DEEL 8. DE’OT HICHOT (III)

Aanbevolen wordt om ook, parallel aan deze verhandeling, “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1.2.3.4 en Deel 1.2.3.4.5.6.7 van VAN MAIMONIDES, RABBI MOZES ben MAIMON te lezen op onze website www.bethhamidrash.org onder Studies en Archief.

TRACTAAT HICHOT DE’OT

DE REGELS VAN HET GEDRAG

KORTE INHOUD:

IV: Noodzakelijke voorwaarde hiervoor is een gezond lichaam en een leven naar strenge regels voor eten, slapen, stoelgang, dieet, lichamelijke inspanning, baden en wassen, aderlating, seksuele omgang.

Hoofdstuk IV

1. Aangezien het een van de wegen des Heren is om in goede gezondheid te zijn – want men kan onmogelijk inzicht en kennis hebben wanneer men ziek is – is het noodzakelijk dat een mens zich verre houdt van dingen die het lichaam te gronde richten. Veeleer zal hij zich gewennen aan dingen die gezond en weldadig zijn.

Dat zijn de volgende: [2] Men moet nooit eten wanneer men geen honger heeft en alleen drinken wanneer men dorstig is. Ook dient men de ontlasting niet op te houden, al is het maar voor even, maar direct wanneer men moet wateren of zijn gevoeg moet doen, moet men opstaan.

2. [3] Een mens moet niet door blijven eten tot zijn buik geheel gevuld is, maar hij zal tot op een kwart onder zijn verzadigingspunt blijven. Hij moet bij het eten niet meer dan een klein beetje water drinken en dat mengen met wijn. En wanneer het voedsel in de ingewanden begint te verteren, dan drinke men wat men nodig heeft, maar niet te veel, ook niet wanneer het eten gaat verteren. Men gaat pas eten wanneer men zeer goed heeft onderzocht of men niet eerst zijn behoefte moet doen.

[4] Een mens dient pas te gaan eten, nadat hij voor het eten wat heeft gewandeld en zijn lichaam opgewarmd is, of wanneer hij een beetje werk heeft gedaan of een andere soort inspanning heeft verricht. Het komt erop neer dat men het lichaam kort houdt en men zich iedere dag in de ochtend ietwat vermoeit, zodat het lichaam opgewarmd raakt. Daarna rust men wat uit, totdat de geest gekalmeerd is, en gaat men eten. Het is ook goed om zich na de inspanning met warm water te wassen. Dan wacht men even en gaat men eten.

3. [5] Wanneer een mens eet, moet hij altijd ervoor zorgen dat hij erbij zit of op zijn linkerzij leunt. Hij moet niet lopen, niet rijden, zich niet vermoeien of lichamelijk in beweging zijn en niet rondtrekken, voordat het voedsel in zijn ingewanden verteerd is. ledereen die direct na het eten gaat rondlopen of zich gaat inspannen, haalt zich kwade en ernstige ziekten op de hals.

4. [6] De dag en de nacht hebben samen vierentwintig uur. Het is voldoende om een derde, dus acht uren, daarvan te slapen. Dat moeten de laatste uren van de nacht zijn, zodanig dat de tijd vanaf het slapen gaan tot zonsopgang acht uren is. Men staat dan van bed op nog voordat de zon opgaat.

5. [7] Men moet niet op zijn buik of op zijn rug slapen maar op de zij, in het begin van de nacht op de linkerzij en tegen het einde op de rechter. Men gaat niet vlak na het eten slapen, maar wacht er zo’n drie of vier uur mee na het eten. En men slaapt niet overdag.

6. [8] Dingen die de ingewanden los maken, zoals druiven, moerbeien, vijgen, peren, meloenen, het inwendige van courgettes en meloenen, eet men eerst, vooraf aan de maaltijd. Men vermengt ze niet met het andere voedsel, maar wacht even totdat ze door de maag heen zijn en dan gaat men door met eten. Dingen die hardlijvig maken, zoals granaatappelen, kweeperen, appels en stoofperen, 35 eet men direct bij het eten en niet te veel.

7. [9] Wanneer een mens ter zelfder tijd vlees van gevogelte en dat van vee wil eten, moet hij eerst het gevogelte nemen. In geval van eieren en gevogelte neme men eerst de eieren. In geval van vlees van kleinvee en dat van grof vee eet men eerst dat van het kleinvee. Men moet altijd het lichtere vooraf laten gaan aan het zwaardere.

8. [10] In het warme seizoen eet men koele spijzen met niet teveel specerijen en men eet ze met azijn. In de regentijd eet men warme spijzen met veel specerijen, maar men eet weinig van mosterd duivelsdrek.36 Daaraan houde men zich ook in koude en warme streken, op iedere plaats zoals het hoort.

9. [11] Er zijn spijzen die bijzonder slecht zijn en die men beter nooit kan eten, zoals grote oude gezouten vissen, oude gezouten kaas, truffels en paddestoelen, oud gezouten vlees, wijn uit de wijnpers en gekookt voedsel dat is blijven staan totdat het zijn geur heeft verloren. Ook ieder voedsel dat slecht of zeer bitter ruikt is vergif voor het lichaam.

[12] Dan zijn er nog spijzen die ook slecht zijn maar minder dan de zojuist genoemde. Daarvan kan men beter slechts weinig eten en met grote tussenpozen, zodat men er niet aan went en ze geen deel gaan uitmaken van het voedsel dat men altijd eet. Dat zijn bijvoorbeeld grote vissen, kaas en melk die langer dan vierentwintig uur na het melken gestaan heeft, vlees van grote ossen en bokken, bonen, linzen, erwten, gerstebrood en ongezuurd brood, kool, prei, uien, knoflook, mosterd, radijs. Dit is allemaal slecht voedsel, [13] waarvan men beter maar zeer weinig kan eten en dat alleen in de regentijd. Wanneer het niet de tijd van de regens is, moet men er helemaal niet van eten. Alleen bonen en linzen moet men noch in de warme dagen, noch in de regentijd eten, en van de komkommerachtigen eten men ook in de zomer slechts weinig.

10. [14] Er zijn nog meer spijzen die slecht zijn, maar minder slecht dan de zojuist genoemde. Dat zijn watervogels en jonge duiven, dadels en in olie geroosterd brood of brood dat met olie is gekneed, bloem die zo volledig gezift is dat het de geur van zemelen heeft verloren, pekel en brijn. Het is niet goed om van deze dingen te veel te eten. Een mens die verstandig is, die zijn begeerten weet te onderdrukken en die zich niet door zijn verlangens laat leiden en dus niet van de genoemde zaken eet tenzij hij ze medicinaal nodig heeft, zo iemand kan men een held noemen. 37

11. [15] Men dient ten allen tijde terughoudend te zijn met fruit van bomen en er zelfs in gedroogde vorm niet teveel van eten, laat staan wanneer ze sappig zijn. Voordat ze voldoende gerijpt zijn, zijn ze zelfs fataal voor het lichaam; 38 en Johannesbroodboom vruchten zijn altijd slecht. Ook alle zure vruchten zijn slecht en daar kan men alleen in de warme tijd en op plaatsen waar het warm is een weinig van eten. Vijgen, druiven en amandelen zijn altijd goed, of ze nu sappig of gedroogd zijn. Daarvan kan men naar behoefte eten, maar, hoewel ze de beste van alle boomvruchten zijn, moet men ze toch niet altijd blijven eten.

12. [16] Honig en wijn zijn slecht voor kinderen en goed voor oude mensen, zeker in de regentijd. In de warme tijd moet een mens tweederde eten van wat hij in de regentijd eet.

13. [17] Men moet er altijd naar streven de ingewanden los te houden, zodat men bijna tegen de diarree aan zit. Dit is een belangrijke regel in de geneeskunst, want altijd wanneer de ontlasting uitblijft of moeilijk komt, komen er ernstige ziekten van.

[18] Hoe verzacht men de ingewanden wanneer enige hardlijvigheid optreedt? Indien men jong is, eten men iedere ochtend in water gekookte melde, die met olie, azijn, zout of brijn is bereid, zonder brood. Of men drinke het kookwater van bieten of kool met olie, zout of brijn. Maar indien men oud is, drinke men in de ochtend met warm water aangelengde honig en men wachte ongeveer vier uur met het eten van een maaltijd. Men doe dat drie of vier dagen achtereen indien dat nodig is, totdat de ingewanden los komen.

14. [19] Er bestaat nog een andere regel voor de gezondheid van het lichaam. Zolang de mens zich inspant en zich vermoeit, niet verzadigd is en een goede stoelgang heeft, wordt hij niet ziek en blijft hij krachtig, zelfs wanneer hij slechte spijzen eet.

15. Maar ieder die er zijn gemak van neemt en zich niet inspant, of wie zijn ontlasting ophoudt of die hardlijvig is, ook al eet hij louter goede spijzen en houdt hij zich aan alle regels van de geneeskunde, hij zal zijn leven lang geplaagd worden en in kracht afnemen. Onmatig eten is voor ieder menselijk lichaam een dodelijk gif en de bron van alle ziekten.

[20] De meeste ziekten die een mens overkomen, worden alleen maar veroorzaakt door slecht voedsel of doordat men zich volstopt en onmatig eet, zelfs al eet men goed voedsel. Dat is hetgeen Salomo in zijn wijsheid heeft gezegd: ‘Wie zijn mond en tong bewaart, bewaart zijn ziel voor tegenslagen’ (Spr. 21, 23), dat wil zeggen: Wie zijn mond bewaart door geen slecht voedsel te eten of zich te verzadigen, en wie zijn tong bewaart zodat hij niet meer dan het noodzakelijke spreekt.

16. [21] De beste manier om zich te wassen is om zich eens in de zeven dagen in het bad te begeven. Men gaat niet in bad vlak na de maaltijd en ook niet wanneer men hongerig is, maar pas wanneer het voedsel in de ingewanden begint te verteren. Men wast het gehele lichaam met warm water, waaraan het lichaam zich niet brandt. Alleen het hoofd kan gewassen worden met gloeiend heet water waaraan het lichaam zich zou branden. Daarna wast men het lichaam met lauw water en daarna met steeds lauwer water, totdat men zich met koud water wast. Het hoofd brenge men noch met lauw, noch met koud water in aanraking. Ook in de regentijd wasse men zich niet met koud water en men wasse zich pas wanneer men is gaan zweten en men het hele lichaam heeft geboend. Men moet niet te lang in bad blijven, maar wanneer men begint te zweten en het lichaam geboend heeft, spoelt men zich af en gaat eruit.

[22] Voordat men in bad gaat en wanneer men er weer uit gekomen is, onderzoeke men of men zijn behoefte moet doen. Hetzelfde moet men ook altijd voor en na het eten doen, voor en na de copulatie, voordat men zich met inspanningen vermoeit en erna, voordat men inslaapt en wanneer men ontwaakt; in totaal tien gelegenheden. 17. [23] Wanneer men uit het bad komt, moet men zijn kleren aandoen en in de vestibule zijn hoofd bedekken, opdat de koude wind er geen vat op krijgt. Zelfs in de zomer moet men oppassen. Nadat men eruit gekomen is, wacht men totdat men gekalmeerd is, het lichaam tot rust is gekomen en de warmte geweken is. Dan kan men eten. En indien men na het bad even slaapt, dan is dat zeer goed.

[24] Wanneer men uit bad komt, moet men geen koud water drinken, laat staan dat men in het bad al gaat drinken, en als men zich niet kan inhouden, mengt men het drinkwater met wijn of honig. Het is zeer goed wanneer men zich in de regentijd bij het baden inwrijft met olie.

18. [25] Men moet van aderlaten geen gewoonte maken, en als men al een aderlating ondergaat, dan alleen als het erg nodig is. Aderlaten doet men niet in de warme tijd en niet in de regentijd, maar alleen een beetje in Nisan en Tishri .39 Boven de vijftig moet men helemaal geen aderlating meer toepassen en men moet niet op een en dezelfde dag aderlaten en een bad nemen, op reis gaan of van een reis thuiskomen. Men ete en drinke op een dag van aderlating minder dan men gewoon is, men rust, spant zich niet in en loopt niet rond.

19. [26] Het sperma is de levenskracht van het lichaam en het licht van de ogen. Steeds wanneer er teveel van wordt afgescheiden, staat

het lichaam bloot aan verval, men neemt af in krachten en er gaat leven teloor. Dat is hetgeen Salomo sprak in zijn wijsheid: ‘Geef niet aan vrouwen uw kracht, noch uw wegen ten verderve van koningen’ (Spr. 31, 3).

[27] leder die zwelgt in de seksuele omgang valt ten prooi aan ouderdom, zijn kracht neemt af en zijn ogen worden slecht, zijn adem en oksels gaan rieken, zijn hoofdhaar, wimpers en wenkbrauwen vallen uit en het haar van baard, oksels en benen neemt toe; zijn tanden vallen uit en hem overkomen nog vele andere kwalen bovendien.

[28] Deskundige geneesheren hebben gezegd: Een op de duizend sterft aan een willekeurige ziekte, de rest aan overmatige bijslaap. Daarom moet een mens die gezond wil leven, hiervoor oppassen en slechts copuleren wanneer zijn lichaam gezond en sterk is, wanneer hij veelvuldige spontane erecties heeft, waarvan de stijfheid blijft ook wanneer hij afleiding zoekt; hij ondervindt een zwaarte in de lendenen en verder naar beneden, alsof er aan de testikels getrokken wordt, en het lichaam is warm. Zo iemand moet wel copuleren en hij wordt daar ook beter van.

[29] Men copuleert niet in verzadigde, noch in hongerige toestand, maar slechts wanneer de spijsvertering op gang is gekomen. Men lette op de stoelgang, zowel voor als na de copulatie. Men copuleert niet staande, of zittende, en ook niet in het badhuis; voorts niet op dagen dat men een bad neemt, een aderlating zet, op reis gaat of terugkeert van een reis, niet daarvoor en niet daarna.

20. [30] Ik sta er voor in dat ieder die zich gedraagt naar hetgeen hier is aangegeven, al zijn levensdagen niet ziek zal worden en in hoge ouderdom zal sterven zonder ooit een dokter nodig te hebben. Ook zal zijn lichaam zijn hele leven gaaf en intact blijven, tenzij het vanaf zijn geboorte niet goed was of hij zich een van de genoemde slechte gewoonten heeft eigen gemaakt of dat er een of andere ramp of droogte over de wereld komt.

21. [31] Alleen voor een gezond mens is het de moeite waard zich aan deze goede gewoonten waarover wij spraken, te houden. Wie ziek is of een speciale aandoening heeft of wie vele jaren ongezond heeft geleefd, moet ieder op zijn eigen manier andere levenswijzen volgen, al naar gelang de aard van zijn ziekte, zoals wordt uitgelegd in de medische boeken. Want verandering van (leef)wijze is het begin van alle ziekte .40

22. [32] Zowel de gezonde als de zieke kan op plaatsen waar geen dokter is, beter niet afwijken van al hetgeen in dit hoofdstuk besproken is. Want zo is een goede afloop gegarandeerd.

23. [33] Het is een geleerde niet geoorloofd om in een stad te wonen waar de volgende tien zaken niet aanwezig zijn: een dokter, een heelmeester, een badhuis, een toilet, openbaar water zoals een rivier of een bron, een synagoge, een onderwijzer voor kinderen, een klerk, een liefdadigheidsinstelling en een rechtbank die lijf- en vrijheidstraffen oplegt. 41

Noten:

 

35. Qrustemilin,

ook genoemd in de Mishna (Kilaim I, 4), is een klaarblijkelijk zeer smakelijke peer afkomstig uit het Italiaanse Crustumeria.

36. Chiltit = assa foetida,

een schermbloemige plant met sterk smakende hars.

37. Vgl. Avot IV, 1: Wie is een held? Hij die zijn neiging bedwingt.

38. Letterlijk: als zwaarden (charavot), een woordspeling op het volgende charuvim – Johannesbroodboom vruchten.

39. Dwz. in maart/april en september/oktober.

40. Vgl. Ketubbot 1 1 Oh,

41. Vgl. Sanhedrin 17b

Geef een reactie