PARASHAT WEZOT HABERACHÁ

En dit is de zegen (Deuteronomium 33:1 – 34:12)

Het schrijven van een Thorarol

Het laatste gebod uit de Thora is de plicht van elke Jood om voor zichzelf een Thorarol te schrijven, of dat voor hem te laten doen. Het gebod is ontleend aan Deut. 31:19: Nu dus, schrijf dit lied voor Mij. De zin van het gebod is duidelijk: een afstandelijke houding tegenover de Thora is niet voldoende. Wat van de Jood gevergd wordt is dat hij zich met lichaam en ziel verbindt met de geboden van de Thora. De invloed van de geboden is zonder waarde wanneer hij zich niet persoonlijk betrokken voelt bij elke letter van de Thora, ook met het wit tussen de woorden en regels. Het schrijven van een Thorarol is onderworpen aan de traditionele voorschriften. Hij moet met de hand worden geschreven op perka­ment gemaakt van de huid van een rein (dwz. niet verboden) dier. De schrijver moet de intentie hebben de rol te schrijven om als zodanig te functioneren. De verschillende vellen van de rol moeten worden samengenaaid met de zenuwen van een rein dier, enzovoort.

Het is verboden een Thorarol te verkopen, tenzij’ hij voor de ver­koop is verworven, en tenzij de opbrengst bestemd is om een huwelijk mogelijk te maken, om Thora te kunnen studeren, of om met het geld gevangenen los te kopen. Een séfer Thora mag niet worden gebruikt wanneer er onregelmatig­heden voorkomen in het schrift, of wanneer de rol is aangetast. Een niet meer gebruikte Thorarol wordt begraven naast de graven van Thorageleerden.

We moeten opstaan en blijven staan wanneer we iemand zien aankomen met een Thorarol in de arm, of wanneer hij langskomt. We raken de rol dan aan met de tsitsiet en kussen dan de tsitsiet of we buigen ons. De Thorarol is immers de dra­ger van Gods Woord. Het is het heiligste voorwerp in de Joodse eredienst, en verdient het diepste respect.

SHABBAT SHALOM WE CHAG SAMÉACH

Geef een reactie