PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLECH

Aangetreden – En hij ging         Deuteronomium. 29:9 – 30:20, 31:1 – 31:30


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar, p. 283b

En Mozes ging deze nu volgende woorden tot heel Israël spreken.” (Deuteronomium. 31:1)

Weet dat “molich”, het Hebreeuwse woord voor “leiden” en “wajélech”, “ging”, de zelfde Hebreeuwse stam delen, “lech”.

Gelukkig is Israël, dat de Heilige, geprezen zij Hij, hen koos en omdat Hij hen koos, noemde Hij hen “zonen” [van het aspect van hun Nefesh en Roeach die hun oorsprong hebben in de eenwording van Zeir Anpin en Noekva], “eerstgeborenen”, “heilig”, en “broers” [toen ze een Neshama ontvingen van de eenwording van Abba en Imma aan de Berg Sinaï].

[Na de revelatie van de Thora] Kwam Hij naar beneden en verbleef onder hen [in het Tabernakel, in het Hebreeuws, “Mishkan”, vanwaar we het woord “Shechina”, krijgen], waar naar wordt verwezen in het vers, “En zij zullen Mij een Tabernakel maken [Mishkan] en Ik zal onder hen verblijven” [Hebreeuws, “shachanti”] (Exodus. 25:8). [En om hen hierop voor te bereiden] verlangt de Heilige, geprezen zij Hij, hen te rectificeren [spiritueel] zodat zij als engelen zouden zijn in de spirituele wereld [door het kampement te rangschikken onder vier hoofd vlaggen].

Hij bewerkstelligt dat de Wolken van Glorie over hen hangen en de Shechina voor hen uit gaat; dit is de betekenis van het vers, “En G’D ging voor hen uit, overdag om hen de weg te wijzen in een wolkenzuil, en om hen te leiden bij nacht in een zuil van vuur.” (Exodus. 13:21)

[En hij deed meer goed voor hen in de zin] dat drie heilige broers en zussen onder hen liepen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron en Miriam. Vanwege hun verdienste gaf G’D geschenken uit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de bron van Miriam, die hen zowel fysiek als spiritueel voedde en voorbereidde, om de Thora in zich te kunnen opnemen]. De wolken van glorie verdwenen niet zolang Aaron in leven was. Dit is, zoals is verklaard, omdat Aaron de rechterarm was [representerend Chesed] van Israël. Het wordt ook aangegeven in het vers, “En de Kana’anitische koning Arad, die leefde in de Negev, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, en hij voerde oorlog met Israël…” (Numeri. 21:1)

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was gestorven en dat de beschermende wolken waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem zouden komen, de simpele Aramese vertaling van “plaatsen”.” Dit is een aanwijzing dat zij begonnen rond te dwalen zonder de aanwezigheid en leiding van de wolken.

[Zij dwaalden] als iemand zonder rechterarm, die zichzelf moet ondersteunen op elke mogelijke plaats [om vallen te voorkomen.] Aangezien [zij doelloos leken] voerde hij oorlog met Israël en maakte gevangenen onder hen. Dit was omdat zij zonder hun rechterarm waren [Aaron].

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie