Mozes Maimonides – DEEL 1. INLEIDING: LEVEN EN WERK

Aanbevolen wordt om ook, parallel aan deze verhandeling, “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1,2,3 en 4 (volgt zeer binnen kort) te lezen op onze website onder de studie Introductie tot de Talmoed en het Archief.

 

MOZES MAIMONIDES

RABBI MOZES BEN MAIMON — RAM”BAN

 

TWEE ETHISCHE TRACTATEN


De Regels van het Gedrag

en

De Regels van Boete en Berouw

Deze studie bevat een Nederlandse vertaling van de Hilchot De’ot (Regels van het Gedrag) en de Hilchot Teshuva (Regels van Boete en Berouw) uit het eerste boek van Mozes Maimonides’ grote codex van de joodse wet, de Mishne Tora.

De vertalingen worden vooraf gegaan door een uitvoerige Inleiding, die handelt over Maimonides’ leven en werk, over de aard en de inhoud van de Mishne Tora en over de achtergronden van Maimonides’ behandeling van het ethische aspect van de halacha in de onderhavige tractaten. Speciaal de rol van Maimonides’ filosofische opvattingen krijgt hier de aandacht.

Omdat de Regels van het Gedrag en de Regels van Boete en Berouw tamelijk gevarieerd van inhoud zijn, staat voor de vertalingen een overzicht van hun inhoud.


Inleiding

1. Leven en werk

Rabbi Mozes ben Maimon is wellicht de invloedrijkste en beroemdste geleerde die het Jodendom heeft voortgebracht. Hij werd geboren in Cordoba. Volgens een oude traditie gebeurde dat op een Shabbat die viel op de dag voor Pesach, dat is de 14de Nisan, van het joodse jaar 4895, één en eenderde uur na de middag. Op grond hiervan wordt algemeen aangenomen dat het jaar 1135 Maimonides’ geboortejaar is geweest, maar er zijn, zoals we nog zullen zien, ook gegevens die voor het jaar 1138 pleiten. Hij stamde uit een geslacht van geleerden en rabbijnen tot in de 7de generatie. Zijn vader was rechter (Dajjan) in een stad die, tijdelijke inzinkingen ten spijt, enige eeuwen lang het centrum van de islamitische cultuur in Andalusië was geweest en die een toonaangevende joodse gemeenschap bezat. Drastische veranderingen kwamen in het jaar 1148, toen de stad werd veroverd door de Almohaden, een fanatieke islamitische stroming die afwijkende geloofsovertuigingen met grote vijandigheid bejegende en de joden dwong tot geloofsafval. Om deze druk te ontgaan verliet de familie Maimon, waarvan de moeder waarschijnlijk al gestorven was, de stad. Na een onduidelijke periode van omzwervingen vestigden zij zich rond 1160 in de Noordafrikaanse stad Fez. Het klimaat moet daar, althans tijdelijk, iets toleranter geweest zijn, hoewel de familie reeds in 1165 haar omzwervingen moest voortzetten. Zo bezochten zij onder andere het Heilige Land, waar vader Maimon vermoedelijk is gestorven. Uiteindelijk vestigde Maimonides zich met zijn broers en zusters in het jaar 1168 in Caïro. Daar maakte hij snel carrière en vanaf dat moment is zijn levensloop voor ons veel beter te volgen. Naast een aanvankelijk winstgevende betrokkenheid bij de handel op India oefende hij het beroep van arts uit en reeds in 1171 werd hij, de Andalusische buitenstaander, benoemd tot hoofd van de joodse gemeenschap van Egypte (Ra’is al-Jahud), een functie die hij vijf jaar bekleedde en die hij daarna ten gunste van een telg uit een oude plaatselijke familie weer moest afstaan. In 1177 werd Maimonides echter wel hoofd van de gemeente van Fostat, de voorstad van Caïro waar hij woonde, en in 1185 werd hij arts aan het hof van de vizier AI-Fadil, op dat moment de feitelijke heerser van Egypte. Tegen het einde van zijn leven werd hij opnieuw Ra’is al-Jahud, in welke functie zijn nakomelingen hem, na zijn alom betreurde dood in de nacht van de 20ste Tevet 4965 (13 december 1204), vele generaties lang zouden opvolgen.

Zoals uit deze korte schets van zijn levensloop blijkt, was Maimonides een veelzijdig man. Deze veelzijdigheid komt nog duidelijker uit in zijn literaire werk, dat hem aan ons toont in drie verschillende capaciteiten: als arts, als rabbi en als filosoof.

Voor zijn levensonderhoud en dat van zijn familie oefende Maimonides het beroep van arts uit en was hij betrokken bij de handel op India, al werd deze laatste bron van inkomsten zeer veel beperkter toen zijn jongere broer David op reis omkwam, waarbij het familiekapitaal verloren ging. Deze beroepen had Maimonides gekozen om niet de Tora te hoeven gebruiken als een ‘schep om mee te graven’ (Avot IV, 5) en zich zo afhankelijk te maken van de joodse gemeenschap. Als arts schreef hij een aantal verhandelingen, in het Arabisch, over zulke uiteenlopende onderwerpen als medicamenten, asthma, het sexuele leven, hygiene. In deze geschriften wordt veel aandacht besteed aan de juiste levenswandel en aan gedrag dat de gezondheid bevordert. Ze ondervonden wijde verspreiding en algemene erkenning in de Arabische wereld.

Wanneer we Maimonides behalve arts ook rabbi noemen, moeten we daaronder verstaan zijn deskundigheid in de praktische kennis van de joodse wet, die hem tot een veel geraadpleegde vraagbaak maakte en die hem aanzette tot het schrijven van een aantal invloedrijke werken. Het betekent niet noodzakelijk dat hij functionaris bij de joodse gemeenschap, of practiserend rechter was.

Het recht (Halacha) vormt de harde kem van de tradities van het rabbijnse Jodendom en is, doordat het zeer veelzijdig is en op vele aspecten van het leven wordt toegepast, het dragende element van de godsdienst. We komen op dit onderwerp beneden uitvoeriger terug. In direct antwoord op vragen die hem van nabij en ver bereikten schreef Maimonides talloze brieven en verhandelingen. Hiermee bediende hij zich van een oude en gerespecteerde literaire vorm – die der zgn. Responsa – afkomstig uit de academies van Babel en Palestina, waar de beide Talmudim waren samengesteld. De kwesties die Maimonides in zijn brieven en Responsa behandelde, waren niet uitsluitend van praktische aard. Zoals dat het geval is in heel Maimonides’ werk, is ook hier duidelijk dat zijn praktische beslissingen gedragen worden door weloverwogen principes. Herhaaldelijk besloot Maimonides te antwoorden in de vorm van uiteenzettingen, die soms het karakter krijgen van zelfstandige verhandelingen. Voorbeelden hiervan zijn de ‘Brief over de geloofsafval’ die hij op jeugdige leeftijd reeds schreef naar aanleiding van de vervolgingen in Spanje en NoordAfrika, en zijn brief aan de joodse gemeenschappen in Jemen over de komst van de Messias. Hierin spreekt niet alleen de rabbi en de rechter maar ook de zielszorger.

Maimonides schreef echter niet alleen op verzoek over de Halacha. Reeds op jeugdige leeftijd was hij begonnen aan een commentaar op de Mishna. De Mishna is de thematisch geordende verzameling van halachische tradities, die rond het jaar 200 door het hoofd van het toenmalige Palestijnse Jodendom, Rabbi Juda ha-Nasi, was samengesteld. De Mishna is de basis van de hele halachische literatuur en diende als uitgangspunt voor de discussies die in de latere Talmudim werden opgenomen. Maimonides zag het commentaar op deze elementaire, gezaghebbende codex als een middel om de vele en veruiteenlopende ontwikkelingen in de halacha bijeen te brengen en te ordenen. Tevens gaf het commentaar hem de gelegenheid om zo nu en dan zijn opvattingen over de belangrijke punten van het Jodendom samen te vatten. Zo begint hij het werk met een uiteenzetting over de Mondelinge Leer ( zie andere studies B.HaMidrash. ) en schreef hij naar aanleiding van andere passages de verhandeling over de ‘Dertien Geloofsprincipes’ en de zgn. ‘Acht Hoofdstukken’, waarop we beneden nog zullen terugkomen. Maimonides voltooide het in het Arabisch geschreven commentaar, dat later Kitab al-Siradj (‘Boek van het Licht’) werd genoemd, in het jaar 1168, het jaar waarin hij zich in Caïro vestigde. Volgens de gangbare opvattingen was hij toen 33 jaar oud. Het is de moeite waard het colophon van het werk te citeren, ook omdat het iets zegt over Maimonides’ jonge jaren, waar we zo weinig van weten, en over zijn afkomst en leeftijd:


Aldus hebben wij dit werk voltooid zoals ik me had voorgenomen, en ik vraag en smeek Hem die gezegend zij dat Hij mij van fouten moge vrijwaren. Maar wie er een aanleiding tot bedenkingen in moge aantreffen of wie tot een duidelijker uitleg van de halacha moge geraken dan die ik heb gegeven, die moge dat opmerken en mij verontschuldigen. Want wat ik hier op me heb genomen is niet gering en de uitvoering ervan is niet gemakkelijk voor iemand die streeft naar betrouwbaarheid 1 en die onderscheidingsvermogen heeft, vooral wanneer hij steeds geplaagd wordt door de slagen van het lot en door de ballingschap en omzwervingen van het ene einde van de hemel tot het andere die God over hem beschikte. Maar het loon hiervoor hebben wij ontyangen, want ‘ballingschap verzoent de zonde’.2

Hij, de Gezegende, weet dat ik van sommige regelingen (halachot) de uitleg onderweg op reis heb bedacht en dat ik andere zaken heb opgeschreven terwijl ik op schepen de grote zee bevoer. En dat zou al voldoende reden zijn, maar daarbij heb ik ook nog andere wetenschappen beoefend. Ik weid hierover slechts uit om toe te lichten hoe ik mij zou verontschuldigen tegenover de onderzoeker die er andere opvattingen op na zal willen houden. Dan hoeft men hem die mening niet kwalijk te nemen, maar hij moge daarvoor door God beloond worden en mij is hij dierbaar, want het blijft het werk van God. Wat ik vertelde over mijn lotgevallen tijdens het schrijven van dit commentaar, dat is het wat het uitstel van zo’n lange tijd heeft veroorzaakt. lk, Mozes, zoon van de rechter Maimon, zoon van de wijze rabbi Jozef, zoon van de rechter lzaak, zoon van de rechter Jozef, zoon van de rechter Obadja, zoon van de rabbijn rabbi Salomo, zoon van de rechter Obadja, wier rechtvaardig aandenken ten zegen zij, ben begonnen dit commentaar te schrijven toen ik 23 jaar oud was en ik heb het voltooid in Egypte toen ik 30 was, in het jaar 1479 van de tijdrekening der documenten.3 Gezegend Hij die de vermoeide kracht geeft en voor de machteloze sterkte vermeerdert (vgl. Jes. 40, 29).4

Natuurlijk paste het Maimonides om bescheiden te zijn over zijn grote prestatie, maar hij laat niet na te wijzen op de moeilijke omstandigheden waaronder die tot stand gekomen is. Op het moment dat hij, in 1168, te Caïro vaste grond onder de voeten heeft gekregen, publiceert hij het. Blijkbaar achtte hij de tijd gekomen, op zijn dertigste, om te laten zien wie hij was.

Mettertijd werden Hebreeuwse vertalingen van Maimonides’ Mishna commentaar gemaakt en in deze vorm is het door vele joodse geleerden geraadpleegd en is het in de traditionele uitgaven van de Talmud opgenomen.

Uit het feit dat Maimonides voor zijn commentaar de Mishna koos, de kern van de joodse traditie, blijkt dat hij wilde terug gaan tot de essentie van de halacha. Daarom ook geeft hij herhaaldelijk toe aan de behoefte tot samenvatting en ordening van grondprincipes. Diezelfde houding spreekt ook uit zijn twee andere grote werken over de halacha. Eveneens in het Arabisch geschreven is het Boek der Geboden (Kitab al-Fara’id). Dit boek heeft een zeer strakke opbouw. Het bevat een opsomming met korte inhoudelijke toelichting van alle 613 Geboden die volgens de traditie in de Tora staan. In de Talmud (Makkot 23b24a) is in een tamelijk terloopse mededeling van Rabbi Simlai de traditie opgetekend, dat aan Mozes op de berg Sinai 613 Geboden (Mitzwot) werden gegeven; 248 daarvan zijn positieve geboden (‘Gij zult’), in overeenstemming met het aantal ledematen van het menselijke lichaam dat de Geboden moet uitvoeren, en 365 zijn verboden (‘Gij zult niet’), naar het aantal dagen van het jaar. Latere geleerden zijn op grond van deze opmerking op zoek gegaan in de tekst van de Tora om aan te wijzen welke deze 613 Geboden zijn. Ook Maimonides heeft zich aan deze opgave gezet en heeft in het Boek der Geboden in een beredeneerde lijst de resultaten van zijn arbeid neergelegd. Deze opsomming wordt voorafgegaan door een theoretische verhandeling, waarin aan de hand van 14 principes wordt uiteengezet hoe men de specifieke bijbelse Geboden moet definiëren. Deze analytische aanpak en de duidelijke wens om het veelzijdige traditiemateriaal te systematiseren is kenmerkend voor Maimonides.

Ook het Boek der Geboden werd in de Middeleeuwen reeds in het Hebreeuws vertaald en het heeft in die vorm de ontwikkeling van het halachische denken beïnvloed.

Het hoogtepunt van Maimonides’ systematische aanpak is ongetwijfeld zijn halachische meesterwerk, de Mishne Tora, de schitterende Hebreeuwse codex van de hele joodse wet. Hierin combineerde Maimonides de praktische aanpak van het Mishnacommentaar met de theorie van het Boek der Geboden. Het werk bestrijkt het gehele uitgebreide veld van de halachische tradities, zowel de wetten die het leven van alledag bepalen, als die welke, na de verwoesting van de Tempel, in de ballingschap niet meer kunnen worden uitgevoerd; zowel de halacha van de concrete handelingen, als die voorschriften die inhoud geven aan het geloof en aan de religieuze gezindheid.

Aangezien de beide tractaten in deze studie zijn vertaald uit de Mishne Tora, komt dit werk beneden nog uitvoeriger ter sprake.

Geheel anders van aard dan de hechte, bijna mathematisch gestructureerde Mishne Tora is Maimonides’ andere grote werk, dat hij schreef als filosoof en dat het sluitstuk van zijn oeuvre vormt, de Gids der Verdoolden.

Reeds eerder in zijn leven had Maimonides geschreven over filosofische onderwerpen of had hij bepaalde problemen op de wijze van de filosofie aangepakt. Het bekendste vroege geschrift in deze trant is zijn verhandeling over de terminologie en de structuur van het wetenschappelijke redeneren (Maqalafi Sina’at al-Mantiq, ook bekend onder de Hebreeuwse titel Millot ha-Higgajon: ‘Termen van de Logica’). We zagen reeds dat het Boek der Geboden een systematische inleiding bevat en dat zowel het Commentaar op de Mishna, als de Mishne Tora passages van uitgesproken beschouwelijke en systematische aard kennen, die aangeven dat de structuur, en daarmee ook een deel van de inhoud van deze werken door Maimonides’ filosofische opvattingen worden bepaald. Welke opvattingen dat zijn zal in het vervolg ter sprake komen. Vooralsnog zullen we het complex van kennis, dat Maimonides ontleende aan de wetenschappelijke literatuur van zijn dagen en die in de afgelopen eeuwen door voor namelijk Arabische filosofen op basis van Griekse filosofische teksten was vorm gegeven, simpelweg zijn ‘filosofie’ noemen, ook al worden daarmee meer en andere zaken bedoeld dan met het moderne begrip filosofie.

In de Gids der Verdoolden spreekt niet de halachist, rnaar de filosoof. Hoewel het niet zo eenvoudig is om op inhoudelijke gronden onderscheid te maken tussen Maimonides’ halachische werk en zijn filosofie, is het nuttig voor de beschrijving van zijn oeuvre dit onderscheid te handhaven. Het criterium voor dit onderscheid moet zijn het publiek waartoe Maimonides zich richtte. Het meeste van zijn werk schreef hij voor hen, die onderlegd waren in de rabbijnse tradities van de Tora en die zich daarin verder wilden bekwamen. Zijn grote filosofische werk is daarentegen voor een ander publiek bedoeld. Het is een Gids voor Verdoolden (Arabisch: Dalalat al-Cha’irin), een leraar voor wie in verwarring verkeren (Hebreeuws: More Nevuchim). Dit zijn niet de rabbijnen, die voor hun behandeling van halachische kwesties de Mishne Tora of het Commentaar op de Mishna konden raadplegen. De verdoolden zijn zij die de verbindingsweg tussen twee verschillende velden van kennis niet kunnen vinden. Het veld van de tradities van de Tora kennen zij. Ook zijn zij thuis op het gebied van de wetenschappen en de filosofie, maar zij verkeren in verwarring over de vraag hoe men veilig van het ene naar het andere komt. Het is Maimonides’ overtuiging dat beide velden op elkaar aansluiten. Hij heeft dat immers herhaaldelijk zelf bewezen in zijn vorige werken. Maar die werken waren geschreven voor een publiek dat niet geplaagd werd door de verwarrende ideeën van het filosofische denken, dat zowel de fysica als de metafysica behandelt en daarom speculatieve elementen bevat, die uitgaan boven wat met de zintuigen is waar te nemen. In de Gids der Verdoolden neemt Maimonides zich voor, de resultaten van dit filosofische denken ten volle scrieus te nemen. Dat bracht bepaalde risico’s met zich mee. Het gevaar bestond dat mensen die niet voldoende onderlegd waren in de wetenschappen, met zijn ideeën zouden weglopen en er conclusies aan zouden verbinden die schadelijk zouden zijn, hetzij voor het geloof in de religieuze tradities, hetzij voor zijn reputatie als filosoof. Daarom maakte Maimonides zijn werk moeilijk toegankelijk, zodat het op het eerste gezicht willekeurig en wanordelijk lijkt – in grote tegenstelling tot Mishne Tora Het is hier niet de plaats om de Gids der Verdoolden en de filosofische opvattingen die Maimonides erin verwerkte nader te bespreken. Beneden, bij de bespreking van de filosofische elementen van de Mishne Tora en van de door ons vertaalde tractaten zullen een paar punten nog ter sprake worden gebracht. Wel is het nuttig er op te wijzen dat het dat het boek, ondanks zijn erkend filosofische strekking en zijn gesloten karakter, in alle opzichten een zeer joods boek is. Het citeert overvloedig uit de bijbel en de Talmudische literatuur en geeft veel aandacht aan de godsdienstige en ethische waarden van het rabbijnse Jodendom. De Hebreeuwse vertaling die Samuel ibn Tibbon er al tijdens het leven van de auteur van maakte onder de titel More Ne-vuchim, is veel bestudeerd en becommentarieerd, maar heeft ook aanleiding tot langdurige controversen gegeven. Hoewel de auteur de bijbelse en rabbijnse bronnen nadrukkelijk in zijn uiteenzet tingen betrekt, beweegt het boek zich voornamelijk in de wereld van de filosofische vakdiscussies. Toch wil het, behalve een aristotelische theologie van het Jodendom voor de geschoolde elite, voor diezelfde groep tegelijk ook een leeswijzer op de Wet en de Profeten en een filosofische ethiek zijn.

Noten

1. Niet de omkeer in berouw is het eigenlijke bijbelse Gebod, maar de belijdenis van schuld, zoals beneden in I, 1`wordt afgeleid uit Num. 5, 6, 7.

2.Iqqarim, ook de naam die Maimonides gaf aan de grondslagen van het joodse geloof in zijn inleidende beschouwingen in het Mishnacommentaar op Sanhedrin X; zie beneden IV, 6 e.v., en Inleiding. pp. 36-37.

3. Bij het ritueel van de Grote Verzoendag.

4. Mitat Bet Din; zie Inleiding, p. 44

Deze studieverhandeling werd mogelijk gemaakt door MEINEMA SLEUTELTEKSTEN en DR. A VAN DER HEIDE

VOLGENDE AFLEVERING: DE MISHNA THORA

Geef een reactie