PARASHAT WAJEESHEV

En hij vestigde zich (Genesis 37:1 – 40:23)

Het Thoragedeelte Wajeeshev verhaalt de gedenkwaardige gebeurtenis van Josef’s verkoop door zijn broers, een verkoop die hem leidde in Egyptische slavernij. De Zohar merkt op (Zohar I, 184a.), dat G’D het was die dit over hem bracht om Zijn decreet, het Joodse volk in Egyptische exil, ten uitvoer te brengen.

G’D’s plan om Josef naar Egypte te leiden had gerealiseerd kunnen worden op allerlei manieren, waarom door deze zeer bedenkelijke verkoop door zijn broers? Waarom werd het op deze wijze volbracht?

De Zohar beantwoordt dit door verder te verklaren dat de bejegening van de broers van Josef voor zijn gang naar Egypte [ in de zin van dat zij hem verkochten als “een meester die zijn slaaf verkoopt”] hem tot de “dienaar van zijn broers”maakte. Dit garandeerde dat, zelfs wanneer de Joden uiteindelijk waren geknecht tot slavernij door de Egyptenaren, het niet totaal was. Daar Josef heerste over de Egyptenaren en hij, daarentegen, beheerst werd door zijn broers.

Het Zohar commentaar voorziet een aanvullend inzicht waarop het Schrift reeds eerder indiceerde aangaande de verkoop van Josef.

Ondanks de oneerlijke intenties van de broers bij de verkoop van Josef, eindigde de episode in het goede. Want, als Josef later tegen zijn broers zegt, (Genesis 45,5-8) “….want tot levensbehoud heeft G’D me voor jullie uitgezonden….Welnu, niet jullie hebt mij hierheen gezonden, maar G’D.”

We worden dus gewaar dat de verkoop van Josef twee tegenovergestelden in zich behelst: De onwaardige intentie van de broers om Josef te verkopen met als gevolg slavernij en de slavernij van het Joodse Volk, de Egyptische verbanning; en het uiteindelijke feit dat “G’D dit bracht”de reden was dat deze zelfde verkoop ook de kiem voor hun verlossing inhield.

De uiteindelijke volbrenging door G’D was voor het goede, “jullie hadden misschien iets kwaad tegen mij in de zin, maar G’D heeft het ten goede gekeerd, zodat Hij doen kon als op deze dag: een groot volk in leven houden”.( Genesis, 50, 20 )

Niet alleen stelde dit Josef in staat om niet boos te zijn op zijn broers, maar bovendien kon hij hen tegemoet treden met barmhartigheid en overvloedige liefde…..,de zondaars edelmoedig belonen met liefdadigheid.

De nakomelingen van Josef en zijn broers, het Joodse Volk, wordt geacht in dezelfde intentie te handelen ten aanzien van hun naasten, zelfs als zij het zelfde ervaren als Josef.

SHABBAT SHALOM EN CHAG SAMÉACH CHANOEKA

Geef een reactie