SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA

PARASHAT WEZOT HABERACHA

Alleen al het feit dat Mozes de hele parasha gebruikt om het Joodse Volk te zegenen, in overeenstemming met hun stam, leert dat het schenken van een zegening een grote mitswa is.

De schriftelijke Thora eindigt met het woord Jisraël en begint met het woord Bereeshiet. We moeten het einde zien als een sterke verbinding met het begin en het begin als een sterke verbinding met het einde.
We uiten dit expliciet op Simcha Thora door het begin van parashat bereeshiet te lezen, direct na beëindiging van de laatste passage van parashat wezot haberacha, als ware het een continuatie.
Onze geleerden zinspelen hier op door te zeggen: bereeshiet bara bereeshiet, m.a.w beshwiel hatora wejisraël shènikre’oe reshiet, waar van uit je kan concluderen dat, Israël het doel van de schepping is. Daarom is het passend dat de Thora begint met het woord bereeshiet en eindigt met het woord jisraël.
De Thora begint met de letter bet, b, welke onze geleerden in de Midrash beschrijven als de symbolische letter voor bracha, zegen. De essentie van elke zegen is uitbreiding en intensivering van de wijd verspreide overvloed die voorzien is door G’D. Het doel van de zegen is, om de continuering van deze overvloedige zegeningen te verzekeren door G’D’s onbegrensdheid.
Ook de Thora is onbegrensd, echter het representeert de essentie van alle zegeningen. Dit begrip is afgeleid van Psalm 29,11: HaShem oz le amo jieteen, HaShem jewareeg et amo bashalom, De Eeuwige geeft Zijn volk kracht, de Eeuwige zegent Zijn volk met welzijn.
In Sefer Ha-Bahir en ook in de Ziyoni wordt de vraag gesteld: “Vanwaar weten wij dat de Thora zelf een zegen is?”
Als antwoord citeren de auteurs Mozes’ zegen in Deuteronomium 33, 23: “Oververzadigd met gunsten en vol van de zegen van de Eeuwige, neem bezit van het westen (de zee) en het zuiden!
We hebben een traditie dat “West”een hyperbool is voor Thora omdat staat geschreven in Job 11,9: “en uitgestrekter dan de west (zee).” Tot zo ver de Ziyoni.
In wezen is een zegen drievoudig, vandaar dat de Thora drievoudig is, m.a.w de Pentateuch, Profetenboeken en de Hagiografen. Het werd aan ons gegeven door een persoon welke het derde kind was in de familie, Mozes. Het was gegeven aan Israël welke bestaat uit Priesters, Levieten en Israëlieten. De zegen omvat alle lagen van de natie. De Thora werd aan Israël gegeven in de derde maand na hun vertrek uit Egypte. Wanneer Mozes refereert aan“De Eeuwige kwam van Sinaï” 33,2, refereert hij aan een gebeurtenis die op de derde dag van de week plaatsvond, bovendien is de numerieke waarde van het woord baa in het vers, drie. Het is nu begrijpelijk dat de Thora begint met de letter bet als een symbool voor “zegen”.

PARASHAT BEREESHIET

De Zohar Parashat Acharé Mot verklaart dat er drie niveaus van existentie bestaan in deze wereld die een hechte verbinding hebben met elkaar, G’D, de Thora en Israël, en dat deze niveaus van existentie zowel verborgene als geopenbaarde aspecten bevatten. Het principe is nauw verbonden met het woord bereeshiet, in het begin, welke sommige geleerden (Rashi op Genesis 1,1 inbegrepen) uitleggen als de raison d’etre van het universum.
Beshwiel hatora wejisraël shènikre’oe reshiet, wegens de Thora en Israël welke Reshiet wordt genoemd, G’D creëerde het universum ziende dat zij er “eerst” waren, en de benaming “eerst” behoort in principe tot niemand anders dan, G’D zelf, die niet een “begin heeft, m.a.w reshiet.”
De betekenis van het woord Reshit is “het begin van de schepping,” dat de primaire gedachte aangaande creëren ook de gedachte inhield van het eindproduct van zo’n schepping, m.a.w Israël en de Thora, welke Israël voorhad om te accepteren.
Dit alles is verwoord door G’D toen Hij zei: na’asè adam. Het woord na’asè, we zullen doen, onderscheidde Israël op dat moment, toen zij de Thora accepteerde zonder eerst de voorwaarde te stellen over de inhoud. (Exodus. 24,7 ) G’D, de Thora en Adam zijn verstrengeld met elkaar.
Kabbalisten die zeer diep zijn betrokken in deze esoterie, beschrijven het in deze woorden: “Thora is de inprent (ròshem) van het G’ddelijke, waar daartegen adam de inprent is van de Thora. De ware openbaring van G’D’s G’ddelijkheid is door Zijn heilige namen, en Thora zelf is een aaneenschakeling van G’D’s heilige namen. De Thora bestaat uit 600.000 letters welke de 600.000 zielen van Israël representeren. De Thora bestaat eveneens uit 248 geboden en 365 verboden; zij representeren en geven respectievelijk expressie aan G’D’s eigenschap van barmhartigheid en aan G’D’s justitiële eigenschap.

CHAK SAMÉACH WE SHABBAT SHALOM

Geef een reactie