ROSH HASHANA 5773

INTRODUCTIE

 De Alter Rebbe sprak:”Toen ik in de Mezrirch was, hoorde ik de volgende leerstelling van mijn geëerde leraar, de Maggid,( (uit naam van zijn geëerde leraar, de Baal Shem Tov):  

“Atem nitzaviem hajom”, “Jullie staan vandaag allen voor de Eeuwige, jullie G’D.” (Deuteronomium.29:9)

 Het woord “vandaag” verwijst naar Rosh HaShana, de Dag van Oordeel. 

Want de frase “De dag komt,” wordt door de Targoem weergegeven met de woorden, “De grote dag des oordeels is gekomen.” Met betrekking tot deze dag zegt de Thora ons: “Jullie staan”; dat wil zeggen: rechtvaardig wordt over jullie geoordeeld.

 Op de Shabbat voor Rosh HaShana, de laatste Shabbat van de maand Elloel, lezen we de parasha die begint met de woorden “Atem nitzaviem hajom”. Deze lezing brengt de zegeningen die G’D geeft op Shabbat Mevarchiem, tot uitdrukking de Shabbat die de zevende maand zegent. De maand die gezegend is met overvloed, een gulle overvloed die het gehele Joodse Volk het hele jaar overlaadt.

 Zoals de volgende maamar, verhandeling, benadrukt, maakt Parashat Nitzaviem niet alleen G’D’s zegeningen voor Rosh HaShana kenbaar, maar het verwijst eveneens naar de G’ddelijke Liturgische Dienst die met die dag in verband staat.  Want het vers op Rosh HaShana impliceert dat alle Joodse zielen worden verheven naar hun bron van oorsprong. Het vers vermeldt

vervolgens tien categorieën van mensen, parallel lopend aan de tien Sefirot, die de afzonderlijke spirituele eigenschappen van een ieder begrenst. Niettemin zijn al deze zielen fundamenteel één. Deze eenheid wordt geopenbaard op Rosh HaShana wanneer de zielen zich verheffen tot hun transcendente spirituele bron. De eenheid van het Joodse Volk maakt hen een geschikt medium om G’D’s aanwezigheid neerwaarts te halen.

 De fundamentele eenheid van het Joodse Volk is een gevolg van de innige verbondenheid die zij delen met G’D. Want – zoals de geciteerde passage boven continueert- ons volk is verbonden met G’D door een verbond: “Om toe te treden tot het verbond van de Eeuwige, je G’D”. Een verbond vereeuwigt de verhouding door de eenwording van  de betrokken, zij worden tot één entiteit gemaakt. Dat betekent dat deze verbinding altijd zal bestaan ook indien vanwege redelijke of logische redenen deze verbinding verbroken zou moeten worden.

 EEN G’DDELIJK VERZOEK

 Onze Geleerden beschrijven de G’ddelijke Dienst van Rosh HaShana als volgt.

G’D vraagt het Joodse Volk: “Zeg [verzen die] koningschap [weergeven] voor Mij, om Mij Koning te maken over jullie, [en verzen die] herinnering [oproepen] zodat een aandenken zal komen voor Mij voor goed. Door wat wordt dit bereikt? Door de Shofar.” (Rosh HaShana 16a, refereert specifiek aan de drie zegeningen: Malgiot, Zigronot, Shoferot, in de Moessafdienst op Rosh HaShana)

 In de volgende verhandeling verklaart de Alter Rebbe dat deze zegeningen drie verschillende grondthema’s in onze verhouding met G’D weergeven. Door de zegeningen van Malgiot, Zigronot te reciteren, roepen we de openbaring van G’D’s Koningschap over ons af, door te herinneren aan het verbond tussen G’D en het Joodse Volk. 

 “Door wat wordt dit bereikt? Door de shofar,” want de klanktonen van de shofar voegt een derde grondthema toe,als een kroon op het hartgrondig uitdrukken, aan het oprechte teshoeva van het Joodse Volk. Het geeft het innerlijke uitschreeuwen van de ziel weer, een roep naar G’D voorbij de grenzen van reden en logica. Want op Rosh HaShana wordt de innerlijke G’ddelijke essentie van onze harten opgeroepen. Met als resultaat dat onze G’ddelijke dienst zich volledig richt op het vestigen van een binding met G’D’s Essentie, zoals is geschreven: “Ik zal zoeken naar Uw Gezicht, met andere woorden, Uw innerlijke dimensie, O G’D.” (Psalm 27:8, gereciteerd gedurende de maand Elloel, continuerend op Rosh HaShana en de hele maand Tishré tot aan Hoshana Rabba.)

Doorgaans is onze verhouding met G’D afhankelijk van Zijn externe dimensies, de wijze waarop Hij Zich manifesteert in deze wereld. Op Rosh HaShana echter, verbinden wij ons aan de essentie van Zijn Koningschap. Om een verbinding op dat niveau te kunnen bewerkstelligen, is herinnering nodig. In zijn essentie is G’D ver verwijderd van al het aardse bestaan.  Door de herinnering aan Zijn innerlijke liefde voor het Joodse Volk is er een motivatie om te verbinden.  Dit wordt bereikt door het blazen van de shofar die Zijn absolute Essentie oproept.

 Het doel van het verbond die G’D vestigde met het Joodse Volk is “om jullie te verheffen Zijn Volk te zijn.” Weergevend: “Er is geen koning zonder een volk.”

(Rabbenoe Bachaya commentaar op Bereishiet. 38:30) Met andere woorden, voor het bestaan van een koning moet er een “volk” zijn, een volk die op een vergelijkbaar niveau  Hem kan erkennen. Met betrekking tot G’D’s Koningschap, is dit ogenschijnlijk onmogelijk, want er is geen vergelijking mogelijk met Hem. Niettemin verbindt Hij Zichzelf met het Joodse Volk door een verbond. Dit verheft hen op een niveau van verbinding met  G’d als Koning.

 Het is een interactief proces. Door het oproepen en uitdrukking geven aan hun G’ddelijk innerlijke, motiveren de Joden G’D om aan hen te herinneren en het verbond te belichten dat Hij deelt met hen. Door zo’n liturgische dienst, roepen zij Zijn zegeningen op voor een jaar, zowel in materiële als spirituele voorspoed. 

 Zie hoe op de volgende wijze onze Geleerden de G’ddelijk Dienst op Rosh HaShana beschrijven: “De Heilige, geprezen zij Hij zegt:’ “Zeg [verzen die] koningschap [weergeven] voor Mij, om Mij Koning te maken over jullie, [en verzen die] herinnering [oproepen] zodat een aandenken zal komen voor Mij voor goed.’ Door wat wordt dit bereikt? Door de Shofar.” (Rosh HaShana 16a, refereert specifiek aan de drie zegeningen: Malgiot, Zigronot, Shoferot, in de Moessafdienst op Rosh HaShana)

 Want het vers zegt op Rosh HaShana: “Dit is het begin van Uw daden, een herinnering aan de eerste dag.” Op Rosh HaShana was de eerste mens Adam geschapen en hij verklaarde: “G’D is Koning; Hij omhulde Zichzelf in pracht,” omdat toen Zijn soevereiniteit werd geopenbaard.

 Op dat moment, kwam het bewustzijn van G’D’s soevereiniteit als een resultaat van een ontwaking van Boven. Tegenwoordig echter moeten wij een “herinnering van de eerste dag” overbrengen, door een oproep van beneden. Wij moeten de openbaring van G’D’s Koningschap over ons afroepen door te herinneren aan het verbond en de verbinding die we delen met Hem.

 Dit wordt bereikt door de shofar, die teshoevah ilaah representeert, de hogere dimensie van teshoevah, uitschreeuwend met een stem die voortkomt vanuit de diepte van ons hart. De diepte is de essentie van het innerlijk hart van een ieder, de plaats waar vermogens van spraak niet is te controleren, vanwege een eenvoudige kreet. Daarom staat er , “er is geen spraak en woorden” slechts een shofar stoot; een eenvoudige toon. Het is juist binnen de toonklank zelf, dat er verscheidene dimensies van impulsen zijn (kermen, snikken…). 

De verklaring van dit concept kan worden begrepen op basis van het vers in Tehilliem. 27:8: “Om U zegt Mijn hart, Zoek naar Mijn innerlijke dimensie.” Panai, vertaalt als “innerlijke dimensie”, refereert aan de innerlijke dimensie van het hart. Want er zijn twee dimensies ten aanzien van de kreet van het hart, een innerlijke dimensie en een externe dimensie.

 De externe dimensie van het hart wordt gemotiveerd door kennis: meditatie over de grootheid van G’D en de uitstraling van G’D’s Oneindige Licht aan de gecreëerde wezens; al de menigten van de sublieme spirituele werelden; onze wereld, met alles wat zich daarin bevindt, dat alles tot bestaan is gebracht vanuit het absolute niets [zoals we zeggen in onze gebeden]: “In Zijn goedheid, vernieuwd Hij ononderbroken het werk van de Schepping, en U verleend aan hen allen leven.” (Nechemia. 9:6, onderdeel van het Pesoeké De Zimra ochtendgebed.

Wanneer iemand zijn mediatie wil verdiepen en ook daartoe een wil heeft die dit verlangen deelt, zal hij worden aangemoedigd om te schreeuwen vanuit zijn hart. Zijn hart zal roepen tot G’D en aangetrokken worden tot Hem met een sterk verlangen en dorst om zich aan Hem te hechten.

 [Met andere woorden, zijn overdenkingen over G’D’s grootheid zal een uitschreeuwen van het hart teweegbrengen, en een diepe liefde voor G’D doen ontstaan. Desalniettemin refereert deze liefde nog steeds aan het “externe aspect” van de persoon en van G’d omdat:

a )Betreffende de persoon, de liefde die ontstaat is een gevolg van het intellect. Dus het geeft niet zijn ware innerlijke zelf.

b) Betreffende G’D, z’n liefde relateert aan de dimensie van G’ddelijkheid die de schepping tot stand brengt. Dit is alleen het externe aspect van Zijn existentie, niet Zijn innerlijke.

 Deze liefde wordt weergegeven in het vers van Hoshea. 11:10, “ Zij zullen volgen nadat G’D brult als een leeuw.” Dit verwijst  naar de leeuw in Jechezkiél’s visioen van het G’ddelijke Voertuig “het gezicht van de leeuw aan de rechterzijde” (Jechezkiél. 1:10), die alle engelen in het kamp van de Aartsengel Michael inhouden, wiens dienst en gebrul wordt geïdentificeerd met de rechter vector, het aspect van liefde.

De grootheid van hun liefde en hun sterk verlangen om zichzelf op te heffen en te worden opgenomen in G’D’s Oneindige Licht die hen tot zijn heeft gebracht en leven gaf. De behoefte te willen opgaan is een gevolg van hun begrip van hoe zij tot existentie zijn gebracht vanuit ex nihilo, en dat hun levensenergie, de handhaving van hun existentie en de invloed die daaraan wordt verleend een neerwaartse beweging is die ieder moment door Hem wordt gegeven. 

Dit alles wordt “de externe dimensie” van het hart genoemd, omdat het stamt van G’D’s externe dimensie, de stralende weergave van Zijn Licht op de gecreëerde wezens. Hoewel het bevattingsvermogen van de gecreëerde wezens in staat zijn om te worden verheven tot dit begrip, overeenkomstig ieders vermogen, representeert het echter alleen G’D’s uitstraling.

 Met andere woorden, de wijze waarop Hij uitstraalt voor anderen, is niet de wijze Hij die Hij is voor Zichzelf.

 De glorie en de Essentie van de Heilige, geprezen zij Hij, daarentegen, is verheven en eerwaardig, zoals kan worden geconcludeerd uit het vers in Tehilliem 148:13, “Zijn naam is alleen verheven.” Implicerend dat zelfs Zijn naam op een niveau die “alleen” is en ongeëvenaard, want “er is geen gedachte die Hem kan vatten”. (Tikkoenei Zohar. p.17a)

En er is geschreven in Malachi. 3:6: “Ik G’D, verander niet,” want net als voor de Schepping van de werelden, existeert Hij en Zijn naam alleen,” zo existeren zij ook op dit niveau zelfs na de Schepping van de werelden, zoals als wordt verklaard in andere bronnen. (Likkoetei Thora, Bamidbar. p.70c)

 Dit concept kan worden verklaard op basis van onze dagelijkse gebeden: “De Koning Die verheven is, uniek voor alle tijd, hoog geprezen, verheerlijkt en te eerbiedigen.

De intentie van de frase is dat “voor alle tijd”, voor de schepping van de werelden was de eigenschap van koningschap aanwezig, afzonderlijk en alleen als “Zijn Naam”.  Zelfs nu, bij het bestaan van een historie van de werelden, is G’D, desondanks toch “hoog geprezen, verheerlijkt en eerwaardig” boven deze Historie, ofschoon  Zijn invloed niet een openlijke  geopenbaarde verschijning betreft.  Hij Zelf maakt er ook geen deel vanuit en is niet afhankelijk van deze Schepping, Hij blijft er buiten onveranderd en onaangetast.

 Dit wordt aangegeven door het vers in Devariem, 4:24: “De Eeuwige, je G’D, is een verterend vuur.” De intentie van de analogie is dat het vuur van nature opwaarts stijgt, dan dat het neerdaalt en zich verspreid. Evenzo, G’D blijft als het ware verwijderd van alle existentie. De invloed en uitstraling van G’D’s Oneindige Licht in de werelden dat neerdaalt, is analoog aan de eigenschap van water. Het licht daalt neer in gradaties van een hogere sfeer naar een lagere sfeer in als een ketting.  Dit proces is alleen relevant nadat G’D’s Licht verschillende typen van contracties heeft ondergaan en zichzelf heeft gekleed in verschillende niveaus van existenties als vele sluiers om de openbaring van G’D’s Essentie en Glorie te verhullen.

 Mocht het Licht niet z’n verhulling ondergaan, zouden de existentie van werelden worden te niet gedaan. Het zou zijn alsof ze nooit hadden bestaan en ze zouden terugkeren tot het niets. Het is niet relevant daartegen om te spreken van enige invloed komende van G’D alsof Hij is geopenbaard in Zijn Glorie en Zijn Essentie, niet op een wijze van memale kol almin, Letterlijk, “dat alle werelden vult”, met andere woorden, het Licht wordt geopenbaard in elke wereld aangaande zijn eigen natuurlijk aard.  noch op een wijze van sovev kol almin. Letterlijk, “dat alle werelden omgeeft”, een Licht dat te transcendent is om te worden geopenbaard binnen de werelden zelf, vandaar dat wordt beschreven als zijnde boven hen. Desalniettemin deelt het ook een verbinding met de werelden. G’D’s Essentie, daarentegen is totaal boven de Schepping.

Dienovereenkomstig wordt Hij “de sublieme G’D” genoemd, met andere woorden, verheven, eerbiedwaardig en hoog, compleet boven het niveau van alle gecreëerde wezens.

 Vanuit dit essentiële niveau is de mogelijk voor de mens om het uitschreeuwen [tot G’D] van zijn innerlijke hart teweeg te brengen, boven het niveau van enig begrip, zodat hij niet zal worden gesepareerd van G’D’s Eenheid, zodat zijn hart zal branden “met vlammen van vuur” met “een vuur dat stijgt uit eigen beweging”, zonder enige reden of logica, “om de ziel voort te laten stromen in de boezem van zijn Vader”, om zich over te geven door te verklaren ‘G’D is Een, “want Zijn volk is een deel van G’D”, en “Israël rees op in G’D’s gedachte, in zijn innerlijke dimensie”, zoals is verklaard in Zohar II, p119a, Zohar III, p. 33a en andere bronnen. 

 Bovenstaand roepen, behoeft de innerlijke dimensie van G’D van een verhullende staat te komen tot openbaring, hetgeen mogelijk is vanwege de innerlijke dimensie van Zijn Koningschap om te worden geopenbaard aan ons, zoals is geschreven in jirmeyahoe 31:2: “Van verre verschijnt G’D aan mij”.

 Dit is de intentie van de Zichronot zegen, want zicaron, “herinnering” refereert aan iets dat ver weg van ons is. Daarom is er gezegd,”U herinnert de daden van de wereld,” want zij zijn ver verwijderd van het Licht van Zijn gelaat. Wij wekken G’D’s herinnering op van Zijn innerlijke liefde voor het Joodse Volk vanwege Zijn Essentie en innerlijk Wezen door het geluid van  de shofar, die een eenvoudige klank voortbrengt als van de innerlijke dimensie van het hart, zoals boven is uitgelegd.

 KESIVA VACHASIMA TOVA, dat je mag worden ingeschreven en verzegeld voor een goed jaar en de zegen, LESHANA TOVA UMESUKA, een goed en zoet jaar.

 Juda Groenteman

Geef een reactie