PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond (Genesis 32:4 – 36:43

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P. 166b

De eerste woorden die Jacob aan zijn boodschappers gaf, om tot Esau te zeggen, bevatte een zeer belangrijke lering in de omgang met vijanden; maak hen bang.

Rabbi Jehoeda zegt: “Wat zag Jacob [wat hem deed besluiten] in het overbrengen [de boodschap] aan Esau, dat hij bij Laban heeft gewoond. Welk resultaat verwachtte hij in het zenden van z’n een boodschap aan Esau [zou het hem verzoening brengen?]. Eerder wist men in de [toenmalige] wereld, hoe onsuccesvol je kon zijn, om verschoond te blijven van de [bedrieglijke en onbetrouwbare] Laban, de Arameeër.

De specifieke naam “Aramee”, in het Hebreeuws “Arami” kan, na herschikking, “ramai” gespeld worden, wat “oplichter”betekent. Letterlijk betekent Laban “wit” of “puur” zodat Laban fameus was in het zich altijd voordoen van pure intenties, maar daartegen zeer sluw en bedrieglijk was met het in de val lokken van zijn slachtoffers, zelfs als zij van tevoren gewaarschuwd waren. Hij was een zeer gevaarlijk en onbetrouwbaar persoon.

Hij was een tovenaar in magische formules, een meester magiër. Hij was de vader van Be’or die de vader was van [de Jood hatende] Bil’am. Aldus is geschreven “Bil’am de zoon van de tovenaar Be’or.” (Jehoshoea. 13:22)
Laban was meer ervaren in magie dan wie dan ook [in zijn generatie], maar zelfs met al deze ervarenheid en kennis, kon hij Jacob geen kwaad berokkenen, al probeerde hij op verschillende wijze zijn destructie te veroorzaken, zoals staat geschreven, “Een Arameeër probeerde mijn vader te vernietigen” (Deuteronomium. 26:5)

Rabbi Aba zegt: “De hele [toenmalige] wereld was op de hoogte van het feit, dat Laban de leidinggevende figuur was over al diegenen die ervaren waren in magie, en wie hij dan ook wenste te vernietigen met zijn magie, kon onmogelijk aan hem ontsnappen. Alle kennis die Bil’am had vergaard, kwam van hem, en het is gezegd van Bil’am [toen Balak hem zond om Israël te vervloeken], “Want ik weet, dat wie van u een zegen ontvangt gezegend is en wie van u een vervloeking krijgt ook vervloekt is” (Numeri. 22:6).

De geleerden wijzen op het punt dat de grammatica van deze zin, in het Hebreeuws laat zien dat, wie hij ook zegent, reeds gezegend was. M.a.w hij kon diagnoseren of een persoon reeds gezegend was en doen alsof hij hem zou kunnen zegenen. Wanneer de zegen werd verwezenlijkt, eiste hij zijn aandeel. Echter, wanneer hij iemand vervloekte, had deze vervloeking direct effect.

De hele [toenmalige] wereld was bang voor Laban [en zijn tovenarij], zodat de eerste woorden die Jacob naar zond Esau waren “Ik heb gewoond bij Laban”. [Hij trachtte te zeggen] “Indien je zegt dat het alleen maar voor één maand of een jaar zou zijn, dan is dat niet het geval.” Integendeel, ik verbleef [bij hem] tot nu. Twintig jaar verbleef ik bij hem, en als je zou zeggen dat ik met lege handen terug kwam, [dat is de reden van de toevoeging] dat ik een os en ezel had [toen ik vertrok]. Deze twee zijn vertegenwoordigers van streng oordeel. Wanneer zij bijeen zijn, schaden zij de wereld.

Jacob hanteerde het enkelvoudige vorm van de woorden, in plaats van vee en ezels, om Esau duidelijk te maken dat de fysieke manifestatie, van de rijkelijke giften aan hem, een bewijs waren van het feit, dat hij geslaagd was om Laban te beheersen. In de Talmoed is de os een fundamenteel voorbeeld in het veroorzaken van schade en de ezel symboliseert lust en onreinheid. Wanneer de kracht van een os is gekoppeld aan de halsstarrigheid van een ezel, wordt schade berokkend aan de wereld. Deze zijn oer typische krachten en symboliseren een ongeremd, egocentrisch gedreven vermogen.

Het is daarom dat er staat geschreven, “Ploeg niet met rund en ezel tegelijk” (Deuteronomium. 22:10).

Omdat alles wat wij doen in deze wereld de spirituele domeinen beïnvloedt, het samenbrengen van deze twee krachten versterkt hun spirituele tegenhangers en is daarom verboden.

Esau, [na het horen van dit alles] werd angstig en begaf zich onmiddellijk op weg, om vrede te sluiten met Jacob. Esau werd dus net zo bang voor Jacob als Jacob was voor Esau.

Opgemerkt moet worden dat Jacob de sefira van tiferet representeert, welke twee tegenovergestelden samenbrengt en eveneens waarheid vertegenwoordigt. Jacob zei de waarheid; hij bezat dit alles. Zijn woorden echter, hadden een dubbele bedoeling. De slechte Esau, zoals Jacob voorzag, relateerde naar deze woorden vanuit zijn eigen culturele achtergrond van afgoderij en bijgeloof. De strategie werkte en Esau werd bang genoeg om voor vrede te kiezen, in plaats van oorlog.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie