SHAWOE’OT – WEKENFEEST

De Zohar 1 verklaart dat de feestdag van Sjawoe’ot meer verheven is dan alle andere feestdagen. Het wordt tussen Pesach en Soekot gevierd, omdat het het absolute middelpunt van alles is; want de Thora is het absolute middelpunt.

Sjawoe’ot wordt maar één dag gevierd, in tegenstelling tot Pesach en Soekot, welke respectievelijk zeven en acht dagen. Dit doet niets af aan haar bijzonderheid, want de dag van Sjawoe’ot bewerkstelligt het feit van “Wie is gelijk Uw volk, zoals Israël, één natie in deze wereld.”2

Dit absolute denkbeeld betekent , dat ultieme eenheid is gegrondvest in de Thora welke daarom speciaal was gegeven in de derde maand.3

Centralisatie, in het midden, heeft twee voordelen: a) De centrale positie is meer eminent dan de twee uiteinden. De Gamara stelt daarom, “De meester gaat in het midden , de senior discipel aan de rechter en de junior discipel aan de linker kant.”4

b) Het middenpunt is de oorsprong voor alle andere richtingen, want het gaat op naar keter de kern en bron van alle Sefirot.5

De centralisatie van het feest van Sjawoe’ot heeft deze beide eigenschappen: a) Sjawoe’ot is op zichzelf méér subliem dan alle anderen feesten; en b) op Sjawoe’ot is ons de Thora gegeven welke alle andere feesten bevat.

Het hoofd aspect van Sjawoe’ot, zoals is verklaard, is Thora. De superioriteit van Thorastudie over het doen van mitzwot zijn beide zichtbaar in deze eigenschappen:

a) Thorastudie is hoger dan alle mitzwot, zoals onze wijzen zeggen , “De studie van Thora is equivalent aan hen allen.”6

b) Thorastudie is de oorsprong en leidt naar alle mitzwot ” Thorastudie is hoger omdat het tot uitvoering leidt.”7

Aldus, nader verklaart: De 613 voorschriften corresponderen met de 613 componenten in het menselijke lichaam: 248 geboden corresponderen met de 248 organen en 365 verboden corresponderen met de 365 bloedvaten.8 Thora correspondeert met de hersenen, het intellect.9

Het overwicht van het intellect over de componenten van het lichaam is tweevoudig: a) De vitale kracht van de hersenen reikt uit over alle anderen lichaamsdelen.

b) het brein bundelt de vitaliteit van alle andere lichaamsdelen en is tevens een bron voor hen.10

Analoog aan dit is het geciteerde overwicht van de Thora over alle andere mitzwot.

Centralisatie heeft het bijkomstig voordeel om op te stijgen naar het hart en essentie van keter, welke zelfs het niveau te boven gaat van de oorsprong en bron van de sefirot in Keter.11

Hetzelfde geldt ten aanzien van Thora. De twee eigenschappen van ” leidt tot uitvoering ” en ” superioriteit over alle mitzwot ” zijn vermogens in de mitzwa van Thorastudie. Echter, de Thora heeft van zichzelf de bijkomende omstandigheid van het absolute zijn van ” de Wijsheid van de Almachtige “: “Ik ben met Hem als een handwerker”.12

Dit is inderdaad de ware betekenis van Thorastudie lishma, “voor zijn eigen belang, ” m.a.w. “voor het belang van de Thora zelf.”

Dat impliceert dat iemand niet leert voor het belang om kennis te vergaren en hoe hij zich moet gedragen, noch voor het belang van het doen van mitzwot of Thorastudie, maar puur voor het belang van de Thora zelf. Dit is vergelijkbaar met een kind dat zijn vader voor een lange tijd niet heeft gezien en sterk naar hem verlangt.

Bij weerzien wil het kind zijn vader omhelzen en hem kussen.

Het kind zal dit niet doen, omwille van enig voordeel te behalen voor zichzelf, maar strikt om het belang van de vader zelf.

Hetzelfde is het geval met een Jood: elk vrij moment maakt hij van de gelegenheid gebruik om zijn Vader, de Koning te omhelzen,  m.a.w. de Thora, hij denkt aan niets anders. Hij denkt niet over leiding voor actie, noch over de vervulling van het voorschrift van Thorastudie. Hij grijpt en omhelst de Thora zelf, want “de Thora en de Heilige, geprezen zij Hij, zijn geheel één.13

CHAG SAMEACH

Noten:

1. Zohar III:96a

2. Samuel 7:23

3. Siewan

4. Joma 37a

5. Zie onze website www.bethhamidrash.org Archief, Kabbala en Chassidisme, mystieke concepten en de Orde van de Sefirot.

6. Pe’a 1:1

7. Kidoeshiem 40b.

8. Zohar I. 170b

9. Tanchoema, Vajelech:2, Zohar II:62b, Zohar III:85a.

10. Tanja, 51

11. Zie noot 5

12. Spreuken 8:30, Tanchoema Bereshiet 1, Bereshiet Rabba 1:1.

13. Zohar I. 24a, Zohar II. 90b

Geef een reactie