SHABBAT (3): HERINNERING AAN DE UITTOCHT VAN EGYPTE

HERINNERING AAN DE UITTOCHT VAN EGYPTE.

In de Kiddoesh (de inwijding door wijn van de Shabbat en de Feestdagen) gereciteerd op vrijdagavond, danken wij G`D voor het geven van de Shabbat “als een herdenking aan het creëren van de schepping” en ook “als een herinnering aan de uittocht van Egypte.”
Deze twee primaire basis begrippen zijn afgeleid van het vierde gebod in Tien Geboden, welke handelt over Shabbat. In het eerste Decaloog wordt verklaard: “Gedenk de Shabbat dag…………..Want in zes dagen heeft de Eeuwige de Hemel en De Aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is en Hij ruste op de zevende dag; daarom heeft de Eeuwige de Shabbat tot een zegen gemaakt en hem wijding gegeven.” (Exodus 20:8-11) De tekst in de tweede Decaloog zegt: “Houd je strikt aan de Shabbat door hem wijding te geven……………Gedenk dat je een slaaf bent geweest in het land Egypte en dat de Eeuwige, je G`D, je van daar heb weggevoerd met sterke hand en met uitgestrekte arm; daarom gebiedt de Eeuwige, je G`D, je de Shabbat dag te vieren.” (Deuteronomium 5:12-15)
Commentariërend op de verschillende aspecten van Shabbat zoals weergegeven in de Tien Geboden van Exodus en Deuteronomium verklaard respectievelijk, de Ramban (Nachmanides) dat zij geen contradictie zijn, in tegendeel zij zijn ondersteunend en aanvullend. Want als de dag van rust getuigenis is aan de Schepping, breng dat eveneens ook tot gedachte dat het Joodse Volk slaven waren in Egypte waar geen rust plaats vond op die dag; zij hadden te werken op alle zeven dagen van de week. Vandaar dat de Thora benadrukt, “…….noch je slaaf of je slavin, noch je vee, noch degene die een vreemdeling bij je is binnen je poorten.” (Exodus 20:10)
In een diepere zin vervolgt de Ramban, De uittocht van Egypte versterkt en bevestigt ons vertrouwen en zonder twijfel dat G`D de schepper is van dit Universum. Tot aan de uittocht van Egypte kwam het geloof in Èèn G`D tot het Joodse Volk van Abraham, Izaak en Jakob, de voorvaders van de Joodse Natie, voorkomend uit het unieke verbond dat was gevestigd tussen G`D en de Patriarchen en hun nakomelingen. Echter gedurende de eeuwen van slavernij kwam traditie en vertrouwen hevig onder druk. Velen, of misschien wel de meesten van de Joodse slaven moesten getwijfeld hebben aan het zijn van een Opperwezen, Schepper en Meester van de Wereld, of dat zo een Wezen de wereld aan zijn lot had overlaten, of aan de machtige farao`s.
De Uittocht van Egypte, met al zijn wonderen en mirakels, toont zonder enige twijfels dat G`D de ware Schepper is en Meester over deze wereld, aangezien Hij in staat en de wil had om de natuurorde te suspenderen en te veranderen. Vervolgens demonstreert de uittocht van Egypte ook, dat de Goddelijke Hashgacha (voorzienigheid) uitreikt naar elk onderdeel en detail van de gecreëerde orde , zowel naar mensen als naar de lagere orden van dieren en planten en zelfs naar de onbezielde natuur.
Een derde essentieel onderdeel van de Uittocht was de ervaring van openbaring via profetie. Het vestigde het feit dat de Schepper niet alleen aan Mozes de gave van Profetie verleende, maar maakte hem de grootste van alle profeten (achtenveertig mannen en zeven vrouwen volgen onze geleerden Magilla 14a)Het was bij de miraculeuze doortocht van de Jam Soef (de Rode Zee) dat de bevrijde Israëlieten compleet vertrouwen bereikte “En vertrouwde op de Eeuwige en op Zijn dienaar Mozes” (Exodus 14:31 )—betekenend, “in de profetie van Mozes Zijn dienaar@ (Onkolos 14:31 ) Dit absolute vertrouwen in de waarheid van Mozes`s profetie is niet minder fundamenteel in de Joodse Godsdienst dan de twee fundamentele principes zoals boven genoemd, namelijk, de existentie van een Supreme Wezen als Schepper van dit universum en Goddelijke voorzienigheid uitreikend naar het kleinste detail van de natuurlijke orde (Micro en Macro). Want, ofschoon de hele natie getuigen was van de Goddelijke openbaring op de Berg Sinaï en hoorde de Decaloog, was het Mozes die de gehele Thora met al zijn 613 Mitswot door gaf aan de natie; als G`D`s ware profeet, hij fungeerde als G`D`s “spreekbuis” en zijn getuigenis had de zelfde autoriteit en kracht als het direct horen van G`D Zelf.
In de belichting zoals bovengenoemd, geeft de Ramban aan, kunnen we de Talmoedische verklaring realiseren dat de “Shabbat gelijkwaardig is aan alle Mitwot” (Jerushalmi Barachot 1:15 Bavli Nedarim, einde Hfd. 3, Shamot Rabba 25:16) want door het houden van Shabbat getuigen wij alle fundamentele principes van de Joodse Godsdienst: Schepping ex nihilo, Goddelijke Voorzienigheid en Goddelijke Profetie.
Aldus concludeert de Ramban, Shabbat is een herinnering aan Jetziat Mitzraim (de Uittocht van Egypte), terwijl Jetziat Mitzraim op zijn beurt een herdenking is aan de Shabbat van de Schepping. (Ramban op Deuteronomium 5:15)

VOLGENDE PLAATSING: HET MAKEN VAN SHABBAT

Geef een reactie