PARASHOT BEHÁR- BECHOEKOTAI

Op de berg – In Mijn inzettingen.                      Leviticus. 25:1 – 26:2, 26:3 – 27:34

 

Rabbi Shimon bar Jochai

VERTROUW IN G’D EN DOE GOED

Zohar, Parashat Behar, p.111a;

En als jullie zeggen, ‘Wat moeten we dan eten in het zevende jaar, we mogen toch niet zaaien noch onze oogst binnenhalen’. (Leviticus. 25:20)

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met een citaat: “Vertrouw op G’D en doe goed; zodat je zult wonen in het Land en het vertrouwen zal je hoeden.” (Psalm. 37:3) Dit vers leert dat iemand voorzichtig moet zijn om dat wat hem overkomt altijd toe te schrijven aan zijn Meester. Dit moet gelden voor zowel het goede als de slechte omstandigheden. Men moet de gebeurtenissen in zijn leven altijd verbinden met despirituele oorsprong en niet alleen met de onmiddellijke oorzaak. Menmoet met heel het hart zich verbinden  aan de oorsprong van zijn vertrouwen. Wanneer iemand één is met zijn Meester, inziet dat alles wat gebeurt in zijn leven een resultaat is van G’ddelijke Voorzienigheid, dan zal zijn hart in hem een welbehagen ondervinden. Wanneer zijn geest kalm is als resultaat van zijn kennis, kan niets hem schaden, omdat hij ziet dat alles wat gebeurt in zijn leven een leerproces en leidraad voor verdere groei is.

” Vertrouw in G’D en doe goed.” Waarnaar verwijst hier het “goed”? Zoals we geleerd hebben, wekkende goede daden die iemand doet in de fysieke wereld, de oorsprong van dat goed op in de Sefirot in de spirituele wereld. Dit is eerder uitgelegd in verband met het vers “Hoor de woorden van het verbond en doe hen”.

 

(Jeremia. 11:6) De woorden “doe hen” kunnen ook gelezen worden als “door jou”, met andere woorden, door je handelingen. Datbetekent, jij rectificeert de Sefirot, waardoor een overvloedige stroom van Licht en G’ddelijkheid wordt veroorzaakt die neerdaalt in jou. Dit is zo omdat door het geven van liefdadigheid en het doen van mitzwot en vanwege de goede daden, je een corresponderende vloed van liefdadigheid en goedheid van Boven ertoe brengt om te worden betrokken in je leven.

Weet dat, in tegenstelling tot het Nederlandse woord “liefdadigheid” wat verbindingen heeft met andere concepten, het Hebreeuwse woord “tzedaka” direct verbonden is met de woorden “tzedek”, dat betekent, “gerechtigheid” en “tzadik”, dat betekent, “rechtvaardige” en is gerelateerd aan de Sefira van Yesod, die ook “tzadik” wordt genoemd. Dus, in het Hebreeuwse concept verbindt het woord de fysieke en spirituele werelden, want de tzadik tzadaka, die een handeling is van tzedek in deze wereld geeft op zijn beurt een weldadige vloed van zijn oorsprong in Yesod (tzadik) naar Malchoet en veroorzaakt een verzachten van eenstreng oordeel.

Het is aangaande je handelingen en de daarmee verbonden spirituele vertakkingen, dat het vers zegt, “doe goed”, want de oorsprong van goed is in de Sefira van Yesod [tzadik]. Dit wordt specifiek aangegeven in het vers “Zeg van de tzadik [de rechtvaardige], dat hij goed is, want zij zullen de vruchten van hun handelingen eten.” (Jesaja.3:10) Aangezien je tzedaka geeft en mitzwot doet en goede daden, zul je met zekerheid een corresponderende vloed van de Sefira van Yesod  teweegbrengen die zal kanaliseren in Malchoet. Om die reden is er geschreven, “woon in het Land [Hebreeuws, ‘eretz’ en vertrouwen [‘emoena’] zal je hoeden.” “Eretz en “Emoena” zijn beide namen voor de Sefira van Malchoet.

SHABBAT SHALOM       

Geef een reactie