ROSH HASHANA – NIEUWJAAR 5770

WAT IS EEN ZIEL?

De Thora is niet in de Hemel, het is vervulbaar in deze wereld

Een verhandeling van de Lubavitcher Rebbe, Rabbi Menachem Mendel Schneerson.

Sefer Hamaamariem Meloekat 2:99

“Dit is de dag (zé hajom) van het begin van UW werk, een herinnering aan de eerste dag, want het is een chok, een wet voor Israël en een mishpat, een verordening, voor Jacob…” (Liturgie van Moessaf Rosh Hashana, van de Talmoed, Rosh HaShana 27a)

Dit gebed uit de Rosh Hashana liturgie dient als prelude tot talrijke verhandelingen besprekend de innerlijke dimensie van Rosh Hashana. Het representeert het idee dat Rosh Hashana meer een viering van het scheppen van de mens is dan dat van de wereld. Wie is de mens en waarom is zijn creatie een feest waardig?

De wereld werd gecreëerd op de 25e van de maand Eloel. Het Hebreeuwse equivalent van 25 is chaf hé, wat het woord koh vormt. Koh suggereert vaagheid. Het woord , aan de andere kant, wat “dit” betekent, suggereert duidelijkheid. Bijvoorbeeld, bij het splijten van de zee was de revelatie van G’ddelijkheid zodanig dat men in staat was om te bepalen en te zeggen zé k’eli,dit is mijn G’D.” Als contrast, de verschillende revelaties door profetie (behalve die van Mozes) werden gewoonlijk verteld met het voorwoord koh amar Hashem, wat wordt vertaald als “Zo zegt G’D”, maar wordt verondersteld te betekenen “zo dit zegt G’D, betekenend, dat er niet een helder beeld is.

Dit is waarom Rosh Hashana, die de Schepping van de wereld viert, wordt gevierd op de eerste dag van de maand Tishré, die correspondeert met de zesde dag, de dag dat de mens werd gecreëerd. De reden hier voor is dat het uiteindelijke doel van de Schepping is dat de mens door zijn G’ddelijke dienst G’ddelijkheid openbaart in de wereld, een revelatie die wijst en zich richt op zé “Dit”. Deze inspanning begon op de dag dat de mens geschapen werd, Rosh Hashana.

Vandaar het gebed: “Dit is de dag (zé hajom) van het begin van UW werk, een herinnering aan de eerste dag….”

Hajom (deze dag), zegt de Zohar II, 32b, refereert aan Rosh Hashana. [Een andere voorbeeld van het woord hajom in verhouding tot Rosh Hashana   is in het vers van het Thoragedeelte dat gelezen wordt op de Shabbat voor Rosh Hashana, Deuteronomium, 29:9): “Jullie staan hajom, (vandaag) allen voor de Eeuwige, jullie G’D, vandaag verwijst naar Rosh Hashana toen de hele natie samen stond als één, “ jullie stamhoofden, jullie oudsten, zowel houthakkers als waterscheppers”. (Zie Likoetei Thora Nitzaviem [aan het begin])

Rosh Hashana wordt het begin van UW werk genoemd, hoewel het wordt gevierd op de dag corresponderend met de zesde dag van de Schepping, aangezien de Schepping van de wereld waarlijk wordt gevierd op de dag dat het doel ervan begon te worden gerealiseerd, de dag dat de mens werd gecreëerd. Het was op de dag dat de revelatie van zijn aanvang nam; vandaar zé hajom, betekenend dat elke Rosh Hashana, hajom, vieren wij de revelatie van .

Om de voltooiing en de vooruitgang van de zesde dag te waarderen, moeten we eerst de toestand van de wereld op de eerste dag van de Schepping begrijpen.

OP de eerste dag van de Schepping werden hemel en aarde geschapen, ex nihilo. De Thora’s beschrijving van de “creaties” van de daarna komende dagen refereert in waarheid aan de revelatie van deze creaties, hun vorming en ontwikkeling en niet aan de Schepping zelf. De creatie van alles, hun wording, zij het in een ongedefinieerd staat, vond plaats op de eerste dag. (Rashi op Genesis, 1:14 en 24). Zelfs de mens was in zekere zin gecreëerd op de eerste dag, daar hij is gevormd van stof, aardse materie, dat op de eerste dag was gecreëerd.

(De spirituele wereld van Atziloet, zegt de zohar I, 32b, was ook gecreëerd op de eerste dag. Zo wordt verklaard uit het eerste vers van de Thora: In het begin, refereert aan Chochma; Elokiem refereert aan Bina: De Hemelen aan Zeir Anpin; De Aarde refereert aan Malchoet.)

Voorts schrijft de Midrash dat op de eerste dag alleen G’D in de wereld was, Hij was de enige aannemelijke realiteit. Met andere woorden, de creatie die plaats vond op de eerste dag was van een type dat de exclusiviteit van G’D’s existentie betoogt.

Bovendien, tot aan de verandering van de status van de wereld door Adam en Chava, was de hele wereld op het niveau van Gan Eden. (Likoetei Thora Korach 52c)

Toch, ondanks de superieure staat van de wereld nog voordat de mens geschapen werd, bracht de Schepping van de mens de wereld naar een hoger niveau. Want de eerste vijf dagen van de Schepping, de wereld, zelfs in zijn verheven staat, was nog steeds een wereld, verheven maar beperkt tot de parameters van de Schepping. Wat werd geïntroduceerd door de Schepping van de mens, was het licht daarboven, de revelatie van de essentie van G’D, die elke coherentie en associatie met het concept van een wereld overstijgt.

Waaruit verkrijgt de mens het vermogen om de Essentie te reveleren en  neerwaarts te halen? Vanwege de bron van zijn ziel, die de essentie van G’D is. Tot aan de zesde dag van de Schepping existeerde alleen het lichaam van de mens in deze wereld. Op de zesde dag blies G’D de ziel van het leven in zijn neusgaten. De aard van deze ziel wordt gedefinieerd in de Zohar, in zijn commentaar op het beeld van G’D “blazend” de ziel van het leven in de mens: “Hij die blaast van Zijn binnenste,” van Zijn essentie. De ziel wordt dus het kind van G’D genoemd. Een kind komt voort vanuit het diepste wezen van de vader, een plek buiten de gemanifesteerde hoedanigheid van de vader. (Dus het kind is in staat de vader te overschrijden, aangezien er vermogens zijn die existeren in de vaders essentie die nog niet in hem gemanifesteerd zijn, maar wel tot uiting kunnen komen in het kind). Zo ook vloeit de ziel voort uit de essentie van G’D, overschrijdend Zijn gemanifesteerde eigenschappen.

Dit verklaart de uitspraak van de Heilige, Geprezen zij Hij: “Mijn kinderen hebben Mij overwonnen.”

[In verband met deze aanhaling: verteld de Talmoed (Bava Metzia 59a) het volgende verhaal: Rabbi Eliezer, die faalde om de andere Wijzen te overtuigen van zijn gelijk ten opzicht een bepaalde wet, begon miraculeuze gebeurtenissen te veroorzaken om zijn gelijk te krijgen, maar de Wijzen waren niet onder de indruk. Hij liet de muren van de studie hal buigen, waarna Rabbi Jehoshua de muren hekelde en zei: “Wat is het jou gelegen dat Thorageleerden wedijveren in de halachische zaken?” De muren vielen niet om uit respect voor Rabbi Jehosjoea,  noch keerden zij terug naar hun oorspronkelijke positie uit respect voor Rabbi Eliezer. Uiteindelijk klonk er een hemelse stem (G’D) en zei dat de Halacha Rabbi Eliëzer volgt, waarna Rabbi Jehosjoea op stond en zei: “De Thora is niet in de hemel, maar in deze wereld. We besteden geen aandacht aan een hemelse stem, want U hebt geschreven in Uw Thora, “volgens de meerderheid van stemmen wordt de zaak besloten.” Rabbi Nassan ontmoette een keer Elia, de profeet en vroeg hem hoe de Heilige reageerde toen rabbijn Yehoshua sprak. Hij antwoordde: Hij lachte en zei: ‘Mijn kinderen hebben Mij overwonnen, Mijn kinderen hebben over Mij gezegevierd.

(Dit idee draagt de specifieke relevantie op Rosh Hashana. De Midrash verhaalt: Toen de celestische engelen zich verzamelden voor G’D met de vraag, wanneer is het Rosh Hashana? Antwoordde G’D hen, waarom vraag je het aan Mij? Laten jullie en Mij naar het Aardse Hof gaan [en hen vragen] Devariem Rabba, 2:14).

Dit verklaart de bekwaamheid van de ziel van de mens om een uitwerking te hebben op de revelatie van de essentie van G’D. Dat het ook in deze wereld de unificatie naar koh en zé kan reveleren is door zijn revelatie in het lichaam. Want het lichaam van de mens, dat van aarde is gecreëerd en die is gecreëerd op de eerste dag, is op het niveau van koh. Wanneer de ziel het niveau van reveleert in zijn lichaam, veroorzaakt dit op zijn beurt de revelatie van in de hele wereld.

Hoe volbrengt de ziel dit? Het antwoord wordt gevonden in het tweede gedeelte van het bovengenoemde vers: “….want het is een chok, een wet voor Israël en een mishpat, een verordening, voor Jacob…” Met andere woorden, het doel van zé hajom, de revelatie ervan wordt bereikt door de ziels studie van chok, de Thora en zijn ten uitvoer brengen van mitzwot, mishpat.

Vandaar de naam (Israël) in relatie tot Thora, omdat Israël het woord rosh, hoofd bevat, het deel van de mens dat wordt gebruikt voor Thorastudie. Yaakov (Jakob) wordt gebruikt in relatie tot de mitzwot, omdat Yaakov het woord ékev, hiel bevat, verwijzend naar de mitzwot die worden uitgevoerd met de lagere fysieke aspecten van de Schepping.

SHABBAT SHALOM EN LESHANA TOVA TIKATEVOE VETICHATEMOE, MOGEN JULLIE INGESCHREVEN EN BEZEGELD WORDEN VOOR EEN GOED JAAR

Geef een reactie