DEEL 3. MISHNE THORA (II)

Aanbevolen wordt om ook, parallel aan deze verhandeling, “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1, 2, 3, 4 en Deel 1+2 van MOZES MAIMONIDES, RABBI MOZES ben MAIMON te lezen op onze website onder Studies en Archief.

De Mishne Tora, Tweede gedeelte

We bespreken nog een aantal specifieke kenmerken van de Mishne Tora.

De meest functionele indeling van de Mishne Tora is niet die in de boven opgesomde 14 boeken, maar die in de verscheidene ‘tractaten’. Deze hebben allemaal als titel ‘De halacha van …’ (Hilchot … ; door ons vertaald als: ‘De Regels van…’), gevolgd door het specifieke onderwerp dat besproken zal worden. De tractaten van het eerste boek zijn boven al genoemd. Het zijn de titels van deze tractaten die bij de aanhaling van teksten uit de Mishne Tora en bij verwijzingen worden gebruikt. Het zijn er in totaal 89. De meeste uitgaven beginnen met een opsomming van de 14 boeken en de tractaten die ze bevatten.

leder tractaat begint met de specificatie van de bijbelse Geboden over het onderwerp in kwestie. Dat kunnen er veel zijn, maar ook weinig. Zo worden aan het begin van het tractaat over de Afgodendienst (Hilchot Avoda Zara) maar liefst 51 bijbelse Geboden opgesomd, die vervolgens in de tekst worden behandeld, terwijl er bij toch ook belangrijke zaken als Boete en Berouw (Hilchot Teshuva) en het bidden van het Shema-gebed (Hilchot Keri’at Shema) ieder slechts één, en bij Torastudie (Hilchot Talmud Tora) slechts twee Geboden ter sprake komen. Deze specificatie van de Geboden is ook opgenomen in de zojuist genoemde opsomming van de inhoud voorin het boek. De Geboden vormen echter niet het eigenlijke organisatieprincipe van de tractaten. Maimonides behandelt zijn onderwerpen steeds op hun eigen merites en hij geeft ze een plaats binnen de grote structuur die hij op grond van inhoudelijke criteria aan het gebouw van de halacha heeft gegeven. Zo zal hij in het geval van de Regels voor het Dagelijkse Gebed (Hilchot Tefilla) eerst uiteenzetten hoe en waarom het dagelijkse gebed, dat in de bijbel als zodanig niet duidelijk wordt genoemd, door de rabbijnen in de halacha is opgenomen. In het geval van de Regels van het Gedrag zet hij eerst de basisgedachte van de ethiek van Aristoteles en het rabbijnse concept van de Imitatio Dei tegenover elkaar, voordat de Geboden behandeld worden. Daarentegen is in de Regels voor Boete en Berouw het bijbelse Gebod tot belijdenis van schuld het uitgangspunt.

Zoals Maimonides in zijn woord vooraf al aankondigde, verwoordt hij in de Mishne Tora de traditie volstrekt op eigen gezag. Maar naar de inhoud blijft hij uiteraard trouw aan de traditie, zoals die verwoord is in de klassieke bronnen van het rabbijnse Jodendom. Daarom spreekt in de Mishne Tora niet alleen Maimonides, maar spreken ook de bronnen.

De verhouding van Maimonides tot zijn bronnen is een van de meest ongrijpbare trekken van het werk. De bronnen zijn in de Mishne Tora duidelijk aanwezig. We komen ze tegen in drie verschillende gedaanten. Expliciete bijbelcitaten duiken meestal op tegen het einde van een bepaalde uiteenzetting, meestal keurig ingeleid met de daarvoor gangbare formules. Zo zet Maimonides het zojuist besprokene kracht bij of citeert hij het specifieke Gebod waarop de voorafgaande halacha berust. Een enkele maal is het citaat niet helemaal correct of hebben we te maken met een contaminatie van van twee inhoudelijk verwante verzen. Soms noemt Maimonides de bijbelse auteur bij name – vaak is dat Salomo – maar meestal ontbreekt iedere nadere aanduiding. In een enkel geval wordt de bijbeltekst gevolgd door een uitleg ontleend aan de klassieke rabbijnse bronnen.

Het tweede soort citaten zijn expliciete aanhalingen uit de rabbijnse literatuur, vrijwel nooit voorzien van een plaatsaanduiding, maar wel vaak met een formule als: ‘Onze Wijzen zeiden’. Niet zelden heeft Maimonides het citaat, bewust of onbewust, enigzins aangepast en bestaat de aanhaling uit een combinatie of samenvatting van verschillende plaatsen, laat hij gedeelten weg of verandert hij de volgorde; soms kiest hij andere woorden of termen. Deze werkwijze verraadt het gezag dat Maimonides zichzelf toekende bij zijn verwerking van de traditie.

Nog duidelijker, of zo men wil onduidelijker, wordt Maimonides’ houding wanneer we kijken naar de impliciete citaten. Een aparte plaats nemen de impliciete bijbelcitaten in, die meestal niet meer dan een ornamentele functie hebben; het komt voor dat Maimonides om stylistische redenen bijbelse taal verkiest. Gecompliceerder ligt de zaak bij de impliciete Talmudcitaten. De kenner van de rabbijnse literatuur wordt bij het Iezen van de Mishne Tora onophoudelijk herinnerd aan passages uit Mishna, Talmud en Midrashim. Een groot aantal daarvan zal hij kunnen identificeren en opzoeken. Maar al snel doet zich in verhevigde mate voor wat bij de expliciete citaten ook al opviel. Maimonides gaat zeer eigenmachtig met zijn bronnen om en vaak blijkt het niet goed mogelijk de bronnen ondubbelzinnig te identificeren, of aan te geven uit welke elementen Maimonides zijn formulering heeft opgebouwd. Dat geldt niet alleen voor de woordkeus, het geldt ook voor de inhoud. De Mishne Tora is een uitgekiende synthese van het immense corpus van de halachische literatuur en het kost veel moeite om deze synthese weer op zijn samenstellende delen te analyseren. Zoals op ieder belangtijk werk uit de joodse traditie, zijn er ook op de Mishne Tora veel commentaren geschreven. Veruit de meeste aandacht gaat daarin uit naar de bronnen van Maimonides’ halachische beslissingen en uitspraken. Daarbij komt het feit, dat Maimonides, zoals we met name bij de Regels van het Gedrag zullen zien, ook veel aan niet-rabbijnse bronnen heeft ontleend, hetgeen voor zijn orthodoxe verklaarders een extra stimulans was om voor dit externe materiaal toch rabbijnse bronnen aan te voeren.

De Mishne Tora is zodoende een werk dat in verschillende opzichten op het snijpunt van elkaar kruisende lijnen staat: het is een zeer individuele onderneming, maar vertolkt het collectieve bezit van de halachische traditie; het behandelt de halacha, maar ordent die op een filosofisch raamwerk. Om die reden is het zowel geprezen als verguisd. Tekenend voor de ambivalentie waarmee de Mishne Tora in het traditionele Jodendom is bejegend, is het feit dat men de enigzins aanmatigende naam die Maimonides zijn werk gaf, heeft veranderd – met een toespeling op het laatste vers van de Tora – in Ha-Jad ha-Chazaka, de’Sterke Arm’waarmee Mozes het volk lsrael leiding gaf.13 ZO is de ‘Jad’ niet het exclusieve standaardwerk geworden dat Maimonides voor ogen stond, maar het heeft zijn eigen plaats onder de klassieke werken van het Jodendom altijd behouden.

Noten:

13. Het woord jad heeft in het Hebreeuws de getalswaarde 14, het aantal boeken van de Mishne Tora.

Geef een reactie