PARASHOT CHOEKAT & BALAK

PARASHAT CHOEKAT

De Inzetting (NUMERI 19:1 – 22:1)

Het moet het slechtste nieuws geweest zijn dat Mozes ooit hoorde: “daarom zult ge dit volk niet in het land brengen dat Ik hen heb gegeven”. Nadat hij gedurende een groot deel van zijn leven de Israëlieten uit de slavernij naar hun land had gebracht en na zoveel te hebben doorstaan onderweg, wordt de leider meegedeeld dat hij nooit het gedroomde land zal bereiken.

Wat was de oorzaak hiervan? Een incident bij de plaats Me-riva, of strijdwateren, in de woestijn van Tsin. Wat was de zonde die Mozes had begaan en waarvoor hij zo streng werd gestraft?

Generaties commentatoren hebben gepoogd deze vraag te beantwoorden. De negentiende-eeuwse geleerde S. D. Luzzato somt niet minder dan dertien verschillende”zonden” op die aan Mozes worden toegeschreven en die de Almachtige in Zijn oordeel zouden kunnen beïnvloed hebben. Hij besluit dat hij niet nog een andere zonde aan de arme Mozes zal toekennen. Ook wij zullen zeker niet nog een zonde aan de lijst toevoegen: veeleer willen wij pogen om op basis van verschillende teksten en commentaren een overtuigend beeld te schetsen.

Er zijn heel wat aanwijzingen dat Mozes, de grote en ervaren leider, zijn greep op het volk verloren had. De beslissing dat hij opzij zou treden voor een nieuwe leider is geen straf, maar veeleer het onder ogen zien van een feit. Pijnlijk als het was, moest het vooruitzicht van zijn aftreden worden aanvaard.

Het gebeurde allemaal na de dood van Mirjam. Voor Mozes betekende het verlies van zijn zus een geweldige slag. Slechts nu was hij er zich van bewust hoe afhankelijk hij wel was van zijn grote zus, degene die met een bezwaard hart bij de rivier had gestaan om zich ervan te verzekeren dat haar broer niet zou verdrinken. Wellicht had hij tot haar dood zich niet gerealiseerd hoezeer hij in de onderhandelingen met het volk en de wereld de steun van zijn nabije familiekring nodig had. Ze hadden een natuurlijk trio gevormd: Mirjam, Aharon en Mozes.

Mirjam sterft en het eeuwige probleem van het ernstige watertekort duikt weer op (Num. 20,1-2). Voor de eerste keer in zijn carrière weet Mozes niet hoe hij de crisis het hoofd moet bieden. Geconfronteerd met heftige betogingen keert hij terug in zijn tent en ,werpt zich ter aarde” (v. 6). Te onzeker om het volk tegemoet te treden, trekt hij zich terug in de afzondering van zijn tent. De Almachtige echter beveelt hem de staf op zich te nemen en terug te denken aan de dagen van zijn jeugd toen hij met de staf in de hand elke crisis wist te overwinnen. Hij moet spreken tot de rots opdat er water uit zou stromen (v. 8). Mozes begrijpt evenwel de opdracht verkeerd. In plaats van zich een waardig leider te tonen, ontsteekt hij in woede en beledigt het volk. “Luistert, opstandelingen!” En in dezelfde stemming maakt hij een andere fout, deze keer een onvergeeflijke. In plaats van tot de rots te spreken, slaat hij erop.

Daarop volgt het vreselijke verdict: ,Gij zult het volk niet in het land binnen leiden” (v. 12). Mozes die begon met de twistende Israëlieten te vermanen: ,Waarom slaat ge uw kameraad” (Ex. 2, 13), eindigt met een rots te slaan. Mozes die in het verleden stormachtige situaties het hoofd wist te bieden, loopt nu weg en werpt zich ter aarde. Mozes die eens een voorbeeld was van hoe men zijn kudde stevig, maar met respect behandelt, laadt nu beledigingen op zijn volk. Hij kon geen leider meer zijn. Hij zou het volk niet in het land brengen.

Mozes, zo wordt ons verteld (Num. 20, 1 1) slaat de rots “tweemaal”.

Iedereen kan een fout maken in een uitbarsting van woede, maar als hij in herhaling valt, dan kan hij geen leider meer zijn. Aharon die passief bleef gedurende dit incident wordt ook gestraft en kan het land niet binnentrekken. Toen Mozes voor het eerst op de rots sloeg, had hij zijn broer op zijn fout kunnen wijzen en hem kunnen vragen niet nogmaals te slaan. Toen Mozes echter de rots voor de tweede maal sloeg kon Aharon niet meer zeggen: “Ik wist het niet”. Omdat hij geen protest aantekende, werd hij tot een medeplichtige die overeenkomstig werd gestraft.

PARASHAT BALAK

Balak (NUMERI 22:2 – 25:9)

Een vaak geciteerde talmoedische traditie i.v.m. de kanonisering van de Bijbel (Baba Batra 14b) bevat de volgende merkwaardige uitspraak: “Mozes begon zijn eigen boek te schrijven. Het Boek van Bil'am en het Boek van job”. Het feit dat deze twee “boeken” aan Mozes werden toegeschreven naast zijn eigen vijf boeken, de Thora, heeft menig commentator zowel in het verleden als nu voor een probleem gesteld.

De verhalen van Job en Bil'am hebben gemeenschappelijk dat de protagonist een buitenstaander, een niet-jood is. Ze helpen ons om meer te begrijpen van de leringen van de Thora als het hoofddeel van de joodse wet en de joodse godsdienst. Wanneer we stellen dat niemand anders dan Mozes de verhalen van Bil'am en Job schreef, krijgen we een aantal nieuwe inzichten in de wetten van Mozes.

Job is de meest tragische figuur uit de bijbelse literatuur. Hij verloor kinderen, en kende pijn en ontgoocheling, meer dan om het even welke andere figuur uit de Bijbel. Het verhaal van de wisselvalligheden en de innerlijke strijd van een dergelijke persoon moet wel de schepping zijn van dezelfde man die ook een Thora van eeuwige wetten voor het menselijke gedrag neerschreef.

Kan iemand de volledige betekenis van de wet begrijpen als hij is afgesneden van alle menselijke lijden, en ver afstaat van alle menselijke twijfel en volslagen wanhoop? Opdat de wetten niet zonder medelijden zouden zijn voor de menselijke wezens met al hun pijnlijke tekortkomingen, moet Mozes wel de man zijn die verantwoordelijk is voor het boek, dat de wet weerspiegelt, en het boek job, dat het leven weerspiegelt.

Rabbi Jitschak Luria (1540-1572), bekend als de Ari Ha-Kadosh (,,de heilige leeuw”) en de grootste van de joodse mystiekers, bracht zijn jeugd in Caïro door. Elke morgen bij zonsopgang, zo gaat het verhaal, wandelde de Ari rustig langs het riet op de oever van de Nijl.

“Om te graven naar de werkelijke betekenis van de wetten van de Thora”, zo placht hij te zeggen, ,probeer ik te luisteren naar het wenen van het kind Mozes, die hier tussen het riet werd geworpen als een verloren, hulpeloos menselijk wezen dat aan de vervolging ontsnapte. Alleen hij die het wenen van het kind Mozes kan horen”, zo besloot de Ari, “is in staat om de woorden van Mozes de wetgever te begrijpen”.

Als religieuze wetten los komen te staan van de menselijke situatie, dan houden ze op een uitdrukking te zijn van de wil van de Almachtige, die om mensen geeft.

Mozes spoorde de Israëlieten voortdurend aan om hun gedrag te verbeteren. Hij werd overweldigd door hun opstandige stemmingen en hun ondankbaarheid. Om opnieuw de grootheid van zijn volk te ontdekken moest hij over hen van buitenaf horen spreken. Daarom moest hij ook het boek Bil'am schrijven.

Balak, de koning van het machtige Mo'av, was de eerste die er zich van bewust werd – zelfs voordat de Israëlieten zichzelf zo beschouwden – dat “een volk naar boven was gekomen uit Egypte”. En Mo'av “was zeer bevreesd”. Bil'am werd gedwongen om de lof van Israël te bezingen zoals geen andere profeet, zeker niet de profeten van Israël, de lof van Israël zou bezingen. Hij vertegenwoordigt een passend tegenwicht voor Mozes die de Israëlieten telkens weer op hun fouten wees.

Voor Balak was Bil'am machtig, zowel in zijn zegeningen als in zijn vervloekingen (Num. 22, 6).

Waarom vroeg hij Bil'am dan niet om zijn eigen volk te zegenen eerder dan Israël te vervloeken? Zoals altijd verkozen de vijanden van Israël de vernietiging van Israël, zelfs ten koste van hun eigen volkeren, boven constructiev
e bijdragen, waaruit zowel zijzelf als hun buren profijt zouden kunnen trekken.

Bil'am kwam om te vervloeken en werd gedwongen om zijn vervloekingen in zegeningen te veranderen. Tot op de dag van vandaag opent het joodse dagelijks gebed (evenals de dagelijkse radio-uitzending van Israël 1 met de woorden van de niet joodse Bil'am: “Hoe goed zijn uw tenten, Jakob, uw verblijfplaatsen, Israël”.

De fundamentele en unieke situatie van Israël onder de volkeren is echter niet veranderd. In de woorden van Bil'am (Num. 23, 9) wordt Israël beschreven als “een volk dat alleen woont”.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie