SOEKOT

REDENEN VOOR DE MITSWA VAN SOEKA

“Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen: alle ingezetenen in Jisra’eel moeten in hutten wonen, opdat jullie toekomstige geslachten het zullen weten, dat IK de Kinderen van Jisra’eel in hutten (soekot)heb laten wonen, toen IK hen uit het land Egypte heb gevoerd, IK, de Eeuwige jullie G’D.” (Leviticus 23, 42:43)

“Dat IK de kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen.” Rabbi Eliëzer zegt: “Met Soekot worden de zeven G’ddelijke wolken bedoeld die de B’nee Jisra’eel in de woestijn omringden.” (Talmoedtraktaat soeka 11b).

Zes wolken omringden de B’nee Jisra’eel en de zevende ging voor hen uit. De wolken waren een openbaring van G’D en een manifestatie van Zijn voorzienigheid, zoals er staat geschreven: “Dat U, Eeuwige, te midden van dit volk vertoeft en ook dat U, Eeuwige, hen op de meest duidelijke wijze verschenen bent en dat Uw wolk boven hen staat en dat U in een wolkzuil overdag voor hen uitgaat en in een vuurzuil ’s nachts.” (Numeri. 14,14) Als herinnering aan de zeven G’ddelijke wolken vieren wij Soekot gedurende zeven dagen in de zevende maand (gerekend vanaf Niesan, toen de uittocht uit Egypte plaatsvond).

“Dat IK de Kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen.” Rabbi Akiwa zegt: “Dit waren echte hutjes die de B’nee Jisra’eel in de woestijn hadden gemaakt.” (Traktaat soeka 11b)

De soeka is een herinnering voor alle toekomstige generaties aan de wonderen die in de woestijn zijn gebeurt. Veertig jaar lang zwierf een volk, mannen, vrouwen en kinderen, in een dorre en verlaten woestijn waarin mensen gewoonlijk niet kunnen overleven. Het Joodse Volk overleefde dankzij wonderen die voortdurend plaatsvonden, zoals het manna, de kwartels, de waterbron en de kleding die nooit versleet. Ter bescherming tegen de koude winter bouwden ze soekot. (Kad Ha’Kemach)

Toen de B’nee Jisra’eel de steden van de Emorieten en van het land Kena’an belegerden, woonden zij ook in soekot, zoals gebruikelijk bij de belegering van een stad. Zie bijvoorbeeld Samuel II. 11,11: “De Arke, Jisra’eel en Jehoeda woonden in soekot.” Ter herinnering is het ons geboden in soekot te wonen, zodat de latere generaties zullen weten dat wij niet onafgebroken vanaf de tijd van onze voorvaderen, Awraham, Jitschak, Ja’akov in Erets Jisra’eel gewoond hebben. Maar G’D heeft ons uit Egypte gevoerd en ons Erets Jisra’eel gegeven. (Rokeach)

GOED JOM TOV

Geef een reactie