SHABBAT CHANOEKA PARASHAT MIKEETS.

CHANOEKA

WIE KENT HET CIJFER ACHT

 HET CIJFER ‘ACHT’ ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.

Het openlijke wonder van Chanoeka, het branden van het licht van de Menorah gedurende acht dagen, was niet toevallig, maar van intrinsieke betekenis.  De Thora informeert ons dat G’D de wereld had geschapen in zes dagen en dat Hij ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Van het cijfer zes kan worden gezegd dat het de natuurlijke wereld representeert, die was geschapen in een tijd van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen, oost-west, noord-zuid, boven-beneden. Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhullende aanwezigheid van het G’ddelijke in het hart en middelpunt van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes, geheel doordringend, het doordringt met transcendente heiligheid en verheft naar perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en in deze wereld. Zoals alle wonderen gebeurde Chanoeka vanuit het niveau van “acht”, dat wat boven de natuurlijke orde is. Echter het laatste wonder zijnde van zijn soort tot aan de komst van Mashiach, moest Chanoeka “acht” belichamen op een unieke bijzondere manier. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overbrengend leer). Zoals is opgetekend in de Talmoed, betraden de Syrische Grieken de Tempel en bezoedelden al de rituele olie. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het vertegenwoordigt het vermogen van de jood om te ontwaken uit de diepste slaap van verbanning, en om tot leven te komen zelfs [en misschien speciaal) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Kohen Gadol (Hoge Priester), de heiligste Jood, die het niveau van “acht” belichaamd krachtens en op grond van de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer informeert ons dat het Mattityahoe de Chashmonai was en zijn zonen, die de Joden opriepen om de Thora te verdedigen en te vechten tegen de Grieken. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet, de achtste letter van het alef-bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha-shemonai familie belichaamt het vermogen van Acht. Acht gebaart ons om de limitaties van tijd en ruimte te boven te gaan.

Acht” gebaart ons om de limitaties van tijd en ruimte te boven te gaan, om door de wereld te zien die G’ddelijkheid verhult en onze zielen dreigt te overspoelen met materie. “Acht” roept ons op om wonderen te zien in de natuurlijke orde, in vertwijfelde momenten van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid die ons leidt.

“Acht” kan ons oproepen van onze collectieve slaap. Door ons te herinneren aan de tijd wanneer G’D inderdaad openlijk “interfereerde” in de “natuurlijke” orde van de geschiedenis, het versnelt onze verwachting van de openbaring van G’D’s verlossing die we verwachten in onze tijd.

CHAK SAMEACH CHANOEKA

PARASHAT MIKEETS        Aan het einde   Genesis.41:1 – 44:17

G’D zal een antwoord geven, G’D weet de interpretatie van dromen en informeert bepaalde uitzonderlijke mensen over die interpretatie.

Jozef antwoordde Farao, zeggende: ”Niet ik, [maar] G’D zal een antwoord geven [dat] vrede aan Farao  [zal brengen].” (Genesis. 41:16)

Zohar I, p. 195

Kom en zie: Een persoon zal nooit zijn mond openen om kwaad te spreken, want hij weet niet wie zijn woord ontvangt en wanneer iemand het niet weet, kan hij struikelen. Wanneer de rechtvaardigen hun mond openen, doen zij dit vreedzaam. Toen Josef zich richtte tot Farao, zei hij eerst, “Elokiem zal Farao een antwoord geven in vrede.” Rabbi Jehoeda zegt: We hebben geleerd dat de Heilige, geprezen zij Hij, zorgt voor de vrede van het koninkrijk, zoals staat geschreven: “en Hij gaf hen een taak, aan de kinderen van Yisrael en aan farao, de Koning van Egypte.”   

Rahmiel Hayyim, Pardes HaBahir.

Ons wordt gezegd dat als de Wijzen bidden op een vloeiende wijze, dan wisten zij dat hun gebed werd ontvangen. Wanneer we zijn verbonden, vloeit de stroom van woorden moeiteloos zoals water gaat door een pijp. Wanneer we worden afgeleid, zijn we  in een staat van disconnectie en kan er geïnterrumpeerd worden met tussenpozen.

Misschien is het G’D wel die de woorden in onze mond legt, wellicht op een wijze zoals in het Boek Deuteronomium, waarin de Shechina sprak door Mozes en het aan iemands eigen individueel niveau is om het te kunnen overbrengen.

Eén van de dingen die moet nagegaan worden voor een mogelijke tzaddiek is wat uit haar of zijn mond komt. Alles moet goed zijn, zonder enige ruwheid of bitterheid en er moet een schitterende glans zijn op zijn of haar gezicht wanneer zij spreken. Zij Zien en Horen waarlijk geen kwaad en Spreken geen kwaad. De rechtvaardige familie in de traditie van Josef HaTzaddiek heeft G’Ds Spraak als een tweede natuur, nooit moraliserend, nooit exclusief, nooit verdeeldheid zaaiend, altijd hartelijk.

Mag het zijn dat we onze door G’D gegeven eigenschap van spraak alleen gebruiken voor het goede en alleen voor G’D’s glorie.

SHABBAT SHALOM – SAMEACH CHANOEKA    

Geef een reactie