SHAWOEOT – WEKENFEEST

Van de drie pelgrimfeesten (eigenlijk vier, als je SheMini Atseret meetelt), was Shawoeot altijd de meest problematische en op het eerste gezicht de minst aantrekkelijke. Het mist de zintuiglijke impact van Soekkot met zijn loelav, etrog en soekka, en het drama van Pesach met de seder en de Haggada. De Kabbalistische Tikkoen invloed heeft zijn pluspunten, maar ook zijn nadelen. Niet iedereen is geïnteresseerd om de hele nacht op te blijven. De vroege galoetziem probeerden het  inhoudelijk landbouw aspect te doen herleven, door bikkoeriem ceremonieën, maar dit vervaagde als agricultuur minder en minder belangrijk werd voor Israël.

De problemen van Shawoeot zijn niet nieuw, zij hebben een lange historie. In de Thora is Shawoet het enige feest zonder historische uitleg. Het verband dat de Farizeeërs maakten tussen Shawoeot en de gebeurtenis aan de Sinaï, gaf Shawoeot een nieuwe importantie gedurende de Tweede Tempel periode.

Echter de dringende vraag is niet waarom Shawoeot geen historie verbinding heeft, maar waarom de Thora niet een heilige dag bestemde voor de vereeuwigende gebeurtenis op de Sinaï.

Het is aannemelijk dat men kan beargumenteren of de Sinaï net zo belangrijk is als de Exodus of niet. De Exodus is het kiem gebeuren van onze geschiedenis, zonder het zou er niets zijn. Wij zijn onze existentie geheel verschuldigd aan de Exodus. Van de andere kant, kan men argumenteren dat de Sinaï zelfs veel belangrijker is. De Exodus leidde naar de Sinaï, het doel van de Exodus was de Sinaï, voorspeld in G’D’s eerste openbaring aan Mozes: "Als je het volk uit Egypte zult hebben gevoerd, zullen jullie G’D op deze berg dienen." (Exodus. 3:12)

Bovendien, de tijdsbepaling van Shawoeot, zeven weken na Pesach,  schijnt op een natuurlijke wijze te passen in de chronologische gebeurtenis van het gebeuren. De manifestatie van G’D op de Sinaï begon, volgens de Thora, "Op de derde nieuwemaan dag na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte"(Exodus.19:1). Het is bijna alsof de Thora de vereeuwiging van die gebeurtenis uit de weg gaat,. Ware het niet dat de vastbeslotenheid van de Farizeeërs om Shawoeot met Zeman Matan Thorateinoe, het tijdstip van het geven van onze Thora, zou er niets op de Joodse Kalender zijn om ons te herinneren aan de Sinaï.

Het antwoord tot dit raadsel ligt in de natuur van het gebeuren op de Sinaï zelf. Vergelijk het voor een moment met de Exodus. De Exodus is een gebeurtenis binnen de historie. Het is iets dat men kan beschrijven en tastbaar is.  In zekere zin kan het zich zelfs herhalen. Denk aan de uitspraak van  Amos, "Heb Ik Israël niet uit het land Egypte gebracht en de Filistijnen van Kaftor en de Syriërs van Kir?"

Aan de andere kant is het gebeuren op de Sinaï een zo mysterieuze ervaring dat zelfs de Thora het niet op een adequate manier kan beschrijven. Het is eerder een subjectief, dan een objectief gebeuren. Het verblijft eerder in het mystieke , dan in het historische domein. Om het te vatten schijnt onmogelijk. Wat gebeurde daar in feite? Wat werd gehoord? De beschrijving van de tekst, in het boek Exodus, is onmogelijk te definiëren. Zij zijn impressies, bijna met opzet inconsequent, omdat zij het onbeschrijfelijke beschrijven, een collectieve mystieke ervaring. Zo laat de Thora het aan ons over om over deze vreemde ontmoeting na te denken, maar absoluut niet om het opnieuw te bepalen. Dit zou een daad  van minachting zijn.

Van de kant van de Farizeeërs gezien, lang levend ná het gebeuren,  een ontwikkelingsperiode van de Thora sinds de openbaring op de Sinaï, en het middelpunt van het  religieus Joods leven, scheen het onmogelijk dat dit belangrijk vereeuwigend  gebeuren niet elk jaar gevierd zou moeten worden. Zij trokken de logische conclusie dat Shavoeot, een feestdag zonder connectie aan een gebeuren, en Sinaï, ook een gebeuren zonder een connectie tot een feestdag, samen moesten passen.

Er zijn drie wijzen waarop wij G’D kunnen en mogen ervaren, historisch, natuurlijk, en in de persoonlijke, mystieke, ontmoeting. Pesach accentueert G’D in de geschiedenis, Soekkot benadrukt G’D in de natuur en Shawoeot, de mystieke ontmoeting. Het kan nauwelijks een toeval zijn dat deze drie vormen ook worden weergegeven in de drie openings paragrafen van de Amida, het achttiende, stille gebed. De eerste paragraaf, Awot (Voorvaderen), is toegewijd aan de ontmoeting met G’D in de historie.

De tweede, Gevoerot (machtige krachten), spreekt over G’D’s rol in de natuur, het ondersteunen van de wereld. De derde, Kedoesha (heiligheid) is een weergave van de persoonlijke, directe,  mystieke ontmoeting. Maar het eindresultaat van de mystieke ontmoeting is praktisch, het ontstaan van een verbond tussen G’D en Israël: "Als jullie goed naar Mijn stem luisteren en Mijn verbond in stand houden, dan zullen jullie van alle volkeren Mij het meest dierbaar bezit zijn, alhoewel Mij de gehele aarde toebehoort. Maar jullie, jullie zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een gewijd volk." (Exodus. 19:5-6)

Deze verhouding is het hart  van het Judaïsme en het is dit wat constant moet worden herbevestigd om betekenisvol te zijn. De herinnering van de Sinaï op Shavoeot is daarom een cruciaal element van de Joodse Godsdienst.

CHAG SAMEACH

Geef een reactie