SHAVOE’OT – WEKENFEEST 5771

De Talmoed stelt dat Koning David stierf op Shavoe’ot. (Jeroeshalmi, Betza. 2:4) Tevoe’or Shor en Binyan Ari’el noteren het volgende:

Er is gezegd dat De Heilige, geprezen zij Hij, de jaren van de rechtvaardigen van dag tot dag vervolledigt. Dus daaruit kan worden afgeleid dat David werd geboren op Shavoe’ot. Shavoe’ot is dus, de hiloela en geboortedag van Koning David. [hiloela, ziels hereniging met zijn oorsprong, spirituele celebratie].

De Zohar noteert dat het vers, “Ik heb te verkondigen, dat G’D tegen mij zei, ‘Jij bent Mijn zoon, Ani (Ik) heb je deze dag voortgebracht (Psalm.2:7), dit werd gezegd door David op de dag van zijn bar mitzwa, toen hij zijn veertiende jaar inging. Een heilige ziel werd in hem ingeven van het niveau van Ani tefila: letterlijk. Ik ben gebed: “Tefilla geeft aan Knesset Yisraël, letterlijk, Vergadering van Israël; in de Zohardische en Kabbalistische geschriften is dit de aanduiding van de Shechina en de Sefira van Malchoet, zoals is geschreven vaAni Tefilla [Ani is Tefilla;” Zohar III: 49b. De conclusie is gebaseerd op het  principe dat de term Ani Knesset Yisraël Shechina aanduidt, zoals wordt gesteld in de Zohar I:260b en III:276a. De ziel ingegeven aan Koning David op de dag van zijn bar mitzwa, was daarom van de Shechina.

Voor alle zekerheid, de nefesh elokiet [G’ddelijke ziel) wordt ingegeven op het moment van de besnijding, zoals wordt aangegeven door de Alte Rebbe, aan het begin van de Shoelchan Aroech. Echter dit refereert alleen aan nefesh, roeach, neshama. Daarna, na gepast naleven van iemands avodah, verdient iemand hogere niveaus en op dat moment wordt iemand ook de niveaus van Atziloet ingegeven.

Dit is de reden waarom Rabbi Shimon bar Jochai een groot verheugend feest  bereidde, zoals voor een bruiloft, op de dag van zijn zoons bar mitzwa. Toen Rabbi Shimon bar Jochai werd gevraagd naar de reden van deze wijze van viering, verklaarde hij dat het was om de bar mitzwa van zijn zoon rabbi Eleazar te markeren, aangezien dit alles wordt aangegeven in de Zohar Chadash.

In de context van Shavoe’ot, de verjaardag van David zijnde, volgt hieruit dat Koning David dit vers op Shavoe’ot zei.

Koning David voegde dit vers toe aan het Boek van Tehilliem, Psalmen.

Van Koning David is gezegd in Rosh Hashana 25a. Zohar I:192b, Koning David van Israël leeft en zal voortdurend leven, en “Mijn dienaar David zal heerser zijn over hen, wat refereert aan het Messiaanse tijdperk. Onze tekst relateert zowel aan David als Mashiach. De komst van Mashiach is het hartgrondige verlangen van elke Jood. Daarom in de bovenstaande context, ligt het in het vermogen van elke Jood om dit te realiseren.

De verwerkelijking van wensen kan gerealiseerd worden door studie van Thora en het in acht nemen van mitzwot. Dit houdt ook in het praktiseren van het reciteren van Tehilliem.

De Zohar II:107a stelt dat David de “nar van de Koning” wordt genoemd, omdat hij een uitwerking heeft op de Hemelse vreugde. Deze karakteristiek van hem geldt voor alle tijden. Hij brengt het hele jaar vreugde teweeg. Maar het geldt specifiek voor de dag van zijn geboorte en hiloela.

Shavoe’ot is vervolgens een moment om met vreugde het praktiseren van het reciteren van Tehilliem te versterken. Het reciteren van Tehilliem wordt gekwalificeerd als Thorastudie net zoals reciteren van alle passages van de Schrift.

***************************************************


De Midrash zegt: toen de Almachtige de Thora gaf aan Israël, verlangde Hij de zekerheid dat zij zich aan de Thora zouden houden. De Joden antwoordden, “Onze patriarchen zullen onze zekerheid zijn,” en “Onze profeten zullen onze zekerheid zijn,” maar dit werd niet acceptabel genoeg gevonden. Toen zeiden zij, “Onze kinderen zullen onze zekerheid zijn,” en dat was acceptabel voor G’D en Hij gaf hen de Thora, van groot tot klein, dit was aan de kinderen te danken.

We refereren aan G’D als “Hij die de Thora geeft,” in de tegenwoordige tijd. Want Matan Thora is iets voortdurends, elke dag weer opnieuw. Dus elke dag moeten onze kinderen Thora leren en geleid worden volgens de Thora. Zoals al eerder is aangehaald, zoals een kind dagelijks begint met het cheider, moet dit ook worden gedaan met vreugde. Er is geen reden om bezorgd te zijn voor de toekomst, bezorgd te zijn hoe het kind eventueel in zijn levensonderhoud zal kunnen voorzien. Men moet zich realiseren dat door het kind Thora te laten leren men het verbindt met het “Leven van alle werelden” en dat Hij die leven verleent ook in levensonderhoud voorziet. Dus zal er zeker voldoende zijn om te voorzien in de eventuele materiële behoeften van het kind voor onderhoud: “Ik zal jullie regen in de seizoenen geven, en het land zal producten voortbrengen,” (Leviticus. 26:4) alle zegeningen die ouders wensen voor hun kinderen.

Dit alles wordt specifiek bereikt door deugdzaamheid van Thorastudie. “Wanneer jullie je levenswandel naar Mijn verordeningen richt” (Leviticus. 26:3), en aan G’D het “eerste van arisotechem (jullie deeg) offeren,” (Bemidbar. 15:20) in de zin van het lezen van dit woord als een idioom van arisah (wieg), zodat het eerste wat men doet bij het ontwaken in de morgen het reciteren van Modeh ani levanecha is, zal het kind ook worden gezegend met materieel succes. Dus wanneer het kind wordt begeleid met het leren van Thora, moet dit gedaan worden met de meest grote vreugde, in het vol bewustzijn dat dit de enige weg is voor zijn geluk, niet alleen spiritueel geluk maar ook materieel geluk.

CHAG SAMEACH

 

Geef een reactie