PARASHAT WAJÉLECH

En hij ging (Deuteronomium 31:1 – 31:30)Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, parashat wajélech p. 283b.

En Mozes ging deze, nu volgende woorden, tot heel Israël spreken.” (Deuteronomium. 31:1)
Rabbi Chiya opent zijn verhandeling [op dit vers] met de notitie, “Die Mozes ter zijde stond met Zijn luisterrijke arm om zijn rechterhand te leiden, die voor hen het water kliefde om Zichzelf een eeuwige naam te verwerven?” (Jesaja 63:12)

Bemerk dat “molichl”, het Hebreeuwse woord voor “te leiden” en “wajélech”, “ging”, de zelfde Hebreeuwse stam delen.

Gelukkig is Israël, dat de Heilige, Geprezen zij Hij, hen had gekozen en omdat Hij had gekozen hen “zonen” noemde [van dat aspect, van hun Nefesh en Roeach, welke zijn wortels heeft in de verbinding van Zier Anpin en Noekva], “eerstgeborene”, “heilig”, en “broeders” [toen zij een Neshama ontvingen van de verbinding van Abba en Imma op de Berg Sinai].

[Na de openbaring van de Thora,] daalde Hij neer, om onder hen te verblijven [in het Tabernakel, in het Hebreeuws, “Mishkan”, waarvan wij het woord “Shechina” hebben verkregen, zoals is weergegeven in het vers, “Zij zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik wonen kan [in het Hebreeuws, shachanti”], te midden van hen” (Exodus. 25:8). [En om zodoende hen hierop voor te bereiden] verlangde de Heilige, geprezen zij Hij, om hen te rectificeren [spiritueel] zodat zij zouden zijn als de engelen in de spirituele wereld [door de legerplaats te rangschikken volgens de hoofdvlaggen]. Hij maakte het mogelijk dat een wolkzuil over hen bleef hangen en de shechina voor hen uit ging; dit is de betekenis van het vers “En de Eeuwige ging voor hen uit, overdag in een wolkzuil om hun de weg te wijzen en s’nachts in een vuurzuil om ze bij te lichten, zodat ze bij dag en nacht konden gaan.” (Exodus. 13:21)

[En Hij deed nog meer voor hen in de zin van] drie heiligen leidden hen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron en Miriam. Wegens hun verdienste gaf G’D aan Israël geschenken uit de spirituele sferen [het Manna, de wolkzuil, en de bron van Miriam, welke hen fysiek en spiritueel voedde, waardoor zij in staat waren om de Thora te absorberen]. De wolkzuil verliet hun niet, zolang Aaron in leven was. Omdat, zoals eerder is uitgelegd, Aaron de rechterarm was [representerend chesed] van Israël.
Dit wordt evenzo gesuggereerd in het vers “Toen de Kana’ániet, de Koning van “Arad, die in de Negev, het zuiderland, woonde, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Athariem, voerde hij oorlog met Israël en maakte onder hen gevangenen.” (Numeri.21:1)

Rashi zegt dat Arad hoorde, dat Aaron was overleden en dat de beschermende wolkzuil was weggetrokken.
Hij hoorde eveneens dat zij door Atariem zouden komen, de Aramese vertaling, die simpel “plaatsen” betekent. Dit is een toespeling op het feit dat zij begonnen waren rond te dwalen, wegens het missen van precieze leiding van de wolkzuil.

[Zij dwaalden] als een persoon zonder arm, zij moesten zichzelf ondersteunen, zonder te falen, in elke situatie en in elke plaatselijke omstandigheid.
Omdat zij doelloos ronddwaalden, bestreed hij Israël en maakte hij onder hen gevangenen. Dit omdat zij waren verlaten door hun rechterarm [Aaron].

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie