POERIEM

KONINGIN ESTHER FYSIEKE SCHOONHEID WAS EEN MANIFESTATIE VAN HAAR SPIRITUELE STATUS.

RABBI SHIMON BAR JOCHAI.

ZOHAR 169b.

Rebbe Shimon spreekt in deze passage met een ziel van de spirituele Tuin van Eden (Paradijs).

Rebbe Shimon zegt: Ik weet zeker dat daar [in de lagere Tuin van Eden] jullie gekleed gaan in de glorie van een lichaam dat puur en heilig is.

Dat lichaam van zielen is een lichaam van licht dat gemaakt is van het spirituele licht, dat is opgewekt door het verrichten van mitzwot in de fysieke wereld.

Was er ooit iets gelijk aan deze kleding in de fysieke wereld? Dat een persoon in deze wereld in het zelfde lichaam verschijnt zoals jij verschijnt in de spirituele werelden.

Rebbe Shimon wil weten of er mensen waren in de fysieke wereld die zo rechtvaardig waren dat hun lichamen een extensie was van hun zuivere spiritualiteit.

Hij antwoordde hem: “Twee jonge mensen, die gekleed waren te midden van ons stelden deze vraag aan het Hoofd van de Academie, nadat zij spijt ondervonden ten opzichte van een zonde, die ongeschikt is voor de openbaarheid. Dit is wat zij vroegen aan het Academie Hoofd, en hij antwoordden hen: Dat er wel degelijk zo een gebeuren was in de fysieke wereld. Van waar leren we dat? Van het vers: “ En het gebeurde op de derde dag[van haar vasten] dat Esther zich koninklijk (letterlijk “malchoet”) kleedde en in het binnenhof van het koninklijke paleis stond, tegenover de residentie van de Koning…..”(Esther 5:1). Dit betekent dat zij zich kleedde in het evenbeeld van de spirituele wereld, omdat het woord “koninklijk” verwijst naar de geest van heiligheid.

De [sefira] van malchoet, koninklijk, is van de hemelse sferen en [ondanks het feit dat het in de fysieke sfeer is] houdt het in zich, de atmosfeer van de hogere spirituele sfeer.

Na drie dagen van vasten en gebed, had Koningin Esther haar fysieke lichaam tot zo’n extensie gezuiverd en gepurificeerd, dat zij waardig was om de spirituele kleding te ontvangen, zelfs in deze fysieke realiteit.
Haar schoonheid moet een wonderbaarlijke aanschouwing geweest zijn, en verklaart waarom zij gunst vond in de ogen van Koning Achaswerus.

En toen Esther tegenover Koning Achaswerus stond en deze haar verschijning van spirituele licht zag, was haar voorkomen als een engel van G’D. Toen [hij haar zag], verliet zijn ziel hem voor een moment.

Eveneens zo was het met Mordechai, zoals is geschreven, “En Mordechai verwijderde zich van de aanwezigheid van de Koning in koninklijke kleren” ( Esther 8:15 ).
Dit was letterlijk de kleding, of externe verschijning van de sefira van malchoet
[van Zeir Anpin], het evenbeeld of gezicht van die hogere wereld.
Daarom is er geschreven dat “de angst voor Mordechai had hun bevangen” (ibid. 9:3).
Zij waren bang voor Mordechai wegens het angstaanjagende van zijn spirituele verschijning, en niet voor Achaswerus.

Goed Poeriem.

Geef een reactie