SOEKOT

DEZE NIEUWSBRIEF IS EEN EERSTE VAN EEN REEKS VAN 3 X 15 PAGINA’S, ONZE SUGGESTIE IS DEZE UIT TE PRINTEN EN SAMEN TE VOEGEN ALS EEN KLEIN STUDIE BOEKJE EN EVENTUEEL AAN TE VULLEN MET VORIGE EN NIEUW MATERIAAL UIT ONZE NIEUWBRIEVEN, OMDAT HET ZEER WAARDEVOLLE INFORMATIE BEVAT VOOR HET HELE JAAR.

SOEKOT – HET LOOFHUTTENFEEST

HET FEEST VAN HET INZAMELEN (BINNENHALEN VAN DE OOGST)

"Zeven dagen moet je het Loofhuttenfeest vieren bij het binnenhalen van de opbrengst van je dorsvloer en van je perskuip"(Dewariem 16,13).

Als jij je graan, wijn en olie verzamelt en jullie huizen zijn rijk gevuld, vier dan het Soekotfeest zodat je zult denken aan G’d, die jullie in de woestijn in soekot heeft laten wonen.

"Gedenk dan de gehele weg die de Eeuwige, je G’d je deze afgelopen veertig jaren in de woestijn heeft laten gaan (…) Hij legde je ontberingen op door je honger te laten lijden en gaf je het manna te eten dat jij niet kende en dat ook je voorouders niet gekend hebben, om je duidelijk te maken dat de mens niet alleen door brood in leven kan biijven, maar dat door alles wat op bevel van de Eeuwige ontstaat, de mens kan biijven ]even" (Dewariem 8,2:3). Mosjee Rabbenoe waarschuwt het joodse volk dat het in tijden van weivaart G’d niet moet vergeten en dat het niet hooghartig mag worden door te denken "mijn eigen kracht en sterkte van mijn hand hebben mij deze rijkdom verschaft" (naar Dewariem 8,17).

Daarom heeft G’d het Soekotfeest juist gedurende het oogstseizoen ingesteld. Hij heeft ons bevolen onze huizen te verlaten en in loofhutten te gaan wonen, zodat we niet trots worden door deze welvaart.(Rasjbam op Wajikra23, 43)

"Zeven dagen moeten julle in hutten wonen; alle ingezetenen in Jisra’eel moeten in hutten wonen, opdat jullie toekomstige geslachten het zullen weten, dat lk de Kinderen van Jisra’eel in hutten (soekot) heb laten wonen, toen lk hen uit het land Egypte heb gevoerd, lk, de Eeuwige jullie G’d" (Wajikra 23,42:43).

"Dat Ik de kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen." Rabbi Eliezer zegt: "Met Soekot worden de zeven G’ddelijke wolken bedoeld die de B’nee Jisra’eel in de woestijn omringden" (Tractaat soeka 11b)

Zes wolken omringden de B’nee Jisral eel en de zevende wolk ging voor hen uit. De wolken waren een openbaring van G’d en een manifestatie van Zijn voorzienigheid, zoals er staat geschreven: "Dat U, Eeuwige, te midden van dit volk vertoeft en ook dat U, Eeuwige, hen op de meest duidelijke wijze verschenen bent en dat Uw wolk boven hen staat en dat U in een wolkzuil overdag voor hen uitgaat en in een vuurzuil ’s nachts" (Bamidbar 14,14).

Als herinnering aan de zeven G’ddelijke wolken vieren wij Soekot gedurende zeven dagen in de zevende maand (gerekend vanaf Niesan, toen de uittocht uit Egypte plaatsvond.

"Dat lk de kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen." Rabbi Akiwa zegt: "Dit waren echte hutjes die de B’nee Jisra’eel in de woestijn hadden gemaakt" (Tractaat soeka 11 b).

De soeka is een herinnering voor alle toekomstige generaties aan de wonderen die in de woestijn zijn gebeurd. Veertig jaar lang zwierf een volk -mannen, vrouwen en kinderen- in een dorre en verlaten woestijn waarin mensen gewoonlijk niet kunnen overleven. Het Joodse volk overleefde dankzij wonderen die voortdurend plaatsvonden, zoals het manna, de kwartels, de waterbron en kleding die nooit versleet. Ter bescherming tegen de koude winter bouwden ze soekot (Kad Ha’Kemach)

Toen de B’nee Jisra’eel de steden van de Emorieten en van het land Kena’an belegerden, woonden zij ook in soekot, zoals gebruikelijk bij de belegering van een stad. Zie bijvoorbeeld Sjmoe’eel 2- 11,11: "De Arke, Jisra’eel en Jehoeda woonden in soekot". Ter herinnering is het ons geboden in soekot to wonen, zodat de latere generaties zullen weten dat wij niet onafgebroken vanaf de tijd van onze voorvaderen, Awraham, Jitschak en Ja’akov in Erets Jisra’eel gewoond hebben. Maar G’d heeft ons uit Egypte gevoerd en ons Erets Jisra’eel gegeven (Rokeach).

 

WAAROM IS DE MITSWA VAN SOEKA IN TISJRIE EN NIET IN NIESAN?

"Ik liet de B’nee Jisra’eel in soekot wonen toen ik hen uit Egypte voerde."

Maar de B’nee Jisra’eel werden toch in Niesan uit Egypte gevoerd? En op de eerste dag van de Uittocht reisden zij van Ra’amses naar Soekot (Sjemot 12,37) waar de G’ddeiijke wolken op hen neerdaalden.

Waarom is het ons dan geboden om in Tisjrie een soeka te bouwen en niet in Niesan?

De maand Niesan is het begin van het warme jaargetijde; dan is het normaal het huis te verlaten en in een tent of een hutje to verbiijven. Maar Tisjrie is het begin van het koude jaargetijde; een tijd waarin de mensen bij voorkeur binnen biijven. Juist dan verlaten de joden hun huizen om in soekot te gaan wonen. Iedereen ziet en beseft dan dat we alleen daarom in soekot wonen omdat G’d ons dat bevolen heeft: …….. opdat jullie latere generaties zullen weten dat lk de B’nee Jisra’eel in soekot heb laten wonen" (Toer).

Toen de B’nee Jisra’eel het gouden kalf hadden gemaakt, verlieten de G’ddeiijke Wolken hen. Op Jom Kippoer vergaf G’d hun de zonde van het gouden kalf en Mosjee Rabbenoe daalde van de berg Sinai af met het tweede paar stenen tafelen. De volgende dag, 11 Tisjrie, "verzamelde Mosjee de gehele gemeente van de B’nee Jisra’eel" (Sjemot 35, 1) en gebood hen om het Misjkan (tabernakel) te bouwen. "Zij brachten gaven (voor de bouw van het Misjkan) in de morgen, in de morgen" (Sjemot 36, 3).

Er staat in deze pasoek (zin) twee maal "in de morgen", dit verwijst naar twee ochtenden nl. 12 Tisjrie en 13 Tisjrie. Op 14 Tisjrie namen de bouwers de gaven aan en op 15 Tisjrie begon de bouw van het Misjkan en keerden de G’ddeiijke Wolken terug. Wij vieren Soekot op 15 Tisjrie om de G’ddeiijke Wolken te gedenken die op die dag terugkeerden en de B’nee Jisra’eel vergezelden totdat zij Erets Jisra’eel betraden (Gaon van Wiina).

* Waarom bouwen wij de soeka na jom Kippoer? Op Rosj Hasjana berecht G’d iedereen en op Jom Kippoer bezegelt Hij het oordeel. Voor het geval dat de B’nee Jisra’eel zouden zijn veroordeeld tot ballingschap, maken zij soekot en verbannen zichzelf uit de huizen naar de soekot zodat G’d het beschouwt alsof ze verbannen zijn.

 

HET WONEN IN DE SOEKA

‘in soekot zullen jullie wonen zeven dagen" (Wajikra 23, 42)

1. De Tora gebiedt ons gedurende zeven dagen, van 15 tot 21 Tisjrie, in de soeka te wonen. Bij het zitten in de soeka moet men in gedachten hebben dat men dit doet, omdat in de Tora staat:……. dat lk de B’nee Jisra’eel in soekot heb laten wonen toen lk hen uit Egypte voerde" (Wajikra 23, 43)

2. "Wonen in de soeka" betekent: in de soeka eten, drinken, slapen, leren en converseren net als thuis gedurende het jaar. Dit geldt voor alle zeven dagen van Soekot, dag en nacht. Gedurende Soekot moet de soeka de hoofdwoning zijn en het huis een tijdelijke woning. Vrienden en familieleden die op bezoek komen, worden in de soeka ontvangen.

3. De soeka is heilig, daarom leert men veel Tora in de soeka. Tevens past men er extra op zijn woorden en vermijdt zaken, zoals roddelen en spotten. De soeka worden kranten en dergeiijke niet gelezen.

4. Op de eerste avond van Soekot is het eten van brood in de soeka een even grote verplichting als het eten van matsa op de eerste avond van Pesach. Men moet dan minstens de maat van een oiijf (ca. 30 gram) brood eten.

5. Het gebruiken van de hoofdmaaltijd en slapen (zelfs een dutje) zijn alleen in de soeka toegestaan.

6. Wie de mitswot extra goed wil doen, nuttigt zelfs geen fruit of drinken, tussen de maaltijden door, buiten de soeka.

7. Bij elke hoofdmaaltijd zegt men de b’racha "leesjeew basoeka". Als men de soeka niet heeft verlaten, hoeft niet nogmaals "leesjeew basoe-ka" gezegd te worden. Sommigen hebben de gewoonte om ook "lees-jeew basoeka" te zeggen als zij in de soeka gaan zitten zonder te eten.

8. Een jongen heeft vanaf zijn zesde levensjaar de mitswa om in de soeka te zitten.

9. Als bij het zitten of slapen in de soeka ongemak ondervonden wordt (bijv. door regen of muggen) en deze ongemakken in huis niet bestaan, is men ervan vrijgesteld.

10. Vrouwen vervullen een mitswa door het zitten in de soeka, zij zijn hier echter niet toe verplicht.

11. Als er geen soeka in de buurt is, mogen reizigers buiten de soeka eten.

 

GEZEGDEN VAN ONZE WIJZEN OVER DE SOEKA

De heiligheid van de soeka

"Het feest van Soekot voor G’d" (Wajikra 23, 34).

Evenals de naam van G’d verbonden is met de offers van het feest, is deze naam ook verbonden met de soeka (Tractaat soeka).

Degene die in de schaduw van de soeka zit, zit in de schaduw van het vertrouwen van G’d.

Als de B’nee Jisra’eel de huizen verlaten en de soeka binnentreden, ter ere van G’d, verdienen zij het de Sjechiena daar te begroeten. De zeven trouwe herders (Awraham, Jitschak, Ja’akov, Joseef, Mosjee, Aharon en David) dalen dan af uit de tuin van Eden en betreden de soeka als gasten (Zohar).

G’d beschermt iedereen die de mitswa van soeka vervult.

Over degene die de mitswa van soeka vervult, zegt G’d: "Hij vervulde de mitswa van soeka; lk zal hem daarom beschermen voor de toorn die vooraf gaat aan de toekomstige wereld", zoals er staat geschreven: "Want Hij zal mij verbergen in Zijn soeka op de dag van het kwaad" (Tehilliem 27, 5).

In de dagen die eens komen, zullen alle naties van de wereld zich tegen Erets Jisra’eel verzamelen en oorlog voeren tegen de joden, zoals er staat: "lk zal alle naties verzamelen tegen Jeroesjalajiem voor de strijd"(zecharia 14,2). Dan zal G’d tegen de volkeren vechten en Jisra’eel beschermen (jalkoet Sjim’onie).

G’d zei tegen Jisra’eel: lk heb jullie geboden een soeka te maken om zo voor Mij iets terug te doen voor hetgeen lk voor jullie heb gedaan, nl. "dat lk de B’nee Jisra’eel in soekot heb laten wonen". En lk zal het beschouwen alsof jullie iets voor Mij hebben gedaan en in de dagen die komen zal lk verschijnen in Mijn koningschap en zal lk jullie beschermen als in een soeka, zoals er staat geschreven:

"En er zal een soeka zijn voor schaduw overdag tegen de hitte"

(Jesjajahoe 4,6)

(Midrasj Tanchoema)

 

DE MITSWA VAN DE VIER SOORTEN

"Neemt voor jullie op de eerste dag een vrucht van de hadarboom – een etrog -, een palmtak, takken van de boom Awot-mirtetakken-, en beekwilgen en verheugen jullie je zeven dagen voor de Eeuwige, jullie G’d" (Wajikra 23,40).

De mitswa van de vier soorten houdt in dat men een etrog, een loelav, twee arawot en drie hadassiem neemt.

Het nemen van de vier soorten op de eerste dag van Soekot is een gebod uit de Tora. Op de overige dagen van Soekot is het een gebod dat door de rabbijnen is ingesteld. ledere mitswa moet op een mooie manier vervuld worden, zoals er staat geschreven: "Hij is mijn G’d en ik zal Hem verheerlijken" (sjemot 15,2).

Dit is niet de essentie van de mitswa, maar dient om de mitswa extra mooi te maken. Bij de mitswa van de vier soorten vormt deze hidoer (verfraaiing van de mitswa) echter wel een essentieel deel van de mitswa, in overeenstemming met de pasoek: " Neemt voor jullie een vrucht van de hadarboom ( Wajikra 23, 40; hadar betekent prachtig. Bij het ontbreken van sommige hidoeriem worden de vier soorten ongeschikt. Andere hidoeriem zouden a priori wel aanwezig moeten zijn; als deze echter toch ontbreken, maken zij de vier soorten niet ongeschikt.

 

HET SAMENBINDEN VAN DE DRIE SOORTEN

Men dient de loelav, de hadassiem en de arawot samen te binden.

Hoe worden ze samengebonden?

1. De voorkant van de loelav houdt men naar zich toe. De hadassiem worden rechts en de arawot links van de loelav gebonden (sommigen binden een hadas en een arawa aan de rechterkant, een hadas en een arawa aan de linkerkant en een hadas in het midden).

De drie soorten worden aan de onderkant van de loelav samengebonden zodat ze gemakkeiijk samen vastgehouden kunnen worden. Op de loelav zelf worden nog twee of drie knopen gemaakt, maar niet op de bovenste 8 of 10 cm (tefach) van de loelav.

De steel van de loelav moet een tefach hoger zijn dan de top van de hadassiem en -de arawot. De top van de hadassiem moet iets hoger zijn dan die van de arawot.

2. De drie soorten wo
rden vastgebonden voordat Jom Tov begint. Heeft men dit vergeten, dan mag het op Jom Tov samengebonden worden; dit moet dan echter met een strik gebeuren en niet met een knoop.

1. Men neemt de loelav, met de hadassiem en de arawot, in de rechterhand en de etrog – omgekeerd, dus de steel naar boven en de pitam naar onder – in de linkerhand.

Dan zegt men de b’racha: " baroech ata Hasjeem elokenoe melech ha’olam asjer kiddesjanoe bemitswotav wetsiewanoe al netielat loelav". "Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons geheiligd heeft met Zijn geboden en ons heeft opgedragen de loelav op te nemen".

De eerste dag zegt men ook de b’racha: "baroech ata Hasjeem elokenoe melech ha’olam sjehechejanoe wekieje’manoe wehigie’anoe laz’man haze".

"Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons het leven heeft geschonken ons in leven heeft gehouden en ons dit tijdstip heeft laten beleven". (als de eerste dag op Sjabbat valt en de mitswa van loelav dus niet vervuld kan worden, begint men op de tweede dag met de mitswa van de vier soorten en wordt dan pas de b’racha "…sjehechejanoe" gezegd). Direct na de b’racha keert men de etrog om. Men houdt beide handen bij eikaar, zodat de drie soorten en de etrog elkaar aanraken. Door op deze wijze met de vier soorten te schudden, vervult men de essentie van de mitswa.

2. Het is een mitswa om de vier soorten in de vier windrichtingen (achtereenvolgens naar voren, naar rechts, naar achteren, naar links) te bewegen en daarna naar boven en naar beneden.

3. Men heeft de mitswa niet vervuld en moet opnieuw schudden als:

a. één van de vier soorten tijdens het schudden per abuis omgekeerd werd gehouden;
b. ze zich in een voorwerp bevinden;
c. ze in een doek zijn gewikkeld;
d. men handschoenen draagt.

4. Het is een mitswa loelav te schudden tijdens "Halleel" bij de p’soekiem "Hodoe Lasjeem kie tov" en bij "Ana Hasjeem hosjie’a na".

Hiervoor staat een aanwijzing in Tenach: "Dan zullen de bomen het bos (de vier soorten) van vreugde zingen voor G’d … Hodoe Lasjeem kle tov…. en jullie zullen zeggen Hosjie’eenoe (Ana Hasjeem hosjie’a na)" (Diwree Hajamiem 16,33:35). (Awoedraham).

Waarom wordt in de b’racha alleen de loelav genoemd?

De loelav is de langste van de vier soorten. De loelav heeft vele bladeren, alle op een andere hoogte gelegen. Maar alle bladeren zijn met de steel verbonden en liggen dicht bij de steel. Dit wijst ons erop dat wij ons moeten verbinden met de Schepper van de wereld (Rabbenoe Bachjee).

Wanneer neemt men de loelav?

1. De mitswa van de loelav kan alleen overdag vervuld worden. De mitswa mag op ieder moment van de dag, van zonsopgang tot zons-ondergang (sjkie’a), gedaan worden.

2. Degenen die de mitswot extra mooi willen doen, vervullen de mitswa van loelav bij zonsopgang (neets hachama).

3. Men eet niet voordat men de mitswa van loelav heeft vervuld.

4. Op Sjabbat worden de vier soorten niet genomen; de loelav mag dan niet aangeraakt worden, de etrog echter wel.

De loelav op de eerste dag van Soekot

1. Op de eerste dag Soekot dienen de vier soorten persoonlijk eigendom te zijn om daarmee de mitswa te vervullen. Een geleend stel is dus niet geschikt.

2. Als iemand geen loelav bezit, kan hij een ander vragen om diens loelav als geschenk te geven (op voorwaarde dat hij hem weer teruggeeft).

3. Als gemeenteleden samen een stel van de vier soorten hebben gekocht, kan iedereen de mitswa met dat stel vervullen.

4. Arawot worden vaak door jongens verkocht. Maar zolang de jongens geen Bar mitswa zijn, kunnen zij geen wettelijk eigendomsrecht overdragen

Op de eerste dag kan met arawot die gekocht zijn van jongens die nog geen Bar mitswa zijn, de mitswa niet vervuld worden.

5. Na de eerste dag kan de mitswa met een geleend stel vervuld worden. Als de eerste dag Soekot op Sjabbat valt (wanneer de vier soorten niet worden gebruikt), vervallen de voorschriften van de eerste dag.

6. Een gestolen stel van de vier soorten is tijdens de zeven dagen van Soekot ongeschikt. Als de mogelijkheid bestaat dat de verkoper van arawot deze heeft gestolen, dan koopt men de arawot niet.

Wie moeten de vier soorten nemen?

1. Vrouwen zijn vrijgesteld van de mitswa van de vier soorten. Zij mogen echter, wanneer zij dat willen, de mitswa vervullen.

2. Als een jongen oud genoeg is om te leren hoe hij de loelav moet schudden, heeft zijn vader de plicht hem de mitswa van de vier soorten te leren.

Profijt van de vier soorten

1. Als de vier soorten eenmaal gebruikt zijn om de mitswa ermee te vervullen, dan mogen ze gedurende de zeven dagen van Soekot voor geen ander doeil gebruikt worden.

2. De etrog, die gebruikt wordt voor de mitswa, mag op Soekot niet gegeten worden. Zelfs niet op de laatste dag Soekot, wanneer de etrog niet meer nodig is voor het feest.

3. Het is verboden om aan de hadas die voor de mitswa gebruikt wordt, te ruiken. Het is beter ook niet aan de etrog te ruiken.

 

REDENEN VOOR DE VIER SOORTEN

De vier soorten geven vreugde

Soekot is natuurlijk een vreugdevolle tijd, het is immers het jaargetijde van de oogst van graan, vruchten en groenten.

De biijdschap over de oogst kan overmatige vreugde met zich meebrengen, waardoor men de vrees voor G’d zou kunnen vergeten. Daarom heeft G’d ons geboden het Soekotfeest juist in dit jaargetijde te vieren en de vier soorten te nemen om ons eraan te herinneren dat al het feestvieren ter wille van Hem en tot Zijn eer moet zijn (de vier soorten hebben immers betrekking op G’d, zoals eerder vermeld).

De etrog lijkt bovendien op het hart, de zetel van het begrip. Het helpt ons herinneren dat wij G’d met ons intellect moeten dienen.

De loelav lijkt op de ruggegraat, die centraal staat in ons lichaam. Het herinnert ons eraan dat wij ons gehele lichaam moeten wijden aan het dienen van G’d.

De hadassiem lijken op onze ogen. Zij herinneren ons eraan om op deze dag van vreugde niet het verkeerde pad te bewandelen, dus niet onze ogen te volgen.

De arawot lijken op onze lippen. Zij helpen ons eraan herinneren op onze woorden te letten, ook als we feest vieren (Sefer Hachinoech 324).

De vier soorten herinneren ons tevens aan de vreugde over het verlaten van de woestijn. Er groeiden daar geen vijgen, druiven of granaatappels en er was geen water om te drinken.

Om het verlaten van de woestijn te gedenken, heeft G’d ons bevolen te nemen:

  • de mooiste van de vruchten: de etrog;
  • de beste van de geurige bomen: de hadas;
  • de mooiste van de bladeren: de loelav;
  • de beste van de bomen die geen vruchten dragen: de arawa.

(Rambam)

GEZEGDEN VAN ONZE WIJZEN OVER DE VIER SOORTEN

De vier soorten hebben betrekking op G’d. "De etrog wordt in de Tora genoemd "de vrucht van de prachtige boom" Dit zinspeeit op G’d over Wie staat geschreven: "U bent gekleed met heeriijkheid en pracht" (Tehilliem 104, 1).

De loelav, de tak van een palmboom, heeft betrekking op G’d over Wie. staat geschreven: "De rechtvaardige zal bloeien als een palmboom" (Tehilliem 92,13).

De hadas, mirte, zinspeelt op G’d over Wie staat geschreven: "Hij staat tussen de hadassiem" (Zecharja 1, 10)

De arawa, wilg, heeft betrekking op G’d zoals er staat geschreven: "Maak baan voor Hem die door de Hemel snelt" (Tehilliem 68,5).

De vier soorten hebben betrekking op het joodse volk.

De etrog: zoals een etrog smakelijk en geurig is, zo kennen sommige Joden Tora en doen goede daden.

De loelav: zoals de loelav (dadelpalm) smakelijk is, maar geen geur heeft, zo kennen sommige Joden Tora, maar het ontbreekt hun aan goede daden.

De hadas: zoals de hadas geurig is, maar niet smakeiijk, zo doen sommige Joden wel goede daden, maar het ontbreekt hun aan Tora.

De arawa: zoals de arawa noch smakelijk noch geurig is, zo zijn er sommige Joden die geen Tora kennen en geen goede daden doen.

G’d zegt: "Om hen te vernietigen (degenen die geen Tora kennen en geen goede daden doen) is onmogelijk. Laten zij allen samen komen in een groep; dan zal de een voor de ander verzoening brengen.En als jullie zo doen, zal lk verheven worden". (Midrasj Rabba Wajikra 11,30)

– Twee van de vier soorten, nl. de etrog en de loelav, hebben vruchten, terwiji de andere twee, de hadas en de arawa, geen vruchten hebben.

De twee soorten met vruchten hebben de twee soorten zonder vruchten nodig. En de twee zonder vruchten hebben de andere soorten, met vruchten, nodig. De vier soorten moeten samen genomen worden in een bundel. Zo zal ook het Joodse volk pas terugkeren naar haar land als de Joden een verenigde groep vormen. Zoals er staat geschreven "Hij grondvestte Zijn groep in het land" (Amos 9,6): (Jalkoet Sjim’onie).

"leder deel van mijn lichaam zal zeggen: Wie is als U, G’d!" (Tehilliem 35, 1 0). De steel van de loelav is als de ruggegraat van een mens; de bladeren van de hadas zijn als de ogen, de bladeren van de arawa als de mond en de etrog is als het hart (Tanchoema).

 

DE "LOELAV" HEEFT BETREKKING OP DE TORA

De Tora begint met de letter beet en eindigt met de letter lamed .

Newie’iem en Ketoewiem beginnen met de letter waw en eindigen met de letter lamed . Deze letters vormen het woord loelav.

"Dan (az) zullen de bomen van het bos van vreugde zingen voor G’d" (Diwree Haiamiem 16,33).

De woorden "bomen van het bos" hebben betrekking op de viersoorten. Dan (az in het Hebreeuws) wordt geschreven Alef-Zajien. De getallenwaarde van alef is een, van zajien is zeven. Het nemen van de vier soorten is immers een mitswa van de Tora:

  • een dag -de eerste dag van Sookot, overal;
  • zeven dagen -alle zeven dagen in het Beet hamikdasj (K’Iie Jakar).

EEN LES DIE DE VIER SOORTEN ONS LEREN

De diepere betekenis van de mitswa van loelav is het zich aan G’d wijden met heel ons hart en ons hele wezen.

LOELAV

Het Hebreeuwse woord loelav kan ook geiezen worden als lo-lev, "het hart is van Hem". Een aanduiding dat het hart helemaal aan G’d gewijd moet zijn.

De bladeren van de loelav zijn samengebonden; zij vormen een eenheid zonder scheiding. Zo ook moeten wij onze gedachten verzamelen en onze meningen samenbinden en richten naar G’d, zoals er staatgeschreven: "Wees volmaakt met G’d, jouw G’d" (Dewariem 18,13).

HADAS

Een geoorloofde hadas heeft groepjes van drie biaderen rondom de steel. Geen enkel blaadje bevindt zich onder of boven een ander blaadje; zij wijzen allemaal naar een richting. Zodat het hart volledig naar G’d gericht moet zijn.

ARAWA

De arawot leert dat alles in deze wereld van voorbijgaande aard is, sterfeiijk. Maar doordat G’d Zijn Tora heeft gegeven, kunnen wij ]even, zoals de arawa kan leven dankzij een waterbeek.

ETROG

De etrog ruikt aangenaam, is mooi om te zien en lekker om te eten. Hij moet gezond en gaaf zijn, zonder smet of ziekte. De etrog, die lijkt op het hart van de mens, leert ons dat wij vrij moeten zijn van onreine en slechte gedachten. Daardoor zullen we het leven in de toekomstige wereld verdienen, een wereld die smakelijk en geurig is en waarin alles zoet en piezierig is (Seder HaJom, Rabbi Mosjee ben Machier).

"Jullie zullen voor jullie nemen op de eerste dag" (Wajikra 23, 40).

"Op de eerste dag" – Gedurende de 10 dagen van inkeer tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer hebben wij berouw en schenkt G’d vergiffenis voor onze
zonden. Vanaf Jom Kippoer tot Soekot zijn we bezig met mitswot, met het bouwen van een soeka en met het kopen van een loelav en een etrog. Op de eerste dag van Soekot, nemen wij onze loelawiem en etrogiem en prijzen G’d. G’d zegt dan als het ware tegen ons: "ik heb al jullie zonden vergeven. Wij beginnen nu met een nieuwe rekening" (Jaikoet Sjim’onie).

 

EEN VERHAAL VERTELD DOOR MIJN VRIEND RABBIJN BARUCH KAPLAN, HAR NOF, JERUZALEM.

Het was vlak voor het begin van het feest van Soekot en er was geen etrog in Berdichev. Reb Levi Jitschak wachtte, en zo deden ook de andere joden in de stad, maar geen esrog, zoals gewoonlijk elk jaar, arriveerde. De Tsaddik zei tegen zijn chassidiem, ga naar het kruispunt, misschien Zullen jullie daar iemand ontmoeten die een esrog heeft.

Dit deden ze, en inderdaad ontmoeten zij een jood die op weg was naar huis met een prachtige etrog in zijn bezit. Echter, hij woonde niet Berdichev, maar in een andere stad, ver weg.

Ze brachten hem naar Reb Levi Jitschak. De Tsaddik smeekte hem om het feest in Berdichev door te brengen, waardoor hij de mogelijk zou scheppen om alle joden in de stad de mitzwa te laten vervullen.

De man weigerde, hij was op weg naar huis naar zijn familie om het feest van Soekot te vieren. Waarom zou hij zomaar van plan veranderen en hemzelf en zijn familie de vreugde ontnemen van het samen zijn op Jom-Tov?

De Tsaddik was vasthoudend en beloofde hem rijkdom en zonen, maar de reiziger bleef bij zijn standpunt. G’D zij dank had hij beide, rijkdom en kinderen. Hij had niets nodig. Uiteindelijk fluisterde de Tsaddik: als je aan mijn wens voldoet, beloof ik je dat je met mij in de "Komende Wereld"zult zijn.

Toen de man dit hoorde ging hij onmiddellijk akkoord met het verzoek van de Tsaddik. Hij zou de dagen van Soekot in Berdichev verblijven.

De Tsaddik was vol van vreugde en alle andere in Berdichev inclusief de eigenaar van de etrog die overtuigt was dat hij een goede deal had afgesloten.

Ondertussen echter had Reb Levi Jitschak een geheime opdracht uitgevaardigd. Niemand was het toegestaan om de eigenaar van de etrog toe te laten in zijn soekka. Ondanks dat niemand zijn redenen begreep. zou men gehoorzamen aan zijn uitvaardiging.

Op de eerste avond van het feest, toen de etrog eigenaar terug kwam van het avondgebed, trof hij op de tafel in zijn kamer aan, kandelaars, wijn en galles ( broden ). Hij was zeer verbaast!! Had de herbergier, een goeie Jid, niet een soeka? Hij spoedde zich naar de binnenplaats en natuurlijk was daar een soeka, gebouwd volgens de halagische regels. De Herbergier en zijn familie zaten al rond de tafel en gasten kwamen aan, maar hem lieten zij niet binnen. Nota bene, gaven zij geen enkele verklaring voor hun weigering. De ongelukkige vroeg het toen maar aan de buurman.

Hij trof elke familie aan in de soeka, genietend van het feest. Hij smeekte hen om hem te binnen laten en mee te kunnen genieten, maar iedereen weigerde. Uiteindelijk kwam het er uit dat Reb Levi zelf de order had gegeven dat het hem niet was toegestaan in welke soeka dan ook te mogen verblijven.

Hij rende zeer opgewonden naar de Tsaddik " Wat is dit? Wat is mijn zonde? Wat heb ik gdaan?"

De Tsaddik antwoordde hem kalm: Als je mij de "Belofte" teruggeeft die ik jou gaf over het zijn met mij " In De Komende Wereld " zal ik de herbergier opdracht geven je toe te laten in zijn soeka. De gast was met stomheid geslagen en wist geen woord uit te brengen. Wat moest hij doen?

Aan de ene kant had hij een belofte dat hij samen met de Tsaddik zou zijn in de "Komende Wereld" Aan de andere kant, had hij de gelegenheid om de miswa te vervullen en in de soeka te zitten. Uiteindelijk besloot hij voor de mitswa van het zitten in de soeka te kiezen, ten nadele van "De Komende Wereld". Hoe kan een jood zoals hij zelf, een jid die elk jaar van zijn leven de mitswa vervulde van het zitten in de soeka, het nu niet doen?

En hoe kan het, terwijl de meeste joden wereldwijd in hun soeka zitten dat hij er van uitgesloten is.

Daarom gaf de man de belofte die de Tsaddik hem gegeven had terug. Hij schudde zelfs de hand van de Rav toen deze vroeg om de deal af te afsluiten. Onmiddellijk daarna spoedde hij zicht naar de soeka om zijn avondmaal te nuttigen, zoals de regel het verlangd.

Toen het feest voorbij was, zond Reb Levi Jitschak zijn shammas naar de esrog eigenaar met de boodschap, dat hij bij hem moest komen. "Nu" zei de Tsaddik " geef ik je de originele belofte die ik aan jou deed terug. Ik wil namelijk dat je heel goed realiseert, dat ik niet wilde dat je "De Komende Wereld " verdiende als gevolg van een zakelijktransactie. Ik wou je het verwerven van je verdiensten laten gaan door je eigen goede daden. Dat is waarom ik de uitvaardiging deed om je te testen t.a.z. van de mitswa. Nu nadat je de test hebt doorstaan en dat je in staat was je zelf zo op te offering voor de mitswa van de soeka, nu heb je, je plaats verkregen met mij in de "Komende Wereld".

 

DE EERSTE AVOND VAN SOEKOT

Bij het aansteken van de kaarsen zegt men de b’racha:

"baroech ata Hasjeem elokenoe melech ha’olam asjer kiddesjanoe bemitswotav wetsiewanoe lehadliek neer sjel Jom Tov".

"Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons geheiligd heeft met Zijn geboden en ons het aansteken van het Jom Tov-licht heeft opgedragen".

Als de eerste avond op Sjabbat valt, steekt men de kaarsen vlak voor Sjabbat aan en zegt men:

"… lehadliek neer sjel Sjabbat we Jom Tov" het aansteken van het Sjabbat – en Jom Tov licht … heeft opgedragen".

De Jom Tov kaarsen worden in de soeka aangestoken. Maar als de soeka erg klein is, als het er tocht of als er brandgevaar is, worden de kaarsen binnenshuis aangestoken, zeker voor Siabbat wanneer het verplaatsen van de kaarsen verboden is.

Met nacht maakt men kiddoesj van Jom Tov over een beker wijn (op Sjabbat: kiddoesj van Sjabbat en Jom Tov). De kiddoesjbeker moet minstens de maat hebben van een rewie’iet (1 50 mi volgens de Chazon lesj en 86 mi volgens Rabenoe Na’ee). Een ezelsbruggetje hiervoor is: de getallenwaarde van de letters van het woord kos (beker) is 86 en van kos hagoen (geschikte beker) is 150. Na de kiddoesj worden de volgende b’rachot gezegd:

"baroech ata Hasjeem elokenoe melech ha’olam asjer kiddesjanoe be
mitswotav
wetsiewanoe leesjew basoeka"

"Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons geheiligd heeft met zijn geboden en ons heeft opgedragen in de soeka te wonen"en "baroech ata Hasjeem elokenoe melech ha’olam sjehechejanoe wekieje’manoe wehigie’anoe laz’man haze".

"Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons het leven heeft geschonken, ons in leven heeft gehouden en ons dit tijdstip heeft laten beleven".

De b’racha sjehechejanoe is van toepassing op drie zaken:

  1. de Jom Tov;
  2. het bouwen van de soeka;
  3. de mitswa van het zitten in de soeka.

Degene die kiddoesj uitspreekt, drinkt zelf het grootste deel van de wijn en geeft een beetje wijn aan de anderen die aan tafel zitten. Dan wast men de handen voor de maaltijd. Als de kraan ver van de soeka is, moet er water naar de soeka gebracht worden voor het kiddoesj maken om direct na kiddoesj de handen te kunnen wassen en zodoende geen range onderbreking te maken tussen de kiddoesj en de maaltijd.

Na het handen wassen zegt men de b’racha "…hamotsie". Men zegt de b’racha over "lechem misjne" (twee hele broden) voor zichzelf en voor alle anderen die aan tafel zitten en geen eigen "lechem misjne" hebben. ledereen moet minstens een "kezajiet" (als een oiijf, ongeveer 30 gram) binnen vier minuten eten, volgens sommigen "kebeetsa" (als een ei, ongeveer 60 gram).

Het eten van brood in de soeka op de eerste avond van Soekot is een mitswa van de Toral zoals het eten van matsa op de eerste avond van Pesach. Daarom moet er, als het regent op de eerste avond van Soekot, toch kiddoesj gemaakt worden en de minimale maat brood worden gegeten in de soeka. De b’racha van "leesjeew basoeka" wordt dan echter niet gezegd.

Na het maken van "hamotsie" wordt een Jom Tov maaltijd gegeten bestaande uit vlees, vis, wijn en andere smakelijke gerechten. Na de maaltijd zegt men "birkat hamazon" (bensjen) en wordt "ja’a16 wejawo" ingevoegd. Op Sjabbat zegt men daarvoor ook "retsee".

Buiten Erets Jisra’eel geldt a] het bovengenoemde ook voor de tweede dag Soekot.

De halachot van Jom Tov zullen worden beschreven in onze uitgave over Sjawoe’ot.

Veel mensen gaan voor Jom Tov naar Jeroesjalajiem ter herinnering aan de mitswa om naar Jeroesjalajiem te gaan in de tijd van het Beet Hamikdasj: "Drie maal per jaar moeten al je mannen voor G’d, jouw G’d, op de plaats die Hij zal uitkiezen, verschijnen" (Dewariem 16,16). Maar tegenwoordig is het absoluut verboden om de Tempelberg, Har Habajiet, te betreden. De straf voor het betreden van de plaats waar het Beet Hamikdasj stond, is kareet zoals voor het eten van chameets op Pesach en het niet vasten op Jom Kippoer.

 

SOEKOT – TIJD VAN VREUGDE

"Verheugen jullie je zeven dagen voor G’d, jullie G’d" (Wajikra 23,40).

"Wees blij op je feest, jij, je zoon en je dochter, je slaaf en je slavin, de Lewiet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, die binnen je poorten wonen. Zeven dagen moet je feest vieren ter ere van G’d, jouw G’d, op de plaats die G’d zal uitkiezen. Omdat G’d, jouw G’d, je zal zegenen bij al je opbrengsten en bij al het werk dat je onderneemt, kun je volkomen blij zijn" (Dewariem 16,14:15).

De Tora noemt dus drie maal de mitswa blij te zijn op Soekot. Hoewel het op elk feest een mitswa is blij te zijn, was Soekot in het bijzonder een tijd van vreugde in de Tempel, zoals er staat geschreven: "Verheugen jullie je zeven dagen voor G’d, jullie G’d".

Hoe werd dit gedaan? Voor de eerste dag Jom Tov werden een afdeling in de Tempel ingericht, voor de vrouwen boven en voor de mannen beneden. Het feest ving aan na afloop van de eerste dag Jom Tov. Op elke dag van Chol Hamo’eed begon het feest nadat het offer (tamied) van de namiddag gebracht was. Het feest ging de gehele nacht door.

Hoe vierde men feest? Er werd muziek gemaakt met fluit, lier, harp en bekkens en daarbij werd gezongen. Zo werd er gedanst, geklapt en gesprongen, ieder naar zijn kunnen. Er werden liederen en lofzangen ten gehore gebracht. De wetten van Sjabbat en Jom Tov mochten echter niet overtreden worden t.b.v. deze festiviteiten. Het was een mitswa uitbundig feest te vieren. Het waren uitsluitend de talmiedee Chachamiem, rasjee jesjiewot, de hoofden van het Sanhedrien, de vromen, de ouderen en de tsadiekiem die gedurende hetSoekotfeest dansten, speelden en zongen. De rest van het volk, mannen en vrouwen, kwam kijken en luisteren.

Het zich verheugen in het doen van de mitswot en het liefhebben van G’d, is een heel hoog niveau van het dienen van G’d. ledereen die zich deze vreugde onthoudt, verdient het om gestraft te worden, zoals er staat geschreven: "Omdat jij G’d, jouw G’d, niet blij en weigemoed diende" (Dewariem 28, 47). ledereen die in een dergelijke situatie trots en verwaand is, is in overtreding. Sj’lomo Hamelech waarschuwde ons al: "Wees niet verwaand voor de Koning" (misilee 25, 6). Er bestaat geen grotere eer dan blij te zijn voor G’d, zoals er staat geschreven: "Koning David danste en sprong voor G’d" (Simoe’eel 11 6,16) (Rambam, Hilchot Loelav 8, 12:15).

Geef een reactie