PARASHOT MATÓT – MAS’ÉE

Stammen – Reizen         Numeri. 30:2 – 32:42, 33:1 – 36:13

Mozes; “Strijder voor vrede”.

Ons wordt opgedragen om oorlog te voeren tegen de krachten van onenigheid en conflict.

Wapen de mannen onder jullie voor een legereenheid. Laten die zich tegen Midjan keren om G’D’s vergelding te brengen op Midjan. Een duizend van elke stam……”(Numeri. 31:3-4)

De spirituele betekenis en het belang van deze oorlog tegen Midjan is de onderdrukking van de negatieve energie van Midjan, die conflict en onenigheid is. (Zohar. 2:68) De oorlog tegen Midjan is de rectificatie van disharmonie, met ander woorden, het brengen van vrede en harmonische eenheid.       

Rabbi Schneur Zalman (likoetei Thora) verhaalt uitvoering over het feit dat onze Geleerden zeggen dat in de Eerste Tempel periode de Joden afgodenrij overspel en moord hadden bedreven. Gedurende de Tweede Tempel periode was de primaire zonde van de Joden ongegronde haat (Jeruzalem Talmoed Chagiga 1:5; Joma 9b) en om die reden was de Tempel verwoest. Doch de huidige verbanning, die voortkomt uit de tweede destructie, duurt 1700 jaar, terwijl de eerste verbanning, die kwam vanwege de zonden van veel grotere omvang, slechts 70 jaar duurde!

Waarom z’n voortdurende verbanning? Toen de Israëlieten Kanaän binnentrokken, werd van hun verondersteld het land te ontdoen van de zeven volkeren die daar leefden, de Kanaänieten, Hittieten, etc. (tenzij ze de zeven Noachidische wetten zouden accepteren). Maar de Israëlieten tolereerden sommigen van hen in het land en werden beïnvloed door hen. (Numeri. 33:55)

Deze volkeren hadden grove gruweldaden begaan, vanwege het feit dat zijn de negatieve tegenhanger van de zeven emoties, “afval” van de gevallen koningen van Tohoe. Omdat zelfs gedurende de periode van Eerste Tempel de Joden waren beïnvloed door deze krachten, duurde de eerste verbanning 70 jaar, tien jaar voor elke zeven eigenschappen.

In de Tweede Tempel periode echter, waren de zonden niet gerelateerd aan de zeven negatieve eigenschappen, maar ongegronde haat onderlinge. Dit was de negativiteit van Midjan, een veel subtieler kwaad en niet een van de zeven volkeren. 

Dus zeggen onze geleerden in Joma 9b: “Degene van de Eerste Tempelperiode, wiens zonden werden geopenbaard, is in het einde van hun verbanning evenzeer geopenbaard.” Met andere woorden, de zonden van de Eerste Tempelperiode waren onmiskenbaar kwaad en waren makkelijk herkenbaar en te berouwen. De zonde van ongegronde haat echter, is subtieler en veel moeilijker te corrigeren, aangezien de beoefenaar zichzelf voor de gek houd door te denken dat het niet echt een zonde is.  

 Dus “daarin is het einde niet geopenbaard”, de tweede verbanning duurt veel langer omdat er een veel langere tijd van erkenning nodig is van het kwaad en om het te berouwen. Net zoals het langer duurt om minuscule deeltjes van een ongewenste stof te verwijderen dan grote grove elementen. De rectificatie van de zonde van ongegronde haat verlangt een langere periode omdat mensen het niet als volledig kwaad beschouwen, zij zijn veelal er van overtuigd dat hun haat gerechtvaardigd is.

 In werkelijkheid echter is zijn haat en disharmonie de tegenovergestelden van G’ddelijkheid en Heiligheid, welke eenheid belichamen, G’D is één. Eenheid is het fundament van de hele Thora, zoals Hillel de Oudere het uitdrukt: “Wat hatelijk voor jou is doe dat niet voor je medemens.” (Shabbat. 31a)

TRANSFORMATIE

In feite volbrengt deze oorlog tegen Midjan meer dan juist onderdrukking van Midjan; de energieën die voordien aanwezig waren in het domain van Midjan werden getransformeerd naar de sfeer van Heiligheid, duisternis werd veranderd tot licht.

TWEE PAMALYAS

In een zelfde stemming zeggen onze Geleerden: Iedereen die Thora studeert voor zijn eigen bestwil brengt vrede in de Hogere “Pamalya” (klassiek  Aramees voor “heerscharen”) en de Lagere Pamalya. (Sanhedrin 99b) In de letterlijke zin refereert Hogere “Pamalya” aan de spirituele werelden, terwijl de Lagere “Pamalya” refereert aan deze laagste wereld. Maar in bredere zin bevat de hele realiteit een hogere en een lagere “Pamalya”, inclusief de menselijke realiteit. De onzelfzuchtige student van Thora brengt vrede in beide sferen in al hun verschijningsvormen. In de menselijke zin, zijn de twee niveaus het verstand en het hart. Wanneer er vrede heerst tussen hen, heerst het verstand over het hart. Immers de emoties worden geleid door het intellect.

DE LERING

De oorlog tegen “Midjan” moet worden gestreden [met ons zelf]; we moeten vrede en liefde hebben [met onze medemens en omgeving.

Alle Chabad Meesters hielden verhandelingen die zij zouden herhalen van tijd tot tijd om de atmosfeer van de wereld te zuiveren en te louteren. Deze verhandeling bekend als Heichaltzoe werd oorspronkelijk gegeven door Rabbi Schneur Zalman in het jaar 1768, toen hij op reis was naar huis van een bezoek aan zijn leermeester Rabbi Dovber van Mezrich en was een van degen die dit vele malen zou herhalen.

Sindsdien herhaalde de Meesters de verhandeling over dit onderwerp bij speciale gelegenheden om gevoelens van onenigheid te onderdrukken. In 1898 gaf Rabbi Shalom Dovber, de vijfde Chabad Rebbe, de meest fameuze verzie van deze verhandeling op Simchat Thora en opnieuw op Parashat Noach ter gelegenheid van een familie bijeenkomst.

Moge het met G’D’s wil zijn dat er vrede zal zijn in de Lagere Pamalya en de Hogere Pamalya, zowel vrede tussen de ziel zoals die existeert in het Hoge, waaraan wordt gerefereerd als “de ziel die U in mij heeft geplaatst die puur is” en de ziel als die neerdaalt, waaraan wordt gerefereerd als “U creëerde, vormde en blies het in mij”. En ten slotte moge we de ultieme vrede hebben, die zal plaatsvinden in de Toekomstige Era.

SHABBAT SHALOM     

Geef een reactie