POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

Daartoe had hij het lot laten werpen, dat noemen we “poer”. En daarom heet het feest dat we vieren “Poeriem”. (Ester. 9:25-26)

“Poer” is het Perzische woord voor lot, loting. (Ibn Ezra op het bovengenoemde vers)  Het is noodzakelijk te begrijpen wat de betekenis is van het woord “lot”. Want het vers impliceert dat dit het mirakel van Poeriem is, aangezien de gehele miraculeuze gebeurtenis is vernoemd naar dit woord.

De Zohar stelt, “Jom Kippoer is vergelijkbaar met Poeriem”. (Tikoené Zohar. p. 57b) (Let ook op het woord poer in Kippoer) Omdat Jom Kippoer wordt beschreven als zijnde alleen vergelijkbaar met Poeriem, volgt daaruit dat Poeriem op een hoger niveau staat dan Jom Kippoer.

Poeriem en Jom Kippoer zijn beide geassocieerd met het loten. De Talmoed zegt, “Op Jom Kippoer waren er twee geitenbokken, identiek in verschijning, gestalte en monetaire waarde.” (Joma 62a)  Het lot bepaald welke geit zou worden geofferd en welke in de woestijn zou worden gezonden. Daarom was de verzoening van Jom Kippoer, in al zijn belangrijkheid, afhankelijk van een loting.

Van de gemeenschap van Israël neemt hij twee geitenbokken als zondeoffer.”En Aaron trekt loten op de twee geitenbokken, één lot ‘voor G’D’ en één lot ‘voor Azazel’” [een voorbepaalde berg met een steile  rotswant in de woestijn ]  (Leviticus. 16. 5-8)

Het woord “Azazel” is een samenstelling van twee Hebreeuwse woorden “az” en “el”. “Az” betekent “moeilijk”, “El” wordt vertaald als “sterk”. (Siftei Chochmien)

Leviticus continueert: En Aaron trekt loten op de twee bokken, één lot, “voor  G’D” en één lot, “voor Azazel”. Hierop brengt Aaron de bok, waarop het lot “voor  G’D” is gevallen naar voren en bestemt hem als zondeoffer. De bok waarop het lot “voor Azazel” is gevallen wordt levend vóór G’D geplaatst om zo de verzoeningsdaad te verrichten en om hem “voor Azazel” de woestijn in te zenden. (Leviticus. 16:8-10)

De Mishna verhaalt hoe de loting werd uigevoerd: “Twee identieke geitenbokken werden als zonde offers vóór de Hoge Priester binnen de Tempel gebracht. Één geitenbok werd gepositioneerd tegenover de priesters rechterkant; de ander geitenbok werd geplaatst tegenover zijn linkerkant. Een houten doos bevattend twee houten loten werd voor de Hoge Priester geplaatst. Op één van de loten was geschreven ‘aan G’D’. Op de tweede was geschreven ‘aan Azazel(Mishna Yoma 3:9)

“Na het schudden van de doos om de loten te vermengen, stak de Hoge Priester zijn handen uit en nam ze uit de doos, één in elke hand. Het lot dat was genomen door zijn rechterhand werd geplaatst op de geitenbok tegenover zijn rechterhand. En het lot dat hij vasthield in zijn linkerhand werd geplaatst op de geitenbok aan de linkerkant.” (Ibid. 4:1)

“Dan knoopte de Hoge Priester een rood koordje aan de kop van de geitenbok die was gekozen om te worden gezonden naar Azazel. Dan bond hij een gouden band om de nek van de geitenbok die was gekozen om te worden geofferd. (Ibid. 4:2)

Een loting is ook prominent aanwezig in het Poeriem verhaal, een loting bracht het mirakel van Poeriem teweeg. Koningin Ester verhaalt in de Megila:

“In de eerste maand, de maand Nissan, in het twaalfde jaar van Koning Achashwerosh, wierp men het lot, Poer genoemd, over elke dag en elke maand om zo voor Haman het gunstigste moment te vinden voor zijn vernietigingsplan. Het lot viel op de twaalfde maand, dat is Adar.” (Ester. 3:7)

[Eerst had Haman een loting uitgevoerd om zich ervan te vergewissen in welke maand hij succes zou hebben. Dan werd een tweede loting gedaan, om in die maand de gelukkige dag te bepalen. (Rashi op het bovengenoemde vers)

Haman wist dat Mozes, de verlosser van het Joodse Volk, gestorven was op de zevende dag van de Maand Adar. Dus toen de loting viel op de zevende van Adar, verheugde Haman zich. Wat Haman niet wist, was dat Mozes ook was geboren op de zevende van Adar (Yoma 13b). Het feit dat de loting viel op de datum van Mozes geboorte was op zichzelf al wonder.

Lotingen functioneren op een vlak dat uitstijgt boven rede en begrip. “Het lot wordt geworpen in het geheim; het oordeel is van G’D.” (Spreuken. 16:33) Met alle eerbied voor lotingen, verlaat men zich niet op rede en wil. Men verwacht eerder dat de uitkomst uitsluitend wordt bepaald door de loting. Het lot is boven intellect en wil; het bereikt de Meester van de Wil. De werking van een loting is niet zintuiglijk waarneembaar. Hoewel mensen geloven dat lotingen toeval zijn, is in werkelijkheid de uitkomst niet toevallig. Integendeel, de voorzienigheid van G’D begeleidt het. (Malbiem op het bovengenoemde vers)

Ofschoon Jom Kippoer en Poeriem beide afhangen van het resultaat van loting, is Poeriem niettemin verhevener dan Jom Kippoer. Omdat op Jom Kippoer verzoening afhankelijk is van berouw. Maar op Poeriem zijn geen bijkomende factoren noodzakelijk. De loting zelf brengt het mirakel teweeg.

Er bestaat echter een tweede correlatie die Jom Kippoer en Poeriem gelijkstellen.

Beide feestdagen zijn boven G’D’s Naam Havayah. Berouw op Jom Kippoer wekt  het diepste innerlijke aspect van G’D op. De Zohar beschrijft dit niveau als G’D’s Essentie, die voorafgaat aan, en hoger is dan, de revelatie aanwezig in Zijn vierletter Naam. (Zohar III, Hf. 7; Likoeté Thora,p. 28:2)

Zoals Koning David smeekt, “Ik zoek Uw Diepste Innerlijk.” (Psalm. 27:8)

Het Hebreeuws voor innerlijk is afgeleid van de zelfde twee letter stam als het woord voor “voorafgaand”. G’D’S Naam, Havayah is de gereveleerde oorsprong van de 613 Mitzwot. Zoals het vers te kennen geeft, “ Dit is voor eeuwig Mijn Naam, en dit is Mijn roepnaam en Mijn herinnering voor alle geslachten.” (Exodus. 3:15)  De numerieke waarde van “Mijn Naam” (in Hebreeuws, “Sh’mi”) is 350. Als de eerste twee letters van G’D’s Naam joed en worden toegevoegd, wordt de som 365.  Dit is gelijk aan het aantal Thoraverboden.

“Mijn Herinnering” (in Hebreeuws, “zichri” ) is gelijk aan 247. Toegevoegd aan de twee laatste letters van de Naam Havayah, vav en hé, wordt het getal 248 bereikt. Deze zijn de 248 positieve geboden van de Thora.

Wanneer een positief gebod niet in acht wordt genomen of een negatief verbod wordt overtreden, dan wordt de mitzwa oorsprong in de letters van G’D’s Naam bevlekt. Op Jom Kippoer wordt G’D’s barmhartigheid opgewekt door berouw, manifesterend in het innerlijke aspect van de Sefira van Keter, dat boven de Naam Havayah is.

G’D’s Naam begint met de letter joed, symboliserend de Sefira van Chochma. Vanuit het innerlijke aspect van Keter schijnt voort de Dertien eigenschappen van Barmhartigheid. Aangezien zij voortkomen van een plaats die hoger is dan de oorsprong van de Thora en mitzwot, hebben zij het vermogen om beschadigingen in de Naam te corrigeren. Vandaar dat Jom Kippoer voor of boven G’D’s Naam is.

Poeriem is ook hoger dan G’D’s Naam. Dat is de reden dat G’D’s Naam Havayah zelfs niet eens voorkomt in het gehele Boek Ester.

[De bovenste punt van de Hebreeuwse letter joed [de eerste letter van de Naam Havayah] correspondeert met de buitenste dimensie van de Sefira van Keter. Allegorisch als een menselijke schedel, dit aspect van Keter dient als G’D’s Wilsvermogen. Dan is G’D’s Wil de verborgen oorsprong van de mitzwot. Vergelijkbaar met de 613 paden ingebed in de schedel; de mitzwot zijn uitdrukkingen van G’D’s Wil. (Zohar,Idra Rabba, p. 129)  Koning David geeft aan, “Al G’D’s wegen” (Psalm. 25:10)  en “Uw wegen zal ik zien” (Ibid. 119:15). De numerieke waarde van het woord “Keter” is 620. Dit geeft aan dat de Wil de oorsprong is van de 613 Thorageboden plus de zeven Rabbijnse instructies.]

Op Poeriem bereikt iemand een niveau boven Intellect en Wil, tot aan de Meester van de Wil zelf.

VROLIJKE POERIEM

Geef een reactie