TZIMTZUM

Een van de theologische basisproblemen handelt over het in overeenstemming brengen van het schijnbare mysterie van G`D met het universum: in hoeverre kan er een overgang zijn van het oneindige naar het eindig, van pure Intelligentie naar materie, van absolute Eenheid of één zijn naar veelvoudigheid? Bovendien, hoe kunnen wij de G`Ddelijke schepping of het universum en zijn uiteenlopende delen in overeenstemming brengen met oneindige en onschendbare absolute perfectie van G`D, van wie het Schrift bevestigd “Ik de Eeuwige, Ik Ben niet veranderd” (Maleachi. 3:6)? In essentie zijn de concepten en doctrines die bediscussieerd in deze en in de volgende hoofdstukken, allen gerelateerd aan deze kwestie.

Schepping is vaak verklaard in termen als een theorie van het voort komen uit: in de strekking van een progressieve keten van successievelijk uitvloeisels van ‘hoger’ naar ‘lager’, het eindige zich ontwikkeld uit het oneindige en materie geleidelijk ontstaan uit geest. Deze geplaatste suggesties zijn echter insufficiënt. Om enkel te spreken van een causaal evolutionair proces of van een successievelijk uitvloeisel dekt wel eens waar de vraag, maar doet het niet beantwoorden, Want ongeacht hoelang deze keten van causale evoluties ook mag zijn, er zal altijd iets van verwantschap blijven, zowel kwalitatief als kwantitatief, tussen het effect en zijn oorzaak. Juist zoals een materiele keten, zijn de schakels aan elkaar gekoppeld en staan met elkaar in verbinding —handhavend een basisverhouding tussen de eerste en de laatste schakel— zo ook zou het zijn in een geleidelijk proces van causale evolutie. Aangezien G`d, de Oneindige, het begin is van de keten van uitvloeisels, is het aspect van oneindigheid nooit echt afgedaan: Waren de werelden, vanuit het licht van oneindigheid neergekomen volgens een geleidelijke afdaling van niveau naar niveau in de zin van oorzaak en effect. In dat geval zou deze wereld niet gecreëerd zijn in zijn huidige vorm –een eindige gelimiteerde orde– evenmin zelfs betreffende (spirituele) Olam Haba (Komende Wereld), de bovennatuurlijke Tuin van Eden, of de zielen zelfs.

De schepping van de werelden is niet ontwikkeld vanuit een wijze van oorzaak naar effect……want zelfs talloze op talloze raadsels en evoluties van stage naar stage in een oorzakelijk proces zal niet helpen om fysieke materie tot zijn en ontwikkeling te brengen –en ook niet ten aanzien van de firmamenten– uit een evolutie van energie. Integendeel, het is de macht van de gezegende EN SOF (ONEINDIGE), DE ALMACHTIGE OM TE CREËREN……EX NIHILO, en dat is niet via de orde van ontwikkeling, maar bij wijze van sprong (vanuit het niets). Vandaar dat iets niet goddelijks en eindig moet komen door: –de noodzakelijkheid van het zijn in het proces van gevolg– een radicale stap, sprong (Kafitza), die geleidelijkheid breekt en een radicale scherp onderscheid maakt en vestigt tussen oorzaak en effect: een radicale schepping daad. Alleen nadat dit heeft plaatsgevonden kunnen we spreken van een evolutionair proces, culminerend in eindigheid en materiele bestaan. Dit zijn de basisprincipe van de doctrines tzimtzum en de Sefirot geïntroduceerd door de Kabbala (en uitvoerig behandeld in het Chassidisme) om het probleem van de schepping optelossen.

Het woord tzimtzum heeft twee betekenissen:
(1) samentrekking; verdichten; en
(2) verhullend; verborgenheid.
Beide meningen gaan door voor en hebben betrekking op onze context, de tweede misschien meer dan de eerste. Want de doctrine van tzimtzum refereert aan de breking van staling en verhulling van vloeiende straling vanuit de Goddelijkheid in een aantal progressieve stages van gradatieontwikkelingen, tot aan het punt dat het eindige en de substanties van het fysieke mogelijk wordt.

Deze complexe theorie is voor het eerst in detail behandeld door R.Izaak Luria. Al zijn basiswerken beginnen met een uiteenzetting van het systeem van Tzimtzum. R.Schneur Zalman behandeld het gedeeltelijk in de Tanja, meer uitvoeriger in Sha`ar Hajichoeden vooral in Thora Or en Likoetei Thora. Voorafgaand aan de schepping is er alleen G`D. G`D zoals Hij is in Zichzelf is genoemd En Sof : de Oneindige; Hij dat Is Zonder einde. Van G`D als En Sof kan niets verondersteld worden, dan alleen dat Hij is En Sof: Hoog boven alle hoogten en verborgen voorbij alle verhulling, geen gedachte kunt op enigerwijze U bevatten of beheersen…….U naam is niet gekend want U vervuld alle namen en U bent de perfectie van hen allen. Op een mystieke manier, al is het moeilijk uitteleggen, is er zelfs een manifestatie of Zelfopenbaring van G`D qua En Sof voor de handeling van de schepping. Deze manifestatie wordt genoemd Or En Sof ( het licht van de En Sof ) en we spreken over dit Licht het zelfde als alomtegenwoordig en oneindig. Het verschil tussen En Sof en Or En Sof is zeer belangrijk en moet goed onthouden worden. Want wanneer er gesproken wordt over Tzimtzum en de Sefirot moeten wij dit relateren aan de Or En Sof, het Licht en straling, dan aan lichtgever en de uitstraler ( Ma-Or, de En Sof).

Één reactie op “TZIMTZUM

  1. Geachte ,
    Gelieve me te willen verontschuldigen vanwege mijn (lichamelijke) afwezigheid tijdens de les , doch ik volg Uw cursus heel aandachtig via de ge-e-mailde theorie en andere lectuur .

    dank U voor alles ,
    Gie Vanbleu

Geef een reactie