PARASHAT WAJERÁ

En Hij verscheen (Genesis 18:1 – 22:24)

In de lezing van deze week, Wajerá, vernemen wij de besnijdenis van Jitschak, die plaats vond toen hij acht dagen oud was. ( Gene. 21:4 ) De Midrash verhaalt dat “Jitschak en Jishmael” redetwisten.

De één zegt: “Ik ben meer geliefd dan jij, want ik werd besneden op dertienjarige leeftijd”. De andere zegt: “Ik ben meer geliefd dan jij, want ik werd al besneden toen ik acht was”. Het is zeer begrijpelijk waarom Jishmael zich meer geliefd voelde, zijn besnijdenis plaats vond op dertienjarige leeftijd, hij was in staat om te protesteren. Dat hij dat niet deed was een voor hem rede genoeg om zichzelf superieur te voelen. Maar welke redenering had Jitschak om zich meer geliefd te voelen?

Het algemene thema van besnijding is, zoals het vers zegt: “…Zodat Mijn verbond als een eeuwig verbond aan je lichaam zal zijn.” ( Gene: 17:13 )

Besnijdenis verwezenlijkt een eeuwige band tussen een individu en G’D, zoals een band die gevormd is tussen twee dierbare vrienden die het verlangen hebben om hun vriendschap te verzekeren, zodat hun vriendschap voor eeuwig verenigd is. Een intermenselijk verbond heeft geen waarlijk waterdichte garantie voor de eeuwigheid, want stervelingen zijn onderhevig aan verandering.

Maar echter wanneer het G’D is die een verbond sluit, zoals in dit geval Zijn verbond met het Joodse Volk door besnijdenis, dan is het onveranderbaar en waarlijk voor eeuwig.

De reden dat een besnijdenis wordt gedaan op de leeftijd van acht dagen, in een stadium dat het kind geen enkele zeggenschap heeft, mag als volgt worden opgevat.

Elk persoonlijk initiatief verlangt een bepaalde voorbereiding; daar is een adequate tijd voor nodig. Echter, het verbond dat in beweging wordt gezet door besnijding, wordt compleet verwezenlijkt door G’D zelf. M.A.W. besnijdenis is niet een handeling waardoor een persoon zich bindt aan G’D. Integendeel; wanneer een Jood is besneden verbindt G’D zichzelf aan de persoon met een “eeuwig verbond”. Dus is er geen enkele reden om te wachten tot het kind op een leeftijd is gekomen om bewust te participeren in de handeling, want in geen enkel opzicht doet hij iets, het verbond in zijn geheel komt van G’D. Daarom wordt hij zo jong mogelijk besneden.

Dit aangaande kunnen we nu begrijpen dat de verdienste van Jitschak’s besnijdenis op de achtste dag niet alleen dat van Jishmael te boven gaat, maar ook de besnijdenis van zijn vader Avraham. Want de opdracht van besnijdenis was gegeven aan Avraham nadat hij zichzelf reeds had voorbereid door eerdere spirituele staat van dienst. Zijn dienst was van dien aard dat hij de hoogst mogelijke graad van perfectie, voor een geschapen wezen haalbaar door hem zelf, had bereikt. Dus, Avraham’s besnijdenis miste de onbetwistbare indicatie, welke komt als een resultaat van de besnijdenis, kwam geheel van G’D.

Het zelfde geldt voor de besnijdenis van Jishmael. Hij was reeds intellectueel volwassen toen het werd uitgevoerd. Hij betrad het met de beslissing dat hij het verlangen had om zichtzelf met G’D te verbinden.

Alleen met de besnijdenis van Jitschak, op achtjarige leeftijd, werd het voor iedereen duidelijk, dat dit verbond niet afhing van dit geschapen wezen, maar geheel afhankelijk was van G’D.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie