PARASHOT BAHÁR – BECHOEKOTAI

Op de berg – In Mijn inzettingen (Leviticus. 25:1 – 26:2 en 26:3 – 27:34)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI
ZOHAR. P. 111a

In de vertaling van deze week zien we hoe de Zohar de zielsoorsprong van de mensheid analyseert, om over de gevolgen te onderwijzen betreffende het onderling huwen tussen leden van verschillende groepen, rassen en culturen.
Het begint met de instructie om slaven te nemen van de lokale niet Joodse bevolking. Men moet zeer goed bedenken dat de Bijbelse slaaf meer een bij contract verbonden dienaar is, met duidelijk neergelegde rechten en absoluut niet zoals in latere moderne tijden, de onmenselijke slavernij.

"Jullie kunnen ze ook aan jullie kinderen nalaten, als een erfelijk bezit en die mogen jullie voor altijd als slaaf in dienst houden….." [voor altijd, in het Hebreeuws, "leolam"]. (Leviticus. 25:46).
Deze instructie om voor altijd met de Kena'anitische werken [zonder hem vrij te laten na het 50e jaar van de Shabbatcyclus, "Olam" geheten], is gebaseerd op degenen die afstammen in de lijn van Cham, welke verboden seksuele relaties aanging. 

Cham, de zoon van Noach, betekent letterlijk, "heet" in het Hebreeuws. Hitte, in de vorm van vuur, is geassocieerd met de sefira van  gevoera, streng oordeel. In goed Nederlands gezegt, Cham was "heet" in de zin van, dat hij een seksuele relatie had met zijn vrouw in de Ark toen het bij G'ddelijk verbod verboden was dit te doen. Hij kon zich gewoon niet beheersen.
Zo ook, toen de familie van Noach uit de Ark kwam, toonde Cham de naaktheid van zijn vader aan zijn broers Shem en Yafet. De Midrash zegt dat Cham een mes gebruikte om zijn vader tot een eunuch te maken.
Noach was een Tsadiek en vertegenwoordigde de sefira van yesod.

Na het komen uit de Ark werd hij dronken en "rolden in zijn tent". In de tekst is het woord "zijn tent" (Hebreeuws, "ohalo") op het einde gespeld met de letter hei, welke equivalent is aan de laatste letter hei in de naam van G'D. Dit is de plaats van streng oordeel en waar de kelipot hun steunpunt hebben. Cham had plezier van die plaats en toonde zijn broers wat hij had gezien. Het verspreiden van het vuur van verboden begeerte aan anderen, resulteerde in de nakomeling van Cham, Kena'an, met reductie van macht.

Zoals is gezegd, "Vervloekt is Kena'an, een slaaf van een slaaf zal hij voor zijn broers zijn. " (Genesis. 9:25) Waarom is nu de terminologie "een slaaf van een slaaf" gebruikt? Het is omdat hij een slaaf is tot het slaaf zijn "voor altijd" ["leolam"], dat betekent, in tegenstelling tot een slaaf die vrij – uit gaat bij de "Olam" van het 50e jaar.

De term "slaaf voor altijd" verwijst ook naar de engel Metatron, aangezien hij een slaaf van G'D is en Zijn Wil in deze wereld uitdraagt. Kena'an's nakomelingen worden geregeerd op dit niveau, aangezien hij is verbonden met de krachten buiten het domein van Heiligheid.

Als je nu zegt dat hij een broer was van Shem en Yafet [die heilig waren], waarom was hij dan niet als hen? [Noach was ook rechtvaardig, hoe was het dan mogelijk dat Cham van zijn heilige niveau was gevallen? Je kunt je ook afvragen hoe het met Eliëzer was gesteld [die een afstammeling was van Cham], de slaaf van Abraham. Waarom was hij niet een slechterik? Hij treedt naar voren als een rechtvaardige, en de Heilige, geprezen zij Hij, bevestigde de zegen die Lavan aan hem gaf. 

De eerste keer dat het woord "gezegend" (Hebreeuws, "baroech") wordt gebruikt in de Thora, is direct nadat Kena'an werd vervloekt. Het volgende vers zegt "Gezegend de Eeuwige, de G'D van Shem, en Kena'an zal slaaf voor hem zijn." (Genesis. 9:26). Lavan noemde Eliëzer "Gezegende van de Eeuwige" (Genesis. 24:31), toen hij hem begroette, en het feit dat dit is neergeschreven in de Thora is een bewijsverklaring dat het waar is. De Zohar stelt de vraag hoe het mogelijk was dat Eliëzer werd gezegend, alhoewel hij een nakomeling was van Kena'an, die vervloekt waren, Shem's kant, waren toch degenen die in verhouding stonden tot de zegen!

Onbetwist zien we hier het mysterie van reïncarnatie. 

Cham, zoals boven wordt vermeld, kwam van de kant van het Heilige. Wegens zonden met betrekking tot seksualiteit, was hij gereïncarneerd naar een niveau dat veraf staat van heiligheid en dat verlangt om een slaaf te zijn onder het beheer van de nakomelingen van zijn broer Shem.

Abraham, welke een nakomeling was van Shem, was daarom gerechtigd om een Kaänitische slaaf te houden. Dit stelde Eliëzer in staat om berouw te hebben en terug te keren naar zijn spirituele oorsprong door zich richten op het spirituele niveau van Abraham.
Dit berouw zuiverde hem van de seksuele zonden van zijn voorvader Cham, en, door dit te doen, kwam hij terug op het hogere niveau van de ziel van Cham, welke hem verliet toen hij zondigde. De omvang van zijn zielsverbetering werd duidelijk in twee opzichten. Ten eerste, wordt hij "gezegende" genoemd, in plaats van "vervloekte" en ten tweede,
chaperonneerde hij een verloofd meisje (Rebecca) zeer succesvol naar de zoon van zijn meester.

[Dit is de betekenis van het vers in het Avondgebed] "Schepper van dag en nacht, die het licht laat wegrollen [Hebreeuws,
"golel"]  voor de duisternis en de duisternis voor het licht."]

Het woord rollen, wegrollen, "golel" hier, is gerelateerd aan het woord
voor "reïncarnatie", "gilgoel". De heilige ziel wordt genoemd "licht", en G'D veroorzaakt dat het gereïncarneerd wordt, weg van de slechte zijde, wat "duisternis" genoemd wordt. 

Overeenkomstig de dienaar van Abraham welke uit de duisternis werd genomen. Dat was [Eliëzer] van de Cham's zaad. Het sufficiënt voor een slaaf dat hij wordt zoals zijn meester Abraham, die voort kwam uit Terach welke afgoden aanbad en ondanks toch zichzelf verhief naar een gebied van het Heilige.

Het zelfde is van toepassing in de tegenovergestelde richting, waar de terugval, weg van het gebied van het Heilige, veroorzaakt door slecht gedrag, welke de ziel in het gebied van de kelipot sleurt. Gelijk als het tweede gedeelte van het vers:

En"….de duisternis voor het licht" heeft betrekking op Ishmael, welke voort kwam uit Abraham, en Esau, welke voort kwam uit Izaak.

Nu analyseert de Zohar de oorzaak waarom mensen zoals Cham, Ishmael en Esau zichzelf verwijderen van het domein van het Heilige, tot in de wereld van egocentrische uiterlijke voldoening en spirituele duisternis.

En de diepliggende oorzaak van dit alles is de vermenging van druppels [heilig] zaad in een plaats die niet daarvoor bestemd was.

Degene die zijn zaad vermengt met dat van een dienstmeid, Machala [letterlijk "ziekte"], de dochter van Ishmael, of de dochters van een vreemde god [de dochters van Ezau- niet Joods], welke [de krachten representeren] van slechtheid en duisternis, terwijl zijn druppel van de kant van het goede en licht is, zoals het is geschreven, "G'D zag dat het licht goed was" (Genesis. 1:4) vermengt goed met kwaad. 

Hij overtreedt het woord van zijn Meester, die zegt, "Eet niet van de Boom van de Kennis van goed en kwaad" (Genesis. 2:17) De Heilige, geprezen zij Hij, verzamelt [en reïncarneert] een persoon van de zelfde  plaats als waar hij zich vermengde en brengt hem terug om zijn bestraffing in ontvangst te nemen. Indien hij berouw heeft en Thora studeert, wat het goede van het kwade separeert [m.a.w de voorschriften van het toegestane, onzuiver van het zuivere, kosher en niet geschikt, separeert hij goed van kwaad] en herstelt zo de oorspronkelijke smet die hij veroorzaakte door vermenging van goed en kwaad in een verboden relatie.  

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie