POERIEM-LOTENFEEST

DE KRACHT VAN MORDECHAI EN ESTER KOMT VOORT UIT HUN GELIJKWAARDIGE WAARDEN

 “Maar dit alles heeft voor mij geen waarde [letterlijk, ‘gelijke, weerga], iedere keer als ik die Jood Mordechai daar in die poort die poort zie zitten.” (Ester. 5:13)

 In het bovenstaande vers uit de kwaadaardige Haman zijn frustratie over de weigering van de rechtvaardige Mordechai, leider van de Joodse Natie, om voor hem te buigen. In een eerste lezing van het vers, lijkt “dit alles” te refereren aan zijn rijkdom, zonen en de recente verleende eer aan hem [Haman]. Aangezien al deze feiten reeds expliciet zijn genoemd, lijkt de uitspraak overbodig. De afwijking op de eerste lezing van “dit alles” krijgt betekenis door de esoterische blootlegging van de onderliggende rivaliteit tussen goed en kwaad die wordt uitgelegd in de Rol van Ester door de grote 17e eeuwse Kabbalist, Rabbi Shimon van Ostropole.

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de woorden “dit alles” [in het Hebreeuws. “kol zé”] overbodig zijn, en zou het voldoende zijn geweest om te schrijven “Het is niet waardig aan mij hoe dan ook”, verwijzend naar al de prestige van [Haman] ten aanzien van het Licht [ en zijn ergernis veroorzaakt door standvastige rechtschapenheid] van Mordechai de Jood. 

Om de diepte te begrijpen kijken we naar wat de Kabbalisten leren,namelijk dat Mordechai en Ester de G’ddelijke Naam, Havayah manifesteren, omdat de “kleine” numerieke waarde van “Mordechai” 13 is en dat van “Ester” 13 [met andere woorden, Mordechai en Ester] twee keer is 26, de numerieke waarde van de G’ddelijke Naam, Havayah.

 De “kleine” numerieke waarde, of “mispar katan”, is een verkleinde ( vereenvoudigde) numerieke waarde door de getallen op te tellen, zoals beneden geïllustreerd:

 De standaard numerieke waarde van “Mordechai”, wordt gespeld: mem (=40), reish (=200), dalet (=4), kaf (=20), yoed (=10) is 274.

2+7+4, de “kleine” numerieke waarde, is13.

De standaard numerieke waarde van “Ester”: wordt gespeld alef (=1), samech (=60), taf (=400), reish (=200) is 661.

 6+6+1, de “kleine” numerieke waarde, is13.

De standaard numerieke waarde van het Tetragrammaton (lettercombinatie) van de Naam Havayah: wordt gespeld yoed (=10), (=5), vav (=6), (=5) is 26.

Vanwege de overeenstemming in hun numerieke waarden, demonstreert de eenheid van Mordechai en Ester, zoals wordt geïllustreerd door hun respectievelijke “kleine” numerieke waarde (13+13=26) de kracht van het Tetragrammaton (26). Maar, zoals we zullen zien, is het niet alleen hun collectieve numerieke equivalentie tot de Naam Havayah  die significant is, maar ook de aard van hun gelijk zijn aan elkaar in waarde, waarin een diepgaande en G’ddelijke dynamiek binnen hun verwante verhouding wordt onthuld. 

 De “kleine” numerieke waarde van Haman en Zeresh [zijn vrouw] is ook 26, maar niet met de zelfde overeenkomstige aard zoals die van Mordechai en Ester. Dit omdat Haman gelijk staat aan 14 en Zeresh aan 12.

 De numerieke waarde van Haman, wordt gespeld (=5), mem (=40), noen (=50), is 95.

9+5, de “kleine” numerieke waarde, is14.

De numerieke waarde van Zeresh, wordt gespeld zayin (=7), reish (200), shin (300), 507

5+0+7, de “kleine” numerieke waarde, is 12.

De Kabbalisten leren dat als Haman en Zeresh gelijke “kleine” numerieke waarden zouden hebben, zoals dat van 13, bij Mordechai en Ester, geen aardse kracht hen zou kunnen overwinnen.

Het woord dit in “dit alles” in het bovengenoemde vers, wordt “dit” [in Hebreeuws, “zeh”), gespeld zayin (=7), (=5) en heeft de numerieke waarde van 12. En het is dit waaraan Haman refereerde toen hij zei, “Maar dit alles heeft voor mij geen waarde [letterlijk, ‘gelijke, weerga], betekenend dat al zijn tegenspoed en de uiteindelijke nederlaag een gevolg was van de “kleine” numerieke waarde van Zeres 12, het zelfde als van het Hebreeuwse woord “zeh”, of “dit”. “Dit, zeh, =12, verwijst naar zijn vrouw Zeresh: is niet gelijk aan mij, met andere woorden “Haman”, =14; is niet gelijk aan haar “kleine” numerieke waarde.

 Zoals wordt toegelicht in de klassieke teksten van Kabbala, ten aanzien van de verschillende types van spirituele eenwordingen tussen de masculiene en feminiene spirituele archetypen, is de meest “verhevene”, of “volwassene”, diegene waarin beide gelijk zijn in gestalte en een eenwording teweeg brengen bekend als “ aangezicht tot aangezicht”. Wellicht toont de binding tussen Mordechai en Ester, de meest verheven verhouding, namelijk die van gelijk respect voor elk van hun unieke rol, wat hun toestaat om te triomferen over hun tegenstanders, de krachten van chaos, ego en dominantie, als de wanverhouding geïllustreerd door Haman en Zeresh. 

“En dus zal Ik [Ester] de Koning benaderen.” (Ester. 4:16)

Rabbi Josef Gackon schrijft met betrekking tot de drie dagen van vasten van Ester, dat Ester’s drie dagen vasten de volgende Kabbalistische intentie had. Namelijk, dat drie dagen en nachten twee en zeventig uren bevat en “B’chem”, “dus”, in 4:16 numeriek tweeënzeventig ( letter en getalswaarde) correspondeert met de verheven 72 letter Naam van G’D aangeduid in de drie verzen die beginnen met, “Vayisa, “Vayavo”, “Vayet” Exodus. 14:19-20-21, die elk exact tweeënzeventig letters bevat. Het was met het vermogen van deze Naam dat G’D de Rode Zee spleet en de Israëlieten liet doortrekken en Hij hen leidde in Zijn Bescherming en zij geen vrees hadden voor de vijand.

VROLIJKE POERIEM

 

 

Geef een reactie