SHAWOEOT HET MYSTERIE VAN HET GEVEN VAN DE THORA

Het grootste en meest belangrijke wat de mensheid is overkomen, is het Geven van de Thora.

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

SPIRITUELE ROOK

Brandende Berg

Rook speelde een wezenlijke rol toen G’D Mozes de Thora gaf. “En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat G’D er in vuur op neergedaald was” (Exodus.19:18) “En heel het Volk nam de donder en bliksem waar en het geluid van de Shofar en de Berg in rook; toen het tot hen doordrong deinsden ze achteruit en gingen op een afstand staan”. (Exodus. 20:15) “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was”. (Exodus. 20:18)

Kabbala onthult het mysterie van “rook” (in het Hebreeuws, “oshan”). De drie letters van de Hebreeuwse spelling zijn de initiële letters van drie andere woorden: “olam”, “wereld”, “shana”, “tijd” en “nefesh”, “ziel”. Deze drie fundamentele componenten van de Schepping corresponderen met de Drie Lagere Werelden van de Schepping, Beriya, Yetzira, Asiya.

Dus rook portretteert de drie bouwstenen van de realiteit: ruimte, tijd en ziel. Ruimte refereert aan de laagste wereld, Asiya, tijd representeert Yetzira en de ziel correspondeert met de wereld van Beriya.

Vier Elementen

Fysieke rook verschaft een illustratie van dit concept. Wat produceert rook? Een stuk hout bestaat uit aspecten van de vier elementen. Zijn overheersende componenten zijn niettemin lucht, water en stof. Wanneer het hout wordt aangestoken, consumeert het element vuur zijn spirituele elementen lucht, water en stof. Niet in staat zich te handhaven in het hout, keren de drie elementen naar boven terug om te worden opgenomen in hun afzonderlijke spirituele bronnen. De opstijgende rook van het hout is in feite samengesteld uit de voorafgaande elementen van lucht, water en stof. Het natuurlijke vierde element vuur verbrandt het hout. Alleen as, voort komend uit het element van stof, wordt achtergelaten. Er blijft absoluut niets over van de aspecten hout, lucht en water.

KOSMISCHE VERBRANDING

Hout dient als een analogie voor de Drie Lagere Werelden. De wereld van Beriya correspondeert met het element lucht. Onder Beriya staat de wereld van Yetzira, die water representeert. En de onderste wereld van Asiya manifesteert het element stof.

Vuur refereert aan de wereld van Atziloet waar oneindig G’ddelijk licht schijnt. Vandaar dat het bovengenoemd vers zegt, “omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. G’ddelijk vuur daalt neer in de Drie Lagere Werelden en beïnvloedt hun purificatie en nullificatie. Dan, in een gezuiverde staat, stijgen zij op naar boven. Elk afzonderlijk keert terug naar zijn oorspronkelijke bron in Atziloet. Daar worden zij opgenomen in het gereveleerde licht van Atziloet. Wat blijft onder? Alleen het grove, ruwe aspect van Asiya, de wereld van daad en handeling, die correspondeert met het meest elementaire aspect van stof, blijft achter. Dit is analoog aan het laagste basis niveau van stof, wat stof der stof wordt genoemd.

[Mede inhoudend in elk van de werelden en hun corresponderende elementen zijn aspecten van al de anderen. Dus stof bezit vier niveaus: lucht van stof, vuur van stof, water van stof en stof van stof. Het hoogste aspect van de wereld van Asiya is Atziloet van Actie; zijn laagste is Actie van Actie.

Onder deze omstandigheden kan het Berg Sinai vers zo worden begrepen: ““En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. Wat geeft “geheel” aan in relatie tot vuur? Nadat G’D’s vuur de spirituele verbranding tot as en zuivering van de Drie Lagere Werelden effectueerde, gingen zij [letterlijk] “op in rook”. Rook manifesteert hun staat na purificatie. Alleen de wereldse grove, ruwe, stof der stof bleef over. Bovendien hielden de Drie Lagere Werelden compleet op te bestaan als onafhankelijke entiteiten. Want als gevolg van G’D’s vuur, stegen en gingen zij op in Atziloet om een te worden met het oneindige. Zelfs hun spirituele staat van zijn handhaafde zich niet.

RUIMTE EN TIJD ZIEL    

Zoals eerder genoemd staat de Hebreeuwse spelling voor “rook” voor wereld, tijd en ziel. Waarnaar verwijzen deze termen eigenlijk? G’D emitteert een in gradatie afnemende levenskracht om het scheppingsproces te verheffen. Elke gecreëerde sfeer ontvangt zijn vastgestelde maat van levenskracht nodig voor zijn existentie. De ruimtelijke extensie van deze levenskracht in een afzonderlijke gecreëerde sfeer wordt “wereld”genoemd. De duur van deze levenskracht die daar continueert wordt tijd genoemd. Dit betekent dat ruimte en tijd in werkelijkheid een radiatie van G’ddelijk Licht zijn. Ziel daarentegen refereert aan een aspect van G’ddelijkheid dat zo transcendent is, dat het boven de mogelijkheid van uitstraling naar beneden staat, Het heeft te maken met de uiteindelijke bron van de neerdalende levenskracht: de eigenschap van Malchoet van de wereld van Atziloet.

ONEINDIG FILTER

Atziloet, zoals we hebben gezien, blijft zelfs na Creatie, direct grenzend aan G’D’s oneindigheid. Dat is de reden waarom zijn licht en vaten oneindig illumineren. Het is alleen dat een sluier, representerend de sprong van waarde van eindigheid naar oneindigheid, Atziloet separeert van de Drie Lagere werelden. Om hen te voorzien van levenshoudende kracht, moet oneindigheid worden gemetamorfoseerd in een lager niveau “eindig” licht (ruimte – tijd). Na diverse samentrekkingen en verhullingen, bereikt Malchoet van Atziloet’s levenskracht de gecreëerde Werelden. Maar de sefira van Malchoet zelf doet geen afstand van haar positie in Atziloet.

ZIEL ROOK

De essentie van de ziel blijft boven, alleen een beperkte, zwakke radiatie daalt af om een lichaam leven in te blazen. Eenmaal binnenin, zijn ziel radiatie en lichaam verenigd als een. Maar zijn oorspronkelijke bron, de zielsessentie, blijft zelf existentieel afzijdig in de mogelijkheid om uiting te geven aan de levenskracht. In een parallelle vorm, blijft de essentie van ruimte –tijd ziel evenzo achterin Malchoet van de wereld Atziloet geheten, het omgeeft de wereld van boven. Alleen een beperkte, zwakke radiatie is afgegeven om ruimte – tijd te creëren.

Maar de Berg Sinai’s verbranding tot as, gesymboliseerd door het Hebreeuwse woord voor rook, houdt het aspect van ziel in. Als de ziel boven Beriya, boven creatie is, hoe werd het dan getransformeerd tot rook?

Het Berg Sinaï gebeuren manifesteerde de lichamelijkheid van de Drie Lagere Werelden. Hun existentie, zoals we hebben gezien, is eigenlijk het uitwendige aspect van Malchoets levenskracht. Toen de Berg Sinaï “geheel rookte, steeg ruimte – tijd en ziel op naar hun bron.

Zoals we hebben gezien en behandeld, refereert de neerwaartse expansie van levenskracht in elke sfeer afzonderlijk aan “wereld”; zijn duur is “tijd”. En de levenskracht zelf wordt “ziel” genoemd. Dit refereert niet aan de essentie van de ziel; alleen naar zijn uitstralende levenskracht. Dus levenskracht volbrengt drie gelijktijdige taken. Haar taak is uitstraling in ruimte/ tijd. En het hercreëert ruimte/tijd ieder moment vanuit een toestand van absoluut vacuüm tot een verschijning van een afzonderlijke gesepareerde realiteit.

G’D’s Licht, gesymboliseerd door vuur, consumeert de werelden. Dan stijgen ruimte/tijd en zijn animerende levenskracht opwaarts naar hun bron in de essentie van Malchoet van Atziloet. Voordien uitstralende levenskracht verenigd zich met zijn uiteindelijke oorsprong, de essentie van de ziel. Dat wat was gecombineerd met de Lagere Drie Werelden wordt nu genullificeerd, omwikkeld en verenigt met de “Hemelse Eenheid” van Atziloet. De Zohar beschrijft deze staat als “één zijn met Éen”.

TERUGKERENDE STRALING

KOSMISCH AFHAKEN

Hoe reageerden de Joden op deze revelatie van G’ddelijke Eenheid? Zij maakten Mozes duidelijk, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft en brengt u ons dan woordelijk over al wat de Eeuwige, onze G’D, tot u zal spreken, dan zullen wij het aanhoren en doen.” (Deuteronomium. 5:24) Zij waren getuigen van de nullificatie van de externe dimensie van de wereld in het briljante Licht van de wereld van Atziloet. De Berg Sinaï rookte, de Schrift verklaart, vanwege het overweldigende vuur van G’D, dat erop neerdaalde, verdween alles in dat vuur. En zij wilden daar niet deel van uitmaken! Integendeel, de Joden prefereerden dat hun fysieke lichamen intact bleven. Het was goed als hun ziel opsteeg, het kon hun niet schelen dat hun innerlijke zelf ondergebracht werd in het Oneindige Licht, maar hun lichamen moesten blijven juist zoals ze waren. Nu alles rondom hen, onderhevig werd aan het Oneindige Licht, maakten de Joden Mozes duidelijk “U moet er mee omgaan”. Per slot van rekening vindt ereen vergelijkbaar fenomeen plaats elke Shabbat en alle feestdagen. Op deze dagen stijgt de spiritualiteit van de werelden hoger, maar hun fysiekheid blijft zoals ze was.

Het gebeuren op de Berg Sinaï staat gelijk aan de Toekomstige Era, wanneer mensen niet zullen eten of drinken, ondanks het feit dat hun lichamen blijven voortbestaan en functioneren. Het is juist dat deze lichamen niet gevoed worden door fysiek eten, zij verkrijgen hun voeding door Hemels Licht.

ENGELEN VOEDSEL

Menselijke lichamen in de Toekomstige Era zijn vergelijkbaar met engelen van heden. Bepaalde engelen resideren in de spirituele sferen die “maag”en            “ingewanden” genoemd worden. G’ddelijke levenskracht wordt in de wereld gebracht door hen. Zij zelf verkrijgen voedsel van de levenskracht als het zich voortbeweegt door hun lichaam. Dit is analoog aan de functie van de ingewanden die voedingsstoffen onttrekken aan fysiek voedsel.

Evenzo, in de Herleving en opstanding, als menselijke lichamen verheven zullen worden, zullen hun ingewanden voeding ontvangen van Hemelse “voedingsmiddelen”. Gedurende het verblijf van veertig dagen van Mozes op de Berg Sinaï existeerden deze condities van opstanding en herleven van de doden. Zijn lichaam metamorfoseerde in de toekomstige wereldse staat. Mozes at en dronk niet; toch functioneerde zijn lichaam verder. G’ddelijke levenskracht, verwerkt door de hemelse “maag” van engelen, kwam in zijn ingewanden om hem in leven te houden.

Wat is het geheim dat Mozes in staat stelde, en dat ook de latere herrijzende lichamen zal laten opstaan, om de normatieve structuren van de natuur te overstijgen? De Baal Shem Tov en de Maggied van Mezrich onderwezen het principe dat de oorsprong van externaliteit, stoffelijkheid hoger is dan die van internaliteit, spiritualiteit. Externaliteit, stoffelijkheid, moet een hogere oorsprong hebben dan internaliteit, spiritualiteit. Wat is het bewijs? Stoffelijkheid verschijnt in deze fysieke wereld alleen na afdaling door talrijke spirituele versluieringen. Dit getuigt van zijn verheven oorsprong. Want hoe meer verheven de oorsprong is, des te meer is het in staat om zichzelf te verlagen. Maar aangezien de oorsprong van spiritualiteit onder fysiekheid ligt kan het niet samentrekken en zichzelf achterhouden tot zo’’n graad.

G’D’s externe Licht daalt helemaal af in de fysieke wereld. Vandaar dat het lichamelijke moet beschikken over de meest verheven oorsprong.

Juist zoals een muur valt, vallen zijn hogere stenen verder dan de onderste stenen, zo ook, hoe meer verheven de spirituele oorsprong is, hoe verder het valt.

DUISTERE ECHTHEID

De oorsprong van stoffelijke verhevenheid wordt aangeduid in het Berg Sinaï vers: “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was” (Exodus. 20:18). Mozes symboliseert de fysieke wereld, kwam dichtbij G’D. Dit duidt op het verheven aspect van G’ddelijkheid, “duisternis” genoemd. Koning David zegt in Psalmen, “Hij maakte duisternis tot Zijn geheime plaats” (Psalm. 18:12) Want het meest innerlijke aspect van G’ddelijkheid wordt Hemelse Duisternis genoemd. De Schrift informeert ons hier ook over in de frase “waarin G’D was”.

Waarom wordt G’D’s Absolute Zijn duisternis genoemd? Refereert Kabbala niet aan G’D als zijnde het Oneindige Licht? Kabbala’s verwijzing geeft eigenlijk al het antwoord. De Hebreeuwse term voor het Oneindige Licht is Or Ein Sof, die vertaald wordt als “het licht dat nimmer eindigt”. Maar hoewel de radiatie ervan niet eindig is, begint het. Voorafgaand aan illuminatie, is G’D duisternis. Duisternis verwijst naar een staat die boven de mogelijkheid van revelatie is. Dus de “diepe duisternis” van de Berg Sinaï refereert aan de uiteindelijke oorsprong van fysiekheid, stoffelijkheid, materie: de innerlijke Essentie van G’D. Maimonides zegt over G’D’s Absolute Zijn, “Hij is de enige ware existentie.” Dat de fysieke wereld optreedt als een onafhankelijke entiteit verklaart en verwijst alleen maar naar zijn oorsprong: de “ware existentie, het Absolute Wezen van GOD.

TEGENOVERGESTELDE GELIJKWAARDIGHEID

En Mozes’ onderdompeling in duisternis representeert de nullificatie van de wereld in zijn ware oorsprong. “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis” reveleert niet alleen de oorsprong van fysiekheid, het bericht eigenlijk wat er gebeurde die dag. Mozes betrad de duisternis Externaliteit werd ondergebracht in zijn ware oorsprong. Dit was mogelijk aangezien externaliteit daar ook kan worden genullificeerd.

Spiritualiteit en fysiekheid zijn tegenpolen. Oneindigheid en eindigheid weerspiegelen hun ongelijkheid. G’D’s Essentie is zelfs hoger dan beide, want zou Hij uitsluitend oneindig van aard zijn, dan zou zijn  gebrek aan eindigheid Hem limiteren. Dit suggereert niet dat G’D ook fysiek is. Het is alleen dat het potentieel van fysiekheid niet is ontkend. Bovendien, zoals boven is verklaard, fysieke oorsprong situeert uitsluitend en alleen in G’D’s Absolute Wezen. Dat is zo gezegd het geval wanneer externaliteit  zich herenigt met zijn oorsprong, niet alleen kan het toegang hebben tot G’D’s Essentie, het moet.

ONGESCHOEID

Mozes was zijn tijd ver vooruit. Terwijl elk mens deze volkomenheid zal ervaren in de Toekomstige Era, kon alleen Mozes dit aan de Berg Sinaï. Wat was zo uniek aan Mozes? Teruggaand naar de tijd van de Wederopstanding van de Doden, zal de perfectie van het menselijke lichaam in staat zijn zich te voeden met G’ddelijk voedsel. Mozes had dit reeds bereikt: hij had de grofheid van zijn lichaam verwijderd.

Eerder, aan de brandende doornstruik, beval G’D Mozes “trek je schoenen van je voeten” (Exodus. 3:5). Kabbala leert dat schoenen verwijzen naar het fysieke lichaam. Mozes slaagde er in om externaliteit van fysiekheid te distantiëren. Dat is waarom alleen hij en niet de andere joden, de duisternis kon naderen. Dus zeiden ze tegen hem, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft.” Dit verklaart een raadselachtige passage in de Talmoed. Mozes’ tijdgenoten hadden de gewoonte om te zeggen, “Mozes groeide zwak op als een vrouw”. Het betekende in feite dat Mozes de fysieke dimensie van zijn lichaam elimineerde. Dit was de reden dat hij zwak en tenger overkwam.

PRACHTIGE ROOK

Boven de Berg Snaï kwam een regenboog, gelijkend op de regenboog beschreven in Ezekiël’s visioen, dat gelezen wordt op Shavoeot. “Zoals de verschijning van een regenboog is in de wolken op een regenachtige dag, zo was de verschijning van de omringende radiatie. Deze aanblik was gelijk aan de Glorie van G’D. En toen ik dit alles zag, viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond (Ezekiël. 1:28). We weten dat een wolk zich vormde over de Berg Sinaï. Het vers informeert ons, “Een dichte zware wolk op de Berg”(Exodus. 19:16). Maar wat veroorzaakte de regenboog? Memoreer dat de externe elementen van de Drie Lagere Werelden op gingen in rook. Hun bovenwaartse opstijging was vanwege het Terugkende Licht, neerstrijkend op de wolk, waardoor er een schitterende regenboog verscheen.

BEWEGEND LICHT

Er zijn twee tegenovergestelde soorten van licht. Gewoon licht wordt: “Direct Licht “ genoemd. Zijn vector is neerwaarts van boven naar beneden. De graduele progressieve neerwaartse G’ddelijke levenskracht in elke spirituele sfeer manifesteert dit Licht.

Het tweede Licht is onmetelijk sterker. Aangeduid als “Terugkerend Licht”, zijn beweging is van beneden naar boven. Op de Berg Sinaï, onttrok de externe levenskracht van de Lagere werelden zich aan de ingeslotenheid van het fysieke, terugkerende naar zijn oorsprong. Dat is waarom rook, de zuivering van ruimte, tijd, spiritualiteit, het Terugkerende Licht illustreert.

Het wezen van Terugkerend Licht, zoals de naam al aangeeft, gaat omhoog. Het houdt nooit op met omhoog gaan. Zijn opstijgen is oneindig, bereikend de hoogste sferen van G’D. Direct Licht daarentegen, draagt in zich beperking. In elke fase van neergang, beperkt en vermindert zijn licht.

SPANWIJDTE VAN DE SHOFAR

Een shofar stoot illustreert de kracht van het Terugkerende Licht. Een shofar is smal aan een kant en wijd aan de andere kant. Wanneer in zijn nauwe opening wordt geblazen, wordt het geluid versterkt door de expansie van de hoorn, zoals Koning David zei, “van de engte roep ik G’D” (Psalm. 118:5) Uit diepe wanhoop, roept de berouwhebbende G’D. Een toespeling op de kracht van Teshoewa. De vector van Teshoewa van beneden naar boven demonstreert de indrukwekkende kracht van het Terugkende Licht. Het stijgt op, naar boven, steeds wijder, tot het bereiken van Absolute Oneindigheid (Ein Sof ). Dit is het principe aangaande opwaartse beweging. Als spiritualiteit hoger opstijgt, wordt het wijder en wijder, breder en breder. De conclusie van Davids vers maakt dit duidelijk: “Hij antwoordt mij met Zijn uitgestrektheid, expansie.”

DE REALITEIT VAN DE REGENBOOG

Een enigma in Ezekiël’s visioen is nu opgelost. Ezekiël aanschouwde het hele wonderbaarlijke hemelse proces met al zijn engelen en G’ddelijk Licht. Elk detail was gereveleerd. Hij zag bijvoorbeeld, “de gelijkenis van een troon, een uiterlijke verschijning van een steen van saffier.” Hoe kon hij dan doorgaan en elk en ieder detail beschrijven, als hij later neerknielde met zijn gezicht op de grond?

Het antwoord is dat hij in staat was om deze revelaties te doorstaan. Het was echter alleen bij het aanschouwen van de verschijnende regenboog dat Ezekiël uitriep, “toen ik dit zag” viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond”. Hij kon het briljante Licht van de regenboog niet het hoofd bieden. Want de altijd opstijgende regenboog, geïnitieerd en aangedreven  door Het Terugkerende Licht, verwezenlijkt Absolute Oneindigheid.  Bovendien, toen de externalitiet van de existentie werd genullificeerd, was het enige dat Ezekiël kon doen het neerwerpen van zijn lichaam.

SEMISFERISCHE SYNTHESE

Een paradox vond plaats op de Berg Sinaï. De Schrift informeert ons “En het geluid

van de shofar groeide in toenemende mate.” Dit betekende een expanderend Terugkerend Licht.

Doch het zelfde vers eindigt, “Mozes spreekt en G’D antwoordt hem met

een stem,” duiden op de functie van een Direct Licht. Bovendien, het shofar geschal

was een G’ddelijk geluid neerdalend van boven. Niettemin, verbreedde het

oneindigheid, zoals het vers verhaalt, “groeide in toenemende mate luider”.

Wat gebeurde daar?

Toen de gezuiverde staat van de Lagere Werelden in rook opging, in de zin van Terugkerend Licht, brachten zijn een correspondeerde reactie

teweeg van G’D. Hij reveleerde vervolgens Zijn Terugkerend Licht, maar dan boven!

Het wordt terugkerend genoemd aangezien het een respons is.

G’D’s Terugkerend Licht  begint van een apex, zoals de profeten informeren, “Zijn pijl komt voort als een bliksemflits” (Zacharia. 9:14).

Het beweegt zich voort in een naar beneden gaand pad, expanderend naar alle kanten. Job vat samen, “Hoewel  je begin oneindig klein was, zal het uiteindelijk sterk toenemen ” (Job. 8:7).

De Berg Sinaï was revelatie van beide, een opstijgend en neerdalend Terugkerend Licht. Als twee helften van een sfeer, zij kwamen samen en ontmoetten elkaar op bergtop. Toen werd perfecte eenheid bereikt. Een glimp in de Toekomstige Era, zoals de Zohar zegt, een staat van “een zijn met de Enige”, met andere woorden, “als men zich verenigt met de Enige”.

CHAG SAMEACH

Geef een reactie