PARASHAT WAJIGASH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Als Joséf zichzelf openbaart aan zijn broers in Parashat Wajigash (beginnend bij 45,5), zijn er een aantal punten die onze aandacht verdienen. Joséf zegt in 45,5: “ EN NU behoeven jullie niet verdrietig te zijn of boos op jezelf, dat jullie me hierheen verkocht hebben, want tot levensbehoud heeft G’D me voor jullie uitgezonden.” Wat bedoelde Joséf met “EN NU ?” Waarom herhaalde Joséf drie maal, in de verzen 5,7 en 8, dat het G’D was die hem naar Egypte had gezonden? Wat bedoelde Joséf wanneer hij zegt in vers 45,8: “Welnu, niet jullie hebt mij hierheen gezonden, maar G’D. Hij heeft mij als vader van Farao aangesteld?” Hoe kon Joséf “vader” zijn over Farao? Integendeel, het was Farao die Joséf behandelde als een zoon!

Ondanks het feit dat G’D aan Avraham had gezegd dat zijn nakomelingen deel zouden uitmaken van het zaad van Jitschak (Genesis 21,12, toegelicht in de Talmoed, Nedariem 31), met de bedoeling om Esau uit te sluiten als drager van de Abrahamitische traditie, blijft het feit dat gedurende de jaren van Ja’akov’s afwezigheid van het huis van zijn vader, de volkeren in het land Kana’aan, Esau aannamen als hun ware heerser. Want, hij was het die zijn vader en moeder op spectaculaire wijze bijstond in het voorzien van hun noden.

Het resultaat was dat Ja’akov de pijn en het leed moest dragen van zijn meest dierbare zaad, zijn zoon Joséf. Hij nam een tweeëntwintig jarige rouwperiode voor Joséf in acht, de jaren dat Joséf in Egypte was, het land dat wordt beschreven als de schaamte van deze aarde.

Joséf’s falen om zijn vader te informeren over zijn bestaan gedurende al deze jaren, toont aan dat G’D’s hand op een of andere manier in het spel was. Joséf heeft mogelijk een boodschap verkregen van de Roeach HaKodesh, G’ddelijke inspiratie, om zijn bestaan niet aan zijn vader bekend te maken.

G’D’s reden om te interfereren in Joséf’s vrije keuze was, om zeker te zijn dat Ja’akov boete zou doen voor de nalatigheid ten aanzien van de mitswa “eert uw vader en uw moeder”. We zien dat dit in vergelijkbare aard plaatsvindt in het leven van Jehoeda en Tamar. Jehoeda had geen enkele intentie om een prostituee als gemalin te nemen.

Echter, G’D stuurde een engel, bemoeide zich met de seksuele verlangens, zodat Jehoeda handelde onder een onweerstaanbare drang toen hij sliep met Tamar, van wie hij dacht een prostituee te zijn. Het feit dat deze vereniging [ met een vrouw die eigelijk de dochter was van een Hoge Priester van G’D], de voorbode werd van de Mashiach Koning David, duidt aan dat dit gevolg teweeg is gebracht door G’ddelijke interventie.

Joséf wordt correct beschreven als “vader van Farao”, wat betekent Farao’s beschermengel. Wanneer de Thora Joséf beschrijft als rijder van de mirkèwet hamishnè, staatsiekoets( Genesis. 41,43), is dit een hyperbool voor Joséf’s vervanging in de rol van de beschermengel van Egypte. Joséf was ook de drijvende kracht van Israël. Had het Joséf niet gegeven, zou het Joodse Volk waarschijnlijk nog steeds in slavernij verkeren. Joséf “opende deuren” dankzij zijn morele spirituele grootheid.

G’D zond Joséf naar Egypte, lang voordat de slavernij van het Joodse Volk in Egypte begon. Toen de kinderen van Israël, na vele jaren van slavernij, met hoog opgeheven hoofden uit Egypte marcheerden, waren zij gevormd tot één natie die G’D had uitverkoren als Zijn Volk. Zij groeiden uiteindelijk naar het punt van het hebben van een lijfelijke koning, Koning David van de stam Jehoeda. Had Joséf niet geregeerd als Onderkoning van Egypte, zou er geen koningschap zijn voortgekomen uit de stam van Jehoeda en Israël zou nimmer tot een afzonderlijke natie zijn gesmeed.

De Psalmist vertelt ons: “Betseet Jisraël mimitsrajiem beet Ja’akov meeam Looeez haitaa Jehoeda lekotsho Jisraël mamshelotaaf. – Toen Israël wegtrok uit Egypte, het huis Ja’akov wegging van een oneigen volk, werd Jehoeda tot Zijn heiligdom, Israël Zijn rijk.

Psalm 114, 1 – 2

De uittocht uit Egypte en de daarmee in nauw verband staande wetgeving op de Sinaï, die de volkswording en de volk-G’Dswording van Israël in herinnering brengen, staan, zoals te begrijpen valt, onuitwisbaar in het geheugen van het volk gegrift.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie