PARASHOT ACHARÉ MOT – KEDOSHIEM

Na de dood – Heilig   Leviticus. 16:1 – 18:30, 19:1 -20:27

 Een diepere kijk op afgoderij

 

 Door onwaarheid te zien door de ogen van Thora, kunnen we deze overwinnen.

 

 Sefer HaMa’amarim 5743, p. 85-7


 

 “Wendt je niet tot de afgoden en maak geen gegoten beelden voor jullie zelf, Ik ben de Eeuwige jullie G’D.

 

 Dit vers is de grondslag voor de wet die verbied te staren naar afgodsbeelden of het bestuderen van hun rituelen. De Thora verbiedt ons om te verdiepen in de beleving van afgoderij, zelfs als we niet de intentie hebben om afgoden te dienen. Dit is om ons verre te houden van de aantrekkelijkheid van afgodische praktijken want het contact schendt de heiligheid omdat enigszins zowel sensueel als intellectueel een verlamming wordt veroorzaakt ten aanzien van heiligheid.

 

 Een uitzondering op deze regel is de studie van afgoderij in de context van Thorastudie. Om gepast de overtreding van afgoderij te voorkomen, moeten we noodzakelijk vertrouwd gemaakt worden met de exacte typen, aspecten en vormen van afgoderij die de Thora verbiedt. Eén van de grotere traktaten van de Talmoed heet “Avoda Zara” (Letterlijke betekenis, “dienst aan de andere zijde”) en bespreekt, onder andere, de rituelen van verschillende klassieke vormen van afgoderij.

 

Dus in de context van Thorastudie is het ons niet alleen toegestaan om verschillende vormen van afgoderij te bestuderen, we moeten.

 

 Spiritueel wordt van ons verlangd om de wetten van verboden zaken (waarvan afgoderij slechts een voorbeeld is) te bestuderen omdat we alleen door direct contact de toegestane elementen van de fysieke wereld kunnen verheffen.

 

 [Het Hebreeuwse woord voor “toegestaan” (“moetar”) kan ook “vrijmaken” betekenen; toegestane dingen zijn “vrij” om te worden verheven door menselijke inspanning. Naar deze elementen wordt in Kabbala verwezen als afstammend van de “doorschijnende schil” (Kelipa nogah), dat betekent dat zij neutrale energieën zijn die, in de sfeer van heiligheid of in haar tegenovergestelde sfeer gehaald kunnen worden. De mens verheft deze krachten door ze voor heilige doelen te gebruiken. Afgoderij echter behoort tot de realiteitssfeer die verboden is (in het Hebreeuws, “asoer”, letterlijk, “vastgebonden”). Aan deze verboden realiteitselementen wordt in Kabbala gerefereerd als afgeleid van de “onzuivere schillen” (Kelipot hatemei’ot), dat betekent dat ze intrinsiek kwaad zijn en dat we ze niet kunnen verheffen.

 

 Desondanks kunnen we zelfs deze “vastgebonden”, verboden aspecten van realiteit verheffen, niet door hen te beleven uit de eerste hand, maar door studie van de Thora. In de Thora vormen deze entiteiten een intrinsiek onderdeel van het G’ddelijke Plan; zij worden geen onderwerpen van studie op zich, maar zijn referenties gezien vanuit de context van hun implicaties van de G’ddelijk wijsheid en heiligheid die zij veronderstellen en waarvan zij deel uitmaken.

 

 [Met de kracht van de Thora, heeft onze indirecte reis door afgoderij en andere “verboden zones” de capaciteit om spirituele duisternis te transformeren naar licht.

SHABBAT SHALOM    

 

Geef een reactie