PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond (Genesis. 32:4 – 36:43)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I, 166b

Jacob en zijn familie waren op weg naar het Heilige Land, na een verblijf van twintig jaar bij Laban. Toen zij het gebied naderden waar zijn broer Esau leefde, zond Jacob boodschappers vooruit naar Esau.

“Jacob zond afgezanten voor zich uit naar zijn broer Esau,…..Hij gaf ze de volgende opdracht : Zo moeten jullie het zeggen tegen mijn heer, tegen Esau: Zo zegt uw dienaar Jacob: Bij Lawan heb ik als vreemdeling gewoond en ben daar tot nu toe gebleven.
Ik heb runderen verworven,ezels en schapen, slaven en slavinnen en nu stuur ik een mededeling aan mijn heer om uw sympathie te verwerven.”
(Genesis. 32:4-6)

Rabbi Aba stelt de vraag: Waarom maakte Jacob contact met Esau ?. Het zou beter geweest om in alle rust te passeren. [Jacob redeneerde daartegen als volgt:] Ik weet dat Esau onze vader [Isaak] respecteert, hij zou nooit en te nimmer iets doen om hem kwaad te maken. Dus, weet ik dat zolang vader in leven is, ik niets van hem hoeft te vrezen. Maar nu  mijn vader bejaard is, is het beter om het goed te maken met mijn broer. Dus zond hij onmiddellijk boodschappers vooruit naar Esau.

Hij instrueerde hen om de volgende boodschap over te brengen: bij Lawan heb ik als vreemdeling gewoond en ben daar tot nu toe gebleven.
Rabbi Jehoeda vraagt zich af: wat was Jabob’s intentie in het zenden van boodschappers om Esau te informeren dat hij heeft gewoond bij Laban? Wat trachtte hij te bereiken door hem dit te vertellen?Nochtans, Laban’s [schandelijke] reputatie was wereldwijd verspreid. Het was bekend dat niemand kon ontsnappen [tegenover wie hij een bloedwraak had], want Laban was een zeer machtige magiër.Hij was de vader Beor (zie Sanhedrien 105a; Bamidbar Rabba, Balak), die de vader was van Bilaam, over wie is geschreven, “Bilaam de zoon van Beor, de magiër” ( Joshoea. 13:22) hij streefde hen allen voorbij in de kennis van tovenarij en zwarte magië. Maar ondanks alles was hij niet in staat om Jacob te vernietigen, ondanks het feit dat hij dit vele malen, op verschillende wijze probeerden, zoals het vers verklaart, “[Laban] de Arameeër [probeerde] Jacob te vernietigen”(Deuteronomium. 26:5) [Daarom zond Jacob boodschappers om Esau te informeren dat als Laban hem niet kon overweldigen, Esau zeker  zou falen.]

Rabbi zei [in een breder perspectief]: de hele wereld wist dat Laban de grote Magiër was, en ieder die hij wenste te vernietigen, kon daar niet aan ontsnappen. Alle kennis die Bilaam bezat kwam van Laban, en betreffende Bilaam is de uitspraak “Dat wie van u een zegen ontvangt gezegend is en wie van u een vervloeking krijgt ook vervloekt is” (Numeri. 22:6).
[Daarom zijn dezelfde krachten toe te schrijven aan Laban], zodat iedereen bang was voor Laban’s magié.

Daarom rapporteerde Jacob als eerste aan Esau dat hij bij Laban had geleefd. En in het geval dat Esau zou denken dat dit alleen maar voor een korte tijd was, een maand, of een jaar, benadrukte hij dat dit niet zo was, want ” ik heb mijn terugkeer voor twintig jaar vertraagt tot aan nu”.

“….Runderen en ezels”: Als nu Esau zou denken dat hij met lege handen kwam, [dat hij zijn ontmoeting met  Laban overleefde, maar zodoende ook geen enkele materieel voordeel er van zou hebben, informeerde Jacob hem,] “ik heb runderen en ezels verworven….” Deze twee, [runderen en ezels] representeren streng oordeel.

Zij representeren het mannelijk en vrouwelijk element van kelipa.(Damasek Eliezer) Het mannelijke aspect van kelipa is het actieve element, gewelddadig verspreidend zijn spiritueel onzuivere zaad in de ruimte. Het vrouwelijke element verleidt de vonken van heiligheid in de schillen [kelipa] van onzuiverheid zodat zij worden vastgehouden binnenin de kelipa.

Overeenkomstig, telkens wanneer deze twee samen worden gegrondvest, zijn er altijd kwade gevolgen. En om die reden wordt ons opgelegd, “Ploeg niet met rund en ezel tegelijk” (Deuteronomium. 22:10)
“….Schapen, knechten en dienstmeiden”: zijn de lagere kronen [de tien onzuivere sefirot van kelipa, worden “kronen”genoemd, omdat elk van hen verklaart, “alleen ik ben waardig om te regeren, en iedereen heeft zich aan mij te onderwerpen, zie Meor v ‘Shemesh, Vayeitzei.
Terstond werd Esau erg bang en kwam Jacob tegemoet om hem te ontmoeten. Hij was net zo bang voor Jacob, als Jacob voor hem.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie