PARASHAT WAJIKRÁ

En Hij riep        Leviticus. 1:1 – 5:26

 

De Grote Genezer

 

 De Ba’al Shem Tov kon de wereld verheffen tot haar hemelse oorsprong en genezende energie neerwaarts brengen.

 

 “En Hij riep [Hebreeuws, ‘wajikrá’] Mozes en sprak tot hem vanuit de Tent der Samenkomsten….(Leviticus. 1:1)

 

 De Ba’al Shem Tov zei dat hij al zijn genezingen had geleerd van het vers, “En Hij riep Mozes…” (Heichal HaBracha, parashat Wajikrá)

 

 Behalve een groot kabbalist en groot leider aangaande de verhoudingen binnen de  verschillende gemeenschappen, was de Ba’al Shem Tov ook een gerenommeerd genezer, die zowel natuurlijke remedies als sigillum, bovennatuurlijke methoden gebruikte om te helen.

 

 Rabbi Jitzchak Izaäk van Komarno (Heichal HaBracha) verklaart dat de letter alef aan het eind van het woord “wajikrá” het niveau van Keter en Ayin [het niets zijn] representeert: Alef is de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, en dit woord “wajikrá”  wordt in de Thora rol kleiner geschreven dan de andere letters van het woord, verwijzend naar het idee van het wegcijferen van het ego. De Ba’al Shem Tov wist het wereldse niveau te verheffen tot deze hemelse oorsprong en genezende energie neerwaarts te brengen.

 

 De Ba’al Shem Tov genas alleen door het gebruik van Unificatie. Hij placht de Shechina te verheffen en te verenigen met de karaktertrek/eigenschap van Ayin. (Meor Eynajiem, parashat Naso)

 

 “Unificatie”, of “yichoediem”, ligt aan de basis van Kabbalistische Meditatie, in gebed en ritueel handelen is mede opgenomen de mystieke hergroepering van letters en eveneens de verheffing en eenwording van iemands emoties en intellect met het G’ddelijke.

 

De Shechina is de G’ddelijke Aanwezigheid die verblijft in de Schepping. Idealiter ontvangt zij het Licht van G’D en openbaart het in de wereld, zodat G’ddelijkheid uitstraalt vanuit de Schepping zelf. Soms echter, valt de Shechina in “verbanning” en een storing treedt op tussen G’D en de Schepping (vanuit ons perspectief). Dit is de spirituele oorsprong van al het lijden en het ziek zijn. Wanneer de Shechina wordt verheven en verenigt met G’D, worden alle krachten van negativiteit geannuleerd.

 

Ayin” refereert aan de sefira van Keter,  bevattend een openbaring van het G’ddelijk Wezen, volledig buiten de menselijke perceptie, zoals een kroon boven het verstand van de drager uitreikt. “Ayin” betekent daarom “Het niets zijn”, want het overstijgt de menselijke cognitie en is alleen toegankelijk door esoterische zelf-wegcijfering. De Ba’al Shem Tov leerde dat iemand nooit mag bidden voor zijn eigen vereisten, maar alleen voor de vervulling en verlossing van de Shechina, want wanneer de G’ddelijke Aanwezigheid is gerectificeerd, zijn al haar “ledematen” gerectificeerd, zijnde de individuele componenten van de Schepping.

SHABBAT SHALOM 

 

Geef een reactie