PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich           Genesis. 37:1 – 40:23

Dromen van Vrede

Rabbi Yitzchak Luria

De broers van Josef dachten dat Josef het afval van het sediment was, dat wil zeggen, dat de klipa [schil] die niet geaccepteerd werd van Abraham en Izaak, toen Ishmael en Esau hen verliet, nog steeds niet afdoende was gepurificeerd.

De broers van Josef wisten dat, zowel in het geval van Abraham als van Izaak, er twee zonen waren, één die waardig was om het bewustzijn van G’D in de wereld te bestendigen en de andere die te egocentrisch was om dit te doen. Voorts wisten zij  dat in beide gevallen de onwaardige zoon moest worden weg gestuurd, met andere woorden, op een of andere manier moest worden verwijderd of afgescheiden van de familie zodat de zuiverheid van het ideaal niet verontreinigd zou worden door een verderfelijke egocentrische uitdager. Zij meenden dat Josef de belichaming was van de onzuiverheden van Jacob.

Evenzo, maar anders gezegd, ervoeren zij Josef als een ongeschikte mededinger in hun generatie. Het oorspronkelijke licht was grotendeels gezuiverd van zijn verontreiniging door de afwijzing van Ismaël en toen dit licht werd doorgegeven aan Izaak, bevatte het enigszins ondergeschikte onzuiverheden die moesten worden (en werden) geëlimineerd door de afwijzing van Esau. Josef meenden zij, was de belichaming van de onzuiverheid van Jacob die op de zelfde manier moest worden afgewezen. Zij beschouwden het daarom als hun heilige plicht om, in het belang van het voortbestaan van de G’ddelijke boodschap toevertrouwd aan Abraham en zijn nakomelingen, Josef van het toneel te verwijderen.

Dit was met name omdat ze vonden dat Josef de sefira van Yesod bevlekte, het omleiden naar het linker kanaal, G’D verhoede, door hen te belasteren tegenover hun vader, is de antithese van de vrede.

Zoals verteld in het verhaal, ” bracht Josef kwaad verslag aan hun vader.” (Genesis. 37:2). Rashi merkt op, “Hij vertelde zijn vader dat ze vlees aten, gescheurd uit een levend dier, dat zij de spot dreven met de zonen van de dienstmaagden (Bilha en Zilpa), en hen slaven noemden en dat hij hen verdacht van ongeoorloofde seksuele relaties.

Vrede is geassocieerd met de Sefira van Yesod

In het idioom van onze Wijzen, wordt vrede genoemd als de ultieme container voor het omvatten van zegen. Dit is duidelijk omdat bitterheid de verspilling van elke zegen zal veroorzaken. Dus is vrede geassocieerd met de sefira van Yesod, want Yesod is de houder waardoor de G’ddelijke weldadigheid uitvloeit in Malchoet. De geestelijke voorloper van het Joodse Volk. Door hen te belasteren tegenover hun vader, ondermijnde Josef  elke kans op vrede in de familie en saboteerde daarmee de kansen voor het stromen van G’D’s zegen in hen.

Yesod is ook het principe van de tong en laster bevlekt het.

In Sefer Jetzirah wordt vermeld dat er twee verbonden zijn, dat van de tong en dat van het seksuele orgaan. Beide organen zijn instrumenten waarmee een persoon zich articuleert in de buitenwereld.

Zij zijn beide zeer krachtig, want zowel het gesproken woord als de seksuele energie bezitten de macht om te bouwen of te vernietigen. Zowel, ongelimiteerde spraak als ongelimiteerde seksualiteit, kunnen een ravage aanrichten in iemands leven en het leven van degenen die hij ontmoet. Omgekeerd,  goed geleide spraak en seksualiteit kunnen een persoon verheffen naar verhogere niveaus van spiritueel bewustzijn en inspireert al degenen met wie hij in contact komt. Hoewel dus Yesod in het algemeen wordt geassocieerd met het seksuele orgaan, is het ook, om dezelfde reden geassocieerd met het orgaan van spraak, de tong. Onjuiste of kwade spraak besmet de Sefira van Yesod.

[In feite echter], zijn er vele verklaarders van de Thora die zeggen dat [broers van Josef] vlees aten gescheurd uit het lichaam van een levend dier en aandacht hadden voor de dochters van het land [de twee overtredingen]. Dit alles is verbonden met Yesod.

Er wordt uitgelegd dat de motivatie voor het eten van vlees gescheurd uit het lichaam van een levend dier het extatische is, ook brengt dit orgastische genot, de inname van rauwe, niet – gerectificeerde (dat wil zeggen, door het niet ritueel slachten) levenskracht. Deze hoogkrachtige levensenergie neemt in geest en lichaam  extreem seksuele proporties aan en is daarom een bevlekking in Yesod.

Dus was het in realiteit nie Josef die Yesod bevlekte, maar zijn broers. Door verslag te doen van hun gedrag aan hun vader, was Josef in feite aan het proberen de integriteit van Yesod te waarborgen

. Ook bespotte zij [hun halfbroers], de zonen van de dienstmaagden en dit is duidelijk een schending van het principe van vrede. Zij noemden hen slaven hoewel zij in feite vrije mensen waren, het tegenovergestelde van slaven.

Als er enig element van zelfgeaardheid of egocentrisme is kan er geen vrede zijn.

Ook hier waren ze in feite schuldig aan datgene waarvan ze Jozef beschuldigden. Van de twaalf broers, waren Reuben, Simeon, Levi, Juda, Isaachar, en Zebulon de zonen van de eerste vrouw van Jacob, Leah, Joseph en Benjamin waren de zonen van zijn tweede vrouw, Rachel; Dan en Naftali waren de zonen van Rachel’s dienstmaagd, Bilha, en Gad en Asher waren de zonen van Lea’s dienstmaagd, Zilpa. De zes zonen van Lea hoonden de vier zonen van de dienstmaagden alszijnde slaven door geboorte, dat wil zeggen, niet waardig om  bonafide leden van de heilige familie te zijn.

Yesod heet “alles”, want het omvat alle emotionele attributen.

In het vers “Van U, O G’D, is de grootheid en de kracht en de schoonheid, en de overwinning, en de heerlijkheid, voor alles wat is in de hemelen en aarde ”

(Kronieken I, 29:10), de eerste vijf zelfstandige naamwoorden  zijn de eerste vijf emotionele eigenschappen (grootheid, Chesed; kracht Gevura; schoonheid Tiferet; overwinning Netzach; glorie Hod), implicerend dat de volgende frase (“…voor alles wat is in de hemelen en aarde “) correspondeert met de zesde eigenschap, Yesod. Dus dit vers geeft expliciet het concept weer dat Yesod het kanaal is waardoor al de hogere eigenschappen zich verenigen en samenvloeien  en verder neerdalen in Machoet.

Zij dachten dat zij zelf konden voltooien wat zou ontbreken (door Josef uit te sluiten); dat zij konden voorzien in zijn eigenschap van broederschap. Daarom zweerden zij samen tegen hem.

Zoals we hebben gezien, concentreerde het dispuut tussen Josef en zijn broers zich op de sefira van Yesod, het reservoir van vrede. Josef voelde dat hij de beschermer van Yesod was, dat hij op de langere termijn de vredestichter was, terwijl zijn broers voelden dat hij een obstakel was voor vrede. Zij, natuurlijk, waren abuis, vrede is alleen zinvol als het gebaseerd is op en onderworpen aan de wil van God. Zo niet, met andere woorden, als er enig element van zelforiëntatie of egocentriciteit is in de zogenaamde vrede, kan het niet ware vrede zijn en zal het vroeg of laat uiteenvallen.

Deze egocentriciteit zal uiteindelijk aan de oppervlakte komen en zodra dit gebeurt, zal het kleingeestige eigenbelang zwaarder wegen dan de motivatie voor vreedzaamheid. Dus ofschoon de broers correct waren in hun visie dat vrede cruciaal is voor de bestendiging van het G’ddelijke ideaal, gaven zij onterecht voorrang aan de vrede boven de meer fundamentele zaken van G’ddelijke dienst.

Vrede is een middel, container, reservoir, niet een eind.  Alleen wanneer het als zodanig wordt herkend kan het betekenisvol worden en daarom blijvend zijn.

De broers begrepen hun roeping niet. Zij zagen zichzelf als personificaties van G’ddelijke perfectie; zij waren herders, afgescheiden van de samenleving en de fysieke wereld in het algemeen.  In contrast hiermee, was Josef de gepersonifieerde Yesod, de G’ddelijke volmaaktheid als het penetreert en er uiteindelijk in slaagt te heersen  over de Egyptische samenleving, terwijl het daarnaast  trouw blijft aan zijn spirituele  integriteit.

SHABBAT SHALOM, CHAG SAMEACH CHANOEKA

Geef een reactie