PARASHOT WAJAKHEEL – PEKOEDE

En hij liet samenkomen – De berekeningen   Exodus. 35:1 – 38:20, 38:21 – 40:38

De Tabernakel Belichaamt Zowel Het Geopenbaarde Als Het Esoterische

Dit zijn de inventarisberekeningen van de Tabernakel, de Tabernakel van het Getuigenis……(Exodus. 38:21)

Het vers verwijst naar het feit dat er twee aspecten zijn ten aanzien van de Tabernakel: Een aspect wordt “de Tabernakel” genoemd, de andere  “Tabernakel van het Getuigenis”. De twee Tabernakels refereren aan de twee niveaus van G’ddelijk Licht: een welke is geopenbaard en een die verborgen blijft.

Deze twee niveaus worden de “lagere Shechina” en de “hogere Shechina” genoemd. (In Tikoené Zohar 1b, wordt de lagere Shechina vereenzelvigd met Malchoet en de hogere Shechina met Bina.)

 De eerste Tabernakel impliceert openbaring, aangezien er wordt gesproken van  “de Tabernakel” [niet “een Tabernakel”], met andere woorden, een Tabernakel die bekend is. De tweede Tabernakel impliceert verhulling, verborgenheid, aangezien het de Tabernakel van het Getuigenis wordt genoemd en getuigenis is alleen nodig wanneer een aangelegenheid onbekend of verborgen is.

 In zijn dienst aan G’D, vormt de mens de aspecten van zijn eigen persoonlijke Tabernakel. Iemand bereikt de lagere Shechina door het vervullen van “actieve” mitzwot, zoals het aanleggen van tefillien en het geven van liefdadigheid. Iemand bereikt de hogere Shechina door het vervullen van de “passieve” mitzwot, zoals het nalaten van het eten van niet kosher voedsel of het niet werken op Shabbat.

 Want de hogere Shechina,  de Tabernakel die is verhuld, kan niet bevat worden door actieve menselijke daden. Het is boven het menselijke bereik en kan alleen toegankelijk worden door niet handelen.

 De passieve mitzwot zijn daarom geassocieerd met de joed en de, de eerste letters van de Naam Havayah, terwijl de actieve mitzwot daarentegen zijn geassocieerd met de letters vav en :

 Joed en derefereren aan de verborgen sferen, terwijl vav en refereren aan de geopenbaarde sferen (“Verborgen zaken zijn aan G’D…….terwijl geopenbaarde dingen aan ons zijn…. Tikoené Zohar 10, 25b commentaar op Deuteronomium. 29:28) joed en derefereren aan het intellect, terwijl vav en refereren aan de emoties. In relatie naar anderen toe, is het intellect verborgen. Het intellect voorziet iemand in het zijn van een verschillend individu, gescheiden van anderen. Emoties, liefde en vrees, zijn geopenbaard aan anderen. Zij veronderstellen de wezenlijke existentie van anderen.

 Met andere woorden, het is niet alleen de bepaling van een emotionele drang, zoals goedhartigheid, wat anderen vereist; de complete existentie van emoties hangt af van de existentie van anderen. Zonder anderen bestaat het concept van goedhartigheid niet. Weliswaar als er anderen zijn, kan men het verlangen ervaren om goedhartig te zijn zonder dat de andere aanwezig is. Maar als er geen anderen zijn in de wereld, zou de emotie van goedhartigheid niet bestaan. 

 Intellect echter, is een zelfbetrokken attribuut. Men benodigd niet het bestaan van andere om te denken. De meeste geleerden zijn teruggetrokken en alleenstaand van natuur.

 Hetzelfde geldt voor hemels intellect en emoties. Het Hemels intellect: joed en dezijn zelfgeoriënteerde en verborgen van de Schepping. Hemelse emoties echter hebben als doelstelling zich te openbaren aan het gecreëerde. Omdat emoties bestaan ​​voor het doel van de openbaring en verbinding met anderen, zijn zij in de sfeer van het geopenbaarde, zelfs als ze nog niet zichtbaar zijn.

 Omgekeerd, omdat het intellect zelf georiënteerd is, blijft het verborgen zelfs wanneer het technisch is geopenbaard en duidelijk is gemaakt want men openbaart nooit en te nimmer de essentie van iemands intellect aan een ander persoon, alleen een secundaire manifestatie van het intellect zelf. Het is als een bijkomstigheid (in tegenstelling tot de emoties waarvan openbaring het uiteindelijk doel is).

 Bovendien, het feit dat het intellect inherent is aan zelf oriëntatie dus boven de wisselwerking met anderen staat refereert niet alleen aan anderen die buiten de persoon staan, het verwijst ook naar de “anderen” in zichzelf.

Om werkelijk een concept te kunnen overdenken, moet iemand al zijn “andere” geestvermogens tot zwijgen brengen (zelfs het verlangen om het concept te begrijpen). Want aangezien zij “anderen” zijn in relatie tot het intellect, interfereren zij het intellectuele proces (net zoals wezenlijk “anderen” hem zouden storen). Wanneer hij eenmaal het concept beheerst, blijft zijn begrip ervan geïsoleerd en verborgen voor de rest van zijn wezen, zelfs zodanig dat zijn functioneren in tegenstelling staat tot de conclusies van zijn intellect. Het feit dat het intellect gewoonlijk emoties teweeg brengt en iemands gedrag beïnvloed is vanwege de bijkomende werking van het intellect, niet vanwege de functie van het intellect.

 Het intellect behoort tot de sfeer van verborgenheid, zelfs in verhouding met de rest van de persoon.

 Dus “ de Tabernakel “, de geopenbaarde Tabernakel, verwijst naar de dienst aan God, met betrekking tot de emoties, het hart, het rijk van het geopenbaarde. “Tabernakel der getuigenis” verwijst naar de dienst aan God, met betrekking tot het intellect, de sfeer van het verborgene.

 SHABBAT SHALOM

 

Geef een reactie