ROSH CHODESH IJAR PARASHOT TAZRÍA – METSORÁ

Zij geeft zaad – Melaatse     Leviticus. 12:1 – 13:59, 14:1 – 15:33

Rabbi Jitzchak Luria

De Geschriften van de Ari, Sefer Ha Likoetiem

En de Eeuwige sprak tot Mozes, zeggend: “Spreek tot de kinderen van Israël ‘Wanneer een vrouw bevallen moet en ze krijgt een jongen, zal zij voor zeven dagen onrein zijn; zij zal onrein zijn zoals zij was in de dagen van haar periode van menstruatie. En op de achtste dag moet hij aan de voorhuid van zijn lichaam besneden worden. ‘”  (Leviticus. 12:1-3)

Weet dat dit [met andere woorden, een onreinheid van een vrouw gedurende zeven dagen na de geboorte van een zoon] was veroorzaakt door de inbreng van het gif in Chava [van de slang].

Hoewel de tekst van de Bijbel alleen zegt dat de slang sprak tot Chava, wordt in de Mondelinge Thora uitgelegd dat de slang in feite geslachtsgemeenschap met haar had (Rashi, Shabbat 146a). De slang personifieert kwaad/imperfectie, met andere woorden, zelfzucht en egocentrisch gedrag, de antithese van G’ddelijk bewustzijn.

Natuurlijk heeft elk individu een unieke ziel, welke is bedoeld om zichzelf uit te drukken als zijn/haar kenmerkende “G’ddelijke persoonlijkheid”, met zijn eigen unieke bijdrage en inbreng aan het wereldse begrip van G’D’s aanwezigheid in de wereld. Dit kan zich op vele manieren kenbaar maken, van vernieuwende inzichten in de Thora, tot artistieke creativiteit, tot handelingen van goedheid, tot het inspireren van anderen dat leidt naar heilig leven, enzovoort. Dit is iemands G’ddelijke “ego”. Dus ego per se is niet bij voorbaat een slechte zaak.

Het probleem echter is dat het G’ddelijk ego vaak versluierd wordt door het alter ego van de dierlijke ziel. Het alter ego begint als het zelfbewustzijn, dat een persoon moet hebben om zijn fysieke behoeften veilig te stellen, volkomen controle verkrijgt over iemands gedachten en hem daardoor egoïstisch en zelfzuchtig maakt. Met andere woorden als aan een kind niet de juiste spirituele educatie wordt gegeven (zoals Thora), die hem richt op het voorrang verlenen aan zijn G’ddelijke ziel, zal zijn dierlijke ziel bij gebrek aan beter het overnemen. Dit is zo omdat het dierlijke ego in beginsel de controle over de ziel is gegeven, want een jong kind moet eerst worden geleerd te zorgen voor zich zelf.

Dit verwaande zelfbewustzijn (met andere worden, opgeblazen boven het basis zelfbewustzijn nodig voor ons om fysiek te functioneren) wordt gedefinieerd als “kwaad/imperfectie, aangezien het onregelmatig de rol, bepaald voor de G’ddelijke ziel, overneemt.

Het streeft er naar om iemands aandacht voor G’ddelijke aangelegenheden een andere richting te geven, soms naar materiële genoegens, soms naar plaatsvervangende vormen van spiritualiteit, om meer aanzien/macht te geven aan zichzelf en zijn interesses. Dit voorwendsel kan zich op een zeer geraffineerde wijze uitdrukken, zowel abstract intellectueel als kunstzinnig. Bij de meeste mensen is hun bewustzijn een mengeling van grotendeels dierlijk ego en enige diepe verlangens van de G’ddelijke ziel die tracht om te voorschijn te komen. Hoe meer men zijn leven spiritualiseert, door het leren van Thora en het doen van mitzwot, gevend daarbij zijn G’ddelijk zelf expressie, des te meer zal zijn vermogen ware G,ddelijkheid uitdrukken  en hem in staat stellen om zich met G’ddelijke elementen te identificeren en zich te richten op G’ddelijke elementen in andere mensen. Het dierlijke/subjectieve/ egoïstische perspectief op het leven werd aan de mensheid geïntroduceerd door de slang in zijn primordiale personificatie. Door zijn psychologische vergift te injecteren in Chava, beroofde de slang Adam en Chava van hun vermogen om de realiteit onbaatzuchtig te zien.

Vandaar dat Chava menstrueerde tijdens de geboorte van Kain, die bloed vergoot en Abel wiens bloed werd vergoten. Dit is de origine van vrouwelijk menstrueel bloed, zoals staat geschreven, “Wanneer een vrouw bevallen moet en ze krijgt een jongen, zal zij voor zeven dagen onrein zijn; [zij zal onrein zijn zoals zij was in de dagen van haar menstruatie]. (Leviticus. 12:2)

 

Het feit dat de Thora onreinheid ten gevolge van geboorte op een lijn zet met onreinheid van menstruatie indiceert dat de twee op thematische wijze zijn verbonden. Menstruatie veroorzaakt dat de vrouw zich fysiek en emotioneel moet concentreren op zich zelf. (Dit is waarom echtelijke omgang gedurende de menstruatie is verboden; de vrouw is te veel op zich zelf gericht, om daarbij zich nog te kunnen concentreren op echtgenoot en/of hun gemeenschappelijke ziel.)

De wetten van Taharat HaMishpacha, familiale reinheid, is de G’ddelijke geleide weg hoe de menstruele ervaring kan worden getransformeerd in wat is bedoeld te zijn: een educatief proces zonder zelf oriëntatie.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie