SHAWOE’OT – WEKENFEEST

MOZES TAAK WAS, DE JOODSE ZIELEN TE VERBINDEN MET HUN ESSENTIE

 

 VERLANGEN EN ESSENTIE

 

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

 

Likoetei Thora

 

Ik ben de Eeuwige, je G’D, die je uit het Land Egypte heeft uitgevoerd, uit het slavenhuis.” (Exodus. 20:2)

Er zijn twee niveaus van verlangen: één dat voorafgaat aan het intellect en er boven uitreikt en een ander dat ondergeschikt is aan het intellect en er een gevolg van is.

Lagere Verlangen

Wanneer iemand gebruik maakt van de drie vermogens van zijn brein om te mediteren over de indrukwekkendheid van de G’ddelijke realiteit, komt hij tot de erkenning van G’D in zijn hart en een verlangen om aan Hem te hechten. Het menselijke doel is om te contempleren over G’D’s grootheid.

Alhoewel er is gezegd dat “geen gedachte Hem kan bevatten”, is dat alleen waar met betrekking tot G’D’s essentie. Iemand kan echter wel G’D’s uitstralende Licht  vatten. Inderdaad is het menselijke doel om te contempleren over G’D’s grootheid, dat Hij een oneindig aantal hemelse en lagere werelden heeft gecreëerd, dat Hij die in stand houdt en elk moment opnieuw uit het niets creëert.

Deze meditatie varieert overeenkomstig de persoon. Maar ieder persoon kan zijn capaciteit gebruiken voor meditatie om zijn verstand te ontwikkelen, zijn hart en ziel te ontbranden, om zijn ziel aan G’D te binden en om zich aan Hem te hechten, alles volgens de diepzinnigheid van zijn intellect, zijn wijsheid en toewijding.

Deze meditatie leidt naar een verlangen om datgene te doen wat je dichter bij G’D brengt en te mijden dat wat het tegenovergestelde bereikt. Dit niveau van verlangen is ondergeschikt aan het intellect, betekenend dat het vanuit de meditatie van het brein voortkomt en zal variëren in intensiteit naar de mate van meditatie.

Hogere Verlangen

Er is echter een hoger niveau van verlangen, één dat geheel uitstijgt boven het type dat is geboren uit het intellect. Dit verlangen stamt uit een staat van niet zijn, met andere woorden, zijn waarneming, zijn perceptie (en dat van alle creaturen), maar vanuit het gezicht van de G’ddelijke Essentie en Zijn Oneindigheid en Verhevenheid. Hier kunnen we zeggen dat geen gedachte op geen enkele wijze Hem kan bevatten. Hij is boven de categorie van het absolute weten. De termen G’ddelijke immanentie en G’ddelijke transcendentie (in het Hebreeuws, “memalei” en “sovev”) zijn alleen van betekenis in de context van G’ddelijke radiatie. Maar Hij Zelf is boven deze categorieën. De ziel is dus in beweging gebracht om te ontsnappen aan zijn omhulsel met een verlangen en hunkering om zichzelf te vleien aan de boezem van haar Vader, de G’ddelijke Essentie voor Wie alles niets is.

De Ziels Essentie

De mens is gecreëerd naar het beeld van G’D. De essentie van de ziel, die stamt van G’D’s essentie, daalt niet volledig neer in het lichaam en dierlijke ziel. Alleen een klein gedeelte bereikt en dringt binnen het bewustzijn van het intellect en emoties. De zielskern is ver boven de categorie van het menselijke intellect. Het blijft verenigd met zijn Bron de Levende G’D in een eeuwig verbond. Het heeft maar één verlangen en dat is tot haar Vader in de Hemel alleen, voor altijd, onveranderlijk, in een staat van onbaatzuchtigheid en nullificatie tot Hem.

De ziel ervaart alleen veranderingen in de lagere aspecten van de ziel, die in het menselijk bewustzijn. Maar de zielsessentie hangt boven, “omgeeft”, en overstijgt de persoon (zoals de G’ddelijke essentie in relatie tot de wereld).

Op Shavoe’ot, door het geven van de Thora, werd dit niveau van de ziel gereveleerd op een zeer krachtige wijze, binnen het menselijke bewustzijn, met andere woorden, dat alle zielen die stonden aan de Sinai na elke uiting van één van de Uitspraken door G’D wegvlogen als het ware, betekenend dat zij werden uitgetild boven de schaal van het in intellect en werden omwikkeld en omgeven met het G’ddelijke.

Het bovenstaande begrip wordt weergegeven in de eerste uitspraak aan de Sinai, “Ik ben Havayah je G’D die je uit het land Egypte (in het Hebreeuws “Mitzrajiem) heeft uitgevoerd (Exodus. 20:2).

“Ik….”: de naamloze “Ik”: de G’ddelijke essentie die boven elke beschrijving is.

….ben Havayah je G’D”: de G’ddelijke vonk die in je zetelt, de essentie van de ziel, die boven het menselijke bewustzijn blijft.

“…..die je heeft uitgevoerd uit het land Egypte”: al de werelden en niveaus die beneden dit niveau van de zielsessentie zijn, worden dienovereenkomstig Egypte genoemd  (“Mitzrajiem” in het Hebreeuws betekenend “limitaties”). Alle andere staten van wisselwerking met het G’ddelijke zijn beperkt tot bepaalde domeinen en grenzen.

Wanneer dit niveau van de ziel wordt gereveleerd, vervullen we het Mishna dictum:

“Nullificeer je verlangen voor Zijn verlangen” (Avot 4:2). Je staat het hogere verlangen toe, de essentie van de ziel, je ware zijn te illumineren zodat jouw wil G’D’s Wil is…

Laat ons eerst een vergelijkbaar dictum verklaren: “Maak je verlangen zoals Zijn verlangen”. Dit dictum refereert aan een persoon wiens verlangen buiten de G’ddelijke sfeer is, maar die door meditatie op G’D’s grootheid, zijn wil wijzigt om te conformeren aan de G’ddelijke Wil. Dit is het lagere verlangen zoals boven besproken.

“Nullificeer je verlangen voor Zijn verlangen”, daarentegen betekent, dat je geen verlangen hebt buiten G’ddelijkheid. Je staat het hogere verlangen toe, de essentie van de ziel, je ware zijn te illumineren, zodat jouw wil G’D’s Wil is.

Elevatie

G’D beveelt Mozes om het lagere zielsverlangen te nemen, dat is voortgekomen uit het zielsintellect en dat gekleed in menselijk bewustzijn en het bindt en het verheft tot grotere hoogten, naar zijn bron en oorsprong: de zielsessentie die boven verblijft in alles overtreffende superieure staat.

Mozes taak was om het “hoofd van de mens, de bron van het lagere verlangen, te verenigen met de essentie van de ziel, een niveau waarop de essentie van G’D volledig wordt gereveleerd.

GOED JOM TOV

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie