Als iemand staat, expandeert hij niet langer in de horizontale ruimte, zoals bij het zitten, maar hij strekt zijn lichaam in een rechte lijn van, de ruimte om hem heen dichterbij brengend en zijn energie opwaarts verheffend. Dit verwart de kwade inclinatie werkelijk, want nadat hij is gebroken en is weggezonden, is hij ineens mede opgenomen en verheven.

RECITATIES

 EERSTE SERIE:  

 Voordat de eerste serie klanken worden geblazen, reciteren we bepaalde gekozen verzen van het Boek Tehilliem, Psalmen, die ons diep meditatief voorbereiden op de klanken van de shofar. In de eerste verzameling, Psalm 47, verschijnt de Naam Elo-kiem zeven keer. Elo-kiem representeert G’ddelijke terughouding of verhulling. Door deze Naam zeven keer te reciteren, breken we door de zeven sluiers van die verhullende realiteit. Dan reciteren we het vers (Tehilliem. 118:4), “Vanuit een plaats van verhulling roep ik HaShem; antwoord mij van een plaats van uitbreiding.” Opnieuw concentreren wij ons op bevangen vijandige energieën, van een staat van innerlijke beklemming bewegend naar een staat van expansie. Vervolgens reciteren we zes verzen. De eerste letters van deze (acrostische) verzen spellen letter voor letter kra satan, uiteen scheuren van de satan, de kwade inclinatie. Ten slotte herhalen we een vers van Psalm 47: “Ala Elo-kiem b’tenlah, Elo-kiem is verheven met een teroe’a. Wanneer de shofar wordt geblazen, zal de Naam Elo-kiem zelf worden verheven tot een meer expansief niveau, alle spirituele tegenstand oplossend.

Het woord shofar zelf impliceert beperking en het blazen van de shofar symboliseert een openblazen van alle beperkingen. Shofar wordt gespeld shin vav pé reesh. Numeriek is de shin, 300. vav pé, 86 en reesh, 200. Al deze drie nummers zijn op een zeer ingewikkelde manier verbonden met de Naam Elo-kiem, oordeel en beperking.

De numerieke waarde van de letters die de Naam Elo-kiem vormen is 86:

alef-1, lamed-30, hé-5, joed-10, mem-40 = 86

 Wanneer de volle waarde van elk van deze van 5 letters worden geteld, is het totaal 300:

De letter alef wordt gespeld, alef-1, lamed-30, pé-80 = 111.

De letter lamed wordt gespeld,   lamed-30, mem-40, dalet-4 = 74

De letter wordt gespeld, hé-5, joed-10 = 15

De letter joed wordt gespeld, joed-10, vav-6, dalet-4 =20

De letter mem wordt gespeld, mem-40, mem-40 = 80

111 +74 +15 +20 + 80 = 300

 De numerieke waarde van deze vijf letters, wanneer cumulatief gerekend, is 200:

Alef = 1.

Alef lamed = 31

Alef lamed hé = 36

Alef lamed hé joed = 46

Alef lamed hé joed mem =86

1 + 31+ 36 + 46 + 86 = 200

Wanneer we een shofar in onze handen nemen en blazen door de Naam Elo-kiem de juiste kavanah, concentratie van gedachte en hart, openen we al blazend alle restricties in stukken.

TWEEDE SERIE

In de tweede serie van het shofar blazen, reciteren we de verzen beginnend met “La hibit avon b’Jakob, Zie geen enkele gebrek in Jacob.” Het woord Jacob is gerelateerd aan het woord hiel. Daarom suggereert dit vers dat het nu voor ons niet nodig is om  te richten op, of strijden met enige obstructie in onze hiel, ons lagere zelf, want het negatieve van de kwade inclinatie is alreeds geneutraliseerd. Nu proeven we het expansieve van de Toekomstige Verlossing.

Gedurende dit deel van de dienst , reciteren we ook verzen die de G’ddelijke Realiteit aanmoedigen om “over de hele wereld te regeren,” verzen ter herinneren aan  HaShem om Zijn liefde voor ons te bekrachtigen, verzen beschrijven hoe HaShem aan ons werd gereveleerd op de Berg Sinaï. Sommige verzen spreken over de Grote Shofar de Komende Verlossing van de Mensheid zal aankondigen. Het geluid van de Grote Shofar zal ons verzamelen als we Verbanning verlaten en ons zullen verenigen”…..Zij zullen komen van Ashoer en van Egypte.” Elk van deze verzen suggereert een thema van het samenbrengen van separate delen, dan van verspreiding en uit elkaar gaan. Eenmaking is het geheim van verzachting.

UNIFICATIE                    

 Het woord shofar wordt gespeld shin vav pé reesh. We kunnen dit woord opsplitsen  en analyseren om de spirituele betekenis te herleiden.

en reesh (par) samen hebben een numerieke waarde van 280. Het cijfer 280 is ook de som van de manzpach, de vijf letters van het Hebreeuwse alfabet die veranderen van vorm wanneer zij verschijnen aan het eind van een woord, sluitletters, mem 40, noen 50, tzadik,90, pé 80 en chaf 20. Omdat deze vormen alleen verschijnen aan het eind van woorden, worden de manzpach letters beschouwd als gelimiteerde letters; dus zij representeren de vijf Gevoerot, diniem, de vijf basis krachten van beperking en verhulling in het universum.

Shin  en vav samen vormen het woord shav, gelijk. Dus de shav par, de shofar verenigt en maakt de beperkende Gevoerot en hun expansieve tegenovergestelden gelijk, op een zodanige wijze dat de krachten van oordeel, strengheid, door de wereld worden verzacht. Wanneer deze verzachting wordt volbracht, zal de G’ddelijke Wil van de Barmhartige regeren over heel de wereld.

MOGEN WE HET WAARD ZIJN OM DIT  INNERLIJK EN UITERLIJK TE ERVAREN.

LESHANA TOVA OEMESOEKA, EEN GOED EN ZOET JAAR

CHAG SAMEACH,

JUDA GROENTEMAN

THE STONING DOG HOAX

Aish.com
m.t.v. AISH.COM

 

The Stoning Dog Hoax
by Yvette Alt Miller

The sad phenomenon of anti-Jewish slurs.

 

Have you heard the one about the dog in the Jerusalem courtroom? Millions of people have.

According to a host of reputable news outlets, including Time, Agence France Presse and the BBC, a judge in a Jewish court in Jerusalem claimed last week that a stray dog was the reincarnated soul of a secular lawyer he had cursed. This curse-casting judge – according to news outlets – then turned to our ‘barbaric’ tradition of Jewish law and condemned the unfortunate dog to death by stoning, enlisting local Orthodox Jewish children (who presumably are pretty blood-thirsty) to carry out this “sentence”.

The world’s media reported on this story days after it had been exposed as a hoax.

The story quickly reverberated around the blogosphere. For a time it became the most-read story on the BBC’s website. It was passed around by the thousands on Facebook and Twitter, and generated rabid comment postings. (Here’s a typical one from Time Magazine’s website: “I would rather have the dog live than people like you.”)

Yet the joke was on us.

It turns out that the world’s media reported on this story days after it had been exposed as a hoax.

The story’s genesis was an article in the Israeli newspaper Maariv on June 3, 2011, which apparently based itself on an unsubstantiated rumor posted on an Israeli chatroom. Following this wild allegation, the Jewish religious court in question issued a lengthy explanation of the true events: a dog had indeed wandered into the courtroom, and jurors called 106, the number of Jerusalem’s Municipal Dispatch in charge of stray dogs, which eventually came and removed the dog. The court urged Maariv to confirm their version of events with the Jerusalem city council.

Apparently they did, because on June 15, Maariv printed a correction. (It seems that the story was based on the wild – and untrue – allegations of one court employee, who fabricated the entire tale.)

Unbelievably, however, the world’s media jumped on board after Maariv’s retraction. Ynet, an Israeli news service, posted the uncorrected “story” the next day, along with a statement from a judge denying the story . On June 17, BBC picked up the now-discredited story and put it on its website – reporting it as “fact” – thus giving the story the prestige of a prominent international news outlet. Time Magazine, Agence France Presse and the British Daily Telegraph newspaper posted the stale story on their website the following day.

Even days after the widespread acknowledgement that the story was a hoax, many of these websites offered only oblique acknowledgements of their error. The BBC, for instance, offered that Maariv had retracted their story: as if the retraction had somehow caught the BBC out by surprise, instead of coming days before the BBC’s use of their now-discredited story. (They eventually took the item off their website, as did the other news sites, though the original stories remain easily accessible in an internet search and will probably remain there, poisoning the blogosphere, forever.)

Time and the Daily Telegraph updated their websites to state the article was a hoax: the Daily Telegraph even traced the original story to a Jerusalem court reporter who said he had made a “joke”. While these corrections and retractions are welcome, for millions of readers, the damage has already been done.

Believing the Smear Campaign

What happened?

One reason this story was too juicy to ignore – even when it should have been obvious to any reporter with an internet connection that it was not true – was that it feeds into a stereotype of Israelis and Jews, especially religious Jews, as being bloodthirsty and strange.

Many of us are used to the lies and slander about Israel.

We live in a world in which the most grotesque allegations are increasingly being made against Israel. Ten years after the 9/11 attacks in the United States, it is received wisdom in many places that “Jews” or “Israelis” were behind the attack. In 2010, a deadly shark attack in Egypt was even blamed on Israel. This came soon after the ludicrous allegations – made by a member of Britain’s House of Lords – that Israel had set up a life-saving field hospital in Haiti in order to harvest the organs of innocent Haitians.

Unfortunately hatred exists within the Jewish nation as well.

Our community should be exposing these vile lies. Yet we often accept even the wildest fabrications with a shrug – particularly when they are about the Orthodox Jewish community. Unfortunately the hatred isn’t only between Jews and non-Jews, it exists within our nation as well.

How many Jews read the slander about the dog being stoned to death and thought, Well, maybe that’s how Orthodox Jews behave? How many of us thought to question the bizarre details of the story?

It used to be that Jewish communities were more cohesive. We all lived in similar areas, and even secular Jews often rubbed shoulders with religiously observant Jews. Many people who are middle aged and older even remember their grandparents and great-grandparents who remained observant, even when the younger generations in places like America moved away from Jewish tradition.

For thousands of years, being religiously observant has been seen as a normal, natural, fulfilling way to live one’s life. Being an Orthodox Jew – keeping kosher, celebrating Shabbat, etc. – wasn’t considered weird or scary.

But today, much of that cohesion has broken down, and many non-observant Jews have little contact with their more religious brethren. Without daily contact, it is easier to believe in the slanted stories, in the sensationalist items we read in our newspapers and our in-boxes, in the many slanders of traditional Judaism and Jews.

Particularly when the press insists on reporting the most salacious, most bizarre stories about Jewish communities, it is easy to get a slanted, distorted view.

Take Action

What can we do?

Most immediately, we can become more discerning consumers of news. If something sounds too outlandish to be true, it often is. Question negative news reports about our community. Check out websites like www.HonestReporting.com and the Anti-Defamation League.

Reach out to a Jew different than you.

We can also educate ourselves about Judaism and Israel. (I realize these are different things, but unfortunately many of the slanders we read about the Jewish state ooze over into slanders about Judaism too: the fiction about the dog being sentenced to stoning is a case in point.)

But most importantly, reach out to a Jew different than you. We are one people, one family, so let’s do our part to bridge the gap and connect to family members you have never spoken to. Getting to know different types of Jews will lessen the unfamiliarity, the sense of other, and will likely result in a newfound sense of respect and care.

The smear about the Jewish court sentencing the dog got a lot of people angry. But we can turn our anger – our outrage at being duped by an anti-Semitic press – into action. Let us resolve to start learning more about our own heritage and religion instead.

Perhaps this way we can turn this experience into something positive.

ROSH CHODESH MENACHEM AV EN SHABBAT CHAZON

De Shabbat Van Het Visioen Van Jeshajahoe (Jesaja 1, 1-27)

 

SEFER DEVARIM

Het Boek Deuteronomium

Het boek Devarim ,ook wel genoemd “Mishné Thora”,ofwel, herhaling of overzicht van de Thora , bevat desondanks toch meer dan zeventig nieuwe mitswot (opdrachten).

Moshé richtte zijn woorden ( devarim ) tot de generatie die Eretz Yisrael zou binnen gaan. Hij herhaalde daarom ook nadrukkelijk de geboden ten aanzien van “Awoda Zara” ( afgodendienst ), om de joden er voor te waarschuwen zich niet in te laten met de praktijken van de heidense volkeren in Eretz Kanan, maar loyaal te blijven aan de Thora.

Sefer Devariem kondigt daarom ook de eventuele straffen aan bij verloochening van de Thora, waarvan verspreiding wereldwijd, van het joodse volk, er één is. Het sluit af met de bevestiging van de uiteindelijke verlossing (30:3), de voltooiing van de schepping, een historische cyclus die was begonnen met de schepping.

PARASHAT DEVARIEM

Woorden (Deuteronomium 1:1 – 3:22)

De Parasha van Devariem wordt altijd gelezen op de Shabbat vóór de 9de Aw, de datum waarop beide Tempels werden verwoest. Deze tragedies vinden hun reflectie in de keuze van de Haftara (profetenlezing na het lezen van de Thora op Shabbat, Feestdagen en Vastendagen) van afgelopen weken en de komende weken. Die van voor de 9de Aw benadrukken profetieën van berisping voor de zonden die de spirituele oorzaak waren van de verwoesting; de Haftarot na 9de Aw behielden in zich de boodschap van troost en bemoediging. De Haftara van deze week de fameuze “Visioen van Jesaja” (1, 1-27) geeft zijn naam aan de dag, Shabbat Chazon, de “Shabbat van het Visioen”. Traditioneel wordt dit gezien als een zeer krachtige aanklacht tegen een rebels volk. Maar vanuit de Chassidische traditie gezien schuilt zelfs in een vervloeking ook een G’ddelijke zegen. Rabbie Levi Jitschak van Berditchev, een van de eerste Chassidische leraren, zag het als een toekomst visioen van de Derde Tempel in de Messiaanse Tijd. Deze uiteenzetting onderzoekt de relatie tussen deze gedachten en de inhoud van de Parasha van Devariem.

DE SHABBAT VAN HET VISIOEN

Er is een uitspraak van Rabbi Levi Jitschak van Bertditchev dat deze Shabbat, Shabbat Chazon (als de fameuze Haftora van het vizioen ( chazon ) van Jasaja gelezen wordt) een dag is waarop een visioen aan ons wordt getoond van de toekomstige Derde Tempel, zelfs al zien we het alleen van een grote afstand. ( de woordenkeus visioen “chazon” geeft een visioen aan vanuit een afstand ) Dit stelt ons in staat de relatie te begrijpen tussen het “visioen” van de Haftara en de lezing van Devariem, welke altijd samen gelezen wordt op de Shabbat vóór de 9de Aw.

Want met Devariem begint de “Tweede Thora” Mozes herhaling van de Thora. Het boek Deveriem verschilt ten opzichte met de vier andere boeken van de Choemash, (de vijf boeken van de Thora) doordat het zich in zijn geheel richt op de generatie die op het punt staat het Heilige Land binnen te trekken. Zij benodigden raad en waarschuwing op een wijze die de vorige generatie niet benodigde.

Want het volk dat de wildernis doorkruist had bezat een directe kennis van het G’ddelijke, het had G’D gezien op de Sinaï.

Maar de volgende generatie was al betrokken met hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de fysieke wereld, zij waren het directe kwijt, zij hoorden G’D maar zagen Hem niet. Zij werden met de woorden toegesproken (Devariem 4,1) ” Nu dan Israël, luister…”

Het verschil tussen horen en zien is: iemand die met eigen ogen getuige is van een gebeurtenis is onwrikbaar in zijn verklaring hierover, hij heeft het met zijn eigen ogen gezien. Maar degene die hoorde over de gebeurtenis kan mogelijk enige twijfel hebben. Horen verleent geen zekerheid.

Daarom werd de generatie die het Land Israël zou binnentrekken, die G’D had gehoord maar niet had gezien, geïnstrueerd over zelfopoffering en dergelijke, een waarschuwing die compleet overbodig zou zijn voor de generatie van de wildernis.

Kortom, de latere generatie miste de spirituele directheid van hun ouders. Maar, desalniettemin, waren zij in een bepaalde staat die onbereikbaar voor hun vaders zou zijn, die was gezegd: “Jullie hebben tot nog toe niet de rust en het erfgoed bereikt die de Eeuwige, onze G’D je geeft.” (Devariem 12. 9)

Shilo en Jeruzalem was alleen haalbaar door de latere generatie.

Want alleen door betrokkenheid met materiele zaken, de omvorming van G’D’s wil tot praktische handelingen, zou de volbrenging zijn van de “de rust en het erfgoed”. (Babylonische Talmoed Megilla, 10a. Zevachiem, 119a. Jeruzalem Talmoed Magilla 1. Zohar, deel II, 241a, 242a.)

Devariem, vertelt ons over de paradox, dat ware betrokkenheid met het aardse, ware verheffing teweeg brengt; het hoogst bereikbare van de geest is haalbaar in aardse zaken, niet in hemelse sferen.

En dat is evenzo de boodschap van het “visioen” alhoewel deze Haftara gelezen wordt in de “Negen Dagen” van rouw om het verlies van de Tempels, is het niettemin dat door de resulterende verbanning ware verlossing zal komen, het visioen welke ons een vluchtige kijk geeft ( volgens de woorden van de Berditchever ) op de toekomstige hoop.

DROEFHEID EN VREUGDE

Het rouwgevoel, dat ons bewustzijn domineert tijdens de Negen Dagen wanneer wij ons de verwoesting van de Tempels herinneren, wordt gebroken door de Shabbat, de dag waarop vreugde prevaleert.

Inderdaad, op de Shabbat vóór de 9de Aw worden we gelast om meer vreugdevoller te zijn dan gewoonlijk om mogelijke melancholie van de omliggende periode niet te laten binnendringen in de Shabbat sfeer.

Maar het gelasten heeft een diepere betekenis. Shabbat is een weerspiegeling van de Komende Wereld; de toekomstige verlossing zal zo volkomen zijn dat zij alle sporen van de verbanning heeft uitgewist.

Daarom is op deze dag geen plaats voor evocatieve gevoelens van verbanning. We gaan verder dan alleen maar het elimineren van droefheid, we verhogen onze vreugde. Want de toekomstige verlossing zal spiritueel intenser zijn dan alle anderen tevoren.