PARASHAT WEZOT HABERACHA / BEREESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA Op de feestdag van Simchat Thora (26 okt, buiten Israël), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (25 okt, in Israël ), lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereeshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 29 okt is!

PARASHAT WEZOT HABERACHA

En dit is de zegen (Deuteronomium. 33:1 – 34:12)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Het verwelkomen van gasten van de Soekka.
Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat Zot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soekka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van chesed tot malchoed]. Gelijk de manier het is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; chesed, gevoera, tiferet, netzach, hod, en jesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soekka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, referent aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soekka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezichtuitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soekka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

********

PARASHAT BEREESHIET

In het begin (Genesis. 1:1 – 6:8)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Zohar I:39b.

“In het begin schiep G’D de hemel en de aarde.”(Genesis. 1:1)

Onze Wijzen verklaren dat de wereld was geschapen met tien uitdrukkingen (Avot 5:1), weergegeven over de periode van de zes dagen van de schepping. Hoewel er ogenschijnlijk maar negen uitdrukking worden weergegeven, concluderen de Wijzen dat het woord “bereeshiet” (in het begin) ook een uitdrukking is, ondanks dat het niet expliciet vooraf gegaan wordt door de woorden, “en G’D zei…..” (Rosh hashana 32a; Meggila 21b; Zohar 15a, 30a)

De volgende passage verklaart deze mening.

Rabbi Abba zegt: De Hogere Wereld is verhuld, en alles wat is geassocieerd met de Hogere Wereld eveneens, omdat zij deel uitmaken van het sublieme mysterie van de dag welke alle andere dagen in zich draagt.

Alle negen uitdrukkingen, verspreid over de zes dagen van de schepping, zijn in de eerste uitdrukking, “Bereeshiet, In het begin”, ingesloten.

[In deze fase manifesteert de Schepping zich nog niet tot een fysische existentie.] Echter, toen de Heilige, geprezen zij Hij, de Schepping tot zichtbare existentie bracht, bracht Hij de emanatie van de zes voort.

De zes dagen van de schepping (Mikdash Melech) gedurende welke de fysische schepping geschiedde. Vervolgens wordt elk van de negen uitdrukkingen door welke de Schepping geschiedt, vooraf gegaan door de uitdrukking “En G’D zei”.

Maar aangezien de Hogere Wereld is verhuld, en alles wat is geassocieerd eveneens, zegt het vers in feite alleen maar “Bereeshiet….”[wat betekent:] “bara – [Hebreeuws voor “Hij schiep”] – shiet [wat “zes” betekent]. [Dit impliceert de schepping van] zes hemelse dagen.

Het openingswoord ”bereeshiet” wordt niet vooraf gegaan door de uitdrukking “En G’D zei”. Dat alle dagen van de Schepping ingesloten zijn in het woord “bereeshiet” kan van het woord zelf worden afgeleid, wanneer het gebroken wordt in twee componenten, wat dan: “Hij schiep – zes”, betekent.

Desalniettemin, [de tijdsduur dat de zes scheppingsdagen zich in het woord “bereeshiet” bevinden] wordt niet genoemd wie hen heeft gecreëerd, omdat dit verwijst naar de verhulde Hogere Wereld.

Deze verhulde, Hogere Wereld, blijft verborgen voor de gecreëerde schepselen van de lagere werelden (Or HaChama) en daarom wordt “bereeshiet” niet vooraf gegaan door “En G’D zei”.

Naderhand, wanneer Hij [kiest om te] openbaren en te articuleren [de overgebleven negen uitdrukkingen, door welk de wereld werd gecreëerd, verklaart het vers,] “G’D [Elo-hiem] schiep de hemel en de aarde” – niet dubbelzinnig en alleen maar “schiep” [zoals boven vermeld] – maar geheel voor “Elo-hiem schiep, want de naam “Elo-hiem” refereert aan het geopenbaarde.

Daarom gebruikt het vers de G’ddelijke naam “Elo-hiem, want deze naam geeft de eigenschap van begrenzing aan en de beperking van het Oneindige Licht (Or Ein Sof) zodat een fysieke wereld kan existeren. (Zohar, Midrash Ha Ne’elam, parashat Noach, Ma’amar “Dor Hamaboel”).

Het begin, is in het verhulde, wat de Hogere Wereld betekent

Dit duidt op het woord “Bereeshiet”, welk vooraf gaat aan de materiele Schepping. Wie het schiep, is niet aangegeven, omdat het verwijst naar de verhulde Hogere Wereld.

De Lagere Wereld is geopenbaard.

Dat is omdat de daden van de Heilige, geprezen zij Hij [altijd twee niveaus bevatten:] het verhulde en het geopenbaarde. Dit is het mysterie van de Heilige Naam [Havayah], welke zowel verhuld is als geopenbaard.

De intentie is om duidelijk te maken dat alles in de geopenbaarde wereld voorafgaat door, en afhankelijk is, van hun origine, de Hogere Wereld. (Or HaChama)

GOED JOM TOF EN SHABBAT SHALOM

Geef een reactie