SJEMIENIE ATSERET – SIMCHAT THORA

DEZE NIEUWSBRIEF IS DE TWEEDE VAN EEN REEKS VAN 2 X 15 PAGINA’S. ONZE SUGGESTIE IS DEZE UIT TE PRINTEN EN SAMEN TE VOEGEN ALS EEN KLEIN STUDIE BOEKJE EN EVENTUEEL AAN TE VULLEN MET VORIGE EN NIEUW MATERIAAL UIT ONZE NIEUWBRIEVEN, OMDAT HET ZEER WAARDEVOLLE INFORMATIE BEVAT VOOR HET HELE JAAR.

Het Waterscheppersfeest

“Jullie zullen water scheppen met blijdschap uit de bronnen van hulp” (Jesjajahoe 12,3).

“Wie de Simchat Beet Hasjo’eewa niet heeft beleefd, heeft in zijn leven nooit echte vreugde gezien” (Tractaat Soeka 51 a).

Het gieten van water op het altaar

In het Beet Hamikdasj werd op alle zeven dagen van het feest water gegoten op het altaar. Dit is een wet die gegeven is aan Mosjee op de berg Sinai. Het water werd gegoten samen met de wijn van het tamied-offer van de ochtend.

Hoe gebeurde dit?

Een gouden flacon met een inhoud van 3 log (ruim 1 liter) werd gevuld met water van de Sjieloach (een bron viakbij de Tempelberg).

Bij de waterpoort gekomen (een van de poorten van het voorhof van de tempel), blies men op de sjofar “tekie’a-teroe’a-tekie’a”. De drager van de flacon liep naar boven over de loopplank van het altaar, draaide zich naar links en goot het water in een schaal die zich daar bevond. Er stonden twee zilveren schalen, de schaal aan de westelijke kant bevatte water, de andere aan de oosteiijke kant bevatte wijn voor de offers. ledere schaal had een afsluiting met een kleine opening erin, de waterschaal had een kleinere opening dan de wijnschaal, zodat het water en de wijn geiijktijdig op zouden zijn. Hij goot vanuit de zuidwestelijke hoek van do bovenste helft van het altaar waarna do vloeistoffen naar de onderkant van het altaar stroomden (Rambam, Hilchot Temiediem en Moesafiem 10, 6:7).

Na afloop van de eerste dag Soekot gingen de Kohaniem en de Lewie’iem naar beneden, naar de ezrat nasjiem, om voorbereidingen voor de Simchat Beet Hasjo’eewa to treffen. Er bevonden zich daar vier gouden kandelaars met daarop gouden schalen. Vier jonge Kohaniem beklommen elk een ladder die voor iedere kandelaar stond. Ze hielden kruiken met olie vast van elk 120 log die ze in elke schaal leeggoten.

De versleten broeken en riemen van de Kohaniem werden tot fakkels gemaakt waarmee aangestoken word. Elk voorhof in Jeroesjalajiem word verlicht door het licht van do Beet Hasjo’eewa.

Vrome mannen dansten met brandende fakkels in de hand. Ze brachten liederen en lofzangen ten gehore. Do Lewie’iem stonden met lieren, harpen, bekkens, trompetten on talloze muziekinstrumenten op de vijftien treden die de ezrat Jisra’eel met de ezrat nasjiem (overeenkomstig do vijftien Sjieree Hama’alot in Tehilliem) verbonden en zongen liederen. Twee Kohaniem met trompetten in hun hand stonden bij de grote poort tussen de ezrat Jisra’eel en de ezrat nasjiem. Na aankondiging van de tempelomroeper bliezen ze “tekie’a-teroe’a-tekie’a”. Bij het bereiken van de tiende trede en de ezrat nasjiem bliezen ze telkens “tekie’a-teroe’a-tekie’a”. Ze bleven blazen tot ze de poort bereikten die uitkwam bij het oosten. Daar draaiden zij zich om naar het westen en zeiden:

“Onze voorvaders die hier waren, hadden hun rug naar het heiligdom gekeerd en bogen naar het oosten, naar de zon. Maar onze ogen zijn gericht naar G’d” (Tractaat Soeka 5, 2:4).

Er wordt verteld dat wanneer Rabbi Sjimon ben Gamliel Simchat Beet Hasjo’eewa vierde, hij met acht fakkels jongleerde die elkaar niet raakten. Wanneer hij op de grond ging liggen, drukte hij zijn duimen op do grond, kuste do vloer en stond weer rechtop, zonder dat een ander deel van zijn lichaam (behalve duimen en voeten) de grond raakte. Niemand anders was in staat dit te doen. Dit wordt kida genoemd (Tractaat Soeka 53a).

Beet Hasjo’eewa (letteriijk: het huis van het scheppen) is de naam van de plaats waar het waterscheppen word gevierd (Rarnbam).

Waarom is dit feest genoemd naar het waterscheppen en niet naar het gieten, de eigenlijke mitswa? De reden is dat er Roeach Hakodesj “geschept” wordt van het feest, want de sjechiena rust daar waar vreugde is, zoals er staat geschreven: “Toen de muzikant speelde, rustte de hand van G’d op hem” (Melachiem 11 3,15).

De profeet Jona ben Amietai was een van de pelgrims die voor de feesten naar Jeroesjalajiem kwam. Er wordt verteld dat als hij naar binnen ging bij de Simchat Beet Hasjo’eewa, de Roeach Hakodesj op hem rustte. Dit toont aan dat Roeach Hakodesj alleen rust in een blij hart.

Liederen die gezongen werden bij de Simchat Beet Hasjo’eewa.

De vromen en rechtvaardigen zongen: “Gelukkig is onze jeugd, die onze ouderdom niet beschaamd maakt”.

Degenen die tesjoewa hadden gedaan, zongen:

“Gelukkig is onze ouderdom, die verzoening bracht voor onze jeugd”.

Beide groepen zongen:

“Gelukkig is degene die niet zondigt, laat de zondaar spijt hebben en hij zal vergiffenis krijgen”.

Er wordt gezegd dat wanneer Hiliel Hazakeen (do Oude) Simchat Beet Hasjo’eewa vierde, hij het volgende zei:

“Als lk (G’d) hier ben, is iedereen hier. Als lk niet hier ben, wie is dan hier? Mijn voeten leiden mij naar de plaats waar ik van houd. Als jij naar Mijn huis komt, zal lk (G’d) naar jouw huis komen, zoals er staat geschreven.: “Overal waar Mijn naam genoemd zal worden, zal lk komen en jou zegenen” (Sjemot 20, 21).

Nadat de Lewie’iem het zingen beeindigd hadden, gingen ze vol blijdschap on vreugde naar huis. Bij het afscheid zeiden ze tegen elkaar:

G’d zal je zegenen vanuit Tsion en je zult het goede van Jeroesjalajiem alle dagen van je leven zien. Je zult de kinderen van jouw kinderen en vrede over lsrael zien” (Tehilliem 128, 5:6) (Tractaat Soeka).

Jehosjoe’a ben Chananja zei: “Toen we de Simchat Beet Hasjo’eewa vierden, hebben we niet geslapen” (Ze rustten uit, leunend op elkaars schouders).

Hoe ging dat? Op het eerste uur van de dag brachten ze het tamied-offer, dan gingen ze sjachariet dawwenen, werd het moesaf-offer gebracht, ging men moesaf dawwenen en gingen ze naar het Beet Hamidrasj (om Tora te leren). Vervolgens gingen ze eten en drinken, brachten ze het middag-tamied-offer en gingen ze mincha dawwenen. Daarna gingen ze naar de Simchat Beet Hasjo’eewa (Tractaat Soeka).

Tegenwoordig verzamelen de mensen zich op de avonden van Soekot, in de sjoels ter herinnering aan het Beet Hamikdasi, om G’d’s lof te bezingen en om de vijftien Sjieree Hama’alot te zeggen (Tehiliem 120:134). Velen brengen muziekinstrumenten mee. Door dit te vieren wordt het gebod van de Tora vervuld: “wees blij op jullie feest“.

CHOL HAMO’EED
(TUSSENDAGEN)

Dit zijn de vastgestelde feesttijden van G’d, die jullie zullen af kondigen tot bijzondere wijding (Wajikra 23, 37)

Deze pasoek gaat over Chol Hamo’eed en leert ons dat werken op CholHamo’eed verboden is (Tractaat Chagiga 18).

De periode tussen de eerste en de laatste Jom Tov dagen wordt Chol Hamo’eed genoemd. Bepaalde Soorten werk zijn toegestaan op Chol Hamo’eed, zoals op gewone werkdagen. Maar opdat de Chol Hamo’eed dagen niet worden als gewone werkdagen, hebben onze wijzen andere soorten werk verboden.

Zes soorten werk zijn toegestaan op Chol Hamo’eed.

A. Het berelden van eten voor Chol Hamo’eed en Jom Tov.B. Werk dat een verlies voorkomt.C. Niet-professionele arbeid.D. Het behartigen van gemeenschapsbelangen.

E. Werk dat gedaan wordt door een loonarbeider die geld nodig heeft om eten te kopen.

F. Werk dat nodig is voor een mitswa.

EERBIED VOOR CHOL HAMO’EED1. Op Chol Hamo’eed moet voor een feestelijke stemming gezord worden.2. Chol Hamo’eed wordt gevierd met lekkere maaltijden en het dragen van Jom Tov kleding. Op die manier wordt Chol Hamo’eed niet behandeld als gewone weekdagen. Het is een mitswa om een keer’s avonds en een keer gedurende de dag een maaltijd met brood te eten. Tevens is het een mitswa om wijn te drinken en vlees te eten.3. Het is gebruikelijk om de tafel met een tafelkleed te bedekken, net als op Jom Tov.

4. Men wenst elkaar “gut mo’eed” of “mo’adiem le simcha” (dat de feesten vreugdevol zullen zijn).

5. In lsrael en in sommige gemeenten buiten lsrael wordt er geen tefillien op Chol Hamo’eed gelegd.

“Met het geven van de feesten was het G’ds bedoeling, dat wij ons aan Hem hechten met liefde en vrees en dat wij uit Zijn volmaakte Tora leren” (Kol Bo).

HOSJA’NA RABBA

De zevende dag van Soekot wordt Hosja’na Rabba genoemd (vele hosja’na’s) vanwege de gebeden waarin het woord hosja’na (verlos ons) steeds weer terugkomt

Sommigen dragen witte kieding en steken extra kaarsen aan net als op Jom Kippoer.

Sommigen blijven de gehele nacht op om Tora te leren, de “Tikoen voor de nacht van Hosja’na Rabba” te zeggen, heel Dewariem te laajenen en Tehilliem te lezen. Sommigen voegen in sjachariet extra tehilliem toe in de p’soeke dezimra net als op Sjabbat en Jom Tov.

Na Halleel worden de banden die de loelav bij eikaar houden verwijderd, echter niet de banden die de drie soorten bij eikaar houden.

Er worden zeven (of alle aanwezige) Tora-rollen uit h et aron-hakodesj gehaald en naar de biema gebracht. De aanwezigen gaan zeven keer rond de biema met de loelawiem in hun hand. Sommigen gaan ook rond met de arawot (hosja’not). Er wordt geen werk gedaan tot na de dienst.

DE MITSWA VAN ARAWA

Hoe werd de mitswa van arawa vervuld? Er was een plaats ten zuiden van Jeroesjalajiem, die Motsa werd genoemd. Daar placht men heen te gaan om arawa-takken te verzamelen. Daarna keerde men terug en plaatste de takken tegen de zijkanten van het altaar, met de toppen boven het altaar. Er werd op de sjofar “tekie’a-teroe’a-tekie’a” geblazez

Iedere dag werd eenmaal rond het altaar gegaan, terwijl er gezegd werd: “Ana Hasjeem hosjie’a na, ana Hasjeem hatsliecha na” (Aistublieft G’d, breng toch redding, alstublieft G’d, breng toch succes). Rabbi Jehoeda zei: “Anie va’ho hosjie’a na”. En op die dag (Hosja’na Rabba) liep men zeven keer rond het altaar” (Tractaat Soeka 4, 5).

Deze mitswa (het nemen van de arawa op alle zeven dagen), die in het Beet Hamikdasj gedaan werd, is een wet die gegeven is aan Mosjee op de berg Sinai. Ter herinnering hieraan is door de profeten het gebruik ingesteld om op de zevende dag met arawot op de grond te slaan.

Alle vereisten ten aanzien van de arawa die gebruikt wordt om op de grond te slaan, zijn geiijk aan de vereisten voor de arawot van de vier soorten.

De mitswa van het slaan op de grond wordt reeds met een arawa vervuld; het is echter gebruikelijk om vijf arawot te nemen.

Het is gebruikelijk om de vijf arawot samen te binden. Bij de piejoet “Ta’anb Ernoeniem” legt men de etrog en de loelav neer en pakt men de vijf arawot vast. Vervolgens wordt het gebed over het water gezegd. Dan slaat men vijf maal met de arawot op de grond, zo hard dat er een aantal blaadjes afvalt.

Nadat ermee op de grond is geslagen, mogen de arawot niet op een plaats gelegd worden waar ze oneerbiedig behandeld zullen worden, bijvoorbeeld waar er op getrapt kan worden.

* G’d zei tegen Awraham: “Als jouw kinderen geen verzoening zullen krijgen op Rosj Hasjana, zullen zij verzoening krijgen op Jom Kippoer, en indien niet, dan op Hosja’na Rabba” (Midrasj Chazal).

Anie va’ho hosjie’a na

Hosjie’a na betekent “Alstublieft red ons”. Maar wat betekent “Anie va’ho”?

Anie is het hebreeuwse woord voor “ik”; va’ho wordt meestal geinterpreteerd als “en hij”, hoewel de bekende vorm “va’hoe” is.

lk (Jisra’eel) en Hij (G’d) hebben dezelfde problemen, zoals er staat geschreven: “lk ben met hem in ellende” (Tehilliem 91, 15) (De Ge’oniem).

“En ik ben in ballingschap” (jechezkel 1, 1) slaat op Jisra’eel. “En Hij is gebonden aan ketenen” (Jirmiejahoe 40, 1) slaat op G’d. Daarom vragen we:“Alstublieft redt de Sjechiena en Jisra’eel” (Tosafot).

Achtergronden van de voorschriften en

gebruiken van Hosja’na Rabbah

De mitswa van arawot op de zevende dag

Omdat wij op Soekot berecht worden betreffende de hoeveelheid water, zeggen we aan het eind van het feest extra gebeden voor water. De arawa (beekwilg) groeit bij het water; zonder water verdort hij en gaat dood. Daarom nemen wij arawot op de zevende dag om te laten zien dat wij net als de arawot niet zonder water kunnen ]even (Rokeach).

Het slaan op de grond met de arawot

Het slaan is een teken van vreugde, zo veroorzaken alle daden op Soekot vreugde of brengen vreugde tot uitdrukking (Lewoesj). Volgens de Midrasj symboliseren de arawot de slechte mensen. Opdat de slechten niet verloren zullen gaan, zei G’d: “Laat iedereen zich verenigen in een groep en de rechtvaardigen zullen verzoening brengen voor de slechten. Maar degenen die zich afzonderen en hun eigen groep vormen, die zullen verloren gaan” (Maharsja).

Het schudden van de vier soorten

Beweeg hen in vier richtingen naar de Bezitter van de vier windrichtingen; beweeg hen omhoog en omlaag naar de Bezitter van hemel en aarde (Traclaat Soeka).

“lk zal rond Uw altaar gaan, G’d, om U dank te brengen en om al Uw wonderen te vertellen” (Tehilliem 26,6:7).

De hakafot

In het Beet Hamikdasj was het gebruikelijk om iedere dag eenmaal rond het altaar te gaan met de loelav in de hand en zeven maal op de zevende dag (Hosia’na Rabba).

– als teken van vreugde;

als toespeling op de zeven hemelen (sjamajiem, sjemee sjamajiem, rakia’, sjechakiem, zewoel, maon, arawot); – als herinnering aan het in bezit nemen van Erets Jisra’eel, dat begon met de verovering van Jericho. Een keer per dag trokken de B’nee Jisra’eel gedurende zes dagen met de Heilige Arke om de stad. Op de zevende dag trokken zij zeven keer om de stad (Jehosjoe’a 6).

De soeka is een herinnering aan de wonderen die verricht zijn in de woestijn; de hakafot zijn een herinnering aan de wonderen bij het betreden van Erets Jisra’eel (Kol Bo).

Tegenwoordig ]open wij rond de biema waarop een Tora-rol neergelegd is (of waar iemand staat met een Tora-rol in de armen) ter herinnering aan de Beet Hamikdasj.

De biema, waar de sjelieach tsiboer staat wanneer hij voordawwent, is immers in plaats van het altaar en onze gebeden zijn in plaats van de offers.

De Tora-rol brengt verzoening voor onze zonden, zoals een offer dat zou doen, want G’d beloofde Awraham dat, wanneer het Beet Hamikdasj niet meer zou bestaan, Hij het lezen over de offers zou beschouwen alsof wij ze feitelijk geofferd hebben. Op die manier zouden dan onze zonden vergeven worden (Tractaat Megilia).

“Allerlei volken omsingelden mij; bij de naam van G’d, dat ik ze neersloeg” (Tehilliem 11 8, 1 0).

De achtergrond van de hakafot is dat G’d ons zal beschermen tegen de vijanden rondom ons, zoals er staat: “Een engelenschaar van G’d legert zich rondom hen die ontzag voor Hem hebben en redt hen” (Tehilliem 34, 8).

DE MEGILLA KOHELET

Het is de minhag ( gewoonte ) om Kohelet (Prediker) te lezen op Sjabbat Chol Hamo’eed Soekot. Kohelet wordt op Soekot gelezen omdat de volgende pasoek erin staat:

“Geef een deel aan zeven”

dit duidt de zeven dagen Soekot aan “en aan acht” dit duidt Sjemienie Atseret aan “want men weet niet wat voor slechts er op aarde zal zijn”(Kohelet 11, 2).

Men weet niet wat er beslist zal worden op Soekot wat betreft de regen.

Maar de offers van het feest zullen helpen om de slechte besluiten teniet te doen (Tractaat Eroewien, Rasjie).

* In Kohelet worden wij gewaarschuwd dat het vieren van Soekot -z’man simchateenoe, de tijd van onze biijdschap, terwille van de mitswa moet zijn:

lk prijs de vreugde” (Kohelet 8,15).
Dit heeft betrekking op de vreugde van een mitswa.

-“Over vrolijkheid zei ik: Wat bereik je ermee?” (Kohelet 2,2).
Dit heeft betrekking op vrolijkheid die niet veroorzaakt is door een mitswa (Traclaat Siabbat 30).

Want de Sjechiena rust niet temidden van droefheid, maar alleen daar waar vreugde heerst ten gevolge van een mitswa.

* “De woorden van Kohelet, zoon van’David, koning van Jeroesjalajiem” (Kohelet 1, 1).

Waarom wordt Sj’lomo Hamelech Kohelet genoemd? Omdat hij deze woorden sprak nadat hij het volk had verzameld (hikhiel), zoals er staat geschreven: “Toen verzamelde Sj’lomo het volk” (melachiem 1 8, 1; Diwree Hajamiem 5, 2). De mitswa van hakheel, het verzamelen van het volk vond plaats “na afloop van een zevenjaren cyclus op de vastgestelde tijd van het sj’mieta-jaar op (de tweede dag) Soekot” (Dewariem 31, 1 0).

Sommigen hebben de gewoonte om Kohelet te lezen van een perkamenten rol, geschreven zoals een Tora-rol en vooraf de b’rachot “al mikra megilia” en “sjehechejanoe” te zeggen. De voorlezer leest hardop en de gemeente luistert of leest zacht mee. Buiten lsrael wordt de megilia in de meeste gemeenten zonder b’rachot gelezen. In sommige plaatsen is het gebruikeiijk dat iedereen Kohelet voor zichzelf leest (zonder b’racha).

Als de eerste dag Soekot op Sjabbat valt, wordt Kohelet op de volgende Sjabbat, Sjemienie Atseret, gelezen.

DE SOEKA EN ERETS JISRA’EEL

“Zijn soeka is in Sjaleem (Jeroesjalajiem) en Zijn woonplaats in Tsion” (Tehilliem 76,3).

Het verbiijven in een soeka en het wonen in lsrael zijn twee mitswot die met het gehele lichaam gedaan worden. Men is als het ware aan alle kanten door de mitswa omgeven (Gaon van Wiina).

* De mitswa van soeka demonstreert G’d’s glorie en de hasjgacha pratiet die Hij ons in het verieden getoond heeft:

“U, G’d, bent voor, hen verschenen op de meest duldeiijke wijze en Uw wolk staat . boven hen en U gaat in een wolkzuil overdag voor hen uit en in een vuurzuil ’s nachts” (Bemidbar 14, 14).

* De mitswa van het wonen in Erets Jisra’eel toont G’d’s glorie en Zijn hasjgacha pratiet in de toekomst. “Want met eigen ogen zien zij het dat G’d naar Tsion terugkeert G’d zal voor juille uitgaan…” (Jesjaiahoe 52, 8:12).

SJEMIENIE ATSERET EN SIMCHAT TORA

“Op de achtste dag moet het een feesteiijke slotbijeenkomstvoor julliezijn, geen enkele arbeid mogen jullie doen”(Bemidbar29,35).

Sjemienie Atseret is een op zichzelf staand feest dat direct op Soekot volgt.

Sjemienie (achtste):
– omdat het op de achtste dag vanaf het begin van Soekot valt.

Atseret:
– omdat wij verhinderd zijn (atsar) werk te verrichten
omdat G’d ons graag nog een dag langer vast wil houden (atsar),
– zoals een koning die zijn kinderen uitnodigt om zeven dagen bij hem te eten. Als het moment van afscheid aanbreekt, vraagt hij hen: “Blijven jullie aisjeblieft nog een dag. Het is zo moeliijk voor mij om van jullie afscheid te nemen” (Midrasj Rabba).

Voorschriften voor Sjemienie Atseret

1. Bij het aansteken van de kaarsen en de kiddoesj op de avond van het feest zegt men ook de b’racha “Sjehechejanoe”.

2. In EretsJisra’eel wordt op SjemienieAtseret niet in de soeka gegeten. Buiten lsrael varieren de plaatselijke gewoonten.Degenen die op Sjemienie Atseret wel in de soeka eten, zeggen niet de b’racha “lees-jeew basoeka” en slapen niet in de soeka.

3. In het moesafgebed op Sjemienie Atseret zeggen we tefillat Hagesjem, het gebed voor regen en we beginnen in de sjemone esree “masjiew haroe’ach oe’moried hagasjem” (Die de wind laat waaien en de regen laat neerkomen) toe te voegen.

4. Op Sjemienie Atseret (in Erets Jisrael op de laatste dag van Soekot) is het de gewoonte om tegen de avond in de soeka nog iets te eten. Daarna kust men de muren en neemt afscheid van de soeka met de woorden: “Moge het Uw wil zijn dat, zoals ik de verdienste heb gehad in deze soeka te zitten, ik ook de verdienste zal hebben om te zitten in de soeka die gemaakt is van de huid van de Liviatan

De chachamiem hebben gezegd: Op Soekot worden wij berecht betreffende de hoeveelheid water.

Waarom beginnen wij dan pas op Sjemienie Atseret voor regen te dawwenen en niet op de eerste dag Soekot?

Het antwoord luidt dat regen op Soekot geen zegen is, want door regen kunnen wij niet in de soeka zitten (de mitswa van soeka vervalt als het regent). Als het op Soekot regent, is het te vergelijken met een bediende die de wijn van zijn baas wil aanlengen waarna deze het water in het gezicht van de bediende gooit (Tractaat Soeka).

SIMCHAT TORA

Simchat Tora wordt zo genoemd vanwege onze grote vreugde (simcha) over het beeindigen van de jaarlijkse cyclus van het lezen van de Tora en over het opnieuw beginnen van die cyclus op die dag.

In Erets Jisra’eel wordt Simchat Tora op Sjemienie Atseret gevierd. Buiten Erets Jisra’eel duurt Sjemienie Atseret, zoals alle jamiem to-wiem, twee dagen. Simchat Tora valt dan op de tweede dag.

De vreugde van G’d en het Joodse volk

Een koning maakte eens een feest. Alle dagen van het feest was zijn zoon druk bezig met het ontvangen van de gasten. Nadat de zeven dagen ten einde waren, zei de koning tegen zijn zoon

“Laten wij -jij en ik- nu eens een dag samen feest vieren. lk zal het je niet erg lastig maken. Je hoeft alleen een kip en een pond vlees te verzorgen. Zo ook is het joodse volk op Soekot druk bezig met het zorgen voor de offers van de volkeren van de wereld, want de zeventig ossen die het joodse volk op Soekot brengt, worden geofferd voor de zeventig volkeren van de wereld. Als de zeven dagen van Soekot voorbij zijn, zegt G’d tegen het Joodse volk: “Nu zullen alleen jullie en lk samen feest vieren. lk zal het jullie niet lastig maken, breng alleen een os en een ram”. Zoals er staat geschreven: “Dit is de dag die G’d gemaakt heeft, laat ons hierop verheugd en blij zijn” (Tehilliem 1 1 8, 24).

(Jalkoet Sjim’onie)

Gebruiken van Simchat Tora.

1. Op Simchat Tora wordt de jaarlijkse cyclus van het lezen van de Tora bedindigd en opnieuw begonnen.

2. Na het dawwenen van zowel ma’ariew als sjachariet worden alle Tora-rollen uit de Aron Hakodesj gehaald en wordt er zeven keer mee rond de biema gegaan (hakafot). Alle hakafot worden begeleid met zang en dans.

3. Sommige gemeenten maken tevens hakafot op sjemienie atseret.

4. In sommige sjoels wordt op de avond van Simchat Tora uit de Tora gelaajend.

5. Bij sjachariet wordt de afdeling “Wezot Hab’racha” gelezen en in sommige gemeenten worden alle mannen en jongens, ook kleine kinderen, opgeroepen zodat iedereen een b’racha kan zeggen over de Tora. In dat geval moet deze afdeling meerdere malen geiezen worden.

Een volwassene wordt tegelijk opgeroepen met alle kleine kinderen die nog niet zelf de b’rachot unnen zeggen.

Er wordt een tailiet boven hun hoofd gehouden, en de volwassene zegt samen met de kinderen de b’rachot.

6. Degene die bij het lezen van het laatste deel van de Tora wordt opgeroepen wordt chatan Tora genoemd. De chatan Beresjiet is degene die bij het lezen van het eerste deel van de Tora (Beresjiet) wordt opgeroepen. We lezen van Beresjiet tot en met “waj’choeloe” uit een tweede Sefer Tora.

Wij beginnen direct opnieuw bij Beresjiet, omdat de Tora ons zo dierbaar is. De Tora is niet als een oude wet waar niemand aandacht aan schenkt, maar als iets nieuws waar iedereen snel bij wil zijn (Sifree).

7. Na het laajenen van het eerste gedeelte van Beresjiet wordt het tora-gedeeite over de offers van de dag gelaajend-uit een derde Sefer Tora.

8. Op Simchat Tora is men blij en wordt een feestmaaltijd gemaakt ter ere van het beeindigen van het lezen van de Tora. De chatan Tora en de chatan Beresjiet nodigen de gemeenteleden uit voor een kiddoesj.

9. Gebruiken die ingesteld zijn ter ere van Simchat Tora mogen niet veronachtzaamd worden. Als men geen feest viert op Simchat Tora, betekent dit een belediging van de Tora (Bikoeree Ja’akov).

“En David danste voor G’d met al zijn kracht” (Simoe’eel 11 6,14).

Men mag niet zeggen dat het onwaardig is en oneerbiedig ten opzichte van de Tora om in het openbaar te dansen. Deze fout maakte Michal, de dochter van koning Sja’oel, toen zij koning David hierover terecht wees (Sjmoe’eel 11 6,16 en 20).

(Rabbenoe Hai Gaon)

Het hoogste geesteiijke niveau wordt bereikt als iemand met al zijn kracht bij is met een mitswa (Ariezal).

De Gaon van Wilna danste met al zijn kracht voor de Tora-rollen (Misjna B’roera).

“Wees blij op je feest, jij, jouw zoon en jouw dochter, jouw slaaf en jouw slavin, de Lewiet, de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen ie poorten wonen” (Dewariem 16,14).

G’d heeft gezegd: “Jouw gezin heeft vier leden; je zoon en je
dochter, je slaaf en je slavin. Mijn gezin heeft er ook vier : De Lewiet, de proseliet, de wees en de weduwe”. Als je de leden van Mijn gezin samen met die van jou feest laat vieren, zal het goed zijn. Maar indien niet, dan zal het feest niet doorgaan (P’sikta Chad’ta).

Er staat geschreven:“…… een verzameling zal het zijn voor jullie” (Bemidbar 29,35), terwijl op een andere plaats staat geschreven: “…… een verzameling voor G’d, jullie G’d” (Dewariem 16,8).

Hoe kan dat? Verdeel de dag, een helft om te eten en te drinken en de andere heift voor het Beet Hamidrasj om te leren (Tractaat P’sachiem 68).

“Verheug jullie en wees biij op Simchat Tora” (Uit de gebeden van Simchat Tora)

Het beeindigen van het lezen van de Tora

Waarom wordt de jaarlijkse cyclus van het lezen van de Tora in sjoel op Simchat Tora beeindigd en niet op Sjawoe’ot, de dag waarop de Tora is gegeven?

1. Het einde van de chagiem, de climax van onze vreugde, vindt zodoende plaats op het moment van onze blijdschap voor de Tora.

2. Net zoals we ons op Sjawoe’ot, dat Atseret wordt genoemd, met de Tora verheugen, zo verheugen wij ons ook met de Tora op Simchat Tora, dat tevens Atseret wordt genoemd.

3. Op die manier vindt het lezen van de parasja “Kie Tawo”, dat terechtwijzingen en vloeken bevat, aan het eind van het jaar plaats. Zo worden de woorden vervuld: “Laat het oude jaar met zijn vloeken eindigen en laat een nieuw jaar met zegeningen beginnen”.

Geef een reactie