PESACH

Pesach is het feest van de bevrijding, het herdenkt een historische gebeurtenis: de uittocht van de Israëlieten uit Egypte.

Een van de taken die de gebeurtenis ons oplegt is dat ‘in elke generatie, en elke dag, een jood zichzelf moet zien alsof hij die dag is bevrijd van Egypte’. De vrijheid impliceerde niet eens en voor altijd. Het moet contant behoed worden. Omdat elke dag in elke omgeving, in zich draagt, zijn eigen equivalent van ‘ Egypte’ een kracht die de vrijheid van de jood ondermijnd. Misschien komt de meest potente bedreiging vanuit de persoon zelf. De overtuiging is meestal dat een bepaalde volbrenging hem te boven gaat : met een stevig en gemakkelijk idee dat hij niet geboren is en het voor hem niet haalbaar is, een religieuze leven. Door dit te geloven omgeeft men zich met tralies, men plaats zich gevangen in een illusie. Pesach is dus een voortdurend proces van zelfbevrijding. Het feest en zijn gewoonten zijn symbolen van een strijd die zich continu hernieuwd in de jood, om vrijheid te scheppen in welke hij kan uitleven zijn eeuwige roeping.

DE LAATSTE PLAAG

Twee ongewone kenmerken onderscheiden de tiende plaag – het treffen van de Egyptische eerstgeborene – van de andere negen plagen die God bracht over de Egyptenaren. Ten eerste, Mozes kondigde aan een specifieke tijd dat het zou plaatsvinden (rond midder-nacht), ten tweede de Israëlieten zelf kregen de opdracht om voorzorgsmaatregelen te treffen tegen de plaag; zij moesten binnen de deur blijven en een teken van bloed plaatsen aan hun deurpost. De Sicha verklaart waarom deze kenmerken alleen aan deze plaag zijn verbonden en hoe zij aanduiden aan ons het pad dat wij moeten volgen voor de komende Verlossing – het Messiaanse Tijdperk.

1. DE TIJD EN DE VOORZORGSMAATREGELEN

Wanneer Mozes aankondigt aan Pharao het komen van de laatste plaag, het treffen van de eerstgeborene, noemt hij de tijd dat het zal plaatsvinden. GOD had gezegd dat het zal plaatsvinden om middernacht. Mozes zegt in Sjemot 11:4 “omstreeks middernacht”, vrezend dat Pharao’s astrologen bij machte waren om een fout te maken in hun calculaties om het precies vaststellen van middernacht, om hem dan te beschuldi-gen van onzorgvuldigheid (Rashi Berachot 4a). Niettemin rijst er een probleem. Waarom was de timing van de plaag überhaupt genoemd, louter het waarschuwen van haar nadering zou zeker genoeg geweest zijn, zoals in het geval van de andere negen plagen. We zijn gedwongen te concluderen dat er een speciale betekenis en connectie bestaat tussen de plaag, het treffen van de eerstgeborene en de tijd van middernacht. In twee andere opzichten was de tiende plaag uniek. Ten eerste, de Joden moesten een speciaal teken maken “aan de twee deurposten, en de bovendorpel” (Shemot 12:22) van hun huis, een teken van bloed van het Pesach lam zodat de plaag hun niet zou treffen. Ten tweede, zij moesten binnen de deur blijven gedurende de gehele nacht “en niemand van jullie zult gaan buiten de ingangen van jullie huis, tot de morgen” (Shemot 12:22), want wanneer eenmaal de permissie is gegeven aan de macht van destructie om zich te ontketenen, zal het geen onderscheid maken tussen de recht-vaardigen en de zondaren (Rasji Shemot 12:22).
Waarom waren deze voorzorgsmaatregelen zo nodig? De voorafgaande plagen waren direct en alleen gericht tegen de Egyptenaren, zonder dat de Israëlieten speciale voorzorgsmaatrege-len hoefden te nemen om hun immuniteit te bewaren. Waarom was de tiende plaag verschillend in dat opzicht? En waarom waren de twee voorzorgsmaatregelen (het teken van het bloed en het kwartierarrest in hun huizen) überhaupt nodig?.

2. HET UNIEKE VAN DE LAATSTE PLAAG

We kunnen nader tot een antwoord komen om primair te begrijpen dat de andere negen plagen niet de aard hadden van de permissie om de macht van de destructie te ontketenen. Zij waren begrensd tot een speciale mate van schade. De hagel bijv. vernietigde “het vlas en gerst, maar tarwe en spelt waren niet getroffen, omdat zij niet volgroeid waren” (Shemot 9 31:32), maar het treffen van de eerstgeborene was niet gelimiteerd naar specifieke aard van destructie; de macht welke “maakt geen onderscheid tussen rechtvaardigen en zondaars” was wijd open zonder onderscheid en daar tegen moesten de Israëlieten zich beschermen. Op een dieper niveau was het treffen van de eerstgeborene uniek in zijn bedoeling en niet alleen in zijn manier van doen. De andere plagen waren niet primair gericht op destructie maar om in de Egyptena-ren te creëren een bewustwording van GOD “hierdoor zullen jullie weten dat IK de EEUWIGE ben” (Shemot 7:17).
Die les was niet nodig voor de Israëlieten, zij waren reeds bewust van GOD. Het betekende ook zo dat de eerste negen plagen diegenen die getroffen waren niet had gedood, zodat zij nog enig voordeel hadden van GOD’s openbaring, maar de tiende plaag, toen de eerstgeborene waren gedood kon niet zijn als educatie, als bekommering voor de slachtoffers. Het was om hen te straffen en te vernietigen. In dit geval kan de puur juridische stem claimen: wat is het verschil tussen de Israëlieten en hun afgoderij en hun ontaarding en de Egyptische eerstgebore-ne?(Zohar 2 – 170b), Allebei verdienen ze toch straf? Vandaar dat de Israëlieten zich moesten beschermen tegen zichzelf voor de macht van destructie – het instrument van strikte justitie – . Deze veiligheidsmaatregelen bestonden uit twee delen: de algemene permissie aan de macht van destructie was zich geheel te ontketenen, want zij is niet discriminerend en heeft geen beperkingen, geen teken is bestand tegen haar, daarvoor moesten de Israëlieten zich terugtrek-ken in hun huizen, binnen in hun huizen was de plaag onderworpen aan limitatie (omdat zij voorbijgaan en overslaan door GOD) en zo was er ruimte en noodzaak voor een teken die afzonderde Joden van Egyptenaren.

3. MIDDERNACHT EN ESSENTIE

Maar wat nog steeds moeilijk te begrijpen valt is: “wat is het verschil tussen een goddeloos Egypte en een zondig joods volk?”. Hoe kan een teken claimen een antwoord te zijn? Het antwoord is dat de tiende plaag werd uitgevoerd door GOD zelf in al zijn glorie en essentie “GOD gaat uit boven alle kenmerken en in het bijzonder het attribuut van strikte justitie”, op dat niveau zwijgt de aanklacht in naam van strengheid en justitie en is in-operatief, dat is de connectie tussen de tiende plaag en middernacht want middernacht is het moment waarop het alles te boven gaande gezicht van GOD wordt onthuld. Middernacht verbindt de twee helften van de nacht, de eerste helft welk leidt van licht naar duisternis en daarom het symbool van strengheid en terughoudendheid is (Gevurah) en de tweede helft leidt van duisternis naar licht en staat voor goedheid en vergeving (Chesed) en zo harmonie brengend in deze tegenstrijdig-heden en verheffend boven alles is middernacht de tijd waarop GOD zich openbaart in ZIJN ESSENTIE. Dus met de tijd van de tiende plaag spreidt GOD uit ZIJN innige liefde voor Israël een liefde die in zijn oneindigheid geen plaats heeft voor beschuldiging van de stem van Justitie.
Wanneer de stem claimt “was Ezau niet Jacob’s broeder?” (zijn zij niet gelijk?). GOD antwoord dan “vooralsnog hou ik van Jacob en ik haat Ezau” (Malachi, 1 2-3), want zijn liefde voor het Joodse volk is een diepe en een onkwetsbare liefde, zoals van een vader voor zijn kinderen “jullie zijn de kinderen van HASHEM, jullie GOD” (Devariem 14-1). Dit is waarom Mozes aan Pharao vertelde de tijd van de plaag (rond middernacht) met dat zinspeelde hij dat het zou gebracht worden door GOD in hoedanigheid van het bovenzinnelij-ke, want anders was Pharao en zijn hof ervan overtuigd dat de plaag wiens doel was om te vernietigen, niet educatief was, maar de Israëlieten ook zou treffen want zij waren ook niet vrij van zonden, alleen een openbaring van GOD’s onvoorwaardelijke liefde (met andere woorden middernacht) zou hun kunnen redden.

4. TEKEN EN LIEFDE

Waarom, ondanks bovengenoemde, is het doen van een teken nodig voor de Israëlieten? Het antwoord is dat het neerkomen in de materiele wereld van een openbaring van GOD vereist een uitvoerende handeling van dienst, de handelingen die gespecificeerd zijn in de Torah. Zelfs GOD’s onvoorwaardelijke liefde welke altijd aanwezig is en constant is, verlangt een actief respons van een Jood alsof zijn innerlijke visueel uitgebracht wordt naar buiten, als openbaring. Maar in dit geval, aangezien de liefde onvoorwaardelijk is, het respons moet ook onvoorwaar-delijk gaan boven de grenzen van het rationele. Beide tekenen, het offer van het Pesach lam en het bloed van het lam aan de deurpost, waren in die tijd zo beladen met gevaar, dat deze handeling een onverbiddelijke daad was van zelfopoffering (we noemen dat mesirat nefesh). Het lam was een Egyptische godheid en niet alleen moesten de Israëlieten het doden en eten maar n.b vier dagen op voorhand houden, volledig met kennis van de Egyptenaren. Zelfopoffering is nooit rationeel, zo was het Pesach lam van zichzelf een teken van het joodse respons naar GOD, die alle reden te boven gaat, daarom werden deze twee tekens
beantwoord door GOD met een daad van boven rationele liefde – de liefde van middernacht van GOD’s essentie bij het toebrengen van de tiende plaag -.
Nu kunnen we oplossen de mogelijke contradictie in de verklaringen van de Rabbijnen zoals de deugdzaamheid van de Israëlieten om te verwerven verlossing van Egypte. Op een plaats vinden we dat het was hun vertrouwen (Mechilta Sjemot 14-31) “het volk vertrouwde toen ze hoorden dat de EEUWIGE zich de kinderen van Israel zich voor de geest geroepen had en dat HIJ hun ellende had gezien, bogen zij en wierpen zich neer”. Op een andere plaats wordt verklaart (Mechilta Sjemot 12:6 idem Rasji) dat het was voor het teken van het bloed “in jouw bloed”:leven (Ezekiel 16-6). Maar de twee opinies zijn een, de tekenen waren een band tussen GOD en de Joden van boven het redelijke. Voor de verlossing “geen enkele slaaf was in staat te ontsnappen uit Egypte, omdat het land hermetisch aan alle kanten werd bewaakt” (Rasji Sjemot 18-9). Zoveel temeer lijkt het on-voorstelbaar dat 600.000 konden ontsnappen, een volk gebroken door keiharde onderdrukking en behandelt met dodelijke ondergang, door Pharao’s uitvaardiging dat elk mannelijk kind verdronken moest worden. Het pure vertrouwen van de Israëlieten in Mozes’ missie en GOD’s beloftes, die in feite ver boven het rationele uitgingen, resulteerden in een onconditionele liefde van GOD voor zijn volk, welke constitutioneel werd in hun onafscheidelijke band. De tekenen bij welke zich dat manifesteerde brachten de openbaring van GOD’s liefde neer in deze wereld.

De toekomstige verlossing “zoals de dagen van jullie uittocht uit het land Egypte zal ik tonen wonderen” (Micha 7.15), dit betekent dat de toekomstige verlossing parallel zal zijn aan de verlossing uit het verleden, de bevrijding uit Egypte was een beloning voor het boven rationele vertrouwen welke was in het innerlijke van de Israëlieten.

Geef een reactie