POERIEM EN HET GEHEIM VAN WIJN

Jom shlishie, joed dalet, 14 van de maand Adar, Dinsdag 10 Maart

Gebaseerd op de leringen van de Maharal van Praag

Bij het openen van het boek van Esther, raakt men verzeilt in een feestmaal van Koninklijke proporties, dat zich uitstrekt over een periode van 180 dagen en deelnemers van 127 provincies omvat. Rijk en arm, jong en oud waren uitgenodigd voor het Koninklijke feest, de mannen bij Koning Achashwerosh en de vrouwen bij Koningin Washti.

Doch de naam voor de festiviteit is eigenaardig, “mishteh”, wat losjes als een drinkfeestje vertaald kan worden. En welke drank werd er geschonken? Wijn, alléén wijn! In een van de vele tekstverwijzingen naar wijn, noteert het Boek van Esther, “Koninklijke wijn werd geserveerd in overvloed”. (Esther. 1:7)

De Wijzen van de Talmoed stellen een vraag over deze passage: Hoe moeten wij de term “overvloed” kwalificeren? Zij antwoorden dat elke gast wijn dronk waarvan de jaargang ouder was dan hij zelf (Megilla 12a)

De Maharal van Praag, één van de meest beroemde wijsgeren en Kabbalisten in het Judaïsme, geeft ons een fascinerend inzicht in deze Rabbijnse stelling:

Waarom deden zij dit [ wijn serveren aan iedere gast van een jaargang ouder dan hij zelf]? Omdat er een essentiële overeenkomst bestaat tussen wijn en een persoon al naar gelang iemand ouder wordt, worden zijn gedachten duidelijker. Zo ook met wijn; hoe langer de wijn rijpt, des te beter die wordt. (Or Chadash)

Hoewel de Maharal’s commentaar symbolisch kan worden opgevat, wijst hij ook op een diepzinnig idee over de aard van wijn. Al het andere in de wereld degenereert met het voortschrijden van de tijd, maar wijn is uniek en wordt beter. Deze unieke kwaliteit verwijst naar G’D’s voorbestemd doel voor de hele Schepping.

De mens was nooit voorbestemd om te sterven; zoals een mooie wijn, bestemde G’D dat de mens bij het ouder worden constant zou verbeteren. Maar onze mystieke traditie verhaalt dat toen Adam en Chava aten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, dood in de wereld kwam. Het fysieke lichaam dat de vonk van het G’ddelijke in zich bergt werd voorbestemd om terug te keren naar zijn bron. Maar er is één aanwijzing die G’D achterliet om Zijn eerste verlangen te illustreren en dat is wijn. Wijn ontwikkelt een groter karakter en smaak met de jaren. In wijn zien we een verwijzing naar een mogelijkheid van ongelimiteerde groei en verbetering, die bij het begin van de Schepping bedoeld was.

Merk op dat de Maharal wijn vergelijkt met gedachten van de mens en niet met de mens zelf. Er is een aspect in het menselijk zijn dat zijn oorspronkelijke staat na de val van Gan Eden handhaaft; volgens de Maharal, is dat ons gevorderd intellect. Dit is de G’ddelijke vonk in ons allen en één van de meest unieke kenmerken die mensen onderscheid. Ons intellect heeft niet zijn oorsprong in de sfeer van het fysieke, maar eerder in de sfeer van het spirituele; daarom, als het niet was gebonden aan de beperkingen van het lichaam, zou het zich oneindig blijven ontwikkelen. Dit is waarom de gedachten van de mens, of intellect, en niet de mens zélf, wordt vergeleken met wijn, een metafoor voor oneindige evolutie.

Door een fameuze uitspraak gedaan door de Wijzen van de Talmoed met de Maharal’s interpretatie, kunnen we een ander verborgen aspect van wijn begrijpen.

“Wanneer wijn binnenkomt, worden geheimen geopenbaard.”(Eroevien. 65a)

Wijn ( In het Hebreeuws “yayin”) komt van een verborgen plaats; daarom is zijn numerieke waarde 70, die het zelfde is als van het woord “geheim” (in het Hebreeuws. “sod”). (Chidoeshei Aggada, Sanhedrien)

Voor de Maharal, die een numerieke benadering ontwikkelde in zijn studie van de Geschreven en Mondelinge Thora, bevatten cijfers bijzondere betekennissen. Een numerieke connectie tussen twee Hebreeuwse woorden is niet simpelweg een toevallige connectie, het illustreert een diep conceptuele verbintenis.
In het Maharal systeem, verandert de vermenigvuldiging van 10 niet het karakter van het cijfer, daarom refereren wij aan 70 als een grote zeven. Maar eerst moeten we het cijfer zeven begrijpen, laten we eerst praten over het cijfer zes. In de drie dimensionale fysieke wereld, heeft alles zes zijden, zoals de zijden van een kubus, het cijfer zes refereert aan de zes zijden van de fysieke existentie waarin wij leven. Zeven echter, is het centrale punt in de kubus, de verborgen plaats waar alles in de fysieke wereld zijn spirituele oorsprong heeft. Het is het punt dat eenheid en de innerlijke essentie van alles wat existeert representeert.

Nu kunnen we de uitspraak van de Maharal begrijpen dat wijn van een verscholen plaats komt. De numerieke waarde van het woord voor wijn wijst ons naar de verborgen innerlijke essentie van de Schepping. Het illustreert ook onze specifieke taak in de wereld, het brengen van de zeven, het onvatbare ideaal, in de zes, de fysieke aard van de existentie. Dit is de reden waarom wijn aanwezig is bij bijna elk belangrijk Joodse levenscyclus gebeuren, evenzeer bij elke Shabbat en Feestdag. Bij al deze belangrijke momenten, staat wijn centraal op onze tafel en herinnert aan al ons verborgen oneindig potentieel.

Aan het eind van het Boek van Esther, verkondigt Mordechai dat de 14e en de 15e van de maand Adar moeten worden gevierd als “dagen van mishteh en vreugde”. De feestelijkheden moeten, net zoals op het feest van Koning Achashwerosh en Koningin Washti, wijn inhouden. Maar anders dan het Koninklijke feest, is Poeriem niet het drinken om dronken te worden. Het punt is niet om onze zinnen te verdoven, maar eerder om ze af te stemmen op de verborgen realiteit die normaal voor onze ogen verborgen is. Door wijn te drinken op Poeriem, hebben we de mogelijkheid door de zes zijden van het fysieke heen te kijken, recht door het midden, naar de absolute essentie van ons zelf en naar de eindeloze mogelijkheden die ons omgeven. Wanneer wijn binnenkomt, worden geheimen waarlijk geopenbaard.

VROLIJK POERIEM

Geef een reactie