DEEL 6. DE’OT HICHOT (I)

Aanbevolen wordt om ook, parallel aan deze verhandeling, “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1.2.3.4 en Deel 1+2+3+4+5 van MOZES MAIMONIDES, RABBI MOZES ben MAIMON te lezen op onze website www.bethhamidrash.org onder Studies en Archief.

VERTALING VAN TRACTAAT DE’OT HICHOT

DE REGELS VAN HET GEDRAG

De Mishne Thora is een groot en voor het merendeel technisch werk. Het behoort tot de klassieke teksten van het Jodendom. In de standaarduitgaven wordt de tekst op iedere bladspiegel omgeven door een aantal traditionele commentaren, zoals dat ook bij de Talmud en andere belangrijke teksten gebruikelijk is. Door de tijd heen heeft de Mishne Tora nogal geleden onder de ingrepen van goed bedoelende uitgevers en drukkers, die de tekst op talloze plaatsen veranderden en aanpasten. Voor onze vertaling is daarom gebruik gemaakt van een nieuwe editie van de Israëlische geleerde Jozef Qafih, die zich voornamelijk baseerde op een aantal betrouwbare manuscripten van Jemenitische herkomst. De joden van Jemen zijn altijd toegewijde hoeders van de klassieke teksten van het Jodendom geweest en tevens grote bewonderaars van Maimonides. Vergelijking met andere betrouwbare teksten van de hand van Maimonides (waaronder een wellicht eigenhandig geschreven tekst van het Commentaar op de Mishna) toont aan dat de Jemenitische versies getrouw de bedoeling van de auteur plegen weer te geven. Qafih zelf vertaalde en annoteerde reeds het Commentaar op de Mishna en de Gids der Verdoolden in modern Hebreeuws en voorzag die van verklarende noten. Ook zijn uitgave van de Mishne Thora is voorzien van uitvoerige verklaringen, die er voornamelijk op gericht zijn Maimonides’ gebruik van de klassieke bronnen te belichten en de uitspraken van de Mishne Thora te plaatsen binnen het kader van het overige werk van Maimonides. Qafih stamt uit een familie van Jemenitische geleerden en hij baseert zich voornamelijk op traditionele joodse bronnen. Zeer groot is zijn kennis van de commentaarliteratuur op de Mishne Thora.

In onze vertaling is de tekst van Qaflh getrouw gevolgd. Slechts een enkele keer was er aanleiding om op andere Iezingen in te gaan. Qafih gebruikt een indeling in paragrafen die veel gedetailleerder is dan de gebruikelijke. Uiteraard is in onze vertaling de standaardindeling gevolgd, maar omdat het mogelijk is dat die van Qafih meer navolging zal vinden, is zijn nummering tussen [] toegevoegd.

De aard van de Mishne Thora brengt met zich mee dat het werk, evenals het Commentaar op de Mishna en anders dan de Gids der Verdoolden, slechts zeer selectief in moderne talen vertaald is. Met uitzondering van de beoogde complete vertaling in de Yale Judaïca Series, die nog lang niet is voltooid, beperkten de vertalers zich tot gedeelten die hun speciale belangstelling hebben. Dat geldt ook voor de onderhavige vertaling. In de 17de eeuw ontdekten christelijke geleerden de Mishne Thora als een geriefelijke toegang tot die joodse wetten en tradities waar zij meer van wilden weten. In de moderne tijd zijn het vooral de filosofisch en theologisch getinte delen van de Mishne Thora die de aandacht trekken. Het is dan ook geen wonder dat het Boek der Kennis, het eerste van de veertien delen en tevens het kader voor onze traktaten, ruimschoots het meest vertaalde is. Nog een enkel woord over de wijze van vertalen. De vele bijbelteksten die Maimonides aanhaalt, zijn vertaald met het oog op hun functie in het betoog, zodat ze kunnen afwijken van de gangbare Nederlandse vertalingen. Niet zelden is het nuttig de bijbelteksten in hun oorspronkelijk context op te zoeken om te zien waarom ze worden aangehaald. Omdat Maimonides naar algemeen gebruik nogal spaarzaam citeert, is in gevallen waar dat nodig was de tekst aangevuld.

Alleen van expliciete citaten van rabbijnse bronnen is door ons de vindplaats in een noot vermeld, eventueel met een toelichting. Wanneer Maimonides niet letterlijk citeert is dat aangegeven met ‘Vgl.’. Een enkele keer was er ook aanleiding om impliciete citaten te identificeren. Boven is reeds uiteengezet dat dit aspect van de Mishne Thora de verklaarders voor grote problemen stelt, zodat in het kader van deze vertaling grote spaarzaamheid geboden was.

De vertaling van rabbijns-Hebreeuwse sleutel termen en concepten is een erkend probleem. We zagen het al bij de bespreking van de titels van onze tractaten. Als toegift volgt hier een kleine selectie van de belangrijkste vaktermen. Sommige worden in een noot ter plaatse nader verklaard.


karet:

de zwaarste straf, die niet door mensenhand, maar door de hand van God wordt voltrokken (zie bv. Boete en Berouw VIII, 1[2]).
mitat Bet Din: de door een bevoegd Sanhedrin opgelegde doodstraf (zie bv. Boete en Berouw 1, 2[7]).
zakkai: iemand die op grond van zijn verdienste van schuld is vrijgepleit: een verdienstelijke, een rechtvaardige (zie bv. Boete en Berouw III, 4[8]).
zechut: verdienste,rechtvaardigheid.
tsaddik: iemand die doet wat hij behoort te doen, een rechtvaardige; tegenstelling van zakkai en tsaddik is de rasha’: een boosaardig iemand, een zondaar.
chasid: de extreem toegewijde vrome.
chacham: de wijze, in specifieke zin de rabbijn; variant: talmid chacham: de geleerde (zie vooral Gedrag V).

Literatuur

Aristoteles, The Nicomachean Ethics, with an English translation by H. Rackham (London/New York, 1926).

Avot, zie: Siach Jitschak

I.Epstein, ‘Maimonides’ conception of the Law and the ethical trend of his Halachah’, in: 1. Epstein (ed.), Moses Maimonides 1135-1204. AngloJewish Papers in connection with the Eighth Centenary of his birth (London, 1935), pp. 61-82.

Marvin Fox, ‘The Doctrine of the Mean in Aristotle and Maimonides: A Comparative Study’, in: S. Stein/R. Loewe (edd.), Studies in Jewish Religious Intellectual History (University of Alabama Press, 1980), pp. 93-120; ook in: J.A. Buijs (ed.), Maimonides. A Collection of Critical Essays (Notre Dame, 1988), pp. 234-263.

Sh.D. Goitein, ‘Maimonides, Man of Action. A Revision of the Master’s Biography in the Light of Geniza Documents’, in: G. Nahon/Ch. Touati, Hommage a Georges Vajda. Etudes d’histoire etdepens6ejuives (Leuven, 1980), pp. 155-167.

A.van der Heide, ‘De Grote Adelaar. Momenten uit het werk van Mozes Maimonides (1 135-1204)’, in: Ter Herkenning 13 (1985), pp. 146-162.

M.van Loopik, De Wegen der Wijzen en de Weg van de Wereld (Kampen 1989).

Moses Maimonides, Mishnacommentaar:


Mishna im Perush Rabbenu Moshe ben Maimon,

modeme Hebreeuwse vertaling uit het Arabisch door Yosef Qafih (Jerusalem 1967), 3 dln. Idem, met Arabische tekst (Jerusalem 1963-1969), 7 dln. Maimonides’ Commentary on the Mishnah Tractate Sanhedrin. Translation with introduction and notes by Fred Rosner (New York, 1981). Moses Maimonides’ Commentary on the Mishnah: Introduction to Seder Zeraim and Commentary on Tractate Berachoth. Translated and annotated by Fred Rosner (New York, 1975).

De Acht Hoofdstukken van Maimonides, bevattende zijn zielkundige verhandeling.

Het Hebreeuwsch opnieuw nagezien en in het Nederduitsch vertaald door M.M. Cohen (Groningen 1845).

Eight Chapters of Maimonides on Ethics.

English translation and notes by Joseph 1. Gorfinkle (1912, repr. New York, 1966).

Mishne Tora:


Rabbenu Moshe ben Maimon, Sefer Mishne Tora,

uitgeg. op grond van jemenitische handschr. met uitgebr. commentaar door Yosef ben David Qafih (Jerusalem 1984 – ).

The Code of Maimonides.

Engelse vertaling door verscheidene auteurs, onvoltooid (New Haven/London 1949 – ). Yale Judaica Series.

The Book of Knowledge, The Book of Adoration.

Translated by M. Hyamson (repr. Jerusalem 1962).

The Book of Knowledge from the Mishneh Torah of Maimonides.

Translated by H.M. Russel/J. Weinberg (Edinburgh 1981; New York 1983).

Moise Maimonide. Le livre de la connaissance.

Traduit de 1’hebreu et annoté par V. Nikiprowetzky et A. Zaoui (Paris 1961; 1990).

Gids der Verdoolden:


The Guide of the Perplexed.

Translated with an Introduction and Notes by Shlomo Pines. With an Introductory Essay by Leo Strauss (Chicago/London,1963).

Kleinere tractaten:


Crisis and Leadership: Epistels of Maimonides

(Epistleon Martyrdom, >Epistle to Yemen, Essay on Resurrection). Translated by Abraham Halkin; discussions by David Hartman (Philadelphia, 1985).

Moses Maimonides’ Treatise on Ressurrection.

Translated and annotated by Fred Rosner (New York, 1982).

M. Reisel, Maimonides (Den Haag, 1963; herdr; 1985).


Siach JitschaklGebed van Jitschak. Siddoer.

De geordende gebeden voor het gehele jaar. Nederlandse vertaling door Jitschak Dasberg (Amsterdam, 2de dr. 1979); tekst en vertaling van tractaat Avot op pp. 191-216.

Sifre on Deuteronomy,

ed. Louis Finkelstein (Berlijn 1939; herdr. New York1969).

I.Twersky, Introduction to the Code of Maimonides (Mishneh Torah) (New Haven/London 1980). Yale Judaica Series XXII.

TRACTAAT HICHOT DE’OT

DE REGELS VAN HET GEDRAG

Korte inhoud: Mensen vertonen de meest uiteenlopende eigenschappen: goede, minder goede, slechte. Slecht zijn de extreme eigenschappen, goed zijn de gemiddelde eigenschappen. Hij die de middenweg volgt is een wijze (chacham), hij benadert de eigenschappen van God. De vrome (chasid) gaat daarin nog verder dan het midden. De ‘weg van God’ is ons door de profeten geleerd. Men moet de middenweg door oefening leren vinden en begaan.

Deze bevatten elf geboden, vijf geboden aangaande wat men zal doen en zes over wat men zal nalaten:

1.Op Hem te gelijken in Zijn wegen.1

2.Aan te hangen hen die Hem kennen. 2

3.De naaste lief te hebben. 3

4.De vreemdeling lief te hebben.4

5.De broeders niet te haten.5

6.Te vermanen. 6

7.Niemand beschaamd te maken.7

8.Geen stakkers te verdrukken.8

9.Geen kwaad te spreken.9

10.Niet wraakzuchtig te zijn.

11.En geen wrok te koesteren. 10

HOOFDSTUK I

1. De mensen hebben veel verschillende eigenschappen,11 die onderling zeer ver uiteen liggen. De een is opvliegend en altijd boos, de ander is evenwichtig en nooit kwaad, en als hij al boos wordt is het maar een beetje en eens in de zoveel jaren. De een is zeer hooghartig en de ander is buitengewoon nederig. De een is genotzuchtig en krijgt er niet genoeg van zijn verlangens achtena te lopen, de ander is argeloos en verlangt nog niet eens naar het weinige dat nodig is voor de instandhouding van het lichaam. De een is hebzuchtig en raakt van alle rijkdom ter wereld nog niet verzadigd, zoals er geschreven staat: ‘Wie van geld houdt, raakt van geld niet verzadigd’ (Pred. 5 9), de ander houdt zich in en heeft aan zo weinig al genoeg dat hij er niet van rond kan komen, terwijl hij niet eens probeert datgene te verkrijgen wat hij nodig heeft. [2] De een legt zichzelf cen hongerdieet op en is zo vrekkig dat hij alleen met de grootste tegenzin een stuiver uit eigen bezit spendeert, en de ander brengt bij volle bewustzijn zijn hele bezit erdoor. Hetzelfde geldt voor alle andere vormen van gedrag, zoals uitgelatenheid en somberheid, gierigheid en gulheid, wreedaardigheid en barmhartigheid, dapperheid en zachtmoedigheid, en al dergelijke dingen meer.

2. [3] Tussen al die eigenschappen in zitten de gematigde eigenschappen, die ook zeer ver uiteenlopen. En van alle eigenschappen zijn er sommige die een mens naar zijn aard en aanleg reeds vanaf zijn geboorte heeft, andere die hij van nature sneller geneigd is aan te nemen, en weer andere die hij van oorsprong niet heeft maar die hij aanleert van andere mensen. Ook kan men denken of van iemand anders venemen, dat een bepaalde eigenschap goed en gepast gedrag veroorzaakt, zodat men daarvan een gewoonte gaat maken en die eigenschap zich bij hem vastzet.

3.[4] Extreme gedragingen zijn onjuist en het is niet goed voor een mens zich daarnaar te gedragen of die aan te leren. Indien men merkt dat men van nature tot extreme gedragingen geneigd is of dat men die al heeft aangeleerd, dan moet men daarvan ten goede terugkomen en de goede weg weer gaan bewandelen,welke de rechte weg is.

4. [5] De rechte weg is de maat van het midden ten opzichte van al de eigenschappen die een mens kan hebben. Dat is het gedrag dat in gelijke mate verwijderd is van de beide uitersten en dat niet dichter bij het ene of het andere is. Daarom hebben de vroegere Wijzen geboden dat een mens zijn gedragingen altijd goed moet overwegen en beoordelen, zodat hij om volmaakt te zijn zijn gedrag op de weg van het midden kan afstemmen.12

[6] Hoe doet men dat? Men moet niet opvliegend zijn en gemakkelijk kwaad worden, maar ook niet zo kil dat men zich nergens iets van aantrekt. Het ligt er tussen in. Men moet alleen boos worden over iets belangrijks dat deze boosheid waard is, om te voorkomen dat de aanleiding ertoe weer zal gebeuren. [7] Zo zal men ook alleen begeerte hebben naar dingen die het lichaam nodig heeft en zonder welke men niet kan leven, zoals er geschreven staat: ‘De rechtvaardige eet ter verzadiging van zijn ziel’ (Spr. 13,25). Evenzo hoeft men zich alleen maar in te spannen voor zaken die men terwille van het leven van alle dag dient te bezitten, zoals er geschreven staat: ‘Het weinige is goed voor de rechtvaardige’ (Ps. 37, 16). Men moet niet al te spaarzaam zijn en evenmin zijn geld verkwisten, maar men geeft naar vermogen aan liefdadigheid en verstrekt leningen aan wie het nodig heeft, zoals het behoort. Men moet ook niet spotziek of lichtzinnig, noch somber of klagerig zijn, maar blij en gelijkmoedig met een opgewekt gezicht. Hetzelfde geldt voor al het andere gedrag. Deze weg nu is de weg der wijzen. [8] leder mens wiens eigenschappen van een gematigd gemiddelde zijn, wordt dan ook een wijze genoemd.

5. Degene die erg precies is op zijn gedrag en toch een beetje naar deze of gene zijde van het gemiddelde afwijkt, die wordt een vrome (chasid) genoemd. [9] Hoe is dat? Hij die zich verre houdt van hoogmoed en daarbij in de richting van het andere uiterste neigt en zeer nederig wordt, die wordt een vrome genoemd en dat is de eigenschap der vroomheid (middat chasidut). Maar wie zich slechts tot het midden daarvan verwijdert, die is bescheiden en wordt een wijze genoemd; hij houdt zich aan de eigenschap der wijsheid. En zo zit het ook met de andere gedragingen. Vroegere vromen waren gewoon hun gedrag van de middenweg te doen afwijken in de richting van een van beide uitersten. De ene keer week hun gedrag af in de richting van het ene uiterste en de andere keer in de richting van het andere, en dat heet ‘over de grenzen van het recht’.13 [10] Wij nu zijn geboden om de middenweg te bewandelen, de goede en rechte weg, waarvan er geschreven staat: ‘En in Zijn wegen zult gij gaan’ (Deut. 28, 9).

6. Zo heeft men ons uitdrukkelijk dit gebod geleerd: Zoals Hij genadig wordt genoemd, weest ook gij genadig; zoals Hij barmhartig wordt genoemd, weest ook gij barmhartig; zoals Hij heilig wordt genoemd, weest ook gij heilig. 14

Op die manier konden de profeten al deze eigenschappen aan God toedichten: Lankmoedig en vol van goedertierenheid, rechtvaardig en oprecht, een eerlijke sterke held, en dergelijke meer. Daarmee wilden zij aangeven dat dit de goede en rechte wegen zijn en dat de mens verplicht is zich deze, zoveel hij kan, eigen te maken.

7.[11] En hoe zal de mens van dit gedrag een gewoonte maken, zodat het zich bij hem vastzet? Hij moet de daden die voortkomen uit het gematigde gedrag, twee, drie keer herhalen en daar steeds weer op terugkomen, totdat het doen daarvan hem gemakkelijk afgaat en ze hem geen moeite meer kosten en het gedrag zich vastzet in zijn ziel. [12] En omdat de eigenschappen die aan de Schepper worden toegekend, aanduidingen zijn van de middenweg die wij dienen te gaan, heet deze weg dan ook de Weg des Heren. Dat is de weg die onze vader Abraham aan zijn kinderen onderwees, zoals er geschreven staat: ‘Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou gebieden en zij de weg des Heren zouden onderhouden’ (Gen. 18, 19). En hij die deze weg bewandelt, brengt voorspoed en zegen over zichzelf, zoals er geschreven staat: ‘Opdat de Heer over Abraham brenge al wat Hij over hem gesproken heeft’ (Ibid.).

HOOFDSTUK II VOLGT.

NOTEN:

1. Vgl. bv. Deut. 28, 9: ‘En gij zult in Zijn wegen gaan’, de zgn. Imitatio Dei, nader uitgelegd beneden I, 5-7.

2. Afgeleid uit teksten als Deut. 10, 20; 11, 22: ‘En Hem zult gij aankleven..’. Maar God, die een verterend vuur is, kan men niet in directe zin aankleven en daarom wordt dit gebod in de rabbijnse teksten opgevat als het verkeren in het gezelschap van de geleerden, de Talmide Chacharnim, dat zijn degenen ‘die Hem kennen’; zie beneden VI, 2.

3. Ley. 19, 18: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelve’; zie beneden VI,

4. Deut. 1 0, 1 1: ‘De vreemdeling zult gij liefhebben’. De tekst heeft hier ger, dat in het latere Jodendom proseliet betekent; zie VI, 4.

5. Lev. 19, 17: ‘Gij zult uw broeder in uw hart niet haten’; zie VI,5.

6. Ibid.: ‘Uw volksgenoot zult gij zeker vermanen’; zie VI, 6-7.

7. Letterlijk: Geen aangezicht bleek maken. Vgl. Lev. 19, 17: ‘En gij zult tegen hem geen zonde opwerpen’; Sifre: Zodat hij van schaamte bleek wordt; zie VI, 8-9.

8. Ex. 22, 12: ‘Geen enkele weduwe of wees zult gij onderdrukken’. Weduwen en wezen gelden als prototypes van allen die een onherstelbare maatschappelijke achterstand hebben.

9. Lev. 19, 16: ‘Gij zult niet kwaadsprekend rondgaan onder uw volk’; zie VII, 1-6.

10. Lev. 19, 18: ‘Gij zult geen wraak nemen of wrok koesteren’; zie VII, 7-8.

11. Over de term de’ot, die men zowel met ‘eigenschapen’ als met ‘gedrag’ kan weergeven.

12. In de rabbijnse bron waarop Maimonides hier waarschijnlijk zinspeelt (de woorden van Rabbi Jozua ben Levi in Sota 5b, met verwijzing naar Ps. 50, 23), ontbreekt de idee van het ‘midden’.

13. Letterlijk: binnen de lijn van het recht. De uitdrukking lifnim mi-shurat ha-din wordt gebruikt wanneer vonnissen niet naar de strikte letter van het recht, maar met menselijkheid en mededogen worden uitgevoerd.

14. Sifre, Ekev, par. 49 (p. 114).

Geef een reactie