ROSH HASJANA

Lezing: Juda Groenteman, elloel 5759, september 1998-99 te Antwerpen.

DE ESSENTIE VAN DE SCHEPPING EN DE MENS IN VERHOUDING TOT TESJOEWA.

 

De Ontzagwekkende Dagen, Rosj Hasjana, Tien Dagen van Inkeer, Jom Kippoer

 

De naam Rosj Hasjana, wat betekent: kop of hoofd van het jaar, komt in Tenach slechts een maal voor, Esk. 40, 1. Daar betekent het niet eerste dag van het jaar, maar de tiende van de maand Tisjri,de dag waarop ter inleiding van het Joweljaar op de sjofar werd geblazen. De eerste dag van de zevende maand heet in de Tora, Wajikra 23, 24, en Bamidbar 29,1: Jom Teroe'a, Jom Zicharon Teroe'a, Dag van Bazuingeschal of Dag ter herinnering van de Sjofarklank. Deze woorden drukken hun stempel op de betekenis van de dag: Zicharon en Sjofar.

De vraag is: waarom op de eerste van de zevende maand en niet op de eerste van de eerste maand ? Op de eerste dag van Tisjri schiep G.d de eerste mens, Adam. Daarom ook correspondeert Rosj Hasjana niet met de eerste dag van de schepping, maar met de zesde dag, de dag waarop de mens werd geschapen. De mens werd allèèn geschapen, zijn schepping was niet alleen de laatste fase in de scheppingsweek, maar vormde tevens het sluitstuk en de voltooiing van de schepping. Met de schepping van de mens was het universum af. Niet alleen omdat daarna geen ander wezen meer werd geschapen en de mens als meest ontwikkeld wezen ten tonele was verschenen, maar ook, omdat het de mens is die alle andere schepsels tot hun uiteindelijke vervulling kan brengen.

De mens werd allèèn geschapen, dat betekent ook dat één enkel individu in staat is de hele schepping tot vervulling te brengen. Zoals Adam op de eerste Rosj Hasjana van de wereldgeschiedenis een beroep deed op alle schepselen in de wereld de autoriteit van G.d te erkennen. Zoals iedereen, ongeacht tijd, plaats, status, in staat en verplicht is, te streven naar het hoogste niveau van volmaaktheid voor zichzelf en de hele schepping. Dat is de taak van de mens, daarin is hij uniek. Op de essentie van die taak wil ik later terugkomen

 

In het Musafgebed van Rosj Hasjana – het Musafgebed is een toegevoegd gebed, het correspondeert met het musafoffer in de Tempel – zijn drie stukken ingevoegd: Malchiot, Zichronot en Sjoferot. Deze invoeging berust op een zeer oude traditie vermeld in de Talmoed, traktaat Rosj Hasjana, .

Na de zes dagen van de schepping was de mensheid gevormd om te heersen in de natuurorde van Malchiot, compleet autonoom heersend over de schepping. Maar de mens hield niet stand in zijn heerschappij en zoals we weten eindigde deze orde in een enorme catastrofe. Na de Maboel, grote vloed, toen Noach voor de derde keer een duif had uitgezonden die niet meer terugkwam – dat was overigens op de eerste Tisjri -, werd deze natuurorde verminderd en Zichronot werd toegevoegd, de G.ddelijke Voorzienigheid. Met andere woorden: interventie van G.d in Malchiot. Een nieuwe situatie ontstond: Malchiot en Zichronot, een nieuwe orde. Malchiot en Zichronot samen leiden ons naar de aartsvaders, Avraham, Jitschak en Jaakov.

 

Het Toragedeelte dat gelezen wordt op Rosj Hasjana vóór Moesaf, is daarom ook bewust de Akeda. De Akeda, het gebonden zijn van Jitschak op het altaar en het feit dat G.d Avraham op het laatste ogenblik weerhield om zijn enige zoon, naar wie hij zo verlangd had, te offeren. Het ram, dat in de struiken verward was geraakt met zijn horens en dat in plaats van Jitschak geofferd werd, geeft de associatie met de sjofar, de ramshoorn waarop wij blazen. De volkomen overgave zowel van Avraham als van Jitschak, om G.ds gebod te willen nakomen, moge een voorbeeld en een voorspraak voor ons zijn. Door de sjofar wordt de mens opgeschrikt en herinnerd aan de openbaring op de Sinai onder het crescendo van de sjofarklanken. De Sinai, opnieuw een toevoeging: Shoferot, openbaring. Nu was de wereld gefundeerd op drie elementen, die met elkaar een geheel vormen, Malchiot, Zichronot, Shoferot..

Wat plaats vond op de berg Sinai was een directe ingreep in de bestaande natuurlijke structuren van deze wereld, een ingreep die zijn weerga niet kende.

Ook qua historie en geschiedenis, want die werden hier gefundeerd. Zo'n 600 000 volwassen mannen met hun vrouwen, kinderen en allerlei anderen, meegekomen uit Egypte, waren getuige hoe G.d neerdaalde op de berg Sinai. Het hoogste kwam na het laagste. En G.d openbaarde zich binnen de grenzen van de natuurorde en sprak de Tien Geboden. En het volk zag de stem, donder en bliksem. Sjemot, parasja Jitro. Rabbi Akiwa verklaart: “Zij zagen wat je normaal alleen kon horen.”

De essentie van G.d was geopenbaard in hun zien terwijl Hij sprak. Met andere woorden: een intellectuele overtuiging, geen gevoelsmatige waarneming, kortom een compleet besef. Het wonder was dat God zich openbaarde binnen de grenzen van de natuurorde. Daarom was het ook zo bijzonder dat de Israelieten geen verandering voelden in hun zintuigen toen zij G.ds essentie waarnamen, ofschoon zij natuurlijk wel bevangen werden door enorme vrees.

Het gebeuren op de Sinai was een universeel gebeuren, Hij openbaarde zich niet alleen aan Israel, maar aan alle volkeren. Matan Tora is gegeven in de wildernis, Sjemot Jitro 19, omdat het neutraal gebied was, want als de Tora was gegeven in het land Israel dan konden de volkeren van de wereld zeggen: “We hebben er geen deel aan.”

In de Tora zijn aan het Joodse volk 613 mitswot opgelegd, aan de andere volkeren 7 mitswot. Waarom ? Omdat de praktische mitswot het uiteindelijke doel vormen van de Tora en dienst aan G.d. Ik zal dat proberen toe te lichten vanuit Dewariem, parasja Nitzavim, beginnend bij vers 10 tot en met vers 14:

Als je tenminste gehoor geeft aan de roep van de Eeuwige, je G.d, om je stipt te houden aan Zijn geboden en zijn wetten, hetgeen beschreven staat in dit Tora-boek – als je van ganser harte en met je hele ziel terugkeert tot de Eeuwige, je G.d.

Want dit gebod, dat ik je heden voorschrijf, is niet iets bovennatuurlijks voor je en het is niet iets dat ver verwijderd is.

Het is niet in de hemel, zodat je zou moeten zeggen: “Wie stijgt er voor ons naar de hemel, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen ?”

Ook is het niet aan de overkant van de zee, zodat je zou moeten zeggen: “Wie steekt er voor ons over naar de overkant van de zee, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen ?”

Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart te doen.

 

De roep van de Eeuwige betekent niets anders dan het dan het diepste verlangen en radson, wat inhoudt de wil van Zijn innerlijke wezen, en het gebod (vers 14) om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart te doen. Dit laatste vers bevestigt dat het binnen ieders bereik is om Tora en mitswot via de drie expressies van de ziel tot uitvoer te brengen. 1. Met je mond: refereert naar spreken. 2. Overgave van je hart: gedachten, intellect en in diepere zin bewuste emoties van liefde en vrees voor G.d. 3. Doen: refererend naar actie.

De mitswot zijn niet opgelegd om het wettige te heiligen, maar vormen de weg om deze wereld en het leven in deze wereld te heiligen. De Goddelijke ziel komt bij de geboorte vanuit de spirituele werelden – ik kom hier later op terug – in het lichaam, wat op zich al heel bijzonder is, omdat het samengaan van fysiek en geestelijk biologisch niet mogelijk is. In feite wil de ziel dan ook terug naar zijn bron, dicht bij het Goddelijke, het spirituele, maar heeft nog een taak in deze materi&euml
;le wereld te vervullen.

Ik zal dit nu duidelijk maken met behulp van twee Tora-gedeelten, Sjemot Mispatiem vers 1- 6 en Bamidbar Sjelachlega Hoofdstuk 13 en 14. In beide citaten wil men zich onttrekken aan die taak. En voor we Sjemot Mispatiem citeren, moeten we wel bedenken dat parasja Mispatiem onmiddellijk wordt voorafgegaan door parasja Jithro, waarin Matan Thora plaats vond. Nu dan het citaat uit Mispatiem vers 1 – 6.

Dit zijn de rechtsvoorschriften die je hun zult voorleggen. Als je een Hebreeuwse slaaf koopt, zal hij zes jaren dienen en het zevende jaar gaat hij in vrijheid heen; niets betaalt hij.

Indien hij alleen in dienst komt, gaat hij alleen weg. Wanneer hij getrouwd is, dan gaat zijn vrouw met hem heen.

Indien zijn heer hem een vrouw geeft en deze hem zonen of dochters schenkt, dan blijft de vrouw met haar kinderen voor haar heer en gaat hij alleen heen.

Indien de slaaf uitdrukkelijk zegt: “Ik houd van mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen, ik wil niet vrij heen gaan”,

dan zal zijn heer hem voor het gerecht brengen, hem dicht bij de deur of de deurpost plaatsen en zal zijn heer zijn oor doorboren met een priem; daarna zal hij hem altijd dienen. –

– Einde citaat. –

De vraag is, hoe is dat mogelijk: een Joodse slaaf? Wanneer iemand bijvoorbeeld diefstal heeft gepleegd en daarbij zijn medemens schade heeft berokkend, fysiek en/of materieel, moet hij die schade vergoeden. Kan hij dat niet, dan moet hij arbeid verrichten als slaaf. Zijn koopsom gaat naar het slachtoffer. Als ik mij niet vergis, komt de discussie over slachtofferhulp de laatste jaren in Nederland pas goed op gang. Het dienen als slaaf mag niet langer duren dan zeven jaar.

Weigert hij omdat hij het makkelijk, aangenaam vindt geen verantwoording, keuzes, vrijheid te nemen voor zichzelf, vrouw, kind, medemens, dan doet hij zijn taak als mens te niet. Hij moet verschijnen voor het Beth Din, drie rechters die het Goddelijke Recht vertegenwoordigen. Vervolgens wordt hij bij de deurpost geplaatst, die verwijst naar de deurpost in Egypte, die besmeurd werd met het bloed van een lammetje, het Pesachoffer. Dit teken was een daad van enorme moed en verantwoording, want in Egypte werden veel dieren als goden beschouwd, er werd dus een godsschennis gepleegd voor het bewustzijn van de Egyptenaren. Maar het was ook een daad van vertrouwen in G.d als Bevrijder.

Vervolgens werd zijn oor doorboord. Wat betekent: het Joodse volk, EEN miljoen mensen, stond aan de voet van de berg Sinai, ze hoorden en zagen G.d, en accepteerden al de mitswot van de Tora en namen die in volle vrijheid op zich.

We kunnen nu ook begrijpen wat het, misschien in wat andere contekst, bijvoorbeeld in onze tijd, is een slaaf te zijn van macht, geld, carriere, drugs, seksuele lusten; zonder verantwoording, leidt dat tot fysieke en geestlijke destructie. Dit voorbeeld geeft ook aan, er zijn honderden voorbeelden, dat de Tora niet aan tijd gebonden is, tijdloos, voor elke generatie.

We gaan nu nader in op ons tweede Tora-deel: Bamidmar Sjelachlega, hoofdstuk 13 en 14. In de parasja lezen we van het verslag van de verkenners, die waren gestuurd door Mosje Rabbeinoe, om te verkennen de natuur van het Beloofde Land, Kana’an, en zijn inwonders. Toen de twaalf terugkwamen, gaven tien van hen, letterlijk vertaald, “het advies van wanhoop”. Ze braken het moreel van het Joodse volk door te suggereren, dat zij niet in staat zouden zijn het land te veroveren. De volkeren die verblijven in het land zijn woest en barbaars, Anak, reuzen. En de steden groot en on-inneembaar, kortom wij zijn niet in staat te gaan strijden tegen deze volkeren, zij zijn veel sterker dan wij. De rabbijnen in de Talmoed (sota 35 a) die deze episode uitvoerig behandelen, halen aan dat de woorden “dan wij”, in het Hebreeuws ook kunnen worden vertaald met “dan Hij”. De verkenners zeggen dan: “Zij zijn sterker dan Hij’,G.d..

Wat is de betekenis van deze opmerkelijke episode die zijn weerga en echo door de historie van het Joodse volk heeft gehad? De dag dat de verkennes verslag deden, was de negende Av, de datum van zoveel nationale rouw, onder andere de eerste en tweede Tempel werden op die datum verwoest, de inquisitie in Spanje ingesteld en de Eerste Wereldoorlog brak uit.

Hoe konden de verkenners zo snel na de miraculeuze uittocht en de splijting van de Rode Zee, Matan Tora, het manna, de bron van Mirjam, twijfelen dat G.d hen niet bijstond in de overwinning en verovering van het land? Hoe is het mogelijk als men bedenkt dat het hier, zoals in het begin van de parasja vermeld staat, “allen, vooraanstaande mannen onder de kinderen van Israel” betrof, de creme de la creme van elke stam, Tora Chacham, Torageleerden. Hoe was het mogelijk dat de moraal van het Joodse volk zo snel was gebroken? De verklaring is deze.

De verkenners waren niet echt bevangen van bangheid voor een fysieke nederlaag, ze vreesden een spirituele nederlaag. In de wildernis werd elke Israeliet voorzien door G.d in zijn benodigdheden: ze werkten niet, voor voedsel was er het brood, manna, wat neerkwam uit de hemel, er was water uit de bron van Mirjam, enzovoort. Men begreep dat bij het in bezit nemen van het land Israel er een nieuwe manier van verantwoording nodig was. Manna zal ophouden, brood zal er alleen komen door verbouwing, de voorzienende wonderen zouden worden vervangen door arbeid.. Ze waren bevreesd ten aanzien van het bewerken van het land en het levensonderhoud in het algemeen, zoals ze verhalen in vers 32: “Het land waar we doorheen getrokken zijn om te verkennen, is een land dat zijn bewoners uitteert”. Letterlijk staat er: “Het land eet op zijn inwoners”. Wat inhoudt: het land en zijn werk, zijn arbeid en het bezigzijn met het materiele slokt op, consumeert al onze energie. Hun opinie was dat het spirituele, het beste floreert in afzondering en teruggetrokkenheid, in de vredelievendheid van de wildernis, waar voedsel en verzorging komt van de hemel.

De verkenners vergissen zich compleet. De zin van het leven

, volgens de Tora en mitswot is, niet de hoogte van de ziel, met andere woorden, is geen intellectuele hobby, zoals je dat in onze tijd zou vertalen, of een interessante studie, nee, het is het heiligen van deze wereld in elk facet van het dagelijks leven. Het uiteindelijk streven van Tora en mitswa is een verblijfplaats van G.d. in deze wereld te verwezenlijken, G.d. in het licht van deze wereld te brengen. Niet daarboven, maar hier. Het streven van de mitswa is het vinden van G.d in het natuurlijke en niet in het bovennatuurlijke. De wonderen waren ter ondersteuning van de Joden in de Bamidbar, de wildernis. Ze waren geen apex, geen toppunt van een spirituele ervaring. Ze waren er alleen als voorbereiding op de uiteindelijke taak, namelijk het land Israel in bezit te nemen en er een heilig land van te maken. En dat werd pas na veertig jaar weer mogelijk gemaakt door een nieuwe generatie. Het is nu volstrekt duidelijk dat de uiteindelijke taak van de mens door het doen van Tora en

mitswot is: deze wereld en het leven in deze wereld te heiligen

 

.

Ik zal nu gaan proberen uit een te zetten waarom. In de midrasj Tanchoema Nasso 7,1 verklaren onze geleerden: doel van het scheppen van deze wereld is dat G.d het diepste verlangen heeft een verblijfplaats in de lagere sferen, in deze wereld. De vier werelden in de schepping vloeien in elkaar over en zijn met elkaar verbonden door de graad of de mate van openbaring in elke afzonderlijke wereld. Hoe meer goddelijke openbaring, hoe hoger die wereld, maar ook des te spiritueler. Hoe meer tanscendentie, hoe meer goddelijkheid, hoe meer verhulling van goddelijkheid en heiligheid, des te meer materie.

De vraag is, waarom wil G.d een verblijfplaats in deze lagere wereld ? Een wereld van onverstaanbaarheid, vergetelheid, een wereld van
verleiding, kwade neigingen, een wereld met allerlei driften en lusten, kortom, waarom in deze lagere wereld en niet in spiritueel hogere, geestelijke werelden ? Het antwoord ligt in het volgende voorval dat zich afspeelt voor de Tweede Wereldoorlog en wat waar gebeurd is.

Een chassidische rabbijn, een groot rav, arriveert in New York. De reden van zijn reis was, dat door het politieke klimaat in Rusland, veel van zijn volgelingen hem waren voorgegaan. Je begrijpt dat het voor hem heel erg moeilijk was de vertrouwde omgeving van de stetl te verlaten, de kleine joodse dorpen in Rusland en Polen, waar zeer intens hecht Joods leven aanwezig was, ook in voorzieningen, koosjer voedsel, synagoges, leerhuizen, kortom een heel beschermd Joods milieu. Maar zijn volgelingen hadden hem nodig, hun geestelijke leider, die hen inspireerde, die hen adviseerde, wat heel erg belangrijk is in een hechte chassidische groep. Zo hij komt aan in New York, stapt van de boot en al de chassieden zongen en dansten en omringden hem, een ongelooflijk schouwspel in dat Amerika. Men wilde de rebbe nu op weg brengen naar de wijk waar zijn chassieden zich hadden gevestigd, naar de bet hamidrash, maar de rebbe weigerde. Hij zei:

 

“Het eerste wat ik nu wil doen hier in Amerika, hier in New York, is naar Broadway, Manhattan.” Zijn volgelingen waren ongelooflijk verbaasd: “De rebbe naar Broadway ???” Ze probeerden hem ervan te overtuigen dat Broadway een van de laagste plaatsen van deze stad was. Wat moest de rebbe, met zo'n hoog geestelijk niveau, in Broadway ? Wel-is-waar was Broadway middelpunt van hoogstaand theater, amusement, maar ook al in die tijd van prostitutie, sexclubs, gok-holen, bars en nota bene, het was er heel gevaarlijk op de koop toe. Er waren ook allerlei soorten criminelen, kortom, geen plaats voor een rebbe ! Maar, u gelooft het niet, de rebbe hield vol, hij wou perse naar Broadway Manhattan. Er zat voor de chassieden niets anders op dan zijn wens te volgen en in de limousine, die ze speciaal hadden gehuurd om de rebbe af te halen, gingen ze naar Broadway. En toen ze bij Times Square kwamen, het middelpunt van Broadway, keek de rebbe om zich heen, zag al die dingen en zei: “Wat een kedoesje, wat een kadoesje, wat een kadoesje, ach HaKodisj Barachoe, wat een kadoesje, wat een kadoesja !” Wat een heiligheid, wat een ongelooflijke heiligheid ! Je kunt natuurlijk begrijpen dat z'n volgelingen niet wisten wat ze hoorden. Heiligheid ? In Broadway ?? “Rebbe, wat bedoelt u? Kunt u ons uitleggen wat u bedoelt met de laagste plaats in deze stad ? En wat u bedoelt met kadoesja, heiligheid ?? Alstublieft, leg het ons uit !”

En hij zei: “Ik zal het jullie uitleggen.” Hij vroeg de chauffeur te stoppen en ze stapten uit de auto en hij keek omhoog naar de gigantische wolkenkrabbers en zei :”In onze stetl, waarin alles aanwezig is voor een hecht Joods leven in een zeer beschermde omgeving, is het heel makkelijk om Tora en mitswot te doen. Maar hier, in deze plaats, een plaats van enorme economische macht, van uitspattingen, een plaats met enorme begeertes en verleidingen, om in deze plaats Tora en mitswot te doen, dat is pas heiligheid ! Als je die verleidingen kunt weerstaan, dan breng je spiritualiteit in deze supermaterie, dan breng je heiligheid in deze wereld. Je heiligt deze schepping in de hoogste vorm. Dat is de reden waarom G.d in deze wereld wil verblijven.”

En wanneer op Rosj Hasjana in de synagoge na het lezen van de Tora de sjofarklanken klinken, overdenken we dit, overdenken we de essentie van de schepping, overdenken we de taak als mens in deze wereld onder de scherpe tonen van de sjofar, die ons herinneren aan en terugbrengen naar al de essenties. Het is heel moeilijk om dit in woorden weer te geven.

En ik sluit dit Rosj Hasjana-gedeelte af met Maimonides, de grote leraar, codificator en wijsgeer, die zegt in zijn beschouwingen over en richtlijnen voor tesjoewa: “Ofschoon het blazen op de sjofar een voorschrift van de Tora is zonder verklaring waarom, is er toch een aanduiding die zegt “Worden jullie wakker die slapen en worden jullie die ingedommeld zijn, gewekt. Gaat nauwkeurig jullie daden na en keert terug tot de goede weg. Denk aan Hem Die jullie geschapen heeft, jullie, die de waarheid vergeten door de tijd aan nietigheden te verspillen en de jaren in ijdele leegheid door te brengen, die geen hulp en redding brengt. Wijd je eens aan zelfbeschouwing en verbeter je levenswijze en je daden, laat ieder van jullie de slechte weg en zijn minder goede gedachten verlaten.” Hilchot Tesjoewa 3 en 4.

 

Volgende gedeelte: DE TIEN DAGEN VAN INKEER

Geef een reactie